Gemeenteblad van Maasgouw
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasgouw | Gemeenteblad 2026, 147920 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maasgouw | Gemeenteblad 2026, 147920 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Maasgouw 2026
In deze beleidsregels bedoelen we met
Het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50 lid 1 Pw, wordt vrijlaten, voorzover dit minder bedraagt dan de vrijlating genoemd in artikel 34 lid 2 sub d Pw. Is er na toepassing van de vrijlating nog sprake van vermogen in de woning, dan wordt onderzocht of tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring, van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid kan worden verlangd (artikel 50 lid 1 Pw). Is dit niet mogelijk, dan heeft u recht op bijzondere bijstand.
Artikel 4. Schuldhulpverlening
Uw ingangsdatum van de Wsnp kan, als u aan voorwaarden voldoet, vóór de uitspraakdatum komen te liggen. Als u aan deze voorwaarden voldoet, sluiten wij daarbij aan en gaan wij er vanuit dat u een inkomen beneden de inkomensgrens (artikel 2) en een vermogen beneden de vermogensgrens (artikel 3) heeft.
Als uzelf bent toegelaten tot de Wsnp of Msnp (lid 1), of zich in de voorbereidende fase bevindt (lid 2) en u heeft een partner (gezamenlijke huishouding) die niet tot de Wsnp of Msnp wordt toegelaten, of zich niet in de voorbereidende fase bevindt, telt het inkomen en vermogen van uw partner volledig mee.
Soms lukt het niet om binnen 6 maanden een goedkopere woning te vinden. Als u kunt laten zien dat u wél uw uiterste best heeft gedaan, maar dat dat ondanks alles niets heeft opgeleverd, dan kan de woonkostentoeslag één keer met maximaal 6 maanden worden verlengd. Hierna is geen verdere verlenging meer mogelijk.
Als u in de situatie bent dat u, zonder dat u daar iets aan kunt doen, een (nagenoeg) volledige woning moet inrichten, dan kan in deze kosten bijzondere bijstand worden verleend. Dit alleen, als u onvoldoende mogelijkheden heeft om deze kosten zelf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen. Bijstand in deze kosten wordt slechts één keer verstrekt.
Artikel 11. Eerste maand huur en waarborgsom
U kunt bijzondere bijstand krijgen om uw eerste maand huur en administratiekosten te betalen. Dit alleen als u, zonder dat u hier iets aan kunt doen, onvoldoende mogelijkheden heeft om deze kosten zelf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen. Deze bijstand hoeft u niet terug te betalen (om niet).
Heeft u een medische indicatie voor een speciaal dieet, dan kan in de meerkosten daarvan bijzondere bijstand worden verstrekt. Dit geldt ook voor andere specifieke meerkosten als gevolg van ziekte of gebrek. De hoogte van deze bijzondere bijstand wordt, waar mogelijk, vastgesteld aan de hand van de Nibud-normen.
Artikel 14. Kosten beschermingsbewind, mentorschap en curatele en budgetbeheer
In geval van beschermingsbewind: de maandelijkse kosten van een leefgeldrekening komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De maandelijkse kosten van een beheerrekening komen wél voor bijzondere bijstand in aanmerking. Ook de extra kosten voor de beheerrekening die de bank aan de bewindvoerder rekent, komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Het gaat hierbij om een vast bedrag dat jaarlijks door de bevoegde organisatie wordt vastgesteld.
Artikel 15. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffiekosten
De kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en ook griffiekosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. Dit alleen, wanneer u een zogeheten toevoeging heeft gekregen en de kosten niet op andere wijze worden vergoed.
Artikel 16. Indirecte schoolkosten voor kinderen
Voor reiskosten naar school kan bijzondere bijstand worden verstrekt als:
De aantoonplicht hiervan ligt bij u als aanvrager; dit geldt ook voor de medische onderbouwing.
De goedkoopst adequate optie voor openbaar vervoer wordt vergoed, of een kilometervergoeding bij eigen vervoer ter hoogte van de belastingvrije vergoeding eigen vervoer die de Belastingdienst hanteert.
In de situatie dat sprake is van een noodzakelijke verhuizing en u onvoldoende mogelijkheden heeft om de kosten daarvan zelf te betalen en u hiervoor ook niet heeft kunnen sparen, kan bijzondere bijstand worden verleend.
Deze bijstand wordt vastgesteld aan de hand van door u ingeleverde offertes (minimaal 2) en redelijke bedragen.
Artikel 20. Geen minimaal bedrag
Van het bepaalde in artikel 35 lid 2 Pw maken wij geen gebruik. Dat wil zeggen dat wij bijstand niet weigeren als de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd, een bepaald bedrag niet te boven gaan. Er is dus geen minimaal bedrag waarvoor bijstand gevraagd kan worden.
Artikel 21. Overige bijzondere kosten
Met bijzondere bijstand kunt u extra en bijzondere kosten betalen. Ook voor kosten die niet nadrukkelijk in deze regeling zijn genoemd, kan mogelijk bijzondere bijstand worden verstrekt. Bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de goedkoopst adequate voorziening.
Ook kan de bijstand in bijzondere omstandigheden die uzelf of uw gezin raken, afwijkend van deze regeling worden vastgesteld.
Toelichting Beleidsregels bijzondere bijstand 2026
In dit artikel wordt een aantal begrippen uitgelegd. Begrippen die in de Pw voorkomen hebben in deze beleidsregels dezelfde betekenis als in de Pw. Voor een aantal begrippen, die als zodanig niet in de Pw zelf staan, is een definitie gegeven in deze regeling.
Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand geldt een harde inkomensgrens. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand als uw netto-inkomen plus vakantietoeslag lager is dan de inkomensgrens.
Wij kijken daarbij naar de inkomsten in de 3 maanden voordat de kosten zijn gemaakt:
De inkomensgrens wordt bij thuiswonende jongeren (18-20 jaar) en bij mensen die in inrichting verblijven als volgt vastgesteld:
Artikel 34 van de Participatiewet regelt het vermogen: het gaat om uw bezittingen minus uw schulden. In het 2e lid van dat artikel staat wat niet als vermogen wordt gezien. Daarbij gaat het dan om bezittingen in natura die algemeen gebruikelijk of algemeen noodzakelijk zijn.
Uw vermogen in de maand waarin kosten zijn ontstaan vergelijken we met uw vermogen in de 3 maanden daarvoor. Zo beoordelen wij of u de kosten uit uw vermogen kunt betalen. We laten hierbij het bedrag van maximaal een maanduitkering Participatiewet op het totaal van al uw rekeningen vrij. Zodoende kunt u in elk geval uw maandelijkse betalingsverplichtingen nakomen en in uw levensonderhoud voorzien. Ook beoordelen wij of u uw vermogen al dan niet te snel heeft ingeteerd. Heeft u een bijstandsuitkering en tijdens de ontvangst van deze uitkering geld kunnen sparen? Dan laten we dit gespaarde bedrag vrij bij de beoordeling naar het recht op bijzondere bijstand.
Heeft u een eigendomswoning? Dan laten we het vermogen in de woning vrij, voor zover dit minder bedraagt dan de in de wet genoemde vrijlating. Is er dan alsnog vermogen in de woning? Dan onderzoeken wij of tegeldemaking (verkoop van de woning) of bezwaring (het vestigen of verhogen van de hypotheek) in redelijkheid van u gevraagd kan worden. Is dat niet het geval, is er recht op bijzondere bijstand.
Beoordeling van het verloop van uw vermogen is met name van belang bij de aanvragen die genoemd staan in het 5e lid van de beleidsregels. Bij de beoordeling van uw aanvraag in deze kosten wordt rekening gehouden met uw volledige vermogen dus zonder welke vrijlating dan ook.
Voor een aantal kosten, genoemd in het 5e lid van de beleidsregels, wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Dat zijn kosten, waar iedereen in het leven van alledag mee te maken heeft. Deze kosten moet u kunnen voldoen uit uw maandelijkse inkomen. Dit, door voor deze kosten te sparen of door de kosten achteraf in termijnen te betalen.
De vermogensgrens uit de Participatiewet is dan niet van toepassing. Wél laten wij ook hier het bedrag van maximaal een maanduitkering Participatiewet op het totaal van al uw rekeningen vrij.
Als u recht heeft op de IIT is het de bedoeling dat u die inzet voor deze kosten. De IIT wordt gezien als middel waarvan de kosten betaald (hadden) kunnen worden.
Als een aanspraak op de IIT bestaat en daarmee in de kosten kan worden voorzien, kan de bijzondere bijstand worden afgewezen. De IIT kan ambtshalve worden toegekend. De aanspraak op IIT moet dan wel liggen rondom het ontstaan van de kosten. Hierbij gaan we uit van een maximale termijn van 3 maanden. Dus bijvoorbeeld in september doen zich kosten voor die via de IIT betaald kunnen worden. Het recht op de IIT bestaat in december, dan kan IIT ambtshalve worden toegekend.
Als de IIT al is verstrekt en het bedrag nog voorhanden is (het staat bijvoorbeeld op de spaarrekening), wordt dit meegenomen. Als het bedrag niet meer voorhanden is, kan het ook niet meer worden meegenomen. Deze richtlijn geldt bij alle artikelen waarin de IIT als voorliggend beschouwd kan worden.
Artikel 4. Schuldhulpverlening
Als u bent toegelaten tot een schuldregeling, moet u feitelijk rondkomen van een laag inkomen. U kunt dan niet beschikken over inkomen boven de “beslagvrije voet”. Uw inkomen boven de “beslagvrije voet” wordt gereserveerd voor de betaling van de schuldeisers. Zolang u deelneemt aan de schuldregeling, behoort u tot de doelgroep voor bijzondere bijstand en de minimaregelingen.
Met de wetswijziging per 1 juli 2023 kan de ingangsdatum van de Wsnp al vóór de uitspraakdatum komen te liggen. Namelijk vanaf het moment dat de eerste aflossing is gedaan in het kader van de
gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit heet de voorbereidingsfase. Maar let op: uit hoofdstuk 5.3.6 van het Landelijk Procesreglement volgt dat dit kort gezegd alleen kan als:
Als u hieraan voldoet, stellen we de draagkracht vanaf dat moment op nihil.
Als de voorwaarden uit het Landelijk Procesreglement veranderen, volgen we die.
Artikel 5. Vorm van de bijstand
Zoals in de Participatiewet bepaald, wordt bijzondere bijstand in principe “om niet” verstrekt. Dit betekent dat u bijzondere bijstand in principe niet hoeft terug te betalen. Er kunnen echter redenen zijn om bijzondere bijstand als renteloze lening te verstrekken. Deze situaties worden beschreven in het 2e lid.
Artikel 6. Terugwerkende kracht
Hoewel het achteraf verstrekken van bijzondere bijstand (dus: nadat de kosten al gemaakt zijn) niet onze voorkeur heeft, zijn er verschillende redenen waarom dit wel mogelijk moet zijn.
Bewindvoerders vragen bijvoorbeeld vaak pas in de loop van het kalenderjaar bijzondere bijstand aan. En dit, terwijl bewindvoering wel al vanaf het begin van het jaar loopt. En daarnaast willen we ter beperking van onze uitvoeringskosten zélf ook, dat u kleine bedragen “opspaart”.
De werking van de terugwerkende kracht blijft beperkt tot kosten die in de laatste 12 maanden zijn gemaakt. En voorwaarde is wél dat de noodzaak van de kosten nog kan worden aangetoond, net zoals uw inkomen en uw vermogen op de datum dat de kosten zich voordeden.
Terugwerkende kracht wordt echter nooit toegepast bij de verstrekking van woonkostentoeslag, duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten. Deze kosten zijn hoog en dan vinden wij het niet logisch dat u deze eerst (een aantal maanden) zelf betaalt, voordat u bijzondere bijstand vraagt. Als u de kosten (al een periode) zelf heeft betaald, dan was u hiertoe blijkbaar in staat en is het toekennen van bijzondere bijstand niet noodzakelijk.
Artikel 7. Periodieke bijzondere bijstand
Als u een bijstandsuitkering in de kosten voor levensonderhoud ontvangt, zijn al uw gegevens over inkomen en vermogen bij ons bekend. Dat betekent dat als u daarnaast ook bijzondere bijstand ontvangt, er dan niet óók nog eens onderzoek naar uw inkomen en vermogen hoeft plaats te vinden. Als én uw bijzondere kosten én uw inkomensgegevens bij ons bekend zijn, dan wordt de bijzondere bijstand voortgezet zolang uw situatie niet verandert.
Ditzelfde geldt ook als u een inkomen heeft dat naar verwachting niet snel zal veranderen. Dit, bijvoorbeeld als u een uitkering in het kader van de IOAW, IOAZ, WIA, Wajong of ANW ontvangt of als u de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Wel gaan wij dan periodiek na of uw inkomen of uw vermogen is veranderd.
Als u een inkomen heeft dat wél kan veranderen, wordt de bijzondere bijstand toegekend tot maximaal 12 maanden na de aanvraagdatum. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u in loondienst werkt of een WW-uitkering ontvangt. Werkende mensen kunnen van baan veranderen, opslag krijgen of promotie maken. Mensen met een WW-uitkering kunnen weer snel aan de slag zijn.
Huurtoeslag is een bijdrage in uw huurkosten. Deze toeslag, die u van de Belastingdienst ontvangt, zorgt er voor dat u niet méér huur betaalt dan dat u op grond van uw inkomen kunt betalen.
Maar als u in een koopwoning met hoge hypotheeklasten woont of in een huurwoning met een huur boven de huurgrens en u wordt vervolgens afhankelijk van een minimuminkomen, dan heeft u wél hoge woonlasten, maar géén recht op toereikende huurtoeslag. In die situatie bestaat tijdelijk, gedurende maximaal 6 maanden, recht op een woonkostentoeslag.
De huurgrens is per 1 januari 2026 geen beperking meer voor het recht op huurtoeslag. De grens blijft wel bestaan als rekenplafond: de toeslag wordt alleen berekend over de huur tot aan die grens. Concreet betekent dit dat de Belastingdienst voor een woning met een kale huur van bijvoorbeeld € 1.100 de toeslag berekent alsof de huur € 900 (huurgrens, voorbeeldbedrag) bedraagt. De € 200 daarboven telt niet mee en moet de huurder zelf betalen. De woonkostentoeslag is dan aanvullende bijzondere bijstand voor de niet-gesubsidieerde huurcomponent.
Voor de vaststelling van de hoogte van de woonkostentoeslag gebruiken we de rekentool van Wyzer (https://www.wyzer.nl).
Woonkostentoeslag wordt verstrekt ter overbrugging van de periode dat u nog niet over goedkopere en voor u betaalbare woonruimte beschikt. Wij verwachten namelijk van u dat u zo snel mogelijk uw woonlasten omlaag brengt, zodat de verlening van woonkostentoeslag niet meer nodig is. Dit kan door uw koopwoning te verkopen en door een huurwoning met huur onder de toeslaggrens te gaan huren. Als het u ondanks al uw pogingen niet is gelukt om binnen 6 maanden goedkopere huisvesting te vinden, kan de woonkostentoeslag één keer met maximaal 6 maanden worden verlengd.
Er bestaat geen recht op woonkostentoeslag als u een recreatiewoning bewoont, waar permanente bewoning niet is toegestaan.
Artikel 9. Duurzame gebruiksgoederen
Voor de kosten die u maakt voor de aanschaf, de vervanging of de reparatie van uw huisraad, wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Iedereen heeft in het leven van alledag met deze kosten te maken. Deze kosten moet u kunnen voldoen uit uw maandelijkse inkomen.
Slechts in uitzonderlijke situaties, wanneer de kosten zich plotseling voordoen en u niet in staat bent geweest om voor deze kosten te sparen kan bijzondere bijstand worden verleend.
Bij artikel 3 van deze beleidsregels hebben we al toegelicht dat bij de beoordeling van uw aanvraag met uw volledige vermogen rekening wordt gehouden.
Als u recht heeft op de IIT, zet u die in voor deze kosten.
Als bijzondere bijstand in deze kosten wordt verstrekt, is dat in de vorm van een geldlening.
Als u tot de Wsnp bent toegelaten of als u een “minnelijke schuldregeling” met uw schuldeisers heeft afgesproken, is het niet toegestaan tijdens de schuldregeling nieuwe leningen af te sluiten. In die situatie hoeft u de bijstand daarom niet terug te betalen.
Datgene dat als toelichting is vermeld bij artikel 9, geldt ook voor de verlening van bijzondere bijstand in de kosten van een volledige woninginrichting. Ook de kosten van woninginrichting (en zéker als het een eerste inrichting betreft) behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Uitgaven, die u uit uw inkomen moet betalen door vooraf hiervoor te sparen. Alleen in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld als u na een verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis en echtscheiding een woning toegewezen krijgt, of wanneer u als statushouder vanuit het AZC in onze gemeente komt wonen, is verlening van bijzondere bijstand mogelijk. Deze bijstand wordt éénmalig verstrekt en natuurlijk alleen als u niet in staat bent geweest voor deze kosten te sparen en over geen geldmiddelen beschikt. Ook hier geldt dat u de IIT hiervoor inzet.
Het budget voor de inrichtingskosten bedraagt maximaal 50% van de Nibud norm die van toepassing is. Dit bedrag is toereikend voor de aanschaf van een bescheiden inboedel.
Deze bijstand hoeft u niet terug te betalen. Daardoor blijft er binnen uw inkomen ruimte om te sparen voor toekomstige noodzakelijk aanschaffingen en kan daarvoor dan ook geen bijzondere bijstand meer worden gevraagd.
Artikel 11. Eerste maand huur en waarborgsom
Vanuit de bijzondere bijstand wordt onder andere aan statushouders die zich in onze gemeente vestigen een vergoeding verstrekt ter hoogte van de eerste maand huur. Dit is alleen al nodig omdat de uitkering per maand achteraf wordt betaald, terwijl de huur per maand vooraf verschuldigd is.
Maar ook anderen in een vergelijkbare situatie kunnen voor deze kosten een beroep op bijzondere bijstand doen, bijvoorbeeld degenen die vanuit een blijf-van-mijn-lijfhuis weer opnieuw een woning betrekken en niet hebben kunnen sparen voor betaling van de eerste maand huur.
Ditzelfde geldt ook wanneer voor het huren van de woning een waarborgsom moet worden betaald. Echter, omdat u de waarborgsom bij het beëindigen van de huurovereenkomst weer terugkrijgt, wordt deze bijstand altijd verstrekt in de vorm van een geldlening.
Omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) passende en toereikende voorzieningen zijn, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten.
De Zorgverzekeringswet en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering die door ons wordt aangeboden dekken vrijwel alle noodzakelijke medische kosten.
De eigen bijdrage die u verschuldigd bent voor het zittend ziekenvervoer komt wél voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking. En ook als er als gevolg van uw medische situatie meerkosten zijn zoals dieetkosten, extra kosten van kledingslijtage en bewassing of personenalarmering, kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Dit, als deze kosten niet door de zorgverzekeraar worden vergoed. De hoogte van deze bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de Nibud-normen.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand betrekken wij ook de mogelijke tegemoetkoming via de Belastingdienst.
Als op u als nabestaande een beroep wordt gedaan omdat de noodzakelijke kosten van een uitvaart niet uit de nalatenschap kunnen worden voldaan, dan kunt u voor uw aandeel in de kosten bijzondere bijstand aanvragen.
Bij de beoordeling van deze aanvraag wordt uw volledige vermogen in beschouwing genomen. Maar we kijken eerst of er naast een mogelijke nalatenschap sprake is van een andere voorziening waaruit de kosten kunnen worden voldaan, zoals:
De Wet op de lijkbezorging is geen voorliggende voorziening, omdat een beroep op deze wet in het algemeen pas mogelijk is als er geen nabestaanden zijn die de uitvaartkosten kunnen voldoen.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand hanteren wij de Nibud prijzengids, waarbij we uitgegaan van een sobere uitvaart en de volgende onderdelen kunnen vergoeden: - akte van overlijden- basistarief uitvaartverzorger
Artikel 14. Kosten beschermingsbewind, mentorschap en curatele en budgetbeheer
U heeft recht op bijzondere bijstand op basis van de beschikking van de kantonrechter.
Als sprake is van bewindvoering in het kader van de Wsnp wordt hierin geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit, omdat de Wsnp is opgenomen in de Faillissementswet; deze voorziet al in het al dan niet toekennen van het salaris van de Wsnp-bewindvoerder.
Het 2e lid gaat over de situatie dat u wegens problematische schulden bijstand vraagt in de kosten van bewindvoering, maar dat u nog niet bekend bent bij onze gemeentelijke schuldhulpverlening. In die situatie kunnen wij u verplichten voor het aanpakken van uw schulden hulp te zoeken bij onze gemeentelijk schuldhulpverlener.
Het 3e lid gaat over de kosten voor de bankrekeningen. Bij beschermingsbewind worden voor de belanghebbende twee rekeningen geopend: een beheerrekening en een leefgeldrekening.
Voor de maandelijkse kosten van de leefgeldrekening wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Deze bankkosten gelden namelijk niet als bijzondere omstandigheden, maar moeten uit de reguliere norm betaald worden. Iedereen heeft immers een bankrekening nodig.
De maandelijkse kosten van de beheerrekening, die de bank rechtstreeks bij de u in rekening brengt, kunnen wél volledig worden vergoed via de bijzondere bijstand. Deze rekening is verplicht bij de start van een beschermingsbewind en is dus een bijzondere omstandigheid. De kosten voor het openen en aanhouden van de beheerrekening hangen rechtstreeks samen met de beschermingsbewindpositie.
Daarnaast rekent de bank extra kosten voor de beheerrekening, die bij de bewindvoerder terechtkomen. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor het aanhouden van uw rekening en het koppelen daarvan aan de rekening van de bewindvoerder. De bewindvoerder mag deze kosten tot een vastgesteld forfaitair (vast) bedrag doorbelasten aan de belanghebbende. Dit bedrag komt wél voor bijstandsverlening in aanmerking. Het bedrag wordt vastgesteld door het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM. Daarbovenop mag geen BTW worden doorbelast.
Overschrijden de werkelijke kosten dit forfaitaire bedrag? Dan zijn die voor rekening van de bewindvoerder. De forfaitaire jaarbeloning dekt namelijk ook onkosten van de bewindvoerder, waaronder bankkosten.
Artikel 15. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffiekosten
U dient altijd een kopie van de factuur van de advocaat in te leveren. Het aanleveren van een betalingsbewijs voor griffiekosten wordt is soms lastig. U kunt de kosten dan aantonen door de brief met het betalingsverzoek én het bankafschrift waaruit de betaling blijkt in te leveren.
Artikel 16. Indirecte schoolkosten voor kinderen
Vanuit het gemeentelijk armoedebeleid is er ondersteuning voor kinderen. Via de Stichting Leergeld zijn indirecte schoolkosten zoals fiets, computer en schooltas geregeld.
Daarnaast is soms een reiskostenvergoeding nodig, als kinderen niet met de fiets naar school kunnen.
kan bijzondere bijstand voor verhuiskosten worden verstrekt.
Voor deze kosten bestaan geen Nibud-normen. De bijstand wordt daarom vastgesteld aan de hand van door u ingeleverde offertes en redelijke bedragen. Als het Nibud deze kosten toch in de Prijzengids opneemt, worden die bedragen gehanteerd.
Er hoeft niet perse een verhuisbedrijf ingeschakeld te worden. De kosten van het zelf huren van een busje of een oplossing binnen het eigen netwerk kunnen ook volstaan.
Alleen de kosten die samenhangen met het vertrek uit de woning en de verhuizing zelf, komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Als vanuit de Wmo in deze kosten kan worden voorzien, is dat een voorliggende voorziening. Een vergoeding voor inrichtings- of andere kosten die gemaakt moeten worden in de nieuwe woning, kunt u aanvragen in de nieuwe gemeente.
Voor reiskosten wordt in principe geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit, omdat deze kosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Dit zijn kosten, waar iedereen in het leven van alledag mee te maken heeft.
Er kunnen zich echter bijzondere situaties voordoen. Het gaat dan om:
Als de reisafstand te ver is en de kosten te hoog zijn om uit uw inkomen te betalen, dan kan bijzondere bijstand aan de orde zijn.
Hoe vaak wij bezoeken vergoeden blijft altijd arbitrair, zeker daar waar het gaat om het bezoek aan een ernstig ziek familielid. De genoemde frequentie is uitgangspunt, maar is mede afhankelijk van de ernst van de ziekte alsook van de relatie tussen u en de patiënt.
Bij de vergoeding van de reiskosten gaan wij uit van de goedkoopste reismogelijkheid binnen het openbaar vervoer. Dit, tenzij het goedkoper en efficiënter is om met eigen vervoer te reizen. Dan geldt een kilometervergoeding ter hoogte van de belastingvrije vergoeding eigen vervoer die de Belastingdienst hanteert.
Bij een bezoekregeling kan ook vastgelegd worden dat het kind op kosten van de andere ouder bij u op bezoek komt, op zijn minst om en om, zodat geen of minder reiskosten hoeven worden gemaakt.
Lid 4: de noodzaak van de medische behandeling blijkt uit de vergoeding van de zorgverzekeraar. Dit kan aan uzelf zijn (volledig of gedeeltelijk), of rechtstreeks aan het ziekenhuis of de behandelaar/behandelende instelling. Als alleen een vergoeding vanuit de aanvullende zorgverzekering aan u zou plaatsvinden, maar u die aanvullende verzekering niet (tijdig) heeft afgesloten, kunnen we toch reiskosten vergoeden.
De eerste € 150,00 aan kosten betaalt u zelf, de kosten daarboven komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Dit bedrag is per kalenderjaar. De kosten (van openbaar vervoer of eigen vervoer) moeten aangetoond worden, bijvoorbeeld door middel van een afsprakenkaart, Ov-kaartjes, tankbonnen en/of afschrijvingen op uw bankrekening.
Als u wordt doorverwezen naar een ziekenhuis in België of Duitsland, omdat de behandeling niet in Nederland kan plaatsvinden of er andere redenen zijn waardoor u enkel in het ziekenhuis in het buitenland behandeld kunt worden, gelden dezelfde voorwaarden als voor reiskosten in Nederland gemaakt.
Artikel 19. Kosten aanhouden woning bij verblijf in inrichting
Als het de verwachting is dat u na tijdelijk verblijf in een inrichting weer terugkeert naar uw woning in onze gemeente, dan is het redelijk dat wij de uitkering voor levensonderhoud ongewijzigd voortzetten. Het is niet wenselijk dat u een achterstand oploopt in de betaling van huur en overige vaste lasten. In eerste instantie hanteren we hierbij een periode van 3 maanden.
Als na 3 maanden duidelijk is dat u uw domicilie niet wenst op te geven en u op korte termijn alsnog terugkeert naar uw huis, wordt de periode van doorbetaling van de algemene bijstand eenmalig met 3 maanden verlengd.
Artikel 20. Geen minimaal bedrag
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Deze beleidsregels vormen geen uitputtende opsomming van de kosten waarvoor bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Ook in kosten die hier niet worden genoemd kan, afhankelijk van de specifieke bijzondere omstandigheden, bijzondere bijstand worden verleend.
Dit artikel regelt dat wanneer dat in specifieke bijzondere situaties ook echt nodig is, wij van deze beleidsregels kunnen afwijken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-147920.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.