Gemeenteblad van Enschede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2026, 146509 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2026, 146509 | beleidsregel |
Beleidsregels voor giften, schadevergoedingen, zoektermijn jongeren, vereenvoudiging aanvraagprocedure en bijstand met terugwerkende kracht 2026.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Wanneer een gift in de vorm van geld het vrijlatingsbedrag zoals genoemd in artikel 31 lid 2 onder m van de wet overstijgt, wordt het meerdere als inkomen gekort op de uitkering, tenzij het meerdere op grond van artikel 31 lid 2 onder s vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Dit bedrag wordt dan vrijgelaten. Als het meerdere niet kan worden vrijgelaten op grond van artikel 31 lid 2 onder s van de wet dan wordt het meerdere verrekend als inkomen in de maand van ontvangst. Voor zover het niet geheel kan worden verrekend in de maand van ontvangst wordt het overige deel aan het vermogen toegerekend.
Artikel 5. Meldingsplicht giften
Zolang het totaalbedrag aan giften onder het bedrag blijft zoals genoemd in artikel 31 lid 2 onder m van de wet, hoeft de belanghebbende de giften niet bij het college te melden. Zodra het totaalbedrag meer is dan het bedrag zoals genoemd in artikel 31 lid 2 onder m van de wet, geldt de inlichtingenplicht van artikel 17 van de wet.
Hoofdstuk 3. Schadevergoedingen
Artikel 6. Materiele schadevergoedingen
Voor zover de materiële schadevergoeding bestaat uit vergoeding van andere materiële schade, niet zijnde verlies van verdienvermogen, kan de vergoeding worden vrijgelaten ter hoogte van de waarde ter vervanging van de materiële schade. Voor het overige deel, of wanneer de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het vervangen van materiële schade, wordt de vergoeding tot het vermogen gerekend.
Hoofdstuk 4. Zoektermijn jongeren
Artikel 9. Behandeling bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn
Hoofdstuk 6. Bijstand met terugwerkende kracht
Artikel 11. Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Het college is van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen voor de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44 lid 5 van de wet als er omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld. In de volgende situaties is bijstand met terugwerkende kracht mogelijk als:
de belanghebbende had onvoldoende zicht op de hoogte van zijn inkomen of vermogen, bijvoorbeeld als gevolg van een flexibel arbeidscontract, een echtscheiding, een erfenis of detentie. De belanghebbende dient zich binnen twee weken te melden nadat een belanghebbende inzicht had kunnen hebben in de financiële situatie.
Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. Indien een belanghebbende in de kosten van levensonderhoud heeft kunnen voorzien door bijvoorbeeld bijdragen van derden, dan geeft dit geen aanleiding om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, M.W. de Graaf
de burgemeester, R.W. Bleker
Op 1 januari 2026 is de Participatiewet (de Wet) gewijzigd door de Participatiewet in balans en door de Verzamelwet SZW 2026. De wijzigingen door de Participatiewet in balans treden gefaseerd in werking. Deze beleidsregel ziet op het invullen van de beleids- en uitvoeringsruimte van het college op een viertal bevoegdheden uit de eerste fase.
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
In de Participatiewet geldt een gift als middel dat vrijgelaten wordt als dat in het individuele geval verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening (artikel 31, tweede lid, onderdeel s). Dit artikel blijft ongewijzigd, maar ingevoegd wordt, dat giften en kostenbesparingen tot een bedrag van € 1.200,- per kalenderjaar in ieder geval niet tot de middelen worden gerekend (artikel 31, tweede lid, onderdeel m). Dit bedrag wordt periodiek aangepast. De wetgever heeft niet beoogd beleidsruimte te bieden om dat bedrag categoriaal te verhogen of te verlagen.
Hoofdstuk 4. Zoektermijn jongeren
Voor alle jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van vier weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van vier weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Voor jongeren vanuit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs geldt een uitzondering. Dat geldt ook voor jongeren met een medische urenbeperking of die behoren tot de doelgroep die in aanmerking komt voor loonkostensubsidie. Zij kunnen direct een aanvraag indienen, en de gemeente moet deze aanvraag direct in behandeling te nemen.
Aan artikel 41 van de Wet, waar de zoektermijn is geregeld, wordt een elfde lid toegevoegd:
‘In afwijking van het vierde lid kan het college de aanvraag voor het verstrijken van de termijn van vier weken in behandeling nemen, indien naar het oordeel van het college de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.’
Het twaalfde lid voegt daaraan toe, dat het college de jongere na de melding dan in de gelegenheid stelt om direct zijn aanvraag in te dienen.
Uitgangspunt blijft, dat zelfredzame jongeren werk zoeken of zich voor een opleiding aanmelden. Daarmee investeren zij in hun toekomst. Maar dat is niet voor alle jongeren een realistisch perspectief. Voor jongeren in kwetsbare omstandigheden wordt met deze wetswijziging de mogelijkheid geboden om de zoektermijn achterwege te laten.
Als een jongeren in een (zorg)traject zit en de jongere wordt dusdanig kwetsbaar geacht, dan draagt de zoektermijn niet bij. Wel kunnen de (arbeids)verplichtingen van toepassing zijn.
Voor scholing of werk is een stabiele woonsituatie belangrijk. Als deze ontbreekt draagt de zoektermijn niet bij. Wel kunnen andere verplichten worden opgelegd, bijvoorbeeld: melden bij T-team, inschrijven op adres e.v.
Bijvoorbeeld een jongere heeft de zorg voor een jong kind, dan wordt scholing of werk als (te) intensief gezien. Wel kan er gekeken worden naar voorbereidingsstappen/verplichting als; kinderopvang, geschikte werkplekken, traject jonge moeders.
Deze jongere heeft andere verplichtingen zoals inburgering, Nederlandse taal leren etc. Arbeid draagt bij aan ontwikkeling van de taal, zodoende dient er wel gekeken te worden naar de mogelijkheden en verplichtingen hierop af te stemmen.
In alle gevallen geldt. Daar waar iets aangetoond kan worden (al dan niet door een betrokken professional), dient dit ook te worden gedaan. Het is dus ook aan de jongere om de situatie aan te geven/de gemeente te voorzien van informatie.
Wanneer de jongeren beschikbaar is voor werk of school. Er spelen geen kwetsbare omstandigheden of directe problematiek welke voor belemmeringen zorgen. De zoektermijn moet bijdragen aan het vinden van werk of school. De zoektermijn helpt jongere zich verder te ontwikkelen.
Hoofdstuk 5. Vereenvoudigde aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure voor algemene bijstand is voor veel inwoners ingewikkeld en wordt als (te) lang ervaren. Vooral bij een korte periode van werk of bij flexibel werk moet de aanvraagprocedure steeds weer opnieuw doorlopen worden en zit men lang in financiële onzekerheid. Door de combinatie van een aantal maatregelen wordt de (behandeling van de) aanvraag sneller en eenvoudiger. Eén van die maatregelen is de vereenvoudigde (of verkorte) aanvraagprocedure, op grond van het nieuwe artikel 43a:
‘1. Indien na het eindigen van de algemene bijstand binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere bijstandsverlening gebruiken, indien dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag.
2. Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende.’
Dit nieuwe artikel geeft gemeenten de ruimte om een inwoner die binnen twaalf maanden opnieuw een bijstandsuitkering aanvraagt via een vereenvoudigde aanvraag op korte termijn weer van een uitkering te voorzien. Van deze ruimte is gebruik gemaakt. Het college benut dan de nog aanwezige gegevens over de eerdere bijstandsperiode en vraagt deze niet opnieuw van de belanghebbende.
Hoofdstuk 6. Bijstand met terugwerkende kracht
Een bijstandsuitkering gaat in op de dag dat het recht ontstaat, maar niet eerder dan de meldingsdatum (art. 44, eerste lid, van de Wet). In de meeste gevallen zal de meldingsdatum daarom de ingangsdatum zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen. Volgens vaste rechtspraak kan dit bij uitzondering wél als er sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat iemand om medische redenen niet in staat was om zich eerder te melden en een aanvraag in te dienen. Omdat deze uitzondering als te beperkt werd ervaren, zijn de mogelijkheden om bijstand met terugwerkende kracht te verstrekken verruimd op grond van artikel 44, vijfde lid:
‘In afwijking van het eerste lid kan het college bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken.’
Met dit nieuwe lid (kan-bepaling) krijgt het college de ruimte om de bijstand in individuele omstandigheden met maximaal drie maanden terugwerkende kracht toe te kennen. Van die ruimte is in deze beleidsregels gebruik gemaakt.
In lijn met de Memorie van Toelichting bij de Wet (Kamerstukken II 2023/24, 36 582, nr. 3, p. 46-47) kunnen twee situaties worden onderscheiden:
De wetgever heeft vooral het oog gehad op situaties waarbij het de belanghebbende niet te verwijten was dat de aanvraag (te) laat is ingediend en waarbij de effecten daarvan (te) ernstig zijn. Door terugwerkende kracht toe te passen, kunnen de nadelige effecten worden beperkt, en kunnen bijvoorbeeld verdere betalingsachterstanden en het oplopen van schulden worden voorkomen.
In het eerste lid worden omstandigheden genoemd die naar het oordeel van het college wijzen op een niet verwijtbare te late melding. Het gaat dan om omstandigheden van persoonlijke aard (niet in staat zijn om, bijv. door ziekenhuisopname of zwaar letsel en onvoldoende ‘doenvermogen’). Het kan ook gaan om omstandigheden van systeemtechnische aard (bijv. eerst een aanvraag voor WW, daarna, na afwijzing, richting bijstand). De bijstand werkt dan terug tot het moment waarop de inwoner in de betreffende omstandigheden is geraakt (maximaal drie maanden, zie ook het tweede lid). Uiteraard moet dan wel vanaf dat eerdere moment voldaan zijn aan de voorwaarden voor de bijstandverlening.
Als niet met terugwerkende kracht bijstand wordt verleend, kunnen de gevolgen voor de inwoner dermate ernstig zijn, dat alleen al om die reden toch terugwerkende kracht wordt toegepast. In dit onderdeel zijn enkele indicatoren genoemd die terugwerkende kracht kunnen rechtvaardigen. Het gaat vooral om precaire actuele financiële omstandigheden (onderdelen 1 en 2), of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen. Een ongeluk komt zelden alleen, vaak is er meer aan de hand dan uitsluitend financiële problematiek, daarom is van belang te benadrukken dat het gaat om indicatoren. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht.
Artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet geeft het college de bevoegdheid om bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. Met dit artikellid in de beleidsregel stelt het college vast wat in normale gevallen de maximale termijn voor terugwerkende kracht zal zijn.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-146509.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.