Verkeersbesluit instellen diverse verkeersmaatregelen Prins Bernhardlaan in Haarlem

Nr. 2025/589570

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

 

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

 

Overwegende:

dat de Prins Bernhardlaan gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Prins Bernhardlaan in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Prins Bernhardlaan een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan de afdelingsmanager Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager bereikbaarheid;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem op 25 april 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld in de Beleidsnotitie Afweging 30km/u;

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Prins Bernhardlaan gecategoriseerd is als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom waarop een maximumsnelheid van 50 km/u geldt;

dat de verkeersfunctie op een gebiedsontsluitingsweg prevaleert boven de verblijfsfunctie;

dat de Prins Bernhardlaan na circa 60 jaar toe is aan groot onderhoud en in de huidige situatie een 2x2‑inrichting heeft die uitnodigt tot hard rijden;

dat de Prins Bernhardlaan daarom heringericht wordt, zodat de weg past bij het huidige en toekomstige gebruik, afgestemd is op de huidige wet- en regelgeving, aansluit op het Duurzaam Veilig principe en passend is binnen het huidige beleid van de gemeente Haarlem;

dat gelet op bovenstaande de rijbanen van de Prins Bernhardlaan teruggebracht worden naar een 2x1-inrichting, die passend is bij het karakter van een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u;

dat de Prins Bernhardlaan een belangrijke doorgaande route is voor de stad Haarlem, mede vanwege het intensieve busverkeer;

dat de herinrichting plaatsvindt vanaf de kruising met de Amsterdamsevaart tot aan de kruising met de Zomervaart en het zuidelijke deel van de Prins Bernhardlaan ongewijzigd blijft;

dat in het kader van participatie er diverse bijeenkomsten met belanghebbenden zijn georganiseerd en reacties zijn meegenomen in het ontwerp;

dat de Zomervaart aansluit op de Prins Bernhardlaan door middel van een voorrangsregeling, waarbij het verkeer komende vanaf de Zomervaart voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de Prins Bernhardlaan;

dat de Leonard Springerlaan aansluit op de Prins Bernhardlaan door middel van een VRI-regeling;

dat beide kruisingen worden vormgegeven door een LARGAS-inrichting, waarmee de linksafmogelijkheid vanaf de Prins Bernhardlaan op beide kruisingen vervangen wordt;

dat alleen op de Leonard Springerlaan ter hoogte van de kruising met de Prins Bernhardlaan de VRI-regeling behouden blijft, zodat de oversteek van voetgangers en fietsers geregeld is;

dat met bovenstaande inrichting de conflictpunten verminderd worden en de snelheid verlaagd is, waardoor de kruisingen verkeersveiliger worden;

dat de rijbanen op de kruisingen, tussen de Leonard Springerlaan en de Amsterdamsevaart, terug worden gebracht van twee rijstroken naar één rijstrook;

dat hierdoor ruimte ontstaat om te vergroenen en fietsers meer ruimte te bieden door middel van fietspaden in twee richtingen;

dat fietsers hierdoor minder hoeven over te steken en bij oversteekplaatsen de oversteeklengte verkort is, waardoor het oversteken sneller en veiliger plaatsvindt;

dat er op de kruising Prins Bernhardlaan-Amsterdamsevaart rijstroken verdwijnen;

dat aan de westzijde van de Prins Bernhardlaan, tussen de Amsterdamsevaart en de Doctor Schaepmanstraat, een nieuw tweerichtingenfietspad wordt aangelegd;

dat de bestaande fietsstraat langs de Amsterdamsevaart wordt doorgetrokken tot de Prins Bernhardlaan ter hoogte van de noordoostelijke kruising met de ventweg;

dat bromfietsers een hogere snelheid hebben dan fietsers, waardoor het gebruik van het fietspad ter hoogte van de Berlagelaan conflicten en gevaarlijke situaties kan veroorzaken;

dat bromfietsers sinds de invoering van de kenteken- en rijbewijsplicht binnen de bebouwde kom op de rijbaan dienen te rijden, tenzij zij daarvoor op wegvakken terechtkomen waar zij vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid niet thuishoren;

dat op de Prins Bernhardlaan bromfietsers over de rijbaan kunnen gaan;

dat het weren van bromfietsers van het fietspad de verkeersveiligheid en doorstroming van fietsverkeer bevordert;

dat bromfietsers, gelet op de nieuwe aansluiting van de fietsstraat op het fietspad, beter daar de rijbaan kunnen verlaten en de route via de fietsstraat kunnen vervolgen;

dat naast de versmalling van de rijbanen over de Prins Bernhardlaan, tussen de Leonard Springerlaan en de Amsterdamsevaart, de bestaande tweerichtingsfietspaden worden verbreed om fietsverkeer in twee richtingen toe te staan, en dat brede eenrichtingsfietspaden toegankelijk worden voor fietsverkeer in twee richtingen;

dat langs de Prins Bernhardlaan, tussen de Jac. van Looystraat en het Van Zeggelenplein, het fietspad verbreed moet worden om fietsverkeer in twee richtingen toe te staan;

dat de fietsoversteek over de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de kruising met de Doctor Schaepmanstraat, wordt opgeheven, omdat fietsers via de Amsterdamsevaart een verkeerslichtgeregelde oversteek kunnen nemen;

dat op de kruising Van Zeggelenplein–Prinses Beatrixplein–Prins Bernhardlaan de voorsorteervakken worden heringericht, waarbij het opstelvak voor rechtsaf niet wordt gecombineerd met de richting rechtdoor, zodat conflicten met fietsers in twee richtingen worden voorkomen;

dat ten noorden van het Van Zeggelenplein aan de westkant van de Prins Bernhardlaan er parkeervakken langs opstelstroken worden verwijderd om conflicten tussen stilstaand en rijdend verkeer en zichtbelemmering te voorkomen;

dat het parkeren langs een gebiedsontsluitingsweg niet past binnen een Duurzaam Veilig-inrichting;

dat de rijbanen van de Prins Bernhardlaan voor de herinrichting zodanig breed waren dat parkeren op de rijbaan feitelijk mogelijk was;

dat ter voorkoming van het parkeren op de rijbaan en op basis van het RVV van 1966 destijds een parkeerverbod op de Prins Bernhardlaan is ingesteld;

dat door de versmalling van de rijbaan tot één rijstrook parkeren op de rijbaan fysiek onmogelijk is en bovendien de doorgang direct zou belemmeren;

dat het RVV van 1966 tevens is komen te vervallen met de invoering van het RVV van 1990 en daarmee de regeling op het parkeerverbod is komen te vervallen;

dat sinds de invoering van het parkeerverbod er nauwelijks een voertuig op de Prins Bernhardlaan geparkeerd staat en handhaving op deze borden overbodig is;

dat gelet op de uitvoeringsvoorschriften van het BABW in paragraaf 1 onder lid 2 vermeld staat dat verkeersborden achterwege blijven indien het gewenste gedrag voortvloeit uit de weginrichting;

dat gelet op bovenstaande het parkeerverbod voor de Prins Bernhardlaan kan worden ingetrokken;

dat ten oosten van de kruising met de Prins Bernhardlaan op de Amsterdamsevaart, een geslotenverklaring voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen geldt;

dat het verkeer hierop wordt geattendeerd op de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de kruising met de Doctor Schaepmanstraat;

dat deze geslotenverklaring uitsluitend van toepassing is op het oostelijke gedeelte van de Amsterdamsevaart, vanaf de kruising met de Prins Bernhardlaan;

dat in de huidige situatie tevens op de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de kruising met de Doctor Schaepmanstraat richting de kruising met de Amsterdamsevaart, deze geslotenverklaring geldt;

dat het westelijke gedeelte van de Amsterdamsevaart, vanaf de kruising met de Prins Bernhardlaan openstaat voor de genoemde verkeersdeelnemers, en daarmee de geslotenverklaring op de Prins Bernhardlaan kan worden ingetrokken;

dat met bovengenoemde verkeersmaatregelen de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de Prins Bernhardlaan gewaarborgd blijft;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de borden B6, C9, C14, C15, D2, D5r, D6, E1, G11, G12, G12a en L3b van bijlage 1 van het RVV 1990 alsmede het aanbrengen van een fietsstrook zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, LIJNBUS markering met doorgetrokken streep zoals bedoeld in artikel 81 van het RVV 1990 en blokmarkering zoals bedoeld in artikel 23 lid 1 onder e van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 15 lid 1 van de WVW 1994 voor de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat ofwel wijzigt een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 15 lid 2 van de WVW 1994 voor maatregelen op of aan de weg die tot wijziging van de inrichting van de weg leiden of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer een verkeersbesluit is vereist, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

dat gelet op artikel 1 van het RVV 1990 onder een busstrook verstaan wordt een door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord “LIJNBUS” is aangebracht;

dat gelet op artikel 56 van het RVV 1990 binnen de bebouwde kom bestuurders aan bestuurders van een autobus de gelegenheid moeten geven van een bushalte weg te rijden, wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken van zijn richtingaanwijzer zijn voornemen van weg te rijden kenbaar maakt;

dat gelet op artikel 23 onder f van het RVV 1990 een bestuurder zijn voertuig niet mag laten stilstaan op de rijbaan langs een busstrook;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met het uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

 

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

  • door middel van het verwijderen van het bord C9 van bijlage 1 van het RVV 1990 de geslotenverklaring voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen in te trekken op de oostelijke rijbaan van de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van het kruispunt met Amsterdamsevaart en de Doctor Schaepmanstraat;

  • door middel van het verwijderen van het bord C15 van bijlage 1 van het RVV 1990 de geslotenverklaring voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen in te trekken op de oostelijke rijbaan van de Prins Bernhardlaan ter hoogte van de Berlagelaan;

  • door middel van het verwijderen van twee borden D2 van bijlage 1 van het RVV 1990 het gebod in te trekken voor bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft, op de Prins Bernhardlaan ter hoogte van het kruispunt met de Leonard Springerlaan;

  • door middel van het verwijderen van borden E1 van bijlage 1 van het RVV 1990, de parkeerverboden in te trekken op de Prins Bernhardlaan, in beide richtingen, ter hoogte van de kruising met de Leonard Springerlaan, ter hoogte van de kruising met de Jac. van Looystraat, ter hoogte van de kruising met het Van Zeggelenplein en het Prinses Beatrixplein en ter hoogte van de kruising met de Doctor Schaepmanstraat;

  • door middel van het verwijderen van de verkeersregelinstallatie vervalt de regeling van het verkeer door middel van driekleurige verkeerslichten als bedoeld in artikel 68 van het RVV 1990 en wordt voortaan de voorrang geregeld door middel van voorrangsborden zoals bedoeld in artikel 12 van het BABW op de kruising Leonard Springerlaan-Prins Bernhardlaan;

  • door middel van het verwijderen van het bord G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 het verplichte fietspad in enkele richting in te trekken bij de Doctor Schaepmanstraat tegenover de Amsterdamsevaart;

  • door middel van het verwijderen van de borden G12a van bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen van de borden G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 het verplichte (brom-)fietspad in te trekken en een verplicht fietspad in te stellen, tussen Berlagelaan en de ventweg van de Amsterdamsevaart;

  • door middel van het plaatsen van borden B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 een voorrangsregeling in te stellen op de fietsoversteekplaats over de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van het Teunisbloempad;

  • door middel van het aanbrengen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 een voorrangsregeling in te stellen op de fietsoversteekplaats over de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de Leonard Springerlaan;

  • door middel van het plaatsen van borden B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het aanbrengen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 tussen de rijbanen van de Prins Bernhardlaan, een voorrangsregeling in te stellen ter hoogte van de middengeleiders nabij de kruising met de Jac. van Looystraat;

  • door middel van het aanbrengen van haaientanden zoals bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 een voorrangsregeling in te stellen op de fietsoversteekplaats nabij het oostelijke fietspad langs de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de kruising met de Jac. van Looystraat;

  • door middel van het plaatsen van bord C14 van bijlage 1 van het RVV 1990 een geslotenverklaring voor fietsers in te stellen op de rijbaan van de Doctor Schaepmanstraat, ter hoogte van het verplichte fietspad en voorafgaand aan het kruispunt met de Prins Bernhardlaan;

  • door middel van het plaatsen van bord C14 van bijlage 1 van het RVV 1990 een geslotenverklaring voor fietsers in te stellen op de Amsterdamsevaart, voorafgaand aan het kruispunt met de Prins Bernhardlaan en de Doctor Schaepmanstraat;

  • door middel van het plaatsen van het bord D2 van bijlage 1 van het RVV 1990 een gebod in te stellen voor bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft op de kruising Berlagelaan-Prins Bernhardlaan;

  • door middel van het plaatsen van de borden D6r en D6l van bijlage 1 van het RVV 1990, een verplichte rijrichting rechtdoor of rechtsaf of linksaf in te stellen op het verplichte fietspad, ter hoogte van de kruising Prins Bernhardlaan-Doctor Schaepmanstraat;

  • door middel van het plaatsen van het bord D5r van bijlage 1 van het RVV 1990 een gebod in te stellen voor het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven, op de kruising Minaretstraat-Prins Bernhardlaan;

  • door middel van het aanbrengen van blokmarkering zoals bedoeld in artikel 23 lid 1 onder e de bushaltes te verlengen over de Prins Bernhardlaan, tussen de Leonard Springerlaan en de Amsterdamsevaart;

  • door middel van het plaatsen van het bord G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verplicht fietspad in te stellen op het oostelijke fietspad langs de Prins Bernhardlaan, ter hoogte van de kruising met de Jac. van Looystraat;

  • door middel van het plaatsen van de borden G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het aanbrengen van onderbroken middenasmarkering, een verplicht tweerichtingenfietspad in te stellen, aan de westzijde van de Prins Bernhardlaan, tussen de Amsterdamsevaart en de Jac. van Looystraat;

  • door middel van het plaatsen van de borden G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het aanbrengen van onderbroken middenasmarkering, een verplicht fietspad in te stellen voor tweerichtingen, aan de oostzijde van de Prins Bernhardlaan, tussen de Amsterdamsevaart en de Berlagelaan;

  • door middel van het plaatsen van het bord G12 van bijlage 1 van het RVV 1990 het einde van het verplichte fietspad in te stellen op de Amsterdamsevaart ter hoogte van de aansluiting met het verplichte fietspad;

  • door middel van het plaatsen van het bord G12 van bijlage 1 van het RVV 1990 het einde van het verplichte fietspad in te stellen op de Petronella Moensstraat ter hoogte van de aansluiting op het verplichte fietspad;

  • door middel van het aanbrengen van het verkeersteken “fietsstrook” door een doorgetrokken streep gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 een fietsstrook in te stellen op het Van Zeggelenplein nabij de kruising met de Prins Bernhardlaan;

  • door middel van het plaatsen van bord L3b van bijlage 1 van het RVV 1990, in combinatie met de markering LIJNBUS zoals bedoeld in artikel 81 van het RVV 1990 en zwart-witte geblokte markering, een bushalte met een doorgetrokken streep in te stellen, langs de westelijke rijbaan van de Prins Bernhardlaan ter hoogte van perceelnummers 58-68;

  • een en ander overeenkomstig in de bijgevoegde situatieschetsen.

 

 

Aldus vastgesteld op 17 maart 2026 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Hellen Jennissen

Teammanager Bereikbaarheid, Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven