Gemeenteblad van Bloemendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bloemendaal | Gemeenteblad 2026, 144969 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bloemendaal | Gemeenteblad 2026, 144969 | beleidsregel |
Protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen Bloemendaal 2026
De integriteit van het openbaar bestuur is verankerd in wetgeving en in de door de gemeenteraad vastgestelde gedragscodes. Regels en beginselen die integer gedrag van politieke ambtsdragers borgen liggen daarmee vast en geven richting. Politieke ambtsdragers dragen zowel collectief als individueel verantwoordelijkheid voor de integriteit van het bestuur. Toch kan het gebeuren dat een politieke ambtsdrager gedrag vertoont dat bij anderen vragen oproept over de integriteit van dat gedrag. Op dat moment kan er sprake zijn van een vermoeden van een integriteitsschending.
Vertrekpunt van dit protocol is dat politieke ambtsdragers elkaar aanspreken en aanspreekbaar zijn op voorgenomen of getoond gedrag wanneer over dat gedrag vragen of twijfels bestaan. Het maakt daarbij niet uit of het nu gaat om het eigen gedrag of dat van een ander. Zo’n aan-spreekbare en open houding draagt eraan bij dat makkelijker het gesprek kan worden aangegaan over integriteitskwesties. Waar dit mogelijk is, verdient het aanbeveling om dat gesprek ook daadwerkelijk met elkaar aan te gaan. Een reden om niet direct in gesprek te gaan kan zijn dat de onderlinge verhoudingen van dien aard zijn dat aanspreken niet in de rede ligt.
Dit protocol, dat als bijlage is opgenomen bij de gedragscode van de raad, beschrijft hoe te kunnen handelen bij een vermoedelijke integriteitsschending van een politiek ambtsdrager. Het benadrukt het belang van zorgvuldigheid en onpartijdigheid. In de gevallen waarin het tot een onderzoek komt staat waarheidsvinding centraal. Individuele of partijpolitieke opvattingen zijn daaraan ondergeschikt. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan een proces dat zich kenmerkt als procedureel rechtvaardig.
Werkingssfeer van dit protocol
Iedereen die in een relatie staat tot de gemeente Bloemendaal kan twijfel hebben over het waargenomen gedrag van een politieke ambtsdrager. Of het nu gaat om inwoners, ondernemers, ambtenaren en andere mede-werkers, leveranciers of politieke ambtsdragers, elk van hen kan twijfel over een schending bespreken met de burgemeester, de gemeentesecretaris of de griffier. Het melden van een vermoeden van een integriteitsschending gebeurt bij de burgemeester. Indien het vermoeden betrekking heeft op de burgemeester kan de melder terecht bij de commissaris van de Koning.
Het protocol wordt niet toegepast bij vermoedens van integriteitsschendingen door functionarissen die in een arbeidsverhouding staan tot de gemeente Bloemendaal, zoals de gemeentesecretaris en de griffier.
Integriteitsmeldingen die zijn ingediend vóór inwerkingtredingsdatum van dit protocol – en nog in behandeling zijn – worden afgehandeld op basis van dit protocol.
In dit protocol wordt verstaan onder:
Een signaal: een waarneming van een persoon ten aanzien van een bepaalde situatie. Het kan daarbij gaan over twijfel over het eigen handelen of het handelen van een ander.
Een melding: een signaal over een vermoedelijke integriteitsschending, met als doel het signaal in behandeling te nemen.
De melder: degene die een melding doet.
De beschuldigde: de zittende politieke ambtsdrager die niet-integer gedrag wordt verweten.
Betrokkenen: personen die kennis hebben van de vermoedelijke integriteitsschending of die uit hoofde van hun functie een rol spelen bij de opvolging van een melding.
De politieke ambtsdrager: raadsleden, leden van raadcommissies en wethouders.
De integriteitscoördinator: de ambtelijke functionaris die belast is met het coördineren en het actualiseren van het integriteitsbeleid en het bieden van procesondersteuning bij integriteitssignalen en -meldingen.
Een integriteitsschending: een gedraging van een politieke ambtsdrager die in strijd is met het handelen als ‘goed bestuurder’ of ‘goed volksvertegenwoordiger’. Het kan gaan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met ongeschreven of geschreven regels, waaronder de gedragscodes van de gemeente Bloemendaal.
Bij het hanteren van dit protocol gelden de volgende beginselen en uitgangspunten.
Beginsel: proportionaliteit, zo groot als nodig, zo klein als mogelijk
Een melding van een mogelijke integriteitsschending is ingrijpend voor alle betrokkenen: voor de melder, voor de beschuldigde maar ook voor de organisatie. De stappen die gezet worden moeten daarom steeds in verhouding staan tot het gemelde gedrag. De stappen zijn zo groot als nodig, maar tevens zo klein als mogelijk.
Beginsel: onpartijdigheid en onafhankelijkheid
Van alle politieke ambtsdragers wordt verwacht dat zij bij de behandeling van een vermeende integriteitsschending het algemeen belang leidend laten zijn en dat zij boven de partijen staan.
Bij de behandeling van een melding zorgen betrokkenen ervoor dat er geen sprake is van verstrengeling van belangen. De betrokken functionarissen handelen onbevooroordeeld, neutraal en autonoom en laten zich niet oneigenlijk beïnvloeden door derden.
Beginsel: zorgvuldigheid en zorgzaamheid
Alle betrokkenen bij een vermeende integriteitsschending hebben recht op een zorgvuldige behandeling ervan. Zorgvuldigheid komt bijvoorbeeld tot uitdrukking door:
Ook zorgzaamheid weegt zwaar bij de behandeling van vermeende integriteitsschendingen. Zorgzaamheid komt tot uiting door oog te hebben voor alle betrokkenen. Melder, beschuldigde maar ook andere betrokkenen hebben in de verschillende fasen van het proces ieder eigen behoeften en mogelijk ook een hulpvraag, of behoefte aan nazorg. Door die behoefte te onderkennen en hier zo goed als mogelijk op in te spelen wordt zorgzaam omgegaan met alle betrokkenen.
Uitgangspunt: regierol voor de burgemeester
Op grond van artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet bevordert de burgemeester de bestuurlijke integriteit van de eigen gemeente. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de burgemeester een belangrijke rol bij de behandeling van vermeende integriteitsschendingen. De burgemeester geeft regie aan het proces dat volgt op een melding.
Uitgangspunt: terughoudendheid bij communicatie
Het is van belang dat alle betrokkenen bij een vermeende integriteitsschending terughoudend zijn met het doen van publieke uitspraken. Voorkomen moet worden dat vermoedens afkomstig uit de media en/of van social media als vaststaande feiten worden gepresenteerd voordat aan waarheidsvinding is gedaan.
De burgemeester draagt zorg voor de interne en externe communicatie over een melding, een onderzoek en de uitkomsten daarvan. De kring van geïnformeerde personen wordt zo klein als mogelijk gehouden.
Uitgangspunt: aangifte is soms een keuze, soms verplicht
Als er in enige fase van de behandeling van de melding een redelijk vermoeden is dat een strafbaar feit is begaan, kan de burgemeester hiervan aangifte doen. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht 1. Tijdens de afhandeling van de aangifte wordt de werking van dit protocol voor de betreffende melding opgeschort.
Uitgangspunt: afwijken van het protocol kan
Dit protocol vormt een basis voor het handelen van functionarissen bij de omgang van een vermoeden van een integriteitsschending. Hoewel het protocol richting geeft, vormt het geen vrijbrief om tijdens het te volgen proces niet zelf te reflecteren op wat nodig is.
Als dat in het belang is van de gemeente of van een of meer van de betrokkenen, kan de burgemeester dan ook besluiten af te wijken van het protocol. De burgemeester is duidelijk over de argumenten daarvoor en legt hierover achteraf verantwoording af aan de gemeenteraad.
Fase 1: Aarzelingen of twijfel over een gedraging bespreken
Wat niet-integer handelen is, is niet altijd volstrekt duidelijk. Het kan zijn dat een politieke ambtsdrager twijfels of vragen heeft over de juistheid van (voorgenomen) handelen van zichzelf of van een ander. Het is verstandig die twijfels en vragen zo vroeg mogelijk te bespreken met anderen.
Bij een vermoeden van een integriteitsschending begaan door een ander, spreekt degene die het vermoeden heeft in beginsel eerst zelf de betreffende politieke ambtsdrager aan. Dit om meer duidelijkheid te krijgen over de kwestie. Door zo’n gesprek kan in sommige gevallen al een gezamenlijke oplossing worden gevonden, zonder dat verdergaande stappen zoals een onderzoek nodig zijn. Wellicht was er sprake van onwetendheid of is er sprake van een misverstand. In deze fase is het belangrijk om open en op een respectvolle wijze het gesprek met elkaar aan te gaan. Dat vergt om (eerste) oordelen achterwege te laten, maar ook om de bereidheid te hebben aangesproken te worden. Afhankelijk van de uitkomst van het hierboven beschreven gesprek kunnen twijfels en vragen over een vermoeden van een integriteitsschending ook met de griffier of de gemeentesecretaris besproken worden. Er kunnen overigens zwaarwegende redenen zijn om het gesprek over een vermoeden niet aan te gaan. Bijvoorbeeld omdat de onderlinge verhoudingen van dien aard zijn dat aanspreken niet in de rede ligt.
De burgemeester kan een externe integriteitsdeskundige raadplegen om te adviseren over integriteitsvraagstukken en die kan dienen als klankbord. Deze deskundige is bijvoorbeeld het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (SIPA). Dit steunpunt is onderdeel van de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP).
Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending wordt gedaan bij de burgemeester. Dit gebeurt vertrouwelijk. Bij meldingen over zowel raadsleden als wethouders ondersteunt de gemeentesecretaris de burgemeester.
Bij een melding over een raadslid kan de griffier als adviseur van dat raadslid optreden. Griffiers zijn aangesteld door de gemeenteraad. Voorkomen moet worden dat de neutrale rol van de griffier ten opzichte van de raad in het gedrang komt. Bij een melding over een wethouder mag deze zich laten bijstaan door een externe adviseur.
De burgemeester kan ook zelf op basis van eigen waarnemingen of externe berichtgeving een vermoeden van een integriteitsschending hebben. De burgemeester kan dan op eigen initiatief melding doen van het vermoeden. Dit doet hij door tussenkomst van de gemeentesecretaris bij zichzelf.
De melding wordt schriftelijk ingediend (per post) en moet over een op redelijke en verifieerbare gronden gebaseerd vermoeden gaan.
Een melding van een mogelijke integriteitsschending bevat in ieder geval:
Als aan deze vereisten niet wordt voldaan, stelt de burgemeester de melder gedurende tien werkdagen in de gelegenheid de melding met de vereiste informatie aan te vullen. Meldingen die na deze periode niet aan de vereisten voldoen, worden door de burgemeester niet in behandeling genomen. De melder wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
In dit protocol wordt ervan uitgegaan dat de melder van een vermeende integriteitsschending zich bekend maakt. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen.
Te zetten stappen na een melding:
Na ontvangst van de melding wordt deze bij wijze van vooronderzoek door de burgemeester beoordeeld. De burgemeester laat zich bij deze beoordeling bijstaan door de gemeentesecretaris of een daartoe aangewezen ambtelijke functionaris. Wanneer de melding zich richt tegen een raadslid wordt tevens de griffier op de hoogte gesteld. Bij de eerste beoordeling van de melding kijkt de burgemeester naar de volgende toetsingscriteria:
Ernst van de zaak: hoe ernstig is het voorval? Hierbij wordt gelet op het feit zelf, de omstandigheden, de (functie van de) persoon op wie de melding betrekking heeft en op eventueel acuut gevaar of de maatschappelijke en/of politieke gevoeligheid. Hoe valt de weging uit tussen de ernst van de zaak en de eventuele gevolgen van een onderzoek? Is het op een andere manier op te lossen om daarmee de schade zoveel mogelijk te beperken?
De beoordeling als hiervoor beschreven kan leiden tot de volgende conclusies:
De melding krijgt geen vervolg, bijvoorbeeld omdat de melding niet over integriteit gaat of er overduidelijk geen sprake is van een norm die geschonden is. De melder krijgt hiervan gemotiveerd bericht. Indien van toepassing wordt de melder doorverwezen naar een ander orgaan. De burgemeester gaat altijd na of er leerpunten uit de melding getrokken kunnen worden.
Het interne onderzoek heeft tot doel om meer informatie in te winnen over de gemelde situatie of om een inschatting te maken van het benodigde vervolg.
De burgemeester voert in ieder geval een gesprek met de melder. De melder wordt gevraagd om een toelichting op de melding te geven en wat de melder beoogt te bereiken met de melding. Er wordt ook een gesprek gevoerd met de politieke ambtsdrager in kwestie. De burgemeester kan besluiten ook met andere betrokkene(n), zoals mogelijke getuigen, in gesprek te gaan.
De burgemeester komt tot een gemotiveerde schriftelijke beoordeling van de melding. Hierbij hanteert de burgemeester ten minste de volgende criteria: aard van het feit; ontvankelijkheid; ernst van de zaak; valideerbaarheid; positie of persoon van de bron; positie of persoon van de ambtsdrager op wie de melding betrekking heeft; waarschijnlijkheid; actualiteit.
De burgemeester informeert de betreffende politieke ambtsdrager en de melder over de conclusie. Bij voorkeur wordt deze conclusie persoonlijk met hen besproken, tenzij er een zwaarwegend belang is één of meer van deze personen niet te informeren. Tevens besluit de burgemeester of het college en de gemeenteraad worden geïnformeerd en zo ja, op welke wijze.
Indien de burgemeester concludeert dat een extern onderzoek niet nodig is en de melder het hier niet mee eens is, kan hij/zij de burgemeester binnen twee weken na ontvangst van de schriftelijke conclusie verzoeken om alsnog een extern onderzoek uit te laten voeren. De burgemeester informeert en hoort zo nodig de gemeenteraad en/of het college over dit verzoek en laat zich adviseren door de griffier of gemeentesecretaris. Gehoord deze functionarissen, neemt de burgemeester een conclusie over het al dan niet instellen van een extern onderzoek.
Als de burgemeester concludeert dat er een extern onderzoek nodig is, formuleert de burgemeester een concept onderzoeksopdracht. De burgemeester bespreekt zo nodig dit concept in een besloten overleg met het college en/of de gemeenteraad.
Het externe onderzoek bestaat uit de volgende stappen:
Tijdens de uitvoering van het onderzoek kunnen zowel personen op ambtelijk en bestuurlijk niveau binnen de gemeente Bloemendaal alsook externe partijen worden benaderd voor een interview. Deze interviews worden door ten minste twee personen gevoerd. Desgewenst kunnen geïnterviewden zich laten bijstaan.
Van de interviews worden gespreksverslagen gemaakt (zakelijk weergegeven). Deze worden ter accordering voorgelegd aan de gesproken personen. De gesprekspartner heeft de mogelijkheid om binnen tien dagen schriftelijk te reageren op feitelijke onjuistheden in het verslag. Als de gesprekspartner accordering weigert, wordt hier melding van gemaakt in het verslag. Desgewenst kan een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gesprekspartner bij het verslag worden gevoegd.
Als uit het rapport blijkt dat geen sprake is van een integriteitsschending worden de personen die al op de hoogte waren van de melding geïnformeerd over de uitkomst van het onderzoek.
Indien de kwestie in de openbaarheid is gekomen, kan de burgemeester een openbare verklaring over de kwestie afgeven.
Als wel sprake is van een vastgestelde integriteitsschending legt de burgemeester in een besloten bijeenkomst zijn bevindingen voor aan de gemeenteraad. In deze bijeenkomst wordt de kwestie besproken en wordt besloten over openbaarmaking van de bevindingen van de burgemeester en/of de uitkomst van het onderzoek.
Ongeacht de uitkomst van de behandeling van een melding is het bieden van nazorg van belang. Zowel voor de betrokkenen als voor de gemeente Bloemendaal. De burgemeester gaat daarom met de melder in gesprek over de afdoening van de melding. De burgemeester evalueert ook met de beschuldigde politieke ambtsdrager het doorlopen proces en maakt zo nodig afspraken voor de toekomst.
Onderdeel van de nazorg is ook het leren van een integriteitsschending. Integriteitskwesties dragen bij aan de vorming van de eigen mores. De burgemeester stimuleert na afronding van een kwestie dat tijd en ruimte wordt genomen om van die kwestie te leren.
Als de burgemeester het vermoeden heeft dat er sprake is geweest van een opzettelijk valse melding, kan de burgemeester een onderzoek instellen naar de melder.
Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan de gemeenteraad over het aantal meldingen en uitgevoerde onderzoeken op het gebied van bestuurlijke integriteit.
Ambtsmisdrijven zijn strafbare feiten die worden gepleegd door een ambtenaar in of met misbruik van zijn ambt. Voorbeelden zijn verduistering van geld of bewijs, omkoping, valsheid in geschrift en het opzettelijk schenden van de geheimhoudingsplicht. Voor ambtenaren die in hun functie van ambtsmisdrijf weten, geldt een aangifteplicht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-144969.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.