Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Nuenen c.a. 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a.;

 

gelet op

  • artikel 35 van de Participatiewet en de artikelen 4.81 en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit vast te stellen de hieronder beschreven:

 

Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Nuenen c.a. 2026

Artikel 1 Begripsomschrijving

  • 1.

    Alle termen in deze regels die hier niet specifiek worden uitgelegd, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze regels bedoelen we met:

    • a.

      De wet: de Participatiewet;

    • b.

      Het college: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Nuenen c.a.;

    • c.

      Minimum inkomen: een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm die geldt voor de inwoner op de datum van de aanvraag;

    • d.

      Klein vermogen: een vermogen dat niet hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 34 van de wet;

    • e.

      CPI: Consumentenprijsindex, een cijfer dat aangeeft hoe de prijzen van goederen en diensten gemiddeld veranderen voor Nederlandse huishoudens;

    • f.

      Schuldsaneringstraject: een schuldsaneringsregeling volgens de Wet schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) of een Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp) volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), waarbij de draagkracht op nihil wordt gesteld.

Artikel 2 Normering en indexering

  • 1.

    De bijzondere bijstand is gelijk aan de hoogte van de noodzakelijke kosten, tenzij in deze beleidsregels anders wordt vermeld.

  • 2.

    Bedragen die niet automatisch worden aangepast, worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de CPI.

Artikel 3 Maatwerk

De onderstaande artikelen dienen als richtlijn voor het toepassen van bijzondere bijstand, maar maatwerk staat voorop.

Artikel 4 Bijzondere noodzakelijke kosten en voorliggende voorziening

  • 1.

    De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van maatwerk. We kiezen altijd voor de goedkoopste passende optie.

  • 2.

    Als iemand via een andere regeling een vergoeding kan krijgen, gaat die regeling voor. Dit heet een voorliggende voorziening.

  • 3.

    Als op grond van de voorliggende voorziening de kosten niet noodzakelijk zijn, dan krijgt de inwoner voor deze kosten ook geen bijzondere bijstand.

Artikel 5 Inkomen

  • 1.

    Het inkomen op het moment van de aanvraag is bepalend voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.

  • 2.

    Bij onregelmatige inkomsten gebruiken we het gemiddelde inkomen van de drie maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag.

Artikel 6 Vermogen

  • 1.

    Het vermogen op de datum van aanvraag is bepalend voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.

  • 2.

    We berekenen het vermogen zoals beschreven in artikel 34 van de wet.

Artikel 7 Indienen aanvraag

  • 1.

    De inwoner kan alleen bijzondere bijstand krijgen als deze in de gemeente Nuenen c.a. woont.

  • 2.

    Aanvragen kunnen gedaan worden via de gemeentelijke website of, op verzoek, via een papieren formulier.

Artikel 8 Terugwerkende kracht

  • 1.

    Bijzondere bijstand moet binnen 3 maanden na het ontstaan van de kosten worden aangevraagd tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.

  • 2.

    Onderstaande kosten worden niet vergoed als de aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend nadat de kosten zijn ontstaan:

    • a.

      Duurzame gebruiksgoederen

    • b.

      Verhuis- en/of inrichtingskosten

    • c.

      Babyuitzet

    • d.

      Tandartskosten

  • 3.

    Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de kosten genoemd in het tweede lid, moet er vooraf overleg zijn met de gemeente en moet sprake zijn van een noodsituatie. Of er sprake is van een noodsituatie is ter beoordeling aan het college.

Artikel 9 Draagkracht

  • 1.

    De inwoner kan op bijzondere bijstand op grond van deze beleidsregels krijgen als deze:

    • a.

      Een inkomen lager dan het minimum inkomen en een klein vermogen heeft, of;

    • b.

      Een inkomen hoger dan het minimum inkomen heeft, maar de noodzakelijke kosten hoger zijn dan de draagkracht.

  • 2.

    Voor medische kosten houden we rekening met 35% van het inkomen boven het minimum inkomen en het volledige vermogen als draagkracht.

  • 3.

    Voor andere kosten houden we rekening met 100% van het inkomen boven het minimum inkomen en met het volledige vermogen boven de vermogensgrens als draagkracht.

  • 4.

    We berekenen de draagkracht voor 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin recht bestaat op bijzondere bijstand. Als het inkomen in deze periode stijgt, berekenen we de draagkracht niet opnieuw.

  • 5.

    Bij periodieke bijzondere bijstand krijgt de aanvrager maximaal 12 maanden bijstand, gebaseerd op de draagkracht zoals berekend in artikel 4.

  • 6.

    Voor inwoners die met pensioen zijn, berekenen we de draagkracht eenmalig voor de rest van hun leven of totdat ze verhuizen naar een andere gemeente. De vermogensgrens blijft gelden.

  • 7.

    Als de inwoner een uitkering voor levensonderhoud ontvangt, stellen we de draagkracht eenmalig vast tot het moment dat de algemene bijstand stopt.

  • 8.

    Bij een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand binnen hetzelfde draagkrachtjaar, gebruiken we de eerder berekende draagkracht.

  • 9.

    Als de inwoner in een schuldsaneringstraject zit, wordt de draagkracht op nihil gesteld.

  • 10.

    Er wordt geen drempelbedrag toegepast als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet.

Artikel 10 Draagkrachtverrekening

  • 1.

    De draagkracht wordt in één keer verrekend met de bijzondere bijstand.

  • 2.

    Als de bijzondere bijstand periodiek wordt verstrekt, wordt de draagkracht verrekend over het aantal maanden dat de bijstand wordt verleend.

Artikel 11 Vorm van bijzondere bijstand

  • 1.

    Bijzondere bijstand wordt als gift verstrekt tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.

  • 2.

    Bijzondere bijstand wordt als renteloze lening of borgtocht verstrekt als:

    • a.

      het gaat om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen;

    • b.

      er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;

    • c.

      er zicht is op een aanzienlijk bedrag dat de aanvrager binnenkort ontvangt en kan gebruiken voor de bijzondere kosten;

    • d.

      dit in de beleidsregels is voorgeschreven.

Artikel 12 Collectieve zorgverzekering

  • 1.

    Via de gemeente kan de inwoner deelnemen aan een collectieve zorgverzekering.

  • 2.

    De collectieve zorgverzekering loopt per kalenderjaar.

  • 3.

    Nieuwe deelnemers die al verzekerd zijn bij VGZ kunnen het hele jaar door toegelaten worden.

  • 4.

    Deelnemers krijgen korting op de premie van de aanvullende zorgverzekering en de gemeente draagt bij in de premie.

Artikel 13 Medische kosten

De Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) bieden adequate voorliggende voorzieningen voor medische kosten. Kosten die onder deze regelingen vallen maar niet volledig worden vergoed, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

Artikel 14 Reiskosten

  • 1.

    Bijzondere bijstand voor reiskosten is mogelijk in de volgende gevallen:

    • a.

      Bezoek aan een partner en/of minderjarige kinderen die langer dan een maand in detentie of een inrichting verblijven en voorheen op hetzelfde adres woonden;

    • b.

      Bezoek aan een minderjarig kind dat uit huis is geplaatst.

  • 2.

    De vergoeding is gebaseerd op de noodzakelijke bezoekfrequentie, vastgesteld door het college.

  • 3.

    De bijzondere bijstand is gelijk aan de kosten van het goedkoopste openbaar vervoer.

  • 4.

    Bij eigen vervoer wordt een bedrag vergoed per kilometer dat gelijk is aan de maximale belastingvrije vergoeding op grond van de Wet op de Loonbelasting 1964.

  • 5.

    Bijzondere bijstand voor reiskosten wordt niet verstrekt als de enkele reisafstand 10 kilometer of minder is.

Artikel 15 Rechtsbijstand en griffierechten

  • 1.

    Eigen bijdragen voor rechtsbijstand en griffierechten worden vergoed als er een toevoeging is op basis van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en als de kosten betrekking hebben op de aanvrager of zijn/haar kinderen onder 18 jaar.

  • 2.

    Zonder toevoeging beoordeelt het college de noodzaak van de procedure en de kosten.

  • 3.

    De noodzakelijke kosten voor de eigen bijdrage worden vastgesteld op basis van de wettelijk verplichte eigen bijdrage, verminderd met een eventuele verlaging via het Juridisch Loket.

Artikel 16 Kosten curatele, mentorschap en bewindvoering

  • 1.

    Inwoners onder curatele, mentorschap of bewindvoering die niet onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) vallen, krijgen bijzondere bijstand voor deze kosten.

  • 2.

    De bijzondere bijstand is gelijk aan de beloning die door de rechtbank is toegewezen.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1 is het minimum inkomen voor het recht op bijzondere bijstand voor kosten van curatele, mentorschap of bewindvoering gelijk aan 100% van de bijstandsnorm die geldt voor de inwoner op de datum van de aanvraag.

  • 4.

    In afwijking van artikel 9 houden we voor de toepassing van dit artikel voor de draagkracht rekening met 100% van het inkomen boven het minimuminkomen als bedoeld in het derde lid.

Artikel 17 Woonkostentoeslag

  • 1.

    Het college kan bijzondere bijstand verstrekken voor hoge woonkosten, om de aanvrager te helpen deze kosten te betalen.

  • 2.

    De bijzondere bijstand wordt verleend na aftrek van de financiële draagkracht.

  • 3.

    Als de huurtoeslag door veranderde omstandigheden niet volledig is, kan een woonkostentoeslag worden toegekend die gelijk is aan de maximale huurtoeslag, verminderd met de reeds ontvangen toeslag en de financiële draagkracht.

  • 4.

    Als de huur hoger is dan de maximumhuurgrens, kan in bijzondere gevallen een woonkostentoeslag worden verleend.

  • 5.

    Bij een huurwoning boven de maximale huurgrens leggen we een verhuisverplichting op.

  • 6.

    De woonkostentoeslag wordt voor maximaal 12 maanden verleend. Dit kan verlengd worden als er goede redenen voor zijn. We toetsen de inzet van de aanvrager om vervangende woonruimte te vinden.

  • 7.

    Bij een eigen woning wordt de woonkostentoeslag als lening verstrekt als het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan het bedrag genoemd in artikel 34, tweede lid van de wet.

  • 8.

    Voor zelfstandigen wordt de woonkostentoeslag eerst als lening verstrekt en later omgezet in een gift als het definitief vastgestelde gemiddelde netto-inkomen per maand over het kalenderjaar lager is dan de in deze beleidsregels genoemde minimum inkomensgrens en ook aan de overige voorwaarden voor bijzondere bijstand wordt voldaan.

  • 9.

    In afwijking van artikel 9 houden we voor de draagkracht rekening met 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm die voor de inwoner geldt.

Artikel 18 Verhuis- en inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen en babyuitzet

  • 1.

    De aanvrager draagt zelf de kosten van verhuizen, inrichting, duurzame gebruiksgoederen en een babyuitzet.

  • 2.

    Bij noodzakelijke kosten door bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand als renteloze lening worden verstrekt.

  • 3.

    Het college bepaalt de hoogte van deze bijzondere bijstand.

  • 4.

    Na 60 maanden kan de resterende schuld worden kwijtgescholden als in deze periode volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan.

Artikel 19 Woninginrichting voor vergunninghouders

  • 1.

    Vergunninghouders die zich voor het eerst in de gemeente Nuenen c.a. vestigen, kunnen bijzondere bijstand krijgen voor woninginrichting.

  • 2.

    De voorzieningen van COA bij tijdelijke huisvesting zijn een voorliggende voorziening.

  • 3.

    De bedragen zijn:

    • a.

      alleenstaande: € 4.249,00;

    • b.

      gehuwden: € 6.708,00;

    • c.

      extra persoon: € 500,00 per persoon.

  • 4.

    De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

  • 5.

    De bijzondere bijstand wordt als renteloze lening verstrekt.

  • 6.

    Na 60 maanden kan de resterende schuld worden kwijtgescholden als in deze periode volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan.

  • 7.

    Kwijtschelding is niet mogelijk bij een opgelegde maatregel wegens schending van de arbeidsverplichting of een boete door schending van de inlichtingenplicht.

Artikel 20 Woonlasten voor personen in een inrichting

  • 1.

    Voor noodzakelijke kosten om een woning aan te houden tijdens een periode van opname in een inrichting, kan maximaal 12 maanden bijzondere bijstand worden verleend als renteloze lening.

  • 2.

    De bijzondere bijstand start vanaf de wijziging van de bijstandsnorm naar die voor personen in een inrichting.

  • 3.

    Bijzondere bijstand kan worden verleend voor huur, de kosten van hypotheek zonder overwaarde, kosten van nutsvoorzieningen, onroerendezaakbelasting en verzekeringen.

Artikel 21 Woonlasten tijdens detentie

  • 1.

    Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt aan personen die hun vrijheid is ontnomen.

  • 2.

    Uitzonderingen kunnen worden gemaakt bij noodsituaties of maatschappelijk belang voor doorbetaling van vaste lasten.

  • 3.

    Bijzondere bijstand tijdens detentie kan maximaal 6 maanden worden verleend voor huur als de detentie langer duurt dan 1 maand.

  • 4.

    Bij de keuze om een boete te voldoen door middel van detentie, wordt geen bijzondere bijstand verleend.

  • 5.

    De bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een renteloze lening.

Artikel 22 Stookkosten en bewassingskosten/slijtage

Bijzondere bijstand wordt verleend voor extra stookkosten en bewassingskosten/slijtage op basis van medische noodzaak. De te vergoeden kosten worden vastgesteld conform de Nibud Prijzengids. Indien de Nibud Prijzengids geen richtlijn biedt, dan worden de kosten vastgesteld conform de Gemeenschappelijke Medische Dienst-lijst (GMD-lijst).

Artikel 23 Dieetkosten

Bijzondere bijstand wordt verleend voor extra dieetkosten, op basis van een advies van een diëtist of een medisch advies. De te vergoeden kosten worden vastgesteld conform de Nibud Prijzengids. Indien de Nibud Prijzengids geen richtlijn biedt dan worden de kosten vastgesteld conform de Gemeenschappelijke Medische Dienst-lijst (GMD-lijst).

Artikel 24 Uitvaartkosten

  • 1.

    Bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt verleend als deze kosten niet of niet helemaal betaald worden door de nalatenschap of een verzekering.

  • 2.

    De bijzondere bijstand wordt als renteloze lening gegeven als een minderjarig kind of partner uit het eigen gezin overlijdt.

  • 3.

    Bijzondere bijstand wordt als gift verleend als iemand anders overlijdt en de erfgenaam onvoldoende middelen heeft.

  • 4.

    Erfgenamen krijgen alleen bijzondere bijstand voor hun aandeel in de kosten.

  • 5.

    Als er vermogen is dat niet direct beschikbaar is, wordt bijzondere bijstand als renteloze lening verstrekt.

  • 6.

    De te vergoeden kosten voor de uitvaart worden vastgesteld volgens de Nibud prijzengids. Indien de Nibud Prijzengids geen richtlijn biedt dan worden de kosten vastgesteld conform de Gemeenschappelijke Medische Dienst-lijst (GMD-lijst).

Artikel 25 Vergoeding kinderopvang bij sociaal-medische indicatie (SMI)

  • 1.

    Bijzondere bijstand wordt verleend voor kosten van kinderopvang als deze op grond van een sociaal-medische reden noodzakelijk zijn.

  • 2.

    Het college bepaalt de hoogte en de duur van de bijzondere bijstand.

  • 3.

    De bijzondere bijstand wordt voor maximaal 1 jaar verleend, waarna opnieuw bekeken wordt of het nog nodig is.

  • 4.

    De bijzondere bijstand dekt de kosten van kinderopvang, rekening houdend met het inkomen en het uurtarief, voor zover dit in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de kinderopvangtoeslag.

  • 5.

    Dit artikel vervalt met ingang van de datum waarop door de gemeente op basis een lokale regeling, niet zijnde bijzondere bijstand, wordt voorzien in een vergoeding voor kosten van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie, doch uiterlijk op 1 januari 2027.

Artikel 26 Leges identiteits- en verblijfsdocumenten

Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor legeskosten van identiteits- en verblijfsdocumenten, naturalisatieverzoeken of gezinshereniging.

Artikel 27 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als "Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Nuenen c.a. 2026".

Artikel 28 Inwerkingtreding en overgangsrecht

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2026.

  • 2.

    De beleidsregels Bijzondere bijstand Nuenen 2019 worden met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken.

  • 3.

    Besluiten die zijn genomen voor de datum waarop deze beleidsregels in werking zijn getreden, blijven in stand tot het moment waarop een nieuw besluit in werking treedt.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het college op 17 maart 2026,

De secretaris, J. Verbruggen

De burgemeester, F. van Genugten

TOELICHTING

Bij de beoordeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand wordt allereerst uitgegaan van eigen kracht en verantwoordelijkheid, netwerk, algemene en collectieve voorzieningen en dan pas naar de individuele voorziening.

 

Afwijking wegens onevenredige gevolgen.

Over het algemeen bevatten gemeentelijke regels een hardheidsclausule. Wanneer het beleidsregels betreft hoeft een hardheidsclausule niet expliciet te worden opgenomen daar deze in artikel 4:84 Awb reeds is opgenomen. Van een beleidsregel mag en moet gelet op artikel 4:84 Awb in bijzondere gevallen worden afgeweken. In dit artikel wordt hierover het volgende bepaald:

  • Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 1 Begrippen

Lid 2 sub c: De voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm houdt in dat er rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm indien deze van toepassing is.

 

Artikel 3 Maatwerk

Het is noodzakelijk dat er wordt gekeken naar wat de belanghebbende nodig heeft om zo iedere inwoner hulp te bieden die hij/zij nodig heeft. Belangrijk is daarom dat er maatwerk wordt geleverd. Onderstaande artikelen zijn richtlijnen om tot oplossingen te komen, maar indien noodzakelijk kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

 

Artikel 4 Bijzonder noodzakelijke kosten en voorliggende voorziening

Als een vergoeding op grond van een voorliggende voorziening mogelijk is en als toereikend wordt beschouwd, dan bestaat geen recht op bijzondere bijstand. Soms is een voorliggende voorziening niet toereikend. Er is dan aanvullende bijzondere bijstand mogelijk, tenzij binnen de voorliggende voorziening een inhoudelijke afweging is gemaakt dat kosten als niet noodzakelijk worden aangemerkt. In dat geval is voor die kosten ook geen bijzondere bijstand mogelijk.

 

Artikel 5 Inkomen

Lid 1: Bij het in aanmerking te nemen inkomen moet rekening worden gehouden met eventuele heffingskortingen wanneer mensen hier wel recht op hebben, maar deze niet hebben aangevraagd. Zelfstandigen dienen het meest recente verzamelinkomen te overleggen.

Lid 2: In artikel 31 lid 2 Participatiewet, waarnaar in dit lid wordt verwezen, staat beschreven wat niet tot de middelen (inkomen en vermogen) van de belanghebbende wordt gerekend, zoals onder andere een vrijwilligersvergoeding, premie ter bevordering van de arbeidsinschakeling en inkomsten van zijn/haar inwonende kinderen.

 

Artikel 6 Vermogen

Voor het bepalen van het vermogen wordt aangesloten bij de wettelijke bepaling. Per 1 januari 2026 is als gevolg van de wijzigingen in de Participatie (in balans) de vermogensboekhouding afgeschaft. Bepalend is de hoogte van het vermogen op het moment van aanvraag.

 

Artikel 7 Indienen aanvraag

Met woonplaats wordt bedoeld zoals het is omschreven in artikel 10, lid 1 van de wet en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 8 Terugwerkende kracht

Lid 1: Het tijdstip waarop de kosten zijn gemaakt wordt niet bepaald door de facturatiedatum, maar door het tijdstip waarop de kosten zijn opgekomen (CRvB 20 november 2012, LJN BY3781).

Lid 2: De meldingsdatum voor deze aanvragen moet liggen voordat de kosten zijn gemaakt. Dit zijn namelijk geen kosten die plotseling komen opzetten. De enkele omstandigheid dat vooraf niet bekend is hoe hoog de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zullen uitvallen, vormt geen beletsel om een aanvraag bijzondere bijstand in te dienen en vormt daarom geen bijzondere omstandigheid die noopt tot bijstandsverlening met terugwerkende kracht (CRvB 1 mei 2013, LJN BZ9177).

 

Artikel 9 Draagkracht

Lid 1, sub b: In deze situaties gaat het om inwoners die een minimuminkomen hebben boven de 120%, maar waarbij na de draagkrachtberekening, zoals in dit artikel is beschreven, zij kosten hebben die de draagkracht te boven gaan.

Lid 2: Onder medische kosten wordt onder andere verstaan de collectieve zorgverzekering, tandartskosten vergunninghouders, stookkosten en bewassingskosten/slijtage en dieetkosten.

Lid 3: Onder niet-medische kosten wordt onder andere verstaan reiskosten, eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierechten, verhuis- en inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen, baby-uitzet, woninginrichting vergunninghouders, woonlasten voor personen in een inrichting of detentie en uitvaartkosten.

Lid 4: Wanneer een draagkrachtperiode is vastgesteld en er is geconstateerd dat er draagkracht is, dient er wel rekening te worden gehouden met een normwijziging bij bijv. jongeren die 21 jaar worden. Zij krijgen dan in één keer hogere norm, waardoor er een nieuwe draagkrachtberekening dient plaats te vinden.

Lid 9: Van deze mensen kunnen we aannemen dat zij geen draagkracht hebben, ook al ligt hun inkomen hoger dan het minimuminkomen van 120%.

Lid 10: Het college heeft op basis van artikel 35 lid 2 van de wet de bevoegdheid om aanvragen bijzondere bijstand die minder bedragen dan een bedrag genoemd in de wet te weigeren. Het college heeft besloten van deze bevoegdheid geen gebruik te maken.

 

Artikel 10 Draagkrachtverrekening

Lid 2: De draagkracht bij periodieke bijzondere bijstand wordt verdeeld over het aantal maanden waarop de bijzondere bijstand betrekking heeft of tot het einde draagkrachtperiode. Bij een nieuwe aanvraag voor eenmalige bijzondere bijstand kan rekening worden gehouden met de nog resterende draagkracht van dat jaar. Dit zorgt ervoor dat er geen situaties ontstaan waarbij er de eerste maanden helemaal niks wordt uitbetaald en de betaling pas na (enkele) maanden kan worden gedaan. Vooral in gevallen dat er beslag ligt op het inkomen is dit een betere oplossing.

 

Artikel 11 Vorm bijzondere bijstand

Lid 2, sub b: Het college bepaalt of er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op basis van de omstandigheden van de situatie.

 

Artikel 12 Collectieve zorgverzekering

Lid 2: Een reeds bij de zorgverzekering, die voor de gemeente de collectiviteit verzorgt, verzekerde kan gedurende het jaar worden toegelaten tot de collectieve zorgverzekering. De collectiviteit zal per de eerste van de volgende maand ingaan. Voor statushouders geldt de ingangsdatum van de uitkering.

 

Artikel 13 Medische kosten

Kosten die onder werkingssfeer van deze regelingen vallen, maar waarvoor geen (volledige) vergoeding wordt gegeven, komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Een aanvullende verzekering wordt ook gezien als een voorliggende voorziening, belanghebbende had namelijk de mogelijkheid om deze te nemen. Een aanvullende verzekering valt ook onder de werkingssfeer van de Zvw.

 

Artikel 14 Reiskosten

Lid 2: De frequentie wordt op basis van noodzaak individueel bepaald.

Lid 4: Het bedrag van de kilometervergoeding bij eigen vervoer is gelijk aan de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers op grond van de Wet op de loonbelasting.

 

Artikel 15 Rechtsbijstand en griffierechten

De Wet op de Rechtsbijstand (Wrb) geldt als een voorliggende voorziening voor de kosten van rechtsbijstand, maar niet voor de eigen bijdrage en de kosten griffierechten.

Lid 2: Op grond van een toevoeging krachtens de Wrb dient in beginsel de noodzaak voor het verlenen van rechtshulp te worden aangenomen. Het is daarbij niet meer van belang waarover geprocedeerd wordt. Indien er geen sprake is van een toevoeging dient de noodzakelijkheid door het college te worden vastgesteld. Er is in ieder geval geen sprake van noodzaak in de volgende situaties:

  • vertaalkosten in strafzaken, omdat advocaten kosteloos gebruik kunnen maken van een tolkencentrum als er een toevoeging is verleend;

  • reiskosten van belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen bij de bestuursrechter. Het is niet noodzakelijk dat belanghebbende in persoon aanwezig is op deze rechtszittingen, daardoor zijn reiskosten ten behoeve van belanghebbende niet noodzakelijk. Dit geldt niet ten aanzien van privaat-, familie- en strafrechtzittingen.

  • Kosten gemaakt in de bezwaarfase anders dan de eigen bijdrage op grond van de Wrb;

  • Advies derden zoals bijv. medisch advies, ingeschakeld door een advocaat.

Lid 3: De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijk gemaakte (meer)kosten. Men krijgt een toevoeging als de Raad voor de Rechtsbijstand de procedure noodzakelijk vindt. Als men eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket, voordat men naar een advocaat gaat, is de hoogte van de eigen bijdrage € 65,00 lager (bedrag op 1 januari 2026). Gaat men niet eerst naar het Juridisch Loket, dan zullen we de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage verlagen met € 65,00. Dit bedrag is gebaseerd op het bedrag vermeld in artikel 2 lid 6 van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand (wijzigingen in het besluit voorbehouden).

 

Indien het verstrekken van een diagnosedocument volgens het Juridisch Loket niet noodzakelijk is, is bovenstaande niet van toepassing.

 

Artikel 16 Kosten curatele, mentorschap en bewindvoering

Als de kosten door de rechter zijn vastgesteld dan betekent dit dat deze kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit de bijzondere individuele omstandigheden van belanghebbende.

Voor de salariskosten van een door de rechtbank benoemde bewindvoerder in het kader van de Wet Schuldsanering natuurlijke Personen (Wsnp) is geen bijzondere bijstand mogelijk. Deze kosten dienen uit de boedel te worden voldaan. Als de boedel geen ruimte biedt voor betaling van het voorschot op salaris, doen de kosten zich niet voor en zijn deze, indien deze zijn voldaan, zonder noodzaak betaald (CRvB 29 maart 2011, LJN BP9870).

Lid 3: Het volledige inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt als draagkracht en wordt in mindering gebracht op de berekende toeslag.

 

Artikel 17 Woonkostentoeslag

Lid 1: Dit lid is ook van toepassing wanneer belanghebbende een huurwoning krijgt toegewezen in een gebroken maand. Hij/zij heeft dan pas recht op huurtoeslag op de eerste van de volgende maand. Vb.: wanneer de woning wordt betrokken op 15 september bestaat er pas recht op huurtoeslag vanaf 1 oktober. Over de periode van 15 september tot en met 30 september bestaat recht op woonkostentoeslag ter hoogte van de huurtoeslag. Dit geldt ook voor statushouders.

Lid 2: Aan belanghebbende is de verplichting verbonden dat hij/zij alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te verkrijgen die passend is bij de eigen financiële omstandigheid.

Lid 3: Het volledige inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt als draagkracht en wordt in mindering gebracht op de berekende toeslag.

 

Woonkostentoeslag huurwoning

Volgens vaste rechtspraak moet de Wet op de huurtoeslag (Wht) met betrekking tot de woonkosten als een aan de bijstand voorliggende, passende en toereikend te achten voorziening worden beschouwd (CRvB 13 september 2011, LJN BT1740). Dit betreft ook de situatie dat geen huurtoeslag wordt verleend omdat de huur te hoog is.

Slechts wanneer er sprake is van een uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzaak om een huurwoning te bewonen met een te hoge huur kan er tijdelijk een woonkostentoeslag worden verstrekt. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een plotselinge inkomensachteruitgang, de hoogte van de toeslag wordt berekend aan de hand van Wht systematiek. Het meerdere boven de maximale huurgrens wordt geheel in aanmerking genomen bij de bepaling van de hoogte van de toeslag. Stel de huurtoeslaggrens ligt op € 720,00 en de huur is € 800,00, dan wordt de € 80,00 geheel meegenomen in de woonkostentoeslag.

 

Woonkostentoeslag eigen woning

Bij een aanvraag om woonkostentoeslag eigen woning wordt de waarde gebonden in de eigen woning vastgesteld en wordt beoordeeld of tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring aan de orde is. Slechts wanneer sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten kan tijdelijk woonkostentoeslag worden verstrekt.

Bij een eigen woning worden de volgende kosten als woonkosten in aanmerking genomen:

  • de hypotheekrente die verband houdt met de eigen woning;

  • premie opstalverzekering;

  • eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting;

  • erfpachtcanon;

  • rioolrecht en waterschapsbelasting (eigenaarsdeel).

Als het totale in de woning aanwezige vermogen (vrije verkoopwaarde minus hypotheekschuld) hoger is dan het maximaal wettelijk vrij te laten bedrag, dan wordt de woonkostentoeslag verleend als lening.

 

Artikel 18 Verhuis- en inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen en baby-uitzet

Lid 1: Verhuis- en inrichtingskosten gelden als algemene kosten van bestaan, waardoor er in beginsel geen bijzondere bijstand voor mogelijk is. Doorgaans is een verhuizing gepland en te voorzien en wordt men geacht hiervoor te reserveren. Als reservering en een lening ( bij o.a. de Kredietbank) niet mogelijk is dan kan, als er sprake is van bijzondere omstandigheden, bijzondere bijstand worden verleend. Dit geldt hetzelfde voor duurzame gebruiksgoederen en baby-uitzet.

Lid 2: De noodzaak om te verhuizen staat in elk geval vast als er sprake is van een verhuizing in verband met woonkosten die door tijdsverloop dusdanig hoog zijn geworden dat er geen recht op huurtoeslag meer bestaat. Indien er sprake is van een verhuizing ter vervorderen van het langer zelfstandig wonen of om andere medische redenen wordt de Wet maatschappelijke voorziening (Wmo 2005) als een toereikende voorliggende voorziening beschouwd.

De noodzakelijke kosten van inrichting van een woning komen voor bijstandsverlening in aanmerking als belanghebbende behoort tot de doelgroep en feitelijk geen goederen en/of middelen bezit om een woning in te richten. De volgende mensen behoren in ieder geval tot deze doelgroep:

  • personen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en op basis van de taakstelling huisvesting vluchtelingen voor het eerste maal een woning krijgen toegewezen;

  • personen die na vertrek uit een vrouwenopvanghuis opnieuw een eigen woning gaan betrekken;

  • daklozen die opnieuw een woning betrekken;

  • personen die uit een langdurige detentie of (psychiatrische) opname komen en opnieuw een woning betrekken;

  • personen die hun huis hebben vervuild en waarbij de GG&GD een schoonmaakoperatie heeft uitgevoerd;

  • overige personen die op grond van individuele omstandigheden aan bovenstaande personen gelijk kunnen worden gesteld.

Onder duurzame gebruiksgoederen wordt onder andere een wasmachine, koelkast, gasfornuis, ledikant en matras verstaan.

Het college zal ingeval van een aanvraag voor baby-uitzet moeten beoordelen of er zich bijzondere omstandigheden voordoen en of er redenen zijn waardoor belanghebbende niet had kunnen reserveren voor de kosten. Bij bijzondere omstandigheden kan onder andere gedacht worden aan:

  • geboorte van een meerling;

  • een onvrijwillige zwangerschap ten gevolge van een zedenmisdrijf;

  • hogere kosten ten gevolge van medische complicaties.

Lid 3: Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt in beginsel aangesloten bij de Nibud-normen. Het college kan hiervan afwijken als kan worden volstaan met goederen van de kringloopwinkel of marktplaats.

 

Artikel 19 Woninginrichting vergunninghouders

Lid 1: Dit artikel is van toepassing voor vergunninghouders die voor het eerst zelfstandig komen wonen in de gemeente en geen middelen hebben om de inrichtingskosten zelf te betalen. Eerste maand huur en borg en de eerste zorgpremie wordt betaald uit de overbruggingsuitkering (algemene uitkering) die een vergunninghouder ontvangt en valt dus niet onder dit artikel.

Lid 2: Deze bedragen zijn vastgesteld op basis van de Nibud-richtlijnen voor een inventarispakket, echter hebben wij er rekening mee gehouden dat belanghebbende gebruik kan maken van een kringloopwinkel en Marktplaats. Het bedrag is daarop aangepast. Nibud gaat uit van de nieuwprijs. Belanghebbende wordt wel geadviseerd een wasmachine en een koelkast nieuw aan te schaffen in verband met mogelijke besparing van hoge reparatiekosten. Indien belanghebbende er zelf voor kiest om deze goederen tweedehands aan te schaffen, zijn de kosten voor reparatie of vervanging voor belanghebbende zelf.

Lid 2 sub b: Gehuwden heeft betrekking op gehuwden en aan gehuwden gelijkgestelden. Ook heeft het betrekking op bijv. 2 broers of zussen die samen een woning krijgen toegewezen.

Lid 2 sub c: De kosten voor een extra persoon zijn vastgesteld op € 500,00, omdat de kosten van de producten zoals een bank, tafel en stoelen, enz. in het bedrag van sub a dan wel sub b zit. Onder een extra persoon wordt verstaan een kind, maar ook een volwassene die bij het gezin of de alleenstaande komt inwonen.

Lid 6: De renteloze lening wordt volledig afgelost over een periode van maximaal 5 jaar, waarbij de beslagvrije voet wordt gerespecteerd. Indien gedurende deze 60 maanden volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan, dan wordt het resterende deel kwijtgescholden. Bij een verzoek voor beslaglegging op de uitkering, is de gemeente preferent.

 

Artikel 20 Woonlasten voor personen die in een inrichting verblijven

Lid 1: De noodzaak van de kosten wordt aangenomen indien en zolang belanghebbende een bijdrage is verschuldigd op grond van de Wet langdurige zorg.

Lid 2: De werkwijze die de gemeente hanteert is dat de normale algemene bijstand pas wordt omgezet in de norm in een inrichting van artikel 23 van de wet met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand volgend op die waarin belanghebbende in de inrichting is opgenomen. Vanaf dat moment heeft belanghebbende mogelijk recht op bijzondere bijstand voor de vaste lasten.

Vb.: iemand wordt op 15 maart opgenomen, dan wordt de norm per 1 mei gewijzigd.

Lid 3: Abonnementskosten voor tv en telefonie kunnen opgezegd worden en komen dus niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

 

Artikel 21 Woonlasten tijdens detentie

Lid 2: Onder vaste lasten wordt verstaan de huur (plus servicekosten) onder aftrek van de huurtoeslag. Betalingen met betrekking tot tv- en telefoonabonnement e.d. en maandelijkse lasten voor gas, water en licht komen niet in aanmerking, indien belanghebbende deze kosten had kunnen stopzetten of anderszins maatregelen had kunnen nemen, zoals ervoor te reserveren.

Er kan sprake zijn van een noodsituatie wanneer het verlies van de woning leidt tot ernstige consequenties voor de psychische en/of lichamelijke gezondheid van belanghebbende of diens kinderen.

Het verlies van de woning tijdens een kortdurende detentie kan grote maatschappelijke gevolgen met zich meebrengen, wanneer dit het geval is, kan bijzondere bijstand worden verstrekt.

Uiteraard dient te worden onderzocht of belanghebbende over financiële reserves beschikt of had kunnen beschikken om zelf in de kosten te kunnen voorzien. Hieronder wordt ook verstaan het eigen (bescheiden) vermogen.

Lid 3: Wanneer op voorhand (ter beoordeling op het moment van aanvraag) vaststaat dat de detentie langer duurt dan 6 maanden, wordt geen bijzondere bijstand verleend. Bij de beoordeling van de detentieduur wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van strafvermindering wegens goed gedrag of wegens het feit dat belanghebbende probeert een mildere straf te krijgen via beroepsprocedures.

 

Artikel 22 Stookkosten en bewassingskosten/slijtage

Voor de kosten van bewassing en slijtage zijn er geen voorliggende voorzieningen, dus kan er recht op bijzondere bijstand bestaan. Ter voorkoming van extra bewassing bestaat op grond van de Regeling zorgverzekering wel recht op incontinentie-absorptiemiddelen.

De noodzaak voor reinigingskosten wordt aangenomen als belanghebbende wordt behandeld met cignoline, alphosyl, salicyl of teerzalf.

 

Artikel 23 Dieetkosten

Dieetpreparaten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand omdat de zorgverzekering wordt gezien als een voorliggende voorziening.

 

Artikel 24 Uitvaartkosten

Lid 1: Het bedrag dat belanghebbende ontvangt uit een nalatenschap moet eerst in zijn geheel worden ingezet voor deze kosten. Als belanghebbende hieruit of uit een uitvaartverzekering niet of niet volledig de uitvaart kan voldoen, kan bijzondere bijstand worden verstrekt.

Lid 2: Bij het overlijden van een minderjarig kind of een partner uit het eigen gezin wordt de bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van een lening. Van de ouders of partner mag namelijk worden verwacht dat ze voldoende besef van verantwoordelijkheid hebben getoond door een uitvaartverzekering af te sluiten.

Lid 3: Een erfgenaam hoeft zich niet te verzekeren tegen de overlijdenskosten van een ander, bijvoorbeeld van een kind kan je niet verwachten dat hij/zij een uitvaartverzekering heeft afgesloten voor de ouders. De bijzondere bijstand wordt dan om niet verstrekt.

Lid 4: In het geval van meerdere erfgenamen wordt uitsluitend bijzondere bijstand verstrekt voor het deel van de kosten waarvoor belanghebbende verantwoordelijk is. Op persoonlijke titel kan iedere erfgenaam hiervoor bijzondere bijstand aanvragen.

Voorbeeld: een alleenwonende ouder overlijdt en 1 van de 4 kinderen heeft geen middelen om de uitvaartkosten te betalen. De noodzakelijk bevonden uitvaartkosten bedragen 3.000,00. Dit bedrag wordt verdeeld over 4 kinderen, de aanvrager kan dan € 750,00 aan bijzondere bijstand ontvangen.

Lid 6: Voor vaststelling van de noodzakelijke uitvaartkosten gaan we uit van onderstaande richtlijnen. Meerkosten waaronder een grafkelder, grafsteen dan wel kosten die voortvloeien uit een culturele en religieuze achtergrond komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

De kosten die voor de uitvaart als noodzakelijk worden aangemerkt, waarbij wordt uitgegaan van de Nibud prijzengids, zijn:

 

Algemene kosten

  • akte van overlijden;

  • basistarief uitvaartverzorger;

  • rouwkaarten (50 rouwkaarten zonder porto);

  • overbrengen van overledene naar rouwcentrum of woonhuis;

  • laatste verzorging van overledene;

  • kist (spaanplaat, eikenfineer);

  • opbaren in uitvaartcentrum, incl. condoleancebezoek;

  • opbaren thuis, incl. dagelijkse controle en koeling overledene;

  • rouwauto;

  • niet opbaren (enkel verblijf koelruimte uitvaartcentrum).

Begrafeniskosten

  • kosten algemeen graf (10 jaar gedeeld met vreemden), incl. open en sluiten graf (ma/vr);

  • bijzetten in bestaand graf;

  • gebruik aula begraafplaats (45 min);

  • gebruik condoleanceruimte begraafplaats.

Crematiekosten

  • crematorium (crematie, dienst in aula, condoleanceruimte);

  • technische crematie (zonder gebruik faciliteiten);

  • as verstrooien bij crematorium;

  • as bewaren in nis in crematorium (kosten 1 jaar).

Artikel 25 Vergoeding kinderopvang bij een Sociaal medische indicatie (SMI)

Lid 1: Deze kosten worden enkel vergoed voor zover andere voorzieningen geen passende oplossing kunnen bieden.

Lid 2: Als uit de bij de aanvraag verstrekte informatie blijkt dat er sprake is van een sociaal-medische problematiek die kinderopvang noodzakelijk maakt, stelt het college vast dat er een noodzaak is voor kinderopvang en wat de omvang ervan is. Onder omvang van de kinderopvang wordt verstaan het aantal uur/dagdelen per week en de periode dat de opvang noodzakelijk is.

Lid 4: Als de noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie is vastgesteld, komt de ouder in aanmerking voor bijzondere bijstand voor de kosten van de kinderopvang. Bij het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht en de maximaal te vergoeden uurprijs. Bij de berekening van de hoogte van de kinderopvangtoeslag komen kosten boven een maximum uurprijs niet voor vergoeding in aanmerking. Artikel 1.7, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (wkkp) bepaalt dat de uurprijs die bij de hoogte van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking wordt genomen een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag niet te boven gaat. De algemene maatregel van bestuur is het Besluit kinderopvangtoeslag. Het maximum bedrag verschilt per opvangsoort (dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang). Naar analogie hiervan hanteert het college dezelfde maxima.

Lid 5: Met ingang van 1 januari 2027 heeft Nuenen beleid rondom het compenseren van kosten van kinderopvang SMI. Op grond van dit beleid worden deze kosten vergoed voor alle inwoners (ook met een laag inkomen). Per genoemde datum is bijzondere bijstand voor deze kosten daarom niet meer mogelijk en vervalt dit artikel.

 

Artikel 26 Leges identiteits- en verblijfsdocumenten

Deze kosten behoren in het kader van de Participatiewet tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Het gaat om voorzienbare kosten waarvoor de cliënt moet reserveren.

Naar boven