Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Stadskanaal

Gelezen het voorstel Ontwerp ”Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma” aan college van burgemeester en wethouders van nr. Z-25-158235/392403, d.d. 19 januari 2026;

Gelet op:

de aanleiding voor het opstellen van het Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma die is gelegen in het vervangen van het Water- en rioleringsplan 2021-2025;

artikel 3.4 Omgevingswet waarin de bevoegdheid tot opstellen van een Omgevingsprogramma is gelegen bij het college van burgemeester en wethouders;

de beleidsuitwerking van de wettelijke zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater voor de periode 2026-2030;

Besluit:

Artikel I

Het ontwerp "Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma" opgenomen in Bijlage A vast te stellen.

Artikel II

De Gemeente Stadskanaal voor te stellen in te stemmen met in het Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma voorgestelde beleid voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en de uitgangspunten voor het beheer, de programmering en de gevolgen voor de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing;

Het ontwerp  Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma ter inzage te leggen voor een periode van zes weken en van de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het Gemeenteblad en de Kanaalstreek.

Aldus ongewijzigd besloten door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Stadskanaal, d.d. 20 januari 2026

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsprogramma gemeente Stadskanaal, Water- en rioleringsprogramma

1 Context

1.1 Doel van het WRP

afbeelding binnen de regeling

Voorwoord

Voor u ligt het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) 2026-2030 van de gemeente Stadskanaal. Dit programma geeft richting aan hoe wij de komende jaren invulling geven aan onze wettelijke watertaken. We doen dit met oog voor kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid. Want als gemeente zijn wij ons bewust van de verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met de middelen die onze inwoners en bedrijven ons toevertrouwen.

Wij willen dat onze inwoners en ondernemers kunnen rekenen op een veilige, gezonde en leefbare omgeving. Dat betekent dat we inzetten op betrouwbare voorzieningen voor afvalwater,

hemelwater en grondwater, en dat we inspelen op de uitdagingen van klimaatverandering. Daarbij werken we zoveel mogelijk samen met onze partners in de waterketen, zoals het waterschap Hunze en Aa’s. Door kennis en middelen te bundelen, kunnen we efficiënter en slimmer werken.

Met dit WRP zetten we een duidelijke stap richting een toekomstbestendig Stadskanaal, waar welzijn en economische kracht hand in hand gaan.

Goedhart Borgesius Wethouder Gemeente Stadskanaal

afbeelding binnen de regeling

Samenvatting WRP gemeente Stadskanaal

Wet een doelstellingen

Wat doet de gemeente?

Wat kunt u doen?

Wat kost dat?

Afvalwater

Afvalwater

Afvalwater

  • Riolering kost geld. Denk aan de eerste aanleg, maar ook aan het dagelijkse beheer en onderhoud en aan het vervangen van versleten onderdelen.

  • Riolering is er voor ons allemaal en wordt mede mogelijk gemaakt door ons allemaal. Het is een collectieve voorziening die wordt bekostigd vanuit de rioolheffing.

  • Burgers en bedrijven krijgen de rioolheffing opgelegd door de gemeente en dienen deze te betalen. Het is geen abonnement of collecte, maar een verplichte belasting.

  • Als u de rioolheffing niet kunt betalen, kijk dan of u in aanmerking komt voor kwijtschelding.

  • De opbrengst van de rioolheffing wordt alleen gebruikt voor de riolering. Het is wettelijk niet toegestaan er andere zaken mee te bekostigen.

  • De rioolheffing wordt in onze gemeente opgelegd aan de eigenaar van een perceel en aan grootverbruikers van drinkwater.

  • Het tarief in 2025 bedraagt

    €196,- per aansluiting. Voor objecten met uitsluitend een hemelwateraansluiting, zoals garageboxen, geldt een gereduceerd tarief van €24,-.

  • In de planperiode 2026-2031 dient de hoogte van de rioolheffing jaarlijks licht te worden verhoogd, bovenop verhoging met de prijsindexatie (inflatiecorrectie). De gemeenteraad beslist jaarlijks over de hoogte van de rioolheffing.

  • Afvalwater (vuil water) vanuit woningen en bedrijven inzamelen en transporteren naar de zuivering.

  • Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om de volksgezondheid te beschermen.

  • Riolering biedt comfort en voorkomt veel stankoverlast in bebouwd gebied.

  • Het waterschap heeft aansluitend de wettelijke taak voor zuivering van het afvalwater.

  • Het drinkwaterbedrijf zorgt voor de levering van water in huis. Een groot deel hiervan wordt afvalwater.

  • Afvalwater vanuit woningen wordt door de gemeente ingezameld met riolering.

  • lnzamelen van afvalwater vanuit bedrijven is maatwerk.

  • Het rioolstelsel bestaat uit honderden kilometers riolering en vele rioolgemalen. Deze riolering wordt door de gemeente beheerd en onderhouden.

  • Op bepaalde momenten wordt met camera's en andere technieken gekeken naar de staat van de objecten en worden maatregelen genomen om alles op lange termijn in stand te houden.

  • Loos alleen het afvalwater waarvoor de riolering is bedoeld, vanuit toilet, badkamer en keuken, zonder doekjes, verband, vet, olie, verf, zand, cement en dergelijke.

  • Het riool en de pompen raken verstopt als u wel doekjes, verband, olie, vet, zand of cement loost, waardoor storingen optreden en de kosten voor iedereen oplopen.

  • Lees de spelregels van de gemeente als er een verstopping is in de riolering bij uw woning.

Hemelwater

Hemelwater

Hemelwater

  • Hemelwater (regen) inzamelen en verwerken voor zover de eigenaar het niet redelijkerwijs zelf kan hergebruiken of infiltreren in de bodem of lozen op oppervlaktewater. 

  • Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om de bewoonbaarheid te bevorderen. Wateroverlast in bebouwd gebied blijft beperkt.

  • Hemelwater is in principe schoon en hoeft niet te worden gezuiverd.

  • Het waterschap heeft aansluitend de wettelijke taak voor beheer van het oppervlaktewater (kwantiteit en kwaliteit).

  • Hemelwater wordt in veel buurten door de gemeente ingezameld met riolering, wadi’s, goten, kolken en dergelijke voorzieningen.

  • Het is een omvangrijk systeem dat door de gemeente wordt beheerd en onderhouden.

  • De gemeente beoordeelt de staat van de objecten en neemt maatregelen om alles op lange termijn in stand te houden.

  • De klimaatverandering leidt tot zwaardere buien en meer wateroverlast. De gemeente neemt maatregelen in de openbare ruimte om de gevolgen te beperken en vraagt om uw medewerking.

  • Probeer het hemelwater nuttig te gebruiken in uw woning en uw tuin. Een regenton is de eerste stap die u kunt zetten.

  • Kijk of uw perceel geschikt is om het hemelwater na een bui vast te houden in lage delen van uw tuin en te infiltreren in de bodem.

  • Kies voor meer groen in uw tuin en minder verharding. Bij zware buien stroomt het hemelwater anders vanaf uw verharding naar de openbare ruimte en veroorzaakt extra wateroverlast.

  • Als u hemelwater loost vanaf uw perceel, doe dat dan op de manier die de gemeente voorschrijft voor uw buurt of straat.

Grondwater

Grondwater

Grondwater

  • Maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied overwegen om structurele grondwateroverlast te beperken.

  • Deze wettelijke taak voor de gemeente is bedoeld om bewoonbaarheid te bevorderen.

  • Het waterschap en de provincie hebben aansluitende wettelijke taken op het gebied van grondwater.

  • Grondwaterstanden worden door de gemeente gemeten en beoordeeld.

  • Indien nodig neemt de gemeente maatregelen in de openbare ruimte, zoals drainage, en zorgt voor beheer en onderhoud.

  • Zorg voor ventilatie in uw woning om vochtoverlast te voorkomen. Zorg dat uw kelder waterdicht is. Lees de beleidsregels voor vocht- of grondwateroverlast als u last heeft van vocht of grondwater.

  • Zorg bij houten fundering van uw woning dat deze in goede conditie blijft.

afbeelding binnen de regeling

In dit eerste hoofdstuk wordt het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) in de bredere contextgeplaatst. Dit hoofdstuk richt zich op de vraag: Wat is de aard en functie van dit document? Er wordt ingegaan op de doelstelling van het WRP en de relatie tot andere beleidsdocumenten. Daarnaast wordt een terugblik geboden op de voorganger van dit programma: het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2021-2025.

Riolering is een essentieel collectief systeem dat drie hoofdfuncties vervult: het beschermen van de volksgezondheid, het voorkomen van wateroverlast en het tegengaan van milieuvervuiling. Het systeem bestaat uit meer dan alleen buizen; ook rioolgemalen, kolken, goten, drainage, wadi’s, sloten, bergingsvijvers, drukriolering en IBA’s maken deel uit van dit samenhangende geheel. Samen zorgen deze onderdelen voor de inzameling van afvalwater, de verwerking van hemelwater en de regulatie van de grondwaterstand. Dit Water- en Rioleringsprogramma (WRP) gaat over dat brede, integrale systeem.

Gemeenten hebben wettelijke taken op het gebied van waterbeheer. Beleidskeuzes moeten passen binnen de wettelijke kaders. Het gaat om afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast heeft de gemeente taken inzake oppervlaktewater, in aanvulling op de taken van het waterschap. ln het WRP wordt het beleid verwoord dat de gemeente voert om invulling te geven aan genoemde taken.

Het WRP richt zich op een brede doelgroep: bestuurders, beleidsmakers, vakmensen en geïnteresseerde inwoners. De kerninformatie is beknopt geformuleerd, met verdiepende lagen voor wie meer details zoekt.

Het WRP heeft de volgende doelstellingen:

  • Het beleid formuleren voor de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.

  • De samenhang tonen met andere beleidsterreinen. Daarbij wordt ook ingegaan op de verhouding met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.

  • De samenhang tonen met taken van het waterschap.

  • Verantwoording afleggen over het gevoerde beheer van het systeem.

  • Laten zien welke programmering wordt aangehouden in de planperiode.

  • Inzichtelijk maken welke kosten worden toegerekend aan de rioolheffing.

  • Aangeven hoe schommelingen in de rioolheffing worden geëgaliseerd.

  • Berekenen welke hoogte van de rioolheffing nodig is in de doorkijk naar een periode van 20 jaar.

1.2 Positie van het WRP

Bijgaande afbeelding toont de positie van het WRP te midden van andere documenten:

afbeelding binnen de regeling
  • Bovenaan staat de Omgevingsvisie gemeente Stadskanaal. Onder de Omgevingswet is dit een van de belangrijkste documenten voor elke gemeente. De ambitie is een leefbare openbare ruimte en een gezonde en veilig leefomgeving. Het laat zien wat voor gemeente je bent en welke kant de gemeente op wil in de toekomst.

  • Aan de linkerkant staan diverse “waterplannen”. Zowel Europa, Rijk als provincie en waterschap maken beleidsplannen op het gebied van water. Van deze plannen zijn de Watervisie 2050 en het waterbeheerprogramma 2022-2027 van waterschap Hunze en Aa's het meest relevant voor het WRP.

  • Aan de rechterkant staan de vele onderwerpen binnen de gemeentelijke organisatie die raken aan het vakgebied riolering en stedelijk waterbeheer. Van deze onderwerpen is klimaatadaptatie momenteel erg actueel en sterk van invloed op het hemelwaterbeleid.

  • Onder de visie staat het gemeentelijke Omgevingsplan. In het omgevingsplan is te zien hoe het beleid voor riolering en water uit het WRP doorwerkt op locatieniveau. ln het WRP wordt het beleid geformuleerd en onderbouwd. Op onderdelen is in de planperiode nog een gebiedsgerichte uitwerking nodig, terwijl te zijner tijd in het Omgevingsplan per locatie de juridische doorwerking van dit beleid in bindende regels is te vinden.

  • Het WRP is een document van beperkte omvang en is een Omgevingsprogramma, met deels inhoud dat in het Omgevingsplan moet landen. Er zijn diverse onderliggende documenten: het betreft tekeningen, databestanden, berekeningen, leidraden en geautomatiseerde beheer- en informatiesystemen voor de watergangen, vijvers, wadi's, drainage, infiltratie- en bergingsvoorzieningen, het grondwater, de riolering en voor de rioolgemalen. Deze zijn op de vak-afdeling beschikbaar.

1.3 Evaluatie van het vorige plan

Voorafgaand aan dit WRP was er het WRP 2021-2025. ln deze paragraaf wordt teruggekeken op de planperiode van dit WRP.

ln de planperiode is een aantal projecten gerealiseerd (zie figuur 1).

Figuur 1: Overzicht uitgevoerde maatregelen tijdens planperiode WRP 2021-2025

In de periode 2021-2025 zijn de volgende projecten uitgevoerd:

Rioolreiniging en Inspectie:

Stadskanaal:

Hagenbuurt

Maarsveld

Parkwijk

De Borgen

Vogelwijk

Stadskanaal Noord-centrum

Musselkanaal:

Musselkanaal Noord

Musselkanaal centrum

Mussel:

Kern Mussel

Uitvoering van diverse BRP maatregelen uit het BRP Stadskanaal-

Musselkanaal:

Stadskanaal:

  • Duikers Dwarssplitting en Maarsbroek.

  • Aanpassen leidingen Boerendiep.

  • Loskoppelen riolering zone N374 van gemengd rioolsysteem

    Dideldom.

  • Verplaatsen inprikpunt persleiding Gemaal Kniggestraat.

  • Aanbrengen extra gemengd interne riooloverstort GOP 12487 op

    overstortleiding Atlantislaan.

  • Afkoppelen Willem Alexanderstraat en ontlasten afkoppelplan

    Parkwijk.

Musselkanaal:

  • Herstellen van de afvoer door de oude overstortleiding vanaf de

    Van Dongenlaan naar de Mussel Aa, afkoppelen.

  • Vergroten gemengd riool Musselkanaal: Nijverheidslaan +

    Afkoppelen bij nieuw regenwaterriool.

  • Vergroten gemengd riool Musselkanaal: Azaleastraat - Fr.

    Nanningstraat – Hanne Bruininghstraat +

  • afkoppelen waar regenwaterriool wordt aangelegd.

  • Voorbereiding en aanleg HWA riool Sneeuwbesstraat fase 1



Stadskanaal:

  • Aanleg hemelwaterriool en afkoppelen Gelderselaan.

  • Aanpassen hemelwaterriool Utrechtselaan.



Overig onderhoud:

  • Jaarlijks 2x reinigen en onderhoud hoofdgemalen.

  • Jaarlijks 1x reinigen en onderhoud drukriolering.

  • Jaarlijks onderhoud vacuümriolering Vledderveen.

  • Jaarlijks 1x reinigen kolken en lijngoten

De conclusie is dat een groot aantal onderhoudswerkzaamheden en projecten zijn uitgevoerd volgens plan, maar niet is alles uitgevoerd door personele ondercapaciteit.

Figuur 2 toont de ontwikkeling van de rioolheffing tijdens planperiode WRP 2021-2025. Te zien is dat de rioolheffing ten opzichte landelijke gemiddelde en de inflatie die heeft opgetreden.

In het overzicht wordt uitgegaan van tarief voor woningen, voor alleen hemelwateraansluitingen kennen we een lager dat tarief en hebben een vergelijkbaar verloop in de tijd gehad.

Figuur 2: Ontwikkeling rioolheffing tijdens

planperiode WRP 2021-2025
afbeelding binnen de regeling

Het tarief is ten opzichte van landelijk laag (in 2025 €225 gemiddeld). Ook is het minder hard gestegen dan de inflatie die heeft opgetreden volgens de cijfers van CBS.

1.4 Besluitvormingstraject van het WRP

Onder de Omgevingswet is het opstellen van een programma een autonome gemeentelijke bevoegdheid. Het nieuwe WRP past in de geest van de Omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

Het waterschap Hunze en Aa's is betrokken geweest bij het opstellen van het WRP, in de rol als beheerder van een zuivering-technisch werk en in de rol als beheerder van een deel van het oppervlaktewater.

De planning is als volgt:

Instemming in college en instemming vragen aan de gemeenteraad in de raadsvergadering van februari 2026. Na instemming raad wordt het ontwerp WRP ter inzage gelegd. Na terinzagelegging van zes weken kan het WRP worden vastgesteld.

Na vaststelling van het WRP wordt een exemplaar toegezonden aan de provincie Groningen en aan het waterschap Hunze en Aa's.

2 Beleid: gemeentelijke watertaken

2.1 Beleid afvalwater

afbeelding binnen de regeling

Dit hoofdstuk beschrijft het beleid van de gemeente Stadskanaal ten aanzien van haar gemeentelijke watertaken. De uitvoering is gebaseerd op landelijke wet- en regelgeving, maar vertaald naar lokaal beleid dat past bij de ruimtelijke en maatschappelijke context van Stadskanaal.

De gemeente kiest voor een integrale benadering van het gehele watersysteem, waarbij efficientie, duurzaamheid en samenwerking centraal staan. ln nauwe afstemming met waterschap Hunze en Aa's wordt gestreefd naar doelmatige oplossingen met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Daarbij staat een betrouwbare en toekomstbestendige dienstverlening aan inwoners en bedrijven voorop.

Daarnaast wordt actief rekening gehouden met klimaatverandering, energietransitie en biodiversiteit. Waterbeleid in Stadskanaal draagt zo niet alleen bij aan de volksgezondheid en leefbaarheid, maar ook aan een klimaatbestendige en veerkrachtige gemeente.

ln onderstaande afbeelding is het watersysteem weergegeven.

afbeelding binnen de regeling

De zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, die voorheen waren vastgelegd in de Wet milieubeheer en de Waterwet, zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 geïntegreerd in deze nieuwe wet. Specifiek zijn de verantwoordelijkheden van gemeenten vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat gemeenten zorgdragen voor:

  • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inzamelen en afvoeren van stedelijk afvalwater naar de daarvoor bestemde zuiveringsinstallaties.

  • Zorg voor het hemelwater: Gemeenten dienen maatregelen te treffen om de verwerking  van afvloeiend hemelwater in goede banen te leiden, bijvoorbeeld door het aanleggen en onderhouden van voorzieningen voor de opvang en afvoer van regenwater.

  • Voorkomen of beperken van structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand: 

    Gemeenten hebben de taak om structurele problemen door te hoge of te lage grondwaterstanden in stedelijke gebieden te voorkomen of te beperken, voor zover dit doelmatig is in openbaar terrein.



Deze taken zijn erop gericht om de leefomgeving veilig, gezond en duurzaam te

houden.

Kernformulering van het afvalwaterbeleid

Gemeente Stadskanaal voert als beleid om het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater grotendeels in te zamelen met riolering. Het belangrijkste motief hiervoor is het beschermen van de volksgezondheid, door afvalwater te verwijderen uit de directe leefomgeving. Daarnaast gaat het om leefbaarheid (voorkomen stankoverlast), bescherming van de waterkwaliteit en milieubescherming. Het stedelijk afvalwater (dat is de mix van afvalwater met hemel- en grondwater) wordt getransporteerd naar een overnamepunt en daar overgedragen aan het waterschap, die zorg draagt voor het verdere transport naar en de zuivering op de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZl). Het is voor eigenaren van gebouwen waar afvalwater vrijkomt vrijwel altijd verplicht om een aansluiting te hebben op de riolering of het afvalwater te zuiveren op eigen terrein.

afbeelding binnen de regeling

Uitwerking van het afvalwaterbeleid

Hierna volgen enkele gebiedsgerichte en thematische uitwerkingen van het afvalwaterbeleid.

Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom. 

  • Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom (zie Artikel 2.16 van de Omgevingswet). Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid, milieubescherming en vanwege de leefbaarheid in de zin van het voorkomen van stankoverlast. 

  • Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit was geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in Hoofstuk 22 (paragraaf 22.3.8.7) van het omgevingsplan (de Bruidsschat). Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen.

    • Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt vanaf de kavelgrens (zie de Bruidsschat Artikel 22.148.a).

    • Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Bruidsschat Artikel).

  • Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering vrijwel altijd verplicht is.

  • Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt binnen de bebouwde kom een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en/of het oppervlaktewater.

  • Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige manier van wonen vrijwel ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende:

    • De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn nuttig in te zetten in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking.

    • De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan kun je beter denken aan een centrale badplaats in de buurt en niet per woning.

    • De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan kun je beter kiezen voor een centrale wasserette.

    • De keuken heeft water uit een kleine voorziening zoals jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin. Lid 3 van Artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar

      vuilwaterriool en een zuiveringstechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.

 

Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom.

  • Bedrijven.

    Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

  • Evenementen.

    Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator (vaak via een evenementenvergunning), die een oplossing zoekt in overleg met gemeente en waterschap. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.

  • Boten.

    Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven.

  • Gebouwen zonder afvalwater.

    Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.

 

Afvalwaterbeleid in het buitengebied.

Onderstaand genoemd is het beleid voor afvalwater voor woningen en nietwoningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer:

  • Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief.

Is er geen riolering in de buurt, dan is een IBA (individuele zuivering) toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. 

Het beleid is als volgt uitgewerkt:

  • De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap. Provincie verleent geen ontheffing meer van de zorgplicht (met invoering van de Omgevingswet).

    • In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is onder voorwaarden alleen toegestaan als de riolering vanaf de perceelsgrens verder weg ligt dan:

      • 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e.

      • 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e.

      • 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e.

      • 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e.

      • 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e.

        Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan.

    • In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA, of gelijkwaardige voorziening) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld.

    • Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven. Er is zonder wijziging van de situatie geen verplichting om IBA’s te vervangen door riolering.

    • De uitwerking per gebied en locatie wordt opgenomen in het Omgevingsplan.

  • Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of luchtpersriool.

  • Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.

Het is de vraag welke veranderingen komende jaren optreden in het buitengebied en hoe de voorzieningen voor afvalwater eventueel worden aangepast. Denk aan ontwikkelingen op en rond het boerenerf zoals nieuwe verdienmodellen, zoals overstappen naar andere gewassen of andere bestemmingen. Denk ook aan de veroudering of andere bestemmingen. Denk ook aan de veroudering van bestaande systemen met de vraag of bij vernieuwing wordt gekozen voor bestaande of nieuwe oplossingen. Dit vergt gebiedsgerichte uitwerking in

de planperiode in samenwerking tussen gemeente en waterschap.



Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering.

De riolering heeft een bepaalde capaciteit. Dat geldt voor het inzamelstelsel, voor het transportsysteem van gemalen en persleidingen en voor de RWZl. Nieuwe aansluitingen zijn niet zomaar mogelijk en bestaande lozingen mogen niet zomaar worden vergroot. Eerst moet de gemeente checken wat de mogelijkheden zijn. Bij grote lozingen moet ook het waterschap worden betrokken. Het gaat naast technisch inhoudelijke zaken ook over de kosten. Als een bestaande lozing aanmerkelijk wordt verzwaard, dan geldt dit als een nieuwe aansluiting. Aanvragen nemen toe, bijvoorbeeld recreatie in het buitengebied. Dit levert veelal veel discussie op. 

  • Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 is overgenomen in het Besluit bouwwerken  leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. 

  • Afvalwater moet op de perceelsgrens aan het aansluitpunt (erfscheidingsput) die door de gemeente wordt aangelegd worden aangeboden.

  • De gemeente brengt de werkelijke kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering.

  • Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer.

    Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektrotechnische onderdelen t.b.v. de besturing. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.



Afvalwaterbeleid voor nieuwe aanleg in uitbreidingswijken.

In nieuwe gebieden is aanleg van nieuwe riolering vereist. Dit gaat in nauw overleg tussen gemeente en waterschap. Onderstaand genoemd beleid gaat alleen om riolering voor de inzameling van afvalwater. Voor hemelwater, grondwater en oppervlaktewater bestaat apart beleid, dat verder in dit WRP is beschreven.

In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in opdracht van de gemeente, in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap.

Let op!: Bovenstaand beleid gaat over afvalwater bij nieuwbouw. Daarnaast moet bij uitbreidingsplannen worden stilgestaan bij keuzes voor klimaatadaptatie, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Onze gemeente heeft als beleid dat hemelwater in principe niet op het riool wordt aangesloten in nieuwe situaties.

Beleid voor lozingen op de riolering.

  • Riolering is bedoeld voor huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dat daarop lijkt. Andere lozingen zijn niet zomaar toegestaan omdat het schade kan berokkenen aan de riolering en/of aan de zuivering en/of aan het milieu. Het gaat om de algemene zorgplicht om de goede werking van riolering en zuivering niet te verstoren. Specifiek gelden eisen voor olie en vetafscheiders.

  • Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen (zie artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)):

    • Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater.

    • Het gescheiden houden van verschillende soorten water.

    • Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op

      het perceel.

    • Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging en grondwater vanaf het perceel. 

    • Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering.

    • Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht.

    • Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. 

    • Geen hemelwater lozen in het afvalwaterriool.

      • Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater (gemengd riool).

      • Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak (bv spoelplaats) bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. Beter is om zo’n oppervlak hydrologisch te isoleren met een dak.

  • Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan.

  • Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.

 

Beleid om foutaansluitingen tegen te gaan.

  • Foutieve aansluitingen kunnen problemen veroorzaken. Ze zijn verboden en dienen te worden verholpen. In de praktijk wordt gekeken naar de omvang de problemen. Bij grote problemen wordt ingegrepen. Het loopt vanaf het constateren van een knelpunt, via onderzoek en communicatie tot aan een eventuele juridische aanpak.

 

Er zijn 3 soorten foutaansluitingen die verschillende problemen veroorzaken:

  • Er is in de bebouwde kom afvalwater aangesloten op het hemelwaterstelsel.

    Er vindt een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt.

  • Er is in de bebouwde kom hemelwater aangesloten op het afvalwaterstelsel.

    De riolering kan dan overbelast raken bij neerslag. Het afvalwater treedt uit bij een gebouw of bij een nood-overstort. Ook kunnen volgende stelsels en de RWZI overbelast raken.

  • Er is in het buitengebied hemelwater aangesloten op de drukriolering.

    Het systeem raakt hiervan overbelast en er treden storingen op, soms op de locatie met de foutaansluiting, maar soms ook pas verderop.



Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende

werkwijze gehanteerd: 

  • Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder:

    • Bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel.

    • Bijvoorbeeld een drukrioolunit of een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt.

  • Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen.

  • Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal blijkt dat de mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel.

  • Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk.

  • Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering.

  • Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld.

    Juridische aanpak kan:

    • Via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Artikel 3.102.

    • Via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Bruidsschat Omgevingswet) die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is.



EU Richtlijn Stedelijk afvalwater. 

De nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater vraagt om betere zuivering, minder overstorten en meer klimaatbestendigheid. Ook voor onze gemeente betekent dit vooral het versterken van bestaand beleid en samenwerking met ketenpartners. Naar verwachting wordt in 2026 hierover meer bekend.

Deze aankomende implementatie van de vernieuwde Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater in de Nederlandse wetgeving heeft als doel de waterkwaliteit in stedelijke gebieden verder te verbeteren.

Ook voor de gemeente Stadskanaal zal deze richtlijn gevolgen hebben, hoewel de impact naar verwachting beperkter is dan in grotere steden. 

De richtlijn legt de nadruk op het verminderen van riooloverstorten, het verbeteren van afvalwaterzuivering (inclusief de aanpak van microverontreinigingen) en het toekomstbestendig inrichten van de stedelijke waterinfrastructuur, mede in het licht van klimaatverandering.

Voor Stadskanaal betekent dit een versterking van het bestaande beleid rondom het afkoppelen van hemelwater, het in stand houden van gemengde rioolstelsels en de intensieve samenwerking met waterschap Hunze en Aa’s. Door tijdig te anticiperen op de nieuwe eisen kan de gemeente, met een doelgerichte en kostenefficiënte aanpak, bijdragen aan de nationale waterkwaliteitsdoelen. Tegelijkertijd wordt de leefbaarheid, klimaatadaptatie en duurzaamheid van de openbare ruimte in Stadskanaal versterkt.

afbeelding binnen de regeling

2.2 Beleid hemelwater

Het gemeentelijke beleid voor hemelwater is in deze paragraaf beschreven.

De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De wetgever heeft gezocht naar balans tussen de eigen verantwoordelijkheid van de particulier/bedrijven en de collectieve verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is aan de gemeente om hierin lokale afwegingen te maken.

Kernformulering van het hemelwaterbeleid. Gemeente Stadskanaal voert als beleid om het hemelwater zoveel mogelijk lokaal te benutten, te infiltreren in de bodem of te lozen op oppervlaktewater. Bij nieuwbouw mag hemelwater niet meer worden aangesloten op het riool, tenzij dat redelijkerwijs niet anders kan. Als lokale oplossingen ontoereikend zijn, zamelt de gemeente het overtollige hemelwater in, liefst gescheiden van het afvalwater, om het op een geschikte plek te infiltreren of te lozen op oppervlaktewater. Hemelwater wordt in oudere gebieden veelal gemengd met afvalwater afgevoerd naar de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) (gemengd rioolstelsel), met overstorten naar het oppervlaktewater.

De klimaatverandering zet ons aan tot klimaatadaptatie, zoals infiltratie en buffering van hemelwater. De al

ingeslagen weg wordt voortgezet om bij alle werkzaamheden in de openbare ruimte deze zodanig in te richten door overlast bij extreme buien te beperken. Hiervoor is het van belang dat groene gebieden in bestaande woonwijken beschikbaar komen voor hemelwateropvang. Bewoners en bedrijven worden gevraagd om maatregelen te treffen op eigen terrein.

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt het principe van water en bodem sturend zo veel mogelijk toegepast. Op locaties met risico op wateroverlast wordt in afstemming met het waterschap gekeken of- en zo ja welke-

aanvullende eisen volgen uit de hemel- en grondwaterzorgplicht. Het waterschap hanteert hierbij het principe dat de toename van de afvoer door verharding niet afgewenteld mag worden op het watersysteem en daarmee op benedenstroomse gebieden.

Uitwerking van het hemelwaterbeleid

Hierna volgen enkele specifieke uitwerkingen van het hemelwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld. Gedetailleerde informatie is verkrijgbaar door te klikken op de link.

  • Principes voor het hemelwaterbeleid.

    • Bij de opvang en verwerking van hemelwater zijn diverse keuzes te maken en er zijn uiteenlopende combinaties van keuzen mogelijk. Het hangt af van de lokale omstandigheden welke combinatie van keuzen de voorkeur verdient. Daarbij is het volgen van enkele principes behulpzaam. Het gaat om de principes schoonhouden, benutten, bergen, vertragen, infiltreren, direct lozen en inzamelen. 

    • Schoonhouden

      Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. 

      • Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals ongecoate metalen.

      • Houd hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen.

      • Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen.

      • Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater.

    • Benutten

      Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling.

      • Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten.

      • Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken.

      • In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument.

    • Vertragen

      Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk.

      • Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging.

      • Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s.

      • In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.

    • Infiltreren

      Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel of leem) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend.

      • Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten.

      • Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen.

    • Direct lozen

      Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, voor zover het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is.

      • Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Bij de term water moet in dit verband ook gedacht worden aan droogstaande slotenstructuren.

    • Inzamelen

      De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen.

      • Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd.

      • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. Optioneel mag de leiding op eigen terrein ondergronds en dan bij de erfgrens bovengronds aanleveren.

      • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen.

 

  • Concrete uitwerking hemelwaterbeleid.

    • Het hemelwaterbeleid voor nieuwbouw en renovatie is concreet uitgewerkt. Dit beleid geldt voor elke nieuwbouw en renovatie in de gehele gemeente Stadskanaal. ln een later stadium wordt het gebiedsgericht uitgewerkt.

  • Gebiedsgerichte nadere uitwerking van het hemelwaterbeleid.

    • Per buurt of wijk zijn er uiteenlopende omstandigheden die maken dat je tot andere keuzes komt voor de omgang met hemelwater. Op een hoge zandgrond wil je het hemelwater bij voorkeur infiltreren op de plek waar het valt. Maar op een lage plek met kwel en/of kleigrond is een traditioneel gescheiden rioolstelsel soms de beste keuze. Een volgend punt is dat je in een nieuwe wijk meer mogelijkheden hebt om duurzaam hemelwaterbeleid te voeren dan in bestaande situaties. De omstandigheden die bepalend zijn voor de uitwerking van het hemelwaterbeleid op buurtniveau zijn:

      • Grondwaterstanden

        Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet.

      • Bodemgesteldheid

        Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan.

      • Watersysteem

        Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater.

        Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig? Past het af te koppelen hemelwater op het ontvangende water (vroegtijdig overleg met waterschap noodzakelijk)?

      • Maaiveldhoogten

        Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen.

        Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is.

      • Rioolstelsel

        Kijk of er knelpunten zijn in het bestaande rioolstelsel. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp.

        Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is.

      • Funderingstechnieken

        Kijk naar de toegepaste funderingstechnieken.

        Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem.

        Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot.

        Muren zonder vocht-barrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden.

      • Grondgebruik

        Check het gebruik van de bovengrond.

        Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang

        met hemelwater.

    • Het beleid per buurt tot perceelniveau wordt verder uitgewerkt in het Omgevingsplan. Per werkingsgebied staat dan aangegeven welk beleid er geldt en welke voorzieningen worden aangeboden. Op dat moment wordt het beleid voor afvalwater, hemelwater en grondwater concreet toegespitst op de betreffende omstandigheden.

  • In gemeente Stadskanaal is een aantal rioolstelsels van het gemengde type. Hierin wordt hemelwater in dezelfde buis afgevoerd als afvalwater. Gemengde stelsels hebben overstorten. 

  • Hemelwaterbeleid kan worden ondersteund door particulier initiatief, vooral bij de gemengde rioolstelsels. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar vormt op termijn een krachtig middel om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten.

  • Extreme buien geven steeds vaker problemen met wateroverlast. Het geeft een nieuwe opgave en is onderdeel van de klimaatadaptatie.

  • De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Tussen gemeente en waterschap zijn afspraken gemaakt over wie waar het beheer voert van het stedelijk watersysteem. De taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak zijn:

    • Baggeren

      Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. In de praktijk wordt het baggeren afgestemd met het waterschap.

    • Waterlopen en sloten in de bebouwde kom

      Waterlopen, grachten, beken en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af.

    • Waterlopen en sloten buiten de bebouwde kom

      Waterlopen in het buitengebied zijn in het algemeen in eigendom en beheer bij het waterschap. Voor de kleinere sloten en greppels liggen de zaken anders. Die zijn vaak in eigendom en beheer bij de gemeente, al dan niet gedeeld met een aanliggende particuliere grondbezitter. De functie is het drooghouden van het weglichaam en ontwatering van het aanliggende perceel. Voor optimalisatie van de afvoer is het waterschap op diverse locaties bezig met het ondieper maken van wateren.

    • Duikers

      Duikers zijn essentieel voor de waterafvoer op plekken waar waterlopen en wegen kruisen. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Doorgaans is de eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud van de constructie van de duiker en het waterschap voor het doorstroomprofiel.

    • Beschoeiing

      Beschoeiingen vormen een harde overgang tussen het watersysteem en de straat. Efficiënte omgang met schaarse ruimte is vaak een motief voor kademuren, naast toegankelijkheid voor schepen en esthetiek. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij  et hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij de algemene dienst. In enkele gevallen liggen eigendom en onderhoud bij de eigenaren van aanliggende percelen.

    • Bruggen

      Bruggen maken een kruising mogelijk tussen het watersysteem en de straat. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij het wegbeheer.

2.3 Beleid grondwater

ln deze paragraafstaat het gemeentelijke beleid voor grondwater.

De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De gemeentelijke grondwatertaak is beperkt van omvang en staat in relatie tot de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar en in relatie tot de taken van waterschap, provincie en Rijk. Het komt er op neer dat de gemeente een taak heeft voor het beïnvloeden van de grondwaterstand in openbaar gebied en voor het aanbieden van een afvoerroute voor grondwater vanaf aanliggende percelen, voor zover doelmatig. Het is aan de gemeente om hierin lokale afwegingen in te maken.

Kernformulering van het grondwaterbeleid.

Gemeente Stadskanaal voert als beleid om de grondwaterstand in het openbare gemeentelijke gebied te beteugelen op die plekken waar zonder ingrijpen sprake is van structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand.

Bij deze overweging spelen de vragen of maatregelen doelmatig zijn, of het niet de verantwoordelijkheid is van de eigenaar/gebruiker van een perceel en of het niet hoort bij de taak van waterschap, provincie of Rijk.

Uitwerking van het grondwaterbeleid.

Hierna volgen enkele specifieke uitwerkingen van het grondwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld.

  • Meldingen over vocht of grondwater.

    • Meldingen van burgers of bedrijven die overlast ervaren van vocht of grondwater worden zorgvuldig getoetst. Bouwkundige gebreken vormen vrijwel nooit een legitieme reden voor de gemeente om maatregelen te treffen maar zijn vrijwel altijd de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Naast de verantwoordelijkheid voor de eigenaar is er een verantwoordelijkheid voor de bewoner, met name ventilatie.

  • Het veranderende klimaat kan leiden tot langere droge perioden in het zomerhalfjaar. De zomers van 2018, 2019, 2020 en 2022 illustreerden dit. Het leidt onder meer tot verdord gras, een droogvallend watersysteem, vissterfte, lage grondwaterstanden, boomsterfte, verminderde opbrengsten in de landbouw en kans op bodemdaling en als gevolg daarvan funderingsschade. Ook de drinkwaterwinning staat onder druk. Provincies, waterschappen en de landbouwsector hebben in Nederland de knoppen in handen om te acteren tegen de gevolgen van langdurige droogte. Gemeenten hebben nauwelijks invloed tegen de gevolgen van droogte. Gemeenten kunnen beleid tegen droogte steunen met communicatie en door het stimuleren van infiltratie van hemelwater in bebouwd gebied. Waterschap heeft het integraal beleidskader grondwater vastgesteld.

3 Beheer

3.1 Areaal

afbeelding binnen de regeling

In dit hoofdstuk wordt het beheer van de riolering binnen de gemeente Stadskanaal beschreven, inclusief de bijbehorende voorzieningen zoals gemalen, bergbezinkbassins en infiltratiesystemen. De focus ligt niet alleen op de afzonderlijke onderdelen, maar vooral op het functioneren van het rioleringsstelsel als geheel en de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer.

Allereerst wordt een overzicht gegeven van het beheerde areaal in Stadskanaal. Aansluitend wordt ingegaan op de relatie met gebruikers: inwoners, bedrijven en instellingen, en de wijze waarop de gemeente klachten, meldingen en storingen afhandelt.

Het systeembeheer wordt vervolgens besproken, met aandacht voor besluitvorming bij vervangingsopgaven, onderhoudsstrategieën en de aanpak van storingen of calamiteiten. Integrale samenwerking met afdelingen zoals openbare ruimte en ruimtelijke ordening, evenals de afstemming met waterschap Hunze en Aa's, vormt een belangrijk onderdeel van het beheerproces.

Tot slot wordt de benodigde formatie en capaciteit voor het uitvoeren van deze taken toegelicht.

Goed beheer begint met inzicht in het huidige water- en rioolsysteem. ln bijgaand kader een overzicht van de voorzieningen die de gemeente in eigendom en beheer heeft om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Het gaat om een beschrijving van het areaal op hoofdlijnen. Gedetailleerde informatie is te vinden in de beheersystemen.

Lengte

Km

Vrijverval riolering

  • Gemengd rioolstelsel (GEM)

  • Vuilwaterrioolstelsel (DWA) (inclusief Verbeterdgescheiden rioolstelsel)

  • Regenwaterafvoer (RWA) (inclusief Verbeterdgescheiden rioolstelsel)



179,4

32

77,2

Persleidingen

6,5

Drukriolering

44,25

Vacuümriolering

5.6

Voorzieningen

St

Hoofdgemalen

44

Regenwater en peilbeheersingsgemalen

10

Drukrioolgemalen

229

Randvoorzieningen

5

Heffingseenheden

16.250

Overstorten extern

77

Individuele systemen behandeling afvalwater (IBA's)

316

Ter informatie wordt een korte toelichting gegeven op essentiële onderdelen van de riolering. Riolering bestaat uit diverse objecten, zoals:

  • Huis- en bedrijfsaansluitingen

    Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting is een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel.

    Bij gescheiden stelsels is sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater.

    Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte.

    Het eigendom van de aansluitleiding(en) is in veel gevallen tot en met het ontstoppingsstuk op de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente.

  • Kolken en lijngoten

    Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering.

    Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel.

    Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In onze gemeente gebeurt dat vanaf deze planperiode twee keer per jaar en op vervuiling gevoelige locaties vaker per jaar. Onze gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib.

    Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken.

    Deze verstoppingen herstelt de onderhoudsaannemer van de gemeente.

  • Vrij-verval riolen

    Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen.

    Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd en geïnspecteerd. De gemeente besteedt het reinigen uit aan een marktpartij, die tevens zorg draagt voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib.

    Riolering wordt gemiddeld één keer per 10 tot 15 jaar gereinigd en geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan een gespecialiseerde marktpartij.

    Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf moeilijk te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Gemiddeld rekenen we met 60 jaar. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond ongelijkmatige zetting / bodemdaling) en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met grote verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S vorming, die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt.

  • Gemalen en persleidingen

    Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (oftewel onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang.

    Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. Hiertoe worden de gemalen één keer per jaar geïnspecteerd en gereinigd om storingen zoveel mogelijk te voorkomen (preventief onderhoud). De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer op afstand kan geschieden en ze 24 uur per dag bewaakt zijn. Bij vuilwater en gemengde rioolstelsel worden altijd twee pompen geïnstalleerd. Bij uitval van één gemaal kan de andere het overnemen.

    Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Ook deze werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiseerde marktpartijen. We gaan uit van een gemiddelde technische levensduur van 60 jaar voor vrijvervalriolering en persleidingen. Voor pompen en besturing/elektra gaan we qua gemiddelde technische levensduur van 15 naar 20 jaar. 

    Voor leidingwerk/mechanisch gaan we uit van 30/40 jaar. Voor een put/bouwkundig deel 60/80 jaar. Dit is gebaseerd op risico gestuurd beheer en opgedane ervaringen.

    Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen af naar de RWZI.

  • Buitengebied met pompunits en drukriool

    De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg of op het erf van de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.

    De gemeente laat de pompputten 1x per jaar reinigen en keuren. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar of ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Melding daarvan geschiedt meestal door de bewoners die anders hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie.

    Aandachtspunt is verandering van functie en daarmee grotere lozingen, zoals het starten van mini-campings, B&B’s of zorgboerderijen. De huidige systemen voldoen dan niet meer aan de eisen, dat moet dan worden aangepast en is de verantwoordelijkheid van de eigenaar.

  • Drainage

    Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening.

    Daarnaast hebben particulieren soms drainage op eigen perceel in eigen beheer. Dit water dient te worden aangesloten op de drainage van de gemeente of op de hemelwaterafvoer op eigen perceel.

  • Water Afvoer Drainage en infiltratie (WADl)

    Een wadi is een groene greppel in het stedelijk gebied. Het is een afkorting van Water Afvoer Drainage en Infiltratie. Een wadi bergt regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond. Zo helpt de wadi tegen wateroverlast en droogte. De wadi heeft verschillende functies in het stedelijk gebied en je vindt hem in vele vormen. Vaak zit er infrastructuur onder om het water te bergen en af te voeren, zoals infiltratiekratten, granulaatkorrels en drainbuizen.

3.2 Contact met de gebruikers van de riolering

Samenwerking is essentieel voor het behalen van onze doelen, zowel intern als extern. Goede communicatie en participatie zijn cruciaal. Inwoners verwachten transparantie en betrokkenheid bij projecten en actuele situaties. Communicatie is daarom maatwerk.

Meldingen van inwoners en bedrijven

Meldingen vormen een waardevolle informatiebron en leiden vaak tot actie, zoals bij een verstopte kolk. Klachten over wateroverlast bij zware buien zijn complexer, maar nuttig voor het verbeteren van hydraulische berekeningen en oplossingen. Zorgvuldige registratie helpt trends te herkennen en inzicht te krijgen in het functioneren van de riolering. Niet alle meldingen zijn echter relevant; bewoners verwarren soms rioolproblemen met bijvoorbeeld een lekkende kelder of dakgoot.

Regels bij verstoppingen

Aansluitleidingen kunnen verstopt raken, wat veelal contact met onze gemeente oplevert. Duidelijkheid is dan essentieel. Bij de erfgrens bevindt zich vaak een ontstoppingsstuk. De lozer moet door opgraving aantonen waar de verstopping zit en draagt de kosten, tenzij de gemeente verwijtbaar handelt. De regels staan op de gemeentelijke website.

Communicatie bij projecten

ln de gemeente Stadskanaal is participatie van inwoners een belangrijk onderdeel van het water- en rioleringsbeleid. Bij herinrichtings- en rioolprojecten streven we standaard naar een klimaatbestendige en groene omgeving, waarbij het afkoppelen van hemelwater als uitgangspunt wordt genomen. Inwoners worden actief betrokken via informatieavonden, bewonersbrieven en overlegmomenten, met ruimte voor inspraak en het aandragen van ideeën. De gemeente stimuleert bewustwording en vergroening met gerichte acties om te vergroenen en te verduurzamen.

Deze worden breed ondersteund via lokale media, scholen en wijkplatforms. Ook in dit Water- en Rioleringsprogramma (WRP) blijft deze benadering een speerpunt.

Daarnaast werkt Stadskanaal samen met regionale partners en neemt deel aan landelijke campagnes, zoals die van Stichting RlONED. Binnen de planperiode wordt een gerichte communicatiestrategie ontwikkeld, met aandacht voor

onderwerpen als klimaatadaptatie, afkoppeling en het verminderen

van verhard oppervlak in de openbare én private ruimte.

3.3 Gegevensbeheer, berekeningen en monitoring

ln deze paragraaf draait het om het water- en rioolsysteem als geheel, dus niet om losse objecten. lnzicht in het functioneren van het systeem in z'n geheel, is essentieel om te weten wanneer onderhoud, reparatie, vervanging, verbetering of andere maatregelen noodzakelijk zijn. Het gaat onder meer om de volgende zaken:

  • De basis is het gegevensbeheer, weten wat je hebt. De uitdaging is om te werken volgens standaarden zoals Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW) en uitwisseling van gegevens met derden mogelijk te maken.

  • Hydraulische berekeningen helpen om het systeem-functioneren te begrijpen en te toetsen. Een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW, voorheen Basisrioleringsplan: BRP) kijkt naar het systeem als geheel en past daarmee bij het samenwerken tussen gemeente en waterschap.

  • Monitoring is gericht op de vraag hoe het systeem in de praktijk functioneert. Hier liggen kansen voor verbetering door de monitoring op te pakken in samenwerking tussen gemeenten en waterschap in de regio.

  • Degradatie-analyse en risico-gestuurd beheer zijn methoden die helpen om de kosten op lange termijn te beperken en inzichtelijk te maken.



ln dit WRP worden deze berekeningen en beschouwingen slechts kort aangetipt. Elk onderwerp gaat gepaard met modellen, berekeningen en rapportages. Deze zijn aanwezig op de Afdeling ROB, team Beheer & Infrastructuur.

3.4 Integrale besluitvorming rondom rioolvernieuwing

Het besluit om een rioolbuis te repareren, relinen of vervangen staat meestal niet op zichzelf. Gezien de consequenties van de rioolvervanging qua omvang van de werkzaamheden (straat open, brede sleuf en wegdek vervangen) hangt het besluit samen met    H1

andere aspecten die spelen in de openbare ruimte, zoals de kwaliteit en ouderdom van de weg, plannen om openbare ruimte anders in te richten, al of niet via burgerinitiatieven, en nieuwe opgaven zoals klimaatadaptatie, aanleg warmtenet of uitbreiding elektriciteitsnet. Het gaat bij de besluitvorming over rioolvervanging dus om meer dan alleen de riolering.

ln de praktijk is sprake van een besluit dat is gebaseerd op een meervoudige optimalisatie van aspecten die spelen in de openbare ruimte in een buurt of wijk. Vanuit het perspectief van de riolering is er dus sprake van optimalisaties op twee niveaus:  

1.    Niveau riolering: deze is gericht op de programmering van het in stand houden van de vrij verval riolering. Het optimum komt voort uit het rioolbeheer.

2.    Niveau openbare ruimte: deze is gericht op een bredere programmering van opgaven. Het optimum komt voort uit de met elkaar samenhangende opgaven in een buurt of wijk.

afbeelding binnen de regeling

3.5 Riolering en calamiteiten

ln de praktijk komen calamiteiten voor. Dat kan zijn door het falen van een object in de riolering zelf (defect of storing), waardoor het functioneren van het gehele systeem in het geding is. Maar een calamiteit kan ook worden veroorzaakt door een externe gebeurtenis, waarbij de riolering een rol speelt bij de gevolgen ervan. Bij grote calamiteiten moet worden opgeschaald. Het valt buiten het WRP om dit te beschrijven.

3.6 Samenwerking bij het beheer van de riolering

Riolering en stedelijk waterbeheer vormt een eigen vakgebied, maar geen sectorale aangelegenheid. Op diverse punten bestaan raakvlakken met andere afdelingen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. ln het overzicht staan relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden. Al deze relaties vragen direct of zijdelings aandacht van de rioleringsbeheerder.

Gemeenten en waterbeheerders komen elkaar op diverse punten tegen. Goede samenwerking met de waterbeheerder is van groot belang gezien de vele raakvlakken tussen gemeente en waterbeheerders. Het managen van deze relaties vergt aandacht van beide kanten en in beide organisaties van verschillende betrokken collega's. Goede samenwerking tussen gemeente en waterschap past bij

de geest van de Omgevingswet. De overheid mag niet versnipperd optreden, maar verschillende overheidsinstanties werken samen ten behoeve van de maatschappij.

Onze gemeente werkt samen in ‘Samenwerkingsverband’ Groningen en Noord Drenthe. In dit verband worden diverse projecten gezamenlijk opgepakt, zoals Gegevensbeheer, Meten & Monitoren en een gezamenlijk subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen. We werken samen als het beter, sneller of goedkoper kan. Tevens worden regulier masterclasses georganiseerd over actuele onderwerpen. Kennis delen en met elkaar afstemmen is een belangrijk doel van de samenwerking,

3.7 Formatie volgens Branchestandaard RIONED

afbeelding binnen de regeling

Met een uitgevoerd Branchestandaardonderzoek Gemeentelijke Watertaken van stichting RlONED in de Samenwerking Waterketen Groningen en Noord Drenthe is in 2022 de benodigde personele capaciteit binnen de deelnemende gemeenten in beeld gebracht. De 14 deelnemende gemeenten zijn: Het Hogeland, Eemsdelta, Westerkwartier, Groningen, Midden-Groningen, Oldambt, Veendam,

Pekela, Stadskanaal, Noordenveld, Tynaarlo, Aa en Hunze, Assen en Westerwolde. Dit onderzoek maakt duidelijk wat de huidige personele bezetting binnen de deelnemende gemeenten is en welke capaciteit nodig is om de gemeentelijke watertaken goed uit te kunnen voeren. Gebruik is gemaakt van de in 2022 in ontwikkeling zijnde nieuwe formatietool 'personele capaciteit' uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RlONED.

We merken op dat de getallen erg nauwkeurig lijken, maar ook gebaseerd zijn op algemene aannames over hoeveel tijd in Nederland gemiddeld aan een taak zou moeten worden besteed. Lokaal kunnen er altijd redenen zijn waarom een taak meer of minder tijd kost dan het landelijke gemiddelde. In dit onderzoek is daar op basis van gesprek zo goed mogelijk invulling aan gegeven. De getallen geven een duidelijk signaal over de mate waarin een tekort aanwezig is. Het is een goede basis voor een nadere intern-gemeentelijke beschouwing en follow-up. Voor onze gemeente is sinds 2022 geen verandering geweest in de

personele capaciteit.

afbeelding binnen de regeling

Uitkomsten

Uit de berekening volgt een benodigde personele bezetting van personele inzet van de binnendienst van 3,5 fte voor de uitvoering van gemeentelijke watertaken. Voor de buitendienst is 2,8 fte benodigd.

Binnendienst

De binnendienst heeft een tekort van 0,72 fte. Dit tekort zit bij de beleidsmedewerker, beheerder en gegevensbeheerder. Voor de rol beleidsmedewerker is een tekort van 0,30 fte. Op strategisch en tactisch niveau blijft een groot deel van de werkzaamheden liggen.

Daarbij zijn er extra werkzaamheden die bij de beleidsmedewerker water en riolering terechtkomen, zoals invulling geven aan klimaatadaptatie en integraal werken. Voor de rol beheerder is een tekort van 0,35 fte. De beheerder in Stadskanaal combineert water en riolering met bruggen en kunstwerken. Daarnaast doet de beheerder een deel van het gegevensbeheer, omdat hier ook een tekort is. Voor de rol gegevensbeheerder is een tekort van 0,07 fte. Deze rol is voor 0,1 fte ingevuld. De gegevensbeheerder doet vooral het applicatiebeheer en houdt zich minder bezig met het op orde houden van de gegevens. Dit wordt door de beheerder opgepakt. Door het tekort bij gegevensbeheer en de beheerder is er een achterstand in de kwaliteit van de gegevens.

Het tekort in de binnendienst zorgt ervoor dat werkzaamheden vertragen en ophopen. Het langdurig werken met te weinig personele capaciteit leidt tot overbelasting van het zittende personeel, uiteindelijk suboptimale oplossingen, mogelijke kapitaalvernietiging en vergroot het risico op het optreden van calamiteiten. Echter, in de planperiode zal de formatie van de binnendienst met circa 0,7 fte uitgebreid kunnen worden.

Buitendienst

Stadskanaal besteedt bijna alle buitendienstwerkzaamheden uit. Er is 0,1 fte buitendienst beschikbaar binnen de eigen organisatie. De werkzaamheden in de buitendienst zijn op contractbasis uitbesteed.

Deze informatie komt uit de Sweco rapportage personele middelen.

Er moet worden opgemerkt dat de duidelijke onderscheiding in functieprofielen in theorie makkelijker te maken is dan in de praktijk. ln de praktijk vult een medewerker vaak taken van verschillende functieprofielen uit. Dat geldt met name voor de beleidsmedewerker en beheerder. Een beleidsmedewerker voert vaak beheeractiviteiten uit, een beheerder voert ook beleidsactiviteiten uit, vooral op tactisch en operationeel niveau. Dat geldt ook voor de rollen beheerder-gegevensbeheerder-ontwerper. Ook die lopen vaak door elkaar. Desondanks geeft de berekening wel inzicht in de beschikbare inzet en benodigde capaciteit.

4 Programmering

4.1 Beheer en onderhoud

afbeelding binnen de regeling

Dit hoofdstuk draait om de programmering van activiteiten die nodig zijn om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken. Dat gaat in de eerste plaats om het dagelijkse beheer en onderhoud. Daarna wordt stilgestaan bij onderzoeksprojecten. Tot slot wordt gekeken naar investeringen om delen van het water- en rioolsysteem te renoveren, verbeteren of vernieuwen. De programmering is inclusief jaartallen en kosten. Alle bedragen zijn op prijspeil 2025 met het inzicht van dat moment. In de jaarlijkse begroting en bij kredietaanvragen worden de bedragen geactualiseerd.

afbeelding binnen de regeling



Het beheer en onderhoud van de riolering is van essentieel belang om het systeem goed te laten functioneren. ln hoofdstuk 3 van dit WRP is uiteengezet hoe het beheer en onderhoud wordt georganiseerd in gemeente Stadskanaal.  In de planperiode wordt dit voortgezet.

Activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van gemeentelijke watertaken mogen worden toegerekend aan het rioleringsbeheer. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, zoals het inspecteren en reinigen van de riolering.

Daarnaast zijn er gemengde activiteiten, zie bijgaand kader. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de riolering wordt gebracht, op basis van het beleid uit het WRP. Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet uitputtend op te sommen. Enkele worden wel beschreven in hetzelfde kader, omdat er discussie over kan ontstaan.

4.2 Onderzoeksprojecten

Onderzoek en planvorming zijn nodig om goed zicht te houden op de ontwikkeling van het rioolstelsel. Het helpt om de goede koers te houden binnen de rioleringszorg. Bijgaand overzicht toont de geplande projecten. Het is goed denkbaar dat tijdens de looptijd van dit WRP nog enkele acties worden toegevoegd vanuit actuele ontwikkelingen.

Onderzoeksprojecten met een regionaal karakter worden voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van het regionale samenwerkingsverband.

Programma onderzoeksprojecten in de planperiode 2026-2031

Onderwerp

Periode

 

2026-2026

2028-2029

2030-2031

Communicatie rioleringsbeleid

X

 

 

Ongeoorloofde lozingen op de drukriolering

X

 

 

Meten en monitoring

X

X

X

Wadi's onderzoek functioneren

X

 

 

Beleid riolering buitengebied

X

 

 

Hemelwaterbeleid gebiedsgericht uitwerken

 

X

X

Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor Omgevingsplan

 

 

 

Degredatie-analyse

X

X

X

Onderzoekpersleidingen

 

 

X

Opstellen SSW

 

 

X

Opstellen nieuw WRP

 

 

X

4.3 Programmering van vernieuwingsprojecten

afbeelding binnen de regeling

De riolering is opgebouwd uit een groot aantal objecten, zoals in paragraaf 3.1 omschreven. Deze objecten verouderen en moeten om de zoveel tijd worden gerenoveerd of vervangen, zoals in paragraaf 3.3 is toegelicht. Dit is een doorgaand proces met de bedoeling om de riolering op lange termijn in stand te houden. De vernieuwingsprojecten bestaan uit de volgende categorieën:

  • Verouderde riolen vernieuwen.

    • Verouderde riolen moeten op enig moment worden vernieuwd, door middel van renovatie of rioolvervanging. Zie bijgaand kader met meer informatie over risicogestuurde rioolvernieuwing met behulp van

      model Rasmariant.

  • Riolering meeliften met ruimtelijke ontwikkelingen.

    • Bij ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen wordt soms meegelift

      met nieuwe riolering terwijl die nog enige tijd had meegekund, zie paragraaf 3.4. Het riool wordt dan iets te vroeg vernieuwd als je het alleen vanuit de riolering bekijkt, maar dan is alles weer helemaal nieuw en gaat lang mee.

  • Verbeteringsmaatregelen aan de riolering.

    • Verbeteringsmaatregelen zijn gericht op het aanpassen van de riolering aan veranderde omstandigheden en nieuwe inzichten. Denk aan het vergroten van een 50 jaar oud riool omdat er meer afvalwater doorheen moet dan vroeger. Of denk aan extra voorzieningen om zware buien te kunnen verwerken.

  • Vervangen onderdelen mechanische riolering

    • Voor de mechanische riolering is een langetermijn planning opgezet. Deze dynamische planning wordt bepaald door bouwjaren, risico, status d.m.v. jaarlijkse inspecties. Hieruit blijkt dat aankomende jaren besturingen, leidingwerk en pompen vervangen moeten worden.

  • Waterlopen her-profileren.

    • Waterlopen moeten naast het normale jaarlijkse onderhoud, na verloop van tijd opnieuw op profiel worden gebracht

  • Restkredieten uit de vorige planperiode afronden.

    • Naast nieuw op te starten projecten zijn er nog restkredieten. Dit betreft projecten die zijn opgestart in de vorige planperiode maar nog niet zijn afgerond. Dit is veroorzaakt door personele ondercapaciteit, maar ook door vertraging door het meeliften met andere vakdisciplines en de daarmee gepaard gaande complexiteit. Deze projecten zijn dus reeds concreet benoemd en er is krediet verleend door de gemeenteraad. ln het uitvoeringsprogramma zijn deze projecten opgenomen en worden uitgevoerd komende jaren.



ln deze planperiode zal er een besluit worden genomen om een subsidie beschikbaar te  stellen. Het betreft een subsidie voor;

  • het plaatsen van een regenton;

  • onstenen en vergroenen; 

  • het aanleggen van een groendak en/of groengevel;

  • het afkoppelen van verhard oppervlak, eventueel in combinatie met infiltratievoorzieningen; 

  • het realiseren ven een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

 

De regeling en voorwaarden komen na vaststelling op de gemeentewebsite.

Om het water- en rioleringssysteem van de gemeente Stadskanaal in stand te houden, is gemiddeld een jaarlijkse investering van circa € 1,45 miljoen noodzakelijk. Dit bedrag omvat werkzaamheden zoals het relinen en vervangen van vrijverval riolering, klimaatadaptieve herinrichting van de openbare ruimte, het uitvoeren van reparaties en groot onderhoud aan mechanische riolering, persleidingen en afwateringssystemen.

Het uitgangspunt bij deze investeringen is een risicogestuurde benadering. Dit betekent dat de prioritering en het uitvoeringsprogramma zijn gebaseerd op risicoanalyses en de kans op schade of uitval. Hierdoor wordt voorkomen dat er onnodig ingrijpende maatregelen worden genomen waar dat niet nodig is, terwijl op kwetsbare plekken juist tijdig wordt ingegrepen.

Het doel is om met doelmatige inzet van middelen de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden en tegelijkertijd te zorgen dat het systeem zo lang mogelijk meegaat, met behoud van betrouwbaarheid, veiligheid en comfort voor inwoners en bedrijven.

5 Rioolheffing

5.1 Wettelijk kader voor de rioolheffing

afbeelding binnen de regeling

In dit hoofdstuk staat de bekostiging van de gemeentelijke watertaken in Stadskanaal centraal. De belangrijkste financieringsbron hiervoor is de rioolheffing. In 2026

bedraagt deze in Stadskanaal € 210,00 per aansluiting.

De rioolheffing wordt geheven binnen het geldende wettelijke kader, waarbij enkel kosten in rekening mogen worden gebracht

die rechtstreeks verband houden met de gemeentelijke watertaken. Hieronder vallen onder meer het beheer, onderhoud, herstel en de vervanging van het rioolstelsel, alsook taken rondom hemel- en grondwaterbeheer.

De gemeentelijke wateropgaven worden vertaald naar een kostendekkingsberekening, waarbij zowel directe als indirecte kosten worden meegenomen. Stadskanaal hanteert een vast tarief per aansluiting, wat zorgt voor eenvoud in uitvoering en duidelijke communicatie richting de burger.

Voor een huis- of bedrijfsaansluiting is dat € 210,00 en per perceel, voor garageboxen als zelfstandig WOZ-object is dat € 26,00.

Tot slot bevat dit hoofdstuk een financiële doorrekening die leidt tot een kostendekkend tarief, met het oog op een duurzame en toekomstbestendige uitvoering van de gemeentelijke watertaken.

De wettelijke basis voor de rioolheffing is opgenomen in artikel 228a van de Gemeentewet.

  • De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke watertaken. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. ln fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:

    • De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen:

    • het inzamelen en transporteren van afvalwater;

    • het verwerken van hemelwater;

    • het ingrijpen in de grondwaterstand.

  • De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100%

    kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven.

  • De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken.

    De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het

    kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel).

De kaders van de begrotingsregels liggen vast in:

  • Gemeentewet

  • Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken

  • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)Notitie riolering commissie BBV

    Jurisprudentie (i.o.)

  • In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

5.2 Uitgangspunten kostendekkingsberekening

De gemeente Stadskanaal werkt met een vaste rioolheffing die in 2026 is vastgesteld op

€ 210,00 per aansluiting. Voor objecten met uitsluitend een hemelwateraansluiting, zoals garageboxen, geldt een gereduceerd tarief van € 26,00. Deze eenvoudige tariefstructuur biedt duidelijkheid en voorspelbaarheid voor inwoners. Gemeente Stadskanaal hanteert geen gedifferentieerde tarieven voor grootverbruikers; eenvoud en beheersbaarheid  staan voorop.

lnvesteringen in het riool- en watersysteem worden geactiveerd op basis van de economische levensduur van de voorzieningen. Daarbij wordt gerekend met afschrijvingstermijnen van 15 en 60 jaar, afhankelijk van de aard van de investering. Voor de berekening van het benodigde tarief wordt uitgegaan van een

langetermijnperspectief van 20 jaar. 

ln het financiële model worden alle baten en lasten opgenomen. Tot de lasten behoren onder andere kapitaallasten, exploitatiekosten (zoals personeel), onderhoudskosten (inspectie, reiniging, reparatie), en onderzoekskosten. Ook toekomstige investeringen worden financieel doorgerekend.

De gemeente Stadskanaal streeft naar een 100% kostendekkende rioolheffing die in lijn is met het vastgestelde beleid. Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld op basis van de actuele technische en beleidsmatige inzichten. Omdat zowel de opgave als het investeringsritme dynamisch is, vindt jaarlijks een herziening van het tarief plaats. Zo blijft het systeem in financieel evenwicht en betalen inwoners niet meer dan noodzakelijk is.

afbeelding binnen de regeling

5.3 Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing

Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet - artikel 228a de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden.

De grafiek hieronder laat zien hoe de rioolheffing binnen onze gemeente globaal is opgebouwd:

afbeelding binnen de regeling

 

5.4 Berekening van de benodigde rioolheffing

afbeelding binnen de regeling

ln deze paragraaf is de berekening opgenomen van de benodigde rioolheffing om het beheer en de geplande investeringen in de gemeente Stadskanaal te kunnen bekostigen. Alle gegevens, uitgangspunten en keuzes uit de voorgaande hoofdstukken van dit Water- en Rioleringsprogramma (WRP) komen hierin samen. ln het bijgevoegde kader zijn de belangrijkste uitgangspunten van de berekening overzichtelijk samengevat.

De rioolheffing is doorgerekend voor de planperiode 2026-2030, met een doorkijk tot 2045. Het huidige tarief van € 210,- per aansluiting is op dit moment kostendekkend. De voorziening kan worden ingezet voor mee- en tegenvallers, maar ook voor tariefegalisatie. Het lagere tarief voor alleen hemelwateraansluitingen stijgt procentueel gelijk mee met het vaste tarief voor rioolaansluitingen. 

Door toename van jaarlijkse lasten moet de rioolheffing 2027 eenmalig stijgen met € 22. Daarna is een beperkte stijging van circa € 2 tot € 3 per

jaar voldoende om 100% kostendekkend te blijven. De jaarlijkse verhoging na 2035 is afhankelijk van de investeringsbehoefte en zal gedurende deze planperiode verder in beeld worden gebracht. Deze berekening is gemaakt zonder inflatiecorrectie, dit moet jaarlijks worden berekend.

afbeelding binnen de regeling
  •  ln de berekende waarden is nog geen inflatie verrekend, dus de prijsindex komt er jaarlijks nog overheen.

  • Aan de berekende waarden kunnen geen rechten worden ontleend. Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgesteld door de gemeenteraad in de verordening rioolheffing. Hierbij wordt rekening gehouden met opgetreden mee- en tegenvallers.

Naar boven