Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;
De burgemeester van de gemeente Zwolle;
gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 160 en 171 van de Gemeentewet.
Overwegende dat het uit het oogpunt van doelmatigheid, efficiënte bedrijfsvoering en een goede dienstverlening aan inwoners wenselijk is om diverse bevoegdheden van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders te mandateren.
B E S L U I T:
Vast te stellen het Besluit Algemeen mandaat en volmacht gemeente Zwolle 2026.
Artikel 1: Begripsbepalingen
- a.
Afdeling: elk organisatieonderdeel binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente dat wordt aangestuurd door een afdelingshoofd.
- b.
Ambtelijke opdracht: een door de directie ingestelde opdracht voor gebiedsontwikkelingen en complexe maatschappelijke vraagstukken.
- c.
Ambtelijke organisatie: het totale ambtelijke apparaat ter ondersteuning van het college en de burgemeester, met uitzondering van de griffie.
- d.
Burgemeester: burgemeester van de gemeente Zwolle als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte.
- e.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle.
- f.
Concerndirecteur: lid van de directie, welke sturing geeft aan een domein, overkoepelende thema’s en ambtelijke opdrachten en als onderdeel van het directieteam leiding geeft aan de ambtelijke organisatie.
- g.
Directieteam: de verantwoordelijke leiding van de ambtelijke organisatie, bestaande uit de gemeentesecretaris en de concerndirecteuren.
- h.
Domein: cluster van afdelingen met een inhoudelijk werkgebied welke in onderling verband staat.
- i.
Gemeente: gemeente als openbaar lichaam en de gemeente als publiekrechtelijk rechtspersoon.
- j.
Gemeentesecretaris: de door het college van B&W aangewezen secretaris zoals bedoeld in de artikelen 100 tot en met 106 e van de Gemeentewet welke tevens algemeen directeur van de ambtelijke organisatie is.
- k.
Locoburgemeester: lid van het college dat de burgemeester vervangt bij ontstentenis en belet.
- l.
Machtiging: bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die geen besluit, en ook geen privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
- m.
Mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester een besluit te nemen.
- n.
Portefeuillehouder: lid van het college dat verantwoordelijk is voor een bepaalde inhoudelijke portefeuille.
- o.
Volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2: Toepassingsbereik
- 1.
Dit besluit gaat niet over geattribueerde en gedelegeerde bevoegdheden.
- 2.
Waar in dit besluit gesproken wordt van mandaat wordt tevens bedoeld: volmacht en machtiging.
- 3.
In dit besluit wordt de bevoegdheid verleend de daarin genoemde taken uit te oefenen in naam van de mandaatgever, de aangegeven besluiten te nemen in naam van de mandaatgever en deze besluiten ook in naam van de mandaatgever te ondertekenen.
Artikel 3: Mandaat aan gemeentesecretaris
- 1.
College en burgemeester verlenen mandaat aan de gemeentesecretaris voor al hun bevoegdheden de ambtelijke organisatie betreffende, met uitzondering van:
- a.
bevoegdheden genoemd in bijlage 1 (Uitsluitende bevoegdheden college), bijlage 2 (Uitsluitende bevoegdheden burgemeester), bijlage 3 (Uitsluitende bevoegdheden wethouders) en bijlage 4 (Overige niet aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden);
- b.
bevoegdheden voortvloeiende uit wetgeving die bij vaststelling van voorliggend besluit nog niet van kracht was.
- 2.
College en burgemeester geven de gemeentesecretaris de uitdrukkelijke toestemming om ondermandaat te verlenen, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in bijlage 5 (Niet onder te mandateren bevoegdheden gemeentesecretaris).
- 3.
De gemeentesecretaris is bij de uitoefening van de bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, gehouden aan de bepalingen in het reglement mandaat, volmacht en machtiging.
- 4.
De gemeentesecretaris oefent de verleende bevoegdheden niet uit indien dat zou leiden tot een conflict met de kaders en afspraken in de vastgestelde begroting.
- 5.
Het bepaalde in lid 1 tot en met 3 is van overeenkomstige toepassing op door het college en burgemeester ontvangen mandaten van andere bestuursorganen tenzij het mandaatverlenende bestuursorgaan voor ondermandatering hiervoor expliciet geen toestemming heeft gegeven.
Artikel 4: Intrekking vorige besluit
Op het moment dat dit besluit in werking treedt, wordt het Mandaatbesluit gemeente Zwolle d.d. 6 juni 2025 en de Algemene regeling budgethouders d.d. 28 juni 2016 inclusief de aanvullingen d.d. 1 maart 2023 ingetrokken.
Artikel 5: Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 maart 2026.
Bijlage 1. Uitsluitende bevoegdheden college
Bestuurlijk-juridische bevoegdheden college
I Publiekrecht
De volgende bevoegdheden van het college worden niet gemandateerd:
- 1.
het doen van voorstellen aan de raad;
- 2.
het vaststellen van de Organisatieregeling;
- 3.
het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en overige besluiten van algemene strekking, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld;
- 4.
het nemen van besluiten over de toepassing van participatie en de wijze waarop;
- 5.
het besluiten tot het houden van een experiment, zoals bedoeld in artikel 1:9 Algemene plaatselijke verordening, waarbij tijdelijk wordt afgeweken van een of meerdere bepalingen in de Algemene plaatselijke verordening met het oog op het verzamelen van gegevens om te kunnen beoordelen of de afwijking permanent of algemeen kan worden gemaakt;
- 6.
het vaststellen van het voorontwerp en ontwerp omgevingsvisie;
- 7.
het vaststellen van het voorontwerp en ontwerp omgevingsplan;
- 8.
het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan op grond van een door de raad gedelegeerde bevoegdheid bedoeld in artikel 2.8 van de Omgevingswet. Dit geldt ook voor het voorontwerp en een ontwerp van deze wijziging;
- 9.
het vaststellen van een programma bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet en van een voorontwerp en een ontwerp van dit programma;
- 10.
het nemen van een voorbereidingsbesluit (als wijziging van het omgevingsplan) als de raad de bevoegdheid daartoe gedelegeerd heeft aan het college op basis van artikel 4.14, vijfde lid, van de Omgevingswet;
- 11.
alle bevoegdheden op grond van de Verordening naamgeving en nummering, met uitzondering van het besluiten tot kleine correcties van buurt- en wijkgrenzen en kleine correcties in de schrijfwijze van eerder door het college vastgestelde namen van (delen van) de openbare ruimte;
- 12.
alle bevoegdheden met betrekking tot de aanwijzing van gemeentelijke monumenten;
- 13.
alle bevoegdheden van het college met betrekking tot toegelaten instellingen binnen de gemeentegrens op grond van de Woningwet;
- 14.
het besluiten tot het treffen van rechtstreekse voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting op grond van de Woningwet;
- 15.
het besluiten omtrent subsidie, voor zover het besluit niet in overeenstemming is met de Algemene subsidieverordening dan wel beleidsregels en nadere regels die daarop zijn gebaseerd, of voor zover het besluit niet in overeenstemming is met andere verordeningen, waaruit een aanspraak op subsidie kan voortvloeien;
- 16.
het vaststellen van subsidieplafonds, met uitzondering van het subsidieplafond voor de verstrekkingen in het kader van de Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zwolle 2024;
- 17.
het verlenen van mandaat aan externen die niet werkzaam zijn onder directe verantwoordelijkheid van het college of de burgemeester met inachtneming van het bepaalde in artikel 10:4 Awb;
- 18.
het benoemen van personen in (bestuurs)commissies als bedoeld in artikel 83 en 84 van de Gemeentewet;
- 19.
het opdracht geven tot een onderzoek in de zin van artikel 213a Gemeentewet;
- 20.
het op grond van artikel 1.61, lid 2, Wet kinderopvang aanwijzen van de directeur publieke gezondheid van de GGD als toezichthouder op de naleving van de bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 1.60a en 1.60c Wet kinderopvang gestelde regels;
- 21.
het aanwijzen van de gemeentearchivaris op grond van artikel 32 Archiefwet;
- 22.
het aanwijzen van de functionaris voor gegevensbescherming op grond van artikel 37, lid 1, sub a, Algemene Verordening Gegevensbescherming en artikel 36 lid 1 Wet politiegegevens.
- 23.
het aanwijzen van overige toezichthouders op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift namens de gemeente, met uitzondering van de toezichthouder in de zin van artikel 18.6 Omgevingswet;
- 24.
het aanwijzen van degene die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belasting op grond van artikel 231, lid 2, onder b en c, Gemeentewet;
- 25.
het indienen van een verzoek van machtiging tot opschorting van overbrenging aan het college van Gedeputeerde Staten op grond van artikel 13 Archiefwet 1995;
- 26.
het vaststellen van hotspots en het uitzonderen van vernietiging van archiefbescheiden in het kader van de vastgestelde hotspots op grond van artikel 5 Archiefbesluit 1995;
- 27.
het aanwijzen van de gemeentelijke archiefbewaarplaats op grond van artikel 31 Archiefwet 1995;
- 28.
het op grond van artikel 5:27, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geven van een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden wanneer het college bestuursdwang heeft toegepast.
- 29.
het aanwijzen van aanplakborden voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen op grond van artikel 2:42, lid 4, APV;
- 30.
het aanwijzen van gebieden waar het verboden is om geld of andere zaken te bedelen op grond van artikel 2:65 APV;
- 31.
het aanwijzen van gebieden voor carbidschieten op grond van artikel 2:73a, lid 2, APV;
- 32.
het aanwijzen van collectieve festiviteiten op grond van artikel 4:2 APV;
- 33.
het aanwijzen van plaatsen waar verboden met betrekking tot parkeren van grote voertuigen en aanhangwagens niet gelden op grond van artikel 5:8, lid 2, APV;
- 34.
het opleggen van verboden ter voorkoming van overlast van fiets of bromfiets op grond van artikel 5:12, lid 1 en 2, APV;
- 35.
het aanwijzen van locaties waar markten gehouden worden op grond van artikel 3, lid 1, eerste gedachtestreepje, Marktverordening Zwolle 2017;
- 36.
het vaststellen van de lijst met artikelgroepen of branches en van het maximumaantal standplaatsen per branche op grond van artikel 3, lid 2, Marktverordening Zwolle 2017;
- 37.
het niet laten plaatsvinden van een markt en het verplaatsen van een markt bij bijzondere omstandigheden op grond van artikel 2 Uitvoeringsbesluit Marktverordening;
- 38.
het jaarlijks vaststellen van een verslag van alle werkzaamheden en verzending daarvan aan de gemeenteraad met een afschrift aan de minister op grond van artikel 12 Regeling wet kinderopvang.
II Privaatrecht
Het college geeft geen volmacht aan de gemeentesecretaris voor:
- 1.
het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als:
- a.
op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht;
- b.
op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid gesteld is wensen en bedenkingen over de overeenkomst aan te geven bij het college omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;
- c.
de raad ter zake om informatie heeft gevraagd;
- 2.
het besluiten tot het aangaan van publiek-private samenwerkingsconstructies, convenanten, bestuursovereenkomsten en overeenkomsten met vergelijkbare strekking;
- 3.
het besluiten tot het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten en dienstverleningsovereenkomsten met andere gemeenten, behalve indien de overeenkomst betrekking heeft op zaken die reeds voorzien zijn in de vastgestelde begroting;
- 4.
het kopen, ruilen, vervreemden of bezwaren met zakelijke rechten van onroerende zaken en de hiermee verband houdende overige (vastgoed)transacties en het aangaan van verplichtingen die niet opgenomen is/zijn in de Meerjarenprognose Vastgoed (MPV), tenzij de waarde van de tegenprestatie ten hoogste € 200.000,- bedraagt;
- 5.
het kopen, ruilen, vervreemden of bezwaren met zakelijke rechten van onroerende zaken en de hiermee verband houdende overige (vastgoed)transacties en het aangaan van verplichtingen indien de waarde van de tegenprestatie meer dan € 200.000,- bedraagt, tenzij deze opgenomen is/zijn in de Meerjarenprognose Vastgoed (MPV).
- 6.
het vervreemden van cultuurgoederen;
- 7.
het besluiten tot het aangaan van intentieovereenkomsten (met uitzondering van de NRI-brief), samenwerkingsovereenkomsten, het besluiten tot het aangaan van een overeenkomst voor het verhalen van kosten bedoeld in artikel 13.13, eerste lid, van de Omgevingswet (anterieure overeenkomst), en overeenkomsten met vergelijkbare strekking;
- 8.
het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht;
- 9.
het nemen van besluiten in het kader van onderwijshuisvesting tot het aangaan van een bouwheer- en samenwerkingsovereenkomst;
- 10.
het verlenen van toestemming, als bedoeld in artikel 110, lid 7, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108, lid 7, van de Wet op de expertisecentra of artikel 6.20, lid 9, van de Wet op het voortgezet onderwijs, aan het bevoegd gezag voordat een huurovereenkomst wordt gesloten;
- 11.
het nemen van besluiten om hoger beroep of cassatie in te stellen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures;
- 12.
het besluiten om de omvang van een programmabudget op de begroting van baten en lasten te wijzigen onder de voorwaarden gesteld in artikel 4, lid 3, sub a tot en met c, Financiële verordening gemeente Zwolle;
- 13.
het nemen van besluiten tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld om middels een zienswijze wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen;
- 14.
het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten en schenkingen;
- 15.
het nemen van besluiten tot het doen van een schenking;
- 16.
het aanvaarden van een aanbod tot sponsoring;
- 17.
het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Zwolle in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen;
- 18.
het benoemen van personen in adviesorganen van het college.
III Personeelsaangelegenheden
Het college blijft bevoegd tot:
- 1.
het vaststellen van de functiebeschrijving van de gemeentesecretaris en algemeen directeur;
- 2.
het besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst en overige besluiten over de rechtspositie van de gemeentesecretaris;
- 3.
het aanwijzen van een tijdelijke vervanger bij ontstentenis of belet van de gemeentesecretaris;
- 4.
het nemen van besluiten over organisatiewijzigingen, behalve wanneer deze uitsluitend de interne structuur, de naamgeving, de ambtelijke opdrachten en de taken van de domeinen en de afdelingen betreffen.
Bijlage 2 Uitsluitende bevoegdheden burgemeester
Bestuurlijk-juridische bevoegdheden
I Publiekrecht
Bij de burgemeester blijven liggen:
- 1.
de volgende bevoegdheden tot het nemen van besluiten die voortvloeien uit zijn wettelijke taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid:
- a.
het vaststellen van een noodverordening op grond van artikel 176 Gemeentewet;
- b.
het opleggen, intrekken of verlengen van een tijdelijk huisverbod op grond van artikel 2 en artikel 6 Wet tijdelijk huisverbod;
- c.
het geven van een last tot inbewaringstelling en vergelijkbare maatregelen op grond van de Wet verplichte GGZ en de Wet zorg en dwang;
- d.
het verlenen van ontheffing van het verbod om je te begeven op afgezette openbare plaatsen op grond van artikel 2:1, lid 4, APV;
- e.
het stellen van nadere regels ten aanzien van sluitingstijden op grond van artikel 2:29, lid 9, APV;
- f.
het aanwijzen van evenementen en gebieden waar het gebruik van glas op terrassen niet is toegestaan op grond van artikel 2:35 APV;
- g.
het aanwijzen van gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten waarvoor een vergunningsplicht geldt op grond van artikel 2:37, lid 1, APV en het behandelen van de vergunningaanvraag;
- h.
besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door de burgemeester aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats op grond van artikel 2:75 APV;
- i.
het aanwijzen van veiligheidsrisicogebieden, het geven van een verwijderingsbevel en het opleggen van een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:76 en 2:76a APV;
- j.
het plaatsen van camera’s in de openbare ruimte op grond van artikel 2:77 APV;
- k.
het sluiten van voor het publiek toegankelijke gebouwen of inrichtingen op grond van artikel 2:78, lid 1, APV;
- l.
het opleggen van een last onder bestuursdwang in verband met woonoverlast op grond van artikel 2:79 APV;
- m.
het nemen van procesbesluiten en het geven van machtigingen tot binnentreden op grond van artikel 2 Algemene wet op het binnentreden en artikel 5:27 Algemene wet bestuursrecht;
- n.
het aanwijzen van toezichthouders op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift namens de gemeente;
- o.
het opleggen van een boete van de vierde of vijfde categorie op grond van artikel 35c, lid 4, Wet op de kansspelen;
- p.
het besluiten tot het houden van een experiment, zoals bedoeld in artikel 1:9 Algemene plaatselijke verordening waarbij tijdelijk wordt afgeweken van een of meerdere bepalingen in de APV met het oog op het verzamelen van gegevens om te kunnen beoordelen of de afwijking permanent of algemeen kan worden gemaakt;
- 2.
het nemen van besluiten over het toepassen van participatie en de wijze waarop als het gaat om besluiten van de burgemeester;
- 3.
het aanwijzen van toezichthouders op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift namens de gemeente, met uitzondering van de toezichthouder in de zin van artikel 18.6 Omgevingswet.
II Privaatrecht
- 1.
De burgemeester geeft geen volmacht aan de gemeentesecretaris voor het tekenen van overeenkomsten indien de uitsluitende bevoegdheid tot het aangaan ervan bij het college ligt, met uitzondering van de anterieure overeenkomst.
II Personeelsaangelegenheden
De volgende bevoegdheden verleent de burgemeester niet aan de gemeentesecretaris:
- 1.
het ondertekenen van een arbeidsovereenkomst met de gemeentesecretaris;
- 2.
de afdoening van klachten wegens ongewenst gedrag van het college, een collegelid, raad of raadslid en de gemeentesecretaris.
Bijlage 3 Uitsluitende bevoegdheden wethouders
Bestuurlijk-juridische bevoegdheden portefeuillehouders
I Publiekrecht
Elke portefeuillehouder is bevoegd tot:
- 1.
het beslissen op een verzoek om rechtstreeks beroep op grond van artikel 7.1a Awb;
- 2.
het beslissen op bezwaarschriften in afwijking van het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften;
- 3.
de portefeuillehouder Groen is bevoegd tot het instellen van een Adviescommissie houtopstand op grond van artikel 15.1 van de Bomenverordening 2021.
II Privaatrecht
Niet van toepassing
III Personeelsaangelegenheden
De locoburgemeester blijft bevoegd tot:
- 1.
de afdoening van klachten wegens ongewenst gedrag van de burgemeester als bestuursorgaan, vertegenwoordiger van de gemeente of lid van het college.
Bijlage 4: Overige niet aan de gemeentesecretaris verleende bevoegdheden
Namens het College van burgemeester en wethouders:
De secretaris van de commissie naamgeving is bevoegd tot:
- 1.
het besluiten tot kleine correcties van buurt- en wijkgrenzen en kleine correcties in de schrijfwijze van eerder door het college vastgestelde namen van (delen van) de openbare ruimte o.g.v. art. 2 en 3 van de Verordening naamgeving en nummering wordt gemandateerd aan de Secretaris van de commissie naamgeving.
De directeur Collectie Overijssel (CO) is bevoegd tot:
- 1.
het beperken en het opheffen van de beperkingen openbaarheid van in de gemeentelijke archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden op grond van art. 15-17 Archiefwet juncto artikel 10 Archiefbesluit;
- 2.
vervanging van in de gemeentelijke archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden door reproducties op grond van artikel 7 Archiefwet juncto de artikelen 2, 6 en 8 Archiefbesluit;
- 3.
vervreemding van in de gemeentelijke archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden op grond van artikel 8 Archiefwet.
De vestigingsmanager IJsselvecht van de NV Rova is bevoegd tot:
- 1.
het tijdelijk plaatsen of toepassen van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelen ingevolge artikel 34 Besluit Administratieve Bepalingen Wegverkeer.
Operationeel beheerders en servicemedewerkers van de NV Rova zijn bevoegd tot:
- 2.
Het tijdelijk plaatsen of toepassen van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelen ingevolge artikel 34 Besluit administratieve bepalingen wegverkeer.
De directeur van TIEM B.V. is met betrekking tot aanvragen/verzoeken gericht op arbeidsinschakeling bevoegd tot:
- 1.
het beslissen tot ondersteuning bij arbeidsinschakeling of het verkrijgen van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie, zoals bedoeld in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
- 2.
het beslissen op verzoeken van een werkgever tot het ontvangen van een loonkostensubsidie, no-riskpolis of persoonsgebonden re-integratiebudget als bedoeld in re-integratieverordening, het voorlopig vaststellen van de hoogte van de subsidie of regeling en het al of niet verlenen van een voorschot;
- 3.
het beslissen tot het al of niet toepassen van de innovatieclausule als bedoeld in art. 16 Re-integratieverordening;
- 4.
het met belanghebbende opstellen van een persoonlijk actieplan gericht op arbeidsinschakeling.
De directeur van TIEM B.V. is met betrekking tot herziening, voortzetting, beëindiging, en terugvordering i.v.m. arbeidsinschakeling bevoegd tot:
- 1.
het definitief vaststellen van de hoogte van een loonkostensubsidie of indienstnemingssubsidie als bedoeld in de Participatiewet;
- 2.
het beslissen op verzoeken tot herziening of ambtshalve herzien of beëindigen van de toegekende ondersteuning of voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling;
- 3.
het beslissen op verzoeken van een werkgever tot het herzien, het ambtshalve herzien of het beëindigen van een loonkostensubsidie;
- 4.
het met een belanghebbende wijzigen van een opgesteld persoonlijk actieplan al of niet inclusief de tegenprestatie gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;
- 5.
het naar aanleiding van de (tussen) rapportage van de uitvoerder van een re-integratietraject beslissen over het voortzetten, wijzigen of beëindigen van overeengekomen trajecten;
- 6.
het beslissen tot terugvordering van een loonkostensubsidie of indienstnemingssubsidie als bedoeld in de Participatiewet.
Het dagelijks bestuur van de GGD IJsselland is bevoegd tot:
- 1.
het beslissen op aanvragen om een maatwerkvoorziening ten behoeve van maatschappelijke opvang en beschermd wonen (in casu het bepalen van toegang tot een voorziening voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen);
- 2.
het herzien of intrekken van de beslissing op een aanvraag om een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang en beschermd wonen;
- 3.
het nemen en verrichten van alle noodzakelijk voorbereidingshandelingen en –beslissingen, alsmede het besluiten tot het niet behandelen van aanvragen;
- 4.
het beslissen op bezwaar gericht tegen de hiervoor genoemde besluiten ;
- 5.
het nemen van het besluit op grond van artikel 5:2 van de Wet verplichte GGZ om al dan niet een aanvraag voor de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de officier van justitie in te dienen als bedoeld in artikel 5:3 van de Wet verplichte GGZ;
- 6.
het benoemen van een of meer gemeentelijke lijkschouwers o.g.v. art. 4 Wet op de lijkbezorging.
De directeur publieke gezondheid van de GGD is bevoegd tot:
- 7.
het toezicht houden op de naleving van de bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 1.60a en 1.60c Wet kinderopvang gestelde regels.
De directeur van de Omgevingsdienst IJsselland is bevoegd tot:
- 1.
het ter inschrijving aanbieden van een verklaring met betrekking tot het vervallen van een beperking op grond van de Wet bodembescherming, conform artikel 15, derde lid, van de Wkpb;
- 2.
het aanwijzen van een vervangend object als werkingsgebied indien een aangewezen object blijkens de bijbehorende registratie niet langer actueel is, conform artikel 7 Regeling kpb;
- 3.
het opstellen van een verklaring dat de aan te leveren essentialia overeenkomen met de inhoud van het brondocument, conform artikel 5 Regeling kpb;
- 4.
het aanleveren van de in het gemeentelijke beperkingenregister ingeschreven beperkingenbesluiten op grond van de Wet bodembescherming genomen en daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, conform artikel 17a, eerste lid van de Wkpb;
- 5.
alle bevoegdheden beschreven in het Mandaat- en machtigingsregister IJsselland, mandaatpakket ‘regulier mandaat’:
Verleende bevoegdheden in het kader van ontheffingen voor de nul-emissiezone Zwolle:
De Stedelijk Directeur Cluster Ruimte en Economie van de gemeente Amsterdam is bevoegd tot:
- 1.
het beslissen op aanvragen voor ontheffingen als bedoeld in de paragrafen 1 en 2 van het ontheffingenbeleid nul-emissiezone Zwolle 2025;
- 2.
het verrichten van alle benodigde feitelijke handelingen in het kader van deze bevoegdheid als genoemd onder 1;
- 3.
het verrichten van alle benodigde feitelijke handelingen in het kader van het aanvraag-, bekendmakings- en deponeringsproces met betrekking tot aanvragen voor ontheffingen als bedoeld in artikel 12 en 13 van het ontheffingenbeleid nul-emissiezone Zwolle 2025;
- 4.
het verlenen van ondermandaat en machtiging van de onder 1-3 genoemde bevoegdheden aan onder diens verantwoordelijkheid werkzame functionarissen.
De Directeur Juridisch Bureau van de gemeente Amsterdam is bevoegd tot:
- 5.
het beslissen op bezwaarschriften tegen beschikkingen die op grond van artikel 1 in mandaat zijn genomen;
- 6.
het verrichten van alle benodigde feitelijke handelingen in het kader van de bevoegdheid onder 5;
- 7.
het verlenen van ondermandaat en machtiging van de onder 5-6 genoemde bevoegdheden aan de onder diens verantwoordelijkheid werkzame functionarissen.
De Dienst Wegverkeer (RDW) is bevoegd tot:
- 1.
het op aanvraag nemen van een besluit om een ontheffing ten aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, voor zover passend binnen de artikelen 3 tot en met 12 van het Ontheffingenbeleid, met inachtneming van het Ontheffingenbeleid;
- 2.
het in ontvangst nemen van een aanvraag en voorbereiden van een besluit om een ontheffing ten aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, voor zover passend binnen artikel 13 en 14 van het Ontheffingenbeleid;
- 3.
het ondertekenen van een besluit van de gemeente als bedoeld onder b, alsmede intrekking van een ontheffing als onder b bedoeld;
- 4.
het intrekken van ontheffingsbesluiten op basis van het Ontheffingenbeleid genomen in mandaat door de Stedelijk directeur, cluster Ruimte en Economie van de gemeente Amsterdam in de periode van 1 juli 2024 tot 15 september 2025;
- 5.
alle benodigde feitelijke handelingen behorend tot de onder a en d bedoelde bevoegdheden;
- 6.
het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld onder a, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep namens de mandaatgever;
- 7.
het verwerken van de persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van de hiervoor genoemde bevoegdheden en feitelijke handelingen;
- 8.
het verlenen van ondermandaat en machtiging met betrekking tot de hiervoor onder 1-7 genoemde bevoegdheden aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het volgende:
- a.
Tenzij anders is bepaald omvat de verlening van ondermandaat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar;
- b.
In afwijking van het hiervoor onder a bepaalde mag de beslissing op bezwaar niet in ondermandaat worden genomen door degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar is gericht;
- c.
In afwijking van het hiervoor onder a bepaalde mag de beslissing op bezwaar niet in ondermandaat worden genomen door degene die in de hiërarchische verhoudingen ressorteert onder degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt.
Namens de burgemeester
De burgemeester verleent mandaat aan de hulpofficier van justitie belast met de uitvoering van een huisverbod voor:
- 1.
het nemen van het besluit tot het opleggen van een huisverbod.
De hulpofficier van justitie belast met de uitvoering van een huisverbod is gemachtigd tot:
- –
In geval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, alvorens te besluiten tot het wel of niet opleggen van een huisverbod, overleg te plegen met Bureau Jeugdzorg (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 3 Wet tijdelijk huisverbod);
- –
In een dermate spoedeisende situatie dat het huisverbod niet tevoren op schrift kan worden gesteld, het huisverbod mondeling aan te zeggen aan de uit huis te plaatsen persoon (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 7 Wet tijdelijk huisverbod);
- –
Het mededelen van het huisverbod en de consequenties van niet naleven, aan de huisgenoten van de uithuisgeplaatste, de aangewezen instantie voor advies en/of hulpverlening en Bureau Jeugdzorg (ingeval van kindermishandeling of een vermoeden daarvan) (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 8 Wet tijdelijk huisverbod);
- –
Het binnen 24 uur regelen van juridische bijstand voor de uithuisgeplaatste nadat hij/zij hiertoe de eventuele wens te kennen heeft gegeven en wel voor de duur van de behandeling van het verzoek voor een voorlopige voorziening bij de rechtbank (artikel 3 lid 1 juncto artikel 5 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod).
De politieambtenaren van de eenheid Oost-Nederland zijn bevoegd tot:
- 1.
het opleggen van verwijderingsbevelen op grond van artikel 276a Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2021 (APV) voor de duur van maximaal 24 uur voor de gebieden zoals aangewezen op basis van artikel 2:48 APV.