Gemeenteblad van Assen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 138397 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 138397 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Assen 2026
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Assen 2026.
De raad van de gemeente Assen, gelet op artikel 16 van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen:
Reglement van orde houdende bepalingen over de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Gemeente Assen, 2026.
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
Hoofdstuk II. Toelating van nieuwe leden; wethouders; fracties
Artikel 10. Splitsing fracties
Artikel 11. Ingangsdatum wijziging fracties
Een wijziging zoals bedoeld in de artikelen 9 en 10 gaat in bij de eerstvolgende besluitvormende vergadering, nadat deze bij de voorzitter schriftelijk is gemeld.
Artikel 12. Plaatsvervangend raadslid
Een raadsfractie kan twee plaatsvervangers als deelnemer aan de consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten namens de betreffende fractie aanwijzen op basis van artikel 82 van de gemeentewet. Deze plaatsvervanger moet tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de fractie.
Hoofdstuk III. Vergaderingen van de raad
Paragraaf 1. Raadsvergadering; tijd van vergaderen; voorbereidingen;
Artikel 15. Beschikbaarstelling van stukken
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid worden geheime stukken die vallen onder de beschrijving van artikel 87 van de Gemeentewet uitsluitend beschikbaar gesteld aan leden van de raad en plaatsvervangend raadsleden, via het BIS, dan wel blijven onder berusting van de griffier die de leden van de raad inzage verleent.
Paragraaf 2. Orde van de raadsvergadering
De leden, de voorzitter, de collegeleden, de griffier en de gemeentesecretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen als de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering volgt de in het tweede lid beschreven procedure.
De besluitenlijst moet tenminste inhouden:
een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
De leden en overige aanwezigen spreken tot de voorzitter vanaf de spreekplaats tenzij de voorzitter toestaat dat zij vanaf hun zitplaatsen spreken.
De voorzitter roept een spreker tot de orde als hij zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort. Wanneer de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde raads- en collegeleden de gelegenheid te geven tot nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken.
Artikel 26. Opsplitsing van de beraadslaging
De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen.
Artikel 29. Stemming over zaken
Wanneer stemming gewenst is vindt dit plaats door middel van het digitale stemsysteem, tenzij de voorzitter beslist dat wordt gestemd door middel van handopsteken. De voorzitter vraagt welke leden voor en welke leden tegen het voorstel stemmen en noemt de fracties die voor dan wel tegenstemmen bij naam.
Voordat hoofdelijke stemming plaatsvindt, bepaalt de voorzitter bij loting een volgnummer van de presentielijst. Bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming tijdens de vergadering. De voorzitter of de griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen naar de volgorde van de presentielijst.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Merkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Artikel 31. Stemming over personen
Artikel 33. Herstemming over personen
Een derde stemming volgt als na de tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft behaald. Deze derde stemming gaat tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben behaald. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Paragraaf 4. Consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten
Plaatsvervangend raadsleden tekenen de presentielijst indien zij bij één of meerdere agendapunten van een consulterende raadsbijeenkomst aanwezig zijn. Uitsluitend plaatsvervangende raadsleden die de presentielijst getekend hebben kunnen aanspraak maken op de commissievergoeding conform hetgeen daarover in de verordening rechtspositie raads- en commissieleden is opgenomen.
Hoofdstuk IV. Instrumenten raadsleden
Artikel 41. Amendementen en subamendementen
Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen over amendementen die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn, kan worden beraadslaagd.
Een (sub)amendement en een voorstel tot splitsing van een geagendeerd voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend om in behandeling genomen te kunnen worden, tenzij de voorzitter -met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
Artikel 44. Initiatiefvoorstel
De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behalve in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk door het raadslid bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen.
De griffier brengt de inhoud van het verzoek ter kennis van de overige (raads)leden en het college. Bij het vaststellen van de agenda van de eerstvolgende vergadering wordt het verzoek ingebracht. Het interpellatiedebat wordt toegevoegd aan de agenda als tenminste 20% van het aantal raadsleden dat mag deelnemen aan de stemming hiermee instemt. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
Artikel 46. Schriftelijke vragen
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen na de dag van ontvangst. Wanneer beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, zendt het college de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie werkdagen na de dag van ontvangst. Wanneer beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, ontvangt de vragensteller door of namens het college gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Hoofdstuk VI. Lidmaatschap van andere organisaties
Artikel 54. Verslag; verantwoording
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht, eventueel in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken óf voor het sluiten van de vergadering, verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende bijeenkomst.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 49, zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of gemeentesecretaris, als lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, er niet toe leidt dat betrokkene zijn ontslag daartoe indient, kan de raad besluiten tot ontslag als lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan.
Hoofdstuk VII; Rechten van inwoners
Artikel 55. Vraagrecht voor inwoners
Inwoners van de gemeente Assen en ondernemers kunnen hun vraag aan de raad en of het college onder vermelding van het onderwerp tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van een besluitvormende raadsvergadering schriftelijk indienen bij de griffier. De behandeling van de ingediende vraag vindt plaats tijdens het vraagrecht voor raadsleden en inwoners.
Degene die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12 uur ’s middags op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Daarbij gelden de volgende bepalingen:
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 februari 2026
de voorzitter
dhr. M.L.J. Out
de griffier,
dhr. J.de Jonge
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen en Artikel 2. De voorzitter
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, geeft de ruimte om een raadslid aan te wijzen dat het voorzitterschap van de raad waarneemt bij ontstentenis van de burgemeester, daarin wordt met art 2 lid 2 voorzien.
Met lid drie wordt geregeld dat bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter, een plaatsvervangend voorzitter uit de pool voor de consulterende raadsbijeenkomsten, als voorzitter in de besluitvormende raadsvergadering fungeert.
De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. Daarnaast is de griffier en/of zijn plaatsvervanger aanwezig in elke consulterende raadsbijeenkomst. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
De agendacommissie behartigt namens de raad zaken van procedurele aard. De agendacommissie is een a-politiek orgaan dat bestaat uit vijf leden. De vicevoorzitter van de raad, 2 leden namens de coalitie en 2 leden namens de niet-coalitiepartijen.
Het verdient de voorkeur dat raadsleden die een rol hebben als commissievoorzitter (ex art. 37 lid 1 van dit reglement) zitting nemen in de agendacommissie.
Bij het vaststellen van de voorlopige agenda's (lid 7b) toetst de agendacommissie het advies dat de griffie heeft uitgebracht over de voorbereiding van te agenderen onderwerpen.
Wanneer de agendacommissie van oordeel is dat een raadsvoorstel inhoudelijk van onvoldoende kwaliteit is kan zij besluiten tot terugzending aan het college.
Bij het bepalen van de volgorde van de agenda houdt de agendacommissie rekening met insprekers en reistijd van eventuele externe sprekers. Bij de splitsing in parallelsessies wordt rekening gehouden met toegankelijkheid voor publiek (in de raadzaal is meer ruimte voor publiek dan in de commissiezaal).
Tot ‘zaken van procedurele aard’ (lid 7c) behoren in elk geval de Lange Termijn Agenda (LTA) en de planning donderdagavonden.
De agendacommissie komt in de basis één keer per maand bijeen. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter de agendacommissie vaker bijeenroepen, dan wel een besluit via een schriftelijke ronde aan de agendacommissie voorleggen.
Artikel 5. Fractievoorzittersoverleg
De ervaring leert dat het erg zinvol is dat de fractievoorzitters op regelmatige basis bijeenkomen. Ook het fractievoorzittersoverleg komt daarom in principe één keer per maand bijeen.
Het fractievoorzittersoverleg bespreekt zaken die van politieke aard kunnen zijn, maar die niet per definitie geschikt zijn om in de openbaarheid of in een officiële besloten vergadering te bespreken. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om zaken die betrekking hebben op personeelszaken, integriteitskwesties of zaken op het gebied van veiligheid en openbare orde. In het overleg kan politieke afstemming plaatsvinden.
Het fractievoorzittersoverleg is niet openbaar. Daarmee kunnen in dit gremium ook (politiek) gevoelige onderwerpen besproken worden. Bijvoorbeeld afstemming over de wens van één of meer leden om een (politiek gevoelig) thema te agenderen en evaluatie van recente raadsbijeenkomsten.
Het fractievoorzittersoverleg kan inhoudelijke voorstellen aan de raad doen. Bijvoorbeeld hetbenoemen van plv raadsleden of voorstellen tot vaststelling of wijziging van een verordening die de huishouding van de raad betreffen. Denk hierbij aan het reglement van orde, de verordeningen waarmee commissies worden ingesteld, rechtspositionele verordeningen etc.
De burgemeester heeft de mogelijkheid om in dit overleg de fractievoorzitters bij te praten over actuele situaties in de stad.
Er wordt voor gewaakt dat het geen ‘kleintje raad’ wordt. Uitgangspunt blijft dat onderwerpen in een openbare dan wel besloten voltallige raad moet worden besproken. Vanwege het niet openbare karakter van het overleg kunnen in het fractievoorzittersoverleg geen besluiten genomen worden op rechtsgevolg gericht.
Hoofdstuk II; Toelating nieuwe leden, wethouders, fracties
Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Het verdient de voorkeur dat voor alle kandidaat raadsleden een Verklaring Omtrent Gedrag wordt opgevraagd. Hierbij moet worden opgemerkt dat een VOG geen vereiste is die uit de wet voortvloeit. Het ontbreken van een VOG mag er daarom niet toe leiden dat een kandidaat raadslid niet wordt toegelaten tot de raad.
Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad (via de griffier) en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De griffier kan er ook voor kiezen met een vaste commissie geloofsbrieven te werken.
Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Dit ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.
Artikel 7. Benoeming wethouders
Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen.
Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet).
De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
Een fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding (partijnaam) die zij boven de kandidatenlijst had staan. Fracties die geen naam boven hun kandidatenlijst hadden staan (blanco lijst) voeren de naam van hun fractievoorzitter.
Artikel 9. Samenvoegen fracties
Wanneer fracties samengaan voeren zij de namen van hun oude fracties in de door hen gewenste volgorde. Er is ook een situatie denkbaar dat een of meerdere leden van een fractie uit hun partij stappen en lid worden van een andere partij die in de raad vertegenwoordigd is. In dergelijke gevallen is geen sprake van een gecombineerde naam.
Artikel 10. Splitsing fracties
Regelt de procedure wanneer leden zich afsplitsen of uit een partij worden gezet. Fracties die ontstaan door een afsplitsing voeren (ongeacht de reden van afsplitsing) de naam van hun fractievoorzitter. Er zijn situaties denkbaar dat een fractie in gelijke delen uit elkaar valt.
In dergelijke gevallen kan onduidelijk zijn welk deel als voortzetting van de oorspronkelijke fractie gezien moet worden. Wanneer dit aan de orde is kan de voorzitter beslissen dat beide delen de oorspronkelijke naam houden aangevuld met de naam van hun fractievoorzitter.
Artikel 12. Plaatsvervangend raadslid
Consulterende raadsbijeenkomsten gelden als commissievergadering als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet (artikel 35 RvO). Niet-raadsleden, hier genoemd plaatsvervangend raadsleden, kunnen ook lid zijn van een dergelijke commissie. Dit artikel regelt aan welke voorwaarden een plaatsvervanger moet voldoen. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als in de wet en verordeningen opgenomen rechten en plichten van commissieleden ex. artikel 82 Gemeentewet. Zij hebben de beschikking over alle benodigde stukken, inclusief de vertrouwelijke en geheime stukken. Daarmee hebben zij ook toegang tot raadsvergaderingen die achter besloten deuren plaatsvinden, met uitzondering van de vergadering waarin besloten wordt over de voordracht voor (her)benoeming van de burgemeester.
Elke fractie kan maximaal 2 plaatsvervangend raadsleden voordragen. De commissie geloofsbrieven toetst of plaatsvervangend raadsleden voldoen aan alle vereisten die krachtens dit reglement aan hen worden gesteld voldoen.
In lid 6 wordt benadrukt dat de raad kan beslissen over benoeming en ontslag. Ook wordt hier geregeld dat het plv raadslidmaatschap eindigt wanneer een fractie ophoudt te bestaan als zelfstandige fractie. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een fusie ex art 9 van dit reglement. In dergelijke gevallen kan de nieuwe, gefuseerde fractie 2 plv raadsleden voordragen. Dit voorkomt een situatie dat een gefuseerde fractie 4 plv raadsleden heeft en vervolgens 2 moet voordragen voor ontslag.
Fracties die zijn ontstaan door een afsplitsing (ex art 10) kunnen géén plv raadsleden voordragen. In de uitzonderlijke situatie zoals beschreven in art 10 lid 4 is het uitgangspunt dat dit niet kan leiden tot meer dan 2 plaatsvervangers. De benoemde plv raadsleden van de betreffende fractie kunnen kiezen bij welk deel van de oorspronkelijke fractie zij zich aansluiten.
Hoofdstuk III; Vergaderingen van de raad
Artikel 13 & 14. Oproep en voorlopige agenda
In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De burgemeester doet dit vanuit zijn rol als voorzitter van de raad. Bij ontstentenis van de burgemeester, zal de uitnodiging door zijn vervanger als voorzitter van de raad worden verstuurd. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter minimaal tien dagen vóór een vergadering de leden een oproep stuurt door plaatsing van de agenda in het RIS/BIS. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Dit is tevens de openbare kennisgeving. Daarnaast wordt de agenda als extra service aan de burger ook gepubliceerd in Berichten van de Brink, in het daarvoor gecontracteerde lokale huis-aan-huis-blad. Individuele raadsleden kunnen bij de agendacommissie onderwerpen voor de agenda voordragen. Ook kunnen zij bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. De raad stelt steeds aan het begin van de vergadering de agenda vast. Voor wijziging van de agenda is een meerderheid van stemmen agenda ongewijzigd; artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is dan niet van toepassing.
Artikel 15. Beschikbaar stellen van stukken
De ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst met daarop een afdoeningsadvies. De stukken van organisaties en instellingen zijn beschikbaar op het RIS/BIS. Brieven van inwoners worden geanonimiseerd openbaar geplaatst. De volledige (niet geanonimiseerde) brief wordt gedeeld met de raad.
Over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren.
Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk.
Het RIS is openbaar en kan door alle inwoners en andere geïnteresseerden worden bekeken. Op het BIS worden de vertrouwelijke en geheime documenten geplaatst, die alleen door (plv)raadsleden en het college kunnen worden ingezien.
Het presidium heeft op 22 november 2018 besloten dat ook geheime stukken via het BIS ter beschikking moeten worden gesteld aan de raad. Hierbij is expliciet aandacht gevraagd voor de eigen verantwoordelijkheid van raadsleden ten aanzien van het beveiligen van hun device. Behoudens uitzonderlijke gevallen zullen geheime stukken digitaal worden ontsloten.
Mocht sprake zijn van een uitzonderlijke situatie dan worden de geheime stukken bij de griffier ter inzage gelegd.
De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. Het is daarom van belang dat leden die de vergadering verlaten dit melden.
Aan het begin van elke zittingsperiode wordt in afstemming met het fractievoorzittersoverleg een zaalindeling vastgesteld waarbij elk lid een vaste zitplaats heeft.
De voorzitter beslist op voordracht van de griffier over tussentijdse aanpassing van de zaalindeling. Dit kan aan de orde zijn bij afsplitsingen en fusies, waarbij het wenselijk kan zijn dat leden (ook) optisch op afstand van elkaar staan, dan wel als leden van een gefuseerde fractie bij elkaar zitten.
Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze waarop de besluitenlijst wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet). De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad.
Daarom is de griffier aangewezen om de besluitenlijst op te stellen en deze, tezamen met de voorzitter, te ondertekenen. De besluitenlijst wordt doorgaans binnen een week toegevoegd aan de vergaderstukken van de eerstvolgende raadsvergadering.
Met ingang van 1 april 2026 bevat de besluitenlijst geen samenvatting van de beraadslaging meer, daar er digitale tools beschikbaar zijn waarmee het videoverslag woordelijk kan worden doorzocht.
Artikel 20 en 21. Spreekregels
Leden en overige aanwezigen spreken tot de voorzitter vanaf de spreekplaats, behoudens gevallen waarin de voorzitter hiervoor toestemming geeft om vanaf hun zitplaats te spreken.
Behoudens gevallen waarin de voorzitter hiervoor toestemming geeft, zijn interrupties alleen toegestaan na verkregen toestemming. Wanneer een ander raadslid het lid dat een interruptie pleegt (interruptor) wenst te onderbreken, richt hij zich daarvoor tot de voorzitter.
Het fractievoorzittersoverleg kan in bijzondere gevallen bepalen dat deze spreekregels niet van toepassing zijn.
Artikel 22. Algemene spreektermijnen
Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het vijfde lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.
Alle fracties hebben in totaal 6 minuten spreektijd per fractie. Tot deze spreektijd behoren zowel de eigen bijdrage als ook de geplaatste interrupties in eerste en tweede termijn gezamenlijk. Het plaatsen van (uitvoerige) interrupties gaat daarmee ten koste van de ruimte die een fractie heeft voor een eigen bijdrage.
De beantwoording van interrupties telt niet mee in de spreektijd aangezien dit er toe zou kunnen leiden dat het een fractie met een groot aantal interrupties onmogelijk wordt gemaakt een eigen bijdrage te houden.
Artikel 23. Spreektermijnen bij moties en amendementen
Dit artikel is ingevoegd vanwege de praktijk dat de behandeling van moties en amendementen een onevenredig deel van de beschikbare vergadertijd vergt.
Aangezien amendementen en reguliere moties over een geagendeerd onderwerp gaan, hebben alle fracties in hun reguliere spreektijd gelegenheid hun standpunten over dit onderwerp naar voren te brengen. Wanneer de beraadslaging over een amendement of motie over een geagendeerd onderwerp een aanvullende bijdrage (3e termijn of een korte aanvulling op de spreektijd van 6 minuten) van een fractie vergt wordt deze beperkt tot een stemverklaring waarin kort wordt aangegeven waarom een fractie voor of tegen stemt.
Moties vreemd aan de orde van de dag gaan over een onderwerp dat niet op de agenda staat en vormen daarmee een eigenstandig agendapunt. Voor moties vreemd aan de orde van de dag geldt een totale spreektijd van 3 minuten per fractie, inclusief vragen/interrupties en exclusief de beantwoording van die vragen/interrupties.
Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. Een stemverklaring bevat hooguit enkele zinnen toelichting op de stem voor of tegen een voorstel.
De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint.
De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 29. Stemming over zaken
Lid 6 e.v.: Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid, van de Gemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht standpunt in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. In dit artikel wordt tevens geregeld dat bij stemmingen in principe gebruik wordt gemaakt van het digitale stemsysteem. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
Artikel 30. Stemming over amendementen en moties
Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie die over een aanhangig voorstel is ingediend wordt een apart besluit genomen. Dit gebeurt nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing.
Artikel 31. Stemming over personen
Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een naar behoren ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. Wat onder een (niet) naar behoren ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. In dit RvO worden hiervoor nadere criteria opgenomen. Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming.
Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang.
Artikel 35,36 en 37. Consulterende raadsbijeenkomsten en raadsactiviteiten, doel en werkwijze
De gemeente Assen kent in haar vergaderstructuur geen aparte commissievergaderingen. De consulterende raadsbijeenkomsten gelden formeel wel als een commissievergadering in de zin van artikel 82 Gemeentewet. Consulterende raadsbijeenkomsten kunnen qua vorm verschillen, maar onder deze categorie vallen in elk geval:
Consulterende raadsbijeenkomsten worden in principe in twee termijnen behandeld. De raad kan hiervan afwijken indien een bijeenkomst zich hier niet voor leent. In de eerste termijn worden de debatpunten geïnventariseerd. De woordvoering is beperkt tot een korte en bondige inleiding ter duiding van het debatpunt dat wordt ingediend. Nadat alle fracties gelegenheid hebben gehad debatpunten in te dienen krijgt het college desgewenst gelegenheid te reflecteren op de ingebrachte debatpunten. De reflectie vanuit het college dient ertoe te voorkomen dat de raad uitgebreid beraadslaagt over iets dat al geregeld is of praktisch onuitvoerbaar is vanuit gemeentelijk perspectief. Bijvoorbeeld omdat uitvoering van een bepaalde wens niet bij de gemeente ligt of iets juridisch, financieel of praktisch onmogelijk is. Uiteraard kan een portefeuillehouder ook aangeven dat een bepaald vraagstuk al onder schot is en beraadslaging door de raad daarmee van minder toegevoegde waarde.
In de tweede termijn debatteren de raadsleden over de ingebrachte debatpunten. De voorzitter bepaalt de volgorde en kan ervoor kiezen om debatpunten samen te voegen als die bijvoorbeeld veel overlap hebben.
Van consulterende raadsbijeenkomsten wordt een verslag gemaakt. Dit verslag bevat evenals de besluitenlijst geen samenvatting van de beraadslaging aangezien ook van consulterende raadsbijeenkomsten doorgaans een videoverslag wordt gemaakt.
Uitzonderingen hierop zijn consulterende raadsbijeenkomsten op een andere locatie waarbij het niet mogelijk is een video-opname te maken.
Bij een erg volle agenda van een consulterende raadsbijeenkomst en/of raadsactiviteit kan de agendacommissie besluiten de onderwerpen te verdelen over (maximaal) twee parallelsessies. Zie ook de toelichting op Artikel 4. Agendacommissie.
Artikel 38. Raadsleden en hun plaatsvervangers
In dit artikel is geregeld dat een plaatsvervangend raadslid kan deelnemen aan de beraadslagingen tijdens consulterende raadsbijeenkomsten. Openbare besluitvormende vergaderingen zijn vanzelfsprekend toegankelijk voor plaatsvervangend raadsleden. Zij kunnen daar echter niet het woord voeren. Het is de raad die bepaalt wie aanwezig mag zijn tijdens een besloten vergadering. In de regel zijn besloten vergaderingen toegankelijk voor plv raadsleden, met uitzondering van de vergadering waarin besloten wordt over de voordracht tot (her)benoeming van de burgemeester.
Plaatsvervangend raadsleden ontvangen een vergoeding per bijgewoonde Consulterende raadsbijeenkomst. Aanwezigheid op de publieke tribune geldt ook als bijwonen. In dit artikel wordt gemarkeerd dat het betaalbaar stellen van deze vergoeding uitsluitend plaatsvindt als het betreffende lid de presentielijst heeft getekend.
Artikel 40. Uitkomst bespreking
Elk agendapunt dat tijdens een Consulterende raadsbijeenkomst behandeld wordt, wordt afgesloten met een conclusie:
1. Het voorstel wordt geagendeerd als bespreekstuk. Deze conclusie wordt door de voorzitter getrokken wanneer 1 of meer (plv) raadsleden hierom verzoeken.
2. Wanneer geen enkel (plv) raadslid verdere bespreking vraagt bij besluitvormende behandeling wordt het voorstel geagendeerd als conformstuk.
Deze wijze van agendering kan door de raad worden herzien bij het vaststellen van de agenda van de besluitvormende vergadering. Daarmee staat het elk raadslid vrij alsnog het woord te voeren over een onderwerp dat als conformstuk geagendeerd is.
De andere 2 mogelijke uitkomsten komen in de praktijk slechts sporadisch voor:
3. Een voorstel gaat voor verdere informatie of aanpassing terug naar het college. Wanneer een meerderheid van de (plv) raadsleden die deelnemen aan de Consulterende raadsbijeenkomst van mening is dat een voorstel niet besluitrijp is kan dit worden teruggezonden aan het college. Daarmee wordt het voorstel verwijderd van de conceptagenda van de besluitvormende raadsvergadering.
Deze uitkomst kan aan de orde zijn wanneer er belangrijke informatie mist in het voorstel of er vanuit de fracties zoveel politieke vragen zijn dat het wenselijk is dat het college zich nog een keer op het voorstel beraadt.
4. Een voorstel wordt nogmaals consulterend geagendeerd. Ook voor deze uitkomst is een absolute meerderheid van de aan de Consulterende raadsbijeenkomst deelnemende leden nodig. Deze uitkomst kan aan de orde zijn wanneer (al dan niet door een fractie) dermate cruciale informatie over het voorliggende voorstel naar voren wordt gebracht dat fracties zich opnieuw willen bezinnen over hun voorlopige standpunten.
Hoofdstuk IV; instrumenten van raadsleden
Artikel 41. Amendementen en subamendementen
Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in dit artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen.
Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.
Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste één afzonderlijke extra termijn, waarin fracties zich beperken tot een stemverklaring (zie art. 23).
In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn conclusie trekken.
Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft.
Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp moet uiterlijk om 12.00 uur op de dag vóór de raadsvergadering bij de griffier zijn aangekondigd. De griffier maakt deze moties aan het einde van die dag schriftelijk bekend bij alle raadsleden en het college.
In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren.
Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad vervolgactie te ondernemen.Beraadslaging over moties (zie ook art. 23)
De beraadslaging over een motie bij een geagendeerd onderwerp vindt plaats in ten hoogste één afzonderlijke extra termijn, waarin fracties zich beperken tot een stemverklaring.
De beraadslaging over moties vreemd aan de orde van de dag (die gaan over een niet geagendeerd onderwerp) vindt plaats aan het einde van de vergadering als laatste onderwerp op de agenda. Wanneer er meerdere moties vreemd zijn beslist de raad op voorstel van de voorzitter over de volgorde bij het vaststellen van de agenda. De spreektijd voor moties vreemd bedraagt in totaal 3 minuten per fractie. Binnen deze spreektijd vallen zowel verduidelijkende vragen aan de indiener, het plaatsen van interrupties als de eigen termijn. De beantwoording van vragen en het reageren op interrupties vallen buiten de spreektijd.
Artikel 44. Initiatiefvoorstel
Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. Daar wordt in deze bepaling uitvoering aan gegeven. De Gemeentewet (art. 147a) maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en overige initiatiefvoorstellen. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel voor een verordening indienen.
De verdere wijze van behandeling moet de raad zelf regelen. De raad moet ook regelen op welke wijze en onder welke voorwaarden overige initiatiefvoorstellen (voorstellen die betrekking hebben op iets anders dan een verordening) in behandeling worden genomen.
Ook dit initiatiefrecht komt toe aan individuele raadsleden, hetgeen inhoudt dat geen drempels mogen worden opgeworpen. Wel kan de raad voorzien in een zekere inhoudelijke toets. Daarbij kan worden gedacht aan het beantwoorden van de vraag of het voorstel wel de uitoefening van een raadsbevoegdheid betreft (en niet een collegebevoegdheid). De leden 2 en 3 zijn toegevoegd naar aanleiding van een wijziging in de gemeentewet. Deze wijziging is blijkens de Memorie van Toelichting ingegeven vanwege het feit dat de betrokkenheid van het college bij initiatiefvoorstellen een belangrijk aspect is voor de verhouding tussen raad en college. De gekozen formulering ten aanzien van de inspraak van het college (‘wensen en bedenkingen’), maakt duidelijk dat initiatiefnemer niet gehouden is iets met de inbreng van het college te doen alvorens het voorstel wordt geagendeerd voor de raad. Het vierde lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst, maar de voorzitter plaatst het voorstel echter niet meer op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 14 zevende lid, het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Het is aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld nu het op de agenda staat.
Dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht en is een zwaarder politiek middel om een portefeuillehouder ter verantwoording te roepen over zijn (niet) handelen in relatie een actueel onderwerp.
Een aanvraag voor een interpellatiedebat moet, met uitzondering van spoedeisende omstandigheden, 48 uur voor aanvang van de vergadering door een raadslid worden ingediend bij de griffie. De aanvraag voor een interpellatiedebat bevat tenminste:
De griffier vermeldt de aanvraag van het interpellatiedebat in de openbare raadsagenda en deelt de te stellen vragen met het college. Een aanvraag wordt ingewilligd als tenminste 20% van de raadsleden dat deel mag nemen aan de stemming hiermee instemt. Deze bepaling regelt dat er, in afwijking van reguliere besluitvorming in de raad geen absolute meerderheid nodig is om een interpellatiedebat te agenderen in een raadsvergadering. Anderzijds werpt deze bepaling ook een drempel op voor een enkel lid dat (veelvuldig) gebruik wil maken van dit instrument zonder dat een bepaalde zorg breder in de raad gedeeld wordt.
De interpellant krijgt als eerste gelegenheid om zijn vragen te stellen voorzien van een toelichting/inleiding. Na beantwoording door de portefeuillehouder kan de interpellant aangeven in hoeverre hij tevreden is met de gegeven antwoorden. Aansluitend krijgen de andere raadsfracties gelegenheid aan het debat deel te nemen. Alle raadsleden hebben tijdens het interpellatiedebat de mogelijkheid moties in te dienen.
De voorzitter ziet toe op een ordelijk verloop van het interpellatiedebat. Gezien het karakter van een interpellatiedebat geldt geen vooraf bepaalde spreektijd. Wanneer het interpellatiedebat zich richt tot de burgemeester wordt het voorzitterschap waargenomen door de vicevoorzitter.
Artikel 46. Schriftelijke vragen
Dit artikel bevat een nadere duiding van de mogelijkheid die raadsleden hebben om schriftelijk (politieke) vragen te stellen. Aangezien deze vragen gaan over de politieke positionering van het college met betrekking tot een bepaald vraagstuk verloopt de beantwoording via een collegebesluit. Gezien de procedure die hiermee samenhangt geldt een beantwoordingstermijn van maximaal 30 kalenderdagen.
Raadsleden hebben ook de mogelijkheid om informatie op te vragen die geen politieke lading heeft - in de volksmond de technische vragen. In de praktijk kan het onderscheid tussen schriftelijke (politieke) vragen en technische (feitelijke) vragen ingewikkeld zijn. In dit artikel wordt een nadere duiding gegeven wanneer een vraag kan worden aangemerkt als technische vraag.
De vraag moet over feitelijke (harde) gegevens gaan. Er mag geen politiek oordeel gevraagd worden en de vragen moeten daarmee door een ambtenaar kunnen worden beantwoord.
Technische vragen kunnen zich richten op informatie die bij de gemeente zelf of een verbonden partij die bepaalde taken voor of namens de gemeente uitvoert beschikbaar is voor zover het deze gemeentelijke taak betreft. Een technische vraag kan daarmee niet gaan over informatie die los staat van een gemeentelijke verantwoordelijkheid en/of bij een organisatie met een eigenstandige taak/bevoegdheid berust.
Naar aanleiding van technische vragen wordt geen nieuwe informatie gegenereerd. Bijvoorbeeld: als er een (tussen)rapportage wordt gevraagd die (nog) niet bestaat, kan de technische vraag geen opdracht behelzen deze alsnog op te stellen. Als een technische vraag gaat over informatie die niet beschikbaar is zal dit het antwoord zijn. Naar aanleiding van een dergelijk antwoord kan een raadslid besluiten hier een politiek punt van te maken.
Als vragen ingeleid worden met politieke statements, zullen deze door de griffie als schriftelijke vraag worden uitgezet. Ambtenaren kunnen immers een gepresenteerde politieke context niet weerspreken, maar ook niet negeren in het geven van een antwoord.
Technische vragen worden binnen 3 werkdagen beantwoord. Er zijn uiteraard situaties denkbaar dat deze termijn niet haalbaar is. Bijvoorbeeld als (een deel) van de informatie bij een verbonden partij moet worden opgevraagd. In dergelijke gevallen wordt de vragensteller hier door de ambtenaar over geïnformeerd.
Artikel 48. Vraagrecht voor raadsleden
Het vraagrecht van raadsleden is eveneens afgeleid van art 155 gemeentewet waar naast de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen ook de mogelijkheid wordt geschapen om mondelinge vragen te stellen.
Deze vragen moeten uiterlijk 24 uren voor de start van de vergadering bij de griffie worden ingediend. De griffie zorgt dat de vragen ter kennis van het college komen en vermeldt in de openbare agenda de naam van degene die zich heeft aangemeld onder vermelding van het onderwerp.
In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Naast een ingewikkelde inrichting van de bestuursbevoegdheden bevat de Gemeentewet ook naar behoren aangescherpte regels over de inlichtingenplicht van het college ten opzichte van de raad.
Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van het college te activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te bevestigen.
Hoofdstuk V; Besloten vergadering
Artikel 50, 51, 52 en 53. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Deze artikelen bepalen dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden.
In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.
Artikel 51. Verslag besloten vergadering
In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de Gemeentewet. In overeenstemming met de bepaling over het verslag van de raadsvergadering is de griffier ook verantwoordelijk voor het verslag van een besloten vergadering.
Artikel 53. Opheffing geheimhouding
Sinds de invoering van de wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (01-04-2023) hoeft de raad opgelegde geheimhouding niet meer te bekrachtigen. Stukken die onder geheimhouding aan de raad worden verstrekt blijven geheim tot de periode van geheimhouding is verstreken dan wel de raad besluit de geheimhouding op te heffen.
Wanneer het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd het niet eens is met het voornemen van de raad om geheimhouding op te heffen wordt hierover overleg gevoerd in een besloten vergadering, waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Hoofdstuk VII Rechten van inwoners
In dit hoofdstuk wordt gesproken over inwoners en ondernemers. Dit impliceert dat terughoudend wordt omgegaan met de aanmelding van personen die niet in Assen wonen of ondernemen.
Zowel het vraagrecht als het inspreekrecht wordt regelmatig gebruikt door inwoners of ondernemers die minder gelukkig zijn met een bepaalde situatie of ontwikkeling binnen de gemeente en dat met de gemeenteraad willen delen.
Zowel voor het vraagrecht of het inspreekrecht geldt dat emotie begrijpelijk is, maar een en ander wel binnen de algemene fatsoensnormen dient plaats te vinden. Deze fatsoensnorm wordt in elk geval overschreden:
Wanneer een inspreker/vragensteller zich hieraan schuldig maakt zal hij hier door de voorzitter of de aanwezige raadsleden op aangesproken worden en kan hem door de voorzitter het woord ontnomen worden.
In dit kader moet benadrukt worden dat vragenstellers/insprekers niet worden gezien als ‘deelnemer aan de beraadslaging’. Daarmee vallen zij niet onder de immuniteit ex art 22 gemeentewet en kunnen onder andere strafrechtelijk vervolgd worden voor wat zij tijdens de vergadering zeggen of inbrengen.
Het vraagrecht en inspreekrecht lopen in de volksmond regelmatig door elkaar:
Belangrijk is dat de inspreker een mening of standpunt overbrengt aan de raad. Dat meegewogen kan worden in het besluitvormingsproces.
Voor zowel het vraagrecht als het inspreekrecht geldt dat geen debat/discussie wordt toegestaan tussen de inwoner/ondernemer enerzijds en raad/college anderzijds.
Artikel 55. Het vraagrecht voor inwoners
Aanmeldingen voor het vraagrecht moeten minimaal 24 uren voor de start van de vergadering binnen zijn bij de griffie. De aanmelding moet tenminste de naam en contactgegevens van de aanvrager bevatten als ook de vragen die hij wil stellen.
De naam van degene die zich heeft aangemeld voor het vraagrecht wordt vermeld in de openbare agenda van de raadsvergadering, inclusief het onderwerp van de vraag.
De griffie toetst bij de aanmelding zo mogelijk op welke manier de inwoner/ondernemer zijn zorgen of suggesties al richting gemeente of portefeuillehouder bespreekbaar heeft gemaakt.
Het uitgangspunt is dat het gebruik van het vraagrecht het sluitstuk en niet de start is van een (overleg)proces.
Het vraagrecht kan niet worden gebruikt voor onderwerpen die op de agenda staan. Dat houdt in dat een persoon tijdens een vergadering geen gebruik kan maken van zowel het vraagrecht als het inspreekrecht over hetzelfde onderwerp.
De spreektijd voor het vraagrecht bedraagt 5 minuten. Wanneer er meer dan 6 aanmeldingen van inwoners of ondernemers zijn voor het vraagrecht wordt de spreektijd ingekort zodat deze niet meer bedraagt dan 30 minuten. Aanmeldingen nav het vraagrecht voor raadsleden worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Er zijn twee momenten dat inwoners/ondernemers gelegenheid hebben in te spreken. Tijdens de consulterende raadsbijeenkomst (áls een onderwerp consulterend geagendeerd wordt) of tijdens de raadsvergadering. In lid 3 wordt aan insprekers de opening geboden in uitzonderlijke situaties op meerdere momenten in het besluitvormingsproces over 1 onderwerp in te spreken. Van deze uitzonderlijke omstandigheden kan sprake zijn wanneer er (veel) tijd zit tussen één of meer consulterende behandelingen en besluitvorming, met dien verstande dat in de tussentijd nieuwe informatie aan het licht is gekomen die een tweede inspraakreactie rechtvaardigt. Het is aan de voorzitter om te bepalen of van een dergelijke uitzonderlijke situatie sprake is.
In lid 6 wordt benadrukt dat het inspreekrecht niet toegepast kan worden voor besluiten waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan. De achtergrond van deze bepaling is dat elke belanghebbende op grond van de wet rechtsmiddelen kan inzetten tegen besluiten van het gemeentelijk bestuur. Het inspreekrecht is bedoeld voor besluiten waartegen geen rechtsmiddel openstaat. Daarbij kan in een openbare vergadering niet gesproken worden over zaken die onder de rechter zijn.
Daarnaast is het niet mogelijk in te spreken over benoeming/voordracht/aanbeveling van personen en moties vreemd aan de orde van de dag.
Degene die gebruik wil maken van het inspreekrecht meldt zich vóór 12:00 uur op de dag van de betreffende vergadering aan bij de griffie, onder vermelding van zijn contactgegevens en de strekking van zijn bijdrage. De naam van de aangemelde inspreker wordt vermeld in de openbare agenda van de betreffende vergadering.
De spreektijd voor insprekers bedraagt 5 minuten in de eerste termijn. Wanneer meerdere insprekers een gezamenlijke inspraakreactie verzorgen kan coulant omgegaan worden met de spreektijd, met dien verstande dat de totale spreektijd van het inwonerscollectief fors minder bedraagt dan 5 minuten per spreker.
Ook bij het inspreekrecht geldt dat dit (in eerste termijn) niet meer kan bedragen dan 30 minuten. Wanneer er meer dan 6 (afzonderlijke) insprekers zijn wordt de spreektijd per inspreker evenredig ingekort. Wanneer er zeer veel insprekers zijn kan de voorzitter rekening houden met de volgorde van aanmelding bij het beschikbaar stellen van spreektijd.
De korte inspraakreactie in 2e termijn is facultatief. In de praktijk maken insprekers daar lang niet altijd gebruik van. Wanneer er veel insprekers zijn heeft de voorzitter in het kader van de continuïteit van de vergadering de mogelijkheid om de spreektijd voor insprekers in 2e termijn te begrenzen.
Hoofdstuk VIII Toehoorders en pers
Artikel 57. Toehoorders en pers
De hier aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde aangevuld door artikel 26 van de Gemeentewet. De voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.
Artikel 58. Maatregelen van orde
Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts van af een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. De voorzitter heeft de bevoegdheid deze aanwijzingen te geven. Als deze aanwijzingen niet worden opgevolgd heeft de voorzitter de bevoegdheid de vergadering te schorsen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-138397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.