Beleidsregel vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Nederweert 2026

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN NEDERWEERT;

 

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3 vierde lid Awb;

Gelet op artikel 17, 18, achtste lid en 31, tweede lid, onderdeel m en s van de Participatiewet;

 

overwegende dat:

  • het college het wenselijk vindt om een beleidsregel vast te stellen over vrijlating van giften en kostenbesparende bijdrage;

  • de Participatiewet in Balans enige beleidsvrijheid geeft rondom de vrijlating van giften en kostenbesparende bijdragen.

Besluiten de Beleidsregel vrijlating giften Participatiewet als volgt vast te stellen:

 

Beleidsregel vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Nederweert 2026

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

 

  • a.

    belanghebbende: persoon of personen met een bijstandsuitkering;

  • b.

    beleidsregel: beleidsregel vrijlating giften gemeente Nederweert 2026;

  • c.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert;

  • d.

    gift: is een onverplichte betaling of verstrekking van geld (zowel contant als overgemaakt op een bankrekening) of goederen aan een inwoner, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat;

  • e.

    kostenbesparende bijdrage: een bijdrage of voorziening waardoor een inwoner lagere bestaanskosten heeft dan waarmee in de bijstandsnorm rekening wordt gehouden.

  • f.

    wet: de Participatiewet;

  • g.

    wettelijke vrijlatingsgrens: het normbedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel m, van de Participatiewet.

Alle andere begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede andere wet- en regelgeving.

Artikel 2. Vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen

  • 1.

    Giften en kostenbesparende bijdragen worden tot aan de wettelijke vrijlatingsgrens niet tot de middelen gerekend.

  • 2.

    De wettelijke vrijlatingsgrens geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op vrijlating tot drempelbedrag, niet per persoon.

  • 3.

    In het geval dat de gift en/of kostenbesparende bijdrage is verstrekt in goederen, wordt de waarde van deze gift en/of kostenbesparende bijdrage vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering. Voor het vaststellen van de economische waarde van giften in goederen kan gebruik gemaakt worden van de NIBUD-prijzengids.

  • 4.

    Voor belanghebbenden aan wie een uitkering is toegekend is de wettelijke vrijlatingsgrens naar rato van toepassing vanaf de datum van toekenning tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar.

  • 5.

    Wanneer een belanghebbende gedurende een kalenderjaar minder dan de wettelijke vrijlatingsgrens aan giften en/of kosten besparende maatregelen heeft ontvangen, mag het restant niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar.

Artikel 3. Meldplicht

Zodra het ontvangen van een gift en/of kosten besparende bijdrage ertoe leidt dat de wettelijke vrijlatingsgrens in een kalenderjaar wordt overschreden, moet dit direct door de bijstandsgerechtigde worden gemeld.

Artikel 4. Overschrijding drempelbedrag

Wanneer de wettelijke vrijlatingsgrens in een kalenderjaar wordt overschreden, beoordelen wij of het bedrag boven de wettelijke vrijlatingsgrens wordt aangemerkt als inkomen of vermogen. Dit heeft te maken met de noodzaak en de bestemming van de gift en/of kostenbesparende bijdrage.

Artikel 5. Uitgezonderde giften

Buiten beschouwing wordt:

 

  • 1.

    Een gift ontvangen van de (Rijks)overheid ter compensatie van tijdelijke hogere lasten ( zoals hogere energiekosten);

  • 2.

    Het Rijk compenseert ouders die de dupe zijn geworden van de zogenaamde Toeslagenaffaire. Deze vergoeding valt onder de zogenaamde ministeriële regelingen voor materiële of immateriële schade. Deze vrijlating geldt ook voor de draagkrachtbepaling in het kader van bijzondere bijstand;

  • 3.

    Giften met een bepaald doel waarvoor de belanghebbende anders een beroep had moeten/kunnen doen op een andere voorziening, zoals WMO, bijzondere bijstand of overige minimaregelingen;

  • 4.

    Giften die worden verstrekt voor uit medisch oogpunt noodzakelijke, aantoonbare kosten;

  • 5.

    Giften die daadwerkelijk worden besteed aan scholing en opleiding, waaronder het behalen van het rijbewijs;

  • 6.

    Giften die daadwerkelijk worden besteed aan het aflossen van betalingsachterstanden voor huur, energielasten, zorgverzekering of ter beschikking wordt gesteld van een schulphulpverleningstraject;

  • 7.

    Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, kerken en soortgelijke charitatieve instellingen worden buiten beschouwing gelaten.

Artikel 6. Hardheidsclausule

In bijzondere situaties kan het college afwijken van het bepaalde in deze beleidsregel indien toepassing van deze beleidsregel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Nederweert 2026”.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026.

  • 3.

    Op de datum dat deze beleidsregel ingaat, wordt de beleidsregel ‘Beleidsregel vrijlating giften Participatiewet gemeente Nederweert 2024’ ingetrokken.

Aldus besloten in de collegevergadering van 17-03-2026.

Burgemeester en wethouders van Nederweert,

De secretaris,

J.C.T. Bakens

De burgemeester,

B.M.T.J. Op de Laak

Toelichting

Algemeen

 

De definitie van een gift kan worden omschreven als ‘een onverplichte betaling of verstrekking van geld (zowel contant als overgemaakt op een bankrekening) of goederen aan een inwoner, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat.’ Deze beleidsregel geeft aan hoe er met het ontvangen van giften door bijstandsgerechtigden moet worden omgegaan.

 

Op grond van artikel 31 lid 2, onderdeel m, Participatiewet worden giften vrijgelaten tot aan de wettelijke vrijlatingsgrens. Voor kostenbesparende bijdragen (zoals boodschappen of de betaling van vaste lasten door een derde) geldt ditzelfde op grond van artikel 18 lid 8 Participatiewet. De wettelijke vrijlatingsgrens geldt niet voor beide afzonderlijk, maar cumulatief. Dat wil zeggen dat het totaal aan giften en kostenbesparende bijdrage de wettelijke vrijlatingsgrens niet te boven mogen gaan.

 

Door giften en kostenbesparende bijdragen niet volledig tot de middelen te rekenen, wordt voorkomen dat de Participatiewet een ontmoediging vormt voor de vrijgevigheid van instellingen of personen. Het uitgangspunt hierbij is dat kerkelijke, particuliere en maatschappelijke initiatieven zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Het ontvangen van giften en kostenbesparende bijdragen mag niet leiden tot een bestedingsniveau dat onverenigbaar is met wat op bijstandsniveau gebruikelijk is. Gezien het minimumbehoeftenkarakter van de bijstand kan de vrijlating daarom niet onbeperkt zijn.

 

Uit deze beleidsregel volgt wanneer giften en kosten besparende bijdragen in de bijstand tot de middelen moeten worden gerekend. Het omgekeerde is niet per definitie het geval. Wanneer er sprake is van giften en/of kostenbesparende bijdragen die buiten deze beleidskaders vallen, betekent het niet automatisch dat mag worden aangenomen dat deze niet tot de middelen gerekend hoeven worden. Ten aanzien van deze giften en/of kostenbesparende bijdrage zal altijd nog een specifieke afweging moeten worden gemaakt of de gift en of kostenbesparende bijdrage uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Begripsbepaling

Een gift en/of een kostenbesparende bijdrage kan zowel eenmalig verstrekt zijn of een zeker periodiciteit kennen. Daarnaast kunnen giften in verschillende vormen aan de belanghebbende worden geschonken: per bankoverschrijving, contant of in natura.

 

Een gift kent voorts een onverplicht karakter. Bijdragen die zijn gebaseerd op wederkerige overeenkomsten (zoals leningen) kunnen om die reden dan ook niet aangemerkt worden als giften. Ook mag er geen wederdienst voor de gift zijn uitgevoerd of worden verlangd.

 

Artikel 2. Vrijlating giften

De wettelijke vrijlatingsgrens wordt toegerekend aan een kalenderjaar (1 januari tot en met 31 december). Wanneer iemand minder dan het drempelbedrag aan giften en/of kostenbesparende bijdragen heeft ontvangen, mag het restant niet mee worden genomen naar het volgend jaar. Voor mensen die gedurende het jaar een uitkering toegekend hebben gekregen, geldt dat de wettelijke vrijlatingsgrens geldt voor de periode van de aanvraag van de bijstandsuitkering tot en met 31 december van dat jaar.

 

Voor de uitvoering van deze beleidsregel geldt de vrijlating per uitkering, niet per persoon. Dit houdt in dat voor een alleenstaande ouder en gehuwden (en daarmee gelijkgestelden) dezelfde vrijlating van toepassing is als voor een alleenstaande.

 

Artikel 3. Meldplicht

Wanneer de gift en/of de kostenbesparende bijdrage als bedoeld in artikel 1 de wettelijke vrijlatingsgrens in het betreffende kalenderjaar overstijgt moet dit direct bij de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Nederweert worden gemeld. In de toelichting van artikel 4 wordt de beoordeling uitgelegd.

 

Artikel 4. Overschrijding drempelbedrag

Wanneer de gift en/of de kostenbesparende bijdrage de wettelijke vrijlatingsgrens overschrijdt, wordt aan de hand van de volgende criteria beoordeeld of het bedrag van de overschrijding tot het inkomen of het vermogen wordt geregeld.

 

  • Krijgt een bijstandsgerechtigde een eenmalige gift of kostenbesparende bijdrage groter dan de wettelijke vrijlatingsgrens per jaar dan wordt het meerdere aangemerkt als vermogen.

  • Krijgt een bijstandsgerechtigde periodiek giften en/of kostenbesparende bijdragen, meer dan eenmalig per kalenderjaar, die gezamenlijk het bedrag van de wettelijke vrijlatingsgrens overschrijden dan wordt het meerdere aangemerkt als inkomen.

Artikel 5. Uitgezonderde giften

Een aantal giften kunnen aangemerkt worden als uitgezonderde gift en worden niet in aanmerking genomen als middel voor de bijstandsuitkering.

 

Indien een gift wordt ontvangen op initiatief van de (Rijks)overheid ter compensatie van tijdelijk hogere lasten die voor een grotere groep gelden (zoals hogere energiekosten), wordt deze buiten beschouwing gelaten. Dit geldt ook voor de compensatie kinderopvangtoeslag. Het Rijk compenseert ouders die de dupe zijn geworden van de zogenaamde Toeslagenaffaire. Deze vergoeding valt onder de zogenaamde ministeriële regelingen voor materiële of immateriële schade en daarom voor de Algemene bijstand vrijgelaten wordt voor de vermogenstoets. Ook voor de draagkrachtbepaling in het kader van bijzondere bijstand wordt deze compensatie vrijgelaten.

 

Ook giften voor een bepaald doel worden buiten beschouwing gelaten als de klant zonder deze gift voor dit doel een beroep had moeten/kunnen doen op een andere voorziening, zoals Wmo, bijzondere bijstand of overige minimaregelingen. Ook Steunfondsen voor minima, zoals bijvoorbeeld voedselpakketten van de voedselbank en voedselbonnen van Stichting Urgente Noden (SUN), worden mits de ondersteuning van tijdelijke aard is en een onverplicht karakter heeft buiten beschouwing gelaten.

 

Giften die worden verstrekt vanuit charitatieve instellingen, zoals de Voedselbank, Kledingbank, Fonds Bijzondere Noden, Stichting Leergeld etc. worden sowieso buiten beschouwing gelaten en dus niet tot de middelen gerekend. Ze tellen bovendien niet mee voor het bepalen van het drempelbedrag.

 

Artikel 6. Hardheidsclausule

Indien strikte toepassing van deze beleidsregel leidt tot onbillijkheid van overwegende aard, kan in individuele gevallen worden afgeweken van de beleidsregel.

 

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

Omdat voor toepassing van de wettelijke vijlatingsgrens het kalenderjaar van belang is, is ervoor gekozen de beleidsregel met terugwerkende kracht te laten ingaan op 1 januari 2026.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel vrijlating giften en kostenbesparende bijdragen Participatiewet gemeente Nederweert 2026”.

Naar boven