Water- en rioleringsprogramma gemeente Borsele, WRP 2026-2030

 

1. Inleiding

Voor u ligt het Water- en rioleringsprogramma 2026-2030 (WRP) van de gemeente Borsele. Het is een programma dat onder het Omgevingsplan Borsele valt. In dit WRP beschrijven we wat de afgelopen planperiode gedaan is, wat voor de planperiode op de planning staat en wat de kosten van deze toekomstige plannen zijn. Samen met de gemeentelijke omgevingsvisie en de andere programma’s leidt dit uiteindelijk tot één omgevingsplan. De regels van het omgevingsplan gelden voor iedereen, inwoners, bedrijven en (overheids)instanties. Iedereen moet zich bij het uitvoeren van activiteiten in de fysieke leefomgeving aan de regels van het omgevingsplan houden.

 

1.1 Aanleiding en inhoud WRP

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Hiermee vervalt de verplichting om een Gemeentelijk rioleringsplan op te stellen. Het Water- en rioleringsprogramma (WRP) is facultatief.

 

De omgevingsvisie geeft een algemeen beeld, maar maakt geen keuzes over ‘water en rioleringen’. Daarom zijn deze keuzes over de gemeentelijke watertaken uitgewerkt in het Water- en rioleringsprogramma (WRP). In dit plan staat een ook overzicht van de uitvoeringsplannen. In de financiële paragraaf zie je de kosten en wat de maatregelen betekenen voor de rioolheffing.

 

Op 5 november 2024 is in de Nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater ofwel de Urban Wastewater Treatment Directive (UWWTD 2024) van kracht geworden. Hierin staat aangegeven dat er een planverplichting moet komen voor het beheer van stedelijk afvalwater. Deels geeft dit in feite weer de verplichting van het vroegere Gemeentelijke rioleringsplan. (GRP) In ons geval wordt dit ondervangen door de uitwerking in dit WRP.

 

1.2 Geldigheidsduur

Voor het WRP mogen we zelf de geldigheidstermijn vaststellen. Voorgesteld wordt om dit WRP een looptijd te geven van 2026 tot en met 2030. Gedurende de looptijd wordt het plan zoveel mogelijk geïntegreerd in het omgevingsplan. De operationele plannen kunnen tussentijds bijgesteld worden. De jaarlijks vastgestelde planning ‘Uitvoeringsprogramma wegen, groen, rioleringen en sportvelden’ van Team Leefomgeving geeft een actueel overzicht van de geplande werken.

 

1.3 Procedure

Het WRP is opgesteld door Team Leefomgeving en is overlegd met het waterschap, de andere partner in de waterketen. De inhoud van het WRP is besproken met de vak-wethouder. Vervolgens is na verwerking van de opmerkingen, het definitief concept WRP ter goedkeuring aan het college voorgelegd.

 

De Omgevingswet geeft aan dat de onderliggende programma’s niet vastgesteld hoeven te worden in de Raad. Omdat het WRP financiële componenten heeft wordt toch voorgesteld om het programma door de Raad vast te laten stellen. In het WRP wordt aangegeven welke financiële en personele middelen nodig zijn voor de gemeentelijke watertaken uit de Omgevingswet. Het WRP geeft samen met de verordening op de rioolheffing een onderbouwing voor de kosten op gebied van water en rioleringen.

 

Het definitieve plan wordt op de site van de gemeente Borsele geplaatst en gepubliceerd op ‘overheid.nl’. Ook op de sociale media wordt aandacht besteed aan het WRP. Inwoners kunnen het plan inzien. Er is geen participatietraject geweest bij het opstellen van het WRP, omdat de financiële keuzes door de Raad worden gemaakt. Burgerparticipatie zal later bij de uitvoering van deelprojecten plaatsvinden. Het WRP is bindend voor het vaststellend bestuursorgaan, waardoor bezwaar en beroep niet mogelijk zijn. De afspraken gelden juridisch voor inwoners en bedrijven.

 

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft aan wat de relatie is met bestaand beleid. Hoofdstuk 3 blikt terug op het vorige rioleringsplan. Hoofdstuk 4 geeft de visie en toetsingskader. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de aanwezige voorzieningen en het functioneren hiervan. Hoofdstuk 6 gaat over het beheer en functioneren van de riolering. Hoofdstuk 7 tot en met 9 gaan over grondwater, oppervlaktewater en zoetwater(verbruik). Hoofdstuk 10 gaat in op de financiële en personele middelen voor de gemeentelijke watertaken. Tot slot geeft hoofdstuk 11 geeft de samenvatting en de besluitvorming.

2. Kader en samenhang met omgevingsvisie

De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Het omgevingsrecht moet inzichtelijker, duidelijker en voorspelbaar worden. De leefomgeving staat hierin centraal. Het moet leiden tot een actievere, flexibelere overheid met een snellere en betere besluitvorming.

 

2.1 Instrumenten

De Omgevingswet heeft 6 instrumenten waaronder programma’s. Programma’s maken de doelen uit de Omgevingsvisie concreet.

 

2.2. Beleidscyclus

In de Omgevingswet staat de beleidscyclus centraal. Deze cyclus laat de samenhang tussen de omgevingsvisie en de andere instrumenten van de Omgevingswet zien. Het beschrijft hoe de overheid handelt in de fysieke leefomgeving.

De Omgevingswet kent voor de gemeente 4 instrumenten:

Omgevingsvisie: het gemeentelijk beleid

Omgevingsprogramma’s: de uitwerking van ons beleid. Het WRP is een van deze programma’s.

Omgevingsplan: de regels voor de fysieke leefomgeving

Omgevingsvergunning: toestemming voor activiteiten zoals bouwen. Info Leefomgeving

De programma’s waarvan het WRP er een van is vormen samen het gemeentelijke Omgevingsplan.

 

2.3 Algemene missie, visie en doelstellingen

De Zeeuwse visie waterketen is: ‘Water in Zeeland: betrouwbaar voor iedereen en overal’. Deze visie heeft betrekking op waterveiligheid, de beschikbaarheid van zoetwater en het voorkomen van overlast. De algemene gemeentelijke missie van onze gemeente is: “wij werken samen vanuit openheid en blijven in beweging voor en met onze inwoners”. Hierbij bedoelen we naast onze inwoners ook de ondernemers en maatschappelijke organisaties waarmee we samen werken. In het vervolg van de tekst wordt met ‘inwoners’ het ruimere begrip inclusief bedrijven etc. bedoeld.

 

Vanuit deze algemene gemeentelijke missie volgt de missie en visie voor het water- en rioleringsprogramma (WRP). Onze missie voor het WRP gezien vanuit onze samenwerking binnen de afvalwaterketen (SAZ+) is: waar staan we voor en wat maakt onze gemeente uniek

 

We willen voor onze inwoners, tegen laagst maatschappelijke kosten, een goed en duurzaam onderhouden riolering- en watersysteem hebben die de volksgezondheid beschermt en onderdeel uitmaakt van een toekomst- en klimaatbestendig (afval)watersysteem. De zorg voor regen- en grondwater maken ook onderdeel uit van deze missie.

 

Onze gemeentelijk visie voor het WRP vanuit de SAZ+ visie gezien: wat willen we bereiken in de (nabije) toekomst

 

Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem waarbij inwoners ook verantwoording hebben voor hun eigen (afval)water. Om de gevolgen van de klimaatsverandering te beperken moet neerslag op eigen terrein worden vastgehouden en hergebruikt. Als dit niet mogelijk is mogen inwoners hun water afvoeren naar de erfgrens met de gemeente.

 

De omgevingsvisie Borsele beschrijft de maatschappelijke opgaves en de te beschermen kernkwaliteiten op strategisch niveau. Met de maatregelen uit het WRP worden de doelen en ambities uit de omgevingsvisie op gebied van ‘water’ gerealiseerd. Deze maatregelen zijn ook gericht op een inrichting van een ‘klimaatbestendige’ openbare ruimte. Deze doelstellingen uit het WRP sluiten aan op de doelstellingen van de Samenwerking binnen de afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). De bedoeling is om de doelstellingen in stappen te realiseren waarbij het uiteindelijk doel in 2050 wordt behaald. De eerste stap is bewustwording door voorlichting. Vervolgens worden de inwoners gestimuleerd om maatregelen te nemen, de eindstap in 2050 is voor zover mogelijk het dwingend voorschrijven van maatregelen. Dit om schade door de klimaatsverandering zoveel mogelijk te beperken. In de missie en visie is aangegeven waar we voor staan en wat we willen bereiken op de lange termijn. In een actieplan worden de doelstellingen vastgelegd voor de korte en lange periode.

 

Een doelstelling is een meetbare wens of actie. Hierin is aangegeven wanneer een actie gepland is en wat de geraamde kosten zijn. De doelen moeten concreet zijn. Met de strategie geeft je aan hoe je de doelen wil bereiken.

 

2.4 Omgevingsvisie Borsele

Borsele wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor iedereen die er woont, werkt en verblijft. Daarom gaan we zorgvuldig om met toekomstige ontwikkelingen in onze gemeente. We willen de omgeving waarin we wonen en werken en het landschap mooi houden. In de omgevingsvisie maken we de keuzes op hooflijnen. In Borsele geven we de koers aan de hand van de volgende 4 vragen op hoofdlijnen:

  • Hoe houden we Borsele een fijne plek om te wonen?

  • Hoe maken we samen Borsele klimaatbestendig en duurzaam?

  • Hoe zetten we Borsele economisch en recreatief op de kaart?

  • Hoe houden we Borsele mooi?

De omgevingsvisie vormt de basis voor het omgevingsplan en de programma’s waarin concrete doelen en regels zijn opgenomen. Het WRP sluit grotendeels aan bij vraag 2, het klimaatbestendig en duurzaam maken (en houden) van Borsele.

 

2.5 Integrale visie openbare ruimte voor de gemeente

 

De integrale visie openbare ruimte geeft invulling aan de ambities en doelen uit de omgevingsvisie. Deze visie gebruiken we als leidraad voor het proces van inrichting, onderhoud en vervanging van onze bezittingen binnen de openbare ruimte.

 

Het WRP gaat specifiek over de gemeentelijke watertaken. Handboek Inrichting Openbare Ruimte is belangrijk voor een klimaatbestendige woonomgeving. In deze leidraad staan normen voor de inrichting van de openbare ruimte en het materiaalgebruik. In de geactualiseerd Leidraad openbare ruimte wordt meer gelet op duurzaam materiaalgebruik en een klimaatbestendige openbare ruimte.

 

2.6 Gemeentelijke watertaken en rioolheffing

De gemeente blijft onder de Omgevingswet de drie gemeentelijke watertaken en zorgplichten op gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater houden. De zorg viel onder artikel 10.33 van de Wet Milieubeheer (inzameling stedelijk afvalwater) en de Waterwet artikel 3.5 en 3.6., de zorg voor regen- en grondwater. Onder de Omgevingswet is deze zorg geregeld in artikel 2.16 lid 1a onder punt 1, 2 en 3. Stedelijk waterbeheer iplo

 

 

Aanleg riolering en kostenveroorzakingsbeginsel

In artikel 3.16 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat de gemeente voor aanleg, beheer en onderhoud van het openbaar vuilwaterriool zorgt. Bij uitbreidingsplannen, ontwikkelt door de gemeente, wordt de aanleg betaald uit de exploitatie van dat plan. Kopers van grond betalen zo voor de aanleg van de riolering en andere (NUTS)voorzieningen. Nieuwe aanleg van riolering uit de rioolheffing is wettelijk niet toegestaan. De vervanging en verbetering inclusief aanleg van regenwaterriolen wel.

Bij uitbreidingen of ontwikkelingen wordt uitgegaan van het kostenveroorzakingsbeginsel. De kosten voor aanleg komen ten laste van de planexploitatie en worden betaald door de ontwikkelaar. Oorspronkelijk komt dit beginsel uit artikel 10 van het Nationaal Bestuursakkoord Water. (NBW)

 

Rioolheffing versus de Riool- en waterzorgheffing

Sinds 2021 is de rioolheffing uitgebreid tot alle drie gemeentelijke watertaken. De afvalwater-, regen- en grondwatertaak. Eerder viel de grondwatertaak hier niet onder. De gemeente heeft zelf de vrijheid om invulling te geven aan deze watertaken. De rioolheffing is geregeld in artikel 228a van de Gemeentewet. In paragraaf 10.4 gaat dieper in op de mogelijkheden van de rioolheffing.

 

2.7 Kader en samenhang met beleid andere overheden

Het beleid voor stedelijk (afval)water en het WRP is afgestemd op andere beleidstukken van andere overheden. Bijlage 2 geeft een overzicht van de beleidstukken van Europa, het Rijk, de Provincie en het Waterschap.

Het samenwerkingsverband in de (afval)waterketen van de Zeeuwse gemeenten, het waterschap Scheldestromen en het drinkwaterbedrijf Evides, de SAZ+, heeft de Zeeuwse Visie Waterketen opgesteld:

‘Water in Zeeland: betrouwbaar voor iedereen en overal’. De visie streeft een klimaatbestendige en duurzame inrichting na met doelmatig beheer en borging van de kennis. De dienstverlening voor de gebruiker staat hierin centraal. Daarnaast zijn de doelen: kostenbesparing, kwaliteitsverbetering en beperken van de kwetsbaarheid.

 

2.8 Gemeentelijk beleid

Het WRP is afgestemd op de andere gemeentelijke beleidsplannen zoals:

  • Stedelijk Waterplan Borsele (2016-2022) inclusief baggerplan

  • De Milieu visie Borsele Duurzaam bodembeleid Borsele, 7 juni 2012

  • Uitvoeringsprogramma voor weg– en groenbeheer

  • Gemeentelijk rioleringsplan GRP 5 2019-2023

  • Groenstructuurplan (GSP) 2017-2037

  • Dorpsplannen Borsele ( Dorpsplannen | Gemeente Borsele )

  • Bestuursprogramma 2022-2026 ’Schakelen met raad en daad’

3 Evaluatie Gemeentelijk rioleringsplan

GRP 5 (2019-2023)

Het vijfde Gemeentelijke rioleringsplan had de planperiode tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2024. De belangrijkste doelen zijn de bescherming van ‘de volksgezondheid en het milieu’, een doelmatig beheer, voorkomen van wateroverlast en klimaatbestendig maken van de omgeving. Om deze doelen te bereiken is samenwerking met andere disciplines binnen de gemeente zoals wegen en groen en de samenwerkingspartners in de (afval)waterketen van de SAZ+ belangrijk.

 

3.1 Algemeen

In de planperiode hebben we te maken gehad met flinke prijsstijgingen, capaciteitsgebrek en de gevolgen van de Coronapandemie. Grondstoffen waren niet altijd goed beschikbaar. Het uitvoeringsprogramma liep soms vertraging op door afstemming met andere stakeholders zoals nutsbedrijven, bewoners en de woningbouwvereniging. Een tekort aan geschikt personeel is soms de oorzaak van vertragingen. Afvalwater wordt door onze riolering verzameld en afgevoerd naar de overdrachtspunten, de waterschapsgemalen. Vanaf dat punt is het waterschap verantwoordelijk voor het transport en zuivering van het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (Willem Annapolder).

 

3.2 Extreme buien

Afgelopen jaren is het aantal extreme buien toegenomen. Op 24 en 27 mei 2018 trokken er vanuit zuidwestelijke richting buien over de dorpen Borssele, ’s-Gravenpolder en Ovezande. In minder dan 40 minuten viel er meer dan 60mm. neerslag. In ’s-Gravenpolder en Borssele was er waterschade. Deze extreme buien komen steeds meer voor. Dit blijkt ook uit de regenbuien van 2024 en 2025. In mei 2024 viel er in Borssele bijna 60mm regen in 60 minuten en op 10 september 2025 40mm. in 20 minuten in ‘s-Gravenpolder. De intensiteit van deze laatste bui was nog extremer dan die van 2018.

 

Na 2018 zijn in ’s-Gravenpolder en Borssele extra maatregelen tegen wateroverlast genomen. In Ovezande zijn geen extra maatregelen uitgevoerd. Door overleg met nutsbedrijven en de woningbouwstichting liepen maatregelen in ’s-Gravenpolder iets vertraging op. De belangrijkste maatregel is het vergroten van de duiker onder de Bernhardweg-Oost, gepland voor 2026. Deze duiker is nu te klein voor afvoer van water uit de polder en het dorp ’s-Gravenpolder. De afvoer voldoet niet aan de landelijke norm uit Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2001). Het waterschap krijgt voor de uitvoer een subsidie uit de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie (TIK).

 

De gemeente koppelt regen- en vuilwater alleen af dit eenvoudig uit te voeren is. Omdat zware buien steeds vaker voorkomen en zich over grote gebieden verspreiden, neemt de kans op wateroverlast toe. Alleen grotere buizen aanleggen helpt dan niet. Ook moeten sloten worden vergroot om water vast te houden, op te vangen en af te voeren. Het doel is om in bebouwd gebied geen overstromingen te hebben. De norm 0% inundatie is vastgelegd in het NBW 2001.

 

Regulier onderhoud van sloten is nodig voor een goede afvoer. De sloten moeten ieder jaar gemaaid worden en om de acht jaar gebaggerd. Woningen moeten ook aan minimale eisen voldoen. Vooral huisaansluitingen van oudere huizen voldoen niet aan de normen van het Bouwbesluit (NEN 3215). Een goede ontluchting van het riool ontbreekt vaak. Soms is ook de dorpel om wateroverlast te voorkomen niet hoog genoeg.

 

3.3 Inspannings- en resultaatverplichting gemeente

Voor de afvoer van regenwater heeft de gemeente een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. Dit houdt in dat de gemeente niet aansprakelijk is voor schade bij extreme regen. We hebben wel een inspanningsverplichting om schade zoveel mogelijk te beperken. In Borsele hanteren we een minimale afvoernorm van 20mm. neerslag in een uur, bui 8, de landelijke norm. Aan deze norm voldoen we ruimschoots.

 

Ons uitgangspunt is dat er tijdelijk water op straat mag blijven staan zolang er maar geen schade optreedt. Neerslag zal bij hevige regen naar openbaar groen afstromen en na de bui via de rioolkolken deels terug in de riolering lopen. Door regenwater in openbaar groen op te vangen verminderen we de gevolgen van verdroging. Bovengrondse afvoer en opvang van water in groen bij extreme buien is effectiever dan vergroten van de rioleringen.

 

3.4 Verantwoording van inwoners en bedrijven

Samenwerking is de rode draad binnen de afvalwaterketen. Samen met het waterschap en de bewoners zijn we verantwoordelijk voor ons afvalwater. Door samen te werken kunnen de doelen tegen minder kosten en met een beter resultaat behaald worden.

 

Door invoer van de gemeentelijke Verordening Afvoer hemel -en grondwater van 21 december 2023 kunnen we maatregelen, bij inwoners en bedrijven, om regenwater vast te houden en te bergen beter afdwingen. De verordening is gebaseerd op artikel 2.16 van de Omgevingswet, voorheen artikel 3.5 uit de Waterwet.

 

 

3.5 Welke werkzaamheden zijn er tussen 2019-2023 uitgevoerd?

Sinds 1989 koppelen we regenwater van de gemengde riolering af naar sloten en vijvers. In de afgelopen planperiode tussen begin 2019 en december 2023 is bijna 4 hectare verhard oppervlak afgekoppeld. Het afkoppelpercentage bij de gemengde riolering ligt eind 2023 op 33,0%.

In de planperiode is 5 km riolering gerelined, 0,5 km riolering vervangen, 125 km gereinigd en 25 km geïnspecteerd. Voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater binnen de kom (BOB), zijn samen met het waterschap, de sloten en vijvers in de kernen Nisse, ‘s-Heer Abtskerke, Lewedorp, Nieuwdorp, Heinkenszand en ‘s- Gravenpolder gebaggerd.

 

Afgelopen jaren is 6 km. nieuwe vrijvervalriolering aangelegd. Om regenwater op te vangen en vast te houden is openbaar groen op een aantal plaatsen verlaagd zoals in de Prinses Margrietstraat en Maximastraat in Nieuwdorp en de Middenstraat in ’s-Gravenpolder. Ook is op sommige plaatsen verharding vervangen door groen of halfverharding om water meer vast te houden.

Door uitbreiding van het areaal en inflatie nemen de kosten voor de post rioleringen toe. De stijging van de kosten binnen de GWW zijn hoger dan de inflatie.

 

Rioolgemalen in buitengebied

Met de andere Bevelandse gemeente en Tholen werken we samen op gebied van beheer van de gemalen. In de planperiode zijn 146 drukrioleringspompen, 124 leidingsystemen in de pompputten en 121 elektrische installaties van de drukriolering vervangen. De krappe arbeidsmarkt heeft invloed op de kosten. De onderhoudsfrequentie van de drukrioleringen is teruggebracht naar 1 keer in de 2 jaar. Het aantal storingen is in de planperiode door meer preventief in plaats van correctief onderhoud gehalveerd. Ongeplande storingen en onkosten worden hierdoor meer voorkomen.

Het stroomverbruik is door meer aandacht voor rioolvreemd water en monitoring van de draaiuren met 10% afgenomen. De stroomtarieven zelf zijn fors gestegen.

 

3.6 Grondwater

In onze gemeente hebben we geen plaatsen met structurele grondwateroverlast. Op perceelniveau zijn er wel plaatsen met een te hoge of lage grondwaterstand. Grondwateroverlast wordt vaak veroorzaakt door verdichting van de grond tijdens en na bouwactiviteiten zoals opslag van grond, verkeerd ophogen van de grond en door het ontbreken van een goede ontwatering.

Grondwateronttrekkingen in droge perioden kunnen een gevaar zijn voor de fundering van woningen. Te diep draineren is een risico voor de woningfundering. Ook kan grondwateronttrekking door de landbouw, met een dalend grondwaterpeil, een risico zijn voor woningen.

 

3.7 Grond en bagger

De afvoer en verwerking van vrijkomende grond bij rioleringswerken en baggeronderhoud wordt steeds duurder. In 2023 is gerijpte bagger verwerkt in het groenproject tussen de Julianaweg en de Molendijk in ’s-Heerenhoek. Door PFAS en andere verontreinigingen nemen de kosten voor verwerking van grond en bagger toe.

 

3.8 Kosten en rioolheffing

De CBS-index GWW tussen januari 2019 en 1 januari 2024 is met bijna 40 % gestegen. De inflatie op basis van de consumentenprijsindex (CPI) is in dezelfde periode maar met 16% gestegen. Een correctie op basis van de CPI is dus onvoldoende. De prijsstijging heeft invloed op de rioolheffing. Op basis van leeftijd en een verwachte levensduur van 60 jaar is er een vervangingspiek rond 2030. Door renovatietechnieken kunnen de kostenstijgingen beperkt worden.

 

Door groot onderhoud te activeren is de rioolheffing eerder kostendekkend geworden. In 2023 was de rioolheffing gemiddeld €179. De kosten werden volledig gedekt. Het saldo in de egalisatiereserve riolering is eind 2024 € 1.171.727.

4. Visie en toetsingskader

Wat zijn de ambities en doelen? De visie uit paragraaf 2.3 is de stip op de horizon met haalbare en realistische ambities. Het toetsingskader geeft concrete eisen en maatstaven.

 

4.1 Water- en rioleringen programma en GRP 5 (2019-2023)

Het vijfde GRP (GRP5) vormt de basis voor dit Water- en rioleringsprogramma (WRP). In het GRP5 is de hoofddoelstelling ‘Bescherming van de volksgezondheid en het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte’. Daarnaast heeft het GRP5 en ook het WRP de onderstaande doelen:

  • Doelmatige inzameling en transport van afvalwater

  • Voorkomen van overlast en schade, ook toekomst gericht op de klimaatsverandering

  • Schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem.

4.2 Samenwerking en klimaatbestendig maken

De SAZ+ is als samenwerkingspartner, voor de gemeenten, het waterschap en het drinkwaterbedrijf, steeds belangrijker voor schoon water en voldoende drinkwater. De levering van drinkwater wordt een probleem door de toenemende vraag en vervuiling van de bronnen voor drink-, grond- en oppervlaktewater.

 

Voor het klimaatbestendig maken wordt naar weersextremen gekeken, zowel langdurig droog als natte perioden. Door water in de bodem vast te houden voorkomen we verdroging. Bomen zorgen bij hitte voor verkoeling en voorkomen hittestress, maar zorgen ook voor een extra daling van het grondwaterpeil bij droogte. De bladeren van de bomen houden bij regen water voor een deel vast. Water wordt geleidelijk afgegeven en infiltreert meer in de bodem.

 

Voor de klimaatadaptatie worden diverse beleidsterreinen betrokken zoals water en rioleringen, wegen en groen. Een lange termijnvisie is belangrijk omdat de levensduur van de rioleringen, wegen en groen niet gelijk zijn. Voor rioleringen is dit gemiddeld 60 jaar is. Met functionele eisen (hoe), maatstaven (getalsmatige meting) en meetmethoden worden deze doelen concreet gemaakt.

 

Samenwerking is essentieel binnen de (afval)waterketen. Afval-, regen- en grondwater zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het waterschap, bewoners en gemeente. Als iedereen zijn taak oppakt, worden doelen goedkoper en eerder bereikt.

 

4.3 Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden WRP

De doelstellingen voor het WRP moeten concreet, uitvoerbaar en meetbaar zijn. Voor het bereiken van de doelen wordt rekening gehouden met aanpak bij de bron, circulariteit van grondstoffen en samenwerking binnen de afvalwaterketen met andere overheden, bedrijven en inwoners.

 

Het functioneren van de riolering geeft aan of deze doet wat hij moet doen, zoals het beschermen van de volksgezondheid en het voorkomen van wateroverlast. Dit wordt beoordeeld aan de hand van doelen (wat), functionele eisen (hoe) en meetbare criteria met methoden uit de Kennisbank Riolering van Rioned (voorheen Leidraad rioleringen A1100). Doelen zijn onze visie uitgewerkt, maatstaven zijn precieze eisen en meetmethoden geven aan hoe dit gecontroleerd wordt.

 

Als voorbeeld:

Doel:

beschermen van de volksgezondheid en voorkomen van vervuiling oppervlaktewater,

Functionele eis:

vervuiling door riooloverstorten moet beperkt zijn

Maatstaf:

de vervuiling uit gemengde riolering is maximaal 50 kg CZV per hectare per jaar

Meetmethode:

theoretische berekening van de vuiluitworp met de regenreeks

Bij knelpunten kan bemonstering aanvullende informatie gegeven op de theoretische berekening.

 

De doelstellingen van het Water en rioleringsprogramma 2026-2030 komen grotendeels overeen met die van het 5e gemeentelijke rioleringsplan. (GRP5 2019-2023) Deze doelen zijn:

 

De bescherming van de volksgezondheid en het continueren van de doelen uit de eerdere rioleringsplannen. (GRP5 2019-2023). Het hoofddoel van de riolering is de bescherming van de volksgezondheid.

 

Het WRP heeft de onderstaande doelen:

Doel 1: doelmatige inzameling en transport van afvalwater en voorkomen van overlast en (water)schade

Doel 2: schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem

Doel 3: klimaatbestendig maken van de openbare ruimte

Doel 4: conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik

Met name aan doel 3 en 4 wordt in dit WRP meer aandacht besteed ten opzichte van het GRP5. Deze doelen, functionele eisen en de meetmethoden voor de diverse onderdelen van de riolering zijn verder uitgewerkt en weergeven in bijlage 4, de uitgangspunten voor de doelstellingen voor het WRP.

5. Aanwezige voorzieningen en toestand

5.1 Rioleringen binnen en buiten de kom, huidige situatie

De vervangingswaarde van de vrijverval- en drukriolering inclusief pompen is ruim € 80 miljoen.

 

 

Vóór 1950 liep huishoudelijk afvalwater van toilet meestal via een septic tank in bermslootjes. Veel van deze (stinkende) slootjes werden na 1950 gedempt en voorzien van buizen. Regen- en afvalwater werd met deze buizen tot buiten de dorpen afgevoerd. In sommige dorpen werd afvalwater ingezameld en afgevoerd naar een gemeentelijke zuivering zoals de Pasveersloot in de Lindestraat te Oudelande. Helaas is deze zuivering eind van de 20ste eeuw afgebroken. Het zou nu een industrieel monument zijn.

 

Door de invoer van de Wet op verontreiniging oppervlaktewateren kwam eind jaren 70 van de vorige eeuw de aanleg van riolering en zuiveringen in een stroomversnelling.

5.1.1 Vrijvervalriolering - in de dorpen

Bij vrijvervalriolering loopt afvalwater onder afschot in buizen, door de zwaartekracht, naar het laagste punt. Vanuit dit punt wordt afvalwater verpompt naar een ander bemalingsgebied of naar de rioolwaterzuivering (RWZI) van het waterschap in de Willem Annapolder nabij ‘s-Gravenpolder.

 

Er zijn twee soorten vrijvervalriolering: gemengd en gescheiden. Bij een gescheiden riolering stroomt vuilwater naar het gemaal en regenwater direct naar sloten, wadi’s of openbaar groen. Bij een regeninfiltratieriool infiltreert regenwater in de ondergrond. De meeste vrijvervalrioleringen in onze gemeente hebben een diameter kleiner of gelijk aan 300mm. (72%) Het materiaal bestaat voornamelijk uit beton of kunststof (85%). De overige rioleringen zijn gerelined of zijn van hoogwaardig gres.

 

Leeftijd van de vrijvervalriolering

 

 

Voor de leeftijdsopbouw van de riolering wordt verwezen naar de bovenstaande tabel. Ongeveer de helft van onze riolering is jonger dan 30 jaar. Als je uitgaat van een indicatieve verwachte levensduur van 60 jaar ligt de vervangingspiek na 2030. Door toepassen van de renovatietechniek ‘relining’ worden vervangingspieken voorkomen. Veel buizen worden voor het theoretische vervangingsjaar al gerenoveerd. Door relining wordt de levensduur met ongeveer 50 jaar verlengd.

 

Overzicht rioleringen in Borsele

Type stelsel

%

km riool

% hiervan

Aantal aansluitingen

m. per aansluiting

In de dorpen

Gemengde riolering

70%

87

67% 

6400

13,0

- afgekoppeld

 

29

33%

 

3,9

Gescheiden riolering

30%

 

 

3220

 

- regenwaterwater

 

26

 54%

 

8,5

- vuilwater

 

22

 46%

 

8,5

Totaal vrijvervalriolering

 

170

92%

9620

 

In het buitengebied

Drukriolering

 

72

8%

880

81,8

Aansluitingen

 

 

100%

10500

 

 

Gemengde riolering.

 

Bij gemengde riolering komt regen- en vuilwater in één buis. Deze riolering heeft een inhoud van ongeveer 9mm. Het duurt ongeveer 13 uur voordat de volledig gevulde riolering is leeggepompt.

 

Na 1989 zijn we begonnen met afkoppelen van regenwater. Inmiddels is in 2025 ruim 34% van het regenwater afgekoppeld. Regenwater wordt via een apart riool afgevoerd naar de sloten. De afvalwaterketen werkt efficiënter door de scheiding van afvalwaterstromen. Er wordt minder water verpompt en afgevoerd naar de zuivering. Voor het waterschap is het gemakkelijker om meer geconcentreerd afvalwater te zuiveren. Door regenwater in het gebied vast te houden verdroogd de bodem minder en is er minder kans op zetting van de grond.

 

Riooloverstort

Bij hevige regenbuien valt er meer neerslag dan de riolering kan bergen. Om wateroverlast te voorkomen loopt bij hevige neerslag met regenwater verdund afvalwater over de overstortmuur naar het oppervlaktewater.

Vaak is de riooloverstorting niet van grote invloed op de waterkwaliteit. De plaats is van sterke invloed op de waterkwaliteit. Een riooloverstorting in een doodlopende sloot is van grotere invloed dan een overstorting op een sloot waar water doorstroomt naar een achterliggend gebied.

Bijlage 5.1 geeft het overzicht van de overstorten met kenmerken zoals de overstortfrequentie, volume en vuilvracht (kg in CZV).

 

Tekening met overstort. Deze bestaat uit een verlaagde drempel in de riolering waardoor water weg kan stromen naar de sloten.

 

 

Gescheiden riolering.

 

Bij de gescheiden riolering wordt regen- en vuilwater via aparte buizen afgevoerd. Sinds 1990 worden in dorpsuitbreidingen alleen gescheiden rioleringen aangelegd. Een aandachtspunt bij de gescheiden riolering zijn foute aansluitingen. Regelmatige controle is nodig om vervuiling van sloten te voorkomen.

 

Afvoer van schoon regenwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie is niet doelmatig. Daarom houden we regenwater zoveel mogelijk vast in de bodem of in oppervlaktewater. Verpompen van schoon regenwater kost energie en de rioolwaterzuivering werkt bij ‘dun’ afvalwater minder goed. Door regenwater vast te houden is de invloed van verdroging in lange droge perioden minder groot.

 

Verbeterd gescheiden riolering. (VGR)

Het eerste regenwater van de straat is over het algemeen vuiler. Rond 1995 werd de VGR de nieuwe trend voor rioleringen. Bij een verbeterd gescheiden riolering wordt het eerste regenwater afgevoerd naar het vuilwaterriool. Later wees onderzoek uit dat de vervuiling van het regenwater in plattelandsgemeenten meeviel. Omdat bij een VGR meer dan 80% regen alsnog afgevoerd wordt naar de zuivering zijn veel van deze systemen later weer omgebouwd tot normaal gescheiden riolering. Dit is ook in onze gemeente gebeurt. Op sommige plaatsen zoals in de Reigerstraat in Heinkenszand is achter de regenwateruitlaat een lamellenafscheider geplaatst om vuil tegen te houden. Onderhoud van deze installatie is kwetsbaar. Deze installaties worden niet meer toegepast.

 

Infiltratieriool

Een infiltratieriool of IT-riool is een geperforeerd regenwaterriool. Via de gaten of sleuven kan regenwater in de bodem infiltreren. In natte perioden werkt de buis drainerend. Grondwater zal via het infiltratieriool afstromen naar oppervlaktewater. Door de poreuze IT-riolen wordt meer water in de bodem vastgehouden. In de wijk Over de Dijk zijn in 2004 de eerste IT-riolen aangelegd.

 

 

Wadi

 

Een wadi is een verlaging in het groen waar regenwater tijdelijk wordt opgevangen en in de bodem wordt geïnfiltreerd.

 

Als de Wadi vol is loopt het overtollige water via een ‘slokop’ naar een regenwaterriool of een sloot. Het voordeel van een wadi is dat meer regenwater wordt vastgehouden en verdroging van de bodem wordt tegengegaan. Een wadi werkt alleen goed als de ondergrond uit zand bestaat zoals in Ovezande en Heinkenszand. De eerste wadi in onze gemeente is in 2003 in Strobbelhoek Ovezande aangelegd.

 

Relining

Relining is een renovatietechniek waarbij een met polyester geïmpregneerde kous in de buis getrokken wordt. Met luchtdruk wordt deze kous tegen de buiswand aangedrukt en vervolgens met licht uitgehard. Inlaten van huisaansluitingen worden met een robot uitgeboord.

Er is minimale overlast voor de bewoners en tegen lagere kosten kan de riolering weer minimaal 50 jaar mee. Tijdens de uitvoer kan er tijdelijk een polyester lucht vrijkomen.

 

5.1.2. Gemalen en overdrachtspunten waterschap

 

Op het diepste punt van de riolering ligt een onderbemaling of een eindgemaal van het waterschap. Het eindgemaal is het overdrachtspunt van het water naar het waterschap.

 

Over dit punt zijn in overeenkomst afspraken gemaakt. Het overdrachtspunt is meestal de putwand van het gemaal of soms de laatste rioolput voor dit rioolgemaal. Vanaf dit punt wordt het water verpompt naar de rioolwaterzuivering.

 

Vanuit onderbemalingen wordt water naar hoger gelegen rioolstelsels gepompt. In onze gemeente hebben de grotere gemalen meerdere pompen. – zie bijlage 5.2.

De rioolpompen van het waterschap naar de zuivering hebben een pompovercapaciteit van 0,7mm. per uur. (POC) In specifieke gevallen is van deze minimale norm afgeweken. In de Optimalisatie studie afvalwaterketen (OAS) van 2005 zijn de afspraken vastgelegd.

 

Bij een rioolwaterberging van 9mm. en volledige vulling duurt het ongeveer 13 uur om de riolering leeg te pompen. In bijlage 5.3 zijn de 15 waterschapsgemalen aangegeven.

5.1.3. Randvoorzieningen of bergbezinkriolen

Bergbezinkriolen (BBR’s) bestaan uit een combinatie van een grote rioolbuis, een spoel- en ledigingspomp en de elektrische installatie voor deze pompen. De BBR’s liggen alleen achter de grotere riooloverstorten. In een BBR neemt de stroomsnelheid af en bezinken grovere delen uit het rioolwater. De vervuiling van oppervlaktewater wordt hierdoor voorkomen.

Na een riooloverstortingen is het belangrijk dat deze BBR’s automatisch met een spoel -en ledigingssysteem gereinigd en geledigd worden. Het spoelwater komt in de riolering. De BBR’s in onze gemeente hebben een diameter van minimaal 1000mm.

5.1.4 Kolkaansluitingen

Kolken

Regenwater in de straten wordt afgevoerd met kolken. De kolken bestaan uit twee typen namelijk straat- en trottoirkolken, totaal 9600 stuks. Bij hevige regen en overdruk in de rioolbuis komt riool- en regenwater via de kolken op straat. De kolken werken dan als nooduitlaat en voorkomen dat er geen water in de woningen komt. De ontlastputjes bij woningen hebben een soortgelijke werking.

Trottoirkolk(links) en straatkolk (rechts)

 

5.1.5. Drainage

Drainage wordt aangelegd om het grondwaterpeil beter te beheersen. Drains voeren grondwater af naar oppervlaktewater of regenwaterriolen. Particulieren kunnen hun afvoer aansluiten op de regenwaterafvoer. Via een drain kan water in de grond geïnfiltreerd en afgevoerd worden. Aansluiting van drainage op de gemengde riolering is niet toegestaan omdat de afvoer van schoonwater niet doelmatig is.

 

Drainage PP450 geschikt voor zand en kleigronden

5.1.6. Drukriolering - buiten de dorpen

Het buitengebied van Borsele liggen ongeveer 1600 panden waarvan er 880 op de drukriolering zijn aangesloten. Bijlage 5.4 is een overzicht van de op de op de drukriolering aangesloten adressen. Bij drukriolering wordt huishoudelijk afvalwater in een pompput opgevangen en door pompen via persleidingen naar de dorpen getransporteerd. Regenwater wordt afgevoerd naar sloten of kan worden hergebruikt.

 

 

IBA’s of septictanks

Huizen die niet op het riool zijn aangesloten lozen hun huishoudelijk afvalwater via een voorziening voor individuele behandeling van afvalwater (IBA). Dit kan septictank of meer geavanceerde zuivering zijn. Na de zuivering wordt het water geloosd in de sloot. De zuiveringen zijn in eigendom en beheer van de woningbezitters. De gemeente beheert geen IBA’s omdat we zelf geen invloed hebben op het lozingsgedrag van inwoners en dus ook de werking van de IBA’s.

In bijlage 5.5 is een overzicht te vinden van panden die niet zijn aangesloten op de drukriolering. Ongeveer 30 van deze panden liggen in een kwetsbaar gebied, de rest in een niet-kwetsbaar gebied. Van ongeveer 40 panden, zoals landbouwloodsen, wordt geen huishoudelijk afvalwater geloosd. Bijlage 5.6 bevat een overzicht van de aanwezige IBA’s. Voor meer informatie wordt verwezen naar IBA iplo.nl

Overzicht panden per 1 januari 2025

Riolering buitengebied

Aantal

Percentage

Bijlage

Totaal panden buitengebied

1610

100

 

Aangesloten op drukriool

879

57

5.4

Niet aangesloten panden

688

43

5.5

Geen lozing van afvalwater

40

 

 

5.1.7 Huisaansluitingen en ontlastput

In Borsele zijn ongeveer 10500 panden aangesloten op de gemeentelijke riolering. De aansluiting op het hoofdriool is gemaakt met een huisaansluiting.

 

 

Doorsnede van een huisaansluiting (gemengde riolering)

De huisaansluiting tot de perceelsgrens is in eigendom en beheer van de eigenaar van de woning. Het overgangspunt van de gemeentelijke riolering naar de particuliere riolering is het erfscheidingsputje of het ontstoppingsstuk op de erfgrens. Dit punt is in beheer van de particulier.

In sommige gevallen bij gecombineerde aansluitingen is de huisaansluiting gezamenlijk bezit en zijn de eigenaren samen verantwoordelijk.

 

 

Een ontlastput is een essentieel onderdeel van de huisaansluiting. Bij een verstopping of overbelasting van de riolering voorkomt dit hulpstuk dat afvalwater in de woning komt. Helaas ontbreekt dit putje meestal. Vooral bij gemengde riolering kan door dit putje schade in huis voorkomen worden.

6 Toestand, beheer en onderhoud en vervanging

De hoeveelheid en de toestand van de gemeentelijke riolering is vastgelegd in beheersystemen.

In paragraaf 6.1 is aangegeven op welke manier we de riolering beheren en onderhouden. Wanneer we reinigen en inspecteren staat aangegeven in paragraaf 6.2.

 

6.1 Toestand riolering en beheer en onderhoud en vervanging

6.1.1 Vrijvervalriolering - toestand, beheer en onderhoud en vervanging

Toestand

De (technische) toestand van de rioleringen is bepaald aan de hand van (camera) inspecties. De gemeentelijke vrijvervalriolering is voor bijna 95% geïnspecteerd. Bij de beoordeling van toestand van de riolering kijken we naar de aspecten waterdichtheid, stabiliteit en de afstroming.

 

De toestand van de riolering wordt beoordeeld als goed, matig of slecht. De kwaliteitsgegevens zijn vastgelegd in onze rioolbeheersystemen Kikker (Brutus) en RioGL (Obsurv.) Na 2026 willen we het Geografisch Informatiesysteem ESRI gebruiken voor het beheer. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de riolering wordt uitgegaan van de normen uit NEN 3398 en EN13508-2.

 

Maatstaf

Goed

Matig

Slecht

Stabiliteit

73%

18%

9%

Waterdichtheid

61%

19%

20%

Afstroming

82%

16%

2%

 

Beheer en onderhoud

Jaarlijks wordt ongeveer 30 km riool gereinigd en 8 km geïnspecteerd. Van alle riolen die ouder zijn dan 30 jaar willen we inspectiebeelden hebben die maximaal 12 jaar oud zijn. Tijdens reiniging letten we op meekomend grind, zand of wortels. Als dit vrijkomt is nader onderzoek nodig. Klimaatverandering zorgt voor langere natte en droge periodes. Kleigrond kan hierdoor zetten. De kans op scheuren in de riolering, zandinloop en stabiliteitsverlies van de weg wordt dan groter.

 

Vervanging

Het vervangen van vrijvervalriolering hangt af van de staat, functie en locatie. Grote riolen onder drukke wegen krijgen voorrang vanwege de impact bij uitval. Riolen op moeilijk bereikbare plekken worden vaker gerelined om kosten en risico’s te beperken. Voordelen van relinen:

  • Lagere kosten, snellere uitvoering, minder voorbereiding

  • Minder overlast voor milieu en omgeving

  • Geen verstoring van archeologie en bodem

  • Lage milieu- en CO2-belasting

Relinen is minder geschikt als:

  • Capaciteit niet voldoende is

  • Afvoerhelling niet klopt

  • Huisaansluiting of bestrating vervangen moet worden

  • Nieuwe inrichting of bouwactiviteiten gepland zijn

Bijlagen 6.1 en 6.2 geven planning voor reiniging, inspectie en klein onderhoud.

6.1.2. Gemalen - toestand, beheer en onderhoud en vervanging

Toestand

De toestand van de gemalen en de elektrische installaties staat in het beheersysteem XDM. De toestand is na intensivering van het onderhoud goed.

Het onderhoud van de pompen, leidingwerk en de elektrische installaties is afgestemd op de (cruciale) functie die ze hebben voor de afvoer van water. De bouwkundig staat van de meeste gemalen is redelijk.

 

Beheer en onderhoud

Hoofdgemalen worden actief gemonitord met het gemaalbesturingssysteem Aquaview van Xylem. Het aantal gemalen met gemaalbesturing op ‘afstand’ is uitgebreid van 26 naar 35. Storingen worden automatisch gemeld. Door de aannemer in te schakelen wordt het probleem tijdig opgelost.

 

Het beheer en onderhoud van de gemalen en drukrioleringen is samen met de andere Bevelandse gemeenten aanbesteed. Door krapte op de arbeidsmarkt stijgen de kosten sterker dan de inflatie. Ook de kosten voor het in- en uitschakelen van de spanning zijn toegenomen.

 

Vervanging

In bijlage 6.3 staat een overzicht voor de onderhoudskosten van de gemalen.

6.1.3 Randvoorzieningen - toestand, beheer en onderhoud

Toestand

De bergbezinkriolen (BBR) werken beter als ze goed onderhouden zijn. Oppervlaktewater blijft dan schoner. Er is geen achterstallig in het onderhoud.

 

Beheer en onderhoud

De reinigingsfrequentie van de BBR is 1x per jaar. De werking wordt met de gemaalbesturing en tijdens onderhoud gecontroleerd. Na een riooloverstorting zorgt een spoelvoorziening met ledigingspomp voor het reinigen van het riool. De pompen worden voor het onderhoud meegenomen met de overige gemalen.

 

Vervanging

In de planperiode worden geen bergbezinkriolen vervangen.

6.1.4 Kolken en straatreiniging - toestand, beheer en onderhoud en vervanging

Toestand

De toestand van de kolken staat in het rioolbeheersysteem Kikker. De toestand van de kolken is over het algemeen goed.

 

Beheer en onderhoud

Vanaf 1 januari 2025 worden onze kolken door de Zeeuwse reinigingsdienst (ZRD) gereinigd. De kosten voor het kolkenreinigen worden gedekt uit de budgetcategorie voor regulier onderhoud van de vrijvervalrioleringen. Voor de kosten wordt verwezen naar bijlage 6.2.1.

 

Met de aankoop van de onderhoudswagen riolering ligt er meer focus op onderhoud van kolken, lijngoten en kolken in achterpaden. De lijngoten worden 1 keer per jaar gereinigd. Gebreken aan de kolken worden na registratie door onze eigen buitendienst gerepareerd. Zwaar vuurwerk veroorzaakt bij de jaarwisselingen schades die niet gelijk opgemerkt worden. Vervanging is dan vaak nodig om verdere schade aan straatwerk te voorkomen. De kosten van de onderhoudswagen staan in bijlage 6.2.2. Vrijkomend kolkenslib, ongeveer 6 kg per kolk per jaar, wordt naar een erkend verwerker afgevoerd. We reinigen straten ongeveer 12 keer per jaar. Door blad tijdig te verwijderen raken de kolken minder vervuild en is de waterafvoer meer gegarandeerd.

 

Vervanging

De vervanging van de kolken is incidenteel en wordt geregeld uit het budget voor het normaal onderhoud.

6.1.5 Drainage - toestand, beheer en onderhoud

Toestand

Door vervuiling, oxidatie met ijzer en dichtslibbing wordt de werking van drains meestal langzaam achteruit. Waterafvoer wordt in de loop der jaren door bomen en beplanting overgenomen. Deze zorgen voor een meer open bodemstructuur. Hierdoor hebben we in praktijk geen wateroverlast.

 

Beheer en onderhoud

Op basis van het beperkte aantal klachten is de veronderstelling dat de onderhoudstoestand van de drainage voldoet. Drains worden alleen na klachten over grondwateroverlast doorgespoten. Hiervoor kan de onderhoudswagen ingezet worden.

 

Vervanging

De vervanging van drains is incidenteel tijdens reconstructies. Er is geen apart budget voor deze vervanging.

6.1.6 Drukriolering - toestand, beheer en onderhoud en vervanging

De drukriolering bestaat uit pompen, pompputten, leidingwerk in de putten, elektrische installaties en persleidingen voor afvoer van afvalwater. Tussen de moederkasten en de dochterkasten liggen stroomkabels.

 

Toestand

De drukrioleringstoestand staat in het beheersysteem XDM. Door de investeringen in preventief onderhoud aan pompen, leidingwerk en installaties de afgelopen jaren is er geen achterstallig onderhoud.

 

Inspectie van de 72 km lange, smalle persleidingen (63-125 mm) is lastig en duur. Vervangen is relatief goedkoop. Het aantal lekkages is de laatste jaren licht toegenomen.

 

De kwaliteit van de persleidingen wordt vooral afgemeten aan het aantal storingen en lekkages. Hiervan is de laatste jaren een lichte toename zichtbaar.

 

Beheer en onderhoud

De pompen van de drukriolering worden elke twee jaar gecontroleerd en schoon gemaakt als dat nodig is. Bij een storing gaat meestal de rode alarmlamp op de schakelkast branden, behalve bij stroomuitval. Het energieverbruik wordt actief in de gaten gehouden met een app die afwijkingen registreert.

Aan de hand daarvan kunnen we onderzoeken of de extra stroomverbruik veroorzaakt wordt door regenwater op de drukriolering, een versleten waaier of problemen met de niveauregeling. Schade wordt voorkomen door de storing tijdig op te lossen of door de situatie te verbeteren.

 

Het onderhoud van de drukriolering en gemalen in is uitbesteed aan een externe partij. Door een tekort aan personeel en stijgende materiaalkosten is het onderhoud duurder geworden. Door de hogere energiebelasting nemen de energiekosten fors toe.

 

Vervanging

Veel pompen worden pas vervangen als ze kapot zijn en het systeem in storing staat, een correctieve actie. Ook als bij onderhoud blijkt dat de pomp niet goed meer werkt wordt deze vervangen.

 

Tijdens het onderhoud aan de pompen worden de leidingen in de putten gecontroleerd. Deze leidingen worden preventief vervangen als ze in slechte staat verkeren, om problemen te voorkomen. Daarnaast vindt er ook correctief onderhoud plaats bij storingen of lekkages. In bijlage 6.3 staan de kosten voor het onderhoud, gebruik en de vernieuwing van de drukrioleringen. De komende jaren wordt de drukriolering verder vernieuwd, waarbij zowel preventieve als correctieve onderhoudsmaatregelen worden toegepast.

6.1.7 Huisaansluitingen en septictanks - toestand, beheer en onderhoud en vervanging

Toestand

Vóór 1970 werden huisaansluitingen vaak gemaakt van dunwandig PVC, gres of beton, die gevoeliger zijn voor lekkages, beschadigingen en wortelingroei. Door langdurige droogte is bodeminklinking toegenomen. Dit kan lekkages veroorzaken in de huisaansluitingen.

De staat van het gemeentelijke deel van de huisaansluiting is pas duidelijk als we de riolering opgraven. Betonnen opzetblokjes die vroeger vaak toegepast werden zijn kwetsbaar en gevoelig voor lekkage.

 

Beheer en onderhoud

Oude huisaansluitingen worden voor herstraten gecontroleerd en eventueel vervangen om schade aan nieuw straatwerk te voorkomen. Door lange droge periodes zakt de bodem meer dan vroeger. Dit veroorzaakt schades.

 

De gemeente onderhoudt huisaansluitingen alleen bij grote werkzaamheden of als de afvoer slecht werkt. Bij terugkomend vuil na reiniging van het hoofdriool vergoedt de gemeente reparaties, tenzij de verstopping door verkeerd gebruik komt.

 

Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor onderhoud, schoonmaak en vervanging van huisaansluitingen op hun eigen terrein, ook als die gedeeld worden. Dit geldt ook voor IBA’s en septictanks. De gemeente heeft maar beperkt gegevens van IBA’s. De gemeente draagt niet bij aan de kosten voor onderhoud of vervanging van IBA’s.

 

Vervanging

Voor vervanging van huisaansluitingen wordt jaarlijks een bedrag gereserveerd van € 20.000.

6.1.8 Overstorten, sloten, vijvers en oevers

Toestand

De toestand van de overstorten, sloten, vijvers en oevers wordt 1 keer per jaar opgenomen. Voor de goede werking van de riolering moeten overstorten en sloten vrij zijn van slib en begroeiing. De toestand is een momentopname. De huidige toestand is redelijk.

 

Beheer en onderhoud

Onze onderhoudswagen van de buitendienst neemt de toestand op. Voor het beheer en onderhoud van sloten wordt verwezen naar paragraaf 8.3. In bijlage 6.5 staat de planning en de kosten van de baggerwerken voor de planperiode. De kosten worden 50/50 gedeeld met het waterschap.

 

6.2 Overzicht beheer en onderhoud

Het beheer en onderhoud van de riolering wordt volgens een vaste onderhoudsfrequentie uitgevoerd. Het doel is om de objecten goed te laten functioneren. Door regelmatig onderhoud van de onderdelen van de riolering wordt de bedrijfszekerheid vergroot en de kans op overlast minder. Onderhoud is goedkoper dan ad hoc optreden bij storingen. Afhankelijk van de functie van een rioleringsobject en het schadebeeld aan de riolering wordt actief, anticiperend of reactief onderhouden en of ingegrepen.

 

In de onderstaande tabel staat de onderhoudsfrequentie aangegeven van de onderdelen die in paragraaf 6.1 staan omschreven. Het onderhoud wordt door derden uitgevoerd.

 

Onderdeel

Onderhoud

Inspectie

Opmerkingen

Vrijvervalriolering

1 x 7 jaar reiniging

Streven 1 x 15 jaar

Inspectiebeelden worden vastgelegd in Kikker. Oude riolen om de 12 jaar insp.

Gemalen inclusief elektrische installatie

1 x per jaar

1 x per jaar

Monitoring werking met gemaalbesturing, automatische storingsmelding

Kolken en lijngoten

1 x per jaar reinigen

1 x per jaar

Reparatie na gebreken onderhoudsdienst en vastgelegd in Kikker

Straatvegen

12 x per jaar

 

Door straatvegen blijven kolken schoner en wordt bladval verwijderd.

Drainage

Na klachten

Na klachten

Passief beheer

Drukriolering inclusief elektrische installatie

1 x in 2 jaar

1 x in 2 jaar

Reparatie tijdens onderhoudsronde. Energieverbruik wordt gemonitord. Reiniging naar noodzaak.

Persleidingen

Na klachten

Na klachten

Passief beheer

Sloten en vijvers

1 x 8 jaar baggeren 1 x per jaar maaien van oevers

-

Beheer is geregeld in een overeenkomst met het waterschap (BOB) van 2025. Zie ook paragraaf 8.3

Wadi’s

Maaien naar behoefte

-

Voor de biodiversiteit wordt er minder gemaaid.

Overstorten

1 x per jaar

1 x per jaar

Door de nieuwe onderhoudsdienst. Jaarlijks controle en reparatie

 

6.3 Functioneren van riolering, gewenste toestand en beleid

In deze paragraaf beschrijven we het functioneren van de riolering, de gewenste toestand en beleid op strategisch niveau, niet operationeel.

Hiervoor gaan we uit van de vier eerder genoemde doelen.

Doel 1: doelmatige inzameling en transport van afvalwater en voorkomen van overlast en (water)schade

Doel 2: schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem

Doel 3: klimaatbestendig maken van de openbare ruimte

Doel 4: conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik

Aan doel 3 en 4 wordt in dit WRP meer aandacht besteed ten opzichte van het GRP5.

6.3.1 Vrijvervalriolering

Functioneren

Door het onderhoud uit paragraaf 6.1 is de kans op verstoppingen, bezwijken van de riolering en wateroverlast minder groot. Gebreken worden geconstateerd en de kans op vervuiling van oppervlaktewater wordt kleiner.

 

Hydraulische berekeningen hebben aangetoond dat onze riolering ruimschoots voldoet aan de landelijke normen qua waterafvoer. In bijlage 5.1 is een overzicht gegeven van de overstorten met de vuiluitstoot. Ook de vuiluitstoot voldoet ruimschoots aan de landelijke norm. Door latere verbeteringen is de vuiluitstoot verder verlaagd.

 

Infiltratie riolen of IT-riolen

IT-riolen zijn poreus. Dit om regenwater in de grond te infiltreren en om te draineren. In zandige ondergrond is de infiltrerende werking goed. Zand of grond mag niet in de buis infiltreren. De normen van de NEN 3398 en de NEN EN 13508-2 voor waterdichtheid van rioolbuizen zijn niet van toepassing op IT-riolen.

 

Gewenste toestand en beleid

Doelmatig scheiden van afvalwaterstromen

In uitbreidingen wordt alleen gescheiden rioleringen aangelegd waarbij vuil- en schoonwater voor 100% wordt gescheiden. Soms zijn de aansluitingen niet goed aangelegd en worden sloten vervuild of het vuilwater riool belast met schoonwater. Onze onderhoudswagen controleert deze foutaansluitingen bij gescheiden riolering. Deze controle is belangrijk.

Afkoppelen van schoon regenwater:

  • -

    Zorgt voor een efficiënter afvalwatersysteem, vooral voor het waterschap van belang

  • -

    Voorkomt verdroging, schoonwater wordt vastgehouden in de dorpen

  • -

    Maakt het afvalwatersysteem robuuster, minder kans op wateroverlast

  • -

    Verbeterd de oppervlaktewaterkwaliteit

  • -

    Controle op foute aansluitingen blijft noodzakelijk

Ons beleid is om door te gaan met het afkoppelen van regenwater bij gemengde riolering. Eind 2025 is 34% afgekoppeld. Afkoppelen gebeurt alleen als dit kostenefficiënt is gelijk met herbestrating. Het tempo is van ongeveer 0,5% per jaar.

Maximaal 50% afkoppelen is realistisch. Voor verdere afkoppeling nemen de kosten exponentieel toe. In bijlage 6.7 staan de verbetermaatregelen met afkoppelen. In paragraaf 6.1 wordt aangegeven dat bij niet-afkoppelen relinen de voorkeur heeft boven vervangen, met de overwegingen erbij.

6.3.2 Gemalen

Functioneren

Door vernieuwing van onderdelen van de gemalen is het functioneren verbeterd. Storingen zijn afgelopen jaren gehalveerd. Er treedt nu gemiddeld een keer in de 4 jaar een storing op.

Storingen gemalen en drukrioleringen    

 

Borsele

Jaar

2021

2022

2023

2024

 

Storingen

234

137

108

121

 

Vervuiling van oppervlaktewater en de riolering wordt voorkomen door storingen tijdig op te lossen. Storingen aan de gemalen wordt ook beïnvloed door lozingsgedrag van de inwoners. Door voorlichting over wat wel en niet op de riolering geloosd mag worden proberen we verstoppingen te voorkomen.

 

De eindgemalen van het waterschap voldoen met uitzondering van gemaal ‘s-Heer Abtskerke aan de normen voor de capaciteit en de theoretische ledigingstijd.

 

Gewenst toestand en beleid

Door actief onderhoud en preventieve maatregelen worden storingen voorkomen. De onderhoudsfrequentie blijft ongewijzigd. In bijlage 6.8 staan de kosten voor groot onderhoud aan de gemalen en drukriolering.

 

Gemaalbesturing en de monitoring van de draaiuren van de pompen zijn nodig om de werking van de gemalen te controleren. De gevolgen van een storing bij een gemaal zijn groter dan bij de drukriolering. Daarom worden de gemalen meer gecontroleerd. Voor het oplossen van een storingen wordt de onderstaande norm gehanteerd.

 

 

Pompen moeten een pompovercapaciteit (POC) hebben van minimaal 0,7mm. per uur. De POC is de extra capaciteit boven de droogweerafvoer. Het gemeentelijkriool wordt dan in 12 tot 15 uur leeggepompt. Een hogere pompcapaciteit heeft nauwelijks invloed op het voorkomen van wateroverlast of vervuiling van oppervlaktewater bij de overstorten.

 

Het inslagpeil van de gemalen is lager of gelijk aan de binnen onderkant van de riolering. Bij een hoger inslagpeil kan er bezinking van vuil zijn in de riolering waarbij de sloten mogelijk meer vervuild worden. Controle van het inslagpeil is daarom een blijvend aandachtspunt, ook voor het waterschap.

6.3.3 Randvoorzieningen of bergbezinkriolen

Functioneren

Achter de grotere riooloverstorten in Heinkenszand, ’s-Gravenpolder en ’s-Heerenhoek liggen bergbezinkriolen. Om de werking van de BBR-en te garanderen en de waterkwaliteit te verbeteren worden ze regelmatig gecontroleerd. De BBR-voorzieningen voldoen aan de normen.

 

Gewenste toestand en beleid

Minder vervuiling uit de riolering is gunstig voor de waterkwaliteit en de volksgezondheid. Omdat de gemengde rioolstelsels in Borsele aan de landelijke normen qua vuiluitstoot voldoen worden er geen nieuwe BBR-en aangelegd.

6.3.4 Kolken en straatvegen

Functioneren

Door de kolken 1 x per jaar te zuigen wordt de afvoer van regen voldoende gegarandeerd. Alleen na herstraten is een extra zuigbeurt nodig. De kolken zijn dan meer vervuild met zand. Daarnaast is het nodig om de straten regelmatig te vegen.

 

Gewenste toestand en beleid

Een kolk is bedoeld voor de afvoer van water en niet voor straatvuil. Voorlichting is belangrijk om te voorkomen dat veegvuil, cement en verfresten etc. in de riolering komen en de werking verstoord.

 

De onderhoudsfrequentie van 1 keer per jaar wordt gehandhaafd. Preventief onderhoud is goedkoper dan ad hoc onderhouden daarom worden de kolken na herstraten een extra keer gereinigd.

 

De straten worden 12 keer per jaar gereinigd. Waardoor de vervuiling van de kolken beperkt wordt en de kans op wateroverlast minder groot is. Klachten worden hierdoor voorkomen.

6.3.5. Drainage

Functioneren

Het aantal klachten over grondwateroverlast in openbaar gebied is minimaal. Er zijn nog wel plaatsen waar water blijft staan omdat het maaiveld laag ligt ten opzichte van het grondwaterpeil. Dit heeft niets te maken met het functioneren van de drainage.

 

Gewenste toestand en beleid

Drains worden alleen gereinigd of vernieuwd als er wateroverlast is of als er klachten zijn. De klimaatsverandering heeft geen invloed op de werking van drains. In uitbreidingsplannen en bij reconstructies wordt altijd drainage meegelegd in de rioolsleuf.

6.3.6 Pompen drukriolering, leidingwerk en elektrische installaties

Functioneren

Als er geen regenwater op de drukriolering is aangesloten zorgt de drukriolering voor een goede afvoer van afvalwater uit het buitengebied naar de dorpen. Er zijn plaatsen zoals in Graszode Lewedorp waar wel regenwater is aangesloten. Het functioneren wordt hierdoor verstoord waarbij pompen in storing raken en de stroomkosten fors toenemen.

 

Gewenste toestand en beleid

In de planperiode wordt extra aandacht besteed aan (illegale) lozingen van regenwater op de drukriolering. De Verordening afvoer hemel- en grondwater Borsele is het instrument om de lozing van regen -en grondwater op de drukriolering aan te pakken. Handhaven is moeilijk omdat de huisaansluitingen op particulier terrein ligt. Veel bewoners zien het nut van een verbetering niet in als ze zelf geen probleem hebben.

 

De gemeente legt geen nieuwe (druk)riolering aan. Ook dragen we niet bij aan nieuwe aanleg. De drukriolering wordt niet uitgebreid omdat de kosten niet in verhouding staan tot het milieurendement. Als er op moment van vervangen een meer doelmatige wijze van afvalwaterverwerking is dan kan dit overwogen worden.

 

Drukriolering die door derden is aangelegd wordt alleen in onderhoud overgenomen als deze voldoet aan onze kwaliteitseisen en als voorafgaande aan de aanleg dit met ons overlegd is.

6.3.7 Huisaansluitingen en IBA’s

Functioneren

Huisaansluiting

Per jaar zijn er een tiental verstoppingen op gemeentelijk terrein. Soms ligt de oorzaak aan het lozingsgedrag op particulier terrein. Verstoppingen hebben naast het lozingsgedrag te maken met de technische toestand en de waterdichtheid van de huisaansluiting. Bij een lekke huisaansluiting is de kans op wortelingroei en daardoor verstopping groter.

 

Veel huisaansluitingen zijn niet volgens de normen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), vroeger het Bouwbesluit, aangelegd. Vooral bij oudere huizen kan dan bij zware regen overlast ontstaan. Een te kort aan ontluchting van de huisriolering zorgt voor wateroverlast. Dit heeft niets te maken met de werking van het hoofdriool. Ook hebben veel woningen geen ontlastput. Dit putje kan waterschade voorkomen.

 

Septictanks/ IBA’s

Oude septictanks van vóór 1990 zuiveren water van toilet, de vaat en bad. Zolang er geen chemische middelen gebruikt worden is de werking over het algemeen goed. Bij de verbeterde septictank (VST) wordt ook afvalwater van de wasmachine en de vaatwasser gezuiverd. Het zuiveringsrendement is ongeveer 15% beter. Rendement IBA . Medicijnresten, hormonen en micro-verontreinigen worden niet gezuiverd. Het waterschap heeft het toezicht op het functioneren van lBA’s. De lozingen vanuit de septictanks zijn een kleine verontreinigingsbron van stikstoffen, fosfaten en andere stoffen.

 

Gewenste toestand en beleid

Huisaansluitingen

Huisaansluitingen moeten voldoet aan de normen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), vroeger Bouwbesluit 2012 (NEN3215). Er worden technische voorschriften gesteld aan bijvoorbeeld de diameter voor de ontluchting en de aanwezigheid van ontlastputten. De huiseigenaar is zelf verantwoordelijk voor het ontwerp, de toestand en het onderhoud van deze huisaansluiting op eigen terrein, ook als dit een gezamenlijke huisaansluiting met buren is.

 

De gemeente bepaalt de ligging en hoogte van een nieuwe huisaansluiting. Bij nieuwe aanleg moet de bouwer de plaats van de huisaansluitingen (digitaal) inmeten en deze gegevens aan de gemeente verstrekken. De gemeente plaatst deze gegevens op de website. Het vastleggen van de plaats van het ontstoppingsstuk is een verplichting op basis van de wet WIBON.

Deze informatie wordt bij een KLIC-melding aan de aanvrager ter beschikbaar gesteld.

 

Het overgangspunt is de erfscheidingsput net over de erfgrens op particuliere grond. Deze is in eigendom van de woningeigenaar. De huisaansluiting, op de erfgrens, ligt niet dieper dan er 0.70m onder het maaiveld. Dit vanwege grondwater en kruising met andere kabels en leidingen.

 

Op onze website staat aangegeven wat geloosd mag worden. Schade op gemeentelijk terrein door verkeerd lozingsgedrag zoals lozen van betonspecie, verfresten en frituurvet wordt verhaald op de veroorzaker of de woningeigenaar, ook als de verstopping buiten de erfgrens in gemeentegrond ligt. Voedselvermalers zijn verboden.

 

In openbare grond wordt een huisaansluitingen alleen door of in opdracht van de gemeente aangelegd.

 

Gezamenlijke huisaansluitingen op particuliere grond worden door de eigenaren zelf beheerd. Alleen als een leiding onderdeel uitmaakt van het hoofdsysteem van de riolering en noodzakelijk is voor de doorvoer van afvalwater is er sprake van een gemeentelijke leiding die door de gemeente beheerd wordt, ook als deze op particuliere grond ligt.

Als vanuit een historische situatie meerdere woningen op één huisaansluiting zijn aangesloten stimuleren wij de splitsing van de huisaansluiting. De gemeentelijke bijdrage is dan maatwerk en afhankelijk van de noodzaak.

 

Voor gemeentelijke leidingen in particuliere grond is een zakelijk recht is afgesloten. Deze strook is obstakelvrij en heeft voor het onderhoud en vervanging een breedte van minimaal 3m.

 

De aansluitretributie voor huisaansluitingen in onze uitbreidingsplannen is €500. (2025). De gemeente legt de huisaansluiting aan tot het overdrachtspunt op particuliere grond, een halve meter over de erfgrens. De bouwer is verantwoordelijk voor de aanleg van de huisaansluiting op particulierterrein.

Als er buiten gemeentelijke uitbreidingsplannen een huisaansluiting wordt aangelegd dan zijn de aanlegkosten voor de initiatiefnemer. De werkelijke kosten worden bij de exploitant van dit plan in rekening gebracht. Deze kosten zijn over het algemeen veel hoger dan in uitbreidingsplannen.

 

Bij reconstructies worden oude rioolaansluitingen op gemeentelijk terrein als dit nodig is tot de erfgrens door en op kosten van de gemeente vervangen.

 

Voor de procedure ‘rioolverstopping’ wordt verwezen naar onze website. flyer

In het kort:

  • -

    De eigenaar graaft het ontstopping stuk op en kijkt waar de verstopping zit.

  • -

    Een verstopping aan de gemeentelijke zijde moet aan ons gemeld worden. Wij verhelpen de verstopping. In het weekend moet het ontstoppingsstuk open blijven liggen. Na het weekend lost de gemeente het probleem op.

  • -

    Bij een verstopping op particulier terrein schakelt de eigenaar zelf een bedrijf in.

  • -

    De gemeente vergoed geen kosten als de procedure niet is gevolgd. Ook vergoeden wij geen graafkosten, ook niet als de verstopping bij ons zit.

IBA’s

Onze gemeente gaat uit van de smalle zorgplicht waarbij de afvalwaterlozer zelf verantwoordelijk is voor zijn afvalwater. De gemeente legt geen septictanks of IBA’s aan en beheert deze niet.

 

Het uitgangspunt is dat bij nieuwe afvalwaterlozingen op oppervlaktewater of de bodem de waterkwaliteit of bodemkwaliteit niet verslechterd. De exploitant is zelf verantwoordelijk. Voor meer informatie wordt verwezen naar hoofdstuk 8.4.

 

Het waterschap informeert huishoudelijk afvalwaterlozers over de verbeterde septictank (VST) welke vóór 1 januari 2027 aangebracht moet zijn. Als de IBA onder het overgangsrecht IBA's Omgevingswet valt hoeft de septictank nog niet vervangen te worden. De verontreinigingsheffing van het waterschap wordt gebruikt voor de beleidsvorming en de controle van lozingen op sloten.

6.3.8 Sloten en oevers

Functioneren

Binnen de kom functioneren de sloten. Er zijn geen sloten met een bergings-en/of capaciteitstekort. Buiten de kom zijn er wel sloten met onvoldoende afvoercapaciteit en onvoldoende waterkwaliteit.

 

Gewenste toestand en beleid

In hoofdstuk 8.3 staat aangeven wat de gewenste toestand is voor het gezamenlijk beheer met het waterschap. Er mag geen achterstallig onderhoud zijn waardoor er wateroverlast of stank ontstaat.

6.3.9 Overstorten

Functioneren

Qua afvoercapaciteit en vuiluitworp voldoen onze overstorten aan de normen. Er zijn geen knelpunten qua afvoer van de overstorten. Per jaar stort er in Borsele gemiddeld 25mm neerslag van de 830mm. neerslag over van het water wat op de gemengde riolering komt. Dit is ongeveer 3% van de totale neerslaghoeveelheid. In bijlage 5.1 staat de vuiluitstoot per overstort aangeven. Een vervuilingseenheid (ve) geeft een vuilvracht van 50 kg CZV.

 

De afvoercapaciteit van de sloten, achter de riooloverstort, van bebouwd gebied naar landelijk gebied, voldoet op een aantal plaatsen, zoals in ’s-Gravenpolder, Borssele en Driewegen, niet aan de werknorm voor bebouwd gebied.

 

Gewenste toestand en beleid

Drempel van de riooloverstort ligt minimaal 0.50m. boven het polderpeil. Dit om terugloop van polderwater in de riolering te voorkomen. Hieraan voldoen we.

 

Drempels moeten niet verder verhoogd dan 0.70m. onder het straatniveau. De kans op water op straat en overlast neemt toe als het niveauverschil tussen de drempel en het maaiveld kleiner gemaakt wordt. Voor de eigenschappen van de overstorten wordt verwezen naar bijlage 5.1.

 

 

Om de uitstroomopeningen vrij van slib en begroeiing te houden worden de uitstroomvoorzieningen voorzien van een harde betonnen oever. De buizen en de uitstroomplaatsen zijn dan bij onderhoud beter zichtbaar en de afstroming van water uit de overstort wordt niet geremd door begroeiing. De planning is om in de planperiode 12 overstorten per jaar te verbeteren. - bijlage 6.6.

 

De juiste inslagpeilen van de gemalen en een goed rioolontwerp zijn belangrijk om de vervuiling vanuit riooloverstorten te voorkomen. Plaatsen met een slechte waterkwaliteit worden onderzocht op foute rioolaansluitingen en inslagpeilen.

 

De werknorm voor wateroverlast bebouwd gebied is maximaal 1 keer in de jaar inundatie. – zie ook paragraaf 6.4.9. en 8.6.7. Waterafvoer is een waterschapstaak.

6.4.9 Klimaatbestendig rioleringssysteem en oppervlaktewatersysteem

Functioneren

Rioleringssysteem

Bij een klimaatbestendige inrichting wordt neerslag opgevangen, geborgen en afgevoerd. Een deel van de regen kan in de bodemzakken of wordt (bovengronds) afgevoerd. Door de maatregelen van de afgelopen planperioden is onze openbare ruimte grotendeels klimaatbestendig.

 

Oppervlaktewater systeem

In een aantal dorpskernen wordt niet voldaan aan de omgevingswaarden die de provincie heeft gesteld voor wateroverlast zoals Schuitweg in ’s-Gravenpolder, Smitsweg in Driewegen en Wolphaartsweg in Borssele. De sloten hebben daar te weinig bergings- en afvoercapaciteit.

 

Gewenste toestand en beleid

Rioleringssysteem

De vrijvervalriolering moet in ‘oud bebouwd gebied’ minimaal 20mm. in een uur kunnen afvoeren. Er mag bij deze bui maximaal 30 minuten water op straat blijven staan.

Het water zal bij meer extreme buien deels over de weg afstromen naar sloten en/ of openbaar groen. Dit kan betekenen dat het nodig is om openbaar groen en of delen van de straten verlaagd worden om regen op te vangen. Inwoners moeten accepteren dat er door de klimaatsverandering bij extreem weer tijdelijk water op straat blijft staan, zeker bij heftige buien. Dit communiceren we met de inwoners.

 

In uitbreidingen moet een bui van 30mm. in een uur afgevoerd kunnen worden. Dit is bui 9 van de Kennisbank riolering van Rioned, voorheen de Leidraad riolering. Theoretisch komt deze bui 1 keer in de 5 jaar voor. Bij meer extreme buien wordt neerslag deels over de weg afgevoerd. Grotere riolen zijn dan vaak niet praktisch. Dit door ruimtegebrek in de ondergrond en de kosten. Door afvoer van water over de weg wordt de riolering ontlast. De kans op wateroverlast wordt hierdoor kleiner. Deze gecombineerde afvoer is efficiënter.

Om water deels op te kunnen vangen en afvoeren wordt het openbaar groen lager aangelegd dan de straat. Bomen zorgen voor opvang van water in het blad. Dit water wordt geleidelijk afgegeven waardoor de riolering minder belast wordt.

 

Oppervlaktewatersysteem

De norm voor de afvoer en berging is gesteld in artikel 2.13 lid 1b van de Omgevingswet. In de omgevingsverordening heeft de provincie richting het waterschap normen gesteld. De norm is afhankelijk van het grondgebruik. Voor bebouwd gebied geldt de norm 0% water op straat bij een bui die 1 keer in de 100 jaar voorkomt. -zie ook paragraaf 8.6.7. WRP. Het waterschap heeft aangegeven dat de duiker onder de Bernhardweg-Oost in 2026 vergroot wordt om aan deze norm te voldoen. Ook voor de Wolphaartsweg in Borssele en Coudorpseweg in Driewegen zijn door het waterschap in 2026 e.v. verbeteringsmaatregelen gepland.

 

Het is belangrijk dat de waterbelangen zoals waterkwaliteit en de waterkwantiteit in een vroeg stadium geborgd zijn. De borging wordt in de Omgevingswet geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de ‘Toets voor weging van waterbelang’, en soms breder als ‘Klimaatadaptatietoets’. Onder de BRO werd de toetsing ‘de watertoets’ genoemd.

Het is belangrijk dat in uitbreidingen voldoende waterberging aangelegd wordt. Hierdoor wordt de afvoer van water uit bebouwd gebied vertraagd en is de afvoer niet groter dan uit landelijk gebied met een afvoer van 0,4mm per uur. In praktijk heeft wateroppervlak een oppervlak van ongeveer 6% van het verhard oppervlak.

Voor de berekening wordt uitgegaan van bui T=100, 75 mm waterberging. Het waterbergingsfonds geeft de mogelijkheid om in kleine plannen, in overleg met het waterschap, de aanleg van waterberging af te kopen. In bijlage 6.9 staan de voorwaarden.

 

Bij de klimaatadaptatietoets worden ook andere gevolgen van de klimaatsverandering zoals hitte beoordeeld. Het doel is om een klimaatadaptieve woonomgeving te krijgen waarbij op warme dagen de temperatuur niet te veel toeneemt. Door minder verharding en meer groen kan op warme dagen de temperatuur tot meer dan 5 graden lager zijn dan in een steenachtige omgeving. Verharding zorgt voor stralingswarmte. Daarom is het belangrijk om straten en tuinen te ontstenen.

 

In nieuwe plannen legt de ontwikkelaar waterberging aan om de snelle afvoer van water uit bebouwd gebied te vertragen. Dit gebeurt volgens het kostenveroorzakingsbeginsel uit artikel 10 van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Voor bestaande plannen heeft het waterschap op grond van artikel 10 van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW2003) de taak om deze situatie te verbeteren. Deze normen zijn overgenomen in het Deltaprogramma (2010) en nog later in de Omgevingswet.

 

Om de klimaatbestendigheid in beeld te brengen waarbij de risico’s van hittestress, funderingsschade, overstroming en wateroverlast aangegeven worden kunnen labels gebruikt worden. In onze gemeente is hier niet actief voor gekozen. In plaats hiervan zullen we de inwoners regelmatig voorlichten.

6.4.10 Klimaatbestendig dorpel- en bouwpeil

Functioneren

Het dorpelpeil kan in oudere wijken lager zijn dan gewenst, soms met een waking van minder dan 10cm. Onder het dorpelpeil bedoelen we de dorpel van de buitendeur aan de voorzijde van de woning. Bij een geringe hoeveelheid water op straat bestaat dan de kans dat er water in de woning komt zoals in de Diepeneestraat in Borssele of Nazareth in ’s-Gravenpolder. Woning liggen soms onder het straatpeil. Als gemeente kunnen we deze situatie bijna niet veranderen.

In uitbreidingsplannen van na 1990 wordt voldaan aan de waking tussen het straatpeil en het dorpelpeil voor bestaand gebied. In deze uitbreiding blijft bijna nooit water op straat staan.

 

Gewenste toestand en beleid

In bestaande wijken is een minimale waking, hoogteverschil tussen het straatpeil en het dorpelpeil, gewenst van 0.20m. Bij reconstructies wordt onderzocht of het straatpeil kan zakken. Dit is ook afhankelijk van de diepte van de riolering en de kabels en leidingen. Uit kosten efficiency wordt bij oplossingen soms wateroverlast geaccepteerd omdat we een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting hebben om wateroverlast te voorkomen.

 

Voor nieuwbouwijken gaan we uit van een bouwpeil van de vloer 300mm. boven de wegas. Omdat de weg in hoogte ook afloopt naar openbaar groen en/of oppervlaktewater is de kans op water in de woning ook bij extreme buien nihil. Onder een extreme bui verstaan we een bui die maar 1 x in de 10 jaar voorkomt. Uiteraard moet de woning wel een huisaansluiting hebben die volgens de normen uit NEN 3215 zijn aangelegd.

6.4.11 Klimaatbestendig inrichten van de tuinen

Functioneren

In de dorpen bestaat ongeveer 30% van de ruimte uit tuinen. Veel tuinen zijn bijna volledig verhard. Dit zorgt bij extreme regen voor een grotere afvoer van water naar de riolering. Bij warm weer heb je bij een versteende tuin een hogere temperatuur en kans op hittestress.

 

Gewenste toestand en beleid

Tuinen met veel gesloten verharding kunnen bijdragen aan wateroverlast. Een groene inrichting zorgt voor een meer klimaatbestendige omgeving waarbij de kans op wateroverlast kleiner is. Voorbeelden van klimaatadaptieve tuinen, waarin meer ruimte is voor wateropvang en groen, kunnen mensen inspireren om hun eigen tuin bij herinrichting groener en duurzamer te maken. Het is niet mogelijk om een maximaal percentage verharding op particulier terrein af te dwingen. Een maximaal percentage van 35% is ons streven.

 

Door de klimaatsverandering hebben we veel meer periodes met droogte. Dit zorgt voor extra inklinking en zetting van de ondergrond. Door water vast te houden en te laten infiltreren kan inklinking verminderd worden. Inklinking van de grond is vaak schadelijk voor huizen zonder paalfundering. In hoofdstuk 7 wordt de grondwaterproblematiek nader besproken.

6.4.11 Klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte

Functioneren

Voor het functioneren van de van de riolering gaat de gemeente uit van realistische doelen. Wij hebben een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. Het verwerken van extreme buien valt hier niet onder deze inspanning. We willen wel zoveel mogelijk schade, ook bij extremen, voorkomen. De meeste straten in onze gemeente voldoen aan de normen ook bij hevige regen.

 

Gewenste toestand en beleid

Door te ‘vergroenen’ wordt de riolering minder belast. Groene daken, smallere wegprofielen, waterdoorlatende parkeerstroken en infiltratiekolken zijn oplossingen om de omgeving klimaat bestendiger te maken. De kans op wateroverlast en verdroging wordt kleiner. Vergroenen is efficiënter en klimaatbestendiger dan het vergroten van de riolering en vermindert de kans op verdroging van de bodem in droge perioden. We zorgen ervoor dat buien van 30mm. in een uur in uitbreidingen niet tot wateroverlast leiden. Hier zorgen we voor door bij extreem weer water naar openbaar groen te laten lopen. Voor dit doel wordt openbaar groen lager dan de weg aangelegd.

 

Groene daken zorgen voor tijdelijk opvang van neerslag. Water wordt vervolgens langzaam afgevoerd. Ook de opwarming van de openbare ruimte wordt voorkomen door deze daken.

 

Door smallere wegprofielen komt er meer ruimte voor bomen. Deze zorgen ook voor tijdelijke wateropvang, schaduw, verkoeling en meer biodiversiteit met leefruimte voor vogels en insecten.

 

 

Een groendak of grasdoorgroei blokken. Er is dan geen watercompensatie nodig. Water wordt tijdelijk vastgehouden en niet versneld afgevoerd.

7 Grondwater

7.1 Wat is grondwater?

Grondwater is water wat zich in de poriën tussen de vaste gronddeeltjes zoals zand of klei bevindt.

 

 

Er is onderscheid tussen de verzadigde en de onverzadigde zone in het grondwater. In de verzadigde zone zijn alle ruimtes tussen de gronddeeltjes, de poriën, gevuld met water. Het hoogste peil van deze verzadigde zone wordt de grondwaterspiegel genoemd. In ‘laag Nederland’ ligt de grondwaterspiegel meestal op meer dan een meter onder het maaiveld.

Het grondwater onder een niet afsluitende bodemlaag wordt freatisch grondwater genoemd. Grondwater onder een afsluitende laag noemen we spanningsgrondwater. Dit water kan onder druk staan en kan opwellen tot boven het maaiveld.

 

Boven de grondwaterspiegel of het grondwaterpeil ligt de capillaire zone of onverzadigde zone met bodemvocht. In deze zone kan grondwater zoals in een spons omhoog gezogen worden. In klei is deze capillaire of zuigende werking veel groter dan bij zand. De sponswerking is ook afhankelijk van de hoeveelheid organische stof in de grond. Organische stof houdt water vast. Door meer organische stof wordt de structuur van grond meer open en infiltreert water beter. De kans op wateroverlast en verdroging wordt hierdoor kleiner.

 

 

7.2 Grondwaterpeil

Als gemeente kunnen we het grondwaterpeil bijna niet beïnvloeden. Het grondwaterpeil fluctueert als gevolg van regen, verdamping, opname van vocht door planten, grondwateronttrekkingen en drainage. Ook de grondsoort beïnvloedt het grondwaterpeil. In zandige ondergrond infiltreert regenwater sneller in de bodem tot aan de grondwaterspiegel. In kleiachtige grond zakt water langzamer weg. Het kan dan weken duren voordat neerslag het grondwaterpeil bereikt. In klei blijft de grondwaterstand, door capillaire opzuiging, bij droog weer hoger dan in zandgrond. Het grondwaterpeil wordt indirect beïnvloed door het polderpeil en begroeiing.

 

Bij bouwactiviteiten of grondopslag wordt grond verdicht. Er kan een harde slecht waterdoorlatende laag ontstaan die regenwater bijna niet doorlaat. Infiltreren in de ondergrond is moeilijk. Er ontstaat dan een schijnbare grondwaterstand die boven de werkelijke grondwaterspiegel ligt.

 

 

7.3 Zorgplicht grondwater, verantwoordelijkheden en wettelijk kader

Grondwater is volgens de Omgevingswet en Burgerlijk Wetboek een gedeelde verantwoordelijkheid van het rijk, de provincie, waterschap, gemeente en perceeleigenaren. In bijlage 7.1 staat de taakverdeling van de overheden op gebied van grondwater.

De ‘Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie’, Kamerbrief ‘Water en bodem sturend’ en de ‘Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving’ van het Rijk vormen een beleidsmatig kader.

Op provinciaal niveau bevat de ‘Klimaatadaptatiestrategie Zeeland’ de belangrijkste uitgangspunten:

  • 1.

    Droogte mag niet leiden tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen en vitale of kwetsbare functies

  • 2.

    Vergroten van infiltratie en minimaliseren van een afsluitende verharding

  • 3.

    Herstellen van gezonde, vitale en duurzame bodem- en watersystemen

  • 4.

    Grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn bij nieuwbouw sturend bij de keuze van functie, systeem en inrichting.

 

Rijkswaterstaat is bevoegd gezag bij onttrekkingen uit en infiltratie in rijkswater. De provincie maakt het beleid voor de grote onttrekkingen voor onder andere de drinkwatervoorziening en bodemwarmte systemen. Zij maakt het beleid op hoofdlijnen. Het waterschap is verantwoordelijk voor het polderpeil en de peilbesluiten, de afwatering en de kleinere grondwateronttrekkingen voor beregeningen en sleufbemalingen. In de Waterschapsverordening staan onder hoofdstuk 2.9 de regels over grondwateronttrekkingen.

 

De grondwaterzorgplicht voor de ontwatering van ons openbaar terrein is een gemeentelijke taak. Overtollig grondwater wordt afgevoerd of tijdelijk geborgen. De gemeten en geregistreerde grondwaterstanden moeten aan het landelijk portaal van de Basisregistratie Ondergrond (BRO), het Dinoloket , verstrekt worden. Er is geen verplichting tot meten.

 

Bewoners, bedrijven en boeren zijn zelf verantwoordelijk voor ontwatering op eigen terrein. Als overtollige water niet op particulier terrein is te bergen of af te voeren dan wordt het een gemeentelijke taak om water door te voeren. Deze taak ligt alleen bij de gemeente als verwerking of opslag op eigen terrein niet doelmatig is. De ‘ontdoener’ moet dit water dan op de erfgrens aan de gemeente aanbieden. Voor de gemeente is dit een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. Bij reconstructies en uitbreidingsplannen leggen wij drainage in het wegcunet voor de ontwatering van openbaar terrein.

 

7.4 Grondwateroverlast, grondwateronderlast en regenwateroverlast

Grondwateroverlast ontstaat bij langdurig te hoge of lage grondwaterstanden, wat schade of hinder veroorzaakt aan gebouwen, leidingen, erven of planten en de gebruiksfunctie aantast. Het polderpeil beïnvloedt het grondwater. Soms is een hoger grondwaterpeil nodig, bijvoorbeeld bij veengrond, om bodemzetting te voorkomen.

 

Lekke bouwconstructies gecombineerd met hoog grondwater kunnen water in kelders of kruipruimtes veroorzaken, wat vochtproblemen en schimmel kan geven. Vooral bij nieuwbouw komen kort na de bouw vochtproblemen voor. Waterdichte constructies, goede ventilatie, drainage en een open bodemstructuur helpen dit te voorkomen.

 

Regenwateroverlast ontstaat als water door harde bodemlagen niet goed infiltreert en waardoor een hoge schijngrondwaterstand ontstaat. Dit kan schade aan planten, riolering, kabels en gebouwen veroorzaken.

7.4.1 Normen voor grondwateroverlast

 

Er is sprake van grondwateroverlast als:

  • -

    De afstand tussen de onderkant van de vloer en het echte grondwaterpeil, de ontwateringsdiepte, langdurig kleiner is dan 0.70m.

  • -

    Het grondwaterpeil in de tuinen langdurig hoger staat dan 0.50m beneden het maaiveld

  • -

    De drooglegging minder dan 1.2m. is.

Vanuit het grondwaterbeleid van de Zeeuwse Gemeente, door SAZ+ opgesteld, wordt onderscheid gemaakt tussen bouwconstructie vóór en ná 1993. De onderstaande normen worden gehanteerd.

 

Bebouwing met of zonder kruipruimte voor 1993

0.70m. – onderkant begane grondvloer

Bebouwing met of zonder kruipruimte na 1993

0.50m. – onderkant begane grondvloer

In bouwconstructies met een woonfunctie mogen volgens het bouwbesluit Artikel 3.21 Wering van vocht en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geen vocht optrekken. Als dit wel gebeurt is er een bouwkundig gebrek. Overlast moet voorkomen worden. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de waterdichtheid van hun bouwconstructie.

 

Een kelder of een garage wordt niet als leefruimte gezien met een woonfunctie. Over het algemeen is er sprake van grondwateroverlast als het grondwaterpeil hoger is dan de gemiddelde hoogste grondwaterstand. (GHG).

7.4.2 Normen voor grondwateronderlast

Tijdens lange droge perioden daalt de grondwaterstand tot onder het polderpeil. De zoute kweldruk kan toenemen. Door de lage grondwaterstand kan begroeiing en houten paalfundering droog komen te staan. Bij een lage grondwaterstand kan schade ontstaan aan de bebouwing of groen.

 

 

Over het algemeen is er sprake van grondwateronderlast als het waterpeil lager is dan de gemiddelde laagste grondwaterstand. (GLG) uit het DINOloket . De gemeente heeft geen invloed op de belangrijkste oorzaak van een laag grondwaterpeil: de neerslaghoeveelheid. KNMI geeft hier meer informatie over.

 

7.5 Huidige grondwaterstand

In onze gemeente zijn er weinig plekken met structurele grondwaterproblemen. De afgelopen 20 jaar zijn er geen aansprakelijkstellingen geweest voor te hoog of laag grondwater in openbaar gebied. Wel zijn er klachten over waterpeil op particuliere bouwpercelen door bouwactiviteiten, die de bodemstructuur verstoren. Vaak ontstaat onder het maaiveld een harde laag die regenwater slecht doorlaat. Het advies is om de bodem te bewerken en diep wortelende planten te gebruiken.

 

Oude riolen lekken vaak. Bij nieuwe rioleringsaanleg in openbaar gebied wordt daarom drainage aangelegd om grondwateroverlast te voorkomen. Dit water wordt afgevoerd naar het regenwaterriool of oppervlaktewater. De drainage wordt passief beheerd, maar bij klachten kan onderhoud of vervanging plaatsvinden. In veengrond geldt een ander grondwaterbeheer om bodemdaling tegen te gaan.

 

7.6 Zoute kwel en onttrekkingen

 

Achter de Westerscheldedijken is de invloed van zoute kwel sterk. Door de zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatsverandering neemt vooral in lange droge perioden de zoute kweldruk toe. Diepe sloten versterken deze kweldruk. De sloten zorgen er echter ook voor dat kwel wordt afgevangen waardoor er minder kweldruk is op andere plaatsen.

 

Onder de link Freshem (zeeland.nl) is de zoet-zout waterscheiding goed te zien. In 2025 zijn nieuwe metingen uitgevoerd. De analyse van deze metingen geven inzicht over de gevolgen van de grondwateronttrekkingen op de zoetwatervoorraad. De resultaten van de metingen en de analyse worden naar verwachting in de loop van 2026 gepresenteerd.

 

In artikel 2.9 van de Waterschapsverordening staan voorwaarden voor grondwateronttrekkingen. Voor grote onttrekkingen is de provincie bevoegd gezag.

 

7.7 Lozing van overtollig grondwater op de riolering

Vanaf particuliere grond mag overtollige water wat niet opgevangen en vastgehouden kan worden afgevoerd worden naar gemeentelijk terrein. Wij zullen daar een ontwateringsmiddel aanbieden om dit regen- of grondwater af te voeren. In de Verordening hemel- en grondwater staan onze voorwaarden.

 

Op drukriolering mag onder geen enkele voorwaarde regen- of grondwater geloosd worden. Deze riolering is alleen bedoeld voor afvoer van huishoudelijk afvalwater. De gemeente mag ook bedrijfsafvalwater of grondwater weigeren als dit qua samenstelling of hoeveelheid niet op de gemeentelijke riolering thuis hoort.

 

7.8 Bouwactiviteiten en grondwater

Het tijdelijk verlagen van het grondwaterpeil voor een activiteit moet aan de gemeente en het waterschap gemeld worden. In een vooroverleg wordt bepaald onder welke voorwaarden onttrokken en geloosd mag worden. Afhankelijk van de hoeveelheid en de plaats is een ontheffing of een Omgevingsvergunning nodig. – zie bijlage 7.2. Voor lozing van grondwater op het oppervlaktewater is toestemming van het waterschap nodig. Bij lozing op de riolering of de bodem is toestemming van de gemeente nodig.

In de interactieve grondwaterbeheerkaart van de provincie en het waterschap staat informatie over de kwetsbaarheid van gebieden en de beschikbaarheid van grondwater. Grondwaterbeheer . De regels voor de grondwateronttrekking staan in de waterschapsverordening en zijn te raadplegen via Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): www.omgevingsloket.nl

 

Voor aanleg van een warmtepomp, met onttrekking van grondwater en een koude-warmte opslaginstallatie (KWO), is toestemming van de provincie nodig. De gemeente is bevoegd gezag voor gesloten energievoorzieningen.

 

7.9 Klachtenloket grondwater en communicatie

Grondwaterproblemen op perceelsniveau moeten door de grondeigenaar zelf opgelost worden.

Als er over een aaneengesloten ‘bebouwd gebied’ problemen zijn dan kan dit aan de gemeente gemeld worden. Wij onderzoeken en beoordelen dan het probleem. Voor maatregelen wordt verwezen naar onze website Grondwaterbeheer en het schema van bijlage 7.3. Deze bijlage is te gebruiken voor klachten en vragen over grondwater. In de Waterwet is bepaald dat iedere provincie een loket moet hebben voor de melding van klachten over onttrekking grondwater. De commissie geeft advies over schades die ontstaan door grondwateronttrekkingen. Het gemeentelijk grondwaterloket is het eerste aanspreekpunt voor grondwaterproblemen. Bij schade door grondwateronttrekkingen is de provincie wettelijk verplicht om onderzoek te doen naar het verband tussen de schade en de onttrekking of infiltratie. De link commissie grondwater verwijst hiernaar.

 

Bij de verkoop van gemeentelijke grond in uitbreidingsplannen informeren we de kopers over grondwater en ophogen van bouwpercelen. Door aandacht te schenken aan de behandeling van de grond hopen we dat grondwaterproblemen voorkomen worden.

 

7.10 Meetnet grondwater en onderzoek funderingen

Omdat er in onze gemeente geen structurele grondwaterproblemen zijn hebben we geen grondwatermeetnet. De kosten van een eigen meetnet zijn hoog. In onze gemeente gaan we uit van de gegevens uit het landelijke meetnet van DINOloket BRO . Gegevens van de grondwaterstanden, GHG en GLG, zijn te vinden onder ‘ondergrondmodellen’ en ‘BRO Grondwaterspiegeldiepte’. De grondwatertrappen geven ook aan wat de gemiddelde hoogste en laagste grondwater ongeveer is.

 

Als door de klimaatsverandering meer extremen en grondwaterproblemen ontstaan kan alsnog een meetnet opgezet worden. Meetnetten worden voor een reeks van jaren opgezet.

Voor inschatting van funderingsschade in de toekomst is het verstandig om de toegepaste funderingen en kwetsbare natuur in onze gemeente in kaart te brengen.

 

Door grondwateronttrekkingen kunnen houten paalfunderingen droog komen te staan waardoor schade aan woningen ontstaat. Grenen palen bij ondiepere palen zijn gevoeliger voor paalrot dan langere vuren funderingspalen. Ook kunnen bomen de grondwaterstand beïnvloeden en schade veroorzaken.

 

Het waterschap en de provincie houden bij de vergunningverlening rekening met de gevolgen van de onttrekking. Monitoring ligt bij de vergunningverstrekker, het waterschap of de provincie. Retourbemaling is soms nodig om de schade aan zoetwaterbellen door onttrekking te beperken.

 

7.11 Gewenste toestand grondwater en beleid

De gemeente heeft weinig invloed op de grondwaterstand. Deze is grotendeels afhankelijk van de locatie, het weer, de verdamping, de wijze van draineren, de wijze van bewerken van de grond, neerslag en het polderpeil. Het polderpeil wordt door het waterschap vastgesteld en gereguleerd.

 

Om verdroging tegen te gaan moet voor peilbesluiten en de vaststelling van polderpeilen meer naar stedelijk gebied en de natuur gekeken worden. Klimaatverandering heeft invloed op deze peilen. Verdroging kan invloed hebben op de beplanting en de fundering van woningen. Grote bomen kunnen door de verdamping ook het grondwaterpeil negatief beïnvloeden. Dit geeft aan de ene kant verkoeling aan de andere kant kan door een lager grondwaterpeil schade aan gebouwen ontstaan.

Lekke riolen kunnen draineren werken. Hierdoor kan het grondwaterpeil verlaagd worden. Om juridische geschillen te voorkomen willen we dit vermijden. Door zelf regenwater in de bodem te infiltreren kan het grondwaterpeil beïnvloed worden.

7.11.1 Voorkeursvolgorde voor lozen van grondwater

Voor lozing van overtollig grondwater hebben we de onderstaande voorkeursvolgorde:

  • 1.

    Water infiltreren (evt. op een andere locatie)

  • 2.

    Water lozen op oppervlaktewater

  • 3.

    Water lozen op de openbare drainage

  • 4.

    Water lozen op de hemelwaterriolering

Afvoer van grondwater naar de gemengde riolering staan we in alleen in uitzonderlijke gevallen toe. Hiervoor overleggen we met het waterschap. Lozingen op oppervlaktewater worden zowel voor kwaliteit als de kwantiteit van het te lozen water afgestemd met de opzichter waterbeheer van het waterschap. Lozingen van regen en grondwater op de drukriolering zijn altijd verboden.

7.11.2 Zoute kwel en zoet grondwater

Door sloten te verbreden en ondieper te maken, vermindert de zoute kweldruk, waardoor zoetwaterbellen, vooral verder van de Westerschelde, kunnen groeien. Het vormen en herstellen van deze zoetwaterbellen kost jaren, daarom is zuinig omgaan met zoetwater belangrijk. In gebieden met zoetwater mag maximaal 80 mm per jaar worden onttrokken.

 

Om het zoetwater duurzaam te beheren, moeten onttrekkingen geregistreerd en beperkt worden. De Landelijke Grondwaterregistratie (LGR) houdt deze gegevens bij, maar handhaving is nog onvoldoende. Agrarische beregening moet zichtbaar zijn op de ‘Grondwaterbeheerkaart’ van het waterschap en de LGR, wat nu vaak niet gebeurt. De tool Grondwaterstanden in Beeld helpt bij het monitoren van grondwaterstanden.

 

Peilgestuurde drainage en dubbele drainage kunnen het polderpeil verhogen en zoetwatervoorraad vergroten. Dit vraagt wel een flinke investering. Een hoger polderpeil en een hoger organisch stofgehalte in de bodem zorgen voor minder zoute kweldruk en betere vochtregulering.

 

Diepe sloten geven zoute kwel

 

Zoute kwel aangegeven in donkerrood. Zichtbaar is dat ter plaatse van de sloten de zoute kwel omhoogkomt.

 

Door zout tolerant soorten begroeiing toe te passen op plaatsen met zoute kweldruk kan de schade aan groen beperkt worden.

8 Oppervlaktewater

8.1 Europese Kaderrichtlijn Water en Besluit kwaliteit leefomgeving

Kader voor de waterkwaliteit

De Europese Kaderrichtlijn Water ( KRW ) geeft aan dat we in 2027 een goede watertoestand moeten hebben. Grond -en oppervlaktewater moet chemisch schoon en ecologisch gezond zijn. De hiervoor opgestelde normen bevatten diverse parameters zoals chemische stoffen, nutriënten, zuurstofgehalte en microbiologische kwaliteit. De KRW bevat ook doelstellingen op gebied van microplastic ’s, PFAS, hormonale stoffen, medicijnresten en ziekteverwekkende (pathogene) stoffen.

Soms zijn de bronnen van PFAS en plastics anders dan we verwachten. Zo bevatten wc-papier, wasmiddelen en tandpasta PFAS en microplastics. De fabrikanten geven vaak geen juiste informatie.

De Europese richtlijn stedelijk afvalwater legt producenten verantwoordelijkheid op om minder schadelijke stoffen te maken, zoals bij het voor waterorganismen schadelijke medicijn Diclofenac.

 

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft specifieke regels om de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater te beschermen en te verbeteren. De normen uit de Bkl zijn gebaseerd op de KRW.

 

De waterkwaliteitstaak ligt grotendeels bij het rijk en het waterschap. Sloten en vijvers in de dorpen vallen niet onder de KRW-wateren. In de Waterschapsverordening staan voor de niet KRW-wateren soms afwijkende (strengere) normen.

 

Bronnen stikstof in oppervlaktewater

Globale bijdrage in %

Beschrijving

Landbouw

75%

Mest en kunstmestgebruik, nitraat naar oppervlaktewater.

Huishoudelijk afvalwater (buitengebied)

1%

Huishoudelijk afvalwater woningen/ boerderijen

Effluent rioolwaterzuiveringen

8%

Gezuiverd afvalwater vanuit stedelijke gebieden

Industriële afvalwaterlozingen

5%

Lage bijdrage, specifieke industriële activiteiten

Atmosferische depositie

10%

Neerslag van stikstof uit de lucht industrie en verkeer.

Overstorten/ regenwater uit dorpen

1%

Deze bron heeft weinig invloed op de waterkwaliteit in landelijke gebieden,

bronnen RIVM,

WUR, Ministerie van Infrastructuur en waterstaat

Top-100 stikstof- en ammoniak Top100 | Rijksoverheid.nl

 

Uit voormalige landbouwgronden komen vaak nog verontreinigingen vrij zoals moeilijk afbreekbare bestrijdingsmiddelen en meststoffen. PFAS komt via op diverse manieren in het milieu. Via de lucht in aerosolen in zeeschuim en door lozing en gebruik van effluent van de RWZI voor bevloeiing. Om schimmel bij zaden te voorkomen wordt zaad met PFAS gecoat. Het voordeel hiervan is dat er minder gift gebruikt hoeft te worden. Andere diffuse verontreinigingsbronnen zijn vlooienbanden van huisdieren, bandenslijpsel met zink afkomstig van het wegverkeer en scheepvaartverkeer.

 

De verontreinigingen zorgen ervoor dat de kwaliteit van oppervlaktewater en drinkwater eerder slechter dan beter wordt. De bronnen voor stikstof staan in bovenstaande tabel aangegeven.

 

De uitdaging om in Zeeland aan de waterkwaliteitsnormen uit de KRW te voldoen zijn extra groot. Dit komt door de variatie aan zoet, brak en zout water met ieder een eigen leefmilieu met andere dieren en planten. Deze milieus hebben allemaal hun eigen biotopen met afwijkende planten en dieren. Deze biotopen voor zoet-, zout- en brakwater lopen door elkaar heen. Er is daarom veel maatwerk nodig om de waterkwaliteit te verbeteren.

 

Huidige toestand waterkwaliteit

De waterkwaliteit in de meeste sloten en vijvers zowel binnen als buiten de dorpen voldoen niet aan de normen uit de Kaderrichtlijn water ( KRW ). Bij de huidige inspanningen wordt de gewenste kwaliteit ook niet bereikt. Een slechte waterkwaliteit is een risico voor de volksgezondheid en voor de drinkwatervoorziening. Voor de waterkwaliteit geldt ‘one out–all out’. Een stofje kan al een oordeel geven dat het oppervlaktewater niet aan de KRW normen voldoet.

 

8.2 Oppervlaktewater in stedelijk of bebouwd gebied

De oudste delen van de dorpen liggen op hogere stukken grond, zogenaamde kreekruggen. Latere uitbreidingen zijn gebouwd op lager gelegen naastgelegen gebieden. Ongeveer 3% van het oppervlak in de dorpen bestaat uit open water zoals sloten en ‘vates’, oude blus- en drinkvijvers. Dit is evenveel als het binnendijkse buitengebied waar ook ongeveer 3,5% van het oppervlak water is. De weg van regenwater vanuit de dorpen naar het landelijk gebied is meestal kort.

 

De dorpen zijn ongeveer 30% verhard met wegen en daken. Dit is meer dan in het landelijk gebied. Om de afstroming van regenwater uit de dorpen te vertragen wordt sinds 1990 waterbergingen in uitbreidingen aangelegd. Deze vangen regenwater tijdelijk op en voeren het water langzaam af naar landelijke gebied. Zo wordt voorkomen dat het watersysteem in de polders overbelast wordt. Dankzij deze waterbergingen stroomt het regenwater uit de dorpen nu ongeveer net zo snel weg als uit het buitengebied, namelijk 0,4 tot 0,5 millimeter per uur. – zie ook paragraaf 6.3.9.

 

Oppervlak stedelijk gebied in de dorpen

 

Soort oppervlak

Oppervlak

%

%

 

in hectares

 

 

Stedelijk gebied totaal

854,4

100

100

Particulier

483,2

56,6%

 

Bebouwing gebouwen

123,4

 

14,4%

Tuinen

359,8

 

42,2%

Openbaar

371,3

43,5%

 

Verharding - openbaar

135,8

 

15,9%

Onverhard - openbaar

235,5

 

27,6%

Het verharde oppervlak bestaat uit gesloten (4,7%), open (10,6%) en halfverharding (0,6%). Het onverharde terrein bestaat voor 24,1% uit onverhard en groen en voor 3,5% uit oppervlaktewater.

 

8.3 Beheer en onderhoud oppervlaktewater

8.3.1 Oppervlaktewater beheerder

Het waterschap is in ons bebouwd gebied, als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder, formeel verantwoordelijk voor alle oppervlaktewateren van zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Dit beheer staat los van wie de eigenaar is van het water. Het waterschap zorgt voor (het beheer van) de afwatering uit het stedelijk gebied of bebouwd gebied.

Landelijk zijn de afspraken op hoofdlijnen vastgelegd in het Nationaal Bestuursakkoord Water uit 2003 (NBW). In artikel 10 van het NBW staat het kostenveroorzakingsartikel. Dit houdt in dat de partij die de kosten veroorzaakt ook verantwoordelijk is voor maatregelen. De ontwatering vanuit stedelijk openbaar gebied is een taak van de gemeente. Als een historische situatie qua afwatering niet in orde is dan is het waterschap verantwoordelijk.

8.3.2 Beheer en onderhoud oppervlaktewater (BOB)

Het waterschap en de gemeente hebben afspraken over het beheer en onderhoud van watergangen binnen de kom (BOB), verlengd tot 2034. Jaarlijks overleg maakt maatwerk mogelijk. Zoals in paragraaf 6.2 staat, worden sloten elk jaar gemaaid en eens per acht jaar gebaggerd. De planning sluit aan bij het onderhoud van de delfgebieden buiten de kom. De kosten voor waterbeheer binnen de kom (BOB) zijn verdubbeld tot gemiddeld €59.100 per jaar. Details staan in bijlage 6.5.

Baggeren is nodig voor goede waterafvoer en kwaliteit, omdat het voedingsstoffen uit het water verwijdert. – zie ook paragraaf 8.5.1 en 8.5.4.

 

 

8.4 Stedelijke Wateropgave en Planvorming Wateropgave (SWO en PWO)

8.4.1 Stedelijke wateropgave (SWO)

In de Stedelijke Wateropgaven (SWO’s) worden de knelpunten, waterkwaliteit en waterkwantiteit, inzichtelijk gemaakt en verder onderzocht. Per kern of wijk worden knelpunten geïnventariseerd. Voor de SWO’s worden deze knelpunten vooral op basis van redenatie en analyse integraal in beeld gebracht. Berekeningen worden in eerste instantie niet uitgevoerd. De praktijkkennis en plaatselijke bekendheid van deskundigen van het waterschap, de gemeente, Nutsbedrijven en andere stakeholders wordt gebruikt om deze problemen in beeld te brengen. Uit het onderzoek komen maatregelen, afspraken en een planning die niet vrijblijvend is.

 

Na de SWO (2019/2020) in ’s-Gravenpolder hebben we als gemeente maatregelen uitgevoerd. De maatregelen zijn aan zowel de openbare ruimte als aan de riolering uitgevoerd. Een van de belangrijkste maatregelen is de vergroting van de duiker onder de Bernhardweg-Oost. In bijlage 8.1 staat de planning voor de SWO’s samengesteld binnen de SAZ+ op basis van prioriteit.

8.4.2 Planvorming Wateropgave (PWO)

Het waterschap onderzoekt bij PWO’s de watersystemen buiten de kom. Knelpunten worden met metingen en modellen vastgesteld, waarna toekomstige waterpeilen en benodigde maatregelen worden bepaald om aan normen te voldoen en het watersysteem klimaatbestendig te maken.

 

De PWO richt zich op het poldersysteem en staat los van de SWO uit paragraaf 8.4.1.

 

De provinciale omgevingsverordening stelt normen op basis van grondgebruik: stedelijk gebied moet een regenbui van eens per 100 jaar kunnen verwerken; voor akkerbouw en weiland gelden minder strenge eisen. Deze normen zijn gebaseerd op het Nationaal Bestuursakkoord Water (bijlage 4).

 

Gebieden planvorming Wateropgave

 

In het overgangsgebied tussen de dorpen en de polders kunnen er waterproblemen ontstaan. Een tekort aan waterberging en afvoer bij de dorpsranden kan wateroverlast opleveren. In het regulier overleg met het waterschap worden deze plannen besproken.

 

8.5 Gewenste toestand oppervlaktewater en beleid

8.5.1 Oppervlaktewater, grondwater en waterbodem.

Gewenste toestand en beleid

Sinds 1 januari 2024 valt de Wet Natuurbescherming onder de Omgevingswet. Artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving stelt een zorgplicht voor flora en fauna, waardoor onderhoudstijdstippen afhangen van de aanwezigheid van kwetsbare soorten. De gewenste kwaliteit van oevers en oppervlaktewater is vastgesteld via ecologische doelen en normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze normen houden ook rekening met biodiversiteit, waterkwaliteit en natuurlijke ontwikkeling van flora en fauna. De normen zijn gebaseerd op het Waterbeheerplan, de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Omgevingswet en lokale ecologische plannen. Het waterschap hanteert de minimale wettelijke normen om biodiversiteit te behouden (ambitieniveau 2).

 

Voor een gezond ecosysteem is het wenselijk dat de waterdiepte in sloten en vijvers minimaal 0,80m. is. Flauwe oevers zorgen voor meer soorten, veiligheid en onderhoudsruimte. Verder geeft de Waterschapsverordening Scheldestromen regels voor inrichting, onderhoudsstroken, beplantingsafstanden en obstakels.

 

Waterkwaliteit in dorpen is lastig te verbeteren door invloed van atmosfeer, industrie, landbouw en kwelwater met meststoffen. Historische verontreinigingen spelen ook een rol. Verslechtering is niet toegestaan. Het niet halen van KRW-doelen kan gevolgen hebben voor bouwactiviteiten. Een onderzoek van Witteveen en bos geeft dit aan.

 

Voorlichting en controle op foute rioolaansluitingen zijn belangrijk om vervuiling te voorkomen. ( Omgevingswaarden en Oppervlaktewaterkwaliteitsdoelen .) Inzameling van medicijnresten helpt ook het watermilieu verbeteren als er minder resten op de riolering geloosd worden. Ook de gemeente zal daarom op verschillende gebieden een inspanning moeten doen om de waterkwaliteit te verbeteren.

8.5.2 Inslagpeilen van de gemalen

Gewenste toestand en beleid

De riolering en het oppervlaktewater raken minder vervuild als de juiste inslagpeilen van de pompen van de rioolgemalen gebruikt worden. Normaal wordt hiervoor de binnen onderkant van de riolering gebruikt. Bij een hoger inslagpeil bezinkt meer afval in de riolering wat bij hevige regen vrij komt op de sloten bij de riooloverstorten. Dit geeft extra vervuiling van de sloten en is daarom ongewenst. Dit geldt zowel voor onze eigen onderbemalingen als de waterschapsgemalen.

8.5.3 Afkoppelen regenwater

Gewenste toestand en beleid

Door regenwater af te koppelen verbetert de waterkwaliteit van de sloten mits het af te koppelen oppervlak schoon is. Geconcentreerd afvalwater is eenvoudiger te zuiveren voor het waterschap. De doelstelling van de gemeente is om per jaar 0,5% van de gemengde riolering af te koppelen. Er is eind 2025 34% van het verhard oppervlak afgekoppeld. Op de lange termijn wordt een afkoppelpercentage van maximaal 50% nagestreefd. Zie ook paragraaf 6.3.1

8.5.4 Onderhoud watergangen

Gewenste toestand en beleid

De specifieke zorgplicht voor Flora- en fauna , artikel 11.27 Bal , geeft extra verplichtingen voor het onderhoud. Voor de kostenbeheersing wordt de bagger die vrijkomt, zoals in de BOB-overeenkomst is vastgelegd, zoveel mogelijk op de slootkant gelegd. Alleen als het nodig is om de grond te verschralen en zo de biodiversiteit te vergroten wordt de bagger afgevoerd naar een weilanddepot of het baggerdepot van het waterschap. De afvoer van slib wordt afgestemd met de eigenaren en gebruikers. De bagger wordt ook afgevoerd als er te veel overlast ontstaat als het op de kant gezet wordt.

 

Het tijdstip van onderhoud is belangrijk en moet rekening houden met wetgeving, flora, fauna en watertemperatuur. Onder 10 graden Celsius en tijdens het broedseizoen is onderhoud beperkt toegestaan. Biodiversiteit kan verbeteren door onderhoud zoals maaien en baggeren gefaseerd uit te voeren. Planten en dieren migreren naar nog niet gemaaide delen. Vanaf 1 april 2025 geldt de gedragscode soortenbescherming voor gemeenten en waterschappen. Als deze regels nageleefd worden is geen natuurvergunning nodig. Dit sluit aan bij de Omgevingswet. De ecologisch werkprotocollen verhogen de kosten. Vijvers worden gebaggerd als de sliblaagdikte meer dan 30cm is.

 

Flauwe oevers verminderen de Amerikaanse rivierkreeft doordat natuurlijke vijanden er makkelijker bij kunnen. De flauwe oever is ook goed voor de biodiversiteit, planten en waterkwaliteit.

 

Als er invasieve exoten worden aangetroffen, zoals de grote waternavel, waterteunisbloem, kroosvaren, watercrassula en de Amerikaanse rivierkreeft, wordt dit gemeld bij het waterschap. Deze invasieve exoten verdringen namelijk de inheemse soorten

 

Amerikaanse rivier kreeft. Nog niet in onze gemeente aanwezig of wel?

8.5.5 Multifunctioneel gebruik van de ruimte, bluswater

Gewenste toestand en beleid

Robuuste oppervlaktewateren zijn beter voor de waterkwaliteit. Er kunnen meer functies gecombineerd worden in een groter oppervlaktewater zoals recreatie, natuur en vasthouden van water voor droge perioden. Onttrekken van water is meestal ongewenst omdat de ecologie dan vaak verstoord wordt. Voor secundair bluswater is het belangrijk dat de inhoud van de plas minimaal 400m3 is. Vooral voor het buitengebied is voldoende bluswater een aandachtspunt. De ecologische functie is dan ondergeschikt aan de blusfunctie.

8.5.6. Huishoudelijk afvalwaterlozers

Gewenste toestand en beleid

 

 

De verwachting is dat de waterkwaliteit in het buitengebied na het vervangen van oude septictanks door verbeterde septictanks marginaal verbetert. Zoals in hoofdstuk 8.4 staat, dragen huishoudens maar weinig bij aan de vervuiling met stikstof en fosfaten. Grote vervuilingsbronnen zoals industrie, kwelwater en landbouw hebben veel meer invloed op de waterkwaliteit. bron, RIVM Daarom moet meer aandacht besteed worden aan deze grote lozers.

 

Voor lozing op oppervlaktewater gelden regels uit de Omgevingswet (artikelen 22.148 en 22.149) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Nieuwe lozingen mogen de vervuiling niet verhogen.

Huishoudelijk afvalwater moet aangesloten zijn op de riolering als deze binnen 40 meter van de perceelsgrens ligt. Bij functieverandering met meer vervuiling kan aansluitplicht worden opgelegd.

De kosten voor aansluiting of zuivering zijn voor de initiatiefnemer. Bij lozing met hogere vervuilingswaarden dan 10 inwoner equivalenten gelden strengere normen. Het toezicht ligt bij het waterschap.

 

Lozing van niet-huishoudelijk bedrijfsafvalwater op de riolering mag de gemeente weigeren. Sanitair afvalwater wordt altijd als huishoudelijk gezien, ook bij bedrijven. Aanleg van riolering voor uitbreidingen worden verhaald op de ontwikkelaar.

 

Inwoner equivalenten en aansluitplicht

vervuiling

afstand

< 10 i.e.

40m.

10 i.e. < x < 25 i.e.

100m

25 i.e. < x < 50 i.e.

600m.

50 i.e. < x < 100 i.e.

1500m.

100 i.e. < x < 2000 i.e.

3000m.

artikel 2.17 van de Bruidschat

 

Aansluitplicht op de riolering.

 

Bedrijfsafvalwater

De gemeente mag bedrijfsafvalwater en vloeibare afvalstoffen weigeren als ze schadelijk zijn voor de riolering of zuivering. Zorgtaak stedelijk afvalwater geeft aan dat er geen inzamelplicht is voor bedrijfsafvalwater.

 

Volgens de Waterwet (art. 8.5) mag schoon regenwater zonder vergunning op sloten geloosd worden. De gemeente kan lozing van regen- en grondwater op de riolering weigeren uit doelmatigheidsoverwegingen. Dit staat omschreven in onze hemel -en grondwaterverordening.

8.5.7. Peilbesluiten

Gewenste toestand en beleid

Een hoger polderpeil helpt bodemdaling, verdroging, CO2-uitstoot en verzilting tegen te gaan en houdt meer zoet water vast. In stedelijk gebied voorkomt het schade aan houten paalfunderingen, hoewel in onze gemeente weinig woningen op houten palen staan.

 

Nadeel is dat landbouwpercelen minder toegankelijk worden en gewasschade kan toenemen. Dit kan met peilgestuurde drainage opgelost worden.

 

Werknormen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2003) verplichten het waterschap tot maatregelen tegen wateroverlast, die vóór 2016 uitgevoerd moesten zijn. ’s-Gravenpolder en Borssele voldoen nog niet, maar in 2026 worden duikers vergroot om aan normen te voldoen. In iplo.nl overlastnormen staan de normen benoemd als omgevingswaarden. – zie ook bijlage 8.1

 

9 Zoetwater en terugdringen van waterverbruik

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) speelt een belangrijke rol bij het beschermen van drinkwaterbronnen en het waarborgen van de algehele kwaliteit van de waterlichamen binnen de Europese Unie. Binnen de KRW richt de Drinkwaterrichtlijn zich specifiek op de kwaliteit en veiligheid van drinkwater. Naast de Drinkwaterrichtlijn zijn er ook regels vastgelegd in de Europese REACH-verordening, die betrekking hebben op de registratie, evaluatie en beperking van chemische stoffen. Europees stoffenbeleid

 

Doel 4: conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik

Het programma Water en Bodem Sturend (WBS) benadrukt het belang van voldoende drinkwater. Door de bevolkingsgroei, het toerisme en het stijgende drinkwatergebruik neemt de kans op drinkwatertekort toe. Dit tekort wordt versterkt door vervuiling van zoetwaterbronnen met bestrijdingsmiddelen en andere chemische afvalstoffen. Door de klimaatverandering met langere droge periodes wordt er minder water aangevoerd.

 

Nieuw is het Nationaal Plan Aanpak Drinkwaterbesparing. Dit plan heeft als doel het drinkwaterverbruik terug te brengen van ongeveer 128 liter per persoon per dag in 2025 naar 100 liter in 2035. Het plan wil meer bewustzijn creëren en het gebruik van water duurzamer en innovatiever maken.

 

In het Bestuursprogramma 2022-2026 ‘Schakelen met raad en daad’ van de Raad van Borsele wordt vooral het belang van voldoende zoetwater voor de fruittelers benadrukt, omdat Borsele de grootste fruitteeltgemeente van Nederland is. De Raad wil inwoners en bedrijven hierbij actiever betrekken.

 

9.1 Waterbalans Nederland en verdringingsreeks

In Nederland voeren de rivieren jaarlijks ruim 80 miljard m³ water aan. Daarnaast is er een neerslagoverschot van ongeveer 10 miljard m³. Dit is het verschil tussen de neerslag van 30 miljard m³ en de verdamping van 20 miljard m³. Daarmee komt de totale beschikbaarheid van zoetwater in Nederland uit op ongeveer 90 miljard m³. (Bron: Eurostat 2021)

 

Rijkswaterstaat maakt op basis van de verdringingsreeks bij watertekorten een keuze voor de verdeling van zoetwater wat ons land binnenkomt. Bij deze verdringingsreeks worden alle belangen zoals waterveiligheid, natuur en het voorkomen van inklinking meenomen. Drinkwater staat hoog in deze rangorde, maar niet bovenaan. Het meeste zoetwater wordt in de grote rivieren geloosd om de zoute kwel vanuit de Noordzee tegen te gaan. Zo wordt bijvoorbeeld het Volkerak-Zoommeer met zoetwater doorspoeld om het zoutgehalte onder de met de landbouw afgesproken maximale norm van 400mg/l te houden. Voor de fruitteelt is een chloridegehalte van maximaal 200mg/l gewenst.

 

Tijdens lange, droge en warme periodes is de watervraag het grootst en de aanvoer via de Maas het laagst. Ook kan er door vervuiling van Maaswater met bestrijdingsmiddelen en PFAS afkomstig uit de industrie en landbouw minder water worden ingenomen. De opslag- en distributiecapaciteit is te beperkt en daarom de kans op een toekomstig drinkwatertekort groot. Voor 2030 zijn ingrijpende aanpassingen in het drinkwatersysteem nodig.

 

Van het binnenkomende zoete water wordt ongeveer 12% gebruikt door energiebedrijven, de industrie, drinkwaterbedrijven en de landbouw. Industrie, datacentra en energiebedrijven gebruiken zoet water vooral voor koelen. Door de toenemende energievraag en meer datacentra is er meer zoetwater voor koeling nodig. In Zeeland wordt deels zoutwater gebruikt voor de koeling. Dit water wordt geloosd in de Westerschelde en veroorzaakt thermische vervuiling. Deze opwarming staat haaks op de uitgangspunten uit de Omgevingswet die verslechtering van het watermilieu zoals een lager zuurstofgehalte of een hogere watertemperatuur niet toestaat. Door de lozing van warm water verandert de waterhabitat rond het lozingspunt en komen er tropische vissen en planten voor.

 

Door onvolledige monitoring is het gebruik in de landbouw waarschijnlijk hoger dan de 1% van het CBS.

 

Van het geproduceerde drinkwater blijft na distributieverliezen netto 1,16 miljard m3 over.

 

9.2 Conserveren van zoetwater

De beste manier om regenwater op te slaan is door infiltratie in de bodem, wat ook verzilting tegengaat en water beschikbaar houdt voor groen. In landelijke gebieden kan water vastgehouden worden door betere sponswerking van de bodem, hoger polderpeil en peilgestuurde drainage.

 

Bodem met meer organisch stof houdt meer water vast. Minder grondkerende bewerkingen en lichtere machines helpen hierbij. Peilgestuurde drainage regelt het waterpeil beter, wat de opbrengst kan verhogen. De aanleg kost ongeveer €3.000 per hectare.

 

Kleibodem infiltreert regenwater langzaam, dus wordt het vaak afgevoerd. In Heinkenszand wordt gebruikgemaakt van zandgrond, IT-riolen, drains en wadi’s om water vast te houden en de zoetwaterbel aan te vullen. Bewoners kunnen zelf water opslaan met hoogteverschillen, regentonnen of IBC-containers.

 

9.3 Verminderen waterverbruik

Gewenste toestand en beleid

Een van de doelstellingen van de Rijksoverheid is om het drinkwaterverbruik te verminderen. Dit beleid is uitgewerkt in het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het programma Water- en Bodemsturend (WBS). Het streven is om het drinkwaterverbruik met 15% terug te brengen, van ongeveer 128 liter per persoon per dag naar 100 liter in 2035. Dit komt neer op ongeveer 10 m³ per persoon per jaar.

 

Installaties voor het opvangen en hergebruiken van regenwater kosten al snel €8.000. Door extra energieverbruik, materiaalgebruik en onderhoudskosten zijn deze individuele systemen minder duurzaam dan een gezamenlijke voorziening. Een voordeel van individuele installaties is wel dat door de opvang van water de riolering ontlast wordt en wateroverlast voorkomen kan worden. Er is wel een gevaar voor de volksgezondheid door verkeerd gebruik.

In Over de Dijk 1 is een gezamenlijk B-watersysteem aangelegd. Vanwege verkeerde aansluitingen en gevaar voor de volksgezondheid is op last van ministerie van VROM dit systeem buiten bedrijf genomen. Deze systemen worden niet meer toegepast.

 

Tuinen en droge perioden

Een groene tuin kan water vasthouden en daardoor wateroverlast verminderen. Tegelijkertijd zal het drinkwatergebruik in droge perioden toenemen. Planten hebben nu eenmaal water nodig. Door water in de tuin op te slaan kan dit verminderd worden en is ook de kans op zetting van de bodem kleiner.

 

 

9.4 Drinkwater in Zeeland

De Kaderrichtlijn Water en de Drinkwaterrichtlijn stellen normen voor de kwaliteit van drinkwater. In Zeeland komt ongeveer 85% van het drinkwater uit de Maas en 15% uit grondwater van de Brabantse Wal. De hoeveelheid beschikbaar drinkwater hangt af van het opgeslagen water in de Biesbosch, de vergunningen voor grondwaterwinning, de groeiende watervraag en de vervuiling van de waterbronnen.

 

Drinkwaterbronnen worden bedreigd door verschillende vervuilingsbronnen, zoals afvalstoffen uit de industrie en landbouw. Vooral in droge periodes, wanneer de watervraag het grootst is, ontstaan er problemen met de levering en de kwaliteit van drinkwater uit de Biesbosch. Door vervuiling van het Maaswater is het dan lastig om voldoende zoet water te krijgen. De aanwezigheid van PFAS in het drinkwater versterkt dit probleem. PFAS in drinkwater

 

Gewenste toestand en beleid

Door de groeiende watervraag als gevolg van bevolkingsgroei, de recreatiesector en de industrie is extra opslag- en distributiecapaciteit nodig. Daarnaast beïnvloedt klimaatverandering de aanvoer van zoetwater uit de Maas en het waterverbruik. Op warme dagen wordt bijvoorbeeld meer water gebruikt, ook door datacentra.

 

Het watergebruik is te beïnvloeden door een hogere drinkwaterprijs. Omdat drinkwater een basisbehoefte is moet een te hoge prijs voorkomen worden. De prijs mag geen negatieve invloed hebben op het gebruik vanwege hygiëne en volksgezondheid.

 

De Belasting op Leidingwater (BOL) van €0,51 per m³ geldt in 2025 alleen voor de eerste 300 m³, terwijl 93% van de huishoudens minder dan 200 m³ gebruikt. Hierdoor zijn grootgebruikers vrijwel vrijgesteld, waardoor de BOL weinig effect heeft op het verminderen van drinkwatergebruik.

 

Het verwerken van vaste kosten in de variabele prijs is effectiever en eerlijker, omdat het besparen van water zo meer loont en kosten beter verdeeld worden. Nu betalen kleingebruikers relatief veel voor uitbreidingen van distributienetten, terwijl zij niet de belangrijkste veroorzaker zijn van deze grotere watervraag. De rekening wordt op de verkeerd plaats neergelegd. Zie bijlage 9.1.

 

In de Miljoenennota 2025 is aangegeven dat de 300 m³-drempel in de BOL zal verdwijnen, om het gebruik van grondwater te beperken. (Artikel Sterk consulting over BOL effect )

 

Voorlichting is de eenvoudigste en goedkoopste manier om het waterverbruik te verminderen. Korter douchen of een andere douchekop kan het watergebruik met ongeveer 20 liter per persoon per dag terugbrengen.

 

In Zeeland is het drinkwaterverbruik sterk afhankelijk van het aantal toeristen. Het terugdringen van het watergebruik is daarom ook een verantwoordelijkheid van recreatieondernemers. De groei van recreatie mag de leveringszekerheid voor inwoners en bedrijven in Zeeland niet in gevaar brengen. Ook mag de toename van toerisme in andere gemeentes niet leiden tot hogere kosten voor onze inwoners. (bron CBS - Zeeland )

 

Om drinkwaterleveringsproblemen in Midden-Zeeland te voorkomen wordt door Evides vanuit de Biesbosch een extra aanvoerleiding aangelegd. Aanvoer van Maaswater in droge perioden is een beperkende factor. In droge perioden wordt, om verdroging van de natuur te voorkomen, de onttrekking van grondwater uit de Brabantse Wal door de provincie Brabant beperkt. vewin cijfers .

 

Onderzocht moet worden of de landbouw mee kan liften op het verzwaren van de extra aanvoer van zoetwater van een goede kwaliteit. Een financiële bijdrage van de landbouw wordt dan waarschijnlijk verwacht.

 

De komst van datacentra in Zeeland moet vanwege een gebrek aan zoetwater zorgvuldig overwogen worden. Datacentra vragen veel zoet koelwater bij warm weer wanneer de watervraag al het grootst is. Vaak geven deze datacentra vanwege ‘bedrijfsgeheim’ geen openheid over het gebruik van de hoeveelheid zoetwater.

10. Middelen en kostendekking

In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke middelen nodig zijn, personeel en geld en hoe de kosten gedekt kunnen worden.

 

10.1 Personele middelen

De Kennisbank Stedelijk Water ,de vroegere Leidraad riolering, van Rioned geeft inzicht in het benodigd personeel voor de rioleringstaak. Uitgegaan wordt van de taken planvorming, onderzoek, onderhoud, opstellen van maatregelen plannen, overleg en voorlichting etc. De werkzaamheden in onze gemeente worden bijna volledig in eigen beheer door de team Leefomgeving uitgevoerd.

 

Formatie

Onze gemeente staat voor grote uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en klimaatverandering. Wanneer de landelijke norm voor benodigde formatie voor de rioleringstaak toegepast wordt op gemeente Borsele, komt hieruit dat 3,7 fte begroot moet worden. In onze gemeente is in 2025 2,9 fte formatie beschikbaar. Doordat er nu nog gebruik gemaakt wordt van generatiepact afspraken is maar 2,5 fte aan interne capaciteit beschikbaar. In het vierde kwartaal van 2026 zal door pensionering weer 2,9 fte beschikbaar komen.

 

Om te voldoen aan strengere wetgeving, meer vervangingen en extra aandacht voor participatie en duurzaamheid, is uitbreiding naar de norm van 3,7 fte noodzakelijk. De voorkeur gaat uit naar eigen personeel boven uitbesteden. Uitbesteden is duurder en vraagt substantieel tijd voor begeleiding en controle. Door krapte op de arbeidsmarkt, en dan vooral ook bij technische functies, is nog maar de vraag of we passende kandidaten kunnen vinden.

 

10.2 Trendverloop kosten riolering

10.2.1 Kostenverloop

De vervangingskosten van de post riolering wordt grotendeels bepaald door de vrijvervalriolering. De leeftijd van de vrijvervalriolering geeft een indicatie voor de kosten op de lange termijn. De korte termijnplanning wordt bepaald door de kwaliteit van de riolering. Video-inspectie geeft inzicht over deze kwaliteit. De kosten in de GWW stijgt harder dan de inflatie. Aanbestedingen van de afgelopen jaren bevestigen deze trend.

Tabel 10.1 Overzicht van jaar van aanleg en indicatieve kosten vervangen van de vrijvervalriolering.

 

Jaar van aanleg vrijverval riolering

Km riool

Vervanging na 60 jaar Indicatief

Km vervanging per jaar

Per jaar in miljoen €

Leeftijd < 1970

13

2010 - 2030

1,2

€ 0,8

1970 < leeftijd < 1980

26

2030 - 2040

2,6

€ 2,0

1980 < leeftijd < 1990

26

2040 – 2050

2,6

€ 2,0

1990 < leeftijd < 2000

38

2050- 2060

3,8

€ 2,9

2000 < leeftijd < 2025

80

2060 – 2085

2,4

€ 2,1

Totaal

170

 

 

 

 

In bijlage 10.1 en 10.2 zijn de kosten uitgewerkt. Uit tabel 10.1 volgt dat de kosten vooral na 2030 toenemen. De kosten zijn doorgerekend op basis van prijspeil 2024, het is binnen de gemeente Borsele niet gebruikelijk om inflatie en verwachte prijsstijgingen in de GWW sector meerjarig mee te ramen. We gebruiken de tariefegalisatiereserve om kostenpieken (en daarmee ook grote stijgingen in belastingtarieven) te voorkomen en prijsstijgingen op te vangen. Door renovatietechnieken met de kousmethode zijn de kosten lager dan volledige vervanging. De levensduur van de buizen wordt door deze techniek verlengd met 50 jaar.

10.2.2 Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord inkopen

In 2019 is het VNG Model Inkoop- en aanbestedingsbeleid geactualiseerd waarbij meer de nadruk ligt op Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) voor werken, diensten en leveringen. MVI betekent dat de Gemeente bij Inkoop de effecten op ‘people, planet en profit’ meeneemt en deze doelstellingen voor 2030 realiseert.

 

De gemeente heeft als opdrachtgever en inkoper een voorbeeldfunctie in het maatschappelijk verkeer en kan als opdrachtgever en inkoper invloed op ondernemers uitoefenen om veranderingen in gang te brengen. Inkoopbeleid gemeente Borsele

 

 

De gemeente is in 2025 overgegaan op HVO100-diesel. Dit is een duurzame brandstof gemaakt van hernieuwbare grondstoffen zoals plantaardige oliën en dierlijke vetten. Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) is een synthetisch alternatief voor fossiele diesel en kan zonder motoraanpassingen worden gebruikt. Hiermee draagt de gemeente bij aan doel 13 van de SDG ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Voordelen van HVO100-diesel zijn:

  • -

    Milieu vriendelijk, mits geproduceerd uit afvalstoffen en niet uit palmolie

  • -

    Minder CO2-, stikstof-, en fijnstofuitstoot

  • -

    Geen netcongestie op het elektriciteitsnet door zwaardere elektriciteitsaansluitingen

  • -

    Geen aanpassing van motoren nodig bij gebruik van HVO100. (EN15940)

HVO-diesel is ongeveer 5% duurder dan traditionele diesel. De inzet van bestaande machines is ook duurzamer dan aanschaf van nieuw materieel. Vaak wordt ‘vergeten’ dat het opwekken van elektriciteit ook CO2 uitstoot geeft en dus niet ‘zero emissie’ is. HVO100 is een transitie brandstof voordat overgegaan wordt op elektrisch materieel op het moment dat de netcongestie is opgelost. HVO is een ander product dan biodiesel.

 

10.3 Kapitaalslasten en BBV

Een van de doelen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het nastreven van uniformiteit voor de financiële verantwoording van overheidsorganisaties. Artikel 35 lid 1b uit de BBV geeft aan dat investeringen met economisch nut volgens BBV (artikel 59 en 64) geactiveerd moeten worden.

 

Bijdragen van derden zoals de rioolheffing mogen echter volgens artikel 62 lid 2 van de BBV eerst in mindering gebracht worden op de te activeren bedragen. Met andere woorden: het is nog mogelijke om investeringen direct af te schrijven volgens het ideaalcomplex - Nota materiele vaste activa van december 2017 BBV.

 

Om toekomstige vervangingspieken te egaliseren is het mogelijk om een deel van de inkomsten van de rioolheffing te reserveren. (BBV artikel 431b/2 en 44) Bij vervangingspieken mag dit gespaarde bedrag in mindering gebracht worden op investeringen. Besluit begroting en verantwoording . De uitgaven worden hierdoor geëgaliseerd.

 

Klein onderhoud en exploitatiekosten mogen niet geactiveerd worden.

 

De kosten voor groot onderhoud gemalen en drukriolering wordt in 10 jaar afgeschreven. De levensduur van pompen en elektrische installaties is beperkt tot 10 tot 15 jaar. De vrijverval riolering wordt over een termijn van 60 jaar afgeschreven. Voor riolering die is gerelined kan voor een periode van 50 of 60 jaar gekozen worden.

 

Bij activeren worden de kosten deels verlegd naar de toekomst. Door rentelasten nemen de totale kosten toe, tenzij de rente lager is dan de inflatie.

 

In bijlage 10.1 en 10.2 is het verloop van de kapitaallasten te zien. Sinds 2022 wordt de vervanging van vrijvervalriolering en het relinen van de riolering geactiveerd. Bij een lage kapitaalsmarktrente en een hogere inflatie is activeren gunstig.

 

10.4 Riool- en waterzorgheffing, baten

Na de aanleg van riolering in de vorige eeuw wordt het onderhoud van de gemeentelijke watertaken, grond-, regen -en vuilwater, betaald uit een heffing op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Het is een bestemmingsheffing. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belasting bedoeld zijn voor dit specifieke doel en ook aanverwante kosten voor straatvegen, kolkenzuiger en onderhoud aan sloten zoals baggerwerk. De werkzaamheden moeten meer dan 10% relatie hebben met de riolering en de gemeentelijke waterzorgplichten. Riool- en waterzorgheffing, VNG

 

De Wet verankering en bekostiging van de gemeentelijke watertaken geeft aan dat de heffing niet meer dan kostendekkend mag zijn. (GW 229b, Tk2005-2006, nr. 30578). Hierbij mag uitgegaan worden van een gemiddelde kostendekking over een planperiode van bijvoorbeeld 5 jaar. In bijlage 10.1 is een overzicht van de kosten aangegeven inclusief het dekkingspercentage van de rioolheffing.

 

De heffing is niet bedoeld voor de eerste aanleg van de riolering. Hiervoor hebben we de bouwexploitatie van bestemmingsplannen. Het onderhoud en de latere vervanging van deze riolering mag weer wel betaald worden uit de ‘Riool- en waterzorgheffing.’

10.4.1 Rioolheffing en Riool- en waterzorgheffing

De rioolheffing bestond al in de tijd van keizer Nero in Rome. De heffing was ingevoerd om geld te verdienen. Ammoniak uit de urine was een bruikbare grondstof om wol te ontvetten. Later voerde keizer Vespasianus een rioolheffing en ontstond de uitdrukking ‘geld stinkt niet’ ofwel ‘pecunia non olet’. Met de huidige heffing mag geen geld verdiend worden.

 

Sinds de wijziging van de VNG-verordening ‘Rioolheffing’ in 2021 in de ‘Riool- en waterzorgheffing’ mag de heffing bij iedereen, ook bij niet op de riolering aangesloten percelen, opgelegd worden. De wijziging van de verordening was nodig omdat ook de kosten van de overige gemeentelijke watertaken ‘Grondwater’ en ‘Regenwater’ uit de heffing betaald worden. Voor de hoogte van de heffing moet naar de mate van profijt gekeken worden.

 

Inwoners zonder aansluiting op het riool profiteren ook van maatregelen die betaald worden uit de Riool- en waterzorgheffing, zoals straatvegen, kolkenreinigen, onderhoud van sloten en vijvers, en klimaatmaatregelen. De Raad kan daarom besluiten om een deel van de heffing ook te heffen bij panden die niet op het riool zijn aangesloten. Dit wordt echter afgeraden, omdat de opbrengsten beperkt zijn en de inningskosten vanwege mogelijke bezwaren hoog uit kunnen vallen. gem watertaken Een keuze van de Raad kan ook zijn om deze maatregelen uit de ‘Algemene middelen’ te betalen in plaats van uit de ‘Rioolheffing- en waterzorgheffing’, dan betaalt ook iedereen voor de maatregelen.

 

In onze gemeente is er voor gekozen om uit te gaan van de zogenaamde ‘smalle zorgplicht riolering’ waarbij de inwoners in het buitengebied zelf verantwoordelijk zijn voor hun septictank en riolering.

10.4.2. Rioolheffing in Borsele, eigenaren en gebruikers

De Raad is vrij te bepalen bij wie, voor welk bedrag en hoe de rioolheffing oplegt wordt. De wetgever geeft wel aan dat de hoogte onderbouwd moet zijn en er moet een sterke relatie zijn tussen de heffing en de kosten. In onze gemeente worden de ‘gebruikers’ en ‘eigenaren’ belast. Borsele Sabewa

 

De hoogte van de heffing voor gebruikers bestaat uit een startbedrag, voor watergebruik tot 75m3, en een extra bedrag voor waterverbruik boven de 75m3. Voor eigenaren wordt de hoogte van de rioolheffing in Borsele gebaseerd op de WOZ-waarde. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde waarbij verschil is gemaakt wordt tussen ‘woningen’ en ‘niet woningen’ of bedrijfsgebouwen.’ De waarde van de woningen is de afgelopen jaren veel meer toegenomen dan van niet woningen. Bedrijfspanden voeren ook in verhouding meer (regen)water dan niet bedrijfspanden. Voor de eerste aanleg is het verhard oppervlak bepalend voor de kosten.

10.4.3. Toekomst bestendige Riool- en waterzorgheffing

Sabewa heeft in de werkgroep Riool- en waterzorgheffing van de SAZ+ aangegeven dat de huidig heffingsmethodiek tot discussie kan leiden en minder toekomstbestendig is. De relatie tussen kosten en heffingsmaatstaf is niet sterk genoeg. De wetgever wil de relatie ‘vervuiler betaald’ sterker in de heffing terugzien. De ‘vervuiler’ moet dan gelezen worden als ‘de kostenveroorzaker’ omdat er geen relatie bestaat tussen ‘de vervuiling’, ‘watergebruik’ en ‘de kosten’ voor de riolering.

 

De hoogte van de heffing is nu sterk afhankelijk van de WOZ-waarde en watergebruik. Sabewa verwacht dat dit kan leiden tot meer juridische geschillen en hogere perceptiekosten. De relatie WOZ-waarde en kosten riolering is niet altijd sterk. Voor de eerste aanleg is de capaciteit en een groot deel van de kosten afhankelijk van het aangesloten verhard oppervlak.

 

De WOZ-waarde van een pand is afhankelijk van de plaats. De woningwaarde in Heinkenszand is hoger dan in bijvoorbeeld Ellewoutsdijk. Dit kan leiden tot een juridisch geschil. Is de hogere heffing, ook al is het verschil maar een klein bedrag, voor dezelfde dienst gerechtvaardigd? Voor de afvalstoffenheffing geldt toch ook één bedrag. Dit bedrag is niet afhankelijk van het dorp waar de woning staat. Dit is niet goed uit te leggen.

 

Ook is de waarde van woningen sterker toegenomen dan de bedrijfspanden terwijl bedrijfspanden, door het grote aangesloten verhard oppervlak, de riolering meer belast. Daarom is er ook een verschil in tarief tussen woningen en niet woningen.

 

Voor waterverbruik heeft alleen een grote lozing van water op de drukriolering een relatie met de kosten. Het stroomverbruik en de kosten nemen dan toe. Watergebruik en kosten voor de vrijverval riolering hebben geen relatie.

 

In Nederland wordt meestal een vastrecht, een vast bedrag per aansluiting, gebruikt. Online Atlas Gemeenten (coelo.nl) Deze methodiek leidt tot minder discussie en tot lagere kosten voor SABEWA.

 

Het advies van de ‘werkgroep Riool en waterzorgheffing’ is om een eenvoudigere heffingmaatstaf in te voeren waarbij de ‘methodiek’ voor alle gemeenten in de regio min of meer gelijk is en waarbij de hoogte afhankelijk is van de mate van profijt. Een groter verschil in tarief per WOZ-waarde tussen bedrijven en huishoudens is dan logisch. De waarde van woningen is de afgelopen 10 jaar veel sterker gestegen dan de bedrijfspanden waardoor inwoners zwaarder belast worden.

 

De voorkeur van de werkgroep gaat uit naar een vastrecht die bijna alle lozers omvat. Alleen voor de grotere lozers boven bijvoorbeeld 200m3 watergebruik en voor de hogere WOZ-waardes boven bijvoorbeeld € 400.000 wordt een toeslag opgelegd. De staffels voor de toeslagen worden in grotere stappen opgelegd om de perceptie kosten te verlagen en de kans op geschillen kleiner te maken.

10.4.4 Ontwikkeling hoogte van de rioolheffing

In bijlage 10.1 is het verloop van het tarief aangegeven. Op basis van prijspeil 2024 loopt het tarief op van €199 in 2026 tot €216 in 2030 (kostendekkend tarief). De bedragen kunnen licht afwijken van de werkelijke bedragen in de jaarrekening.

 

De werkelijke kostenstijging is afhankelijk van de areaal vermeerdering en de kostenontwikkeling in de GWW. Een jaarlijkse inflatie correctie is zeker bij sterk stijgende kosten in de GWW nodig.

Bijlage 2 Beleid andere overheden

 

2.1 Europa

Kaderrichtlijn Water (KRW) KRW Richtlijn - 2000/60 - EN - EUR-

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is opgesteld om de waterkwaliteit is Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht en bevat afspraken om uiterlijk eind 2027 in alle Europese landen schoon en gezond water te hebben. De KRW is niet vrijblijvend. Het niet halen van de doelen kan van invloed zijn op dorpsuitbreidingen en economische activiteiten. Het oppervlaktewater en grondwater voldoet nu nog niet aan de KRW-doelstellingen.

Deze voor een goede waterkwaliteit gelden niet alleen voor de KRW-wateren zoals de Schelde, Veerse Meer en de hoofdwatergangen maar ook voor de kleinere watergangen die buiten de KRW-verplichtingen vallen. KRW Water monitoring Waterkwaliteit

 

Europees afvalwaterbeheer - Richtlijn Stedelijk Afvalwater 2024 Richtlijn 91/271.

De herziening van de wetgeving rondom afvalwater komt voort uit de Green Deal (2020) en het actieplan voor de Circulaire Economie (2020). De richtlijn wordt 2028 van kracht.

 

De doelstellingen van deze herziene richtlijn is om de vervuiling door stikstof, fosfaten, medicijnresten en hormonale stoffen te verminderen. Hiervoor is een betere monitoring van afvalwater uit RWZI’s nodig. Een onderdeel van de richtlijn is de uitgebreide productverantwoordelijkheid (UPV) voor fabrikanten van schadelijke stoffen zoals cosmetica en medicijnen. Door de UPV kan de fabrikant aansprakelijk gesteld worden voor de vervuiling. Er kan een bijdrage voor zuivering gevraagd worden, de vervuiler betaalt. Kleinere zuiveringen kunnen ontheffing krijgen voor verdere zuivering. (Vierde trap).

 

Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan heeft als doelstelling een veilige en leefbare delta voor nu en in de toekomst. Het NWP vervangt de Vierde nota waterhuishouding.

 

Het NWP bevat 5 ambities op gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit, Klimaat bestendige en robuuste inrichting. Onderdeel van het NWP zijn de Deltabeslissingen zoetwater, waterveiligheid en ruimtelijke adaptatie. Deze programma’s zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast.

 

Waterbeleid 21ste Eeuw en Deltaprogramma.

Om wateroverlast te voorkomen is het Waterbeleid 21ste Eeuw ontwikkeld. Dit heeft een vervolg gekregen in het Deltaprogramma wat weer verder uitgewerkt in onder andere in Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie.

 

Omgevingswet

Alle regels met betrekking tot de bescherming en benutten van de fysieke leefomgeving zoals bodem, watersystemen en natuur staan in de Omgevingswet. Omgevingswet

 

Nationaal afvalwaterbeleid

Stedelijk afvalwater

In Nederland is de Richtlijn Behandeling van stedelijk afvalwater vooral opgenomen in de Omgevingswet, de AMvB’s onder de Waterwet en de Wabo. Het hele land is door Nederland aangewezen als kwetsbaargebied. Dit geeft strengere eisen. De wet milieubeheer geeft een voorkeursvolgorde voor afvalwater. In eerste instantie moet het ontstaan van afvalwater worden voorkomen. Vervolgens moet afvalwater zo min mogelijk verontreiniging bevatten.

 

Hergebruik van afvalwater

In Nederland is er geen specifiek beleid dat kwaliteitseisen stelt aan het gezuiverde afvalwater voor gebruik als irrigatiewater in de landbouw. Gezuiverd afvalwater voldoet aan de vereisten uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden stellen voor de waterkwaliteit, bijvoorbeeld op het gebied van zware metalen en zorgwekkend wordende stoffen.

 

Het Grondstoffenakkoord en het Interbestuurlijk Programma hebben als doel om uiterlijk in 2050 een volledig circulaire economie tot stand te brengen. IPO, VNG en UvW maken deel uit van het uitvoeringsprogramma circulaire economie.

 

Deltabeslissing en Deltaplan ( Zoetwater | Drie thema's | Deltaprogramma )

Deltabeslissing Zoetwater

De Deltabeslissing Zoetwater richt zich op het weerbaar maken van Nederland tegen zoetwatertekorten in 2050. Door de klimaatverandering neemt het aanbod aan zoet water in de zomer door droogte af. Dit is een risico voor de zoetwatervoorziening maar ook voor de landbouw, scheepvaart en natuur. De Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem (KZH) moet zorgen voor een betrouwbare zoetwatervoorziening in 2050 met speciale aandacht in het voorkomen van verzilting.

 

Deltaplan Zoetwater Deltaplan Zoetwater

In het Deltaplan Zoetwater staan maatregelen en onderzoeken met betrekking tot de beschikbaarheid van zoetwater in Nederland.

 

Water en Bodem Sturend (WBS) . WBS bij ruimtelijke keuzes

Deze nationale beleidslijn beschrijft hoe we onze ruimtelijke ontwikkeling aanpassen aan water en bodem, in plaats van andersom. Het credo is ‘niet alles kan overal.’ WBS geeft richting aan:

  • -

    Het herstellen van gezonde en duurzame bodem- en watersystemen

  • -

    Het omgaan met opgaven in zes verschillende gebiedstypen

  • -

    Het stimuleren van een vitale bodem

  • -

    Het beschermen van schoon en voldoende grondwater.

Door het huidige kabinet Schoof is WBS afgezwakt naar ‘rekening houden met’ water. Kamer: rekening houden met ... Uitgangspunt is zoveel mogelijk multifunctioneel creatief ruimtegebruik, niet het beperken van ruimtegebruik.

 

Nationaal Plan Aanpak Drinkwaterbesparing 2023

Dit plan is opgesteld om de druk op de drinkwatervoorziening door klimaatverandering, bevolkingsgroei en economische ontwikkelingen af te laten nemen. Het doel is om waterverbruik te verminderen en duurzamer met drinkwater om te gaan door huishoudens, bedrijven en andere sectoren.

Het plan zich op:

  • 1.

    Bewustwording creëren zoals korter douchen en gebruik van regenwater,

  • 2.

    Innovatie en technologie: bijvoorbeeld waterbesparende kranen, hergebruik van afvalwater of efficiënter gebruik van water in de industrie.

  • 3.

    Samenwerking: Overheden, waterbedrijven, bedrijven en burgers moeten gezamenlijke oplossingen vinden.

  • 4.

    Duurzaam gebruik van waterbronnen: beter beschermen en duurzamer gebruik van waterbronnen.

  • 5.

    Wet- en regelgeving: strengere regels om watergebruik te beperken.

Door de gezamenlijk actie wil de overheid voor toekomstig voldoende drinkwater zorgen.

 

2.3 Provincie

Omgevingsverordening

De Provincie heeft de Waterwet en het Waterbeleid 21e Eeuw uitgewerkt in de Omgevingsverordening (2018) Zeeland. De verordening bevat de hoofdlijnen van het waterbeleid en bevat de werknormen voor waterberging en afvoer van de regionale watersystemen en sloten. Voor stedelijk gebied geldt de norm dat er maximaal 1 x in de 100 jaar wateroverlast op mag treden. Voor landelijk gebied zoals voor akkerbouwgrond geldt de normen 1x in de 25 jaar.

 

Deltaprogramma Waterbeleid | Provincie Zeeland

Het Deltaprogramma bevat afspraken over o.a. het minder kwetsbaar van bebouwd gebied voor weersextremen.

 

2.4 Waterschap

Waterschapsverordening

In deze verordening staan de regels en besluiten over wat er wel en niet mag rond sloten, wegen en waterkeringen van het waterschap. Waterschapsverordening De waterschapsverordening vervangt de Keur. Het waterschap is beheerder van binnendijkse regionale wateren.

 

Planvorming Wateropgave (PWO).

Voor de PWO’s zijn de knelpunten in het watersysteem onderzocht. Onze gemeente ligt in 3 PWO gebieden, Schenge, Zak van Zuid-Beveland en Maelstede-Dekker.

 

2.5 Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in gemeentelijk beleidsdocumenten zoals het Bestuurprogramma 2022-2026, Duurzaamheidsvisie Borsele (2018), Gemeentelijk groenstructuurplan (GSP), het Gemeentelijk waterplan (GWP) en het gemeentelijk rioleringsplan. (GRP)

 

In het Bestuursprogramma ‘Schakelen met raad en daad’ staan de speerpunten van het college. Dit programma loopt tot 2026. De betaalbaarheid van voorzieningen en de zoetwatervoorziening voor de landbouw en natuur zijn belangrijke punten in dit programma.

 

Het Water en rioleringsprogramma bespreekt het beheer en onderhoud van de rioleringen, waterkwaliteit, waterkwantiteit, inrichting van waterlichamen en ruimtelijke inrichting. Onder de Omgevingswet is het GRP vervangen door een vrijwillig Water en Rioleringsprogramma. (WRP) Omdat het WRP een programma is dit door het college vastgesteld worden.

 

In alle plannen, het GRP, GWP en het GSP, wordt gewerkt aan de klimaatadaptatie om de effecten van de klimaatverandering te beperken

 

Bijlage 4 Beleidsuitgangspunten door wie wanneer

 

 

door wie wanneer

Doel 1

Doelmatige inzameling en transport van afvalwater en voorkomen van overlast en (water)schade

 

1a

normen

 

 

Scheiding afvalwaterstromen vuil en schoon water

Functionele eis

G

planperiode

 

Bij bui 8 maximaal 15 minuten 'water op straat'

Functionele eis

G

planperiode

 

Geen nieuwe aanleg van riolering in het buitengebied (door gemeente)

Functionele eis

G

planperiode

 

Aanleg van drainage bij uitbreidingsplannen en reconstructies

Functionele eis

G

planperiode

 

Riooloverstort mag geen stank of wateroverlast veroorzaken

Functionele eis

G

planperiode

 

Duurzame inkoop (inkoopbeleid)

Functionele eis

G

planperiode

 

Uitgangspunt relinen indien mogelijk, als dit niet doelmatig is dan pas vervangen

Functionele eis

G

planperiode

 

Beheer huisaansluiting tot aan de erfgrens door de particulieren

Functionele eis

G

planperiode

 

Storingen moeten binnen redelijke voorafgestelde termijn opgelost worden

Functionele eis

G

planperiode

 

Geen regen of grondwater op de drukriolering of de vuilwaterriool (Verordening)

Functionele eis

G

planperiode

 

Uitmonding van overstort minimaal 50m. vanuit bebouwing

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: dorpelhoogte nieuwbouw minimaal 30cm boven de weg-as

Maatstaf

G

planperiode

 

Streven: gemiddeld 0,5% afkoppelen per jaar, in 2040 totaal 40% afgekoppeld

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: geen schade aan woningen bij 'water op straat'

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: in 2030 maximaal 10% rioolvreemd water op riool

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: minimaal 6% waterberging in nieuwe plannen

Maatstaf

G

planperiode

 

Uitgangspunt: riool niet relinen als een regenwaterriool aangelegd wordt.

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: Aanleg huisaansluitingen volgens NEN3215/ NPR 3216/ Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL).

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: ontluchting huisaansluitingen minimaal 80mm. volgens NEN3215/ NPR 3216/ BBL

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: ontlastput bij woning volgens NEN215/NPR 3216/ BBL

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: 0% regen- en grondwater op de drukriolering/ Verordening afvoer hemel en grondwater Borsele

Maatstaf

G

planperiode

1b

Onderhoud, afstemmming en samenwerking

 

 

 

 

Beheersgegevens moeten actueel zijn, er moet inzicht zijn in de onderhoudstoestand

Functionele eis

G

planperiode

 

Afstemming plannen met alle stakeholders zoals afdeling wegen, groen, nutsbedrijven

Functionele eis

G

planperiode

 

Afstemming toetsing Waterbelang bij nieuwe ruimtelijke plannen

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Samenwerking moet leiden tot kwaliteitsverbetering

Functionele eis

G

planperiode

 

Samenwerking moet organisatie minder kwetsbaar maken qua bezetting en kennis

Functionele eis

G

planperiode

 

Norm: Riolering minimaal 1 x in de 7 jaar reinigen

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: riolering ouder dan 25 jaar moet geïnspecteerd zijn

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: inspectiegegevens ouder dan 12 jaar actualiseren

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: sloten minimaal 1 x 8 jaar baggeren om wateroverlast te voorkomen

Maatstaf

G/ WS

planperiode

 

Norm: sloten minimaal 1 x per jaar maaien om wateroverlast te voorkomen

Maatstaf

G/ WS

planperiode

 

Norm: aantasting, scheurvorming en deformatie mag niet hoger zijn dan klasse 3

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: kolken minimaal 1 x per jaar reinigen.

Maatstaf

G

planperiode

Doel 2

Schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem

Voorkomen van verontreiniging aan de bron, beperken vervuiling via overstorten

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Herstel van foute rioolaansluitingen (DWA op RWA)

Functionele eis

G

planperiode

 

Onderzoek naar de juiste inslagpeilen gemalen

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Gemalen voorzien van storingsignalering

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Onderzoek naar de kwaliteit opppervlaktewater en waterbodem

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Voorlichting om vervuiling aan de bron te voorkomen

Functionele eis

G/ WS

planperiode

 

Aanpak van de grote vervuilers om de waterkwaliteit te verbeteren

Functionele eis

WS

planperiode

 

Norm: Inslagpeil gemalen onder laagste riool (BOB)

Maatstaf

G/ WS

planperiode

 

Norm: Geen foute aansluitingen (reiniging riool)

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: Water moet voldoen aan KRW normen (chemisch, biologisch en inrichting)

Maatstaf

WS

planperiode

 

Norm: de vervuiling uit een gemengd riool is lager dan 50 kg CZV per hectare/ jaar.

Maatstaf

G/ WS

planperiode

Doel 3

Klimaatbestendig maken (van de openbare ruimte)

Bij extreme neerslag bovengrondse afvoer, inrichting openbare ruimte

Functionele eis

G

planperiode

 

Voorlichting over opslag van water op eigen terrein

Functionele eis

G

planperiode

 

Voorlichting groene klimaatadaptieve tuinen en openbare ruimte

Functionele eis

G

planperiode

 

Openbaar groen bij nieuwe plannen lager dan de weg

Functionele eis

G

planperiode

 

Inkoopbeleid MVI volgens inkoopbeleid VNG paragraaf 4.2

Functionele eis

G

planperiode

 

Norm: Openbare ruimte nieuwe plannen is klimaatbestendig bij bui 10 (35mm neerslag in 45 minuten)

Maatstaf

G

planperiode

 

Streven: weg-as 0.30m onder de dorpelhoogtes woningen bij reconstructies

Maatstaf

G

planperiode

 

Streven: maximaal 30% verharding in tuinen (niet afdwingbaar)

Maatstaf

G

planperiode

 

Streven: openbaar groen minimaal 0,15m onder weg-as hoogte

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm/ streven: gebruik van HVO100 of elektrische machines door aannemers

Maatstaf

G

planperiode

 

Norm: Eigen dienst gebruik van HVO100 of elektrisch materieel

Maatstaf

G

planperiode

Doel 4

Conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik

 

 

Uitbreiden waterberging in de openbare ruimte (water, groen en wadi's)

Functionele eis

G

planperiode

 

Infiltreren van water in de bodem via infiltratie verharding en IT-riool

Functionele eis

G

planperiode

 

Voorlichting over terugdringen drinkwatergebruik

Functionele eis

G

planperiode

 

Verhogen winterpeil waar deze lager is dan het zomerpeil

Functionele eis

W

planperiode

 

Meer afstemmen polderpeil op 90% hoogste polder in een peilgebied en niet op de (10%) laagste.

Functionele eis

W

planperiode

 

Norm/ streven: 50% van water infiltreren in de ondergrond bij uitbreidingen

Maatstaf

G

planperiode

 

Streven: 10% minder watergebruik in 2030 (100-110 liter persoon per dag)

Maatstaf

G

planperiode

 

G = gemeente

WS = waterschap

 

Functionele vereisten beschrijven wat een systeem moet doen, met de nadruk op specifieke acties, gedragingen en interacties.

 

Het WRP heeft de onderstaande doelen:

Doel 1: doelmatige inzameling en transport van afvalwater en voorkomen van overlast en (water)schade

Doel 2: schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem

Doel 3: klimaatbestendig maken van de openbare ruimte

Doel 4: conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik

 

Bijlage 5.1 Overstortlocaties per kern

 

 

Gemeente Borsele in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2024!) | AlleCijfers.nl

Bijlage 5.2 Overzicht gemalen

 

 

Kern

Aanleg

 

Straat

aantal

E vermogen

capac.

pomp

 

 

gemaal

pomp

 

pomp

 

m3/u

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

Baarland

1991

2008

Nieuweweg 34

1

2,4kW

50

Flygt MP3069HT

2

Baarland SO

1990

2018

Landingsweg 53

1

2,6kW

25

Land. DSP22-05BE

3

Borssele

1984

2018

Monsterweg 24

1

2,6 kW

25

Land. DSP22-05BE

4

Borssele

1985

2008

Kaaiweg 24

1

1,7 kW

15

Flygt MP3069HT

5

Borssele

1995

2014

Quistenburg 2

1

2,6kW

25

Land. DSP22-05BE

6

Driewegen

1989

2007

Van Tilburgstraat 8

1

2,4kW

25

Flygt NX3069SH

7

Driewegen

1996

2001

Smitsweg 22a

1

1,5kW

25

Flygt MP3069HT

8

Ellewoutdijk

1990

2016

Commejansstraat 55

1

2,6kW

25

Land. DSP22-05BE

9

Ellewoutdijk

1990

2006

Dijkstraat 4a

1

2,2kW

10

Jung UAK25/2M/4

10

Ellewoutdijk

1990

2014

Hellewoudstraat 3

1

2,6kW

25

DSP22-08BE

11

's-Gravenpolder

1989

2018

Spoorstraat 1a

1

2,6kW

16

Land. DSP22-05BE

12

's-Gravenpolder

1997

1997

Spoorstraat RWA

1

0,75kW

15

RW2005A-4

13

's-Gravenpolder

1997

2017

Spoorstraat 51

1

2,6kW

23

DWP22-10BE

14

's-Gravenpolder

1981

2014

Langeweg 61

2

3,5kW

80

DWP22-22DG

15

's-Gravenpolder

1999

1999

Raadhuisstraat

2

2,2 / 4kW

25 / 60

30DG

16

's-Gravenpolder

1999

2012/1999

Fortrapastraat

2

2,2 / 4kW

26 / 60

30DD

17

's-Gravenpolder

1999

2010/2019

Populierestraat 41

2

2,2kW/2,6kW

25

Flygt NP 3085 MT

18

's-Gravenpolder

2010

2010

Vuurdoornstraat 35

1

0,75kW

14

KSB 601 ND-400

19

's-Gravenpolder

2010

2010

Vuurdoornstraat 35

1

1,5kW

16

Zenit GRI

20

's-H Abtskerk

1988

2022

Ploegstraat 18

1

1,3 kW

50

Flygt NP3085MT

21

's-H Abtskerk

1995

2021

Kloetingseweg 10a

1

1,7

10

Flygt NX3069SH

22

's-H Abtskerk

1996

2017

v.d.Plasschestraat 54

1

2,6kW

25

Land. DSP22-05BE

23

's-Heerenhoek

1988

2021

Deken Tomaslaan 40

1

1,3kW

25

Flygt NS3085MT

24

's-Heerenhoek

1998

2023/24

Molendijk 45c

1

2kW

60

Flygt NP3085MT

25

's-Heerenhoek

1998

2023/24

Molendijk 45c

1

2kW

60

Flygt NP3085MT

26

's-Heerenhoek

1987

2021

Werrilaan 42

1

1,7kW

15

Flygt NX3069SH

27

's-Heerenhoek

1996

1996

Emmastraat 28

1

2,2kW

15

RW2130DDC-V

28

's-Heerenhoek

1998

1998

Blikhoek/D.Holtkamp

1

0,65kW

10

RW2110 DAH

29

's-Heerenhoek

1998

2002

07103 RWA Blikhoek

1

1,5kW

15

RW2120 BBH

 

 

 

 

 

 

 

 

 

30

Heinkenszand

1999

2002

Hoendervogellaan 13

1

2,2kW

45

RW2130DD

31

Heinkenszand

2000

2002

Hoendervogellaan 13

1

2,2kW

45

Auma SA07.5 Matic

32

Heinkenszand

2000

2021

Stationsweg 30

1

2,2kW

45

Landustrie DSP22-05BE

33

Heinkenszand

1985

2018

Noordland 11

1

1,5kW

15

Landustrie DSP22-05BE

34

Heinkenszand

1988

2015

Putterhof 13

2

5,5kW

180

DWP42-30DJ

35

Heinkenszand

2010

2018

tussengemaal/ Dijkje

1

3kW

27

DWP22 10BD

36

Heinkenszand

1976

2022

Slaakweg 10

1

2,2kW

102

Flygt NP3085MT

37

Heinkenszand

1975

2021

Stelleweg 3

2

4kW

35

Land. DSP22-05BE

38

Heinkenszand

2002

2017

Stelleweg 3

2

2,6kW

30

DSP22-08BH

39

Heinkenszand

2002

2023

Danielsweg 12

1

2,4kW

30

Flygt NX3069SH

40

Heinkenszand

2002

2001

WA Schouwersweg 19

1

2,2kW

15

Robot RW2120BD-H

41

Heinkenszand

1997

2023

Clara's Hof 1

1

2,2kW

25

Land. DSP22-05BE

42

Heinkenszand

1997

1997

TG Kruissewegje

1

2,6 kW

30

Land. DSP22-05BE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

43

Hoedekenskerke

1992

1992

Zuiddeeweg 5

1

2,2kW

25

3DSP13-5

44

Kwadendamme

1996

1996

WA Schuttershofstraat

1

0,65kW

10

DWP22-10DA

45

Kwadendamme

2001

2003

Sportweg 4 BBL

1

2,2kW

10

Flygt NP6020HT

 

 

2003

 

pomp 2

1

3,5kW

30

RW2122 DG-V

46

Lewedorp

1994

1994

Banjaardstr.37 RWA

1

2,2kW

10

Land. DWP22-10BB

47

Lewedorp

2005

2007

Scheldestraat 54

1

1,7kW

20

Flygt NX3069SH

48

Lewedorp

2000

2000

Burg. Vermetstraat 17

1

2,6kW

16

Land. DSP22-05BE

49

Lewedorp

2010

2010

Postweg 36c

1

2,2kW

30

Zenit GRI

50

Nisse

2005

1989

Gerbenesseweg

1

2,2kW

25

Flygt NX3069SH

51

Ovezande

1999

1999

B. Andriessenstr.

1

2kW

25

Flygt NP3085MT

52

Ovezande

2003

2010

Bloemenstraat 37

1

2,6kW

25

Land. DSP22-05BE

53

Ovezande

2002

2011

Hoofdstraat 97

1

2,6kW

30

RW2102BE-HB

54

Borssele

2004

 

Wolphaartsweg 3

schui

0,65kW

nvt

Auma SA07.5 Matic

 

Voor details van de instalaties wordt verwerzen naar beheersprogramma XDM (Xylem)

 

Bijlage 5.3 Capaciteit gemalenwaterschap 2026-2030

 

Code WS - GEM

kern rioolgemaal

capaci persleiding

Bob riool

(m NAP)

inslagpeil

[mNAP]

uitslagpeil

[mNAP]

gemeten capaciteit

prognose

m3/u

ZRG4 - 01100

Baarland

106

-2,06

-2,06

-3,12

80

79

ZRG8 - 02100

Borssele

87

-2,12

-2,12

-2,63

57

75

ZRG14 - 03100

Driewegen

34

-0,96

-0,96

-1,31

25

24

ZRG16 - 04100

Ellewoutsdijk

21

-1,94

-1,94

-2,55

13

24

ZRG66 - 05100

s-Gravenpolder

342

-2,15

-2,15

-4,07

259

278

ZRG67 -06100

s-Heer Abtskerke

31

-2,83

-2,83

-2,94

15

22

ZRG70 - 07100

s-Heerenhoek

172

-2,17

-2,17

-2,75

158

168

ZRG100 - 08100

Heinkenszand, Guldenr

759

-3,33

-3,33

-5,17

420

420

ZRG23 - 09100

Hoedekenskerke

53

-2,27

-2,27

-3,40

35

36

ZRG35 - 10100

Kwadendamme

76

-2,06

-2,06

-3,11

49

5

ZRG37 - 11100

Lewedorp, Oostketelaarsweg

158

-2,20

-2,20

-2,77

172

144

ZRG41- 12100

Nieuwdorp

59

-1,58

-1,58

-1,90

48

60

ZRG44 - 13100

Nisse, Zuidweg

82

-2,84

-2,84

-3,68

40

28

ZRG53- 14100

Oudelande

44

-2,72

-2,72

-3,62

26

55

ZRG55 - 15100

Ovezande

283

-2,50

-2,50

-3,63

253

239

Bijlage 5.4 Overzicht aangesloten panden buitengebied

 

kern

straat

huisnummer

aantal

jaar

strengnr

fase

Baarland

Nieuweweg

25, 29, 34, 36

4

1984

 

5

121

Nieuweweg

50

1

2020

 

 

Landingsweg

Scheldeoord

100

1989

C

5

Kerkepolderweg

1,3,5

3

2005

 

6

Bakendorpseweg

4,6,8,9,11,13,15,17,21

9

2005

 

6

Industrieweg

1, 2

2

2005

 

6

Stuyvezandseweg

2, 2a

2

2002

 

6

 

Borssele

Weelweg

20

1

1995

O2

5

24

Weelhoekweg

10

1

1995

O2

5

Zeedijk

30, 32, 34

3

1995

O2

5

Kaaiweg + bedrijfsgebouw

24, 47

2

1985

O3

2

Monsterweg

55,57, 64, 66

4

1985

O3

2

Catelijneweg

23,32,34

3

2005

 

6

Hollepoldersedijk

12,14,16,18

4

2005

 

6

Kaaiweg + bedrijfsgebouw

11,11x, 13,20,22

5

2005

 

6

Monsterweg

60

1

2005

 

6

 

Driewegen

Platteweg

2,4,13,15,17,27,29,

 

2005

 

6

70

 

31,33,35

10

1984

U

3/1

 

33a

1

1994

U

5

Wolfhoekseweg

1

1

1984

U

3

Schoondijksedijk

1,2,3,5,6,7,8,9,10,11,

 

 

 

 

 

12,13,14,15,17,19,21,

 

 

 

 

 

23,27,29,33,37,39,41,

 

 

 

 

 

43,45,47,49

28

1984

V

3

Schoondijksedijk, Ruigendijk

51 12

2

2003

 

6

Baandijk

1,3,5

3

1984

V

3

Paulushoekseweg

1,2,3,4,5,6,8,10,12,

 

 

 

 

 

14,16

11

1984

W

3

Hooglandsedijk

1

1

1984

X

3

Coudorpseweg

26,28,28a,30,32,34,

 

 

 

 

 

36,38,40

9

1984

X

3

Korteweg

8,19,21,23

4

1984

U

3

 

Ellewoutsdijk

Grindweg

1,2,6

3

2005

 

6

3

 

 

 

 

 

 

 

's-Gravenpolder

Driewegje

1,3,5

3

2005

 

6

20

Palmboomseweg

1,3

2

2005

 

6

Vleugeldijk

2,4,6,8

4

2005

 

6

Schoorkenszandweg

29

1

2005

 

6

Rondepolderdijk

2

1

2005

 

6

Kadam

21

1

1984

O

3

Lenshoekdijk

3,4,5,6,9,11

6

1984

O

3

Lenshoekdijk

15,17

2

2005

 

6

 

's-Heer Abtskerke

Sinoutkerke

2,4,6,8,10

5

1983

H1

1

18

Deeweg

1,2,2a,4

4

1983

H1

1

Sinoutkerksezandweg +

1,1a,2,3,4,

4

1983

H1/H2

1

bedrijfsgebouw

3 en 4

2

1983

H1/H2

1

Gerbenesseweg

25,28

2

1983

H2

1

Deeweg

1

1

1993

H1

5

 

's-Heerenhoek

Heinkenszandseweg

1,2,3,5,10,17,19,19a,

 

 

 

 

109

 

20,22,22a,23,27,29,

 

 

 

 

 

31,35,37

18

1983

A

1

Molendijk+

49,51,66,68,70,72,74,

 

 

 

 

 

76,78,80,82

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

82

12

1983

A

1

Molendijk

86,88

2

2005

 

6

Nassauweg

1,5,6,8,9,12,13,14,15,

 

 

 

 

 

16,18,19,21,23,25,26,

 

 

 

 

 

27,32

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

29

20

1983

B1/B2

1

Nassauweg

2,4

2

2005

 

6

Werrilaan+

48,50,52,56,58,60,61,

 

 

 

 

 

65,67,71,73,75,77

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

65

14

1983

B2

1

s-Heerenhoeksedijk+

1,3,5,18,20,22,26,28,

 

 

 

 

 

30,32,34,38,40,42,44,

 

 

 

 

 

48

16

1983

C

1

Bedrijvengebouw

30

17

1983

C

1

Lange Noordweg

2,3,3a,4,5,7,9,11

8

1983

C

1

 

Heinkenszand

Noordhoekweg

1,2

2

1984

P1

3

106

Noordlandseweg

21

1

1993

Q1

5

Baarsdorpweg

1,2,3,4,4a,5

6

1984

P1

3

Westhofsezandweg+

1,2,3,5,7

 

 

 

 

Berijvengebouw

7

6

1984

P2

3

Oude Hoeveweg

2,6,8

3

1984

P1

3

Slaakweg

15,26

2

1984

Q

3

Westdijk+

1,2,3,4, 5, 6,8,10,12,14,

 

 

 

 

 

18

 

 

 

 

Berijvengebouw

3

12

1984

Q

3

Heinkenszandseweg

39,41,43,45,46,47,48,

 

 

 

 

 

49,50,51,52,53,54,56,

 

 

 

 

 

58,60,62,64,64a,66,

 

 

 

 

 

68,70,72,74

26

1984

B1/R2/R3

3

Oudelandseweg

3,5,7,8,9,10,11,13,14,

 

 

 

 

 

16,18,22,24

13

1984

R1

3

Korteviele

1,3,5

3

1984

R1

3

Spoorwegje

1,2,3

3

1984

R1

3

Oude zanddijk

2,4,6

3

1984

R3

3

Oudekamerseweg

1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,

 

 

 

 

 

12,14,16,18

14

1984

S1/S2

3

Dorpsstraat

102a,102b,102c

3

1984

T

3

Oude kamerseweg

4a

1

1995

S2

5

Oudelandseweg

5a

1

1995

R1

5

't Dijkje

1, 2, 5

3

1997

 

5

Noordlandseweg

2, 4

2

1997

 

5

Boerendijk

2

1

1997

 

5

Oudekamerseweg

1x schuur

1

2005

 

7

 

Hoedekenskerke

Molenstraat

13,15,17,44,46,46a,

 

1985

Z

4

54

 

46b,48,50,52,54,56,

 

 

 

 

 

56a,58

 

 

 

 

Kantine voetbal

x

15

1985

Z

4

Elsingswegeling

1,2,4,6

4

1985

Z

4

Kerkstraat

32a,34,36,38

4

1985

Y

4

Steigerweg

1,2,3,4,6,8

6

1984

Y

3

Boeiertweg

1,2,3,4,6,8,10

7

1984

Y

3

Veerweg

2,3,4,6,8,10

6

1984

Y

3

Havenweg

40

1

1984

Y

3

's-Gravenpoldersestraat

23,25,34,36,38

5

2005

 

6

Vrouwenweg

1,3,5,7

4

2005

 

6

Vrielingweg

1,2

2

2005

 

6

 

Kwadendamme

Quistkotsedijk

2,4,6, 6a, 8,10,12

7

2001

A1

5

74

Siguitsedijk Sportweg

25,27,29,31,32,33,

6

2001

A1

5

Fransjesweg

1,3,5

3

2001

A1

5

Siguitsedijk

17,19, 21, 23

4

2001

A1

5

Stelsedijk

2

2

2001

AA4

5

Siguitsedijk

1,3,5,7,9,11

6

1985

AA2

4

Langeweegje

2,2a,4,5,6,9,10,10a,

 

 

 

 

 

11,12,13,14,16,17,18,

 

 

 

 

 

25a,31,33,37,39,43,

 

 

 

 

 

45,47,49,51,53

27

1985

AA1/AA2

4

Langeweegje

20,22,24,55

4

2005

 

6

Kruisweg

1

1

2006

 

7

Vreelandsedijk

1,2,6,7,8,9,11,12,13,

 

 

 

 

 

14,15,17

12

1985

AA3

4

Schellepad

1,3

2

1985

AA3

4

 

Lewedorp

Noord-Kraayertsedijk

3,5,7,9

4

1984

J1

2

103

Oost-Ketelaar

1,3

2

1984

I

2

Maalweg

1,2a,3,5,9

5

1984

K4/I

2

Oude Veerweg

2,4,5,6,8,12a

6

1984

J1

2

Staalsweg

1,3,5

3

1984

K1

2

Oude Zandweg

1,3,4,5,6,7,9,11,13,

 

 

 

 

 

15,17,19,21,21a,23, 25

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

21

17

1984

K1

2

Nieuwe-Kraayertsedijk

12,14,16,18,18a,2,22,

 

 

 

 

 

24,26,31

10

1984

I

2

Postweg

2,4,,5,6,7,9,10,12,13,

 

 

 

 

 

14,16,18,20,22,24,26,

 

 

 

 

 

35,37,39

19

1984

K2/K4/J1/J2

2

Korenweg

1,3,3a,5,5a,7,9,11,13,

 

 

 

 

 

15,18,20,22,24,29,28,

 

 

 

 

 

30,32,34

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

22

20

1984

L/M1

2

Vlaamseweg

1,3,4,6

4

1984

K2

3

Graszode

2,3,4,5,6,7,8,9,10,12

10

1984

K1

2

Toldijk

5,6

2

1984

J2

2

Brg Lewestraat

33

1

2005

 

7

 

Nieuwdorp

Kasteelweg

1,2,3,4,6

5

1984

M2

2

56

Stoofweg

1,2,3,4,5,5a,6,7,8,10,

 

 

 

 

 

12,14,16,16a,18

15

1984

N2/M2

2

Schippersweg

1,2,4,6,6a,8,10,12,14,

 

 

 

 

 

16,18,20,24,26,28,30

 

 

 

 

 

32

17

1985

N1/N2

2

Knaphof

1,4,5,6,8

5

1984

N1

2

Coudorpseweg

16,18,20,22

5

1984

X

2

Gebouw WMZ

x

 

 

 

 

Lewedijk

17,19,21,23,25,27,29, 31

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

31

9

1984

M2

2

 

Nisse

Paul Krugerstraat

1,1a,2,4,6,8,10,12,14,

 

 

 

 

37

 

16,22,24,26,28,30,32,

 

 

 

 

 

34

17

1985

AC

4

Dorpsplein

45

1

1985

AC

4

Zwaakweg

2,4

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

4

3

1985

AB

4

Zuidweg

4,6,8,10,12,14,21,23,

 

 

 

 

 

27,29,31,33

 

 

 

 

Bedrijvengebouw

23

13

1985

AB

4

Drieweg

5,7,9

3

1994

AB

5

 

Oudelande

Stationsweg

8,17,19

3

2005

 

6

20

Dierikweg

2,4,5,6

4

2005

 

6

Everingse Binnendijk

7,9,11

3

2005

 

6

Everingseweg

14

1

2005

 

6

Ovezandseweg

2c,3,3a,3b,3c,4,5,6,6a

9

2005

 

6

 

Ovezande

Plataanweg

10,12,14,19,21,23,25

 

 

 

 

64

 

27,29,31

10

1984

D

1

Landweg

1,1a,2,3,4,

5

1984

D

1

Molenweg

1,2,3

3

1984

E

1

Oude noordweg

1,1a,2,3,4,5

6

1984

E

1

Groenedijk

1,3,4,5,6,7,8,10,12,14,

 

 

 

 

 

16,18,20,22,47,49,51

 

 

 

 

 

53,55,57,59,61

22

1984

E

1

Vrouwenpolderseweg

2,3,5,5a,6

5

1984

F

1

Hoofdstraat

2,3a,4,5,6,7,8,10,12,

 

 

 

 

 

14

10

1983

G

1

Nieuwstraat

20, 19 (tennis voetbal)

2

2010

 

8

Ovezandseweg

10

1

2010

 

8

TOTAAL

879

 

 

Vakantieparken

 

Baarland

Scheldeoord

aangesloten op WS gemaal in de Nieuweweg

Heinkenszand

Stelleplas

aangesloten op riolering in Clara's Pad Heinkenszand

Bijlage 5.5 niet aangesloten panden

 

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Baarland

1

Burg. Vogelaarstraat

15

Borssele

54

Jurjaneweg

8

2

Burg. Vogelaarstraat

17

55

Jurjaneweg

9

3

Burg. Vogelaarstraat

28

56

Jurjaneweg

16

4

Burg. Vogelaarstraat

30

57

Jurjaneweg

21

5

Delischeweg

1

58

Jurjaneweg

27

6

Delischeweg

4

59

Kaaiweg

3

schuur

7

Hellenburgstraat

2

60

Kaaiweg

9

8

Hellenburgstraat

25

61

Kaaiweg

10

9

Hellenburgstraat

27

62

Kaaiweg

12

10

Hellenburgstraat

28

63

Kaaiweg

16

11

Herverkavelingsweg

1

64

Kaaiweg

18

12

Herverkavelingsweg

3

65

Kaaiweg

18a+b

schuur molen

13

Herverkavelingsweg

5

66

Korte Noordweg

1

14

Herverkavelingsweg

7

67

Korte Noordweg

1a

Kerkpolderweg

7

68

Korte Noordweg

2

15

Langepolderweg

2

69

Korte Noordweg

3

16

Langepolderweg

4

70

Korte Noordweg

4

17

Nieuweweg

46

71

Korte Noordweg

5

18

Nieuweweg

47

72

Korte Noordweg

7

19

Oude Polderdijk

1

73

Korte Noordweg

8

20

Oude Polderdijk

2

74

Korte Zuidweg

4

21

Oude Polderdijk

2a

75

Korte Zuidweg

5

22

Oude Polderdijk

3

76

23

Oude Polderdijk

5

77

Korte Zuidweg

8

24

Striepseweg

1

schuur

78

Korte Zuidweg

10

25

Striepseweg

2

79

Korte Zuidweg

12

26

Striepseweg

4

80

Korte Zuidweg

14

27

Stuyvesantseweg

4

81

Korte Zuidweg

20

28

Stuyvesantseweg

6

82

Korte Zuidweg

30

29

Waardweg

3

83

Lange Zuidweg

3

30

Westdorpseweg

1

84

Lange Zuidweg

4

31

Westdorpseweg

2

85

Lange Zuidweg

5

32

Westdorpseweg

3

86

Lange Zuidweg

6

33

Westdorpseweg

4

87

Monsterweg

66

34

Westdorpseweg

5

88

Monsterweg

95

35

Zuiddijk

1

89

Monsterweg

97

36

Zuiddijk

3

90

Monsterweg

136

37

Zuiddijk

5

91

Monsterweg

137

38

Zuidpolderdijk

1

92

Monsterweg

138

39

Zuidpolderdijk

2

93

Monsterweg

150

40

Zuidpolderdijk

3

94

Ossenweg

5

41

Zuidpolderdijk

4

95

Ossenweg

6

42

Zuidpolderdijk

6

96

Westeindsedijk

2

Borssele

43

Catalijneweg

43

97

Westeindsedijk

3

44

Catalijneweg

45

98

Westeindsedijk

4

45

Catalijneweg

47

99

Westeindsedijk

9

46

Hollepoldersedijk

3

100

Wolphaartsweg

7

47

Hollepoldersedijk

4

101

Wolphaartsweg

9

48

Hollepoldersedijk

5

102

Wolphaartsweg

40

49

Hollepoldersedijk

7

KW

103

Zeedijk

4

50

Hollepoldersedijk

8

104

Zeedijk

16

51

Hollepoldersedijk

9

105

Zeedijk

18

52

Jurjaneweg

4

106

Zeedijk

20a

53

Jurjaneweg

5

107

Zeedijk

22

KW gem Bors

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Driewegen

108

Coudorpseweg

5

s-Gravenpolder

162

Goesestraatweg

41

109

Coudorpseweg

7

163

Goesestraatweg

41a

110

Groenedijk

2

164

Goesestraatweg

43

111

Groenedijk

2a

165

Goesestraatweg

44

112

Kamerpolderdijk

5

166

Goesestraatweg

45

113

Kortedijk

1

167

Goesestraatweg

47

114

Oosthoekseweg

1

plantencentrum

168

Goesestraatweg

47a

115

Oosthoekseweg

2

169

Goesestraatweg

49

116

Rondepolderdijk

1

IBA3

170

Goesestraatweg

51

117

Ruigendijk

2

171

Goesestraatweg

53

118

Ruigendijk

4

172

Groeweg

5

119

Ruigendijk

6

173

Groeweg

7

120

Ruigendijk

8

174

Groeweg

9

121

Ruigendijk

8a

175

Heer Geertspolderweg

5

122

Ruigendijk

10

176

Heer Jansdijk

1

123

Schoondijksedijk

14a

177

Heer Jansdijk

3

124

Schoondijksedijk

16

178

Kloetingseweg

19

125

Schoondijksedijk

53

KW

179

Kloetingseweg

21

landbouwschuur

126

Staartsedijk

1

KW

180

Kloetingseweg

22

127

Trenteweg

2

181

Kloetingseweg

23

128

Trenteweg

3

182

Kloetingseweg

24

129

Trenteweg

5

183

Koedijk

1

130

Van Tilburghstraat

45

184

Nw. Hoondertsedijk

1

131

Van Tilburghstraat

47

185

Nw. Hoondertsedijk

2

132

Weltevredendijk

1

186

Nw. Hoondertsedijk

4

133

Weltevredendijk

2

187

Nw. Hoondertsedijk

6

134

Weltevredendijk

3

188

Nw. Hoondertsedijk

6a

135

Weltevredendijk

5

KW

189

Nw. Hoondertsedijk

8

136

Wolfhoekseweg

4

190

Oude Hoondertsedijk

1

Ellewoutsdijk

137

Grindweg

1

191

Pietersweg

1

138

Grindweg

3

192

Schoorkenszandweg

25a

139

Grindweg

5

193

Schoorkenszandweg

27

140

Hellewoutstraat

9

gemaal

194

Weeldijk

1

141

Hooglandsedijk

2

195

Weeldijk

2

KW

142

Hooglandsedijk

2a

196

Zaaidijk

1

143

Hooglandsedijk

4

197

Zaaidijk

3

144

Koekoekweg

1

198

Zaaidijk

3a

145

Koekoekweg

2

199

Zaaidijk

5

146

Koekoekweg

3

147

Koekoekweg

4

148

Koekoekweg

5

149

Koekoekweg

6

150

Koekoekweg

7

151

Loireweg

1

152

Papotweg

1

153

Trenteweg

1

154

Trenteweg

3

155

Trenteweg

4

156

Vissersdijk

1

KW

157

Vissersdijk

1a

KW

158

Zwinweg

1

159

Zwinweg

3

160

Zwinweg

12a

161

Zwinweg

14

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

s-Heer Abtskerke

200

Baarsdorpseweg

1

s-Heerenhoek

226

Beeldhoeveweg

2

201

Bergweg

2

KW

227

Beeldhoeveweg

3

202

Bimmelsweg

1

228

Beeldhoeveweg

4

203

Bimmelsweg

3

229

Beeldhoeveweg

5

204

Bosseweg

1

230

Beeldhoeveweg

6

205

Bosseweg

2

231

Beeldhoeveweg

6a

206

Grotedijk

1

KW

232

Beeldhoeveweg

7

207

Grotedijk

2

233

Beeldhoeveweg

8

KW

208

Kloetingseweg

15

234

Beeldhoeveweg

9

209

Noordhoekweg

1a

235

Beeldhoeveweg

10

KW

210

Noordhoekweg

3

236

Beeldhoeveweg

12

211

Noordweg

1

KW

237

Berendijk

3

212

Noordweg

2

KW

238

Borsselsedijk

44

213

Noordweg

3

KW

239

Borsselsedijk

47

214

Noordweg

5

KW

240

Borsselsedijk

48

215

Polderweg

27

241

Borsselsedijk

50

216

Polderweg

27a

242

Borsselsedijk

51

217

Polderweg

29

243

Borsselsedijk

52

218

Polderweg

30

244

Borsselsedijk

54

219

Polderweg

32

245

Borsselsedijk

56

220

Zuidweg

22

246

Driedijk

5

221

Zuidweg

24

247

s-Heerenhoeksedijk

14

222

Zuidweg

26

248

Heinkenszandseweg

34

223

Zuidweg

28

249

Heinkenszandseweg

36

224

Zuidweg

30

250

Heinkenszandseweg

40

225

Zuidweg

37

251

Jurjaneweg

31

252

Jurjaneweg

31a

253

Jurjaneweg

35

254

Kraaiertsedijk

2

255

Maalweg

6

256

Stoofweg

13

257

Stoofweg

15

258

Stoofweg

17

259

Stoofweg

22

260

Stoofweg

24

261

Vleugelhofweg

1

262

Vleugelhofweg

2a

263

Vleugelhofweg

2

264

Vleugelhofweg

3

265

Vroonhoek

1

266

Vroonhoek

2

267

Westlangeweg

1

268

Westlangeweg

2

269

Westlangeweg

3

270

Westlangeweg

4

KW

271

Westlangeweg

5

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Heinkenszand

272

Barbesteinweg

7

Heinkenszand

322

Slake

13

273

Barbesteinweg

9

323

Stelleweg

2

274

Barbesteinweg

19

324

Stelleweg

4

275

Boerendijk

1

325

Stelleweg

6

276

Boerendijk

3

326

Vlaandertsedijk

1

277

Boerendijk

4

327

Vlaandertsedijk

1a

278

Boerendijk

5

328

Vlaandertsedijk

2

279

Boerendijk

7

329

Vlaandertsedijk

3

280

Boomdijk

1

330

Vlaandertsedijk

3a

281

Boomdijk

2

331

Vlaandertsedijk

4

282

Boomdijk

4

332

Vlaandertsedijk

5

283

Heinkenszandseweg

42

333

Vlaandertsedijk

6

284

Heinkenszandseweg

44

334

Vlaandertseweg

1

285

Kousendijk

1

335

Vlaandertseweg

3

286

Meerkotsedijk

1

336

Vroonhoek

3

287

Meerkotsedijk

3

337

Westerguitedijk

1

288

Nieuw kamersdijk

1

338

Westerguitedijk

2

289

Nieuw kamerseweg

1

339

Zuiderlandseweg

1

290

Nieuw kamerseweg

3

340

Zuiderlandseweg

2

291

Nieuwlandsedijk

1

341

Zuiderlandseweg

3

292

Nieuwlandsedijk

2

342

Zuiderlandseweg

5

293

Nissezandweg

1

343

Zuiderlandseweg

7

294

Nissezandweg

2

344

Zuidzaksedijk

2

295

Noordlandseweg

6

296

Noordlandseweg

8

297

Oude Zanddijk

1

298

Oude Zanddijk

3

299

Oude Zanddijk

5

300

Oude Zanddijk

7

301

Oude Zanddijk

8

302

Oude Zanddijk

9

303

Oude Zanddijk

10

304

Oude Zanddijk

11

Hoedekenskerke

345

Havenstraat

29

305

Oude Zanddijk

12

346

Havenstraat

35

GEMAAL

306

Oude Zanddijk

14

347

Haverhoekseweg

2

307

Oude Zanddijk

16

348

Haverhoekseweg

4

308

Oude Zanddijk

18

349

Moertjesdijk

1

309

Oude Zanddijk

20

350

Moertjesdijk

2

310

Oudekamersedijk

2

351

Moertjesdijk

4

KW

311

Oudekamerseweg

20

352

Moertjesdijk

8

312

Oudekamerseweg

22

353

Molenstraat

19

313

Oudekamerseweg

24

354

Molenstraat

58a

314

Oudelandseweg

1

355

Molenstraat

60

315

Oudelandseweg

4

356

s-Gravenpoldersestraat

27

316

Oudelandseweg

6

357

s-Gravenpoldersestraat

27a

317

Plattendijk

5

358

s-Gravenpoldersestraat

29

318

Plattendijk

7

359

s-Gravenpoldersestraat

31

319

Plattendijk

8

360

Waanweg

2

320

Plattendijk

10

361

Waardweg

1

321

Slake

11

362

Zuiddeeweg

9

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Kwadendamme

363

Stelsedijk

2

364

Baarlandsezandweg

11

365

Baarlandsezandweg

12

366

Baarlandsezandweg

29

s-Gravenpoldersestraat zie Hoedekenskerke

367

Baarlandstelleweg

1

368

Baarlandstelleweg

2

369

Baarlandstelleweg

3

370

Baarlandstelleweg

4

371

Baarlandstelleweg

5

372

Fransjesweg

2

373

Fransjesweg

4

374

Fransjesweg

7

375

Fransjesweg

9

376

Fransjesweg

11

377

Groenewegje

3

KW

378

Grote Reinoutsedijk

2

379

Kaneelpolderdijk

1

380

Kaneelpolderdijk

4

381

Kaneelpolderdijk

6

382

Kaneelpolderdijk

8

383

Langeweegje

8

384

Oude Hoondertsedijk

3

KW

385

Siguitsedijk

15

386

Slabbekoornsedijk

2

387

Slabbekoornsedijk

3

388

Slabbekoornsedijk

4

389

Slabbekoornsedijk

6

390

Slabbekoornsedijk

8

391

Slabbekoornseweg

1

392

Stelsedijk

1

393

Stelsedijk

3

394

Stelsedijk

4

395

Stelsedijk

5

396

Vreelandseweg

1

397

Vreelandseweg

2

398

Zwaaksedijk

1

399

Zwaaksedijk

2

KW

400

Zwaaksedijk

3

401

Zwaaksedijk

4

KW

402

Zwaaksedijk

5

KW

403

Zwaaksedijk

6

KW

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Lewedorp

404

Dekkersweg

1

Lewedorp

453

Quarlespolderweg

4

405

Dekkersweg

2

454

Quarlespolderweg

5

406

Dekkersweg

3

455

Quarlespolderweg

6

407

Dekkersweg

4

456

Quarlespolderweg

7

408

Dekkersweg

5

457

Quarlespolderweg

8

409

Dekkersweg

6

VST

458

Quarlespolderweg

8a

410

Dekkersweg

8

459

Quarlespolderweg

9

411

Jonker Fransweg.

1

460

Quarlespolderweg

10

412

Jonker Fransweg.

2

461

Quarlespolderweg

11

413

Kasteelweg

7

462

Quarlespolderweg

12

414

Kasteelweg

30

463

Quarlespolderweg

13

415

Lewedijk

2

464

Quarlespolderweg

14

416

Lewedijk

35

465

Roverweg

1

417

Lewedijk

37

466

Roverweg

2

418

Lewedijk

37a

467

Veldzichtweg

1

419

Lewedijk

39

468

Veldzichtweg

2

420

Lewedijk

41

469

Veldzichtweg

4

421

Lewedijk

43

470

Vlaamseweg

6a

422

Lewedijk

45

471

Vlaamseweg

8

423

Maalweg

2

424

Maalweg

2B

425

Maalweg

4

426

Maalweg

7

427

Maalweg

11

428

Maalweg

13

429

Maalweg

15

430

Maalweg

17

431

Maalweg

19

432

Maalweg

21

433

Nieuwe Kraaijertsedijk

28

434

Nieuwe Kraaijertsedijk

33

435

Noord Kraaijertsedijk

8

436

Noord Kraaijertsedijk

10

437

Oostketelaarweg

3

438

Oude Kraaijertsedijk

1

439

Oude Kraaijertsedijk

8

440

Oude Kraaijertsedijk

10

441

Oude Kraaijertsedijk

12

442

Oude Kraaijertsedijk

14

443

Oude Kraaijertsedijk

16

444

Oude Kraaijertsedijk

18

445

Oude Kraaijertsedijk

20

446

Oude Kraaijertsedijk

22

447

Oude Veerweg

7

448

Oude Veerweg

9

449

Oude Veerweg

14

450

Quarlespolderweg

1

451

Quarlespolderweg

2

452

Quarlespolderweg

3

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Nieuwdorp

471

Akkerweg

1/3

Nisse

495

Ambachtsherendijk

2

472

Akkerweg

5

NAM gas

496

Brilletjesdijk

1

KW

473

Dekkersweg

7

497

Brilletjesdijk

3

KW

474

Dekkersweg

10

498

Drieweg

2

475

Dekkersweg

12

499

Drieweg

11

476

Halsweg

1

500

Gerbernesseweg

19

477

Halsweg

2

501

Gerbernesseweg

19a

478

Halsweg

3

502

Gerbernesseweg

21

479

Halsweg

4

503

Gerbernesseweg

21a

480

Halsweg

6

504

Gerbernesseweg

23

481

Hertenweg

1

505

Gerbernesseweg

26

482

Hertenweg

3

506

Kruiningenpolderweg

1

483

Hertenweg

5

507

Kruiningenpolderweg

2

484

Lewedijk

2

508

Kruiningenpolderweg

2a

485

Lewedijk

33

509

Kruiningenpolderweg

3

486

Molendijk

55

510

Kruiningenpolderweg

4

487

Schenkeldijk

1

511

Kruiningenpolderweg

6

488

Sloeweg

2

512

Kruiningenpolderweg

8

489

Sluisweg

1

513

Lageweg

4

KW

490

Sluisweg

3

514

Lageweg

6

491

Sluisweg

5

515

Lageweg

8

492

Stoofweg

11

516

Lageweg

10

493

Stoofweg

20

517

Nissestelle

1

Vlissingen Oost v

494

Vleugelhofweg

4

518

Nissestelle

2

519

Nissestelle

3

520

Nissestelle

4

521

Nissestelle

6

522

Nissestelleweg

5

523

Nissestelleweg

7

524

Nissestelleweg

20

525

Nissestelleweg

22

526

Nissestelleweg

24

527

Notenboomdijk

1

KW

528

Notenboomdijk

3

KW

529

Notenboomdijk

5

KW

530

Paul Krugerstraat

1a

531

Paul Krugerstraat

3

532

Paul Krugerstraat

36

533

Paul Krugerstraat

38

534

Rondepolderdijk

1

535

Zuidweg

16

KW

536

Zuidweg

18

537

Zuidweg

20

KW

538

Zuidweg

20a

schuur

539

Zuidweg

33a

schuur

540

Zwaaksedijk

3

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Oudelande

541

Dierikweg

8

590

Stormpolderdijk

1a

542

Everingse Binnendijk

1

591

Tolhoekweg

1

543

Everingse Binnendijk

2

592

Tolhoekweg

2

544

Everingse Binnendijk

3

593

Tolhoekweg

3

545

Everingse Binnendijk

4

594

Tolhoekweg

4

546

Everingse Binnendijk

5

595

Tolhoekweg

5

547

Everingse Binnendijk

6

596

Tolhoekweg

6

548

Everingse Binnendijk

8

597

Tolhoekweg

8

549

Iseweg

2

598

Vijfzoodijk

1

550

Iseweg

4

599

Vijfzoodijk

1b

551

Kamerpolderweg

1

600

Vijfzoodijk

3

552

Kamerpolderweg

3

601

Zakdijk

1

553

Kamerpolderweg

5

602

Zwemerdam

1

554

Kamerpolderweg

8

603

Zwemerdam

3

555

Kamerpolderweg

10

604

Zwint 't

1

556

Kruipuitsedijk

1

605

Zwinweg

2

557

Kruipuitsedijk

2

606

Zwinweg

4

558

Kruipuitsedijk

3

607

Zwinweg

4a

559

Kruipuitsedijk

4

608

Zwinweg

6

560

Kruipuitsedijk

5

609

Zwinweg

6a

561

Kruipuitsedijk

6

610

Zwinweg

8

562

Kruipuitsedijk

7

611

Zwinweg

10

563

Kruipuitsedijk

8

612

Zwinweg

12

564

Kruipuitsedijk

9

565

Kruipuitsedijk

10

566

Kruipuitsedijk

12

567

Kruipuitsedijk

14

568

Magerehoekseweg

2

569

Magerehoekseweg

4

570

Magerehoekseweg

6

571

Molenpolderdijk

1

571

Noordpolderdijk

1

572

Noordpolderdijk

3

573

Oudelandsedijk

2

574

Oudelandsepolderdijk

1

575

Oudelandsepolderdijk

2

576

Oudelandsepolderdijk

3

577

Oudelandsepolderdijk

4

578

Oudelandsepolderdijk

5

579

Oudelandsepolderdijk

7

580

Oudelandsepolderdijk

9

581

Ovezandseweg

7

582

Ovezandseweg

8

583

Ovezandseweg

9

584

Ovezandseweg

11

585

Ovezandseweg

13

586

Plataanweg

12

587

Quistkostsedijk

1

588

Quistkostsedijk

3

589

Stormpolderdijk

1

kern

nr

adres

nr

opm.

kern

nr

adres

nr

opm.

Ovezande

613

Baandijk

2

Ovezande

661

Nissestelle

12

614

Baandijk

4

662

Nissestelle

14

615

Baandijk

6

663

Nissestelleweg

16

616

Baandijk

8

664

Nissestelleweg

18

617

Baandijk

10

665

Noldijk

2

618

Baandijk

11

666

Noldijk

4

619

Baandijk

11a

667

Noldijk

5

620

Baandijk

12

668

Noldijk

6

621

Baandijk

13

669

Noldijk

7

622

Berendijk

1

670

Noldijk

10

623

Berendijk

2

671

Noldijk

11

624

Blazekop

1

672

Oud Ovezandseweg

7

625

Blazekop

2

673

Oud Ovezandseweg

30

626

Blazekop

4

674

Ovezandseweg

15

627

Blazekop

5

675

Rietveldweg

2

628

Calagneweg

1

676

Rietveldweg

4

629

Calagneweg

2

677

s-Heerenhoeksedijk

13

630

Calagneweg

3

678

s-Heerenhoeksedijk

15

631

Hollestelleweg

1

679

s-Heerenhoeksedijk

19

632

Hollestelleweg

1a

680

s-Heerenhoeksedijk

21

633

Hollestelleweg

2

681

s-Heerenhoeksedijk

27

634

Hollestelleweg

3

682

s-Heerenhoeksedijk

29

635

Hollestelleweg

5

683

s-Heerenhoeksedijk

54

636

Hollestelleweg

6

684

s-Heerenhoeksedijk

56

637

Hollestelleweg

7

685

Slake

15

638

Hollestelleweg

8

686

Slake

17

639

Hollestelleweg

9

687

Slake

19

640

Hollestelleweg

9a

688

Vrouwepolderseweg

1

641

Hollestelleweg

10

642

Hollestelleweg

11

643

Hollestelleweg

12

circa

644

Hollestelleweg

13

640

woningen e.d.

645

Hollestelleweg

14

48

schuren e.d.

646

Hoofdstraat

3

647

Kolaardsweg

1

648

Kraaijertsedijk

1

649

Kraaijertsedijk

3

650

Kraaijertsedijk

12

651

Looyveweg

2

652

Looyveweg

3

653

Looyveweg

4

654

Louisepolderweg

1

655

Louisepolderweg

3

656

Molenweg

4

657

Molenweg

5

658

Nieuwstraat

1

659

Nissestelle

8

660

Nissestelle

10

 

Ontheffing zorgplicht is onder de Omgevingswet niet meer van toepassing. De gemeente heeft meer beleidsvrijheid voor aanleg riolering.

 

North Sea Port : eigen riolering geen rioolheffing

Bijlage 5.6 voorzieningen voor behandeling van huishoudelijk afvalwater

 

nummer code

straat

nummer kern

type

gebied

1 01IBA01

Hellenburgstraat

28 Baarland

IBA3A

NK

2 01IBA02

Burg Vogelaarstraat

15 Baarland

IBA2

NK

3 01IBA03

Stuyvesantseweg

4 Baarland

IBA2

NK

4 01IBA04

Nieuweweg

47 Baarland

IBA2

NK

5 01IBA05

Herverkavelingsweg

3 Baarland

IBA2

NK

6 01IBA06

Industrieweg

8 Baarland

IBA3A

NK

7 01IBA07

Westdorpseweg

3 Baarland

IBA2

NK

8 01IBA08

Hellenburgstraat

2 Baarland

IBA2

NK

9 01IBA09

Zuidpolderdijk

2&4 Baarland

IBA2

NK

10 02IBA01

Kaaiweg

12 Borssele

IBA2

NK

11 02IBA02

Kaaiweg

10 Borssele

IBA2

NK

12 02IBA03

Lange Zuidweg

5 Borssele

IBA2

NK

13 02IBA04

Kaaiweg

9 Borssele

IBA3

NK

14 02IBA05

Catalijneweg

43 Borssele

IBA2

NK

15 02IBA06

Catalijneweg

45 Borssele

IBA2

NK

16 02IBA07

Monsterweg

137 Borssele

IBA2

NK

17 02IBA08

Korte Zuidweg

5 Borssele

IBA3A

NK

18 02IBA09

Korte Zuidweg

20 Borssele

IBA2

NK

19 02IBA10

Ossenweg

5 Borssele

IBA2

NK

20 02IBA11

Monsterweg

95 Borssele

IBA2

NK

21 02IBA12

Monsterweg

97 Borssele

IBA2

NK

22 02IBA13

Lange Zuidweg

6 Borssele

IBA2

NK

23 02IBA14

Kaaiweg

3 Borssele

IBA2

NK

24 03IBA01

Groenedijk

2 Driewegen

IBA3

NK

25 03IBA02

Schoondijksedijk

53 Driewegen

IBA3

KW

26 03IBA03

Van Tilburgstraat

47 Driewegen

IBA2

NK

27 03IBA04

Weltevredendijk

5 Driewegen

IBA3A

KW

28 03IBA05

Trenteweg

2a Driewegen

IBA3A

NK

29 03IBA06

Trenteweg

7&7A Driewegen

IBA2

NK

30 03IBA07

Schoondijksedijk

16 Driewegen

IBA2

NK

31 03IBA08

Oosthoekseweg

1 Driewegen

IBA2

NK

32 04IBA01

Papotweg

1 Ellewoutsdijk

IBA2

NK

33 04IBA02

Trenteweg

4 Ellewoutsdijk

IBA2

NK

34 04IBA03

Vissersdijk

1 Ellewoutsdijk

IBA3A

KW

35 04IBA04

Koekoek

4&6 Ellewoutsdijk

IBA3A

NK

36 04IBA05

Koekoek

7 Ellewoutsdijk

IBA2

NK

37 05IBA01

Nieuwe Hoondertsedijk

2&4 s-Gravenpolder

IBA3

NK

38 05IBA03

Goessestraatweg

41a s-Gravenpolder

IBA3

NK

39 05IBA06

Fortweg

2 Ellewoutsdijk

IBA3A

NK

40 05IBA07

Trenteweg

1A Ellewoutsdijk

IBA2

NK

41 05IBA08

Zwinweg

17 Ellewoutsdijk

IBA2

NK

42 06IBA01

Noordweg

3&5 s-Heer Abtskerke

IBA3A

KW

43 06IBA02

Noordweg

1 s-Heer Abtskerke

IBA3A

KW

44 06IBA03

Zuidweg

24-30 s-Heer Abtskerke

IBA3A

NK

45 06IBA04

Bergweg

2 s-Heer Abtskerke

IBA3A

KW

46 06IBA05

Grotedijk

1 s-Heer Abtskerke

IBA3A

KW

47 06IBA06

Polderweg

32 s-Heer Abtskerke

IBA2

NK

48 06IBA07

Kloetingseweg

15 s-Heer Abtskerke

IBA2

NK

49 07IBA01

Heinkenszandseweg

40 s-Heerenhoek

IBA2

NK

50 07IBA02

Beeldhoeveweg

2 s-Heerenhoek

IBA3A

NK

51 07IBA03

Beeldhoeveweg

6a s-Heerenhoek

IBA3

NK

52 07IBA04

Beeldhoeveweg

6 s-Heerenhoek

IBA3A

NK

53 07IBA06

Borsselsedijk

48 s-Heerenhoek

IBA2

NK

54 07IBA07

Beeldhoeveweg

10 s-Heerenhoek

IBA3

NK

55 07IBA08

Beeldhoeveweg

4 s-Heerenhoek

IBA2

NK

56 07IBA09

Beeldhoeveweg

8 s-Heerenhoek

IBA2

NK

57 08IBA01

Westerguitedijk

2 Heinkenszand

IBA3A

NK

58 08IBA02

Stelleweg

2 Heinkenszand

IBA2

NK

59 08IBA03

Plattendijk

8 Heinkenszand

IBA3

NK

60 08IBA04

Nissezandweg

2 Heinkenszand

IBA3

NK

61 08IBA05

Oude Zanddijk

18 Heinkenszand

IBA3

NK

62 08IBA06

Oude Zanddijk

16 Heinkenszand

IBA2

NK

63 08IBA07

Boomdijk

6 Heinkenszand

IBA2

NK

64 08IBA08

Oude Kamerseweg

24 Heinkenszand

IBA2

NK

65 08IBA09

Boerendijk

4 Heinkenszand

IBA3A

NK

66 08IBA10

Boomdijk

4 Heinkenszand

IBA3A

NK

67 08IBA11

Nieuwlandsedijk

2 Heinkenszand

IBA2

NK

68 08IBA12

Vroonhoek

3 Heinkenszand

IBA3

NK

69 08IBA13

Meerkotsedijk

3 Heinkenszand

IBA3A

NK

70 08IBA14

Meerkotsedijk

1 Heinkenszand

IBA3A

NK

71 08IBA15

Vlaandertsedijk

1 Heinkenszand

IBA3A

NK

72 08IBA16

Vlaandertsedijk

1a Heinkenszand

IBA3A

NK

73 08IBA17

Oudekamerseweg

22 Heinkenszand

IBA3

NK

74 08IBA18

Westerguitedijk

1 Heinkenszand

IBA3A

NK

75 08IBA19

Oude Zanddijk

8 Heinkenszand

IBA3

NK

76 08IBA20

Vlaandertsedijk

3 Heinkenszand

IBA3A

NK

77 08IBA21

Boomdijk

2 Heinkenszand

IBA3A

NK

78 08IBA22

Vlaandertsedijk

2 Heinkenszand

IBA3A

NK

79 08IBA23

Nieuwkamerseweg

3 Heinkenszand

IBA2

NK

80 08IBA24

Boerendijk

7 Heinkenszand

IBA3A

NK

81 08IBA25

Vlaandertsedijk

1B Heinkenszand

IBA3A

NK

82 08IBA26

Oudekamerseweg

16z Heinkenszand

IBA2

NK

83 08IBA27

Vlaandertsedijk

5 Heinkenszand

IBA2

NK

84 08IBA28

Oude Zanddijk

1 Heinkenszand

IBA2

NK

85 08IBA29

Zuiderlandseweg

7 Heinkenszand

IBA2

NK

86 09IBA01

Haverhoekseweg

4 Hoedekenskerke

IBA3

NK

87 09IBA02

Moertjesdijk

1 Hoedekenskerke

IBA2

NK

88 09IBA03

Zuiddeeweg

9 Hoedekenskerke

IBA3

NK

89 10IBA01

Baarlandstelleweg

5 Kwadendamme

IBA3

NK

90 10IBA02

Zwaaksedijk

5 Kwadendamme

IBA3A

NK

91 10IBA03

Zwaaksedijk

3 Kwadendamme

IBA2

NK

92 10IBA04

Kaneelpolderdijk

8 Kwadendamme

IBA2

NK

93 10IBA05

Aalweg

1 Kwadendamme

IBA2

NK

94 10IBA06

Kaneelpolderdijk

1 Kwadendamme

IBA2

NK

95 10IBA07

Slabbekoornsedijk

3 Kwadendamme

IBA3A

NK

96 10IBA08

Groenewegje

3 Kwadendamme

IBA3A

KW

97 10IBA09

Zwaaksedijk

4 Kwadendamme

IBA3A

KW

98 10IBA10

Oude Hoondertsedijk

3 Kwadendamme

IBA3A

KW

99 10IBA11

Zwaaksedijk

2 Kwadendamme

IBA3

KW

100 10IBA12

Zwaaksedijk

6 Kwadendamme

IBA3

KW

101 10IBA13

s-Gravenpolderseweg

29 Kwadendamme

IBA3

NK

102 10IBA14

Stelsedijk

5 Kwadendamme

IBA3

NK

103 10IBA15

Slabbekoornsedijk

6 Kwadendamme

IBA3A

NK

104 10IBA16

Groenewegje

5 Kwadendamme

IBA3A

KW

105 10IBA17

Groenewegje

15 Kwadendamme

IBA3A

KW

106 10IBA18

Zwaaksedijk

1 Kwadendamme

IBA3A

KW

107 11IBA01

Lewedijk

43 Lewedorp

IBA3

NK

108 11IBA02

Veldzichtweg

4 Lewedorp

IBA3

NK

109 11IBA03

Maalweg

2B Lewedorp

IBA2

NK

110 11IBA04

Maalweg

2 Lewedorp

IBA2

NK

111 11IBA05

Veldzichtweg

2 Lewedorp

IBA2

NK

112 11IBA06

Oude Kraaijertsedijk

22 Lewedorp

IBA3A

NK

113 11IBA07

Oostketelaarweg

3 Lewedorp

IBA2

NK

114 11IBA08

Dekkersweg

1 Lewedorp

IBA3A

NK

115 11IBA09

Roverweg

1 Lewedorp

IBA3A

NK

116 11IBA10

Quarlespolderweg

14 Lewedorp

IBA2

NK

117 11IBA11

Quarlespolderweg

2 Lewedorp

IBA2

NK

118 11IBA12

Oude Kraaijertsedijk

10 Lewedorp

IBA3

NK

119 11IBA13

Oude Kraaijertsedijk

14 Lewedorp

IBA2

NK

120 11IBA14

Oude Kraaijertsedijk

8 Lewedorp

IBA2

NK

121 11IBA15

Oude Veerweg

7 Lewedorp

IBA2

NK

122 11IBA16

Dekkersweg

4 Lewedorp

IBA2

NK

123 11IBA18

Dekkersweg

6 Lewedorp

IBA1

NK

124 11IBA17

Nieuwe Kraaijertsedijk

28 Lewedorp

IBA2

NK

125 12IBA01

Hertenweg

1 Nieuwdorp

IBA2

NK

126 12IBA02

Sluisweg

1&1A Nieuwdorp

IBA2

NK

127 12IBA03

Halsweg

3 Nieuwdorp

IBA2

NK

128 12IBA05

Dekkersweg

10 Nieuwdorp

IBA3A

NK

129 13IBA01

Brilletjesdijk

1 Nisse

IBA3

KW

130 13IBA02

Lageweg

4 Nisse

IBA2

KW

131 13IBA03

Zuidweg

16 Nisse

IBA2

NK

132 13IBA04

Paul Krugerstraat

38 Nisse

IBA2

NK

133 13IBA05

Rondepolderdijk

1 Nisse

IBA3A

NK

134 13IBA06

Gerbernesseweg

9 Nisse

IBA2

NK

135 13IBA07

Brilletjesdijk

3 Nisse

IBA3A

KW

136 13IBA08

Paul Krugerstraat

3 Nisse

IBA2

NK

137 13IBA09

Nissestelle

4 Nisse

IBA2

NK

138 13IBA10

Gerbernesseweg

19a Nisse

IBA3A

NK

139 13IBA11

Gerbernesseweg

23 Nisse

IBA2

NK

140 13IBA12

Lageweg

6 Nisse

IBA2

NK

141 13IBA13

Lageweg

8 Nisse

IBA2

NK

142 13IBA14

Zuidweg

22 Nisse

IBA2

NK

143 13IBA15

Zuidweg

18 Nisse

IBA2

NK

144 14IBA01

Oudelandsepolderdijk

4 Oudelande

IBA3

NK

145 14IBA02

Iseweg

4 Oudelande

IBA3A

NK

146 14IBA03

Noordpolderdijk

1 Oudelande

IBA3

NK

147 14IBA04

Dierikweg

8 Oudelande

IBA2

NK

148 14IBA05

Kruipuitsedijk

12 Oudelande

IBA3A

NK

149 14IBA06

Tolhoekweg

6 Oudelande

IBA2

NK

150 14IBA07

Kruipuitsedijk

9 Oudelande

IBA3A

NK

151 14IBA08

Iseweg

2&2a Oudelande

IBA3

NK

152 14IBA09

Kruipuitsedijk

3 Oudelande

IBA3A

NK

153 14IBA10

Tolhoekweg

1 Oudelande

IBA3A

NK

154 14IBA11

Everingse Binnendijk

4 Oudelande

IBA2?

NK

155 14IBA12

Tolhoekweg

5A Oudelande

IBA2

NK

156 15IBA01

Noldijk

5 Ovezande

IBA2

NK

157 15IBA02

Hollestelleweg

9a Ovezande

IBA2

NK

158 15IBA03

s-Heerenhoeksedijk

29 Ovezande

IBA2

NK

159 15IBA04

Korte Noordweg

5 Ovezande

IBA2

NK

160 15IBA05

Nissestelle

12 Ovezande

IBA3A

NK

161 15IBA06

Nissestelle

14 Ovezande

IBA3A

NK

162 15IBA06

Molenweg

5 Ovezande

IBA3A

NK

163 15IBA07

Hollestelleweg

14 Ovezande

IBA2

NK

164 15IBA08

s-Heerenhoeksedijk

13 Ovezande

IBA3A

NK

165 15IBA09

Kraayertsedijk

12 Ovezande

IBA3

NK

166 15IBA10

s-Heerenhoeksedijk

27 Ovezande

IBA2

NK

167 15IBA11

Korte Noordweg

6 Ovezande

IBA3A

NK

168 15IBA12

Baandijk

8 Ovezande

IBA3A

NK

169 15IBA13

Hollestelleweg

7 Ovezande

IBA3

NK

170 15IBA14

Louisepolderweg

1 Ovezande

IBA3A

NK

171 15IBA15

s-Heerenhoeksedijk

21 Ovezande

IBA3A

NK

172 15IBA16

s-Heerenhoeksedijk

54 Ovezande

IBA2

NK

173 15IBA17

s-Heerenhoeksedijk

52 Ovezande

IBA2

NK

174 15IBA18

Looijveweg

1 Ovezande

IBA3A

NK

175 15IBA19

Noldijk

2 Ovezande

IBA3A

NK

176 15IBA20

Vrouwenpolderseweg

1 Ovezande

IBA2

NK

177 15IBA21

Molenweg

4 Ovezande

IBA3A

NK

178 15IBA22

Noldijk

6 Ovezande

IBA2

NK

179 15IBA23

Kolaardsweg

1 Ovezande

IBA2

NK

180 15IBA24

Korte Noordweg

1A Ovezande

IBA2

NK

181 15IBA25

Oude Korte Noordweg

2 Ovezande

IBA2

NK

182 15IBA26

Oude Korte Noordweg

1 Ovezande

IBA2

NK

183 15IBA27

s-Heerenhoeksedijk

56 Ovezande

IBA2

NK

 

hoe hoger het getal hoe beter de zuivering. (maximaal 3)

 

NK= niet kwetsbaar

KW = kwetsbaar gebied

Bijlage 6.1 Reiniging en inspectie vrijverval riolering klein onderhoud 2026-2030

 

kern

meters

jaar

2026

2027

2028

2029

2030

Baarland

4000

2031

 

 

 

 

 

Borssele

10200

2029

 

 

 

10200

 

Driewegen

3400

2030

 

 

 

 

3400

Ellewoutsdijk

3900

2031

 

 

 

 

 

's-Gravenpolder

38000

2028

 

 

38000

 

 

's -Heer Abtskerke

3700

2031

 

 

 

 

 

's -Heerenhoek

16000

2030

 

 

 

 

16000

Heinkenszand

42500

2026/2027

14875

27625

 

 

 

Hoedekenskerke

4200

2031

 

 

 

4200

 

Kwadendamme

6200

2031

 

 

 

 

 

Lewedorp

10000

2026

10000

 

 

 

 

Nieuwdorp

8250

2029

 

 

 

8250

 

Nisse

4250

2025

 

 

 

 

 

Oudelande

4500

2025

 

 

 

 

 

Ovezande

9900

2025

 

 

 

 

 

Scheldeoord

1000

2031

 

 

 

 

 

 

170000

 

24875

27625

38000

22650

19400

bijlage 6.2 Vrijverval riolering klein onderhoud 2026-2030

 

Grootboeknummer

jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

6720000-4380010

werk door derden

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

€ 65.000

6720000-4380050

verzekeringen

€ 2.000

€ 2.000

€ 2.000

€ 2.000

€ 2.000

€ 10.000

6720000-4380200

normaal onderhoud

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 140.000

€ 700.000

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 775.000

Bijlage 6.3 Gemalen klein onderhoud 2026-2030

 

Grootboeknummer

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

6720100-4210000 

betaalde belastingen

€ 15.870

€ 15.870

€ 15.870

€ 15.870

€ 15.870

€ 79.350

6720100-4380000 

overige goederen/ diensten

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 150.000

6720100-4380020 

aankoop materialen

€ 15.600

€ 15.600

€ 15.600

€ 15.600

€ 15.600

€ 78.000

6720100-4380040 

energie

€95.000

€ 95.000

€95.000

€ 95.000

€95.000

€475.000

6720100-4380130 

telefoon

€ 10.459

€ 10.459

€ 10.459

€ 10.459

€ 10.459

€ 52.295

6720100-4380200 

normaal onderhoud

€ 120.000

€ 120.000

€ 120.000

€ 120.000

€ 120.000

€ 600.000

 

totaal

€ 286.929

€ 286.929

€ 286.929

€ 286.929

€ 286.929

€ 1.434.645

Bijlage 6.4 Reparatie vrijverval riolering onderhoud 2026-2030

 

Activiteit

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

Obstakels verwijderen

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 100.000

Vernieuwen en reparatie, huisaansluiting

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 200.000

Afkoppelingen bij reparatie

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 100.000

Vernieuwen en kleine reparatie

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 75.000

Vernieuwen putrand met deksels

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 50.000

 

 

 

 

 

 

 

Totaal reparatie vrijverval riolering

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 525.000

Bijlage 6.5 Onderhoud watergangen 2026-2030

 

 

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

Baggeren en onderhoud watergangen

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 295.500

Bijlage 6.6 Bestorting overstoren niet activeren klein onderhoud 2026-2030

 

Bestorting

Jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

Kosten per stuk

€ 2.500

€ 2.500

€ 2.500

€ 2.500

€ 2.500

€ 2.500

Aantal per jaar

12

12

12

12

12

60

 

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 150.000

Bijlage 6.7.1 Vrijverval vernieuwen en verbeteren ACTIVEREN groot onderhoud 2026-2030

 

A. AFKOPPELEN EN VERBETEREN

diameter

lengte in m.

activiteit

jaar

opm.

aanleg jaar

kosten

in hectares oppervlak

kern

straat

 

 

 

 

 

 

 

 

Baarland

Schansstraat gerealiseerd

160/ 315

 

 

2025

 

 

 

0,04

 

Hellenburgstraat

200

100

 

2029

 

 

€ 60.000

 

Borssele

Wolphaartsweg

200

150

afkoppelen

2026

x

 

€ 65.000

0,12

 

Diepenee en Kallootstraat

 

100

vervanging verbetering

2027

 

 

€ 125.000

 

Driewegen

-

 

 

 

 

 

 

 

 

Ellewoutsdijk

Langeviele, achterpad

250

300

afkoppelen

2029

 

 

€ 195.000

0,24

's-Gravenpolder

Magnoliastraat, Goudenregens

200

280

afkoppelen

2030

 

 

€ 300.000

0,29

 

Populierenstraat Esdoornstraat

200

60

afkoppelen

2026

 

 

€ 30.000

0,06

 

Schuitweg

200

50

afkoppelen

2026

 

 

€ 20.000

0,08

 

Bosseweide - 's-Gravenstraat

200

200

afkoppelen

2026

2027

 

€ 225.000

 

 

Jasmijnstraat, Hazelaarstraat

200

150

afkoppelen

2029

 

 

€ 85.000

0,30

 

Provincialweg

300

300

kleine reparaties

2026

 

 

€ 20.000

0,30

Heinkenszand

Kievitstraat gerealiseerd

250

190

afkoppelen

 

 

 

 

0,31

 

Van Citterstraat Meekrapstraat

250

 

afkoppelen

2026

 

 

 

 

 

Eendvogelsstraat

200

100

afkoppelen

2029

 

 

€ 100.000

0,17

 

Oosterguite/ Rembrandstraat

200

100

afkoppelen

2028

 

 

€ 50.000

0,17

 

Stationsweg

200

150

afkoppelen

2027

 

 

€ 180.000

0,25

 

Julianastraat

 

 

huisaansluitingen

2030

 

 

€ 10.000

 

's-Heerenhoek

Willebrordusstraat

200

140

afkoppelen

2026

 

 

€ 75.000

0,18

 

Dregmanstraat

200

50

afkoppelen

2028

 

 

€ 25.000

 

 

Brg Timansweg

250

115

afkoppelen

2029

 

 

€ 100.000

 

Hoedekenskerke

's-Gravenpoldersestraat

300

120

0

2027

 

 

€ 160.000

0,15

 

Molenstraat

 

 

huisaansluitingen

2028

 

 

€ 20.000

 

Kwadendamme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lewedorp

Deltastraat

160

200

afkoppelen

2026

 

 

€ 80.000

0,25

 

Damstraat

160

220

afkoppelen

2027

 

 

€ 80.000

0,28

Nieuwdorp

Hertenweg

500

160

0

2027

 

 

€ 10.000

0,26

Nisse

Dorpsplein

250

56

0

2030

 

 

€ 30.800

0,09

Oudelande

Ovezandseweg/ Stationsstraat

200

30

afkoppelen

2025

 

 

 

0,05

Ovezande

Nieuwstraat

200

150

0

2028

 

 

€ 90.000

0,25

 

Plataanweg

200

150

0

2026

2026

 

€ 75.000

0,25

Afkoppelen diverse locaties

inclusief herstel huisaansluitingen

 

periode 2026

2028

2030

 

€ 200.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL

 

 

€ 2.410.800

3,92

 

ha

Bijlage 6.8 Gemalen en drukriolering ACTIVEREN Groot onderhoud GO 2026-2030

 

Renovatie

jaar

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

gemiddeld

 

pompen

€ 55.000

€ 50.000

€ 35.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 220.000

€ 44.000

leidingwerk

€ 60.000

€ 50.000

€ 45.000

€ 45.000

€ 45.000

€ 245.000

€ 49.000

elektrische installaties

€ 50.000

€ 50.000

€ 45.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 245.000

€ 49.000

persleidingen

€ 10.000

€ 20.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 75.000

€ 15.000

vernieuwen kabels -spanning verzwaring

€ 10.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 80.000

€ 16.000

gemaalbesturing

€ 5.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 85.000

€ 17.000

bouwkundig deel

€ 5.000

€ -

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 35.000

€ 7.000

 

Renovatie totaal

€ 195.000

€ 205.000

€ 185.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 985.000

€ 197.000

 

Periode jaren 5

Bijlage 6.9 Voorwaarden waterbergingsfonds 2026-2030

 

Voorwaarden afkoop via waterbergingsfonds:

  • -

    Verharding plan kleiner dan 3000m2.

  • -

    Boven de 3000m2 alleen maatwerk met in uitzonderlijke gevallen afkoop

  • -

    Afkoop mag geen gevolgen hebben voor de waterhuishouding (waterkwantiteitsbeheer)

  • -

    Afkoop mag alleen in overleg met de gemeente en het waterschap

  • -

    Voor de afkoop wordt een afkoopsom betaald.- zie onderstaande berekening

  • -

    In plaats van waterberging is ook een andere compenserende maatregel mogelijk.

  • -

    Open verharding en afstroom over het maaiveld hoeft niet gecompenseerd te worden.

  • -

    Groene daken hoeven niet gecompenseerd te worden.

  • -

    Voor handhaven van de waterberging is meestal een notariele acte nodig.

 

Voordeel afkoop waterberging:

Geen onderhoud waterberging (inclusief onderhoudstrook)

Geen onderzoek archeologie, kwaliteit van de grond en onderzoek munitie Geen ketting beding /notariele acte nodig handhaven waterpartij Exploitatie gunstiger, er kan meer grond verkocht worden

Indeling van het perceel flexibeler, geen beperkingen door waterberging Geen onderhoudstroken nodig.

Aanleg op een andere plaats buiten het plan kan effectiever zijn

 

Nadeel afkoop waterberging:

Eenmalige kosten

Geen directe waterberging op perceel

Geen hergebruik vanuit eigen berging mogelijk

Waterberging op een andere plaats dan de uitbreiding. (kan ook een voordeel zijn)

 

Rekenvoorbeeld

 

 

Uitbreiding verhard oppervlak*

200

m2

Berekeningsregenbui

75

mm

Benodigde berging

15

m3

Afkoop per m3

€ 100

 

Afkoopbedrag

1.500

 

 

Per m3 waterberging is een oppervlak nodig van 2,7 m2

 

Berging nodig bij 200m2 verharding

15

m3

Breedte sloot per m3

2,7

m

Oppervlak aankoop grond

40,5

m2

Kosten aankoop grond

€ 24

per m2

Totaal aankoop grond

€ 972

 

Kosten grondwerk, verwerking transport

€ 35

per m3

Kosten grondwerk, verwerking transport

€ 525

alle m3

Totaal kosten

€ 1.497

 

Kosten per m3

€ 100

 

 

bijlage 6.10 Waterbank overcapaciteit en aanleg bij uitbreidingen 2026-2030

 

kern

inwoners

plaats uitbreiding / ontwikkeling

opmerking

berging

overcapaciteit

 

Baarland

620

 

achter de Torenstraat - plan on hold

-

 

Borssele

1500

Kalootstraat

geen extra berging

-

 

Driewegen

570

 

weinig activiteiten

-

 

Ellewoutsdijk

380

kern

weinig activiteiten

 

 

s-Gravenpolder

4740

Oostgaarde

waterpartij restant

100

m3

 

 

Schuitweg

sloop bedrijfsgebouwen 1500m2, nieuwbouw

PM

 

s Heer Abtskerke

510

Colenshoek fase III

geen reserve

-

m3

s-Heerenhoek

2005

Amac terrein saneren verharding

afbraak - 25.000m2 verharding

PM

m3

 

 

De Blikken

waterberging restant

1100

m3

Heinkenszand

5570

Over de Dijk

restant waterberging

1900

m3

 

 

Kraaiendijk, droge sloot

benutting door aanpassing riool

300

m3

 

 

Platepolder en park

uitbreiding verharding compensatie in plan

 

 

Hoedekenskerke

740

Waardweg

sloot verbreed en vijver SGB restant

945

m3

Kwadendamme

985

Oude Vreeland II

restant vervallen in verband peilwijziging

-

m3

Lewedorp

1850

Postweg-Lewedijk Scheldestraat

vijver restant

900

m3

Nieuwdorp

1320

Havenweg

sloot restant

80

m3

 

 

Lancaster Coudorp

sloot restant

1000

m3

 

 

MSP

dorpsbos oorlogsmuseum voorzien in uitbreiding

PM

 

Nisse

610

Vernovenhoek

Vijver speeltuin restant

157

m3

Oudelande

720

Tolhoek

weinig activiteiten

-

m3

 

 

Everingseweg uitbreiding

sloot en wadi overcompensatie?

PM

m3

Ovezande

1200

Padwei Plataanweg

vijver restant

275

m3

 

 

Hoofdstraat Pastoor Pontenagel

vijver en sloot restant bij sportveld

77

m3

 

 

 

PM

 

Borsele totaal

23320

inwoners

berging totaal

6834

m3

reserve in alle plannen

 

 

 

 

 

 

Bijlage 7.1 Verdeling van taken en bevoegdheden op gebied van (grond)water

 

Partij

Taken en bevoegdheden

Provincie Zeeland

De provincie is bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties:

  • -

    Industriële onttrekkingen > 150.000 m3

  • -

    Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning

  • -

    Bodemenergiesystemen

Waterschap Scheldestromen

Waterschap Scheldstromen heeft in Nota Riolering 1.2 aangegeven welke taken en bevoegdheden ze heeft met betrekking tot water en riolering.

  • -

    Waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater,

  • -

    Beheer en onderhoud van oppervlaktewater voor waterhuishoudkundige functies,

  • -

    Beheer en onderhoud van oppervlaktewater binnen stedelijk gebied (sierwater, recreatiewater en dergelijke),

  • -

    Baggeren en slibafvoer, BOB-afspraken,

  • -

    Afvoer en zuivering van afvalwater,

  • -

    Kustverdediging,

  • -

    Operationeel grondwaterbeheer, vergunningverlening, toezicht, handhaving en beleidsontwikkeling.

  • -

    Advisering bij ruimtelijke plannen (watertoets).

Gemeente Borsele

De gemeente heeft drie zorgplichten op gebied van stedelijk waterbeheer:

  • -

    Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater

  • -

    oelmatige inzameling en verwerking van hemelwater

  • -

    Grondwaterzorgplicht voor water in stedelijk gebied.

Voorwaarde is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of provincie behoren. De gemeente heeft een loket voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied.

De gemeente heeft voor een groot deel de beleidsvrijheid om in te vullen hoe ze deze zorgplichten doelmatig uitvoert.

Perceelseigenaar

De perceelseigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat men zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid van bebouwing te garanderen en voor de inzameling van huishoudelijk afvalwater en verwerking van hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of waterschap.

 

De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren

 

Bijlage 7.2 Melding grondwateroverlast

 

 

Bijlage 7.3 Regels met betrekking tot grondwateronttrekkingen

 

In de Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen staan onder hoofdstuk 4 regels over Onttrekking en infiltratie. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen registratieplicht, meetplicht, vergunningsplicht en algemene regels. De regels zijn afhankelijk van het gebied waar onttrokken wordt zoals:

  • -

    Kwetsbare gebieden met zoetwatervoorkomens

  • -

    Gebieden met zoetwater, niet kwetsbare gebieden

  • -

    Niet kwetsbaar gebied, zonder zoetwater.

De kaart met zoetwatervoorkomens staat onder: Grondwaterbeheer

 

Voor de voorwaarden is het belangrijk om te weten met welk doel er wordt onttrokken en wat de onttrekkingsduur is.

 

Bijlage 8.1 Planning stedelijke wateropgave 2026-2030

 

kern

locatie

knelpunt

maatregel

planning

 

door

probleem

Heinkenszand

Slaakweg

afvoer water

1

2027

 

C

I + II + III + IV

Kwadendamme

dorp (Sportweg)

afvoer water

1

2028

C

I + II + III

Oudelande

dorp (Stationsstraat)

afvoer water

1

2029

C

I + II + III + IV

 

uitvoer

planning

kern

locatie

knelpunt

maatregel

maatregel  2

maatregel  3

door

Borssele

Wolphaartsweg

2+3

2026

2026

B

Driewegen

Coudorpseweg

terugloop in riool

2

2026

B

's-Gravenpolder

Schuitweg

inundatie

2 + 3

2026

2027

C

 

maatregelen

1

onderzoek

2

vergroten in duiker/watergang

3

vergroten waterberging in dorpsrand/ vijver

 

uitvoer

door

A

gemeente

B

waterschap

C

waterschap en gemeente

 

probleem

I

terugloop water in riool

II

inundatie vanuit sloot

III

water op straat

IV

water in tuinen

Bijlage 9.1 Waterprijs en vaste recht incl BTW 9% 2026-2030

 

waterverbruik

in m3 x

leverprijs

per m3 incl BTW

inclusief BTW

leveren x m3

belasting

BOL

vastrecht

totaal incl BTW

all-in prijs

prijs per m3

 

 

verschil

vast- varia

30

€ 1,32

€ 39,73

€ 15,14

€ 101,05

€ 155,92

€ 5,20

€ 3,87

50

€ 1,32

€ 66,22

€ 25,23

€ 101,05

€ 192,50

€ 3,85

€ 2,53

100

€ 1,32

€ 132,44

€ 50,47

€ 101,05

€ 283,96

€ 2,84

€ 1,52

300

€ 1,32

€ 397,31

€ 151,40

€ 101,05

€ 649,76

€ 2,17

€ 0,84

1000

€ 1,32

€ 1.324,35

€ 151,40

€ 101,05

€ 1.576,80

€ 1,58

€ 0,25

10000

€ 1,32

€ 13.243,50

€ 151,40

€ 101,05

€ 13.495,95

€ 1,35

€ 0,03

100000

€ 1,32

€ 132.435,00

€ 151,40

€ 815,25

€ 133.401,66

€ 1,33

€ 0,01

500000

€ 1,32

€ 662.175,00

€ 151,40

€ 4.490,10

€ 666.816,50

€ 1,33

€ 0,01

5000000

€ 1,32

€ 6.621.750,00

€ 151,40

€ 13.611,38

€ 6.635.512,78

€ 1,33

€ 0,00

 

waterverbruik x

vastrecht

inclusief BTW

m3

aantal i.e.

omvang

x<10000 m3

€ 92,71

€ 101,05

10000

200

wijk

10000 >x<100000

€ 747,94

€ 815,25

100000

2000

dorp

100000 >x<1000000

€ 4.490,14

€ 4.894,25

1000000

20000

stad

>1000000

€ 12.487,50

€ 13.611,38

10000000

200000

halve provincie

 

 

persoon

 

dag liters

jaar m3

waterverbruik

128

46,72

 

conclusie:

Kleingebruiker betalen naar verhouding veel vaste kosten en BOL Voor de grootgebruikers zijn de vaste kosten bijna nihil

De BOL wordt alleen over de eerste 300m3 gerekend, is niet effectief om drinkwater te besparen.

BOL =

Belasting op leidingwater

Bijlage 10.1 2026-2030 prijspeil 2024

 

I UITGAVEN

 

A. EXPLOITATIE

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

gemiddeld

bijlage

vrijverval riolering

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 155.000

€ 775.000

€ 155.000

6.2

kolkenreiniging

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 198.000

€ 39.600

6.2

onderhoudsdienst

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 50.500

€ 10.100

6.2

bestortingen

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 150.000

€ 30.000

6.6

gemalen exclusief energie

€ 191.929

€ 191.929

€ 191.929

€ 191.929

€ 191.929

€ 959.645

€ 191.929

6.3

energie

€ 95.000

€ 95.000

€ 95.000

€ 95.000

€ 95.000

€ 475.000

€ 95.000

6.3

baggerwerk

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 295.500

€ 59.100

6.5

TOTAAL EXPLOITATIE

€ 580.729

€ 580.729

€ 580.729

€ 580.729

€ 580.729

€ 2.903.645

€ 580.729

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

B. ALGEMEEN

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

gemiddeld

 

Perceptiekosten SABEWA

€ 215.000

€ 225.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 1.145.000

€ 229.000

 

Personeelskosten

€ 380.000

€ 380.000

€ 380.000

€ 380.000

€ 380.000

€ 1.900.000

€ 380.000

 

Onderzoek WRP + SAZ+

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 350.000

€ 70.000

 

TOTAAL ALGEMEEN

€ 665.000

€ 675.000

€ 685.000

€ 685.000

€ 685.000

€ 3.395.000

€ 679.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

C. GROOT ONDERHOUD

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

 

VRIJVERVALRIOLERING ACTIVEREN periode 60 jaar

gemiddeld

bijlage

verbeteren

€ 590.000

€ 555.000

€ 385.000

€ 540.000

€ 340.800

€ 2.410.800

€ 482.160

6.7

relining

€ 270.000

€ 250.000

€ 380.000

€ 200.000

€ 250.000

€ 1.350.000

€ 270.000

6.7.3

Reparaties vrijverval

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 105.000

€ 525.000

€ 105.000

6.4

TOTAAL

€ 965.000

€ 910.000

€ 870.000

€ 845.000

€ 695.800

€ 4.285.800

€ 857.160

 

 

 

DRUKRIOLERING ACTIVEREN periode 10 jaar

 

 

2026

2027

2028

2029

2030

totaal

gemiddeld

bijlage

gemalen groot onderhoud

€ 195.000

€ 175.000

€ 175.000

€ 190.000

€ 190.000

€ 925.000

€ 185.000

6.8

D. AFSCHRIJVING e.d.

 

 

 

 

 

 

 

 

gemiddeld

Kapitaallasten

€ 270.770

€ 312.860

€ 354.860

€ 397.860

€ 441.860

€ 1.778.210

€ 355.642

Bijdrage egalisatie reserve

€ 60.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 260.000

€ 52.000

TOTAAL

€ 330.770

€ 362.860

€ 404.860

€ 447.860

€ 491.860

€ 2.038.210

€ 407.642

 

gemiddeld

 

TOTAAL A + B + D

€ 1.576.499

€ 1.618.589

€ 1.670.589

€ 1.713.589

€ 1.757.589

€ 8.336.855

€ 1.667.371

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E. DOOR REKENEN VAN KOSTEN

 

 

 

 

 

 

 

Straatreinigen

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 202.877

€ 40.575

Kwijtschelding

 

 

 

 

 

 

 

Overhead personeelskosten

€ 379.240

€ 379.240

€ 379.240

€ 379.240

€ 379.240

€ 1.896.200

€ 379.240

TOTAAL

€ 419.815

€ 419.815

€ 419.815

€ 419.815

€ 419.815

€ 2.099.077

€ 419.815

 

 

 

 

 

 

 

 

F BTW

€ 178.815

€ 187.654

€ 196.474

€ 205.504

€ 214.744

€ 983.190

€ 196.638

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL A + D + D +E + F

€ 2.175.129

€ 2.226.058

€ 2.286.878

€ 2.338.908

€ 2.392.148

€ 11.419.122

€ 2.283.824

 

 

 

 

 

 

 

 

II INKOMSTEN

2026

2027

2028

2029

2030

gemiddeld

Aantal aanslagen heffing

10400

10500

10600

10700

10800

10600

Rioolheffing inkomsten

€ 2.065.000

€ 2.130.000

€ 2.205.000

€ 2.270.000

€ 2.335.000

€ 2.201.000

Andere inkomsten subsidie

 

 

 

 

 

 

Totaal inkomsten

€ 2.065.000

€ 2.130.000

€ 2.205.000

€ 2.270.000

€ 2.335.000

€ 2.201.000

Per aanslag rioolheffing

€ 199

€ 203

€ 208

€ 212

€ 216

€ 208

 

 

 

 

 

 

 

III KOSTENDEKKING

2026

2027

2028

2029

2030

gemiddeld

 

94,9%

95,7%

96,4%

97,1%

97,6%

96,3%

Bijlage 10.2 2031-2036 prijspeil 2024

 

A. EXPLOITATIE

2031

2032

2033

2034

2035

2036

totaal

gemiddeld

 

vrijverval riolering

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 1.200.000

€ 200.000

6.2

kolken reinigen

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 39.600

€ 237.600

€ 39.600

6.2

onderhoudsdienst

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 10.100

€ 60.600

€ 10.100

6.2

bestortingen

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 180.000

€ 30.000

6.2

gemalen

€ 195.000

€ 195.000

€ 195.000

€ 195.000

€ 195.000

€ 195.000

€ 1.170.000

€ 195.000

6.3

energie

€ 100.000

€ 105.000

€ 110.000

€ 115.000

€ 120.000

€ 120.000

€ 670.000

€ 111.667

6.3

baggerwerk

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 59.100

€ 354.600

€ 59.100

6.5

diverse reparatie

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 900.000

€ 150.000

 

TOTAAL EXPLOITATIE

€ 783.800

€ 788.800

€ 793.800

€ 798.800

€ 803.800

€ 803.800

€ 4.772.800

€ 795.467

 

 

 

B. ALGEMEEN

gemiddeld

Perceptiekosten

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 235.000

€ 1.410.000

€ 235.000

Personeelskosten

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 3.000.000

€ 500.000

Onderzoek WRP + SAZ+

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 420.000

€ 70.000

TOTAAL ALGEMEEN

€ 805.000

€ 805.000

€ 805.000

€ 805.000

€ 805.000

€ 805.000

€ 4.830.000

€ 805.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

C. GROOT ONDERHOUD

2031

2032

2033

2034

2035

2036

totaal

gemiddeld

VRIJVERVALRIOLERING

ACTIVEREN

60 jaar

 

 

 

 

 

 

vervangen

€ 200.000

€ 225.000

€ 250.000

€ 275.000

€ 325.000

€ 350.000

€ 1.625.000

€ 270.833

verbeteren

€ 400.000

€ 400.000

€ 400.000

€ 400.000

€ 425.000

€ 450.000

€ 2.475.000

€ 412.500

relining

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 320.000

€ 350.000

€ 1.870.000

€ 311.667

TOTAAL

€ 700.000

€ 700.000

€ 700.000

€ 700.000

€ 745.000

€ 800.000

€ 4.345.000

€ 724.167

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DRUKRIOLERING

ACTIVEREN

10 jaar

 

 

 

 

 

 

 

2031

2032

2033

2034

2035

2036

totaal

gemiddeld

Groot onderhoud gemalen

€ 175.000

€ 175.000

€ 175.000

€ 185.000

€ 195.000

€ 200.000

€ 1.105.000

€ 184.167

Persleidingen

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 150.000

€ 25.000

TOTAAL

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 210.000

€ 220.000

€ 225.000

€ 1.255.000

€ 209.167

 

 

 

 

 

 

 

 

 

D. AFSCHRIJVING

 

 

 

 

 

 

 

 

Kapitaallasten

€ 450.000

€ 495.000

€ 540.000

€ 585.000

€ 630.000

€ 675.000

€ 3.375.000

€ 562.500

Bijdrage egalisatie reserve

€ 37.100

€ 27.100

€ 22.100

€ 17.100

€ 5.000

€ 0

€ 108.400

€ 18.067

TOTAAL

€ 487.100

€ 522.100

€ 562.100

€ 602.100

€ 635.000

€ 675.000

€ 3.483.400

€ 580.567

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL A + B + D

€ 2.075.900

€ 2.115.900

€ 2.160.900

€ 2.205.900

€ 2.243.800

€ 2.283.800

€ 13.086.200

€ 2.181.033

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E DOORREKENEN VAN KOSTEN

 

 

 

 

 

 

 

Straatreiniging

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 40.575

€ 243.450

€ 40.575

Kwijtschelding

 

 

 

 

 

 

 

 

Overhead personeelskosten

€ 499.000

€ 499.000

€ 499.000

€ 499.000

€ 499.000

€ 499.000

€ 2.994.000

€ 499.000

TOTAAL

€ 539.575

€ 539.575

€ 539.575

€ 539.575

€ 539.575

€ 539.575

€ 3.237.450

539.575

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E. BTW

€ 259.100

€ 269.600

€ 280.100

€ 290.600

€ 301.100

€ 310.500

€ 1.711.000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL A + B + D + E

€ 2.335.000

€ 2.385.500

€ 2.441.000

€ 2.496.500

€ 2.544.900

€ 2.594.300

€ 14.797.200

€ 2.466.200

 

 

 

 

 

 

 

 

 

II INKOMSTEN

2031

2032

2033

2034

2035

2036

totaal

gemiddeld

Aantal aanslagen heffing

10800

10850

10900

10950

11000

11050

 

10925

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rioolheffing inkomsten

€ 2.335.000

€ 2.385.000

€ 2.435.000

€ 2.485.000

€ 2.535.000

€ 2.585.000

€ 14.760.000

€ 2.460.000

Andere inkomsten/ subsidie

 

 

 

 

 

 

 

Totaal inkomsten

€ 2.335.000

€ 2.385.000

€ 2.435.000

€ 2.485.000

€ 2.535.000

€ 2.585.000

€ 14.760.000

€ 2.460.000

Per aanslag rioolheffing

€ 216

€ 220

€ 223

€ 227

€ 230

€ 234

 

 

 

III KOSTENDEKKING

 

2031

2032

2033

2034

2035

2036

totaal

 

100%

100%

100%

100%

100%

100%

 

100%

 

Bijlage 10.3 Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en DSO’s

 

http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR736497 2025

 

3.2 Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

a. Bij Inkopen neemt de Gemeente sociale, ecologische en economische aspecten in acht.

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (‘MVI’) betekent dat de Gemeente de effecten op people, planet en profit meeneemt bij Inkopen. Met een goed Inkoop- en aanbestedingsbeleid kunnen maatschappelijke doelen worden gerealiseerd (Inkopen met impact). De Gemeente stimuleert daarom sociale, ecologische en economische aspecten te integreren bij Inkopen en aanbestedingen van Werken, Diensten en Leveringen.

 

De Gemeente heeft ook als opdrachtgever en inkoper een voorbeeldfunctie in het maatschappelijk verkeer. Daarnaast heeft de Gemeente als opdrachtgever en inkoper invloed op Ondernemers om wenselijke maat- schappelijke veranderingen teweeg te brengen. Door vooruitstrevende eisen te stellen wil zij een duurzaam beleid door Ondernemers stimuleren. De Gemeente vergroot de impact van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen door haar opdrachtgeverschap en de inkooporganisatie intern goed op elkaar af te stemmen.

 

De basis voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen wordt gelegd in de voorbereiding, door vroegtijdig in de besluitvorming duurzame en sociale aspecten te betrekken en door middel van een marktanalyse de uitvoer- baarheid te toetsen. In alle stappen van het inkoopproces worden weloverwogen keuzes gemaakt ten aanzien van de balans tussen de sociale, ecologische en economische aspecten. Dit kan tot uitdrukking worden gebracht door het volgende:

  • De Gemeente analyseert in welke productgroepen, welke maatschappelijke winst te behalen valt.

  • Bij de product- en marktanalyse kan de Gemeente inventariseren welke Werken, Leveringen of Diensten op het gebied van duurzaamheid op de markt worden aangeboden.

  • De Gemeente promoot het in dialoog met de markt vóór (marktconsultatie) of tijdens de aanbestedingsprocedure (bijv. concurrentiegerichte dialoog) zoeken naar bestaande of nieuwe MVI- oplossingen.

  • In de aanbestedingsstukken (bijvoorbeeld in de minimumeisen of de selectie- en gunningscriteria) en in de te sluiten overeenkomst kunnen duurzaamheidscriteria worden opgenomen.

  • Bij inkoop van materialen zoals machines, appratuur, hulpmiddelen, meubilair en gevaarlijke stoffen worden conform de geldende veiligheids- en ergonomie eisen ingekocht.

  • De Gemeente stimuleert het kijken naar de levensduurkosten en niet enkel de aanschafprijs.

  • De Gemeente kan digitaal Inkopen (E-procurement, E-factureren etc.).

  • De Gemeente monitort de aangeboden MVI-oplossingen en controleert of MVI-afspraken worden nagekomen.

  • De Gemeente deelt goede MVI-voorbeelden met andere overheden via pianoo.nl en via de MVI- Zelfevaluatietool.

Sociale, ecologische en economische aspecten kunnen worden vertaald in specifieke MVI-thema’s, waaronder:

  • Klimaatbewust Inkopen

    De Gemeente onderschrijft het Klimaatakkoord van Parijs (2015) waarin 195 landen afspraken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden. De Gemeente wil stappen maken naar een klimaat neutrale bedrijfsvoering binnen de Gemeente (zoals in energie, mobiliteit en materiaalgebruik).

    Daarnaast worden ook Ondernemers aangespoord tot CO2-reductie.

  • Biobased Inkopen

    Bij biobased Inkopen worden producten ingekocht die geheel of gedeeltelijk van hernieuwbare grondstoffen zijn gemaakt. Het gebruik van fossiele grondstoffen wordt teruggedrongen, waardoor de transitie naar een koolstofarme economie wordt ondersteund. De Gemeente streeft ernaar daar waar mogelijk en gewenst biobased producten in te kopen.

  • Circulair Inkopen

    Bij circulair Inkopen wordt het inkoopinstrument ingezet om productie en (her)gebruik van producten en diensten te stimuleren en daarmee de transitie naar een circulaire economie te bevorderen. De Gemeente kan bij Inkopen en aan- bestedingen bijvoorbeeld het hergebruik van materialen en afvalreductie vereisen.

  • Internationale Sociale Voorwaarden

    De Internationale Sociale Voorwaarden (ISV), gebaseerd op de fundamentele arbeidsnormen van de International Labour Organisation (ILO), vereisen dat leveranciers analyseren of er risico’s zijn op schendingen van arbeidsnormen en mensenrechten in hun productieketen (zoals kinderarbeid, dwangarbeid, discriminatie van werknemers, niet-betaling van leefbaar loon). Als er risico’s zijn, dan moeten Ondernemers zich inspannen om deze risico’s te voorkomen of te verkleinen. Hiertoe kan de Gemeente bij Inkopen en aanbestedingen de ISV van toepassing verklaren. In de Offerteaanvraag kan de Gemeente de ISV opnemen als uitvoeringseisen.

b. De Gemeente wil dat Inkopen ook een social return opleveren.

Social return is het principe dat Ondernemers naast het uitvoeren van de reguliere opdracht iets terugdoen voor de Gemeente, op maatschappelijk of sociaal vlak. De Gemeente wil dat haar Inkopen ook een sociale opbrengst (return) opleveren voor de maatschappij. Bij Inkopen en aanbestedingen kan worden gekozen voor sociale uitgangspunten en wordt nagedacht over de kansen die er zijn voor social return bij een specifieke Werk, Dienst en eventueel Levering. De Gemeente kan social return inzetten voor:

  • Het bevorderen van de participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

  • Het stimuleren van sociaal ondernemen.

  • Het bereiken van andere doelen in het sociaal domein, zoals armoedebestrijding, onderwijs en zorg.

c. Inkopen draagt bij aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN.

Door Maatschappelijk Verantwoord Inkopen draagt de Gemeente bij aan het verwezenlijken van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. Doel 11 van de 17 Doelen gaat specifiek in op het realiseren van duurzame steden en gemeenschappen. Doel 12 (in het bijzonder doel 12.7) ziet op duurzame prak- tijken bij overheidsopdrachten. Maatschappelijk Verantwoord Inkopen draagt onder meer bij aan het zorgen voor duurzame energie (doel 7), het terugdringen van klimaatverandering (doel 13) en het bevorderen van fatsoenlijk werk en gelijk loon voor gelijk werk (doel 8).2

Naar boven