Wijziging Financiële verordening Goeree-Overflakkee 2024

 

De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 februari 2026;

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de navolgende wijziging van de Financiële verordening Goeree-Overflakkee 2024.

 

Artikel I

De Financiële verordening Goeree-Overflakkee 2024 wordt gewijzigd als volgt:

 

  • A.

    Artikel 5 komt te luiden:

     

    Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten

    • 1.

      De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per thema en de investeringsbudgetten, voor het eerste begrotingsjaar.

    • 2.

      Bij de begrotingsbehandeling kan de raad expliciet aangeven van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen voordat wordt overgegaan tot het aangaan van verplichtingen.

    • 3.

      Na de vaststelling van de begroting kunnen burgemeester en wethouders de raad ter autorisatie een afzonderlijk voorstel doen tot het opnemen van nieuwe baten en lasten in de begroting en het vaststellen van nieuwe investeringsbudgetten.

    • 4.

      Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om binnen de totale budgetruimte van een programma, passend binnen bestaand beleid, budgettair neutraal te schuiven met budgetten.

    • 5.

      Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om binnen de totale investeringsruimte van een programma, passend binnen bestaand beleid, budgettair neutraal te schuiven met budgetten, mits de hieruit voortkomende kapitaallasten binnen het programma kunnen worden opgevangen.

    • 6.

      Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten dat de lasten van een programma of thema of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te onderschrijden en/of te overschrijden, de investeringsuitgaven van het geautoriseerde investeringsbudget dreigen te onderschrijden en/of te overschrijden, of de onttrekkingen/stortingen in/uit reserves zijn hoger of lager dan geraamd, of de baten van een programma of thema of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden en/of te overschrijden.

    • 7.

      Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen doen voor:

      • a.

        het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten per thema en de investeringsbudgetten, met name bij (dreigende) overschrijdingen van de totaal geautoriseerde lasten per thema en investeringsbudgetten of wanneer de geautoriseerde baten per thema worden onderschreden of dreigen te onderschrijden;

      • b.

        het opnemen van nieuwe baten en lasten;

      • c.

        het bijstellen van beleid.

    • 8.

      Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Waar mogelijk maakt bedoeld voorstel onderdeel uit van de tussentijdse rapportage.

    • 9.

      Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een exploitatiebudget passend binnen bestaand beleid te overschrijden als direct gerelateerde niet geraamde inkomsten de overschrijding volledig compenseren of er sprake is van een open-einde regeling.

    • 10.

      Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de begroting budgettair neutraal te wijzigen voor uitgaven die volledig worden gedekt door uitkeringen, niet zijnde de algemene uitkering uit het Gemeentefonds, en/of subsidies van overheden als er geen sprake is van gemeentelijke beleidsvrijheid.

    • 11.

      Ingeval burgemeester en wethouders tijdens het boekjaar de raad niet tijdig konden informeren of een bijstelling van de begroting konden laten plaatsvinden, geldt artikel 12, onder Begrotingscriterium.

  • B.

    Artikel 7, tweede lid, komt te luiden:

     

    • 7.

      In de jaarverantwoording worden budgettaire verschillen ten opzichte van de begroting toegelicht op themaniveau indien deze verschillen groter zijn dan € 100.000.

  • C.

    Artikel 10 komt te luiden:

     

    Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

    • 1.

      De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. Er wordt een toelichting gegeven in de paragraaf bedrijfsvoering op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden Daarnaast worden de stellige uitspraken van de commissie BBV in acht genomen bij het bepalen wat in de paragraaf Bedrijfsvoering wordt opgenomen.

    • 2.

      Burgemeester en wethouders rapporteren in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening aan de raad over afwijkingen vanaf een verantwoordingsgrens van twee procent van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. De rapporteringsgrens is bepaald op 5% van de verantwoordingsgrens.

  • D.

    Artikel 12 komt te luiden:

     

    Artikel 12. Begrotingscriterium

    • 1.

      Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende thema’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.

    • 2.

      De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd. Dit betreft op programmaniveau voor baten en lasten en op investeringsbudgetniveau voor investeringen.

    • 3.

      Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde investeringsbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het investeringsbedrag, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

    • 4.

      Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen van de begroting anders dan overschrijdingen op de lasten, die uiterlijk bij de jaarrekening aan de raad worden gemeld, zijn rechtmatig.

    • 5.

      Afwijkingen van de begroting (overschrijding lasten) worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

      • a.

        er is sprake van direct gerelateerde inkomsten die de overschrijding compenseren;

      • b.

        er is sprake van een overschrijding op een openeinderegeling;

      • c.

        de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage;

      • d.

        de overschrijding van de lasten is gemeld middels een rapportage/memo/addendum die ter informatie is verstrekt aan de raad;

      • e.

        de overschrijding past binnen het bestaande beleid;

      • f.

        de overschrijding is het gevolg is van het naleven van het BBV;

      • g.

        de overschrijding op individueel investeringskredietniveau is lager dan € 25.000.

    • 6.

      Voor toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering geldt het volgende:

      • a.

        Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, maar worden niet nader toegelicht;

      • b.

        Niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheden boven de rapporteringsgrens genoemd in artikel 10, tweede lid, worden wel toegelicht.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

van de gemeente Goeree-Overflakkee op 5 maart 2026

drs. G. Brand mr. A. Grootenboer-Dubbelman

griffier voorzitter

Naar boven