Verlenging plaatsingsduur cameratoezicht stationsgebied Weesp

De burgemeester van Amsterdam

 

Overwegende:

 

dat de burgemeester van Amsterdam op grond van artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heeft om te kunnen besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar haar oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;

 

dat uit het Onderzoek Cameratoezicht 2025 voor het cameraproject stationsgebied Weesp het volgende blijkt:

 

Geregistreerde incidenten door politie

Er zijn 63 incidenten geregistreerd door de politie in de periode augustus 2024 tot juli 2025. Dit is een stijging van 61,5% ten opzichte van augustus 2022 tot juli 2023 (39 incidenten). Deze ontwikkeling is negatiever dan gemiddeld. De incidenten die het meest werden geregistreerd, zijn: jeugdoverlast (20), diefstal van fiets, bromfiets, snorfiets (15) en ruzie (10).

 

Waarnemingen camera’s

Het gemiddelde aantal door een camera waargenomen incidenten is 1,9 per maand. Van alle waarnemingen is 98% doorgemeld aan gemeentelijke handhaving en/of politie. De prioritaire incidenten zijn per gebied bepaald op basis van de uitkijkopdracht van elk gebied. Het aandeel waargenomen prioritaire incidenten bij stationsgebied Weesp is 59%. Deze scores zijn negatiever dan gemiddeld.

 

Veiligheidsbeleving bewoners en bezoekers

Uit de enquête die is afgenomen onder bewoners en bezoekers blijkt dat 23% van de ondervraagden zich onveilig voelt in het gebied, 5% geeft aan slachtoffer te zijn geweest van criminaliteit en 79% is voorstander van cameratoezicht. De overlastscore is 13. Deze scores zijn positiever dan gemiddeld.

 

Op basis van bovengenoemde uitkomsten van de evaluatie blijkt dat er op stationsgebied Weesp nog altijd sprake is van een verstoring van de openbare orde.

 

Subsidiariteit / andere maatregelen

Sinds 2018 zijn in dit gebied diverse maatregelen genomen ter handhaving van de openbare orde en veiligheid. Deze maatregelen omvatten onder andere:

  • Regelmatige surveillance door politie, handhavers en straatcoaches;

  • Structureel contact tussen de NS en de politie over incidenten;

  • Toezicht door het fietsenteam van handhaving om te zorgen voor een overzichtelijke en ordelijke fietsenstalling;

  • Herbeoordeling van de openbare verlichting tijdens de najaarschouw en, indien nodig, aanpassing daarvan;

  • Het in kaart brengen van overlastgevers door de politie en het uitvoeren van gerichte acties om overlast te beperken;

  • Het informeren en stimuleren van buurtbewoners om overlast te melden.

Belangenafweging

Het aantal incidenten blijft ondanks de bovengenoemde maatregelen bestaan. Het inzetten van cameratoezicht is in aanvulling op de bestaande maatregelen noodzakelijk ter handhaving van de openbare orde, het verhogen van het veiligheidsgevoel van de bewoners en ter voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in dit gebied.

 

De burgemeester heeft het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds tegen elkaar afgewogen. In die afweging moet aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy.

 

De burgemeester volgt de (verstoringen van de) openbare orde op bovengenoemde locatie

permanent en het besluit tot het instellen van cameratoezicht zal worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.

 

Besluit

Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.24 APV;

 

Brengt ter algemene kennis dat zij op 15 december 2025 heeft besloten:

  • 1.

    Het cameraproject dat een looptijd heeft tot en met 31 december 2025, te verlengen tot en met 1 januari 2028. De begrenzing van het gebied waar de camera’s worden ingezet is aangegeven in bijgevoegde plattegrond;

  • 2.

    Te bepalen dat dit besluit geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 1 januari 2028;

  • 3.

    Te bepalen dat dit besluit wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad en in werking treedt op 1 januari 2026.

Femke Halsema

Burgemeester van Amsterdam

Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht kan binnen zes weken na publicatie van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend bij de Burgemeester. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. U kunt een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam, Sector Bestuursrecht, Postbus 75850, 1070 AW Amsterdam.

Naar boven