Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar,

 

Gelet op:

  • de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • de Algemene subsidieverordening gemeente Zevenaar 2020;

Overwegende:

  • Dat het college van burgemeester en wethouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen waardoor inwoners langer thuis kunnen blijven wonen;

  • Dat het voor inwoners noodzakelijk is om gemeenschappelijke ruimten/galerijen in woongebouwen veilig te kunnen gebruiken;

  • Dat scootmobielen het risico op het ontstaan van brand of een gevaarlijke situatie bij brand kunnen vergroten en in verkeersruimten, die als vluchtroute dienen, in woongebouwen een obstakel vormen en in geval van brand of andere calamiteiten het vluchten belemmeren;

  • Dat wet- en regelgeving hierover aangescherpt is, waardoor eigenaren van woongebouwen waarin meerdere scootmobielen op de galerij geplaatst werden, aanpassingen moeten verrichten

  • Dat het uit het oogpunt van veiligheid, efficiency en participatie wenselijk is om een subsidiebijdrage beschikbaar te stellen om deugdelijke stallingen van meerdere scootmobielen bij woongebouwen mede mogelijk te maken.

Besluit:

Vast te stellen subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026-2028.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Kosten: de kosten die de eigenaar van een woon- en/of doelgroepen woongebouw naar het oordeel van het college noodzakelijk moet maken voor het realiseren van collectieve scootmobielstallingen;

  • b.

    Collectieve scootmobielstallingen: in of bij bestaande woon- en doelgroepen woongebouwen gecreëerde of te creëren scootmobielstallingen, die ervoor zorgen dat bewoners van het gebouw, die aangewezen zijn op het gebruik van een scootmobiel deze in een gezamenlijke stalling bij het gebouw kunnen stallen, waar het stallen vóór het aanbrengen of aanpassen van die stalling niet op veilige wijze mogelijk was zonder vluchtwegen te belemmeren;

  • c.

    Eigenaar van een woon- en/of doelgroepen woongebouw:

    • Woningcorporatie: een instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

    • Ondernemer: de eigenaar die in een gebouw wonen met zorg aanbiedt c.q. laat aanbieden;

    • Vereniging van Eigenaren (VVE).

  • d.

    Woongebouw:

    Met de term woongebouw wordt in deze regeling bedoeld een gebouw met wooneenheden.

  • e.

    Doelgroepen woongebouw

    Met de term doelgroepen woongebouw wordt in deze regeling bedoeld een gebouw met wooneenheden speciaal bestemd voor ouderen en/of voor bewoners met een beperking, waar deze zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit is de situatie als het bewonersbestand op 1 januari 2026 voor 80% bestaat uit 55-plussers of bewoners met een beperking en/of als 80% van de wooneenheden doelgericht wordt geselecteerd voor 55-plussers en/of voor bewoners met een beperking.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van een bijdrage voor het in 2026 t/m 2028 opstarten en vervolgens realiseren van collectieve scootmobielstallingen ten behoeve van inwoners die woonachtig zijn in een wooneenheid, die deel uitmaakt van een in artikel 1d en 1e bedoeld gebouw in gemeente Zevenaar.

  • 2.

    De bijdrage wordt niet verstrekt bij te realiseren nieuwbouw of grootscheepse renovatie van een gebouw dat is gerealiseerd na 1 juli 2015. De eigenaar van het gebouw wordt geacht rekening te hebben gehouden in de bouw met de bekend veronderstelde wet- en regelgeving na 1 juli 2015 (artikel 4.171 Besluit bouwwerken leefomgeving).

Artikel 3 Activiteiten

  • 1.

    Een bijdrage wordt uitsluitend verstrekt voor het aanleggen van een volwaardige stalling voor meerdere scootmobielen in of nabij een gebouw. Als richtlijn wordt aangehouden:

    • stallingsplaats per 7 woningen in 2030;

    • stallingsplaats per 5 woningen in 2040.

  • 2.

    Een stalling voldoet aan de veiligheidseisen uit het geldende Besluit bouwwerken leefomgeving, en ook aan de eisen genoemd in bijlage 1 behorende bij deze regeling.

  • 3.

    De route naar en toegang tot een stalling is geschikt voor inwoners die een scootmobiel gebruiken.

  • 4.

    De bijdrage kan ook verstrekt worden op een stalling die als gevolg van het verscherpen van de brandveiligheidseisen na 1 juli 2024 aangepast is en dit geen nieuwbouw en/of grootscheepse renovatie betrof.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1.

    De bijdrage wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren van een woon- en/of doelgroepenwoongebouw die een scootmobielstalling realiseren omdat per 1 juli 2024 de artikelen 6.15a en 6.23a van het Besluit bouwwerken leefomgeving in werking zijn getreden.

  • 2.

    De aanvrager dient eigenaar te zijn van het desbetreffende gebouw waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd.

Artikel 5 Kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen zijn:

  • Uitsluitend kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, komen voor een bijdrage in aanmerking;

  • De redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3 komen in aanmerking voor vergoeding;

  • Met de eenmalige bijdrage moet een stalling in principe voldoen aan de richtlijn en minimaal voor het aantal in 2030 en in 2040 te verwachten scootmobielen worden gerealiseerd, zie artikel 3 lid 1.

    Mocht er in de toekomst een piek ontstaan dan gaan eigenaren in gesprek met bewoners om (meer) scootmobielen te delen. Er ontstaat niet opnieuw een recht op een bijdrage van de gemeente;

  • Er is geen eerdere bijdrage voor de stallingen verstrekt door de gemeente Zevenaar of door de voormalige gemeente Rijnwaarden. Eventueel kan hiervoor een bedrag verrekend worden bij een aanvraag waarbij opnieuw extra benodigde stallingsplaatsen gerealiseerd worden.

Artikel 6 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Aanvragen worden ingediend via een digitaal adres van de gemeente Zevenaar.

  • 2.

    Een plan van aanpak met kostenraming maakt onderdeel uit van de aanvraag en wordt opgesteld volgens de instructies die zijn opgenomen in bijlage 1, deze vindt u onderaan deze regeling samen met een toelichting.

Artikel 7 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een subsidie aanvraag voor bouwactiviteiten die starten in het jaar 2026 kan worden ingediend tot en met 31 oktober 2026; dit is zo elk jaar opvolgend tot en met 2028. Dit is het laatste jaar waarin de bijdrage kan worden aangevraagd. Op een aanvraag volgt binnen acht weken een besluit. Voor bouwactiviteiten die (al) gestart zijn na het aanscherpen van de regelgeving in 2024 kan ook tot 31 oktober 2026 een aanvraag ingediend worden.

  • 2.

    Als de bouwactiviteiten later starten dan uiterlijk zes maanden nadat de bijdrage is verleend (zie artikel 12 lid 2), kan de toegekende bijdrage met zes maanden worden verlengd. Dit kan alleen als de vertraging niet te wijten is aan de aanvrager.

  • 3.

    Als een aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 8 De hoogte van de bijdrage bij woongebouwen (artikel 1d)

Een bijdrage bedraagt in de jaren 2026 tot en met 2028 per gebouw ten hoogste het bedrag dat nodig is voor de goedkoopst adequate stalling.

Artikel 9 De hoogte van de bijdrage bij doelgroepen woongebouwen (artikel 1e)

Een bijdrage bedraagt in de jaren 2026 tot en met 2028 per gebouw ten hoogste € 10.000.

Artikel 10 Wijze van verdeling

  • 1.

    Honorering van volledige aanvragen geschiedt op volgorde van indiening bij het college.

  • 2.

    Het college wenst de aanvragen wel te verspreiden gedurende de looptijd van deze regeling en gaat daarover mogelijk in gesprek met de aanvrager(s).

Artikel 11 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college kan een bijdrage weigeren als:

    • a.

      De door de gemeente geïnvesteerde bijdrage aan de realisatie van een stalling leidt tot een verhoging van de huur- of servicekosten voor bewoners. De kosten voor het gebruik van elektriciteit zijn hiervan uitgesloten, deze komen normaliter ten koste van de gebruiker;

    • b.

      Het gebouw gebouwd, uitgebreid of gerenoveerd is na 1 juli 2015;

    • c.

      Het gebouw en/of een stalling naar verwachting niet tot ten minste 2045 als zodanig zal worden gebruikt;

    • d.

      De wooneenheden in het gebouw niet geschikt zijn voor bewoning door inwoners die binnen de eigen woning zijn aangewezen op het gebruik van een rollator of buiten de eigen woning zijn aangewezen op het gebruik van een scootmobiel;

    • e.

      De aanvraag is ingediend ten behoeve van:

      • 1°.

        Een woon- of doelgroepen woongebouw met onzelfstandige wooneenheden; of

      • 2°.

        Een instelling in de zin van Wet toelating zorginstellingen;

    • f.

      Eventueel benodigde vergunningen niet voor de aanvraagdatum zijn verkregen;

    • g.

      De aanpassingskosten voor een doelgroepen woongebouw minder dan € 5.000 bedragen;

    • h.

      Volgens het ingediende plan van aanpak de aangevraagde bijdrage onvoldoende oplossing biedt voor de beschreven problematiek of de problematiek onvoldoende duidelijk is gemaakt;

    • i.

      Volgens de ingediende begroting de aanvrager niet bereid blijkt ook aanpassingskosten voor eigen rekening te nemen.

  • 2.

    Het college kan een bijdrage ook weigeren als voor de aanpassingskosten uit andere bronnen een vergoeding kan worden verkregen.

Artikel 12 Verplichtingen voortvloeiend uit de verstrekte bijdrage

  • 1.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de collectieve scootmobielstallingen worden gerealiseerd volgens de geldende wettelijke eisen en aan de eisen genoemd in bijlage 1.

  • 2.

    Het college verbindt aan bijdrageverlening de verplichting dat de activiteiten, bedoeld in artikel 3, worden gestart uiterlijk zes maanden nadat de bijdrage is verleend.

  • 3.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, volledig zijn gerealiseerd binnen twaalf maanden na het besluit tot het verlenen van de bijdrage.

  • 4.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat voor iedere geïnvesteerde € 5.000 minimaal een plek voor een scootmobiel wordt gecreëerd.

  • 5.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de inspanningsverplichting om, zoveel als mogelijk, te komen tot een passende verdeling tussen deelscootmobiel- en maatwerkscootmobielplekken in een stalling.

  • 6.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de kosten voor een stalling op geen enkele wijze aan een huurder/gebruiker mogen worden doorberekend, tenzij dit kosten voor het gebruik van elektriciteit zijn.

  • 7.

    Het college verbindt aan de bijdrageverlening de verplichting dat de aard van het gebruik van een stalling waarvoor de bijdrage is verleend, gedurende ten minste 20 jaar vanaf de bijdrageverlening niet verandert. Is dit wel het geval dan kan een terugvordering worden geëist voor zover dit naar aard en omvang redelijk is.

Artikel 13 Bevoorschotting

  • 1.

    Een gedeelte van 50% van de bijdrage wordt binnen 14 dagen na het verleningsbesluit beschikbaar gesteld in de vorm van een voorschot.

  • 2.

    Nadat een stalling gerealiseerd en gereed gemeld is, kan deze binnen 28 dagen geïnspecteerd worden als toetsing op de aanvraag en op bereikbaarheid voor inwoners.

  • 3.

    Is alles volgens aanvraag en geldende eisen uit bijlage 1 gerealiseerd, dan wordt de rest van de bijdrage overgemaakt.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van artikel 12 lid 2 en 3 van deze regeling, als toepassing daarvan naar het oordeel van het college leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie.

  • 2.

    Deze regeling vervalt op 1 januari 2029 maar blijft van toepassing op al verstrekte bijdragen en op volledige aanvragen die voor 1 oktober 2028 zijn ingediend.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028.

Aldus besloten door het college van Burgemeester en Wethouders op 17 maart 2026,

De secretaris,

D. Janssen

de burgemeester,

L.J.E.M. van Riswijk

Bijlage 1  

 

Instructies plan van aanpak en eisen aan de scootmobielstallingen en toelichting, horend bij de ‘Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028’.

 

Kader:

Het plan van aanpak dient te worden opgesteld aan de hand van de ‘Subsidieregeling collectieve scootmobielstallingen gemeente Zevenaar 2026 – 2028’.

 

Periode uitvoering activiteiten:

In de kalenderjaren 2026-2028.

 

Inhoud plan van aanpak:

Door het beantwoorden van onderstaande elementen stelt u uw plan van aanpak op. De omvang van uw plan is maximaal vier A4’s exclusief eventuele tekeningen.

  • 1.

    Geef een beschrijving van het woongebouw. Geef daarbij ten minste aan:

    • *

      Het bouwjaar van het gebouw;

    • *

      Het aantal wooneenheden en aantal bewoners (het bewonersbestand);

    • *

      Of het wooncomplex naar verwachting tot ten minste 2045 als woongebouw zal worden gebruikt.

  • 2.

    Geef een kwantitatieve analyse met betrekking tot de in het woongebouw woonachtige ouderen (55-plussers) en bewoners met een (lichamelijke) beperking.

  • 3.

    Geef een onderbouwing van de bestaande stallingsproblematiek van scootmobielen, gelet op het aantal oudere bewoners en/of bewoners met een (functie)beperking die gebruik (willen) maken van een scootmobiel.

  • 4.

    Geef een onderbouwing van de gewenste situatie inclusief het aantal te realiseren stallingsplaatsen en de situering van de stalling.

  • 5.

    Geef een afschrift van de (eventueel) benodigde en ontvangen vergunningen.

  • 6.

    Geef een beknopte technische onderbouwing van de stalling.

    De scootmobielstalling dient te voldoen aan de geldende wettelijke eisen (zie hieronder ook de “eisen scootmobielstallingen”).

  • 7.

    Geef de startdatum van de bouwwerkzaamheden en de termijn waarbinnen de realisatie daarvan dient te zijn afgerond.

Begroting:

  • 1.

    Geef een financiële onderbouwing van de aanvraag, die in ieder geval een specificatie bevat van:

    • *

      De totale kosten;

    • *

      De kosten die voor rekening van de eigenaar van het gebouw komen; en

    • *

      De kosten waarvoor de gemeente om een bijdrage wordt gevraagd.

  • 2.

    Geef hierin ook een verklaring dat de realisatie van de stalling niet leidt tot een verhoging van de huur- en/of servicekosten voor bewoners, althans niet voor de hoogte van het door de gemeente ingebrachte bedrag. Kosten voor elektriciteit zijn hiervan uitgesloten, deze komen normaliter voor rekening van de gebruiker.

Eisen scootmobielstallingen:

Te allen tijde dienen de plannen te voldoen aan het (geldende) Besluit bouwwerken leefomgeving. Aanvullend op de eisen van dit Besluit, die besloten liggen in de afgegeven vergunning, wordt aanvullend het onderstaande geëist.

  • 1.

    (In) de stallingsruimte moet:

    • *

      Voor scootmobielen regendicht zijn en afsluitbaar zijn tegen diefstal en vandalisme;

    • *

      Voorzien zijn van doorgangen in de route naar de stallingsplek die minimaal 90 cm breed zijn;

    • *

      Hoogteverschillen in de ondergrond mogen niet hoger zijn dan 2 cm. Indien er hoogteverschillen van meer dan 2 cm overbrugd moeten worden, dient dit met een hellingbaan opgelost te worden;

    • *

      Als er zich deuren in de toegangsroute bevinden, niet zijnde de deur om de stalling af te sluiten, moeten deze makkelijk vanaf een scootmobiel te openen zijn (bijvoorbeeld voorzien van elektrische deuropeners).

  • 2.

    Een stallingsplek voor een scootmobiel moet:

    • *

      Voorzien zijn van een wandcontactdoos om de scootmobiel op te laden;

    • *

      Voorzien zijn van een mogelijkheid om de oplader op te plaatsen;

    • *

      Naast de geparkeerde scootmobiel voldoende ruimte aanwezig zijn om in- en uit te stappen (minimaal 80 cm vrije ruimte). Deze ruimte mag elkaar overlappen (1 ruimte voor 2 scootmobielen).

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk ervoor zorg te dragen dat ouderen en mensen met een lichamelijke (functie)beperking zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Velen van hen willen ook graag zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Om langer zelfstandig te kunnen wonen zijn soms aanpassingen nodig. Met deze regeling wil de gemeente collectieve aanpassingen gericht op het veilig stallen van scootmobielen in woongebouwen stimuleren.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 3 Activiteiten

De bijdrage wordt beschikbaar gesteld voor collectieve scootmobielstallingen in of nabij woongebouwen gericht op het verhelpen van stallingsproblematiek van scootmobielen die veroorzaakt wordt door brandveiligheidseisen. Primair is deze regeling gericht op het creëren van stallingsmogelijkheden van scootmobielen. Het creëren van brandveilige stallingsmogelijkheden past bij het beleid om mensen zich zo lang mogelijk in zelfstandigheid te laten verplaatsen. Als collectieve oplossingen kunnen worden geregeld zorgt dat ervoor dat in een later stadium maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 niet nodig zijn en hiermee wordt voorkomen dat inwoners hun scootmobiel niet langer kunnen gebruiken. De stallingen waarvoor een bijdrage wordt aangevraagd, moeten passen binnen het doel van deze regeling, zoals verwoord in artikel 3. De opsomming in artikel 3 is limitatief.

 

Artikel 6 Aanvraag

Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend via het digitale adres van de gemeente. De aanvraag wordt ingediend door een daartoe bevoegd persoon. Dit moet blijken uit de verklaring of inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Ook dient de aanvrager de aanvragen in en ontvangt hij de betreffende beschikkingen. De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen bij het beschikbaar stellen van de bijdrage. Hij ontvangt een deel van de bijdrage. Ook een eventuele lagere vaststelling en/of terugvordering zullen aan hem zijn gericht. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de aanvraag van de verstrekking vloeien, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, voort uit zijn hoedanigheid als aanvrager.

 

Artikel 8 en 9 De hoogte van de bijdrage

Per gebouw wordt, afhankelijk van het soort gebouw, maximaal een bedrag van € 50.000 of € 10.000 beschikbaar gesteld.

 

Artikel 10 Wijze van verdeling

De aanvragen worden in volgorde van ontvangst in behandeling genomen en, zo mogelijk, verspreid over de looptijd van deze regeling.

 

Artikel 11 Weigeringsgronden

Een bijdrage kan allereerst worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en in deze regeling, dit geldt ook voor de opgenomen eisen in de bijlage.

 

Daarnaast is er een aantal algemene weigeringsgronden opgenomen in dit artikel.

Bij aanpassingskosten bij een doelgroepen woongebouw minder dan € 5.000 wordt het redelijk geacht dat dit onder de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar valt.

 

Er wordt vermeld dat de bijdrage geweigerd kan worden als volgens het ingediende plan van aanpak de aangevraagde bijdrage onvoldoende oplossing biedt voor de beschreven problematiek. Uit het gevraagde plan van aanpak moet blijken dat de oplossing die de aanvrager voor ogen heeft effectief is voor de bestaande stallingsproblemen, zowel op inhoud als omvang van de problematiek.

 

Ook wordt vermeld dat voor zover er sprake is van financiering vanuit een andere bron, een beroep op deze regeling niet mogelijk is. Met deze bron wordt niet gedoeld op de mogelijkheden van financiering vanuit een lening van een bank. Verstrekking is uitsluitend mogelijk voor het deel dat niet door middel van bekostiging door derden wordt gedekt.

 

Artikel 12 Verplichtingen

In dit artikel wordt vermeld dat voldaan moet worden aan de geldende wet- en regelgeving die van toepassing is op scootmobielstallingen in of nabij woongebouwen. Met name het geldende Besluit bouwwerken leefomgeving is hierbij van belang, maar ook de regels voor het veilig stallen van een scootmobiel, zie ook de eisen in bijlage 1.

Naar boven