Gemeenteblad van Vlissingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2026, 132352 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2026, 132352 | ander besluit van algemene strekking |
Uitvoeringsprogramma VTH gemeente Vlissingen 2026
Dit VTH-uitvoeringsprogramma beschrijft de werkzaamheden die de gemeente Vlissingen in 2026 uitvoert op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Met deze inzet draagt de gemeente bij aan het realiseren van de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving.
Het programma geeft inzicht in de VTH-taken die worden uitgevoerd in relatie tot de Zeeuwse en lokale prioriteiten. Daarnaast wordt ingegaan op factoren die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van dit programma. Op basis van dit uitvoeringsprogramma worden nadere werkafspraken gemaakt met de RUD Zeeland. De RUD Zeeland stelt, aansluitend hierop, een eigen jaarplan op.
Door middel van een gezamenlijk opgestelde risico- en probleemanalyse zijn de Zeeuwse prioriteiten bepaald. Deze prioriteiten zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking. Het komt vaak voor dat de Zeeuwse prioriteiten minder of zelfs niet relevant zijn voor de gemeente Vlissingen. Samenvattend bestaat het uitvoeringsprogramma uit de volgende onderdelen: de uitvoering van VTH-taken die we verrichten gericht op de Zeeuwse en lokale prioriteiten, de middelen die daarvoor beschikbaar zijn en een weergave van mogelijke invloeden op de uitvoering van dit programma.
In dit uitvoeringsprogramma VTH ligt de nadruk op het benoemen van de inhoudelijke prioriteiten per onderwerp. Daarmee maken we inzichtelijk waar onze focus ligt binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving en geven we richting aan onze inzet op basis van bestuurlijke doelen, maatschappelijke risico’s en wettelijke taken. Voor 2027 willen we een volgende professionaliseringsslag maken door per prioriteit niet alleen de inhoudelijke focus, maar ook de benodigde inzet in uren en FTE inzichtelijk te maken.
Gemeenten en provincies zijn volgens artikel 13.8 Omgevingsbesluit (Ob) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op te stellen. Dit is het VTH-uitvoeringsprogramma van de gemeente Vlissingen. Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak.
Het VTH-uitvoeringsprogramma beschrijft welke activiteiten de gemeente Vlissingen uitvoert op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan de doelen voor de fysieke leefomgeving. Dit programma dient als basis voor de begroting en kan worden beschouwd als een nadere, inhoudelijke uitwerking daarvan voor het VTH-domein. Daarnaast vormt het uitvoeringsprogramma de grondslag voor de afspraken met de RUD Zeeland, die op basis hiervan een eigen werkplan opstelt.
Het uitvoeringsprogramma is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. Hoofdstuk 3 gaat over het verbeteren van beheer, informatievoorziening en werkprocessen binnen de VTH-uitvoering. Vervolgens worden de verschillende inhoudelijke thema’s behandeld: bouwen, milieu, water, groen, leefbaarheid en samenwerking en veiligheid (hoofdstukken 4 tot en met 9). Voor elk thema geven we aan wat het beoogde effect, ofwel doel is, voor het thema als geheel en wat de regionale en lokale prioriteiten binnen betreffend thema zijn. Vervolgens geven we aan welke acties op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet worden. Hoofdstuk 10 beschrijft relevante ontwikkelingen en risico’s die wij zien voor een succesvolle uitvoering van dit uitvoeringsprogramma.
In dit uitvoeringsprogramma VTH ligt de nadruk op het benoemen van de inhoudelijke prioriteiten per onderwerp. Daarmee maken we inzichtelijk waar onze focus ligt binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving en geven we richting aan onze inzet op basis van bestuurlijke doelen, maatschappelijke risico’s en wettelijke taken. Voor 2027 willen we een volgende professionaliseringsslag maken door per prioriteit niet alleen de inhoudelijke focus, maar ook de benodigde inzet in uren en FTE inzichtelijk te maken. Dit versterkt de relatie tussen ambitie en uitvoerbaarheid, maakt de consequenties van keuzes transparanter en ondersteunt het gesprek over capaciteit en middelen. Om dit mogelijk te maken is een doorontwikkeling nodig in onze manier van werken en registreren. Werkprocessen moeten eenduidiger worden gekoppeld aan prioriteiten en doelen, en de registratie van uren moet betrouwbaarder en consistenter plaatsvinden. Deze ontwikkeling vraagt zowel om verbetering van systemen als om verdere professionalisering van de organisatie. In aanloop naar 2027 werken we daarom toe naar een systematiek waarin beleidsprioriteiten, uitvoering en capaciteitsinzet logisch met elkaar verbonden zijn, zodat we beter kunnen sturen, monitoren en verantwoorden.
Hoofdstuk 2. Wettelijke kaders
2.1 Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma (art. 13.8 Omgevingsbesluit). Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt waar nodig afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de omgevingsdienst voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het college moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting opnemen. Jaarlijks evalueert het college de uitvoering van het uitvoeringsprogramma in een jaarverslag VTH, dat net als dit uitvoeringsprogramma door het college van Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld. Het VTH-uitvoeringsprogramma dient als overgang van het strategische naar het operationele niveau.
2.2 Zeeuwse afspraken VTH-beleid
In het gezamenlijke U&H-beleid (Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028, vastgesteld op 3 maart 2026 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen) hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn:
We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse) en zorgen dat deze bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden.
We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging.
We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH-taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren.
4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen
We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk, toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde
strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid.
We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (EU-verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan.
6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde
De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria. Bij elk thema reflecteren we op de mate waarin we voldoen aan de kwaliteitscriteria en we lichten we toe hoe we ons daarin verder ontwikkelen. We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie, zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie.
7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort
We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden. We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:
• goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen;
• zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten, door
ongewone voorvallen tijdig te melden. De uitwerking van deze uitgangspunten in onze preventie-, uitvoerings-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategieën is te vinden in deel B van het gezamenlijke U&H-beleid.
2.3 Zeeuwse en lokale prioriteiten
Er worden periodiek prioriteiten gesteld via een gezamenlijke probleemanalyse om onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. We streven ernaar om de probleemanalyse elke vier jaar te vernieuwen. Bij het bepalen van risico's en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd.
Uit de eerste probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse thema's Bouwen, Milieu, Water, Groen en Leefbaarheid naar voren gekomen. De probleemanalyse voor deze periode is gebaseerd op analyses van individuele partners, aangevuld met resultaten van expertmeetings in 2025. Hieruit zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen: integraal beleid, actuele vergunningen, toezicht en ondermijning, waterkwaliteit, brandgevaar en calamiteiten en biodiversiteit en stikstof.
Het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren zal de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse doorontwikkeld worden.
In aanvulling op de Zeeuwse prioriteiten hebben we op basis van lokale doelen en omstandigheden specifieke prioriteiten voor de gemeente Vlissingen vastgesteld. Deze acties vereisen extra aandacht omdat ze aansluiten op de unieke uitdagingen en behoeften van de gemeente. De lokale prioriteiten zijn voortgekomen uit een gemeentelijke risicoanalyse, die zorgvuldig is opgesteld tijdens meerdere werksessies.
In de tabel hieronder worden alleen de acties weergegeven die niet tevens een Zeeuwse prioriteit zijn.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn binnen de gemeente Vlissingen ondergebracht bij de afdeling VTH. Deze afdeling valt onder de directie Ruimte en Samenleving. Ook het cluster Veiligheid maakt deel uit van deze directie. Dit cluster bestaat uit de adviseurs Openbare Orde en Veiligheid en werkt met een eigen beleidscyclus. Die cyclus omvat een vierjaarlijks Integraal Veiligheidsbeleid, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarlijkse voortgangsrapportage. Het cluster Veiligheid levert daarnaast een bijdrage aan dit uitvoeringsprogramma, onder andere bij de aanpak van ondermijning via integrale controles en binnen de haven (hoofdstuk 8 Samenwerking).
Bereikbaarheid buiten kantooruren
Binnen en buiten kantooruren moet de gemeente Vlissingen bereikbaar zijn voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Dit gaat via een piketdienst. We hebben een Zeeuwse milieuklachtenlijn, dit is een commerciële meldkamer die de binnenkomende klachten doorzet naar de piketmedewerker van de RUD. Binnen de VTH-afdeling van de gemeente Vlissingen hebben we een piket milieu en een piket AOV ingericht.
De boa's zijn dagelijks aanwezig tot 21:30. RUD Zeeland heeft een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen: https://www.milieuklachtencentrale.nl/.
Onze boa’s werken met het meldpunt BinnenBeter om meldingen uit de gemeente snel en efficiënt op te pakken. Via dit meldpunt kunnen inwoners eenvoudig overlast of andere problemen doorgeven. Zo zorgen we er samen voor dat meldingen snel bij de juiste handhavers terechtkomen en worden opgelost.
Roulatiesysteem milieutoezichthouders
De periodieke milieucontroles zijn belegd bij de RUD Zeeland. De RUD verdeelt de milieucontroles onder de milieutoezichthouders. Als een toezichthouder korter dan 5 jaar geleden een bedrijf heeft bezocht, dan wordt er geruild. Dit om te voorkomen dat de controleur een band opbouwt met een bedrijf. Kennis wordt uiteraard overgedragen en informatie is in de systemen vastgelegd.
Hoofdstuk 3 Beheer en informatiesysteem
3.1 Basis op orde: procesverbetering en systeemdoorontwikkeling
In 2026 zetten we nadrukkelijk in op het verbeteren van de werkprocessen binnen ons VTH-registratiesysteem. Onder de noemer ‘Basis op Orde’ zijn onder andere de volgende doelen vastgesteld. Enerzijds willen we voor het jaarverslag 2026 kunnen beschikken over betere, gerichtere en beter vergelijkbare verantwoordingsrapportages. Anderzijds is een verbeterslag nodig om het vergunning- en toezichtproces effectief en optimaal te laten verlopen.
Deze verbetering vraagt zowel om aanpassingen in de manier waarop medewerkers hun werkzaamheden registreren, als om een doorontwikkeling van de inrichting van het registratiesysteem. De structuur en indeling van het systeem worden daarbij beter afgestemd op de opzet en thematische indeling van dit uitvoeringsprogramma. Functioneel beheer speelt hierin een sturende en ondersteunende rol door het begeleiden van deze wijzigingen, het borgen van uniform gebruik en het vertalen van informatiebehoeften naar een passende systeeminrichting. Door deze inzet versterken we de kwaliteit van onze gegevens, vergroten we het inzicht in de uitvoering en leggen we een stevig fundament voor monitoring, bijsturing en verantwoording.
3.2 Beheerlast, capaciteit en sturing.
Systemen vragen om voortdurende aanpassingen, intensieve gebruikersondersteuning en actief herstel en verbetering van datakwaliteit. Tegelijkertijd neemt het aantal digitale verplichtingen toe, onder meer als gevolg van de Omgevingswet, de Wkb en de Wmebv.
Om deze toenemende beheerlast en de bijbehorende capaciteitsvraag inzichtelijk en bestuurlijk beheersbaar te maken, benoemen we Beheer & Informatievoorziening expliciet aan het begin van dit uitvoeringsprogramma. Daarmee maken we zichtbaar welke inzet noodzakelijk is voor systeemdoorontwikkeling, borging van datakwaliteit, ondersteuning van medewerkers en het voldoen aan digitale verplichtingen. Dit biedt een helder afwegingskader om tijdig en onderbouwd keuzes te maken over prioritering, inzet van middelen en, waar nodig, structurele versterking van de formatie.
4.1 Vergunningverlening bouwen
In onze werkzaamheden keren een aantal vaste vergunningen, conform indeling in Digitaal Stelsel Omgevingswet, in het merendeel van de projecten terug (1 tot 6). Hieronder zijn deze vergunningen verder uitgewerkt, inclusief de bijbehorende subdoelen en indicatoren. Overige vergunningen (7 tot 12) kunnen eveneens aan de orde zijn, maar worden minder vaak aangevraagd omdat zij afhankelijk zijn van specifieke kenmerken of omstandigheden van een project.
Vergunningplichtige activiteiten
2. Bouwactiviteit (omgevingsplan)
3. Afwijken van regels in het omgevingsplan (binnenplanse afwijk activiteit)
4. Bouwactiviteit bij rijksmonumenten
5. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)
7. Handelsreclame maken of voeren
8. Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren
9. Boom kappen of houtopstand vellen
11. Weg of spoorweg, zonder geluidproductieplafonds, aanleggen of wijzigen
12. Geitenhouderij vestigen of uitbreiden
Meldingsplichtige activiteiten
Voor onderstaande activiteiten geldt een meldingsplicht:
4.1.1 Vergunningverlening bouwactiviteit (omgevingsplan)
Bij aanvragen voor een bouwactiviteit toetst het college of het initiatief past binnen de geldende regels en kwaliteitskaders.
Wij toetsen aanvragen voor bouwactiviteiten aan het omgevingsplan en de geldende kwaliteitskaders, waaronder gebruik, bouwen, welstand en erfgoed. Deze toetsing vindt zorgvuldig en consistent plaats.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij borgen dat bouwinitiatieven passen binnen het vastgestelde beleid en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving. Daarmee versterken wij de rechtszekerheid voor initiatiefnemers en een evenwichtige ontwikkeling van de gemeente.
4.1.2 Vergunningverlening Bouwactiviteit (technisch)
|
Constructieve detaillering wordt beoordeeld op betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid |
||
|
Maatregelen ter voorkoming van progressieve instorting worden beoordeeld |
Wij toetsen technische bouwactiviteiten aan de geldende bouwtechnische eisen, met nadruk op constructieve veiligheid.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij borgen dat bouwwerken veilig, stabiel en betrouwbaar worden gerealiseerd en gebruikt. Dit verkleint veiligheidsrisico’s en draagt bij aan een veilige gebouwde omgeving.
Aanvragen met relevante brandveiligheidsaspecten leggen wij ter advisering voor aan de Veiligheidsregio Zeeland. Het ontvangen advies betrekken wij bij de beoordeling van vergunningen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij borgen een deskundige en eenduidige beoordeling van brandveiligheid. Dit draagt bij aan veilige gebouwen voor gebruikers.
Gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid
Wij toetsen aanvragen voor vergunningplichtige bouwactiviteiten conform de geldende wet- en regelgeving aan de subdoelen op het gebied van gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Daarbij controleren wij of de aanvrager voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het plan voldoet.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij toetsen bij de vergunningverlening conform de geldende wet- en regelgeving op aspecten als luchtkwaliteit, daglicht, thermisch comfort en energiezuinigheid. Daarbij voeren wij deze toets uit op het minimaal vereiste niveau, zodat wordt voldaan aan de wettelijke kaders voor een gezonde en duurzame leefomgeving.
4.1.3 Vergunningverlening bouwactiviteit (afwijken regels in het omgevingsplan) BOPA
Wij beoordelen aanvragen voor een buitenlandse omgevingsplanactiviteit integraal op ruimtelijke aanvaardbaarheid, kwaliteit en erfgoed, binnen de kaders van de Omgevingswet.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij maken zorgvuldig gemotiveerde afwijkingen mogelijk, met behoud van ruimtelijke kwaliteit, rechtszekerheid en bescherming van cultuurhistorische waarden.
4.1.4 Rijksmonumenten activiteit
Wij beoordelen aanvragen voor het veranderen van rijksmonumenten zorgvuldig, met aandacht voor erfgoedwaarden, veiligheid en kwaliteit, en vragen waar nodig advies aan deskundigen.
Bij ingrijpende activiteiten aan een gebouwd of aangelegd rijksmonument – zoals sloop, ingrijpende wijziging, reconstructie, gebruikswijziging met vergelijkbare gevolgen of (gedeeltelijke) verplaatsing – vraagt de gemeente namens de minister van OCW advies aan de RCE. Ligt het monument buiten de bebouwde kom, dan wordt ook de provincie om advies gevraagd. Voor een nadere uitwerking van de monumentenzorg wordt verwezen naar de lokale prioriteit aan het einde van dit hoofdstuk.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij borgen het behoud en de zorgvuldige ontwikkeling van rijksmonumenten, zodat deze duurzaam en verantwoord kunnen worden gebruikt met behoud van hun cultuurhistorische waarde.
Wij toetsen sloopmeldingen op volledigheid en beoordelen of advisering door de RUD noodzakelijk is. Daarbij maken wij onderscheid tussen particuliere en bedrijfsmatige sloopactiviteiten. Sloopvergunningen zijn enkel van toepassing bij monumenten.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Wij borgen een zorgvuldige en veilige afhandeling van sloopactiviteiten, met bijzondere aandacht voor asbest en milieu, en dragen bij aan een veilige leefomgeving.
4.2 Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
Specifieke controles en samenwerking
In 2025 is het bouwtoezicht risicogericht uitgevoerd met focus op constructieve veiligheid. Ten aanzien van illegale bouw wordt met name reactief opgetreden, naar aanleiding van meldingen en constateringen. Door incidenten, zoals branden, is er regelmatig sprake van inzet op de actualiteit, waardoor de reguliere werkzaamheden onder druk kunnen komen te staan. De samenwerking met de RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland verloopt goed en knelpunten zijn beperkt gebleven.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In 2026 zetten we de huidige werkzaamheden binnen het bouwtoezicht voort. De focus blijft daarbij liggen op constructieve veiligheid en het adequaat reageren bij incidenten. Daarnaast houden we blijvende aandacht voor toezicht bij illegale bouw, monumenten en brandveiligheid.
We streven naar een effectieve uitvoering, een goede samenwerking met ketenpartners en voldoende inzicht in de voortgang en resultaten. Voor monumentenzorg wordt verwezen naar lokale prioriteit 1.
In 2026 stellen we een toezichthouder duurzaamheid aan voor het uitvoeren van energiecontroles.
Voor de gemeente Vlissingen zijn er een aantal grote bouwprojecten die ook in 2026 nog veel capaciteit zullen vragen. Denk hierbij aan het Scheldekwartier, Machinefabriek, Stationsgebied en het middengebied. Deze bouwprojecten zijn hoofdzakelijk onder de toen nog geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend, waardoor deze niet onder de Wkb vallen en toezicht is belegd bij de gemeentelijke toezichthouders.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De samenwerking met de Veiligheidsregio Zeeland verloopt goed. Er is sprake van structurele afstemming, wat bijdraagt aan een effectieve en zorgvuldige uitvoering van de taken op het gebied van veiligheid.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De controlefrequentie van panden die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een melding brandveilig gebruik hebben gedaan, wordt bepaald met behulp van het Risicoafwegingsmodel Toezicht (RAT). Hierbij wordt eerst een generieke risicoklasse vastgesteld op basis van de gebruiksfunctie, waarna aanvullende gebouw-, gebruiks- en omgevingsgebonden risicofactoren worden meegewogen. Na iedere controle wordt het naleefgedrag beoordeeld, waardoor de toezichtfrequentie per pand kan verschillen en tussentijds kan worden aangepast. Afhankelijk van de uitkomst varieert de controlefrequentie van jaarlijks (of vaker) bij zeer hoog risico tot eens per zeven jaar, of – bij een aanvaardbaar risiconiveau – op basis van interne of bestuurlijke afwegingen.
4.4. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Illegale bewoning van recreatiewoningen vormt momenteel geen structureel probleem binnen de gemeente Vlissingen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Er wordt niet proactief gestuurd op dit thema. De gemeente handelt uitsluitend naar aanleiding van concrete meldingen over mogelijke illegale bewoning.
4.5 Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers
De gemeente Vlissingen heeft inzicht in de kwaliteit van de huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerkers. Uit dit beeld blijkt dat verbetering mogelijk is om overal te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en om veilige en verantwoorde woonomstandigheden te waarborgen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We versterken de gemeentelijke aanpak zodat aandacht voor de huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenswerkers een structureel onderdeel wordt van het beleid. Daarbij wordt toegewerkt naar een structurele borging van nieuwe wet- en regelgeving, met als doel het realiseren en behouden van veilige, gezonde en kwalitatief goede huisvesting.
4.6 Lokale prioriteit – woninggebruik
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De huidige controles, die integraal worden uitgevoerd in samenwerking met ketenpartners, laten zien dat het gebruik van woningen niet altijd voldoet aan de geldende regelgeving. Er worden regelmatig overtredingen geconstateerd op het gebied van kamerverhuur, illegale bewoning, woningsplitsing en bouwtechnische eisen. Ook afwijkingen in de BRP-registratie komen voor. Dit onderstreept dat gezamenlijk toezicht met ketenpartners op woninggebruik noodzakelijk blijft om veiligheid, leefbaarheid en betaalbaarheid te waarborgen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In 2026 blijven we inzetten op gerichte controles op woninggebruik, met speciale aandacht voor kamerverhuur, splitsingen en naleving van de Huisvestingsverordening en de Wet betaalbare huur. We maken gebruik van meldingen, signalen en beschikbare gegevens om risicopanden te selecteren. Bij overtredingen treden we handhavend op en versterken we de preventie door betere voorlichting aan verhuurders en bewoners over de geldende regels. De aard en omvang van woonfraude maken het noodzakelijk om het project woonfraude structureel te borgen, zodat toezicht en handhaving effectief kan worden voortgezet.
4.7. Lokale prioriteit – Monumentenzorg
De gemeente beschikt over een groot aantal (rijks)monumenten, maar het overzicht van de status van deze monumenten is nog niet volledig en de dienstverlening richting initiatiefnemers kan worden verbeterd. Het ontbreken van een actueel monumentenbeleid leidt tot onduidelijkheid in afwegingen en kan resulteren in langere doorlooptijden en onvoldoende borging van monumentale waarden.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We werken aan een beter en actueel overzicht van de status van monumenten en versterken de kwaliteit van de vergunningverlening, de informatievoorziening en de samenwerking met toezicht. Door kennis en expertise op het gebied van monumentenzorg te vergroten en de samenwerking tussen betrokken disciplines verder te intensiveren, verbeteren we de kwaliteit van onze dienstverlening. Daarnaast zetten we in op actievere communicatie richting eigenaren, zodat zij beter worden geïnformeerd over hun mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Ook de verduurzaming van monumenten is een belangrijk aandachtspunt. Dit maakt integraal onderdeel uit van het monumentenbeleid en wordt naar verwachting in 2027 vastgesteld.
Wanneer wij deze ambities zorgvuldig en volledig willen uitvoeren, is dit met de huidige capaciteit niet mogelijk. De beschikbare inzet staat onder druk (zie ook hieronder bij de lokale prioriteit illegale bouw). Zonder aanvullende capaciteit of herprioritering kunnen de beoogde intensivering en kwaliteitsverbetering niet in de gewenste mate worden gerealiseerd.
4.8 Lokale prioriteit – Illegale bouw
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Door beperkte capaciteit kunnen niet alle signalen en risicovolle situaties tijdig worden opgepakt, waardoor scherpere prioritering nodig is en minder urgente zaken blijven liggen. De focus ligt nu vooral op constructieve veiligheid, het reageren op incidenten en op monumenten en brandveiligheid; om illegale bouw effectief tegen te gaan is echter extra capaciteit nodig.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Om de gewenste kwaliteit en effectiviteit te bereiken, is het noodzakelijk de capaciteit voor bouwtoezicht en juridische ondersteuning te versterken. Alleen dan kunnen controles sneller en effectiever plaatsvinden en kunnen naleving en bouwkwaliteit structureel verbeteren. Daarnaast is het nodig de werkprocessen te optimaliseren, zodat de beschikbare inzet doelgerichter en efficiënter wordt benut.
Ruim 10 jaar geleden is een groot deel van de gemeentelijke milieutaken ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland. Dit is verplicht voor het basistakenpakket, dat met de Omgevingswet per 2024 ook nog is uitgebreid.
De eerstvolgende paragrafen bevat informatie over de uitvoering door de gemeente van de overblijvende milieutaken.
5.1 Vergunningverlening milieu
Een groot deel van de milieutaken zijn met ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 verplicht ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). Dit zijn bijna alle milieubelastende activiteiten (mba) uit hoofdstuk 3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De mba’s die vallen onder het Omgevingsplan blijven als uitvoerende taak bij de gemeente. Denk hierbij aan geluid bij horeca, lozingen of trillingen (niet limitatief).
Voor 2026 worden de volgende aanvragen behandeld:
Beschikking maatwerk voor geluid, bereiden van voedingsmiddelen, geur, lozingen voor mba’s in het Omgevingsplan
Meldingen besluit activiteiten leefomgeving voor mba’s in het Omgevingsplan
Informatieplicht besluit activiteiten leefomgeving voor mba’s in het Omgevingsplan
Advies ten behoeve van in- en externe projecten
Advies ten behoeve van omgevingsvergunning/horeca- en exploitatievergunning/evenementen/APV
Aanvragen en meldingen omgevingsvergunning met een milieucomponent voor mba’s worden vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) direct in het zaaksysteem van RUD Zeeland ingelezen, waardoor de gemeente er geen zicht op heeft. Juiste en tijdige afstemming is van belang, nu de onlosmakelijkheid tussen bouwen en milieu bij een aanvraag is losgelaten in de Omgevingswet.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het aantal ontvangen meldingen en informatieplichten voor milieubelastende activiteiten beperkt. De taken die bij de RUD zijn belegd zijn duidelijk (zie §4.3). Doordat de gemeente geen volledig overzicht meer heeft van het geheel aan meldingen en informatieplichten, is ons inzicht minder volledig en vraagt dit om nadere afstemming met de RUD. Hoewel de uitvoering van milieuzaken door de gemeente daardoor beheersbaar blijft, is relevante informatie niet altijd tijdig beschikbaar. Dit vraagt extra aandacht voor de volledigheid en zorgvuldigheid van toezicht en beoordeling, mede doordat aanvragers hun verplichtingen niet altijd zelfstandig of tijdig onderkennen en naleven.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Bij aanvragen omgevingsvergunningen wordt expliciet gekeken naar mogelijke milieumeldingen en maatwerkverplichtingen, zodat deze tijdig worden betrokken bij de vergunningverlening en besluitvorming; daartoe wordt ook de adviseur milieu vroegtijdig betrokken en worden aanvragers actief gewezen op de meldings- en informatieplicht bij een (vermoedelijke) milieubelastende activiteit (mba). Daarnaast vervullen wij een signalerende rol richting de RUD Zeeland door onze bevindingen over de feitelijke gebruiksfunctie en technische bouwactiviteiten na vergunningverlening te delen en periodiek af te stemmen.
5.2 Milieutoezicht (de niet-gemandateerde milieutaken)
Milieucontroles (incl. gekoppelde horecataken)
In 2026 blijven de milieucontroles gebaseerd op een vastgestelde controlelijst die jaarlijks wordt opgesteld op basis van de risicoanalyse, klachten en actuele inzichten. De vergunningscontroles voor horeca zijn hieraan gekoppeld en worden meegenomen binnen deze milieucontroles.
In 2025 zijn 103 reguliere milieucontroles en 61 horecacontroles uitgevoerd. Deze controles zijn gebaseerd op een jaarlijkse risicoanalyse en vastgestelde controlefrequenties. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met klachten en actuele ontwikkelingen, waardoor het toezicht gericht en actueel is. De selectie van te controleren bedrijven wordt jaarlijks geactualiseerd.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We blijven werken met een jaarlijkse risicoanalyse en bijbehorende controlefrequenties. Klachten, signalen en nieuwe inzichten worden structureel meegenomen bij het bepalen van prioriteiten. Door de jaarlijkse actualisatie van de bedrijvenlijst en het risicogericht plannen van controles blijft het toezicht effectief en doelgericht. Op dit moment worden horecabedrijven gemiddeld eens per zes jaar gecontroleerd. Vanuit veiligheidsoverwegingen bestaat de wens om deze frequentie te verhogen naar eens per vier jaar. Dit is relevant vanwege personele wisselingen binnen bedrijven, wisselende deskundigheid en risico’s op ondermijning.
De uitvoering van de milieu-VTH-taken in Zeeland is belegd bij de RUD Zeeland en DCMR Milieudienst Rijnmond. Zij verlenen of actualiseren vergunningen en houden toezicht op meer dan 9000 bedrijven. Van kleine ondernemingen tot grote industriële chemische bedrijven. Over de resultaten en ontwikkelingen wordt per kwartaal een rapportage gemaakt ter informatie voor het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling en met het jaarverslag van RUD Zeeland worden de raden en staten geïnformeerd.
De gemeente Vlissingen heeft ervoor gekozen alleen de basistaken bij de RUD te beleggen, dit zijn de milieutaken genoemd in hoofdstuk 3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Hieronder valt ook advisering ten behoeve van aanvragen Omgevingsvergunning, sloop- en asbestmeldingen, maatwerk geluid in de daarvoor aangewezen geluidszoneringsgebieden, etc. De advisering tussen gemeente en RUD Zeeland vindt plaats via de samenwerkingsfunctionaliteit van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deze voorziening maakt veilig samenwerken tussen overheden en ketenpartners mogelijk.
Jaarlijks zijn er structureel, zowel bestuurlijk als ambtelijk, meerdere contactmomenten. Naast (financiële) rapportages en de uitvoering van het jaarplan door RUD Zeeland, zal tijdens die momenten nadrukkelijk worden stil gestaan bij verbeterpunten en uitdagingen. Van belang is dat adequaat en effectief wordt samengewerkt en dat de gemeente tijdig wordt geïnformeerd over niet-uitgevoerde werkzaamheden, zodat kan worden geanticipeerd op de daaraan verbonden (bestuurlijke) risico’s.
5.3.1 Regulering van milieubelastende activiteiten
|
Zeeuwse bedrijven functioneren binnen de grenzen van de vastgestelde risiconormen |
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen van vastgestelde risiconormen per LHS-categorie |
||
RUD Zeeland verleent of actualiseert omgevingsvergunningen aan meer dan 9000 bedrijven in Zeeland. Wekelijks ontvangt de gemeente een overzicht van die week te starten nieuwe U&H-zaken. Jaarlijks stelt de RUD een rapportage op. Naast vergunningverlening omvatten de werkzaamheden ook het behandelen van meldingen, het opstellen van maatwerkvoorschriften (bijvoorbeeld met betrekking tot geluid), het beoordelen van informatieplichten, rapportages, activiteiten en (grensoverschrijdende) milieueffecten, evenals het bespreken van initiatieven in een vooroverleg. Verder voert RUD Zeeland diverse bijkomende werkzaamheden uit, zoals het adviseren over milieuaspecten of over het omgevingsplan, het beheren van de geluidsbelasting (betreft omgevingsgeluid van o.a. verkeer en industrie), het behandelen van bezwaren en van beroepszaken, het ontsluiten van informatie en het beantwoorden van Woo-verzoeken.
Wat gaan we doen om dit doel te bereiken?
De ingezette aanpak zetten we voort in 2026. We signaleren lokale prioriteiten en zoeken samenwerking met RUD Zeeland waar nodig. De gemeente wordt geïnformeerd en indien gewenst wordt RUD Zeeland bevraagd over signalen die kunnen duiden op overige (niet-milieugerelateerde) misstanden, zodat de gemeente waar nodig tijdig kan handelen.
5.3.2 Milieutoezicht en -handhaving
RUD Zeeland houdt toezicht op de milieubelastende activiteiten bij de gemandateerde bedrijven. Een keer per kwartaal vindt het lokale handhavingsoverleg (LHO) plaats, waaraan ook RUD Zeeland deelneemt. Lokale aandachtspunten worden hierin besproken en eventueel gezamenlijk opgepakt. Per kwartaal wordt de gemeente op de hoogte gesteld van de gehaalde doelen tot dat moment op het gebied van toezicht en handhaving. Jaarlijks stelt de RUD een rapportage op.
De werkzaamheden omvatten objectcontroles, gebiedscontroles, het behandelen van klachten en incidenten, het nemen van een besluit op een handhavingsverzoek, bestuursrechtelijke handhaving en strafrechtelijke handhaving.
Wat gaan we doen om dit doel te bereiken?
De ingezette aanpak wordt in 2026 voortgezet. Voor RUD Zeeland is dit een overgangsjaar na interne reorganisatie en verhuizing naar Middelburg. De organisatie wil zich verder ontwikkelen en haar deelnemers ook beleidsmatig adviseren. De gemeente wordt geïnformeerd over voornemens en handhavingsbesluiten en bevraagt de RUD actief over signalen die kunnen duiden op overige (niet-milieu gerelateerde) misstanden, zodat we waar nodig tijdig kunnen handelen.
Het toezicht op asbest is in 2025 uitgevoerd en vooral gericht op signalering bij sloopmeldingen. In 2025 heeft zich één handhavingssituatie voorgedaan. Het in 2025 uitgevoerde toezicht op asbest was vooral gericht op signalering bij sloopmeldingen. Er heeft zich één handhavingssituatie voorgedaan. De gemeente ontvangt via het Digital Stelsel Omgevingswet de melding van een saneringssituatie en beoordeeld deze. De uitvoering van toezicht en handhaving ligt grotendeels bij ketenpartners, vaak RUD Zeeland. De U&H-taken voor bedrijfsmatige asbestsanering worden uitgevoerd door de specialisten en toezichthouders van RUD Zeeland, team Bodem en asbest. Mbv dit team kan deze expertise, onafhankelijk van locatie of bedrijf, worden ingezet.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In 2026 blijft het toezicht op asbest risicogericht en in samenwerking met ketenpartners. De gemeente blijft inzetten op tijdige signalering en juiste informatie-uitwisseling met de RUD Zeeland, zodat toezicht en handhaving effectief kunnen plaatsvinden waar dat nodig is. Daarnaast is de verwachting dat er veel wijzigingen worden doorgevoerd in de wet- en regelgeving op vlak van asbest de komende twee jaar. RUD Zeeland houdt dit nauwlettend in de gaten en houdt haar deelnemers hiervan op de hoogte.
|
- Aantal bouwprojecten waarbij advies voor bodem tijdig is meegenomen - Advies bodemrapportages vanaf start betrokken bij vergunningverlening |
||
Onder de Omgevingswet heeft er een verschuiving plaatsgevonden van bevoegdheden. Daardoor zijn per 1 januari 2024 alle gemeenten bevoegd gezag geworden voor de bodemkwaliteit (verplaatsen van grond, adviseren en acteren bij verontreiniging en bodemsanering). Voorheen was de Provincie Zeeland het bevoegd gezag met eveneens RUD Zeeland als uitvoerende instantie. Daarom is Zeeland breed gekozen om de bodemtaken grotendeels bij de RUD te beleggen.
Door pensionering van een medewerker is de advisering met betrekking tot de bodemtaken beperkt tot basale werkzaamheden.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
In 2026 worden de bodemtaken weer volledig opgepakt. Het bodemaspect wordt daarbij vanaf het begin integraal meegenomen bij vergunningsaanvragen en bij de start van bouw- en civiele projecten, zodat dit volwaardig onderdeel is van de behandeling. Aanvragers worden actief gewezen op de meldings- en informatieplicht wanneer sprake is of lijkt van een milieubelastende activiteit (mba) bij hun aanvraag. In 2026 onderzoeken we daarnaast de mogelijkheid om enkele bodemtaken bij RUD Zeeland te beleggen.
5.3.5. Energiebesparingsplichten en informatieplichten
RUD Zeeland ziet toe op de naleving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing; in de jaarplanning en -rapportage legt de RUD verantwoording af over de geplande en gehaalde doelen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
RUD Zeeland neemt in het Jaarplan 2026 controles op voor de plicht op energiebesparing bij bedrijven, conform de daarover Zeelandbreed gemaakte afspraken.
In het jaarplan geeft RUD Zeeland aan dat, als de energiecontroles vaker worden uitgevoerd, bijvoorbeeld eens in de 4 jaar in plaats van eens per 10 jaar, dit een stijging betekent van de inzet van 4,3 fte naar 7,7 fte. Omdat dit voor veel gemeenten neerkomt op verdubbeling van de kosten, wordt hierover in 2026 nader overlegd.
Zowel de vergunningverlening als toezicht en handhaving op deze activiteit wordt door RUD Zeeland uitgevoerd. Dit betreft bijvoorbeeld het verlenen van toestemming voor het afsteken van vuurwerk door professionals en het toezicht op het verkooppunt met opslagbunker voor consumentenvuurwerk in de gemeente.
De ontheffing voor verkoop van vuurwerk en laden en lossen van vuurwerk is geregeld in de APV en wordt door de gemeente behandeld. De vergunning werd altijd voor 3 jaar afgegeven. Bij een voorkomend geval in 2025 is bewust de verkoopvergunning voor één jaar afgegeven, vanwege het aanstaande landelijke vuurwerkverbod.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Jaarlijks wordt dit specifieke thema opgenomen in het jaarplan van RUD Zeeland. In 2026 zal waarschijnlijk het landelijk vuurwerkverbod van kracht gaan. De gemeente Vlissingen bereidt zich, samen met de Zeeuwse gemeenten, RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland, voor op de komende jaarwisseling. Gestreefd wordt naar Zeelandbrede afspraken voor het afsteken van vuurwerk. De Wet veilige jaarwisseling, aangenomen op 1 juli 2025, introduceerde een landelijk consumentenvuurwerkverbod. De regionale en/of lokale uitvoering vraagt nu om afspraken over handhaving, ontheffingen en het niet meer verlenen van verkoopvergunningen.
In de gemeente Vlissingen is er op een aantal locaties sprake van terugkerende bijplaatsingen en afvaloverlast. Dit vraagt om blijvende aandacht om te zorgen voor een schone en veilige openbare ruimte en naleving van de Afvalstoffenverordening.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We ontwikkelen en implementeren een integrale aanpak waarin communicatie, toezicht/handhaving en stadsbeheer samen optrekken. De inzet is gericht op het terugdringen van bijplaatsingen, dumpingen en zwerfafval, met een gerichte uitvoering op locaties waar de overlast het grootst is. De voortgang wordt gevolgd via meldingen en monitoring. Het toezicht ligt bij Stadsbeheer. Toezichthouders milieu vragen tijdens controles expliciet naar de verschillende afvalstromen, zodat beter inzicht ontstaat in de herkomst en verwerking van afval en hier waar nodig gerichter op kan worden gehandhaafd.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Meer meldingen (ver)bouw bedrijfsaanpassingen ten behoeve van energiebesparing |
||
|
Bedrijven doen een beroep op de subsidieregeling bouwen bedrijventerreinen 2014 |
Controle op energieprestatie en binnenklimaat (EBP) en energielabel C voor kantoren is bij bouwtoezicht belegd. De toegenomen aantallen warmtepomp installaties en airco’s vanwege het verduurzamen van woningen en bedrijven leiden tot meer (geluidsoverlast)meldingen. Voor verduurzaming van monumentale panden ontbreekt momenteel nog specifiek beleid.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Voor beter toezicht op EBP en label C bij bestaande bouw is door team Leefbaarheid voor 2026 subsidie aangevraagd, om gezamenlijk een toezichthouder duurzaamheid aan te stellen. Bij nieuw- en verbouw projecten zetten we de huidige werkwijze door in 2026, plannen moeten voldoen aan wet- en regelgeving.
De waterkwaliteit voldoet nog niet aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor 2027 moet er voldaan worden aan ecologische en chemische doelen en –normen voor de waterkwaliteit.
Samen met de andere overheden in de provincie Zeeland heeft de gemeente Vlissingen een rol bij het realiseren van de KRW-doelen. De gemeente is bevoegd gezag bij de bedrijfsmatige indirecte lozingen, waarbij afvalwater of opgepompt grondwater via het gemeentelijke rioolstelsel en een rioolwaterzuivering in het oppervlaktewater terecht komt.
Om in Zeeland de Europese KRW-doelen te behalen is in 2025 een analysetool aangeschaft en heeft het college besloten relevante data te delen met de medeoverheden in Zeeland.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Onder leiding van de provincie Zeeland werkt de gemeente met de Zeeuwse gemeenten, Rijkswaterstaat, waterschap Scheldestromen en RUD Zeeland aan de Europese KRW-doelen. In dat kader gebruikt de gemeente de bovengenoemde analysetool om te bepalen welke bedrijven in de gemeente, de oorzaak kunnen zijn van stoffen van de KRW-lijst die in het oppervlaktewater zijn aangetroffen.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
De waterpeilen zijn optimaal afgestemd op het grondgebruik en de bodemopbouw, in relatie met wateroverlast en droogte. |
Het observeren en managen van de waterpeilen is een taak van het Waterschap. Als er veel neerslag valt, mag het water niet te hoog staan en als het lange tijd droog is, mag het peil niet te laag staan. Dit peil wordt per gebied vastgesteld in peilbesluiten.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Voor de verbetering van de zoetwatersituatie werkt Waterschap Scheldestromen in het kader vanhet Zeeuws Deltaprogramma nauw samen met de provincie Zeeland. De specifieke maatregelen zijnna te lezen in de Kadernota 2026 van het Waterschap.
Voor het onttrekken van oppervlaktewater is zo goed als altijd een watervergunning nodig. Deze watervergunningen zijn een bevoegdheid van Waterschap Scheldestromen. Naast een watervergunning mag water enkel onttrokken worden wanneer het peil boven het gestelde zomerpeil staat. Het riool is van de gemeente; in dat geval vragen wij altijd advies aan het Waterschap. Oppervlaktewater valt onder het Waterschap.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Het Waterschap Scheldestromen heeft in afstemming met de provincie Zeeland in de aanpak Waterbeheer 2.0 bepaald dat het thema grondwateronttrekkingen vooruitlopend op het totale waterbeheer opgepakt wordt. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in de Kadernota 2026 van het Waterschap. De gemeente Vlissingen heeft hier geen afzonderlijke doelen voor gesteld.
7.1 Hinderlijk verblijf in natuurgebieden/zeeweringen
|
Aantal geconstateerde overtredingen m.b.t. hinderlijk verblijf ten opzichte van voorgaand jaar |
||
|
Aantal zorgbehoevende en verwarde personen dat hinderlijke verblijft in de natuur- en buitengebieden |
Deze taken vallen onder de verantwoordelijkheid van het Waterschap en Staatsbosbeheer. De gemeente werkt hierbij in goed overleg samen met beide organisaties.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige werkwijze wordt voortgezet, met structureel overleg en goede samenwerking. Er doen zich hierbij geen knelpunten voor.
In 2025 hebben zich in de gemeente Vlissingen in totaal vijf (kleine) natuurbranden voorgedaan. Het ging hierbij om branden op akkers en weilanden, in duingebieden en in het riet (informatie via VRZ). Onze boa’s controleren op illegale recreatie en stoken in de natuur.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
Hier verwijzen wij naar het jaarplan van de Veiligheidsregio Zeeland 2026. Een belangrijk aandachtspunt is de relatie tussen de strandslaaphuisjes en het risico op natuurbrand, waarbij met name het voorlichten van de tijdelijke bewoners van verhuurhuisjes over natuurbrandrisico’s essentieel is. In het kader van awareness en risicocommunicatie is er in de toekomst mogelijk een grotere rol weggelegd voor toezicht. In de risicogebieden komen namelijk veel toeristen en bezoekers. Hun gedrag kan van invloed zijn op het ontstaan van een natuurbrand.
Het landschap in onze gemeente kenmerkt zich door een afwisseling van bos, water, kreken, polders en dijken. In veel natuurgebieden komt zoveel stikstof terecht, dat schadelijk kan zijn voor de kwetsbare natuur. De Provincie Zeeland is verantwoordelijk voor de bescherming van de Zeeuwse Natura-2000 gebieden. In het geval van vergunningverlening wordt getoetst of het initiatief kan leiden tot aantasting van natuurwaarden. Deze toetsing kan gebeuren middels een Aerius-berekening, Quickscan flora en fauna of ecologische rapporten. Bij complexere of grotere initiatieven wordt hiervoor het advies van de provincie gevraagd. Indien significante negatieve effecten op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, dient initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor een Natura-2000 activiteit aan te vragen bij Provincie Zeeland.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Middels het opstellen en actueel houden van beheerplannen en natuurbeleid wenst de Provincie Zeeland de Natura-2000 instandhoudingsdoelen te behalen. Daarbij stelt de provincie vanaf 2026 een jaarplan Natuurtoezicht op in samenwerking met RUD Zeeland. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in het Uitvoeringsprogramma 2026 VTH van de Provincie Zeeland.
Daarnaast wordt meer aandacht gevraagd voor de mogelijke invloed van ruimtelijke plannen en evenementen op natuurwaarden, zowel in het voorstadium (vergunningverlening) als tijdens de uitvoering (toezicht en handhaving). Hiermee wordt geborgd dat natuurbelangen integraal en tijdig worden meegewogen in besluitvorming en uitvoering.
In het geval van vergunningverlening wordt getoetst of het initiatief kan leiden tot aantasting van natuurwaarden. Deze toetsing kan gebeuren middels een Quickscan flora en fauna of ecologische rapporten. Bij complexere of grotere initiatieven wordt hiervoor het advies van de provincie gevraagd. Indien bij een initiatief dieren gedood worden, hun rust- en verblijfplaatsen worden vernield of planten vernield worden, dient initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit aan te vragen bij Provincie Zeeland.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De Provincie Zeeland zet vooral in op het zoveel mogelijk regelen van ingrepen via faunabeheerplannen en vergunningen. Daarbij stelt de provincie vanaf 2026 een jaarplan Natuurtoezicht op in samenwerking met RUD Zeeland. De specifieke maatregelen zijn na te lezen in het Uitvoeringsprogramma 2026 VTH van de Provincie Zeeland.
Soortenbescherming geldt voor de gehele stad en ziet onder meer op gebouwbewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en dwergvleermuizen en op alle inheemse vogels tijdens het broedseizoen. Wij vragen aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen, evenementen en bouw- of isolatiewerkzaamheden bij vergunningverlening.
8.1 Vergunningverlening bijzondere wetten en APV
|
Doorontwikkeling en actualisatie van APV-gerelateerde beleidskaders |
Duidelijke en toepasbare regels voor relevante APV-onderwerpen |
|
VTH behandeld meldingen en aanvragen voor een vergunning of ontheffing op grond van de APV. Vanuit ‘de praktijk’ leveren we een bijdrage aan of doen voorstellen voor beleidsontwikkeling of actualisatie van bestaande beleidsregels die zijn gebaseerd op de APV. De beleidsbasis is gedeeltelijk aanwezig, maar nog niet overal volledig uitgewerkt, waardoor verdere aanscherping en samenhang wenselijk zijn om een consistente toetsing en handhaafbare uitvoering binnen VTH te borgen. Zo is in 2025 beleidsregel opgesteld voor kleding inzamelen en wordt deze opgenomen in de APV.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In de komende periode wordt integraal gewerkt aan het verder ontwikkelen en actualiseren van APV-gerelateerde beleidskaders. Daarbij wordt ingezet op duidelijke regels, goede toepasbaarheid in de praktijk en aansluiting bij geldende wet- en regelgeving. Zo wordt in 2026 het standplaatsenbeleid geactualiseerd in samenwerking met de teams Ruimtelijke Ontwikkeling en Leefbaarheid. Ook stellen we beleidsregels op voor metaaldetectie en magneetvissen, waarvan de hoofdlijn in de APV wordt opgenomen.
8.2 Vergunningverlening horeca
In 2025 hebben we de achterstand in vergunningaanvragen alcohol/exploitatie/terrassen grotendeels weggewerkt. De vergunningverlening voor horeca verloopt op een dienstbare en klantgerichte manier. Digitale middelen zoals de website en e-formulieren (alcohol en exploitatie) worden ingezet en vergunningen worden gepubliceerd. De basis is op orde en de processen functioneren goed.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige werkwijze wordt voortgezet en waar mogelijk verder verbeterd. In 2026 wordt ingezet op verdere digitalisering, het optimaliseren van de website en beschikbaar stellen van meer e-formulieren en het publiceren van vergunningen/bekendmaking, conform wet en regelgeving, om de transparantie te vergroten.
8.3 Vergunningverlening evenementen
In 2025 hebben we actief gestuurd op (betere) evaluaties van evenementen die impact hadden op de leefomgeving. Ook voor kleinere evenementen waarbij de vergunningsaanvraag summier was en/of niet compleet, is dit in een evaluatie besproken. Daarnaast is een basis veiligheidsplan beschikbaar gesteld, die organisatoren kunnen gebruiken. Dit heeft al in 2025 geresulteerd in meer complete en kwalitatief betere aanvragen. De vergunningverlening voor evenementen verloopt volgens planning en binnen de gestelde termijnen. Besluitvorming en de bekendmakingen in het gemeenteblad vinden tijdig plaats.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Om evenementen zorgvuldig te organiseren en een duurzame balans tussen leefbaarheid en levendigheid te waarborgen, is het opstellen van locatieprofielen per evenementenlocatie een nadrukkelijke prioriteit. Deze locatieprofielen zijn essentieel om vooraf heldere en eenduidige kaders vast te leggen.
In 2026 wordt daarom prioriteit gegeven aan het bepalen van de volgorde waarin evenementenlocaties worden uitgewerkt en wordt gestart met het opstellen van de locatieprofielen. In deze profielen worden onder andere de toegestane activiteiten en de bijbehorende geluidsnormen expliciet vastgelegd. Dit is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave binnen de gemeentelijke organisatie. Het realiseren van de locatieprofielen is daarmee een organisatiebrede verantwoordelijkheid. Door per locatie duidelijke en bindende kaders te formuleren, ontstaat vooraf helderheid voor organisatoren, omwonenden en handhaving. Dit draagt direct bij aan voorspelbaarheid, rechtszekerheid en een zorgvuldige afweging tussen levendigheid en leefbaarheid. Het uitwerken van de locatieprofielen wordt in 2026 concreet in gang gezet en heeft prioriteit.
Onderstaande tabel geeft per prioriteit een overzicht van de belangrijkste subdoelen en bijbehorende indicatoren voor de inzet van toezicht en handhaving in 2026.
8.5 Handhaving bij evenementen
|
Evenementen in Vlissingen zijn veilig en duurzaam georganiseerd |
||
|
Ontwikkeling van klachten/meldingen t.o.v. eerdere edities (suggestie: -50%) |
In de gemeente Vlissingen zijn evenementen in 2025 veilig en ordelijk verlopen; ernstige incidenten hebben zich niet voorgedaan. Tijdens evenementen is toezicht gehouden op de naleving van vergunningsvoorschriften. Daarbij is met name aandacht geweest voor een veilige en ordelijke openbare ruimte. De inzet bij evenementen is goed geborgd en draagt bij aan een beheersbaar en voorspelbaar verloop van evenementen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We blijven inzetten op effectief en risicogericht toezicht tijdens evenementen, in goede afstemming met organisatoren. De aandacht blijft gericht op de naleving van vergunningsvoorschriften, de Alcoholwet en een veilige en toegankelijke openbare ruimte. Door vooraf duidelijke aandachtspunten te bepalen, kan het toezicht ook in de toekomst doelgericht en efficiënt worden ingezet.
8.6. Gescheiden afvalinzameling particulieren
In de gemeente Vlissingen worden vrachten met herbruikbare afvalstromen slechts beperkt afgekeurd door de verwerker. Wel komt het voor dat met name verzamelcontainers bij hoogbouw, waarin herbruikbare afvalstromen worden ingezameld, vanwege vervuiling alsnog als restafval worden afgevoerd.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We voeren het nieuwe afval inzamelsysteem omgekeerd inzamelen in en zorgen voor voldoende inzamelvoorzieningen. Daarnaast informeren we inwoners actief en duidelijk over het juist scheiden van afval. Op vrachtniveau controleren we de kwaliteit van onder andere PMD- en gft-afval. Dit wordt ondersteund door een integrale en gestructureerde aanpak waarin communicatie, handhaving en stadsbeheer aan schonere, en daarmee goed herbruikbare afvalstromen.
8.7. Geluidhinder openbare ruimte
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Beperken van geluidhinder door activiteiten in de openbare ruimte |
||
|
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) |
Er zijn een aantal klachten binnen gekomen van geluidsoverlast in de openbare ruimte. Deze klachten zijn in behandeling genomen en met de klager besproken. De input wordt, waar het kan, meegenomen bij de vergunningverlening. Duidelijke en tijdige communicatie vooraf bij o.a. evenementen heeft bijgedragen aan deze vermindering van geluidsklachten.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige werkwijze wordt doorgezet in 2026. Geluid bij evenementen hebben een grote invloed op de geluidsbeleving in de openbare ruimte. Bij de vergunningverlening wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Het opstellen van locatie profielen en toetsing hierop zal een bijdrage aan gaan leveren.
Begin 2026 deed zich een situatie voor met aanzienlijke overlast door werkzaamheden in de nachtelijke uren. Door een complexe bevoegdheidsverdeling kon niet direct worden opgetreden. Inmiddels is duidelijk welke bestuurslaag bevoegd gezag is en wordt gewerkt aan een aanpak om in vergelijkbare situaties voortaan tijdig en adequaat te kunnen handelen.
8.8 Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
|
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) |
De aanpak van welzijn en overlast bij de huisvesting van arbeidsmigranten is momenteel pro actief. Tijdens reguliere controles wordt hier aandacht aan besteed en bij signalen van uitbuiting, onduidelijke huurconstructies of slechte woonomstandigheden, wordt actie ondernomen. De aandacht, nodig voor de inhoud van huurcontracten en de rol van tussenpersonen, vraagt om een structurele en preventieve aanpak. Naast deze serieuze issues, vervuilt de directe leefomgeving van deze woonlocaties, onder andere door extra bijplaatsingen van huishoudelijk afval.
De huidige aanpak, die nu nog projectmatig is ingericht, wordt structureel ondergebracht binnen VTH en geborgd in de reguliere lijnorganisatie. Hiermee wordt gezorgd voor continuïteit en samenhang in toezicht en handhaving. Daarnaast is het van belang dat het beleid voor arbeidsmigranten uitvoerbaar wordt gemaakt voor de praktijk van toezicht, controle en handhaving. Dit begint bij een zorgvuldige en duidelijke vergunningverlening, zodat vanaf de voorkant heldere en handhaafbare kaders worden gesteld.
8.9. Lokale prioriteit 1 - Veiligheid en leefbaarheid in de oude binnenstad
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De Binnenstad en met name de Scheldebuurt, vragen blijvende aandacht binnen het toezicht, onder andere door de aanwezigheid van dak- en thuislozen en verwarde personen. Een actieve en zichtbare inzet draagt bij aan de veiligheid en leefbaarheid van het gebied. Preventie, signalering en samenwerking spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast vraagt het kernwinkelgebied in het centrum, wat een voetgangersgebied is, specifieke aandacht binnen het toezicht.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
We blijven ons in de oude binnenstad, met extra aandacht voor de Scheldestraat en het voetgangersgebied, inzetten voor een veilige en prettige openbare ruimte. Door zichtbare aanwezigheid, gerichte inzet en samenwerking met zorg- en veiligheidspartners beperken we overlast en versterken we de leefbaarheid. Deze aandacht blijft structureel onderdeel van de inzet.
8.10. Lokale prioriteit 2 – Zichtbaarheid en bereikbaarheid in de wijk
|
Regelmatige en zichtbare aanwezigheid in de wijk |
||
De boa’s zijn zichtbaar aanwezig in de wijken en fungeren als laagdrempelig aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers. Zij onderhouden actief contact met ketenpartners, zoals wijkteams, politie en zorginstanties, en spelen een belangrijke signalerende rol in de leefomgeving.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
We blijven inzetten op een dagelijkse zichtbare aanwezigheid van boa’s in de wijken. Door structureel overleg en deelname aan wijktafels met ketenpartners wordt informatie gedeeld en gezamenlijk gewerkt aan een veilige en leefbare wijk. De signalerende rol van boa’s blijft daarbij een belangrijk instrument voor een effectieve en preventieve aanpak van overlast en veiligheidsvraagstukken.
Agressieve bejegening richting boa’s en toezichthouders wordt nadrukkelijk begrensd. De bescherming van medewerkers met een publieke functie, zoals hulpverleners, boa’s en ambtenaren, krijgt prioriteit binnen de aanpak van politie en Openbaar Ministerie in het kader van de Veilige Publieke Taak.
8.11. Lokale prioriteit 3 – Overlast
|
Preventieve gesprekken met jongeren Signalering en opvolging van meldingen |
||
|
Toezicht op en handhaving van APV-regels |
||
|
Inzet van ANPR voor verkeerscontrole |
||
In de openbare ruimte is sprake van verschillende vormen van overlast, zoals jeugdoverlast, parkeeroverlast en overtredingen van de APV. Door gerichte inzet van toezicht, samenwerking met partners en het gebruik van ANPR op de boulevard wordt actief gewerkt aan het verbeteren van de leefbaarheid.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
De boa’s blijven zich dagelijks inzetten om overlast in de openbare ruimte te beperken. Zij houden toezicht op de naleving van de APV, voeren gerichte parkeercontroles uit en spreken mensen aan waar nodig. Op de boulevard wordt ANPR ingezet om verkeersovertredingen effectief aan te pakken. Met deze integrale aanpak dragen we bij aan een veilige en prettige leefomgeving voor inwoners en bezoekers.
Kanttekening hierbij is dat voor een effectieve en structurele aanpak van deze overlast extra juridische handhavingscapaciteit (een extra jurist) noodzakelijk is. We blijven dit in 2026 monitoren en betrekken de bevindingen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma 2027.
8.12. Lokale prioriteit 4 - Alcoholgebruik onder jongeren
|
Terugdringen van alcoholverstrekking aan minderjarigen in de horeca |
||
|
Verbeteren van samenwerking met partners (o.a. GGD, jeugdwerk) |
De cijfers rondom alcoholgebruik onder jongeren zijn zorgelijk. Uit onderzoek blijkt dat er sprake is van veel signaleringen en onvoldoende naleving van de leeftijdsgrenzen in horeca en bij evenementen.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
Het preventiebeleid vanuit ‘Laat ze niet verzuipen’ wordt uitgerold, met focus op bewustwording en samenwerking met partners.
Hoofdstuk 9. Veiligheid en samenwerking
In de probleem- en risicoanalyse zijn enkele thema’s van veiligheid en samenwerking opgenomen. In de volgende paragrafen geven we aan hoe de gemeente Vlissingen bijdraagt aan deze samenwerkingsthema’s.
De integrale aanpak van woonfraude is nodig en effectief. Controles laten zien dat overtredingen zoals illegale bewoning, ongewenste kamerverhuur, onrechtmatige woningsplitsing en bouwtechnische gebreken nog voorkomen. Dit vraagt om blijvende inzet om veiligheid, leefbaarheid en betaalbaarheid te borgen.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
In 2026 zetten we de integrale aanpak voort en versterken we risicogericht toezicht en opvolging van overtredingen om herhaling te voorkomen. We vergroten de inzet op preventie en voorlichting aan verhuurders en bewoners. Samenwerking met ketenpartners (politie, brandweer, Belastingdienst en Arbeidsinspectie) blijft daarbij essentieel. In Q3–Q4 2026 evalueren we de aanpak en nemen we dit mee in de kadernota om het structureel te borgen. We gaan de resultaten uit de pandcontroles intensiever en gerichter delen in het kader van de aanpak van ondermijning, zodat dit handhavingsknelpunt Vastgoed van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) effectiever kan worden aangepakt.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
De uitvoering vindt plaats conform de bestaande afspraken en werkwijze, zoals hierboven beschreven.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Om de aanpak verder te versterken, wordt een gemeentelijk signalenoverleg (GSO) ingericht. Daarnaast wordt gewerkt met een ondermijningsmatrix in combinatie met gerichte controles. Er blijft structurele aandacht voor ondermijning binnen de reguliere werkzaamheden, waarbij boa’s en toezichthouders verder worden opgeleid in het herkennen en melden van signalen. Onder andere met gerichte communicatiecampagnes wordt ingezet op het vergroten van de meldingsbereidheid onder inwoners, zodat bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem meer signalen worden ontvangen. In 2026 wordt de aanpassing van de controlefrequentie voor horecabedrijven voorbereid. De voorgenomen wijziging betreft een verlaging van zes naar vier controles per jaar, met als doel beter zicht te houden op personele wisselingen. Daarbij wordt tevens een monitoringssystematiek uitgewerkt, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel horecabedrijven binnen een periode van vier jaar zijn gecontroleerd.. Daarnaast wordt extra ingezet op de toepassing van het Bibob-instrument bij risicovolle vergunningen en besluiten, om te voorkomen dat er misbruik gemaakt wordt van gemeentelijke voorzieningen.
De integrale controles zijn uitgesplitst naar verschillende thema’s, waaronder ondermijning, horeca, bouw- en woningtoezicht, prostitutie, vuurwerk, verkeer, woonfraude en bedrijventerreinen. Deze thematische aanpak zorgt voor een gerichte inzet van toezichtcapaciteit. Met betrekking tot toezicht werken we samen met verschillende ketenpartners. Deze integrale controles vinden voornamelijk plaats met Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), politie, douane, arbeidsinspectie. In mindere mate vinden ook integrale controles plaats met het RUD Zeeland.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige werkwijze wordt voortgezet. Zoals hierboven beschreven blijven de integrale controles themagericht en afgestemd op de prioriteiten per beleidsterrein.
9.4. Lokale prioriteit 1 – Jeugd
De onderstaande lokale prioriteiten sluiten aan bij de prioriteiten die zijn vastgesteld in het uitvoeringsprogramma 2025 en 2026 van het cluster Veiligheid van de gemeente Vlissingen.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Het beperken van jeugdoverlast en het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving voor jongeren.
|
Percentage inspecties met geconstateerde overtredingen per LHSO-categorie (Zwaar: 0%, Midden: 10%, Licht: 25%) |
||
Binnen het veiligheidsbeleid zijn locaties waar jeugdoverlast voorkomt in kaart gebracht. Jongeren met verhoogd risico worden aangemeld voor de lokale persoonsgerichte aanpak (LPGA). Daarnaast wordt jeugd- en jongerenwerk ingezet, waaronder de inzet van een jeugdboa.
Er is structurele aandacht voor het voorkomen van criminele aanwas. Ook wordt gewerkt aan het vergroten van de cyberweerbaarheid van jongeren. Dit traject loopt door tot en met 2026 en wordt onder andere uitgevoerd via scholen. Deze activiteiten maken onderdeel uit van het programma Preventie met gezag.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige aanpak wordt voortgezet en waar nodig versterkt. De focus blijft liggen op:
Met deze integrale aanpak wordt gewerkt aan een veilige, gezonde en kansrijke omgeving voor jongeren.
9.5 Lokale prioriteit 2 – Schoolveiligheid
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Het versterken van de veiligheid op en rondom scholen door het vergroten van de meldingsbereidheid en het verbeteren van de samenwerking tussen scholen en de gemeente.
Er is contact tussen scholen en de gemeente over veiligheidsthema’s, maar de meldingsbereidheid kan verder worden versterkt. Het Walchers schoolveiligheidsconvenant vormt de basis voor de samenwerking. De uitvoering hiervan vraagt blijvende aandacht om de afspraken goed te borgen in de praktijk.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Om de schoolveiligheid verder te verbeteren, wordt ingezet op:
Met deze aanpak wordt gewerkt aan een veilige schoolomgeving voor leerlingen en medewerkers.
9.6 Lokale prioriteit 3 – Veilige en leefbare wijken
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Het versterken van de veiligheid en leefbaarheid in wijken door het terugdringen van overlast, het aanpakken van problematiek rondom zorg en veiligheid en het voorkomen van excessief geweld.
Binnen de gemeente wordt op meerdere thema’s gewerkt aan veilige en leefbare wijken. Overlast, drugshandel, woonproblematiek en situaties met personen met onbegrepen gedrag worden in samenwerkingsverbanden opgepakt, waarbij zorg- en veiligheidspartners nauw samenwerken. Ook is er aandacht voor dak- en thuisloosheid en het voorkomen van geweldsincidenten. De inzet is breed, maar vraagt blijvende prioritering en afstemming vanwege de diversiteit en complexiteit van de problematiek.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
De huidige integrale aanpak wordt voortgezet en waar nodig versterkt. Daarbij ligt de focus op:
Met deze integrale aanpak wordt gewerkt aan veilige, leefbare en veerkrachtige wijken.
9.7 Lokale prioriteit 4 – Coffeeshops en seksinrichtingen
Voor coffeeshops en seksinrichtingen zijn vergunningen verleend en vindt toezicht plaats volgens de geldende kaders. Bibob-toetsing wordt toegepast bij relevante aanvragen en wijzigingen. Dit vraagt blijvend aandacht.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Er wordt ingezet op het actualiseren van het beleid en het zorgvuldig blijven uitvoeren van vergunningverlening en Bibob-toetsing. Hiermee wordt de integriteit, veiligheid en rechtmatigheid binnen deze sectoren geborgd.
9.8 Lokale prioriteit 5 – Zorg en veiligheid
Binnen het thema zorg en veiligheid zien we al meerdere jaren een stijgende trend in meldingen van overlast door mensen met verward gedrag. De druk op de zorg- en veiligheidsketen blijft hierdoor hoog en casuïstiek wordt steeds complexer. Tegelijkertijd is de zorgsector kwetsbaar gebleken voor ondermijning en zorgfraude. De bestaande overlegstructuren functioneren, maar vragen blijvende inzet en afstemming om effectief te blijven.
Wat gaan we doen om ons doel te bereiken?
Wij blijven structureel deelnemen aan het Zorg- en Veiligheidshuis, het Walchers OGGZ-netwerk en andere relevante overlegstructuren om integrale samenwerking te versterken. We zetten in op vroegsignalering, een persoonsgerichte aanpak en het voorkomen van escalatie en herhaling. Daarnaast werken we aan de realisatie van passende (alternatieve) huisvestingsvoorzieningen, waaronder de ontwikkeling van een ‘Skaeve Huse’-woonvorm. Tot slot versterken we de signalering en aanpak van zorgfraude binnen de bredere ondermijningsaanpak.
Hoofdstuk 10. Ontwikkelingen en risico’s
Na een lang voorbereidingstraject en veel uitstel, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Hoewel het doel is om hiermee de dienstverlening op ruimtelijk gebied voor iedereen duidelijker en simpeler te maken is er nog een grote slag nodig om dit uiteindelijk te bereiken. De uitdaging blijft om de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. De extra benodigde formatie zetten we in waar deze het hardst nodig is. Ons doel in 2026 is om de basis op orde te houden zodat we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen blijven zijn.
De wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Per 1 januari 2024 is de Wkb gelijktijdig met de Omgevingswet deels in werking getreden, waarbij de gemeente voor bouwwerken in gevolgklasse 1 niet langer de technische bouwvoorschriften toetst of daarop toezicht houdt (dit ligt bij de kwaliteitsborger), maar wel bevoegd gezag blijft voor de ruimtelijke toets, welstand en handhaving; de legesinkomsten zijn nog onzeker en mogelijk worden per 2026 ook verbouwingen en renovaties onder het stelsel gebracht.
Energieneutraal bouwen wordt steeds meer de norm. Is het niet door de steeds strenger wordende regelgeving hieromtrent, dan is het wel dat mensen bewust kiezen voor een energieneutraal gebouw. Hierbij worden steeds meer nieuwe materialen toegepast. Dit vraagt van de vergunningverleners en toezichthouders meer kennis en kunde over deze nieuwe materialen.
De wet goed verhuurderschap (Wgv) is op 1 juli 2023 in werking getreden. Dit betekent dat de gemeente moet handhaven als er niet voldaan wordt aan de basisnorm voor goed verhuurderschap. Dit is een ontwikkeling die het nodige werk kan opleveren voor VTH.
Als er meldingen gedaan worden bij het meld- en informatiepunt moet de gemeente handhavend optreden op basis van de melding. Dit gaat dan vaak over ongewenste verhuurpraktijken misstanden op de huurmarkt.
Wet regie versterking volkshuisvesting
De Wet regie versterking volkshuisvesting brengt belangrijke ontwikkelingen met zich mee.
Door de versterkte regierol van het Rijk en de provincie wordt een grotere inzet gevraagd op het versnellen van woningbouwprocedures en het bewaken van ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt om tijdige afstemming tussen beleid en uitvoering, evenals voldoende capaciteit en deskundigheid binnen de VTH-organisatie. Een risico is dat de toegenomen complexiteit en versnelling van procedures kan leiden tot hogere werkdruk en druk op de zorgvuldigheid van vergunningverlening en toezicht. Daarnaast kunnen wijzigingen in regelgeving en prioriteiten leiden tot extra administratieve lasten en aanpassingen in werkprocessen.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) treedt op 1 juli 2026 in werking. Hiermee krijgen inwoners en ondernemers het recht om officiële berichten digitaal aan gemeenten en andere overheidsorganisaties te versturen. Deze wet kent echter ook verplichtingen voor ons als gemeente. In 2025 hebben we al onze producten van VTH in kaart gebracht en per product onderzocht of deze Wmebv-proof is. Dit is voor mee dan 80% het geval. De gemeente bereidt zich verder voor met de nodige aanpassingen in de informatie-uitwisseling met inwoners en bedrijven.
Vuurwerkverbod jaarwisseling 2026/2027
Met ingang van de jaarwisseling 2026/2027 treedt naar een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten in werking. Consumenten mogen dan, met uitzondering van categorie F1-vuurwerk, geen vuurwerk meer bezitten of afsteken. Het professioneel afsteken van vuurwerk blijft toegestaan. Daarnaast wordt het bezitten en afsteken van verboden vuurwerk strafbaar gesteld.
Onder voorwaarden blijft er ruimte voor georganiseerde groepen inwoners (zoals dorps- of buurtverenigingen) om, na toestemming van de burgemeester, op een aangewezen locatie vuurwerk af te steken. De inwerkingtreding van het verbod is gekoppeld aan een landelijk handhavingsplan, nadere uitvoeringsregels en een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche.
Voor de gemeente betekent dit een verschuiving in inzet en prioriteiten. Waar voorheen de nadruk lag op voorlichting en voorbereiding van de jaarwisseling, verschuift de focus vanaf 2026 naar:
Met dit uitvoeringsprogramma geven wij richting aan onze inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Wij baseren ons op het Zeeuwse U&H-beleid 2025–2028 en werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet: integraal, risicogericht, professioneel en transparant.
Wij spelen actief in op actuele maatschappelijke opgaven zoals ondermijning, vergunningverlening bouwen, milieu, overlast, (school)veiligheid, woninggebruik en handhaving in de openbare ruimte. Daarbij werken wij nauw samen met onze partners, waaronder de RUD Zeeland, GGD, Veiligheidsregio Zeeland, en de provincie Zeeland. Onze inzet is afgestemd op zowel regionale als lokale prioriteiten, met oog voor effectiviteit en maatschappelijke impact. Met het opstellen van de lokale prioriteiten voor Vlissingen in combinatie met de regionale Zeeuwse prioriteiten leggen we de basis voor een goed uitvoeringsprogramma voor de komende jaren.
In dit uitvoeringsprogramma VTH ligt de nadruk op het benoemen van de inhoudelijke prioriteiten per onderwerp, zodat inzichtelijk wordt waar onze focus ligt binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving en hoe deze aansluit bij bestuurlijke doelen, maatschappelijke risico’s en wettelijke taken. Voor 2027 zetten wij in op een verdere professionalisering door per prioriteit ook de benodigde inzet in uren en FTE inzichtelijk te maken, zodat de relatie tussen ambitie en uitvoerbaarheid wordt versterkt. Dit vraagt om een doorontwikkeling van onze werkwijze, waarbij werkprocessen eenduidiger worden gekoppeld aan prioriteiten en de registratie van uren betrouwbaarder en consistenter plaatsvindt. In aanloop naar 2027 werken wij toe naar een systematiek waarin beleidsprioriteiten, uitvoering en capaciteitsinzet logisch met elkaar verbonden zijn, zodat wij beter kunnen sturen, monitoren en verantwoorden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-132352.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.