Gemeenteblad van Midden-Drenthe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Drenthe | Gemeenteblad 2026, 132032 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Drenthe | Gemeenteblad 2026, 132032 | beleidsregel |
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Midden-Drenthe
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Alleenverdiener: het huishouden dat:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de vaste tegemoetkoming betrekking heeft.
Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.
Artikel 2 Ambtshalve toekenning voor bekende huishoudens of bij vermoeden van recht
Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner door de Belastingdienst is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe voor het gehele bedrag.
Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer, voor zover de bedragen bekend zijn over dat jaar of die jaren.
Aldus vastgesteld op 25 november 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
de waarnemend secretaris, de burgemeester,
J.L. Beikes-Heidema J. Zwiers
Er bestaat een groep die door samenloop van regelingen een netto-inkomen (exclusief toeslagen) heeft op het sociaal minimum. Maar een lager besteedbaar inkomen heeft, omdat zij minder toeslagen krijgen van de Belastingdienst. Dat komt omdat het fiscale inkomen boven het sociaal minimum ligt. Dit wordt de alleenverdienersproblematiek genoemd. De oplossing hiervoor is verdeeld in verschillende fasen.
Fase 1 ging over de periode van 2022 tot en met 2024. In deze fase is ondersteuning geboden via de individuele bijzondere bijstand. Via de bijzondere bijstand werd het gemis aan toeslagen gecompenseerd voor deze huishoudens.
Sinds 1 januari 2025 geldt artikel 78gg Participatiewet. Daarin staat wanneer recht bestaat op een tegemoetkoming voor de alleenverdienersproblematiek. Dit is fase 2: de tijdelijke overbruggingsregeling die van 2025 tot en met 2027 geldt. Artikel 78gg Participatiewet biedt gemeenten de bevoegdheid om een vaste tegemoetkoming te verstrekken aan alleenverdienende huishoudens. De regeling is tijdelijk en dient als overbrugging naar een structurele oplossing in de inkomstenbelasting.
De beleidsregels zien op deze fase.
Fase 3 is de structurele fiscale oplossing die per 2028 beschikbaar moet zijn via de Belastingdienst. Door middel van aanpassingen in de fiscale sfeer wordt voorkomen dat deze problematiek nog kan ontstaan. Als deze fase in werking treedt, stopt na dat jaar ook de uitvoering hiervan via de gemeente.
Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen alleenverdiener, huishouden en vaste tegemoetkoming. Een verdere toelichting is niet nodig.
Artikel 2: Ambtshalve toekenning
Artikel 2.1: Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan
Ieder huishouden waarvan het BSN van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De wet biedt hier een grondslag voor. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente.
Artikel 2.2 en artikel 2.3: Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan
De bekende huishoudens uit fase I, op basis van de eigen gegevens én de gegevens van de Belastingdienst, krijgen de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve uitgekeerd bij het voldoen aan de voorwaarden. Als in fase II (deze fase) een huishouden bekend is/wordt, keert het college ook voor al deze jaren de vaste tegemoetkoming uit. Dit natuurlijk alleen als (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze keuze maakt dat huishoudens minder belast worden, want er hoeft niet jaarlijks een aanvraag te volgen. En het vermindert ook het capaciteitsbeslag bij de gemeente in de uitvoering. Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar (t-X) heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in jaar t weer alleenverdienerhuishouden zijn maar toch niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van jaar t-2.
De voorwaarden zijn dat beide personen op het moment van toekennen in leven zijn, de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente én er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Deze voorwaarden zijn dus nadrukkelijk opgenomen in de beleidsregel.
Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan de gemeente de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.
Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door de gemeente. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.
Let op! Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienerhuishouden gaat. Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat de gemeente in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienerhuishouden betreft.
Artikel 3: Aanvraag zelfmelder
Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.
Een aanvraag kan vormvrij worden ingediend, zodat het huishouden op een laagdrempelige manier de mogelijkheid krijgt om een aanvraag in te dienen voor deze regeling. Vervolgens wordt aan de hand van het onderzoeksformulier, zoals opgenomen in de Handreiking Tijdelijke regeling Alleenverdieners problematiek, fase II, van de VNG, de aanvraag beoordeeld. Afhankelijk van de situatie kan er een gesprek volgen met het huishouden óf worden de stukken opgevraagd.
Voor de berekening van het inkomen zijn er verschillende mogelijkheden:
Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling daarom dat voor zelfmelders dezelfde vermogensgrenzen gelden. In de beleidsregels wordt de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag. Om te voorkomen dat alleenverdienerhuishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen geadviseerd als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, te hanteren.
Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het BSN op de lijst van de Belastingdienst staat vermeld, was op die datum inwoner van de gemeente. Het college volgt deze lijn.
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-132032.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.