Gemeenteblad van Ede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 131823 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2026, 131823 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijzigingsbesluit Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ede 2021
De Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ede 2021 wordt als volgt gewijzigd:
In de aanhef wordt de grondslag ‘’artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs’’ vervangen door:
artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
Artikel 1 komt als volgt te luiden:
reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
Artikel 9, eerste lid komt als volgt te luiden:
De tabel in artikel 23, derde lid wordt als volgt gewijzigd:
Vastgesteld in de openbare vergadering van 12 maart 2026, zaaknummer 507447
De raad voornoemd,
M.L. Engelsman
de griffier,
mr. L.J. Verhulst
de voorzitter.
Op 1 augustus 2022 trad de Wet voortgezet onderwijs 2020 in werking. Deze wetswijziging maakt een aanpassing in de grondslag van de verordening en in artikelen waarin wordt verwezen naar de oude Wet op het voortgezet onderwijs noodzakelijk.
In de Perspectiefnota 2026-2029 is als onderdeel van de ombuigingsmaatregelen vastgesteld dat de kilometergrens voor het leerlingenvervoer naar speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs moet worden verhoogd van 4 naar 6 kilometer. De modelverordening leerlingenvervoer van de VNG gaat uit van een kilometergrens van (maximaal) 6 kilometer. De afstand van 6 kilometer sluit aan bij de in artikel 4, zevende lid, van de Wpo opgenomen bovengrens van 6 kilometer. Met de ombuigingsmaatregel van 4 naar 6 kilometer wordt aangesloten bij deze bovengrens. Door deze wijziging in de verordening door te voeren wordt de ombuigingsmaatregel geïmplementeerd
Artikel 23 Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage
De tabel is geactualiseerd volgens normbedragen die de VNG jaarlijks vaststelt.
De wijziging van de verordening leidt ook tot een herziening van de huidige toelichting op de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ede 2021. Normaliter wordt de toelichting op de verordening niet gewijzigd als de verordening zelf wordt aangepast. De toelichting heeft als doel de verordening te verduidelijken maar is zelf geen algemeen verbindend voorschrift. We wijzigen de toelichting omdat het laten staan van de huidige toelichting op het voorheen geldende artikel tot misverstanden zou kunnen leiden.
De toelichting wijzigingen we als volgt:
De raad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC), heet het ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten ten behoeve van het schoolbezoek’. Het gaat hierbij zowel om scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster 2. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. Hiermee ondersteunt de gemeente de ouders en leerlingen die het schoolbezoek niet zelfstandig kunnen realiseren.
Drempelbedrag en draagkrachtafhankelijke bijdrage
De gemeente kan ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt een drempelbedrag in rekening brengen. De ouderlijke bijdrage is hierbij gekoppeld aan de door de gemeente vastgestelde kilometergrens, dat wil zeggen de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school waarboven aanspraak kan bestaan op leerlingenvervoer. In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer is deze grens vastgesteld op zes kilometer (zie artikel 9). De ouderlijke bijdrage is dan gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over deze afstand. Het drempelbedrag wordt per leerling in rekening gebracht.
Daarnaast kan de gemeente een bijdrage vragen aan ouders van leerlingen die een school voor basisonderwijs bezoeken die meer dan twintig kilometer van de woning is gelegen. Deze bijdrage is afhankelijk van de financiële draagkracht en wordt per gezin geheven (zie verder de artikelen 22 en 23).
Een leerling die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, wordt aangemerkt als een gehandicapte leerling in de zin van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer.
Artikel 18a, negende lid, van de WPO en artikel 2.47, tiende lid, van de WVO bepalen, dat samenwerkingsverbanden en gemeenten met elkaar een Op Overeenstemming Gericht Overleg (hierna: OOGO) moeten voeren met als doel om een ondersteuningsplan vast te stellen. Het samenwerkingsverband en het college overleggen, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, met elkaar ten minste over:
Het overleg moet leiden tot een goede afstemming en samenwerking tussen het samenwerkingsverband en de gemeente.
Een samenwerkingsverband voortgezet onderwijs omvat volgens artikel 2.47 van de WVO alle binnen een bepaald aaneengesloten gebied gelegen vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voor zover daaraan voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, behorend tot cluster 3 en cluster 4. Een uitzondering vormen vestigingen van scholen waarvoor het bestuur is aangesloten bij een landelijk samenwerkingsverband.
Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs of scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, behorend tot cluster 3 en cluster 4, die geen vestigingen hebben in het gebied van het samenwerkingsverband, kunnen toch deelnemen aan dit samenwerkingsverband.
Instellingen behorend tot cluster 1 en cluster 2 behoren niet tot het samenwerkingsverband.
De WVO kent een dergelijke bepaling: het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs beoordeelt of een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet speciaal onderwijs (artikel 2.47, zevende lid, van de WVO). Ook hier geldt dat het samenwerkingsverband zich daarbij laat adviseren door deskundigen.
Volgens artikel 4, het vierde lid, van de WEC en artikel 8.28 van de WVO komen leerlingen slechts voor een vervoersvoorziening in aanmerking als zij wegens hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.
Voor het voortgezet speciaal onderwijs (artikel 4, vierde lid, van de WEC) en het regulier voortgezet onderwijs (artikel 8.28 van de WVO) geldt, dat gehandicapte leerlingen slechts recht hebben op een vervoersvoorziening.
Om te kunnen beoordelen of een leerling door zijn handicap beperkt is om zelfstandig te reizen, is in een aantal gevallen onafhankelijk advies van deskundigen ter zake nodig. Het zal dan veelal gaan om de vraag of een leerling door zijn handicap in het geheel niet van openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken, of alleen onder begeleiding daarvan gebruik kan maken.
Artikel 16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
Deze vergoeding kan worden verstrekt voor de leerling die een basisschool of school voor speciaal basisonderwijs (artikel 4 van de WPO) of een school voor speciaal onderwijs (artikel 4 van de WEC) bezoekt. De wet kent in artikel 4 van de WEC en artikel 8.28 van de WVO niet de mogelijkheid om het zelfstandig reizen van leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs te vergoeden. Hiermee wordt een ondergrens aangegeven. De gemeente kan hier ter stimulans om zelfstandig te gaan reizen, ruimer mee om door ook aan leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs die voldoen aan het afstandscriterium van artikel 9 een vergoeding voor het reizen met het openbaar vervoer te verstrekken.
Artikel 25 stelt dat het college slechts in voor ouders voordelige zin kan afwijken van de verordening. Met deze bepaling wordt aangesloten bij artikel 4, twaalfde lid, van de WPO, artikel 4, tiende lid, van de WEC en artikel 8.29, vijfde lid, van de WVO.
Van een afwijking in voor ouders gunstige zin kan bijvoorbeeld sprake zijn bij toekenning van bekostiging van openbaar vervoer voor een begeleider, toekenning van een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer, bekostiging van groepsvervoer dat is georganiseerd door de ouders, of toekenning van een vervoersvoorziening naar een verder weg gelegen school. De ouders dienen aan te tonen dat er sprake is van een bijzondere situatie.
Nota bene: Het gaat hierbij uitsluitend om vervoer voor schoolbezoek ten behoeve van onderwijs, niet voor schoolbezoek ten behoeve van een medische behandeling bijvoorbeeld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-131823.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.