Gemeenteblad van Veenendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2026, 130606 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2026, 130606 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal tot vaststelling van de Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;
overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen voor de uitvoering van het leerlingenvervoer;
gelet op: artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Verordening leerlingenvervoer Veenendaal 2026;
besluit vast te stellen de Beleidsregels leerlingenvervoer Veenendaal 2026.
Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure
Artikel 3 Onderzoek door het college
Indien het gezin reeds ondersteuning ontvangt op grond van de Wmo, Jeugdwet of andere voorziening binnen het sociaal domein, onderzoekt het college, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de verordening, in hoeverre bestaande begeleiding of ondersteuning ingezet kan worden ter bevordering van de zelfstandigheid in het schoolvervoer.
Artikel 4 Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
Bij het opstellen van het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Verordening, worden de afspraken vastgelegd die gericht zijn op het stimuleren en ondersteunen van de ontwikkeling naar zelfstandiger reizen van de leerling. Deze afspraken maken onderdeel uit van het besluit.
Hoofdstuk 3. Beoordelingscriteria
Artikel 6 Gehandicapte leerling
Onder zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, bedoeld in de definitie ‘gehandicapte leerling’ in de verordening, wordt verstaan: het vermogen van een leerling om, al dan niet met behulp van hulpmiddelen of begeleiding op afstand, zonder de fysieke aanwezigheid van een begeleider met het openbaar vervoer van en naar school te reizen. Van begeleiding op afstand is sprake wanneer een ouder, verzorger of andere verantwoordelijke persoon tijdens de reis telefonisch of digitaal bereikbaar is om, indien nodig, op afstand ondersteuning of instructie te bieden.
Voordat wordt vastgesteld of de handicap het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer verhindert, onderzoekt het college of de beperkingen kunnen worden gecompenseerd, verminderd of tijdelijk opgeheven door inzet van aanpassingen, ondersteuning of training. Hierbij wordt in ieder geval onderzocht of:
Artikel 7 Geen vervoer naar overige adressen
Een vervoersvoorziening wordt gezien het bepaalde in artikel 12 van de Verordening alleen toegekend voor vervoer tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats naar school en vice versa, dat betekent dat in onder meer de volgende gevallen geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor vervoer:
Ouders die gescheiden van elkaar wonen kunnen afspreken om hun kind of kinderen gezamenlijk te blijven verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap wanneer beide ouders afwisselend en regelmatig de zorg voor hun kind of kinderen hebben. Wanneer sprake is van co-ouderschap kan er recht bestaan op bekostiging van het leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft, overeenkomstig artikel 21 sub c. Ouders moeten afzonderlijk een aanvraag indienen voor de dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft.
Artikel 10 Verantwoordelijkheid ouders bij begeleiding kinderen
De volgende belemmeringen kunnen maken dat begeleiding door ouders niet mogelijk is of tot ernstig nadeel voor het gezin leidt:
De ouder van een één-oudergezin kan aantonen dat hij het werk of de inburgering niet langer kan uitoefenen wanneer hij zorg moet dragen voor de begeleiding van en naar school van de leerling. Hiervoor moet een werkgeversverklaring worden overgelegd met een weekrooster en werktijden. Het volgen van een voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk of de inburgering. Hiervoor moeten het inschrijfbewijs en het lesrooster worden overgelegd.
De ouder van een één-oudergezin moet meerdere kinderen uit hetzelfde gezin, jonger dan negen jaar, tegelijkertijd naar een andere school brengen, waardoor het vervoer niet te combineren is. Het kind dat moet reizen naar het speciaal (basis)onderwijs kan in dit geval in aanmerking komen voor aangepast vervoer. Aannemelijk moet worden gemaakt dat een andere oplossing, zoals het inschakelen van buren of familie of voor- en naschoolse opvang, niet mogelijk is.
Het begeleiden van een kind van en naar school duurt langer dan drie uur per dag. Dit komt neer op minimaal drie kwartier per enkele reisafstand. Is de totale reistijd langer dan drie uur en is er aantoonbaar geen andere mogelijkheid om vervoer te combineren met andere leerlingen, dan kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer.
Hoofdstuk 5. Vervoersvergoeding
Artikel 11 Vergoeding eigen vervoer per fiets
Artikel 13 Vergoeding eigen vervoer per auto
De vergoeding voor eigen vervoer per auto wordt in beginsel op declaratiebasis verstrekt. Indien sprake is van een situatie waarbij het gaat om een groot aantal ritten, een lange reisafstand en er een redelijke verwachting is dat de leerling structureel onderwijs zal volgen zoals beoogd, kan het college besluiten de vergoeding bij wijze van voorschot in termijnen te verstrekken.
Artikel 15 Andere passende vervoersvoorziening
Onder een andere passende voorziening als bedoeld in artikel 22 van de verordening, wordt onder meer verstaan: een vervoermiddel of vervoersoplossing die aansluit bij de mogelijkheden van de leerling of diens ouders, maar niet onder de standaardvoorzieningen van de verordening valt. Voorbeelden hiervan zijn:
Artikel 17 Ontoelaatbaar gedrag leerling in verstrekte vervoersvoorziening
Als een leerling die met aangepast vervoer naar school gaat ontoelaatbaar gedrag vertoont waarmee de leerling een gevaar voor zichzelf of anderen veroorzaakt, bedreigend of onhygiënisch is, wordt door het college onderzocht of een (medische) oorzaak hieraan ten grondslag ligt en of de verstrekte vervoersvoorziening kan worden aangepast.
Bij ontoelaatbaar gedrag van een leerling in het aangepaste vervoer, als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, onderzoekt het college of er een noodzaak is voor begeleiding of de inzet van individueel vervoer en kan het college zich laten adviseren door een externe deskundige, als bedoeld in artikel 16 van de Verordening.
Het college beoordeelt per geval of er sprake is van een geldige reden, overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de verordening. Als geldige reden wordt uitsluitend aangemerkt een onverwachte en onvoorziene omstandigheid waardoor het voor ouders redelijkerwijs niet mogelijk was de wijziging tijdig door te geven. Onder tijdig wordt verstaan: vóór 06:30 uur op de dag van de wijziging.
Indien het college signalen heeft dat loosmeldingen voortkomen uit bredere problematiek binnen het gezin, zoals opvoedingsproblematiek of problematiek bij de ouders, kan het college afzien van kostenverhaal. In dat geval kan het college, conform artikel 3, derde lid, van de Verordening leerlingenvervoer, onderzoeken of sprake is van gewijzigde omstandigheden die van invloed zijn op de passendheid of het gebruik van de vervoersvoorziening.
Het drempelbedrag, bedoeld in artikel 23 van de Verordening, is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstandsgrens, genoemd in artikel 9 van de Verordening (6 kilometer) en wordt als volgt berekend: Drempelbedrag = (opstaptarief + (6 kilometer x OV-kilometertarief)) x 2 ritten per dag x 40 weken x 5 dagen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-130606.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.