Gemeenteblad van Uithoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uithoorn | Gemeenteblad 2026, 130096 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Uithoorn | Gemeenteblad 2026, 130096 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening Uithoorn 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening wordt verstaan onder:
indicatie: een beoordeling van de medische beperkingen van een woningzoekende, afgegeven door burgemeester en wethouders of een door hen aan te wijzen adviseur en overeenkomstig eventueel door hen vast te stellen wijze, ter voorbereiding van een door hen te nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning;
Maatwerkvoorziening: een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, voor zover die niet met een algemene voorziening kunnen worden gerealiseerd;
nieuwe kanstraject: gemeentelijk preventiebeleid ten aanzien van dreigende ontruiming bij overlast. Bij het nieuwe kanstraject biedt de corporatie in geval van langdurige overlast de huurder een nieuwe woning aan ter voorkoming van een ontruimingsprocedure via de rechtbank. Als de huurovereenkomst daarbij wordt beëindigd met wederzijds goedvinden, krijgt de huurder een vervangende woning;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en toilet;
woningmarktregio: het gebied waarbinnen de gemeente Uithoorn een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt als bedoeld in artikel 1 van de wet, bestaande uit de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad;
HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE
Paragraaf 2.2 Toelating tot het aangewezen deel van de woningmarkt
Artikel 2.2.1 Toelatingscriteria
Aanvullend op de in artikel 10, tweede lid van de wet genoemde eisen geldt dat om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning de woningzoekende dient te voldoen aan de eis dat tenminste één van de leden van het huishouden van de woningzoekende is niet minderjarig als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
Artikel 2.2.2 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden
Indien aanvrager een huisvestingsvergunning aanvraagt voor woonruimte als bedoeld in artikel 2.6.1, tweede lid, eerste kolom, vierde rij, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een indicatie op basis waarvan beoordeeld kan worden of de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de geïndiceerde medische beperkingen van één of meerdere leden van het huishouden.
Paragraaf 2.3 Toewijzing en vergunningverlening corporatiewoningen
Artikel 2.3.1 Reikwijdte paragraaf 2.3
Het bepaalde in deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op in artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie.
Artikel 2.3.2 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning
Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien:
de corporatie, gelet op haar taak als toegelaten instelling of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager heeft kunnen weigeren.
Artikel 2.3.6 Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument
Door of namens de corporatie die verantwoordelijk is voor een aanbodinstrument kunnen voorwaarden aan de in artikel 2.3.5 eerste lid bedoelde inschrijving worden verbonden. De voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen via de website van het aanbodinstrument.
Artikel 2.3.7 Toewijzing woonruimte op basis van punten
Woonpunten worden opgebouwd in de in onderstaande tabel genoemde categorieën indien een woningzoekende voldoet aan de daarbij behorende genoemde voorwaarden:
Paragraaf 2.4 Opbouw situatiepunten
Artikel 2.4.1 Reikwijdte paragraaf 2.4
Het bepaalde in deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op in artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie.
Artikel 2.4.3 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten
Artikel 2.4.6 Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten
Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw situatiepunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.4.3 genoemde eisen.
Paragraaf 2.5 Opbouw situatiepunten voor jongeren
Artikel 2.5.1 Reikwijdte paragraaf 2.5
Het bepaalde in deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op in artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie.
Artikel 2.5.2 Van overeenkomstige toepassingverklaring
Op een aanvraag om een verklaring ‘situatiepunten-opbouw voor jongeren’ zijn de artikelen 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.5 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.5.3 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren
Om in aanmerking te komen voor een verklaring ‘situatiepunten-opbouw voor jongeren’ dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden:
Paragraaf 2.6 Passendheidscriteria, bindingscriteria en volgorde bij toewijzing van woonruimte
Artikel 2.6.1 Passendheidscriteria: voorrang gelet op de aard, grootte en prijs van woonruimte
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die behoort tot een in kolom 1 genoemde categorie woonruimte wordt voorrang gegeven aan de categorieën woningzoekenden genoemd in kolom 2 achter de desbetreffende categorie woonruimte.
Artikel 2.6.2 Bindingscriteria: voorrang bij regionale of lokale binding
Onder woningzoekenden met lokale binding wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een woningzoekende die de afgelopen zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente is geweest, dan wel daar gedurende de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente is geweest, en
Artikel 2.6.4 Bijzondere volgorde voor houders van een SV-urgentieverklaring
Van de woningzoekenden die zijn ingedeeld in één van de in artikel 2.6.1 bedoelde groepen, komen als eerste in aanmerking voor een huisvestingsvergunning de houders van een SV-urgentieverklaring als bedoeld in artikel 2.8.9 tweede lid indien de woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel.
Indien op grond van het eerste lid meerdere houders van een SV-urgentieverklaring als eerste in aanmerking zouden komen voor een huisvestingsvergunning, komt als eerste in aanmerking het huishouden waarvan de SV-urgentieverklaring als eerste is verleend of waarvoor voorziening in de behoefte aan woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders het meest dringend noodzakelijk is.
Artikel 2.6.6 Directe bemiddeling
Houders van een urgentieverklaring als bedoeld in paragraaf 2.8, met uitzondering van houders van een SV-urgentieverklaring als bedoeld in artikel 2.8.9 tweede lid, worden direct bemiddeld.
Paragraaf 2.7 Experimenten woonruimteverdeling
Artikel 2.7.2 Experimenten met woonruimten van corporaties
Een experiment vangt pas aan nadat goedkeuring is verkregen van burgemeester en wethouders van betreffende regiogemeenten. Bij de beslissing tot goed dan wel afkeuring van de experiment worden de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht genomen.
Artikel 2.8.1 Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring
Op een aanvraag om een urgentieverklaring beslissen burgemeester en wethouders bij wie de aanvraag ingevolge artikel 2.8.2, eerste lid, wordt ingediend.
Artikel 2.8.2 Aanvraag om een urgentieverklaring
Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag vindt er een intakegesprek plaats tussen aanvrager en een daartoe door burgemeester en wethouder gemandateerde over het inschatten van de mate waarin door de aanvrager aan de voorwaarden voor het verkrijgen van urgentie wordt voldaan en het verstrekken van verdere informatie rondom de voorwaarden, het proces en de stukken die aanvragers moeten indienen.
Artikel 2.8.5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.8.9, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vervolgens het aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond in een zelfstandige woonruimte die krachtens een besluit op grond van de Omgevingswet voor permanente bewoning bestemd is.
Artikel 2.8.6 Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders
Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.8.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h en j genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort:
woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom dringend noodzakelijk is;
Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een vergunninghouder die, gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling, gehuisvest moet worden door het college van burgemeester en wethouders waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Artikel 2.8.7. Urgentiecategorie uitstroom en omslag
Een urgentieverklaring voor uitstroom en omslag kan worden verleend aan een woningzoekende bij wie sprake is van een huisvestingsprobleem vanwege beëindiging van verblijf in een instelling voor opvang of beschermd wonen op grond van een beschikking voor een maatwerkvoorziening of van verblijf in een zorginstelling waarmee burgemeester en wethouders afspraken hebben gemaakt over uitstroom of omslagurgentie, indien:
Burgemeester en wethouders die de urgentieverklaring afgeven, kunnen in het geval de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen afwijken van het eerste lid onder a, en het derde lid indien de inhoud van die beschikking daartoe aanleiding geeft.
Artikel 2.8.9 Overige urgentiecategorieën
Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.8.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort:
woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van een woningzoekende, die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte behoeven, omdat zij in een levensontwrichtende woonsituatie verkeren, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders alleen opgelost kan worden door verhuizing naar een andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.8.7 bedoelde urgentiecategorie;
Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een peildatum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentieverklaring kunnen aanvragen.
Artikel 2.8.12 Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat tenminste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring.
Paragraaf 2.9 Standplaatsen voor woonwagens
In de gemeente Uithoorn worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet.
Artikel 2.9.2 Reikwijdte vergunningplicht
Het is ingevolge artikel 8, eerste lid, van de wet verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats in gebruik te nemen of te geven.
Artikel 2.9.3 Standplaatszoekenden en inschrijving register
Om in het eerste lid genoemde register ingeschreven te kunnen worden moet de standplaatszoekende aantonen dat hij voldoet aan de criteria genoemd in artikel 2.2.1 en wordt een voortoets uitgevoerd om vast te stellen of de standplaatszoekende in aanmerking komt voor inschrijving op de wachtlijst. Hiertoe wordt een intakegesprek gehouden, alvorens een standplaatszoekenden in het register kan worden opgenomen.
Artikel 2.9.5 Criteria voor vergunningverlening
Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een standplaats, indien:
de verhuurder, gelet op haar taak als exploitant van de woonwagenlocatie of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige bewoners en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager niet weigert.
HOOFDSTUK 3 WIJZIGING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD
Paragraaf 3.1 Werkingsgebied en reikwijdte
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woonruimte en gebouwen in alle gebieden behorende tot de gemeente Uithoorn.
Artikel 3.1.3 Vrijstelling van de vergunningplicht
Omzetten, woningvormen en splitsen en experimentenregeling als bedoeld in het eerste lid is slechts toegestaan voor zover:
dat niet in strijd is met, of zou leiden tot een situatie die in strijd is met, het geldende omgevingsplan of voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor zover voor het omzetten, woningvormen en splitsen als bedoeld in het eerste lid een omgevingsvergunning vereist is, geldt de vrijstelling op voorwaarde dat deze omgevingsvergunning is verleend; en
Paragraaf 3.2 Aanvraag, verlening en weigering van de vergunning
Artikel 3.2.2 Weigeringsgronden (algemeen)
Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 wordt geweigerd indien:
Artikel 3.2.3 Aanvraag onttrekkingsvergunning sloop sociale woningvoorraad
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.2.1 worden bij een aanvraag om een onttrekkingsvergunning door of ten behoeve van sloop van in artikel 2.1.1, tweede lid, bedoelde woonruimte, voorts de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Artikel 3.2.4 Weigeringsgronden onttrekkingsvergunning sloop sociale woningvoorraad
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.2.2, kan een onttrekkingsvergunning door of ten behoeve van sloop van in artikel 2.1.1, tweede lid, bedoelde woonruimte, door burgemeester en wethouders worden geweigerd indien:
Artikel 3.2.5 Aan een vergunning te verbinden voorwaarden en voorschriften
Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, kunnen aan een onttrekkingsvergunning door of ten behoeve van sloop van in artikel 2.1.1, tweede lid, bedoelde woonruimte voorwaarden en voorschriften worden verbonden op grond waarvan de vergunninghouder gehouden is om, indien hij van de onttrekkingsvergunning gebruik maakt, binnen een bepaalde termijn bepaalde categorieën en aantallen woonruimte aan de woningvoorraad toe te voegen en toegevoegd te houden.
Paragraaf 3.3 Overige bepalingen
De gemeenteraad kan een experimentenregeling vaststellen, waarmee gedurende een bepaalde periode afgeweken kan worden van het bepaalde in hoofdstuk, voor zover dat nodig is ten behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting en niet in strijd is met de wet of het Besluit toegelaten instellingen.
HOOFDSTUK 4 VERDERE BEPALINGEN
Artikel 4.1.1 Overleg bij wijziging
Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de woningmarktregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de woningmarktregio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting.
Paragraaf 4.2 Handhaving en toezicht
Artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete
Als de ontwikkeling van de in artikel 35, tweede lid, van de wet bedoelde boetemaxima daartoe aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders met ingang van elk kalenderjaar de hoogte van het in het eerste lid genoemde geldbedrag wijzigen. Burgemeester en wethouders publiceren het aldus aangepaste bedrag in het Gemeenteblad.
Artikel 4.3.1 Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard af te wijken van de bepalingen in deze verordening ten gunste van de aanvrager. Deze bepaling geldt alleen voor die gevallen waarin niet al een specifieke afwijkingsbevoegdheid van toepassing is.
HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 5.1 Overgangsbepalingen beschikkingen
Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Uithoorn 2025, zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties en besluiten, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze verordening.
Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor de inwerkingtreding van onderhavige verordening blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet 2014, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Uithoorn in zijn openbare vergadering 5 maart 2026, Uithoorn,
De griffier,
S.I.E. Kox-Meijer
De burgemeester,
P.J. Heiliegers
Op grond van de Huisvestingswet 2014 (hierna: Wet) kunnen gemeenten regels opstellen voor de verdeling van schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Een huisvestingsverordening heeft een geldigheidstermijn van vier jaar.
Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van woonruimte.
Het uitgangspunt van de Wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit recht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de Wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de Wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente.
Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de Wet gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als gevolg van die schaarste (schaarste met onvenwichtige of onrechtvaardige effecten voor groepen woningzoekenden). Teneinde de rechten van woningzoekenden niet onnodig te beperkten, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van de woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste zich voordoen.
Ter onderbouwing van deze Huisvestingsverordening is dan ook onderzocht of er sprake is van schaarste aan woningen in de gemeente Uithoorn en welke categorieën woonruimten dit betreft. Dit onderzoek is op te vragen, en als bijlage bij het raadsbesluit opgenomen.
Op basis van het schaarsteonderzoek kan geconcludeerd worden dat een aanzienlijk deel van de woningvoorraad in de gemeente Uithoorn schaars is. In het bijzonder staat de sociale huursector in bezit van woningcorporaties onder druk. In de woonruimteverdeelregio waar Uithoorn deel van uit maakt, is een toenemende krapte zichtbaar. Dat is goed te zien aan het aantal actief woningzoekenden dat stijgt. Terwijl het aantal verhuringen (vrijkomende woningen voor verhuur) tussen 2021 en 2023 niet meesteeg. Dat zorgt voor dalende slaagkansen voor woningzoekenden. Tenslotte is de gemiddelde zoektijd1 van actief woningzoekenden opgelopen naar ruim zes jaar voordat zij een woning vinden. Er kan worden gesproken van schaarste aan sociale huurwoningen in de corporatiesector.
Met name jongeren en starters komen door de schaarste in de verdringing. Een woning vinden in de sociale huursector is voor slechts een kleine groep woningzoekenden bereikbaar. Veel middeninkomens hebben op basis van hun inkomen geen toegang tot de sector. Daarnaast zorgt de grote vraag en het beperkte aanbod voor grote concurrentie waar die vooral voor jongere huishoudens tot gevolg heeft dat de kansen beperkt zijn. Dat komt omdat deze huishoudens een relatief lage inschrijfduur hebben en daardoor minder kans maken op woningen die op basis van inschrijfduur toegewezen worden.2
Om die schaarste eerlijk te verdelen zijn er regels voor woonruimteverdeling die regionaal gelden. In dit systeem krijgt de woningzoekende met de meeste ‘woonpunten’ de woning. Woningzoekenden bouwen allereerst wachtpunten op, simpelweg door ingeschreven te staan. Daarnaast kunnen zij hun kans op een woning beïnvloeden door actief te zoeken: dan worden aanvullend zoekpunten opgebouwd.
Voor woningzoekenden met een urgentieverklaring veranderen de regels voor toewijzing niet, maar meer urgenten zullen worden geplaatst door directe bemiddeling. Er zijn groepen woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring maar voor wie de noodzaak om te verhuizen wel groter is dan voor anderen: in geval van echtscheiding of een relatiebreuk waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn; woningzoekenden die in het geheel niet beschikken over eigen woonruimte en inwonen bij anderen; jongeren die nog thuis wonen en voor wie dit door de omstandigheden problematisch is geworden. Deze woningzoekenden kunnen een aanvraag doen om situatiepunten te kunnen opbouwen. Door de versnelde opbouw van extra punten komen zij sneller in aanmerking voor een woning. Zie voor een uitgebreide uitleg van het regionale woonrimteverdeelsysteem: www.socialehuurwoningzoeken.nl.
Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op basis van de Wet gebeurt aan de hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en Wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties. Van deze mogelijkheid maakt de gemeente Uithoorn gebruik.
In artikel 2.1.1. van de verordening zijn de categorieën woonruimte aangewezen die niet zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven. Dit zijn “gereguleerde woonruimten”. In de gemeente Uithoorn betreft dit huurwoningen met een huur tot de maximale lage huurgrens in eigendom van een corporatie. Deze worden aangeduid als “sociale huurwoningen”.
Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de regels in de Huisvestingsverordening. Er zijn algemene voorwaarden voor toelating tot een sociale huurwoning (paragraaf 2 van de Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2026). Zo geldt voor alle sociale huurwoningen dat er sprake moet zijn van een meerderjarige huurder en dat alle personen behorend tot het huishouden de Nederlandse nationaliteit dienen te bezitten of anderszins rechtmatig in Nederland mogen verblijven (artikel 2.2.1). Daarnaast zijn er voor sociale huurwoningen regels die bepalen wie als eerste in aanmerking komt voor de woning (toewijzingsregels). Paragraaf 3 t/m 7 van de Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2026 bevatten de toewijzingsregels voor de sociale huurwoningen. In paragraaf 8 is de urgentieregeling opgenomen.
Toewijzingsbeleid Woonwagenstandplaatsen
Paragraaf 9 van de Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2026 bevat het gemeentelijke beleid voor de verdeling van woonwagenstandplaatsen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat woonwagenbewoners een eigen culturele identiteit hebben die beschermd moet worden. En ook de Nationale Ombudsman adviseerde gemeenten om de culturele identiteit van woonwagenbewoners te erkennen en te faciliteren. Dit gebaseerd op vier grondbeginselen: het recht op huisvesting, het recht op gelijke behandeling, het recht op vrijheid van vestiging en het recht op de eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.
Deze huisvestingsverordening geeft invulling aan een eenduidig toewijzingsbeleid voor standplaatsen. Hiermee is het voor iedereen duidelijk hoe de toewijzing van standplaatsen tot stand komt.
3. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad
Het onttrekken, omzetten in onzelfstandige woonruimten of vormen in twee of meer zelfstandige woonruimten van aangewezen woonruimte, alsmede het splitsen van een gebouw in appartementsrechten kan door de gemeenteraad vergunningsplichtig worden gesteld dan wel onder voorwaarde worden vrijgesteld van deze vergunningsplicht. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bescherming van die belangen kan, behalve vanwege bestaande of dreigende schaarste, ook om andere redenen, zoals de leefbaarheid, wenselijk zijn.
Alle woningen in de gemeente Uithoorn vormen samen de woonruimtevoorraad. De Huisvestingswet biedt gemeenten in het geval van schaarse woningen de mogelijkheid om te sturen op het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad.
In de gemeente Uithoorn geldt een vergunningsplicht voor het onttrekken van woonruimte door slopen van sociale huurwoningen van corporaties en een verbod op overige vormen van onttrekking, omzetting, woningvorming en splitsing zonder vergunning van alle woonruimte, tenzij deze voldoet aan de vrijstellingscriteria die burgemeester en wethouders in nadere regels hebben vastgelegd.
Ook voor het instellen van deze voorraadvergunningen moet sprake zijn van schaarste en verdringingseffecten. Op grond van artikel 3.1.1 zijn alle woonruimte en gebouwen in alle gebieden behorende tot de gemeente Uithoorn vergunningplichtig.
De aanwezige schaarste in de sociale huursector beschreven we reeds hierboven. Daarbij is de druk toegenomen op de duurdere koopsegmenten. Daarnaast is de druk groot op grondgebonden woningen en koopappartementen. Dat beeld wordt ondersteund door krapte-indicatoren in de verschillende segmenten.
Door de beperkte beschikbare bronnen kan geen robuust beeld gevormd worden van schaarste aan sociale, midden- en dure huurwoningen in de particuliere huursector. De geschetste gegevens geven slechts een indicatie van de situatie in dit segment. Hieruit blijkt wel dat er sprake is van een vraag naar middenhuurwoningen. Echter is de voorraad particuliere huurwoningen beperkt en het aanbod aan particuliere (midden)huurwoningen in de gemeente gering. Er werden op twee peilmomenten in Q2 2025 slechts 13 woningen aangeboden op platforms als Pararius, Funda en Huurwoningen.nl. De huurprijzen van dit aanbod liggen ruim boven het middenhuursegment. Daaruit kan voorzichtig geconcludeerd worden dat de particuliere huursector geen tot weinig mogelijkheden biedt voor woningzoekenden met een laag of middeninkomen.
De koopsector vormt het grootste segment in de woningvoorraad van Uithoorn. Tegelijkertijd is de vraag naar koopwoningen ook het grootst. Er is relatief veel vraag naar woningen in het betaalbare koopsegment en naar appartementen. Dat blijkt ten eerste uit de analyse van vraag en gerealiseerde verhuizingen op basis van de enquête Woononderzoek Nederland (WoON2024).
Ook op basis van indicatoren over de stand van zaken in de actuele koopwoningmarkt geconcludeerd worden dat de koopmarkt ook krap is. Indicatoren van de NVM laten zien dat de koopwoningmarkt in de woningmarktregio van Uithoorn de afgelopen jaren krapper is geworden: er is een duidelijke trend van hoge prijzen en overbieden. Ook de NVM spreekt van een krappe koopmarkt. Dit beeld wordt tevens ondersteund door cijfers over de transactieprijsontwikkeling en WOZ-waardenontwikkeling in de gemeente Uithoorn. Tenslotte versterkt het actuele aanbod de conclusie van schaarste op de koopwoningmarkt. Het aanbod is klein en dat geldt in sterke mate in de betaalbare prijsklassen. Ongeveer 90 procent van het actuele aanbod lag boven de betaalbare koopgrens van € 405.000.
Startende huishoudens zonder eigen spaargeld of giften van familie ervaren de effecten van krapte in de koopsector. Een groot deel van hen zal in de doelgroep lage (midden)inkomens vallen. Voor (startende) huishoudens met een (laag) middeninkomen, zonder eigen vermogen, is slechts een klein deel van het koopaanbod potentieel toegankelijk. Geen van de woningen in het aanbod was voor deze groep financieel bereikbaar.
Doorstromers kunnen mogelijk makkelijker een stap naar een volgende koopwoning door overwaarde van hun woning en/of eigen geld. Er zijn uiteraard uitzonderingen. Ook zij kunnen de effecten van schaarste ervaren door beperkt aanbod of grote concurrentie. Tekorten, ook in de duurdere koopsegmenten, beperken de doorstroming. Bijvoorbeeld wanneer huishoudens met een hoger inkomen in betaalbare huurwoningen de stap niet kunnen maken naar duurdere woonruimte, omdat het aanbod beperkt is. Dit komt steeds vaker voor volgens het recent gepubliceerde Woononderzoek 2024. Als gevolg daarvan komen ook de betaalbare huur- en koopwoningen niet beschikbaar voor andere woningzoekenden. Schaarste in de duurdere segmenten versterkt dus de schaarste in de goedkopere segmenten. Tenslotte zorgt de schaarste – in de volle breedte – voor een prijsopdrijvend effect, waardoor de schaarste in de goedkopere segmenten (nog) groter wordt.3
Een aantal artikelen lichten we hieronder extra toe.
Tot het huishouden worden gerekend: één of twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. Met huishouden wordt gelijk gesteld, meer dan twee volwassen personen met of zonder kinderen, mits deze een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. Het gaat daarbij om personen die uit idealisme of levensovertuiging een bestendig, voor onbepaalde tijd, met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aangaan. Het gaat hierbij niet om studenten, collega’s of vrienden die voor een korte of langere tijd een woning delen en in dat kader gezamenlijke activiteiten ondernemen. Ook inwoonsituaties vallen hier niet onder.
Bij inwoning geeft de hoofdbewoner van een woning een deel van zijn of haar woning in gebruik aan maximaal één inwonend huishouden. De definitie van inwoning sluit aan bij deze feitelijke handeling zonder daarbij juridische definities te noemen als ‘woonruimte’, ‘zelfstandige woonruimte’ of ‘onzelfstandige woonruimte’. Op die manier staat inwoning als fenomeen apart van het ruimtelijke begrip kamerverhuur, waaronder begrepen wonen bij een hospita en het Huisvestingsbegrip omzetten naar onzelfstandige woonruimte oftewel verkameren.
In verband met artikel 3.1.3 - dat betrekking heeft op de vrijstellingen in verband met de voorraadvergunningen - kan zo gericht een vrijstelling verleend worden, niet voor verkameren of omzetten op zich, maar uitsluitend voor het omzetten van een deel van een zelfstandige woonruimte naar een onzelfstandige woonruimte ten behoeve van een inwonend huishouden.
In verband met het bestemmingsplan komt inwoning - op deze manier gedefinieerd - ook niet in botsing met bepalingen omtrent verboden kamerverhuur. Slechts wanneer ‘wonen’ gedefinieerd is als het betrekken van een woning door één huishouden, ontstaat strijd. In het enkele geval dat ‘wonen’ niet gedefinieerd is, zal inwoning op grond van jurisprudentie toegestaan zijn.
Artikel 2.4.3 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten
In het aanvraagformulier wordt aangegeven welke stukken en informatie een woningzoekende moet verstrekken bij de aanvraag. Dat houdt in dat alle stukken compleet aanwezig moeten zijn voordat een woningzoekende situatiepunten kan gaan opbouwen.
Artikel 2.5.3 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren
In het vierde lid staat dat een woningzoekende jongere ten minste twee jaar voorafgaand aan de datum bij (een van zijn) ouders of pleegouders woont. Voor een jongere die in een pleeggezin woont kunnen dat verschillende pleeggezinnen zijn mits dat aansluitend het geval is geweest in die twee jaren.
Artikel 2.5.4 Opbouw en intrekking van situatiepunten voor jongeren
Situatiepunten voor jongeren kunnen worden opgebouwd tot de jongere de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt. Punten die tot die datum zijn opgebouwd vervallen niet.
Artikel 2.6.2 Bindingscriteria: voorrang bij regionale of lokale binding
De Huisvestingswet 2014 bepaald in artikel 14, tweede lid dat minimaal 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen in een gemeente zonder bindingseisen moet worden verhuurd. De resterende 50% kan op basis van regionale binding of lokale binding worden verhuurd. De meeste urgenten, zoals stadsvernieuwingsurgenten en sociaal-medische urgenten, komen ten lasten van de regionale binding.
30% van de vrijkomende woningen mogen met voorrang bij lokale binding worden aangeboden. Omdat Uithoorn een relatief grote stadsvernieuwingsopgave heeft, dient echter ook een deel van de lokale ruimte ingezet te worden voor het huisvesten van stadsvernieuwingsurgenten en andere groepen woningzoekenden. De resterende lokale ruimte wordt ingezet om nieuwbouw sociale huurwoningen met voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden die een andere sociale huurwoning in Uithoorn achterlaten en voor huishoudens met een sociale huur eengezinswoning die willen verhuizen naar een kleiner sociale huur appartement (Van Groot naar Beter). Met het inzetten van nieuwbouw sociale huurwoningen krijgen woningzoekenden in Uithoorn de mogelijkheid wooncarrière te maken en wordt de doorstroming van de sociale huurwoningen in Uithoorn bevorderd. Met van Groot naar Beter worden met name ouderen mensen geholpen aan een passende woning en wordt de doorstroming van sociale huurwoningen bevorderd.
Ter onderbouwing van de inzet van deze maatregel is de nut en noodzaak onderzocht. Op basis van bronnen van het CBS, de woningcorporaties en het Kadaster is de herkomst van nieuwe inwoners van Ouder-Amstel en Uithoorn bezien in de periode van 2021 tot en met 2024. Circa 90 procent van de sociale huurwoningen ging in de periode 2021 tot 2023 naar bewoners afkomstig uit de MRA, waarvan steeds ruim de helft naar bewoners uit de eigen gemeente ging. Het aandeel sociale huurwoningen dat wordt betrokken door eigen gemeenten neemt in de onderzochte periode wel af: in 2021 ging 59 procent van het vrijgekomen sociale huuraanbod naar Uithoornse huishoudens. In 2023 lag dit aandeel op 45 procent. Het is nog onbekend of er sprake is van een trend.4 Deze daling doet zich voor ondanks de inzet van de bindingseisen.
De gemeente kiest er dan ook voor regels te continueren. Zo blijft maatwerk voor starters om hun wooncarrière te kunnen (blijven) voortzetten in de eigen gemeente mogelijk en wordt deze groep gemakkelijker aan woonruimte geholpen.
In deze verordening wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om voorrang te geven aan woningzoekenden die voldoen aan de eisen van artikel 14 derde lid onder b, sub 2 van de Huisvestingswet 2014, derhalve aan woningzoekenden die maatschappelijk gebonden zijn en die de afgelopen zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente zijn geweest, dan wel daar gedurende de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente zijn geweest, en huishoudens waarvan alle volwassen personen een leeftijd hebben van ten minste 18 en ten hoogste 27 jaar. Woningen die aan deze laatste groep kunnen worden toegewezen zijn gelabeld voor jongeren zoals benoemd in artikel 2.6.1, tweede lid.
Het aandeel voor lokale voorrang is 30%. Dit percentage geldt voor de gehele woningmarktregio. Hierdoor kan het voorkomen dat in gemeenten een hoger percentage mogelijk is dan 30% onder de voorwaarde dat dit hogere percentage in andere gemeente(n) gecompenseerd wordt.
Burgemeester en wethouders kunnen in nadere regels de toepassing van het tweede lid uitwerken, bijvoorbeeld door de hoeveelheid woningen vast te leggen dat voor de voorrang voor de betreffende doelgroep mag worden gebruikt, en voor het bepalen van eventueel nadere criteria. Zie hiervoor de Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Uithoorn 2026.
Artikel 2.8.7 Urgentiecategorie uitstroom en omslag
Deze urgentiecategorie is bedoeld voor personen die een woning nodig hebben omdat zij uitstromen uit een instelling voor Maatschappelijke Opvang (MO), Beschermd Wonen (BW) of een zorginstelling, waarmee burgemeester en wethouders afspraken hebben gemaakt over uitstroom op basis van urgentie. Hiervan zijn organisaties die zorg leveren die betaald wordt uit andere budgetten, zoals Persoonsgebonden Budgetten (PGB’s), uitgesloten. Deze urgentiecategorie is ook van toepassing op omslagkandidaten, dat zijn personen die geschikt zijn benodigde zorg op een woning te krijgen.
Blijkens het eerste lid is deze urgentie alleen toegankelijk op basis van een beschikking voor een maatwerkvoorziening. Een beschikking voor een maatwerkvoorziening dient te worden aangevraagd en wordt getroffen voor niet-zelfredzame personen. Naast maatwerkvoorzieningen bestaan algemene voorzieningen zoals noodopvang voor daklozen. Daar is deze urgentiecategorie niet op van toepassing.
Een urgentieverklaring voor uitstroom of omslag kan worden verleend aan een woningzoekende die moet omzien naar woonruimte aansluitend op verblijf in een instelling voor opvang of beschermd wonen op grond van een beschikking voor een maatwerkvoorziening of aansluitend op verblijf in een zorginstelling waarmee burgemeester en wethouders afspraken hebben gemaakt over uitstroomurgentie, indien:
In het eerste lid zijn drie voorwaarden opgenomen voor een uitstroom of omslagurgentie.
Onderdeel a bevat het bindingsvereiste voor deze categorie woningzoekenden. Dit bindingsvereiste komt in plaats van artikel 2.8.5, eerste lid, onderdeel i omdat het een specifieker op de situatie toegesneden bepaling is, een ‘lex specialis’. De aanvrager moet voorafgaand aan de toelating tot de instelling in één van de zes zorgregiogemeenten (Amsterdam, Amstelveen, Diemen, Uithoorn, Aalsmeer en Ouder-Amstel) hebben gewoond en daar in de Basisregistratie Personen (BRP) zijn ingeschreven.
Onderdeel b bepaalt dat bij uitstroom uit de MO of BW alleen de volgende algemene weigeringsgronden in artikel 2.8.5, eerste lid, van toepassing zijn:
Op grond van onderdeel c is vereist dat de aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfredzaam is.
In het tweede lid is bepaald dat het aanvragen van urgentie en toekennen ervan gedaan wordt in de gemeente waar de cliënt opgevangen wordt. Dit is, met andere woorden, de locatie van de instelling waar de cliënt verblijft. Dat wijkt af van artikelen 2.8.1 en 2.8.2, welke ervan uit gaan dat urgentie aangevraagd wordt vanuit een woonadres en burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente het besluit nemen.
Het derde lid schrijft voor dat het zoekgebied van de urgentie de gemeente betreft waar een aanvrager voorafgaand aan het verblijf in de instelling heeft gewoond blijkens diens inschrijving in de Basisregistratie Personen.
Het vierde lid geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om ten aanzien van het bindingsvereiste in het eerste lid, onderdeel a, en het zoekgebied in het derde lid af te wijken. Hiervoor kan burgemeester en wethouders op grond van het zesde lid nadere regels stellen.
In het vijfde lid is neergelegd dat houders van een uitstroom of omslagurgentie direct bemiddeld worden naar een woning. Zij hoeven derhalve niet op WoningNet te zoeken naar een woning.
Artikel 2.8.9 Overige urgentiecategoriën
Ten aanzien van de urgentiecategorieën zoals genoemd in artikel 2.8.9 lid 1 onder a en b is regionaal afgestemd beleid tot stand gekomen.
De onder c genoemde urgentiecategorie betreft de zogenoemde SV-urgenten. Dit zijn huishoudens die in het kader van stedelijke herstructurering, te slopen of ingrijpend te renoveren complexen bewonen. Om hen in aanmerking te laten komen voor een urgentieverklaring, moeten burgemeester en wethouders eerst het complex aanwijzen. Het tweede lid van artikel 2.8.9 van de verordening bevat hiervoor een regeling. Zo'n aanwijzing kan pas plaatsvinden als aannemelijk is dat de huidige bewoners van het complex binnen twee jaar moeten verhuizen. Na zo'n aanwijzing komen de bewoners in aanmerking voor een urgentieverklaring, gelet op het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder c.
In de gemeente Uithoorn worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet.
Door standplaatsen voor woonwagens aan te wijzen als categorie woonruimte als bedoeld in artikel 7 van de Huisvestingswet heeft de gemeenteraad geborgd dat standplaatsen voor woonwagens alleen in gebruik mogen worden genomen of gegeven indien daarvoor aan het betreffende huishouden een huisvestingsvergunning is verleend.
Zie in dit kader ook de Nadere Regels Standplaatsen voor woonwagens Uithoorn 2025.
Artikel 3.1.3 Vrijstelling van de vergunningplicht
Omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte is alleen vrijgesteld ten behoeve van inwoning wat in artikel 1 onder s zodanig is gedefinieerd dat kamerverhuur en verkameren daarbuiten valt. Bij voorbaat mag niet de intentie aanwezig zijn om het adres te delen, vandaar dat de voorwaarde gesteld wordt dat de hoofdbewoner al een half jaar op hetzelfde adres gewoond moet hebben zonder het inwonende huishouden op het moment dat dit huishouden intrekt. Mantelzorg en inwoning door familieleden zijn in artikel 3.1.3, eerste lid, onder a., sub i weer uitgezonderd van deze tijdsbepaling.
Woningvormen is alleen vrijgesteld vanuit een zelfstandige woonruimte en ten behoeve van het vormen van één extra zelfstandige woonruimte, naast de oorspronkelijke zelfstandige woonruimte. De gebruiksoppervlakte van de oorspronkelijke woonruimte moet minimaal 200m2 zijn en die van de nieuw te vormen zelfstandige woonruimte minimaal 50m2.
In de nadere regels zijn verdere voorschriften opgenomen.
Voor het omzetten, woningvormen en splitsen van woonruimtes gelden behalve de regelingen op basis van de Huisvestingswet ook ruimtelijke regels zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving en het omgevingssplan. De vrijstellingen gelden op voorwaarde dat aan deze regels wordt voldaan. In voorkomende gevallen kan het omzetten, woningvormen en splitsen in strijd zijn met omgevingsplan maar kan deze strijd opgeheven worden middels een door het bevoegd gezag te verlenen omgevingsvergunning. In dat geval geldt de vrijstelling op voorwaarde dat de betreffende omgevingsvergunning is verleend.
Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels aanvullende voorschriften en beperkingen verbinden aan de vrijstelling van de vergunningsplicht voor het onttrekken, omzetten, woningvormen en splitsen. Deze voorschriften en beperkingen zijn gericht op behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad, of ter voorkoming van een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu.
Bij een geordend woon- en leefmilieu speelt met name, maar niet uitsluitend, de omvang van de woning en de leefbaarheid in woning en/of de buurt waarin de woning gelegen is een rol.
Artikel 5.3 Intrekking van de Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2025
De Huisvestingsverordening gemeente Uithoorn 2025 vervalt per 13 maart 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-130096.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.