Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 13006 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 13006 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Burgemeester en wethouders van Deventer,
Gelet op de overwegingen beschreven in nota nr. 2025-722,
besluiten
Het ontwerp-omgevingsprogramma Groenblauwe Hoofdstructuur Deventer zes weken ter inzage te leggen waarbij iedereen een zienswijze kan indienen
Dit besluit betreft de ontwerpversie in 'bijlage A'.
In dit Omgevingsprogramma is de Groenblauwe Hoofdstructuur (GBHS) van de gemeente Deventer vastgelegd. De Groenblauwe Hoofdstructuur is een robuuste structuur bestaande uit natuurgebieden, andere belangrijke groene gebieden, groenverbindingen en waterstructuren in de stad, de dorpen en het buitengebied. De Groenblauwe Hoofdstructuur is weergegeven op kaart.
Gebieden en structuren binnen de GBHS zijn belangrijk voor veel waarden die aan ‘groen en blauw’ verbonden zijn. Daarom staan behoud en versterking van deze waarden voorop in de GBHS.
Dit Omgevingsprogramma beschrijft de Groenblauwe Hoofdstructuur en geeft deze weer op kaart. Het bestaat uit drie delen.
Deel I gaat over de huidige Groenblauwe Hoofdstructuur. De gebieden die hiertoe behoren worden in Hoofdstuk 2 weergegeven op kaart, en geduid met bijbehorende legenda. De inrichting, het beheer en het gebruik van deze gebieden moeten passen bij en bijdragen aan behoud van de kenmerken en de waarden van de Groenblauwe Hoofdstructuur. Daarom maakt Hoofdstuk 3 ‘Beoordelingscriteria’ duidelijk wat er wel en niet mogelijk is voor initiatieven en veranderingen in de GBHS.
Binnen de grenzen van de Groenblauwe Hoofdstructuur vinden we verschillende groen- en blauwtypen. Zo onderscheiden we voor groen onder andere stadsparken, lanen, natuur-of landgoedparken en open natuurlandschap. Bij de blauwtypen horen onder meer karakteristieke waterlichamen, primaire watergangen en waterbergingsgebieden. De groen- en blauwtypen hebben elk hun eigen kenmerken en waarden. De waarde van de verschillende onderdelen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur wordt geduid in Hoofdstuk 4. De kenmerken van de verschillende groen-blauwe structuren worden in Hoofdstuk 5 uitgebreid beschreven. Tot slot beschrijft Hoofdstuk 6 het Natuurnetwerk Deventer. Dit vormt een bijzondere laag van de GBHS, die de groen- en blauwtypen met elkaar verbindt vanuit een ecologische perspectief.
Deel II geeft achtergrondinformatie bij de Groenblauwe Hoofdstructuur, zoals het ontstaan van het landschap een beschrijving van het onderliggende bodem en watersysteem (landschappelijke onderlegger). Deze informatie helpt bij het begrijpen van de groenblauwe gebieden en hun waarden en kan benut worden bij keuzes over de locatie en inrichting van toekomstige ontwikkelingen.

Deel III is gereserveerd voor het onderdeel 'Kansen voor de toekomst'. Het gaat over de toekomst en beschrijft de kansen om de Groenblauwe Hoofdstructuur te versterken en uit te breiden. Dit deel is momenteel in ontwikkeling en wordt op een later moment aan dit omgevingsprogramma toegevoegd.
Deventer is een fijne gemeente om in te wonen, leven, werken en recreëren. Dat geldt zowel voor de stad, de dorpen als het buitengebied. Het Deventer landschap, dat uniek is in Nederland, speelt hierin een grote rol. De historische Hanzestad, de bijzondere ligging langs de IJssel en het afwisselende buitengebied hebben een grote aantrekkingskracht op velen. De verschillende groengebieden en wateren dragen bij uitstek bij aan de kwaliteit van dit landschap en een prettige leefomgeving voor zowel mens als dier. Dit willen we graag zo houden en daar waar mogelijk versterken.
Een goed ontwikkelde Groenblauwe Hoofdstructuur vormt de ruggengraat van een gezonde, duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Het zorgt voor een evenwichtige balans tussen de gebouwde en onbebouwde omgeving en bevat ecologische verbindingen tussen stedelijke gebieden, dorpen en het omliggende landschap. Daarnaast spelen groen en water een cruciale rol in het creëren van een klimaatrobuust watersysteem. Door de opvang en infiltratie van regenwater wordt wateroverlast verminderd en wordt droogte bestreden. Bovendien draagt een goed functionerend groenblauw netwerk bij aan het tegengaan van hittestress en bevordert het de biodiversiteit. Naast de ecologische en klimaatadaptieve functies biedt de Groenblauwe Hoofdstructuur ook belangrijke sociale en recreatieve meerwaarde. Groen en water zijn essentieel voor ontspanning, spelen, sporten en ontmoeten. Ze zijn belangrijk voor een actieve en gezonde leefstijl en versterken de sociale cohesie in wijken en dorpen. Bovendien dragen ze bij aan het behoud van cultuurhistorische waarden en verhogen ze de algehele leefkwaliteit.
De druk op de ruimte voor groen en water neemt echter steeds meer toe. Er is ruimte nodig voor verschillende opgaven, waaronder het bouwen van woningen, het creëren van nieuwe werkgebieden en de opwek van duurzame energie. Ook het klimaatadaptief maken van de gemeente vraagt ruimte. Niet alleen in de stad zorgt deze stapeling van belangen voor een toenemende druk op de bestaande openbare ruimte bij inbreiding en uitbreiding; ook in de dorpen en het landelijk gebied wordt de druk op de ruimte steeds groter. Het is daarom van belang dat de gemeente zorgvuldig omgaat met de belangen van groen en water.
Door vast te leggen welke locaties en structuren tot de Groenblauwe Hoofdstructuur behoren en deze te beschermen, kan de gemeente ook in de toekomst een waardevolle leefomgeving bieden, waar mensen, dieren en planten voldoende aangename ruimte krijgen voor een duurzaam voortbestaan. Soms naast elkaar, maar veel vaker juist met elkaar. Zo kunnen bewoners en bezoekers blijven genieten van het aantrekkelijke, afwisselende en groene Deventer landschap.
Dit Omgevingsprogramma geeft niet alleen aan welke gebieden wel en niet tot de Groenblauwe Hoofdstructuur behoren. Het geeft ook aan hoe de gemeente Deventer het groen en blauw beschermt. Dit is nodig omdat de stad, de dorpen en het buitengebied altijd in ontwikkeling zullen blijven. Er zullen steeds nieuwe initiatieven en vragen voor (soms kleine) verandering komen. De beoordelingscriteria in hoofdstuk 3 bieden helderheid over wat er wel en niet mogelijk is voor initiatieven en veranderingen in de Groenblauwe Hoofdstructuur. Daarmee zijn deze beoordelingscriteria een juridisch-planologisch instrument. Ze doen uitspraken op meerdere schaalniveaus: van stedelijke ontwikkeling tot kleine wijzigingen.
De beoordelingscriteria zijn een praktische uitwerking van visies en beleid dat al op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau is vastgesteld. Dit beleid is beschreven in hoofdstuk 3 en blijft onverminderd van toepassing.
Bij het opstellen van kaart en beschrijving van de Groenblauwe Hoofdstructuur hebben we stakeholders op het gebied van o.a. natuur, landbouw, water, ecologie, landgoederen en dorpenvertegenwoordiging geraadpleegd. Op 17 oktober 2024 hebben de stakeholders deelgenomen aan een werksessie. Hun input is zorgvuldig geanalyseerd en verwerkt in de tekst en de digitale kaart van de GBHS, waarmee hun belangen en inzichten zijn meegenomen in het eindresultaat.
De GBHS is opgesteld om het bestaande strategische beleid over groen en blauw verder uit te werken naar tactisch niveau. De ambitie om groen en blauw te behouden is vastgelegd in de huidige Omgevingsvisie uit 2019 en het Groenbeleidsplan. Daarin staat het belang van de Groenblauwe Hoofdstructuur beschreven:
‘De aanwezigheid van een robuuste hoofdstructuur met groen en water is belangrijk voor de leefbaarheid. We benutten kansen als we netwerken kunnen optimaliseren en verbinden, zoals het Nationaal Natuur Netwerk, Natura-2000 en de natuurbeschermingsgebieden’ (Omgevingsvisie 2019, pagina 29).
‘We streven naar een robuuste hoofdstructuur voor natuur, recreatie en waterberging. We beschermen de bestaande kwaliteiten en benutten kansen voor het optimaliseren ervan’ (Omgevingsvisie 2019, pagina 61).
‘Ambities van dit groenbeleidsplan:
• Ruimte voor groen in en om de stad: kwantitatieve instandhouding (bescherming) en versterking van de stedelijke groene hoofdstructuur van parken, verbindingszones en bomen(structuren). Gestreefd wordt ondermeer naar het bieden van 75 m2 openbaar toegankelijk groen per woning in Deventer
• Aandacht voor toegankelijkheid, gebruik en beleving van het groen: het duurzaam in stand houden en versterken van de basis voor het groen, bestaande uit het rivieren- en dekzandlandschap en de cultuurhistorie, de stedenbouwkundige structuur, het water en de aanwezige diversiteit in flora en fauna’ (Groenbeleidsplan, pagina 15).
Dit omgevingsprogramma Groenblauwe Hoofdstructuur werkt de door de raad gestelde kaders verder uit. Het draagt bij aan het bereiken van deze ambitie om het groen en blauw te behouden en versterken door middel van de volgende maatregelen:
We implementeren het gebruik van beoordelingscriteria (hoofdstuk 3) in onze bestaande werkwijzen (waaronder het proces Vooroverleg) zodra dit omgevingsprogramma is vastgesteld.
We onderzoeken of- en zo ja hoe - de GBHS verwerkt kan worden in het omgevingsplan en wat de consequenties hiervan zijn (uiterlijk op 01‑01‑2032, wanneer het nieuwe Omgevingsplan gereed moet zijn volgens de Omgevingswet).
Dit Omgevingsprogramma Groenblauwe Hoofdstructuur is een kerninstrument onder de Omgevingswet. Het vormt de schakel tussen de visie van de gemeente en de daadwerkelijke uitvoering.
Dit omgevingsprogramma biedt de gemeente beoordelingscriteria bij haar eigen fysieke ontwikkelingen en bij het beoordelen van vergunningaanvragen van burgers/bedrijven voor fysieke plannen die niet binnen de regels van het omgevingsplan passen. Dit betekent dat het programma geen belemmering vormt voor vergunningaanvragen die volgens het omgevingsplan wél mogelijk zijn.
Past een omgevingsaanvraag niet binnen de regels van het omgevingsplan, dan wordt de aanvraag getoetst in het proces Vooroverleg. Daarbij gebruikt de gemeente de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 3 voor het onderdeel Groenblauwe Hoofdstructuur. In het Proces Vooroverleg beoordeelt de gemeente of het wenselijk is om voor het initiatief af te wijken van het omgevingsplan. Naast de toetsing op de GBHS, toetst de gemeente uiteraard ook op andere aspecten, zoals ruimtelijke kwaliteit, milieueffecten, verkeersveiligheid, cultuurhistorie, waterhuishouding en sociale impact.
Voorlopig wordt de Groenblauwe Hoofdstructuur niet verwerkt in het omgevingsplan. Zoals in paragraaf 1.6 staat, gaan we onderzoeken of en hoe het verwerkt kan worden en wat de consequenties hiervan zijn.
Dit omgevingsprogramma bestaat uit tekst en kaart. Het programma wordt zo actueel mogelijk gehouden. We verwerken wijzigingen in de tekst en de kaart daarom minimaal een keer per jaar.
De gemeente Deventer heeft uiterste zorg besteed aan het opstellen van de kaart. Ondanks deze zorgvuldigheid is het mogelijk dat er dat er fouten in de kaart zitten. Geef deze telefonisch door via ons nummer 140570. Of vul het algemene contactformulier op www.deventer.nl in en vermeld hierbij ‘Groenblauwe Hoofdstructuur’. We verwerken deze op de kaart tijdens de eerstvolgende wijziging.
De kaart geeft alle gebieden en structuren – groen en water - weer die op schaalniveau van de gemeente Deventer als geheel belangrijk zijn als onderdeel van de Groenblauwe Hoofdstructuur. We gebruiken de begrenzing van de groenblauwe gebieden voor de beoordelingscriteria (zie hoofdstuk 3). De legenda bestaat uit verschillende clusters van groen- en blauwtypen. De beschrijving van de kenmerken en waarden per groentype staat in de hoofdstukken 4 en 5. De kaartlagen ‘enken’ en ‘beschermd stads- en dorpsgezicht’ vormen geen groentype. Ze vormen geen deel van de GBHS, maar zijn toegevoegd als duidingslaag om het landschap goed te kunnen ‘lezen’.
De kaart is opgebouwd om online te bekijken, waarbij kan worden ingezoomd en doorgeklikt naar de achterliggende informatie bij de groen- en blauwgebieden. De online versie geeft de beste weergave.
Aan de selectie ging een zorgvuldig proces vooraf. Eerst is gekeken naar gebieden die al op een of andere wijze zijn benoemd als groengebied, zoals natuurgebieden, landgoederen of parken en waarvan meteen al duidelijk was dat deze opgenomen zouden moeten worden in de Groenblauwe Hoofdstructuur. Vervolgens zijn ook andere groentypen benoemd en werd het kaartbeeld hiermee uitgebreid, zoals plantsoenen en begraafplaatsen. Veel tijd is besteed aan het bepalen van de grenzen van deze groene gebieden en structuren, ten opzichte van hun omgeving en ook onderling. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van gedetailleerde kaarten, (lucht)foto’s en terreinbezoek.
Een groot deel van de Groenblauwe Hoofdstructuur is in eigendom van en beheer door gemeente, terreinbeheerders en/of waterschappen (WDOD, WRIJ en Vallei en Veluwe) en is grotendeels publiek toegankelijk. Toch zijn er ook gebieden opgenomen die in particulier eigendom zijn. Met name in het buitengebied zien we veel landgoederen en terreinen van natuurbeheerders. Andere particuliere gronden zijn opgenomen wanneer daar aanleiding voor was, zoals bijvoorbeeld landgoederen met NSW status.
Groenblauwe waarden houdt uiteraard niet op bij de grens van de Groenblauwe Hoofdstructuur. Om diverse redenen zijn echter niet alle gebieden op de kaart opgenomen. Denk aan plekken die alleen op lokaal niveau van belang zijn, maar an sich niet bijdragen aan een grotere structuur.
Op gemeentelijk niveau is het beleid voor groen en water als volgt vastgelegd:
De Omgevingsvisie 2019 geeft op het gebied van groen, natuur en landschap aan in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen. De gemeente streeft naar een robuuste hoofdstructuur voor natuur, recreatie en waterberging en wil dit bereiken door het beschermen van de bestaande kwaliteiten en het benutten van kansen voor het versterken hiervan.
De Visie Leefomgeving beschrijft de uitgangspunten voor het inrichten en herinrichten van de openbare ruimte.
Het Groenbeleidsplan geeft richtlijnen voor de inrichting en het beheer van openbaar groen, inclusief water en bomen en waterpartijen. Dit betreft al het groen en water dat in eigendom is van de gemeente Deventer.
Het Bomenbeleidsplan beschrijft het beleid voor bomenbeheer en ambities voor de bomenstructuur.
De Werkwijze Ecologie bevat het beleid van de gemeente op het gebied van ecologie. Hierin staat ook het belang van de groene structuren in de gemeente beschreven.
Het Landschapsontwikkelingsplan (samen met de gemeenten Olst-Wijhe en Raalte) geeft de visie op het landschap van Salland weer.
De drie masterplannen Schipbeek, Zandwetering en Rielerenk/Douwelerkolk geven richting aan ontwikkelingen van en in specifieke gebieden.
Het Klimaatadaptatieprogramma geeft invulling aan de gemeentelijke lokale aanpak voor klimaatadaptatie door het stellen van concrete doelen, leidende principes en maatregelen.
Het Gemeentelijk Rioleringsprogramma Deventer bevat beleidsuitgangspunten en concrete plannen voor het stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater.
Daarnaast zijn er beleid en programma’s van andere overheden, zoals de Kaderrichtlijn Water, Ruimte voor de Rivier 2.0 en de regionale Sponsstrategie Sallandse Weteringen van de NOVEX regio Zwolle.
Dit Omgevingsprogramma Groenblauwe Hoofdstructuur geeft met de beoordelingscriteria in dit hoofdstuk nadere invulling aan bovengenoemd beleid voor groen en water. Naast deze beoordelingscriteria blijft het beleid van de andere overheden onverminderd van toepassing.
Gemeente Deventer heeft de Groenblauwe Hoofdstructuur (GBHS) vastgelegd. Deze bestaat uit ‘groene en blauwe’ gebieden in de stad en de dorpen, in het buitengebied én uit verbindende structuren. De GBHS is weergegeven op kaart. De GBHS geeft kaders voor wat er wel en niet mogelijk is ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen.
De groene ruimte is van groot belang voor de leefbaarheid van mens en natuur – nu en in de toekomst. Ook is groen en water onlosmakelijk verbonden aan de gebiedsidentiteit: ze maken Deventer aantrekkelijk en herkenbaar. De waarden zijn: mens en recreatie, natuur en ecologie, klimaat en milieu, cultuur en identiteit, productie en gebruik. De Groenblauwe Hoofdstructuur bestaat uit gebieden met een verschillend karakter: de groentypen. Elk groentype kent een eigen combinatie van de waarden. De groentypen (zie hoofdstuk 5) en de waarden (zie hoofdstuk 4) vormen het kader voor behoud en versterking van de Groenblauwe Hoofdstructuur.
Er spelen naast de ontwikkeling van groen en blauw natuurlijk ook veel andere ruimtelijke opgaven in Deventer, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, wonen en energie. Wanneer die invloed hebben op de Groenblauwe Hoofdstructuur, vraagt dit een extra zorgvuldige afweging. Niet alles is hier zomaar mogelijk en gewenst. Kan er wel of niet ontwikkelruimte geboden worden? Onder welke voorwaarden? Welk afwegings- en ontwerpproces past erbij? Of er andere ontwikkelingen mogelijk zijn, wordt bepaald door de beschermingscategorie van het gebied en de mate van impact van de ontwikkeling. Dat staat hieronder beschreven.
Bij ontwikkelinitiatieven die volgens het Omgevingsplan mogelijk zijn, vormt de beoordelingsmatrix in paragraaf 3.3 geen belemmering voor ontwikkeling. Dan is het omgevingsplan leidend. Past het initiatief niet binnen de regels van het Omgevingsplan, dan toetst de gemeente de aanvraag in het proces Vooroverleg. Daarbij gebruikt de gemeente de matrix beoordelingscriteria, zie paragraaf 3.3.
De Groenblauwe Hoofdstructuur heeft binnen zijn begrenzing twee beschermingscategorieën. Gebieden die beschermd zijn door hun ligging binnen de grenzen van de GBHS bieden in sommige gevallen beperkt mogelijkheden voor andere ontwikkelingen. In gebieden die zowel beschermd zijn door hun ligging binnen de GBHS én door ander zwaar aan groen en blauw gerelateerd beschermingsbeleid is nagenoeg geen mogelijkheid voor andere ontwikkelingen.
De locatie van een ontwikkeling is dus medebepalend voor de ontwikkelruimte. De beschermingscategorieën zijn op kaart aangegeven. Bomenlanen vormen een eigen beschermingscategorie.
Beschermd door ligging binnen GBHS
Alle gebieden binnen de GBHS die niet vallen onder ander zwaar beschermingsbeleid (dat aan groen en blauw gerelateerd is).
Gebieden beschermd door ligging binnen de grenzen van de GBHS én door ander zwaar beschermingsbeleid
Dit zijn alle gebieden die in de Groenblauwe Hoofdstructuur liggen én daarnaast nog een andere zware beschermingsstatus hebben (die aan groen en blauw gerelateerd is:
Beschermd door ligging binnen GBHS én Natuurnetwerk Nederland
Beschermd door ligging binnen GBHS én functie 'Natuur' in Omgevingsplan
Beschermd door ligging binnen GBHS én reservering 'Hoogwatergeul Deventer' [1]
Beschermd door ligging binnen GBHS én rijks- of gemeentelijk monument
Over gebieden buiten de Groenblauwe Hoofdstructuur waar wel een van de hierboven genoemde andere beschermingen van toepassing is, doet de Groenblauwe Hoofdstructuur geen aanvullende uitspraken.

Bomenlanen
Voor bescherming van bomenlanen binnen de GBHS gelden de uitgangspunten die beschreven zijn in het Bomenbeleidsplan 2021-2030.
Naast de locatie van een ontwikkeling is ook de mate van impact op de huidige groenblauwe waarden van belang voor het bepalen van de ontwikkelruimte. Er zijn drie impactniveaus: transformatie, aanpassing en inpassing. De impact van transformatie is het grootst, de impact van inpassing het kleinst. Het bepalen van de impact vraagt om deskundigheid en zo mogelijk extra onderzoek.
Transformatie:
De nieuwe ontwikkeling verandert het betreffende groen en/of blauwgebied zo wezenlijk dat het geen waarde meer kan vervullen als onderdeel van de Groenblauwe Hoofdstructuur. Een voorbeeld is de aanleg van een woonwijk op gronden binnen de GBHS.
Aanpassing:
De nieuwe ontwikkelingen hebben weliswaar een groen of blauw karakter, maar de kenmerken en waarden van een gebied binnen de GBHS veranderen zodanig dat dit verschuift naar een ander groentype. Een voorbeeld is ontwikkeling van natuur op landbouwgrond binnen een landgoed.
Inpassing:
De nieuwe voorgestelde functies veranderen het betreffende groen en/of blauwgebied niet wezenlijk en versterken het bij voorkeur zelfs. Meestal gaat het hierbij om een kleine ontwikkeling binnen een groengebied. Voorbeelden hiervan zijn de bouw van een woning of een locatie voor vrijwilligers die een natuurgebied beheren.
In de matrix beoordelingscriteria staan de ontwikkelmogelijkheden in de Groenblauwe Hoofdstructuur. Deze hangen af van de combinatie van het beschermingsniveau van het gebied waarin het ontwikkelinitiatief ligt en de mate van impact.
In de matrix zijn er vanuit de GBHS-bescherming twee opties:
De matrix geeft aan wanneer welke optie van toepassing is en welke uitgangspunten en voorwaarden daarbij gelden.
Nieuwe ontwikkelingen
Voor alle fysieke ontwikkelingen is het van belang om in een vroeg stadium van de planvorming de uitgangspunten van de Groenblauwe Hoofdstructuur te integreren in de planvorming. Dit doen we door dit afwegingskader mee te nemen in Tafel 1 van het proces Vooroverleg.
Ontwikkelingen die al in gang zijn gezet
Voor fysieke ontwikkelingen die op het moment van inwerkingtreding van dit Omgevingsprogramma al in gang zijn gezet maar zich nog in de initiatieffase bevinden, kan de matrix worden meegenomen als kader bij de opvolgende fases. Wanneer fysieke ontwikkelingen op het moment van inwerkingtreding van dit Omgevingsprogramma al voorbij de initiatieffase zijn, kan deze matrix als inspiratie dienen voor de verdere uitwerking.
Andere aandachtspunten bij ontwikkelingen
Wanneer een ontwikkeling onderdeel uitmaakt van een landgoed, is het van belang de gevolgen van deze ontwikkeling voor het gehele landgoed te beoordelen.
Wanneer een ontwikkeling zich buiten de GBHS bevindt, maar aan de GBHS grenst, is het van belang om de negatieve uitstraling van de ontwikkeling op de GBHS zoveel mogelijk te beperken.

Een duidelijk leesbare versie van de Matrix Beoordelingscriteria is hier beschikbaar: Matrix Beoordelingscriteria.pdf
De Groenblauwe Hoofdstructuur vormt een kader voor ruimtelijke afwegingen en geeft bovendien richting aan de inhoudelijke invulling daarna. Hiervoor wordt het stappenplan op de volgende pagina gehanteerd.
Stap 1: Bepaal de relatie tussen de ontwikkeling en de Groenblauwe Hoofdstructuur
Nee: de ontwikkeling ligt buiten de Groenblauwe Hoofdstructuur.
> de bepalingen van de Groenblauwe Hoofdstructuur zijn niet van toepassing.
Ja: er is sprake van een ontwikkeling binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur.
> de bepalingen van de Groenblauwe Hoofdstructuur zijn van toepassing. Ga verder naar stap 2.
Stap 2: Bepaal de aard van de ontwikkeling
De ontwikkeling betreft ‘groenblauw maatregelen’ die genomen worden in het kader van behoud en versterking van de kenmerken en waarden van de Groenblauwe Hoofdstructuur.
> geen verdere afweging of besluitvorming nodig binnen het proces Vooroverleg. Benut de beschrijving van de groentypen voor doorontwikkeling initiatief naar ontwerp en uitvoering.
De ontwikkeling betreft ‘andere ontwikkelingen’.
> bepaal het beschermingsniveau en de impact. Ga verder naar stap 3.
Stap 3: Stel vast welk beschermingsniveau van toepassing is ter plaatse van de ontwikkeling. Kijk hiervoor naar de kaart met beschermingsniveaus.
De ontwikkeling bevindt zich binnen een deel van de GBHS dat beschermd is door ligging binnen de grenzen van de Groenblauwe Hoofdstructuur.
> ga naar stap 4
De ontwikkeling bevindt zich binnen een deel van de GBHS dat beschermd is door ligging binnen de grenzen van de GBHS én door ander beschermingsbeleid.
> ga naar stap 4
Stap 4: Bepaal welke impact de ontwikkeling heeft op de kenmerken en waarden van de GBHS (transformatie, aanpassing of inpassing). Gebruik hiervoor de beschrijving van de huidige waarden (hoofdstuk 4) en groen-blauwtypen (hoofdstuk 5)
De impact is direct duidelijk.
> ga verder naar stap 6
De impact is niet direct duidelijk.
> ga verder naar stap 5
Stap 5: Voer een tussenstap ‘ontwerpend onderzoek’ uit om een beter beeld te krijgen van de ontwikkeling en de impact op de Groenblauwe Hoofdstructuur
Stap 6: Bepaal aan de hand van de locatie en de impact welke ontwikkelruimte de Groenblauwe Hoofdstructuur biedt
Ontwikkeling niet mogelijk.
> route voor de ontwikkeling loopt dood
Ontwikkeling niet mogelijk, met uitzonderingen.
> ga naar stap 7
Ontwikkeling beperkt mogelijk, onder voorwaarden.
> ga naar stap 8
Stap 7: Kies een passend ontwerp- en afwegingsproces
Is er sprake van ‘transformatie’?
> Toets de ontwikkeling aan de uitgangspunten en start een integraal ontwerp- en afwegingsproces inclusief alternatieven. Geef hierbij invulling aan de voorwaarden.
Is er sprake van ‘inpassing’ ?
> Toets de ontwikkeling aan de uitgangspunten, specificeer de voorwaarden en geef deze aan de initiatiefnemer om uit te werken in het plan. Ga naar stap 8.
Stap 8: Scherp de voorwaarden aan tot concrete ontwerpopgaven en geeft deze mee aan de initiatiefnemer van de ontwikkeling om verder uit te werken.
Stap 9: Beoordeel de ontwerpoplossing.
De ontwerpoplossing geeft nog niet goed invulling aan de voorwaarden.
> ga terug naar stap 8
De ontwerpoplossing geeft goed invulling aan de voorwaarden
> positief advies en start formele besluitvorming. Betrek indien nodig andere bevoegde gezagen.
De Groenblauwe Hoofdstructuur is van belang voor de leefbaarheid van de gemeente, voor mens én dier en zowel binnen als buiten de stad. Er zijn vijf aan groen en blauw verbonden waarden: ‘klimaat en milieu’, ‘natuur en ecologie’, ‘mens en recreatie’, ‘cultuur en identiteit’ en ‘productie en gebruik’.
Een gebied binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur heeft altijd meerdere waarden tegelijk. In samenhang dragen deze waarden bij aan een gezonde leefomgeving. Zo zorgt de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief groen bijvoorbeeld voor minder stress en nodigt het uit om te bewegen en spelen. Groen en blauw in de stad dragen bij aan verkoeling tijdens hete zomerdagen en verbeteren de luchtkwaliteit. Ook zorgen groenblauwe structuren voor het opvangen, bergen en vertragen van wat in natte periodes en het leveren van water in droge periodes.
In dit hoofdstuk zijn deze waarden toegelicht en uitgewerkt aan de hand van deelaspecten. Bij elke waarde hoort een kaartbeeld dat toont waar de huidige waarde sterk of juist minder sterk aanwezig is. Deze kaarten zijn gebaseerd op de combinatie van waarden per groentype (zie hoofdstuk 5). Er is een vijfpunts-schaal gebruikt. Hoe donkerder de kleur op de kaart, hoe hoger de geschatte waarde. De waardebepaling is indicatief en niet verfijnd voor verschillen tussen gebieden binnen een groentype. Zo laten alle parken op kaart bijvoorbeeld dezelfde combinatie van waarden zien.

Groen is van grote waarde voor het functioneren van het ecosysteem. De Groenblauwe Hoofdstructuur zorgt met zijn verschillende onderdelen voor geschikte leefgebieden voor allerlei soorten, van planten tot dieren tot schimmels.


Goede verbindingen tussen grotere groengebieden zijn belangrijk voor het behoud van duurzame populaties. Een robuuste Groenblauwe Hoofdstructuur zorgt voor hoogwaardiger ecologische verbindingen, wat verplaatsing en uitbreiding van soortenpopulaties bevordert.

De aanwezigheid van groengebieden draagt bij aan meer biodiversiteit: de aanwezigheid van meer verschillende dier- en plantensoorten. Dit maakt het landschap in zijn totaal minder vatbaar voor ziekten, plagen en de effecten van extreem weer.

Verschillende groengebieden zorgen voor variatie in het landschap. Hierdoor ontstaan veel overgangsmilieus, zoals tussen nat en droog of tussen open en besloten. Dit biedt kansen voor veel verschillende flora en fauna waardoor een grote diversiteit in leefgebieden ontstaat.

Een breed aanbod van groenblauwe elementen zorgt voor voedselaanbod voor verschillende soorten. Vooral bodemdieren en insecten zijn van belang als basis van de voedselpiramide en daarmee als fundament van het ecosysteem. Een geschikt habitat biedt naast voldoende voedselaanbod ook verblijfsmogelijkheden, zoals nestgelegenheden en geschikt habitat voor voortplanting. Gerichtere maatregelen kunnen specifieke leefgebieden faciliteren voor meer bijzondere soorten.
Per score 1 t/m 5 van bovenstaande waardenkaart 'Natuur en Ecologie' zijn de bijbehorende locaties te raadplegen in de vorm van GIS-kaarten. Score 1 staat voor een lage waarde, score 5 voor een hoge waarde.
NB: er zijn in de waardenkaart 'Natuur en Ecologie' geen locaties die score 2 hebben.
Alle abiotische factoren, zoals de lucht, de bodem en het water, hebben samen effect op het leefklimaat van zowel stad als buitengebied. De aanwezigheid van een Groenblauwe Hoofdstructuur draagt bij aan een robuuster en veerkrachtiger microklimaat. Dit is bijvoorbeeld van belang bij het tegengaan van hittestress of voorkomen van wateroverlast.


Een ecologische inrichting en beheer van waterlopen en oevers draagt bij aan een betere waterkwaliteit. De natuurlijke zuiveringskracht neemt namelijk toe, als ware het een filter. De schaduw van bomen kan er daarnaast voor zorgen dat er minder algengroei plaatsvindt.

Door de aanwezigheid van groenblauwe elementen in het landschap krijgt water de kans geleidelijk in de bodem te infiltreren. Dit zorgt voor een natuurlijke aanvulling van het grondwater en creëert daarmee een buffer voor natuur en landbouw in droge periodes.

In extreem hete periodes hebben veel mensen last van gezondheidsklachten. De aanwezigheid van voldoende water en groen draagt bij aan een verkoelend effect, doordat ze zorgen voor schaduw en het verdampen van water. Met het oog op klimaatverandering en de kans op steeds warmere zomers is deze dienst extra waardevol in de toekomst.

Groen zorgt voor een betere luchtkwaliteit. Het zuivert de lucht namelijk van verontreinigingen. Bijvoorbeeld bij snelwegen of andere vervuilende gebieden kan groen worden ingezet als buffer. Het effect van groen op lokale stoffenconcentraties is beperkt, maar groen draagt in zijn totaliteit op grote schaal significant bij aan een betere luchtkwaliteit.

Groenblauwe elementen verbeteren de bodemkwaliteit door organisch materiaal aan te voeren, wat humusrijkdom en een gevarieerd bodemleven stimuleert. Dit draagt bij aan een vruchtbare bodem met voldoende voedingsstoffen, beschermt tegen uitdroging en erosie, vergroot de wateropslagcapaciteit en legt extra CO2 vast.
Per score 1 t/m 5 van bovenstaande waardenkaart 'Klimaat en Milieu' zijn de bijbehorende locaties te raadplegen in de vorm van GIS-kaarten. Score 1 staat voor een lage waarde, score 5 voor een hoge waarde.
Deze waarde gaat over het perspectief van de mens: hoe mensen plekken uit de Groenblauwe Hoofdstructuur in hun omgeving beleven, gebruiken, ervaren en erin participeren. ‘Mens en recreatie’ geeft aan hoe goed een ruimte aansluit op hun behoeften en wensen. Ook benadrukt het de rol van deze natuurlijke structuren in het dagelijks leven van mensen, bijvoorbeeld hoe ze gebruikt worden voor ontspanning, rust, sport, recreatie en ontmoeting.


Groengebieden maken het mogelijk om te fietsen, hardlopen, skaten, voetballen of andere buitensporten te beoefenen. Parken met grasveldjes in de buurt bieden gelegenheid voor sportgroepjes om samen te komen. Om deze reden is de groenstructuur van groot belang voor een gezonde stad.

Niet alle groengebieden kunnen even toegankelijk zijn doordat ze in privébezit zijn of wanneer de natuur er beschermd dient te worden. Toch is heel veel groen juist wel toegankelijk. Het is belangrijk dat voor zoveel mogelijk mensen op korte afstand van hun huis een divers aanbod van toegankelijk groen aanwezig is.

De natuur staat onder druk en de afstand tussen mens en natuur groeit. Door natuureducatie kunnen mensen meer leren over het belang van de natuur. Groen is namelijk gezond en belangrijk voor de leefbaarheid van de gemeente in de toekomst. Hoe meer groen, hoe meer gelegenheden om erop uit te gaan en samen te leren over de natuur.

De beleving van groen langs veelgebruikte wandel- en fietsroutes draagt bij aan het welbevinden van mensen in hun leefomgeving. Andersom leidt de aanwezigheid van fraaie groene wandel- en fietsroutes tot meer gebruik van fiets en wandelen als alternatief voor de auto. Op deze manier draagt groen dus bij aan de gezondheid.

Groen draagt bij aan sociale cohesie en vermindert eenzaamheid doordat het ruimte biedt om elkaar te ontmoeten. Zo kun je bij een wandeling, tijdens het uitlaten van de hond of terwijl je zit op een bankje andere mensen tegenkomen. In een groene omgeving gaan mensen relatief vaker naar buiten waar ze medebuurtbewoners ontmoeten.

Minder drukbezochte groengebieden bieden de gelegenheid om te kunnen genieten van de stilte en om te ontsnappen aan de drukte van de stad. Dit zorgt voor de nodige ontspanning en vermindert daardoor stress. Uiteindelijk komt dit de algehele gezondheid ten goede.

Openbaar groen biedt ruimte om allerlei activiteiten te organiseren. Denk aan festivals, markten, buurtbarbecues, vieringen etc. Dit draagt bij aan de sociale cohesie van buurt, wijk of stad als geheel. Wel moeten activiteiten plaatsvinden onder voorwaarde dat de verstoring voor natuur of omwonenden beperkt blijft.

Groengebieden bieden veel aanleiding om samen te komen. Denk bijvoorbeeld aan picknicken of samenkomen bij een bankje in het park. Groen maakt het daardoor mogelijk dat mensen meer verbondenheid ervaren, zoals met buurtbewoners.

Spelen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. In veel groengebieden zijn speelgelegenheden te vinden zoals speeltuinen of meer natuurlijke speelaanleidingen. Een groene omgeving voor kinderen draagt daarnaast bij aan hun gezondheid. Overgewicht komt in groene wijken bijvoorbeeld minder vaak voor, zo blijkt uit verschillende onderzoeken.
Per score 1 t/m 5 van bovenstaande waardenkaart 'Mens en Recreatie' zijn de bijbehorende locaties te raadplegen in de vorm van GIS-kaarten. Score 1 staat voor een lage waarde, score 5 voor een hoge waarde.
NB: er zijn in de waardenkaart 'Mens en Recreatie' geen locaties die score 1 hebben.
De waarde ‘cultuur en identiteit’ gaat over de emotionele, culturele en esthetische ervaring die een plek biedt. Het gaat om de manier waarop erfgoed en culturele elementen bijdragen aan sfeer, waarde en identiteit. Cultuur en beleving zijn nauw verbonden, omdat culturele of historische elementen – zoals erfgoed en symbolen – bijdragen aan de emotionele en zintuiglijke ervaring van gebruikers. De aanwezigheid hiervan beïnvloedt de waarde en sfeer die een plek binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur kan hebben en maakt de aanwezigheid ervan extra belangrijk.


Binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur bevinden zich verscheidene erfgoedstructuren. Denk aan parken of begraafplaatsen met monumentale status in de stad of landgoederen in het buitengebied. In het buitengebied worden de cultuurlandschappen gekenmerkt door de aanwezigheid van historische lanen of andere erfgoedstructuren zoals houtwallen. Ook dit onderdeel binnen de hoofdstructuur is van belang voor het cultuurhistorisch erfgoed.

Groen draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Door diverse groengebieden ontstaat een rijk en gevarieerd landschap wat de aantrekkingskracht van de gemeente vergroot. Op die manier speelt het landschap een belangrijke rol als vestigingsvoorwaarde.

Groenstructuren dragen bij aan de sfeer, betekenis en identiteit van Deventer. Samen behoren ze tot het Deventer DNA. Het bepaalt het imago van de gemeente, zowel de stad als het buitengebied. Verschillende bijzondere plekken binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur zorgen ervoor dat mensen zich herkennen in het landschap waar zij wonen – of op bezoek zijn. Vaak zijn er allerlei verhalen gekoppeld aan dit soort plekken wat zorgt voor de nodige binding hiermee. Op zijn beurt draagt dit bij aan draagvlak voor behoud of eigenaarschap van deze groene plekken.
Per score 1 t/m 5 van bovenstaande waardenkaart 'Cultuur en Identiteit' zijn de bijbehorende locaties te raadplegen in de vorm van GIS-kaarten. Score 1 staat voor een lage waarde, score 5 voor een hoge waarde.
Groen heeft tot slot ook waarde voor de mens – direct danwel indirect – als nutsvoorziening. Gebieden in de Groenblauwe Hoofdstructuur bieden de ruimte om allerlei diensten te verschaffen waar de mens van afhankelijk is, zoals voedsel en water.


In landbouwgebieden binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur wordt voedsel geproduceerd, vooral voor menselijke consumptie. In Deventer gebeurt dit indirect via zuivel en vlees, en direct met gewassen zoals aardappelen. Volkstuinen dragen op kleine schaal bij aan eigen voedselvoorziening. In sommige gebieden wordt veevoer geteeld, zoals maïs en gras, wat indirect bijdraagt aan de voedselproductie.

Groengebieden kunnen ook dienstdoen als plek waar duurzame en biobased (bouw)materialen geproduceerd kunnen worden. Op landerijen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur zou de teelt van vlas of vezelhennep mogelijk kunnen zijn.

Een groen landschap zorgt voor schoon en voldoende drinkwater. Wanneer water beter vast wordt gehouden door een sterke hoofdgroenstructuur komt dit ten goede aan de beschikbaarheid van (grond)water als drinkwaterbron.

Veel bosgebieden leveren hout voor diverse toepassingen bijvoorbeeld als duurzame bouwstof. Meestal is dit één van de doelstellingen naast de natuurwaarde. Zeker in Natura 2000 gebied en ook in NNN gebied staat de natuurwaarde voorop.

De IJssel, kanalen en havens dienen als infrastructuur voor vaarverkeer en dus transport van goederen en mensen. Dijken dienen primair als waterkering om het land tegen water te beschermen.
Per score 1 t/m 5 van bovenstaande waardenkaart 'Productie en Gebruik' zijn de bijbehorende locaties te raadplegen in de vorm van GIS-kaarten. Score 1 staat voor een lage waarde, score 5 voor een hoge waarde.
NB: er zijn in de waardenkaart 'Productie en Gebruik' geen locaties die score 4 hebben.
De Groenblauwe Hoofdstructuur bestaat uit verschillende groen- en blauwtypen, met elk hun eigen kenmerken en waarden. De kaart in hoofdstuk 2 laat het totaaloverzicht zien, met de groen- en blauwtypen als legenda-eenheid.
Als introductie op de uitgebreide beschrijving van de groen- en blauwtypen volgt hier een korte overzicht van de groen- en blauwtypen, geclusterd volgens de legenda van de totaalkaart van de Groenblauwe Hoofdstructuur.
Open landschappen omvatten alle gebieden in het buitengebied die ‘open’ zijn en dus geen opgaande groenstructuur bevatten. Denk hierbij aan graslanden, weides, akkers, heidevelden, moerasgebieden en hooilanden. Deze gebieden voorzien door hun openheid in een uniek habitat voor flora en fauna, en dragen bij aan een afwisselend landschap.
Voorkomende groen-blauwtypen:
Open natuurlandschap: open gebieden met natuurstatus, variërend van natte natuurtypen zoals de uiterwaarden tot droge natuurtypen zoals heidevelden.
Landerijen: agrarische gronden waar natuurvriendelijke maatregelen blauwe en groene ecosysteemdiensten ondersteunen.
Tot deze kaartlaag behoort een selectie van al het relevante opgaande groen binnen de gemeente. Dit zijn zowel aaneengesloten bosgebieden met variërend naald- of loofbos, maar ook kleinere elementen in het landschap zoals houtwallen, singels, hagen en struweel. Een aparte indicatie is gemaakt voor eeuwenoud bos, zoals aangemerkt door Provincie Overijssel. Deze bosgebieden en lijnvormige landschapselementen vormen samen een robuuste groenstructuur.
De stedelijke groenstructuur omvat al het stedelijke groen dat is aangemerkt als Groenblauwe Hoofdstructuur. Veelal is dit groen met een hoge belevingswaarde en dat vaak gebruikt wordt als uitloopgebied voor bewoners van stad en dorp. De onderdelen in de stedelijke groenstructuur kennen een hoge diversiteit aan functies.
Tot deze stedelijke groenstructuur behoren de volgende groen- en blauwtypen:
Stadspark: grootschalige groene parkomgeving in de stad, met hoge kwaliteit voorzieningen, recreatieve functies en structuren.
Plantsoen: kleinschalig groen in de wijk, met laagdrempelige recreatieve functies en simpele voorzieningen.
Begraafplaats: aangewezen groene omgeving om overledenen te begraven. Plek van rust, bezinning en herdenking.
Sportpark: gebied waar (buiten)sportfaciliteiten en sportvelden geconcentreerd zijn.
Volkstuinen: private of semi-private stadstuinen waar bewoners zelfstandig groenten, kruiden, bloemen en andere planten verbouwen.
Landschap in de stad: restanten van voormalig cultuurlandschap binnen het stedelijk gebied. Vaak nog met karakteristieke bebouwing en soms nog in gebruik als landbouwgrond.
Natuur- of landgoedpark: parken met een sterk natuurlijk karakter en/of onderdeel van een landgoed met herkenbare cultuurhistorische groenstructuren.
Groen woonmilieu: woonomgeving met relatief veel groene ruimte, bv. een ruim opgezette wijk in een diverse groen- omgeving, een villawijk of voormalige boerenerven.

In de waterstructuur ligt de wordings-geschiedenis van het landschap en de stad besloten. Bij water denken we in Deventer in de eerste plaats aan de IJssel en het grote contrast tussen haar beide oevers ter hoogte van de binnenstad. De singel omsluit de historische binnenstad en de oost-west gelegen weteringen geven structuur binnen het mozaïek van het dekzandlandschap. Voldoende en schoon water is van groot belang voor natuur, landbouw, menselijk gebruik en beleving. Als gevolg van klimaatverandering neemt dit belang toe.
De waterstructuurlaag bestaat respectievelijk uit de volgende onderdelen:
IJssel: noordelijke Rijntak die van Arnhem naar het IJsselmeer stroomt. Ecologisch en cultureel waardevolle waterweg voor Deventer. Onder dit type valt ook ander natuurlijk water, ontstaan door o.a. doorbraken van de IJssel en van hoge ecologische waarde.
Karakteristieke waterlichamen: unieke waterstructuren die ecologische, culturele en historische waarden vertegenwoordigen en sterk bijdragen aan de landschapsidentiteit. Hieronder valt ook de singel rond de historische binnenstad, en ‘architectonisch’ water, dat voor de beeldvorming is aangelegd.
Primaire watergangen: de belangrijkste waterwegen die zorgen voor waterafvoer en -aanvoer in de regio.
Waterbergingsgebieden: gebieden die tijdelijk overtollig water bergen om overstromingen te voorkomen, waterpeilen te reguleren en ecologische functies te ondersteunen.
Groene verbindingen zijn lange en daarmee verbindende structuren in het stedelijk gebied en in het landschap. Samen met andere structuren zoals watergangen en natuurverbindingen vormen ze een netwerk. Dit netwerk verbindt de groenblauwe gebieden met elkaar en zo ontstaat één samenhangende groenblauwe structuur. De lange lijnen hebben een richting, maken oriëntatie mogelijk en zijn zo van groot belang voor herkenbaarheid en identiteit van stedelijk en landelijk gebied.
De laag ‘groene verbindingen’ is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
Groene verbindingszone: lineaire groengebieden die een buffer vormen rondom wegen, spoorwegen, taluds en waterwegen (bermen).
Dijken: vormen de waterkeringen langs de IJssel en kanalen ter bescherming van het achterland tegen overstromingen.
Lanen: landschappelijke of stedelijke laan die een begeleidende groene structuur langs wegen vormt.
De ensembles vormen een aparte laag die over de onderdelen van de Groenblauwe Hoofdstructuur heen gelegd kunnen worden. Het gaat hierbij om een samenspel van groeneenheden die samen een eenduidig ensemble vormen. Dit betreft allereerst de Ensembles - landgoederen, met een afwisselend landschap van landgoedparken, Ensembles - landhuizen landgoederen, bos- en natuurgebied, boerderijen en landerijen, welke samen één geheel vormen. Daarnaast gaat het om Ensembles - beschermde gezichten zoals vastgesteld door de gemeente Deventer. Het gaat hierbij om waardevolle stads- en dorpsgezichten, met een beschermingsstatus. Ook de Ensembles - enken zijn als ensembles op de kaart gezet. Dit zijn open, hoger gelegen landbouwgronden in combinatie met de historische erven en kenmerkende esrandbeplanting.
Over het algemeen kan de GBHS worden onderscheiden in de grote hoofdstructuren en een aanvullend fijnmazig groenblauw netwerk. Deze laatste is ondersteunend aan eerstgenoemde, maar is een essentieel onderdeel van een robuust groen netwerk, zowel in het buitengebied als in de stad.
Op de volgende pagina’s zijn deze groen- en blauwtypen afzonderlijk beschreven en verbeeld. Elke beschrijving begint met een kenschets waarna wordt ingegaan op de specifieke waarden. Daarna volgt een toelichting op specifieke gebieden binnen het groentype en hoe zij samenkomen binnen de ruimtelijke structuur van Deventer. Een kaartbeeld laat de gebieden van het betreffende groentype zien. Ook is een schema opgenomen met de waarden van dit groentype. Een aantal foto’s geeft een impressie van de inrichting, het gebruik en de sfeer die deze gebieden uitstralen. Tot slot is aangegeven welk percentage van de Groenblauwe Hoofdstructuur ongeveer bestaat uit gebieden van dit groentype.
Stadspark: Grootschalige groene parkomgeving in de stad, met hoge kwaliteit voorzieningen, recreatieve functies en structuren.

Kenschets
Het gaat hier om grootschalige groene parkomgevingen binnen het stedelijk gebied, hoogwaardig ingericht met verschillende recreatieve functies, structuren en voorzieningen. Kenmerkend is de aanwezigheid van ruime grasvelden, struweel, bomen, wandelpaden, zitgelegenheden en soms sport- en speelvoorzieningen, kunstwerken en waterpartijen. Ze functioneren als een verbindend en geleidend element tussen wijken en bieden een ontsnappingsmogelijkheid aan de stedelijke drukte. Juist het contrast met omliggende bebouwing draagt bij aan de groene kwaliteit.
Waarde
Een stadspark is een levendige en veelzijdige groene plek in de stedelijke omgeving met een zeer hoge belevingswaarde. Het zijn plekken die een breed scala aan mensen aantrekken. Het is een belangrijke ontmoetingsplek in de stad die ruimte biedt voor recreatie en ontspanning. Meerdere ingangen en een goede padenstructuur dat aansluit op de omgeving zorgen voor een uitnodigend karakter en goede bereikbaarheid. Binnen een park komen verschillende gebruiksintensiteiten naast en door elkaar voor, variërend van intensiever (speelplaatsen of sportvelden), tot extensiever gebruik (grasvelden of bosrijke gebieden). Ten opzichte van andere groengebieden is de bezoekersdruk hoog tot zeer hoog. De verschillende parken zijn onderscheidend in karakter, hebben vaak een rijke cultuurhistorie en zijn daarmee een echte identiteitsdrager van de stad, zoals het Worpplantsoen en het Rijsterborgherpark. Andere parken zoals het Gooikerspark zijn juist nieuwer. Stadsparken dragen bij aan de ecologie in de stad door het bevorderen van de biodiversiteit en het bieden van leefruimte voor flora en fauna. De oudere stadsparken hebben vaak een rijk sortiment aan grote oude bomen. Ook het water (bijvoorbeeld in het Rijsterborgpark en de kolken in het Nieuwe Plantsoen) en ecologisch beheerde open ruimten zijn van waarde voor de natuur. Op deze manier fungeren de stadsparken als groene kerngebieden en corridor tussen verschillende stadsdelen. De stadsparken dragen in sterke mate bij aan het leefklimaat, omdat ze zorgen voor het verbeteren van luchtkwaliteit en helpen hittestress en wateroverlast te verminderen.
Gebieden en structuur
Op de kaart zijn alle stadsparken in de gemeente Deventer afgebeeld. Natuur en landgoedparken vormen een apart groen-blauwtype (bijvoorbeeld het Zandweteringpark) en staan daarom niet op deze kaart.
De stadsparken vormen cruciale gebieden binnen de ruimtelijke stedelijke groenstructuur. Via andere groenstructuren, zoals lanen en waterlopen, zijn ze verankerd aan de rest van de GBHS. Ze functioneren als groene corridors die de stad voor mens en dier verbinden met het buitengebied. Fiets- en wandelpaden voeren veelal door en langs de stadsparken. Daarnaast kunnen stads- parken bufferzones zijn tussen bedrijventerreinen en woonwijken, zoals het Venenpark. Sommige parken, zoals het Gooikerspark, hebben elementen van het oude landschap van het buitengebied behouden, waarbij ze hoogwaardige groenkwaliteit bieden met volwassen bomen en landelijke structuren. Het Rijsterborgherpark, Het Worpplantsoen en Het Nieuwe Plantsoen hebben een sterk historisch en monumentaal karakter.


Plantsoen: kleinschalig verspreid groen in de wijk, met laagdrempelige recreatieve functies en voorzieningen.

Kenschets
Een plantsoen is een klein openbaar parkachtig gebied of structuur in de stad met beperkte recreatieve functies, structuren en voorzieningen. Het groen bestaat vaak uit gras, bloemperken, struweel en enkele bomen. Plantsoenen hebben vaak een eenvoudige padenstructuur, zitbanken, speelplekken en soms kunstwerken of waterpartijen. Een plantsoen wordt voornamelijk gebruikt door direct omwonenden.
Waarde
Een plantsoen heeft een hoge belevingswaarde en biedt ruimte voor ontspanning, recreatie en sociale ontmoetingen. Het ligt vaak binnen of op loopafstand van woonwijken en buurten en is hierdoor vaak makkelijker bereikbaar dan veel stadsparken. Ze zijn van groot belang om een ommetje te kunnen maken. Deze vorm van buurtgroen draagt ook bij aan gezondheid en welzijn van de bewoners. Ook leggen plantsoenen de relatie tussen verschillende wijkdelen voor voetgangers en fietsers. Omdat een plantsoen ruimte voor diverse activiteiten en mogelijkheden voor toevallige ontmoetingen biedt, functioneert het als een verbindende plek voor de buurtgemeenschap. De bezoekersdruk kan variëren van gemiddeld tot hoog, afhankelijk van het tijdstip en de dag.
Hoewel plantsoenen op zichzelf kleinschalige groenstructuren zijn, functioneren ze samen als een groot fijnmazig netwerk door de hele stad. Hierdoor dragen ze bij aan de ecologische waarden en verbindingen binnen het stedelijk gebied. Het kleinschalig groen draagt bovendien bij aan de biodiversiteit en een goed leefklimaat: verbeterde luchtkwaliteit, vermindering van wateroverlast (opvangen regenwater) en reguleren van de temperatuur (vermindering hittestress) op een lokaal niveau.
Gebieden en structuur
Op de kaart zijn alle kleinschalige parkachtige structuren als plantsoenen aangegeven. Hierbij komen de grote verschillen tussen de wijken van Deventer in beeld. In een wijk als Zandweerd zijn nagenoeg geen plantsoenen aanwezig, niet voor niets licht dit gebied op waar het gaat over hittestress. In Colmschate is sprake van een aantal ‘slingerende linten’ van aaneengeschakelde plantsoenen. En de Vijfhoek zien we juist een regelmatig patroon van plantsoenen, verdeeld over de gehele wijk. Niet alleen binnen de wijken zien we plantsoenen; soms fungeren ze ook als bufferzones tussen woonwijken en infrastructuur, zoals hoofdwegen en spoorlijnen. Ze trekken groene verbindingen vanuit grotere groenstructuren de wijken in, of leggen juist verbinding tussen de stad en het omliggende buitengebied. Hierdoor wordt de groene doorwaadbaarheid van wijken en buurten vergroot, wat bijdraagt aan een robuuste stedelijke groenstructuur.



Begraafplaats: gebied waar overledenen begraven worden. Omgeving die ruimte biedt voor rust, bezinning en herdenking.

Kenschets
Begraafplaatsen zijn beschutte plekken met meestal een groen karakter. De grafstenen en herdenkingsmonumenten kennen vaak een heldere ruimtelijke opstelling. Vaak is er een duidelijke ingang en is de begraafplaats omringd door een muur, hekwerk of een robuuste beplantingsstructuur. Het groen kenmerkt zich door een (monumentale) parkstructuur, veelal volwassen beplanting en een afwisseling van open en gesloten beplanting. In enkele gevallen is de begraafplaats fysiek verbonden aan een kerk (bijvoorbeeld begraafplaats Schalkhaar).
Waarde
Door het besloten karakter en de semi-toegankelijkheid zijn begraafplaatsen groene oases van rust en bezinning in de stad. Met uitzondering van uitvaarten is hier een lage bezoekersdruk. Dit creëert een bijzondere vorm van beleving, waar er ruimte is om in rust te wandelen, reflecteren en herdenken. De begraafplaatsen hebben een rijke cultuur- en architectuurhistorische waarde, en dragen bij aan de identiteit van de stad. Ze bevatten vaak graven, bebouwing of beplanting die monumentaal beschermd zijn.
De diversiteit in type groen, monumentale beplanting en rust binnen deze groenstructuur zorgen ervoor dat begraafplaatsen een relatief hoge ecologische waarde hebben. Ze zijn belangrijke schakels binnen de groene ecologische verbindingen in de stad. Deze beschutte aaneengesloten groene plekken dragen bij aan het leefklimaat door het verbeteren van de luchtkwaliteit en verminderen van hittestress.
Gebieden en structuur
Op de kaart zijn zowel de meer historische begraafplaatsen, waar inmiddels niemand meer begraven wordt, als de meer recente begraafplaatsen afgebeeld.
In de gemeente Deventer liggen in totaal 17 begraafplaatsen. Van deze begraafplaatsen zijn er 5 in eigendom van de gemeente Deventer, 4 horen bij een kerk en 4 zijn in privébezit. Daarnaast zijn er nog 4 bijzondere begraafplaatsen: de Joodse begraafplaats, de begraafplaats bij Abdij Sion en de familiegraven van Cost Budde en van Coeverden. Hierdoor verschillen ze onderling van elkaar in karakter en grootte (ongeveer tussen 0,03 – 2 ha). Begraafplaats Steenbrugge springt eruit met 7,6 ha oppervlakte.
De begraafplaatsen zijn vaak onderdeel van een aangrenzende groenstructuur en dragen hierdoor bij aan een robuuste groene hoofdstructuur.




Sportpark: gebied waar (buiten)sportfaciliteiten en sportvelden geconcentreerd zijn.

Kenschets
Een sportpark is een ruim opgezet gebied dat is ingericht voor diverse sport- en recreatieactiviteiten. Het omvat sportvelden zoals voetbal- en tennisvelden en atletiekbanen, met daarnaast faciliteiten zoals kantines met kleedruimtes en zitplaatsen voor toeschouwers. Sportparken bestaan lang niet alleen uit groen, maar onder andere ook uit kunstgras en verharde oppervlakken. Vanwege hun waarde als grotendeels onbebouwde ruimte en bijzondere gebruiksmogelijkheden worden ze echter wel als onderdeel van de GBHS beschouwd. De groene inrichting rond en tussen de sportvelden, bijvoorbeeld heggen, struweel, bosschages en bomen, vormen een integraal onderdeel van het sportpark. Grote geleidende of aan sportparken grenzende groenstructuren met een deelgebiedsoverstijgende functie zijn ingedeeld binnen een ander groen-blauwtype.
Waarde
Sportparken hebben zeer hoge belevingswaarden, die ze tot levendige plekken maken die niet alleen ruimte bieden voor sport en beweging, maar ook voor ontmoeting en ontspanning. De sportparken zijn essentieel voor Deventer als een gezonde stad met gezonde inwoners. Sportparken bieden mogelijkheden voor georganiseerde sportclubs, vrijetijdssporters en gemeenschappelijke evenementen, en zijn meestal goed toegankelijk en voorzien van wandel- en fietspaden rondom de sportfaciliteiten. Het brengt mensen uit verschillende lagen van de samenleving samen, wat bijdraagt aan een gevoel van verbondenheid binnen de stad. Het zijn echte ‘sociale hubs’. De bezoekersdruk varieert sterk, afhankelijk van het seizoen en dag in de week.
Kleinschalig groen rond en tussen de sportvelden draagt bij aan de algemene natuurwaarde in de stad, als schuil- en leefgebied voor insecten, vogels en andere kleine dieren. In aansluiting op de grotere groene zomen en geleidende structuren versterken ze de ecologische verbindingen in en rond de stad.
Gebieden en structuur
De begrenzing van de sportparken op de kaart is gebaseerd op het Omgevingsplan en controle en aanscherping met behulp van luchtfoto’s en gemeentelijke kennis. Bij deze aanscherping is het onderscheid gemaakt tussen groen dat wordt beschouwd als onderdeel van de sportparken en de grotere groenstructuren die zijn ingedeeld bij andere groen-blauwtypes.
De sportparken liggen verspreid over het grondgebied van Deventer, doorgaans aan de buitenste randen van de stad en dorpskernen. Ze variëren in grootte: de grotere parken beslaan vaak een groot oppervlak en bieden meerdere sportvoorzieningen. Kleinschaligere sportparken hebben meestal een enkelvoudige functie, zoals alleen voetbal- of tennisvelden en zijn vaak ingekapseld in stedelijke wijken. De grotere sportparken vormen vaak onderdeel van groene zones tussen de stad het omliggende buitengebied.




Volkstuincomplex: terreinen met private of semi-private stadstuinen waar bewoners zelfstandig groenten, kruiden, bloemen en andere planten kunnen verbouwen.

Kenschets
Een volkstuin is een kleinschalig perceel, meestal gelegen aan de rand van de stad, waar bewoners groenten, kruiden, bloemen en planten kunnen verbouwen. De terreinen zijn meestal in beheer bij een vereniging en alleen toegankelijk voor de leden. Kenmerkend is de verkaveling in kleine percelen en de interne ontsluiting door paden. Soms staan er eenvoudige tuinhuisjes. Het geheel kent een informele, tuinachtige sfeer. Het bijzondere karakter maakt de volkstuinen tot waardevolle groene gebieden in de stedelijke omgeving.
Waarde
Een volkstuin biedt voor de gebruikers een unieke beleving door een combinatie van werken in en genieten van hun persoonlijke groene ruimte, in gemeenschapsverband met andere tuinliefhebbers. Veel volkstuinen zijn beperkt of niet openbaar toegankelijk, maar ze hebben voor de gebruikers wel een belangrijke sociale functie. De tuinders houden van rust en werken in en met de natuur, wat zorgt voor een rustige sfeer. De leden dragen actief bij aan hun omgeving, wisselen kennis uit en bouwen sociale contacten op. De volkstuinen zijn van waarde voor educatie over voedsel en natuur. Soms gaat dit via formele voorlichting, maar veel vaker op informele wijze binnen het netwerk van contacten en van generatie op generatie.
Een volkstuin biedt ruimte voor het telen van groenten, fruit en kruiden, waardoor leden verse voeding kunnen verbouwen, zelfvoorzienend zijn en bijdragen aan duurzame voedselproductie met een kleinere ecologische voetafdruk. Door de hoge diversiteit aan gewassen en planten dragen volkstuinen enigzins bij aan ecologische waarden. Veel tuinders doen graag iets extra’s voor natuur op hun terrein, bijvoorbeeld door het inzaaien van bloemen, ophangen van nestkasten of overhouden van ‘rommelhoekjes’. Dit maakt volkstuinen aantrekkelijk voor vlinders, insecten en tuinvogels. Volkstuinen dragen ook bij aan het leefklimaat, door waterberging op kleine schaal of doordat lokaal de bodem wordt verbeterd.
Gebieden en structuur
De volkstuinen die op de kaart zijn afgebeeld, in totaal 15 stuks, zijn grotendeels in eigendom van de gemeente Deventer of stichting IJsselland. Het beheer wordt voornamelijk gedaan door volkstuinverenigingen zelf.
De volkstuinen bevinden zich voornamelijk aan de randen van de Deventer en de omliggende kernen. Binnen Deventer zelf bevinden enkele zich ook in de restruimtes van de stedelijke structuur, bijvoorbeeld langs het spoor. De volkstuinen hebben met elkaar maar een beperkte oppervlakte binnen de GBHS. Ze liggen vaak redelijk afgezonderd en hebben in de huidige situatie geen sterke ruimtelijke verbinding met andere groen-blauwtypen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur.


Landschap in de stad: restanten van voormalig cultuurlandschap binnen stedelijk gebied. Vaak nog met karakteristieke bebouwing en veelal nog in gebruik als extensieve landbouwgrond.

Kenschets
Dit landschapstype bestaat uit overblijfselen van het vroegere cultuurlandschap binnen het stedelijk gebied. Kenmerkend zijn de traditionele bebouwing – bijvoorbeeld (voormalige) boerderijen -, historische landschapselementen en vaak nog functionele landbouwgronden. Het vormt een overgangs- of tussengebied tussen stad en platteland, waar culturele en agrarische waarden behouden blijven en waar een unieke verbinding tussen stedelijke ontwikkeling en landelijke identiteit ontstaat. Het zijn ook groene longen die zorgen voor lucht en ruimte binnen het stedelijk weefsel en bijdragen aan het unieke karakter van de stad.
Waarde
De cultuurhistorische waarde van dit landschapstype is hoog, met karakteristieke landschappelijke structuren die inzicht geven in de gelaagde geschiedenis van het gebied. Ze stralen authenticiteit uit en zijn rijk aan landschapselementen. Het gaat bijvoorbeeld om een kleinschalige mozaïekstructuur met open en gesloten ruimtes, ruige rietkolken, oude dijkstructuren en knotwilgen langs sloten als kenmerkende landschapseenheden. Historische boerderijen met erfbeplanting zijn op sommige locaties nog aanwezig. Deze diversiteit in structuren en volwassen beplanting creëert een hoge ecologische waarde en biedt verblijf- en foerageergebieden voor diverse diersoorten. Dit karakter en de robuustheid dragen bij aan een beter leefklimaat, met verbeterde luchtkwaliteit, vermindering van wateroverlast, verbeterde bodemkwaliteit en afname van hittestress.
Het landschap geeft ruimte aan extensieve recreatie en fungeert als groene verbindingszone tussen delen van het stedelijk gebied, waar het contrast tussen stad en land beleefbaar is. De toegankelijkheid en bezoekersdruk zijn relatief laag, omdat veel percelen particulier eigendom zijn en vaak door agrariërs al dan niet in beperkte mate gebruikt worden voor voedselverbouwing.
Gebieden en structuur
De gebieden die herkenbaar zijn als agrarisch (cultuur)land en ingekapseld zijn in de stedelijk omgeving, zijn gedefinieerd als landschap in de stad. Op de kaart zien we eenheden van verschillende schaal en maat. Dit zijn bijvoorbeeld een aantal percelen in de uiterwaarden, rondom een kolk (Lookerskolk, Molenkolk) of langs een oude dijk structuur (Bergweidedijk, Nieuwedijk, Waterdijk). Ze kunnen zowel in particulier beheer zijn als door beheer in verenigingsverband (bijvoorbeeld Landje van Niets).
Deze gebieden vormen een bufferzone in de stad en creëren ruimte en openheid tussen verschillende stadsdelen. In sommige gevallen functioneren ze ook als verbinding naar het omliggende buitengebied. Enkele grotere structuren, zoals de Lookerskolk en Rielerenk, vallen samen met andere groen-blauwtypen waardoor ze robuuste onderdelen vormen van de groene corridors door de stad.




Landschap- of natuurpark: parken die natuur, cultuurhistorie en biodiversiteit combineren, met diverse recreatieve voorzieningen voor bezoekers.

Kenschets
Landgoed-/natuurparken binnen de stad kennen een verschillende oorsprong. Soms komen ze voort uit oude landgoederen, met hun zorgvuldig aangelegde, vaak monumentale landschap met lanen en paden, oude bomen, waterpartijen en historische gebouwen in één samenhangend ensemble. Andere gebieden binnen deze categorie kennen niet zo’n rijke cultuurhistorie, maar hebben vanwege de inheemse flora en fauna wel grote waarde voor biodiversiteit en recreatieve natuurbeleving. Omdat de kenmerken en ambities van landgoedparken en natuurparken grotendeels overlappen zijn zij samengevoegd binnen één groen-blauwtype.
Waarde
Landgoedparken vormen de kern, het cultuurhistorische hart van een (voormalig) groter landgoedgebied. De volwassen en vaak monumentale groenstructuren binnen de afwisselende open en gesloten parkstructuur zorgen voor relatief hoge ecologische en belevingswaarden. Het beheer zet in op het behoud van de cultuurhistorische groenstructuren en ensembles. Dit kwaliteitslandschap draagt bij aan de identiteit van Deventer en herbergt verschillende functies. De entrees zijn vaak herkenbaar en onderscheidend. Niet alle landgoedparken zijn publiek toegankelijk.
Natuurparken zijn ruiger en wilder van karakter, en laten zich kenmerken door ecologisch beheer. Een divers palet van natte en droge natuur vormt habitats voor verschillende, vaak beschermde, planten- en diersoorten. Ze zijn daarmee essentieel voor ecologische verbindingen tussen leefgebieden in en rondom de stad. Natuurparken bieden een plek om natuur te beleven op een steenworp afstand van het stedelijk gebied. De bezoekersdruk van landgoed/natuurparken is gemiddeld.
Gebieden en structuur
Landgoedparken zijn de parkachtige structuren van een landgoed binnen het stedelijk gebied. Landgoedgebieden die in het buitengebied liggen, vallen niet onder dit groen-blauwtype en staan niet op deze kaart. Naast openbare landgoedparken zoals Buitengoed de Kolk, zijn sommige nog in particulier bezit (landgoed Achterhoek) of zijn ze als terrein van een zorginstelling ingericht (landgoed Brinkgreven). Vanwege de ontstaansgeschiedenis hebben de landgoedparken een stevig aandeel binnen het areaal van GBHS binnen het stedelijk gebied.
Natuurparken bevinden zich aan de randen van de stad en in de royale groene (buffer)zones tussen de wijken en tussen woon- en werkgebied. Ze vormen zo een begrenzing van de stedelijke invloedssfeer en creëren tegelijkertijd een aantrekkelijk uitloopgebied. Vanwege hun ecologische doelstellingen zijn ze relatief robuust in schaal en maat. Het Zandweteringpark is een van de natuurparken.




Groen woon- en werkmilieu: Woonomgeving met een uitgesproken groen karakter, bijvoorbeeld een ruim opgezette wijk in een diverse groenomgeving, een villawijk of voormalige boerenerven.

Kenschets
Een ruim opgezette woonomgeving, waarin de bebouwing omspoeld wordt door en opgaat in het groen. De bebouwing gaat vaak een bijzondere relatie aan met de omgeving en kan variëren in maat. Er zijn verschillende typologieën te onderscheiden, van appartementencomplexen tot luxe villa’s. In de meeste gevallen wordt het groene karakter bepaald door de ruim opgezette kavels die uitstralen naar de openbare ruimte. Zeker waar schuttingen en hekken niet of onnadrukkelijk aanwezig zijn, is dit het geval. Het groen is gevarieerd en wordt gekenmerkt door open gazons, heggen en hagen, heesters en bomen. Over het algemeen is er vaak volwassen beplanting aanwezig, met hoge diversiteit in soorten (zowel exoten als inheemse soorten).
Waarde
Groene woonmilieus dragen bij aan een gezonder leefklimaat. Door het hoge aandeel onverharde bodems en diversiteit van beplanting is de bodem gezonder en het waterbufferend vermogen hoger. Daarnaast draagt het relatief hoge aandeel volwassen bomen bij aan een verbeterde luchtkwaliteit en verkoeling in de betreffende wijken, met uitstraling naar de omgeving. De gevarieerde vegetatie verhoogt de biodiversiteit op lokaal niveau, en de gebieden kunnen functioneren als ecologische verbindingszone.
Dit groen-blauwtype heeft een relatief beperkte belevingswaarde. Natuurlijk valt er veel te bekijken en te genieten, maar de gebruiksmogelijkheden voor bij- voorbeeld recreatie zijn beperkt. Dit hangt samen met het particuliere karakter en beperkte toegankelijkheid. Vaak hebben de locaties van deze woon- en werkmilieus een lange geschiedenis en dragen ze hierdoor bij aan de identiteit van de stad. Sommige zijn gelegen op locaties van voormalige landgoederen en hebben nog een zichtbare relatie tot de rijke cultuurhistorie van Deventer.
Gebieden en structuur
Groene woonmilieus zijn gebieden met bebouwing in een uitgesproken groene omgeving. Op de kaart is de hoge verscheidenheid aan schaal en maat te zien van dit groen-blauwtype. Daarnaast liggen ze redelijk verspreid in de stedelijke gebieden en grenzen ze vaak aan andere groen-blauwtypen binnen de GBHS. Hierdoor zijn ze essentieel onderdeel van de Groenblauwe Hoofdstruc- tuur in Deventer.
De grotere groene woongebieden op de kaart zijn ruim opgezette villawijken met groene voortuinen, volwassen bomen en rijke heesterbeplanting, zoals bij Park Braband of Borgelerhof. Middelgrote gebieden, bijvoorbeeld aan de Godebaldstraat, bevatten recentere bebouwing zoals appartementen en rijwoningen met gedeelde, openbaar toegankelijke groene ruimtes. Kleinschalige groene woongebieden kenmerken zich door particuliere, niet-openbare tuinen rond voormalige boerderijen en villa’s, met uitzondering van de stadsboerderij Ulebelt, die tijdens openingstijden toegankelijk is voor bezoekers.




OPGAANDE GROENSTRUCTUUR: bossen en lijnvormige landschapselementen die een opgaande vorm hebben, zoals houtwallen, singels, en hagen.

Kenschets
Dit groen-blauwtype bestaat uit verschillende opgaande groenstructuren. Ze begrenzen de open ruimtes in het landschap of vormen zelf een verdicht landschap. We onderscheiden twee soorten: robuuste bosstructuren en lijnvormige landschapselementen. De bosstructuren kunnen onderverdeeld worden in: naaldbos, gemengd bos, loofbos, en eeuwenoud bos. De landschapselementen bestaan uit: houtsingels, houtwallen en hagen. Lanen zijn een zelfstandig groen-blauwtype.
Waarde
Opgaande groenstructuren hebben een hoge ecologische waarde, ze fungeren als verbindende elementen en creëren unieke verblijf- en foerageerplekken voor diverse diersoorten. Door minder intensief en vaak eco- logisch beheer, ontstaat een rijke kruiden- en struiklaag die de biodiversiteit verhoogt en de bodemkwaliteit en waterbuffering verbetert (bijvoorbeeld door het laten liggen van dood hout wat het organisch stofgehalte verhoogt). Daarnaast dragen bomen bij aan een gezond leefklimaat, door CO2 op te slaan en de luchtkwaliteit te verbeteren.
Veel bossen zijn openbaar toegankelijk en goed bereikbaar vanuit de omgeving. Een uitgebreid netwerk van verharde en onverharde paden maakt wandelen, hardlopen en fietsen mogelijk, wat natuurbeleving dichtbij stedelijke gebieden mogelijk maakt. Voor veel mensen is bos de ultieme omgeving voor recreëren in de natuur. De bossen zijn vaak verbonden met landgoederen, en vertellen zo het verhaal van de rijke cultuurhistorie van dit gebied. De singels, houtwallen en hagen dragen sterk bij aan de leesbaarheid en identiteit van het landschap.
Gebieden en structuur
Op de kaart staan alle bossen binnen de gemeentegrenzen. Daarnaast is een selectie gemaakt van landschapselementen: de singels, houtwallen en hagen binnen 300 meter van belangrijke ecologische verbindingen (zoals aangewezen in de kaart Natuurnetwerk Deventer, H6) worden ook als onderdeel van de Groenblauwe Hoofdstructuur beschouwd. De opgaande groenstructuren bevinden zich op particuliere, gemeentelijke en stichtingsgronden (zoals Stichting IJssellandschap). Daarbuiten gelegen beplantingselementen vallen niet binnen de selectie.
De gebieden met opgaande groenstructuren liggen verspreid over de gemeente en laten veel verschil in grootte zien. Over het algemeen zijn de grotere oppervlakten bos recreatiebossen en vaak verbonden aan een landgoed. Kleinere bosstroken hebben soms een buffe- rende functie (bijvoorbeeld tussen de A1 en de Schipbeek). Het meeste bos ligt op de hoge en droge gronden. Op enkele locaties vinden we ook natte typen bos, zoals langs de beekdalen of uiterwaarden (bij- voorbeeld de Ossenwaard en de Marslanden ten oosten van de Vijfhoek). De singels, houtwallen en hagen zijn kleinschalige lijnvormige groenelementen. Deze groene erf- en kavelgrensbeplantingen dooraderen het buitengebied.




Open natuurlandschap: open natuurlandschap: open gebieden met natuurstatus, variërend van natte graslanden en hooilanden tot droge natuurtypen zoals kruidenrijk grasland en heide.

Kenschets
Naast bossen zijn ook de open landschappen met een status als natuurgebied opgenomen in de Groenblauwe Hoofdstructuur. Daaronder vallen onder meer natte open landschappen zoals vochtig hooiland langs de beekdalen of ruige graslanden in de uiterwaarden. Op de hogere gronden bevinden zich de meer droge typen, zoals kruidenrijk grasland en heidevegetatie.
Waarde
Vanwege de natuurbestemming heeft dit groen-blauwtype een zeer hoge ecologische waarde. De verschillende habitats, zowel nat als droog, dragen bij aan een weerbaar landschappelijk ecosysteem. Ze vormen verschillende foerageer- en verblijfplaatsen voor diersoorten en kennen een hoge biodiversiteit. Daarnaast zorgt een gezond bodemsysteem voor een hoge bodemkwaliteit, wat een positief effect heeft op het leefklimaat. Dit verhoogt ook het waterbufferend vermogen van de bodem.
Het open natuurlandschap zorgt samen met de bossen en beplantingen voor een kleinschalig, afwisselend en attractief geheel: karakteristiek voor dit deel van Salland. Niet alle gebieden zijn toegankelijk voor bezoekers, omdat sommige gebieden ingericht zijn als rustgebieden. Andere gebieden hebben juist een hoge belevingswaarde en intensiteit van gebruik, bijvoorbeeld de uiterwaarden of de heideterreinen in het Wechelerveld. Een extensief netwerk van wandelpaden verbindt deze gebieden met de omgeving. Natuurgebieden nabij dorpen en stedelijke wijken kennen een hoge bezoekersdruk. Daarnaast dragen de uiterwaarden en het afwisselende open en gesloten landschap sterk bij aan de identiteit van het gebied.
Gebieden en structuur
De gebieden die als open natuurlandschap zijn gedefinieerd zijn de gebieden die een juridische natuurstatus hebben: Natura-2000, NNN-gebied of gebieden met een enkelbestemming ‘natuur’ binnen het Omgevingsplan. Natuur met een ‘opgaand karakter’ (bos, singels e.d.) maakt hier uiteraard geen onderdeel van uit en is opgenomen binnen een eigen groen-blauwtype.
De uiterwaarden vormen het grootste aaneengesloten ‘open natuurlandschap’. In en rondom de stad bevinden zich enkele middelgrote gebieden, zoals bijvoorbeeld de Gooiermars. Alle andere gebieden lijken kleine verspreid gelegen eenheden als je ze op zichzelf bekijkt. In de praktijk maken deze open delen vrijwel allemaal deel uit van grotere natuurgebieden of landgoederen.
Landerijen: Landerijen: Agrarische gronden die onderdeel vormen van een groter landschap met bijzonder hoge landschaps- en natuurwaarden.

Kenschets
Binnen de gemeente Deventer liggen veel agrarische gronden die onderdeel zijn van grotere landschappelijke eenheden met bijzondere landschaps- en natuurwaarden. De overwegend agrarische functie staat zeker niet op zichzelf: de gronden hebben waarde en kansen in relatie tot hun omgeving, zeker waar ingezet wordt op natuurvriendelijk grondgebruik. Vanwege de meervoudige waarde in relatie tot de omgeving zijn deze gebieden onderdeel van de GBHS. Het is van belang hierbij op te merken dat niet alleen binnen landerijen maatregelen plaatsvinden die de groenblauwe waarden versterken. Ook in gebieden buiten de GBHS zetten agrariërs in op natuurvriendelijke maatregelen.
Waarde
Landerijen zijn productieve landschappen, die voornamelijk in gebruik zijn door melkveehouderijen, en af en toe akkerbouw. Waar agrariërs inzetten op natuurvriendelijke maatregelen vervullen deze gebieden blauwe en groene ecosysteemdiensten. Landerijen dragen als open gebied bij aan het leefklimaat door de verkoelende werking. Er is tevens potentie om bij te dragen aan het leefklimaat op het gebied van gezonde bodems, waterberging, schone lucht en schoon water. Hierdoor draagt dit groen-blauwtype ook bij aan de biodiversiteit en het leefklimaat. Het investeren in een gezonde bodem en beperking van kunstmatige gewasbeschermingsmiddelen zorgen voor een verhoogde bodem- en waterkwaliteit. Graslanden met natuurwaarde vormen een uniek habitat waar bepaalde doelsoorten goed in gedijen. Hierdoor dragen landerijen ook bij aan de ecologie. De openheid, de erven en waar aanwezig ook de landschapselementen langs percelen dragen bij aan de agrarische identiteit van dit groen-blauwtype en versterken het Deventer DNA. De landerijen zijn overwegend particuliere gronden en daarom over het algemeen niet toegankelijk voor bezoekers. Zij hebben wel belevingswaarde binnen hun omgeving, maar op zichzelf is de belevingswaarde beperkt.
Gebieden en structuur
De selectie van landerijen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur is als volgt tot stand gekomen. Het gaat om agrarische gronden (dus niet bos of natuur) die: 1) in eigendom zijn van IJssellandschap of andere particuliere terreinbeheerders en grotendeels verpacht worden, en/of 2) binnen landgoederen met een NSW-status liggen, en/of 3) liggen in de zone ‘Ondernemen met Natuur en Water’ (zone ONW) binnen de Omgevingsvisie van de Provincie Overijssel.
Op de kaart zijn er grofweg vier gebieden te onderscheiden waar de landerijen zich concentreren. Deze gebieden vallen deels samen met de gronden van Stichting IJssellandschap en deels met de landgoederenzone; dit zijn beide ook grootschalige structuren. Op een kleinere schaal zien we op de kaart de percelen die onder de natuursubsidie vallen. Bij elkaar beslaan de landerijen een groot deel van de Groenblauwe Hoofdstructuur. Hier ligt dus een grote potentie voor versterking van de groenblauwe waarde, uiteraard zoveel mogelijk geïntegreerd binnen het (agrarisch) grondgebruik.


Lanen: wegen die begeleid worden door lange continue bomenrijen, historische en nieuwe, meestal aan beide zijden.

Kenschets
De gemeente Deventer wordt gekenmerkt door een uitgebreide lanenstructuur. Binnen de GBHS onderscheiden we verschillende leeftijden lanen: historische lanen, volwassen lanen en jonge lanen. De meest karakteristieke lanen hebben bomen van de 1e orde grootte die op regelmatige afstand van elkaar geplant zijn. Veel gebruikte soorten zijn eik, linde en beuk. Er zijn zowel landschappelijke als stedelijke type lanen.
Waarde
Lanen hebben een hoge cultuurhistorische waarde binnen de gemeente, omdat ze de leesbaarheid van het cultuurlandschap vergroten en bijvoorbeeld landgoederen herkenbaar maken. Ze vormen een begeleidende structuur langs oude wegen, waardoor de landschapsgeschiedenis beleefbaar wordt. Als dragers van het landschap versterken ze de landschapsidentiteit en verhogen ze de belevingswaarde. Naast historische wegen begeleiden lanen ook nieuwe groene verbin-dingen tussen stedelijke en landelijke gebieden. Ze hebben vaak een monumentaal karakter en zijn ook van belang voor de ruimtelijke samenhang en oriëntatie in het landschap. Zo dragen ze bij aan de recreatieve beleving en versterken ze de groene uitstraling van wegen.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor de lanen de uitgangspunten zoals beschreven in het Bomenbeleidsplan 2021-2030.
De schaduwwerking en verkoelende eigenschappen van lanen dragen bij aan comfortabele route, terwijl ze ook bijdragen aan een gezond leefklimaat door CO2-opslag en luchtzuivering.
Ecologisch vervullen lanen een verbindende functie, essentieel voor soorten zoals vleermuizen die ze gebruiken om zich tussen habitats te verplaatsen, en versterken daarmee zowel de biodiversiteit als de ecologische connectiviteit in het gebied.
Gebieden en structuur
De huidige laanstructuur van de gemeente Deventer weerspiegelt zowel historische als meer recente ontwikkelingen. De radialen van oude wegen die vanuit het centrum de stad met het buitengebied verbinden, vormen een belangrijk deel van deze structuur. Ook valt op dat - als tegenhanger van de radiale structuur – veel lanen in het buitengebied juist de dominante oost-west richting van de ruggen en laagtes volgen.
Daarnaast worden modern infrastructuur, zoals de Ceintuurbaan en de N337 rondom het historische stadscentrum, begeleid door lanen, wat zorgt voor een groene omlijsting van de stad. De robuuste lanenstructuur vervult een verbindende rol tussen stedelijke en landelijke groen-blauwtypen, waardoor ze essentieel zijn voor een samenhangend en functioneel groen netwerk. Binnen het stedelijke gebied valt de wijk ‘de Vijfhoek’ op. Binnen de Vijfhoek is een stelsel van historische lanen behouden gebleven, naast de nieuwe lanen die zijn aangelegd en de wijk een groen karakter geven.



GROENE VERBINDINGSZONE : lineaire groene structuren zoals weg- en spoorwegbermen die de infrastructuur begeleiden en inpassen in hun omgeving.

Kenschets
Groene verbindingszones bestaan uit wegbermen, zandwegen en taluds langs wegen en spoorwegen. Ze vormen smalle, lineaire groengebieden en leggen de ecologische relatie tussen verschillende leefgebieden. Door hun ruimtelijke structuur functioneren ze als informele ecologische verbindingen binnen en buiten stedelijke gebieden.
Waarde
Groene verbindingszones kunnen een relatief hoge ecologische waarde hebben door hun soms informele en rommelige karakter, wat unieke en interessante habitats creëert voor diverse flora- en faunasoorten. Zandwegen trekken specifieke insectensoorten aan, terwijl wegbermen fungeren als ecologische verbindingen en schakels tussen leefgebieden.
Deze groene verbindingszones dragen bij aan de identiteit van het gebied, vooral door de zandwegen, die vaak bepalend zijn voor het landschap en de recreatieve beleving. Groene bermen en taluds verzachten het zicht op de infrastructuur en verhogen daarmee ook enigszins de belevingswaarde.
Daarnaast verbeteren groene verbindingszones het lokale leefklimaat, doordat ze langs grote verharde oppervlakken zoals wegen en spoorlijnen ruimte bieden voor waterberging op microniveau en andere ecosysteemdiensten.
Gebieden en structuur
De groene verbindingszones zijn begeleidende structuren. Dit is ook ruimtelijk terug te zien op de kaart, te herkennen aan de smalle en lineaire vorm. Ze vormen een groene buffer om wegen, spoorwegen, kanalen en dijken. Hierdoor zijn deze structuren bij uitstek verbindende elementen binnen de GBHS. De zandwegen zijn van een net andere structuur. Deze liggen verspreid in het buitengebied, zonder een nog duidelijk te herkennen structuur. Deze is in de loop der tijd verloren gegaan, omdat veel zandwegen gaandeweg verhard zijn.




Dijken: waterkeringen langs de IJssel en kanalen, aangelegd ter bescherming van het achterland tegen overstromingen.

Kenschets
Dijken zijn door de mens aangelegde langgerekte, verhoogde structuren die waterkeringen vormen langs rivieren en kanalen. De primaire functie van dijken is de bescherming van het achterland tegen overstromingen. Ze hebben meestal groene taluds en soms ook een groene kruin met een al dan niet kruidenrijke grasbegroeiing. Vanwege de waterveiligheid gelden er strenge richtlijnen voor beplanting en beheer op en rond de dijk.
Waarde
Dijken vervullen een essentiële functie in het waterbeheer en hebben hierdoor een primair functionele/gebruikswaarde. Ze scheiden land en water, reguleren waterstromen en vormen een belangrijke basis voor een veilig en leefbaar landschap. Daarnaast hebben dijken een grote cultuurhistorische waarde en zijn ze onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen het water en het leven met de rivier. Ze vertellen het verhaal van eeuwenlange aanpassingen aan de krachten van de natuur en benadrukken de menselijke veerkracht. Deze historische rol maakt dijken belangrijke dragers van landschapsidentiteit en herkenbare structuren in het Nederlandse landschap.
Dijken bieden ook ruimte voor recreatieve beleving. Wandel- en fietsroutes met wijds uitzicht over zowel land als water creëren een unieke verbinding met het omliggende landschap. Niet alle dijken hebben nu al grote ecologische waarde. Maar vaak vormen de kruidenrijke dijktaluds een leefgebied voor flora en fauna, wat bijdraagt aan lokale biodiversiteit en ecologische verbindingen.
Gebieden en structuur
De dijken op de kaart kunnen worden onderverdeeld in verschillende typen. Naast de primaire kering langs de IJssel, zijn de regionale keringen langs de kanalen en historische dijkrelicten langs oude rivierlopen afgebeeld. Dit laatste type komt voor in de buitenste schil van Deventer, en is soms nog zichtbaar in het landschap. Een voorbeeld is de Lookersdijk die langs Het Nieuwe Plantsoen loop en waar nog de overblijfselen van een dijkdoorbraak zichtbaar zijn (de Lookerskolk).
Vanwege hun lineaire vorm en ruim opgezette profiel langs lange trajecten, functioneren dijken als groene verbindingszone. Ze vormen een fysieke en visuele verbinding tussen verschillende landschapstypen. Voornamelijk dijken langs kanalen of beken, zoals het Over- ijssels Kanaal of Schipbeek, doorkruisen verschillende habitats en fungeren hierdoor als ecologische corridors.




IJssel: hoofdloop van de rivier, die van Arnhem naar het IJsselmeer stroomt. Ecologisch en cultureel waardevolle waterweg voor Deventer.

Kenschets
De IJssel bij Deventer kenmerkt zich door een meanderend verloop, met brede uiterwaarden die bij hoge waterstanden overstromen. De relatie tussen Deventer en de IJssel is bijzonder vanwege de historische verbinding tussen stad en rivier. Deventer ontwikkelde zich aan de rivier, wat zorgde voor een bloeiend centrum van handel en industrie. De rivier heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het dagelijks leven van de stad, zowel in de vorm van waterbeheer als recreatie, en vormt tegenwoordig een waardevol natuurgebied.
Waarde
De hoofdloop van de rivier kan niet los gezien worden van het grotere water- en ecosysteem waar deze onderdeel van uitmaakt: het gehele door dijken omsloten winterbed van de rivier met uiterwaarden (Natura 2000 gebied). De IJssel zelf heeft een grote ecologische waarde door de diverse habitats die het biedt voor flora en fauna. De rivier ondersteunt een rijke biodiversiteit, met vissoorten zoals rivierprik en paling en biedt leefruimte voor bevers, wat bijdraagt aan het herstel van natuurlijke ecosystemen. Daarnaast speelt de IJssel een cruciale rol in het gezonde leefklimaat van Deventer. De rivier biedt verkoeling, fungeert als een bovenregionale waterbuffer bij hevige regenval en is van groot belang voor de waterkwaliteit en watervoorziening in de grotere omgeving. De IJssel is namelijk een hoofdverbinding naar het IJsselmeer en zorgt voor de aan- en afvoer van water van of naar het oostelijke buitengebied. Ook is de IJssel een belangrijke beroepsvaarweg, waarmee Deventer economisch verbonden is en wat bijdraagt aan de lokale havenindustrie. Hiermee is de IJssel dus een waterelement met hoge productie- en gebruikswaarde.
De IJssel draagt sterk bij aan de belevingswaarde van Deventer, met mogelijkheden voor vertoeven aan het water, varen en andere watersporten, en biedt een hoge toegankelijkheid voor zowel bewoners als bezoekers. De rivier verbindt de stad met haar omgeving, terwijl de historische stadskern de rijke geschiedenis van Deventer als Hanzestad weerspiegelt. De IJssel heeft hierdoor een grote culturele waarde en is een essentiële component van het Deventer DNA.
Gebieden en structuur
De kaart verbeeldt de hoofdloop van de IJssel, die licht meanderend door het landschap van de gemeente Deventer loopt. Omdat de rivier zich uitstrekt tussen Arnhem en het IJsselmeer, is dit een bovenregionale structuur. Hierdoor is de IJssel in potentie een grootschalige ecologische corridor en van cruciaal belang voor de nationale zoetwatervoorraad.


Karakteristieke waterlichamen: unieke waterstructuren die ecologische, culturele en historische waarden vertegenwoordigen en sterk bijdragen aan de landschapsidentiteit.

Kenschets
Karakteristieke watergangen zijn unieke, plekgebonden waterstructuren. Er zijn verschillende typen: de kolken langs oude dijkstructuren, de singel rond de historische binnenstad van Deventer, poelen in de beekdalen en stedelijk water binnen Deventer. Deze watergangen vormen belangrijke elementen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur en dragen bij aan de ecologische en historische waarde van het gebied.
Waarde
Karakteristieke watergangen hebben een diepgewortelde culturele waarde binnen de gemeente Deventer. De singel rondom de historische binnenstad is een kenmerkend relict van de middeleeuwse verdedigingsgracht, terwijl kolken langs oude dijkstructuren het verhaal vertellen van vroegere dijkdoorbraken en de dynamiek van de IJssel. Strangen geven inzicht in hoe de IJssel haar koers door het landschap heeft verlegd, een proces dat in de loop der tijd een aanzienlijke in- vloed had op de omliggende gebieden.
Ecologisch gezien zijn deze watergangen van groot belang, omdat ze vaak unieke en waardevolle habitats bieden voor diverse flora en fauna. Poelen bijvoorbeeld versterken de leefgebieden van kenmerkende soorten zoals de kamsalamander of knoflookpad. Daarnaast spelen de watergangen een cruciale rol in het verbeteren van het leefklimaat, vooral in stedelijke gebieden. Ze bieden niet alleen verkoeling, maar fungeren ook als waterberging, wat vooral belangrijk is bij hoge rivierstanden of piekbuien. Ze bieden ook belangrijke belevingswaarden, met bijvoorbeeld mogelijkheden voor zwemmen in de strangen langs de IJssel. Tenslotte hebben sommige watergangen een functionele/gebruikswaarde voor de scheepvaart en de havenindustrie van Deventer.
Gebieden en structuur
Vaak zijn karakteristieke watergangen onderdeel van een grotere groenstructuur. Strangen zijn bijvoorbeeld onderdeel van het open landschap van de uiterwaarden en kolken kunnen onderdeel zijn van landgoederen. Hierdoor verrijken ze de ecologische en landschappelijke waarden van de grotere structuren binnen de GBHS.




Primaire watergangen: unieke waterstructuren die ecologische, culturele en historische waarden vertegenwoordigen en sterk bijdragen aan de landschapsidentiteit

Kenschets
Primaire watergangen, zoals geduid door de waterschappen, vormen de hoofdstructuur van het watersysteem en zijn essentieel voor de afvoer, berging en soms ook aanvoer van water. Ze beïnvloeden ook de grondwaterstand in hun omgeving. Deze regionaal belangrijke waterwegen omvatten kanalen, weteringen en beken. Sommige watergangen kennen een natuurlijke oorsprong. Veel watergangen zijn door de mens in de loop van de eeuwen flink verbouwd of op een zeker moment in zijn geheel kunstmatig aangelegd.
Waarde
De primaire watergangen spelen een cruciale rol in het bevorderen van een gezond leefklimaat. Ze zorgen voor waterberging tijdens natte perioden en leveren water tijdens droge perioden, wat essentieel is voor landbouw, natuur en stedelijke gebieden. Ecologisch gezien fungeren deze watergangen als natte verbindingen die de verspreiding van flora en fauna mogelijk maken en habitats creëren voor water- en oeverdieren. Daarnaast hebben de weteringen, beken en het kanaal een belangrijke culturele waarde. Ze weerspiegelen de historische relatie van Deventer met waterbeheer en dragen bij aan de karakteristieke identiteit van het landschap met hun lange oost-west lijnen. De gebruikswaarde ligt in het reguleren van waterstanden door een fijnmazig netwerk van watergangen en hun economische functie als handelsroute, bv. het kanaal waarmee de haven is verbonden met het achterland. Tot slot dragen primaire watergangen bij aan de lokale belevingswaarden. Langs de Schipbeek en het Overijssels Kanaal lopen fiets- of wandelpaden parallel aan de watergangen, deze zijn belangrijk in het recreatie-netwerk.
Gebieden en structuur
Op de kaart zijn vrijwel alle primaire watergangen die in beheer zijn van het Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Vallei en Veluwe en Waterschap Rijn en IJssel weergegeven. Alleen een aantal delen die niet of nauwelijks van belang zijn binnen de GBHS (doodlopende stukjes of lange duikers) staan niet op kaart. De primaire watergangen vormen lange verbindende lijnen in het landschap. Ze versterken ecologische verbindingen in de gemeente en vormen dragende structuren voor een robuust groen-blauwe structuur.
In het zuidelijke deel van de gemeente lopen beken, met als grootste watergang de grotendeels gegraven Schip-beek die van oost naar west uitmondt in de IJssel. De Dortherbeek mondt uit in de Schipbeek, en vormt een ecologische verbindingszone tussen de landgoederen en uiterwaarden. In het noorden wordt afwatering geregeld via gegraven weteringen en leides die tussen de dek-zandruggen lopen. Deze zijn eveneens in oost-west richting georiënteerd, en buigen vlak voor de IJssel af naar het noorden. De laatste structuur is het Overijssels Kanaal, die dwars op de weteringen naar het noorden loopt. Dit kanaal heeft tegenwoordig enkel een waterhuishoudingsfunctie en regelt de aan- en afvoer van water.




Waterbergingsgebieden: gebieden die tijdelijk overtollig water opvangen en vasthouden om overstromingen te voorkomen, waterpeilen te reguleren en ecologische functies te ondersteunen.

Kenschets
Waterbergingsgebieden zijn speciaal aangewezen zones die tijdelijk water opvangen tijdens piekbuien of overstromingen. Ze voeren op een later moment dit water weer gecontroleerd af. Hierdoor voorkomen ze wateroverlast in stedelijke en agrarische gebieden. Ze bestaan vaak uit laaggelegen percelen langs de weteringen en andere watergangen. Door hun aanwezigheid dragen ze bij aan klimaatadaptatie en beschermen ze bewoners en infrastructuur tegen overstromingen.
Waarde
Waterbergingsgebieden dragen op meerdere manieren bij aan een gezond leefklimaat. Hun primaire functie is het bergen van overtollig water tijdens extreme neerslag of hoogwaterperiodes. Daarnaast reguleren deze gebieden het waterpeil, wat tijdens droge periodes bijdraagt aan een stabiele waterhuishouding. De aanwezigheid van water in deze gebieden heeft een verkoelend effect, wat vooral in stedelijke gebieden helpt om hittestress tegen te gaan. Bovendien verbeteren ze de water- kwaliteit door natuurlijke zuivering, waarbij overtollige voedingsstoffen en schadelijke stoffen worden gefilterd door vegetatie en sedimentatieprocessen. Deze vegeta- tierijke zones en natuurlijke oevers versterken hierdoor ook de ecologische waarden. Ze dragen bij aan de biodiversiteit en bieden unieke habitats voor watervogels, vissen, amfibieën en planten.
Daarnaast vervullen waterbergingsgebieden een recreatieve functie binnen de gemeente. Ze zijn vaak toegankelijk voor wandelen, fietsen en vogels spotten, waardoor ze ook bijdragen aan de belevingswaarde van het landschap. Een goed voorbeeld is het Zandweteringpark. Zo combineren deze gebieden waterbeheer met natuur en recreatie, wat hun veelzijdige waarde benadrukt.
Gebieden en structuur
De waterbergingsgebieden op de kaart zijn in beheer van het Waterschap Drents Overijsselse Delta en vastgesteld in het Omgevingsplan. De gebieden hebben een duidelijke relatie met de weteringen. Ze vallen grotendeels samen met andere typen vanuit de Groenblauwe Hoofdstructuur, zoals bijvoorbeeld het Zandweteringpark. In de huidige situatie concentreren de gebieden zich langs drie watergangen: de Zandwetering, de Soestwetering en de Averlosche Leide.




Het Natuurnetwerk Deventer (NND) is een extra laag van de Groenblauwe Hoofdstructuur. Het is afkomstig uit het Biodiversiteitsplan 2025-2035. Het NND bestaat uit kerngebieden met status als Natura 2000 gebied of NNN en bestaande droge en natte natuurverbindingen. Ook KRW (Kaderrichtlijn Water) waterlopen zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Deventer. In het NND heeft de natuur voorrang en gelden de bestaande beschermingsregimes.


Het onderliggende landschap biedt de randvoorwaarden voor de processen die natuurlijk gezien in het landschap plaatsvinden. De kaart ‘landschappelijke onderlegger’ vormt de basis om de huidige Groenblauwe Hoofdstructuur te begrijpen en is tevens het uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen binnen de Groenblauwe Hoofdstructuur.
De mens heeft duidelijk zijn stempel gedrukt en het landschap naar zijn hand gezet. Daardoor houdt de huidige inrichting niet altijd rekening met de natuurlijke situatie van de bodem en het water. Bij toekomstige ontwikkelingen, ten aanzien van de Groenblauwe Hoofdstructuur, maar juist ook ten aanzien van uitbreiding van de stad en omliggende dorpen, is het van belang de natuurlijke uitgangspunten van het landschap helder op het netvlies te hebben en om zo te werken aan een inrichting die beter past bij het onderliggende landschap en bijbehorende water- en bodemsysteem.
Dit systeem wordt duidelijk uit de landschappelijke onderlegger, een kaart die de kenmerken van de bodem en geomorfologie toont en waarop het reliëf met de natuurlijke laagtes en daartussen de hoger gelegen enken en rivierduinen zichtbaar is. Ook horen binnen deze onderlegger de oude wegen en andere historische structuren zoals de weteringen en beken in het landschap die het fundament vormen voor de historische menselijke laag in het landschap.


Het Deventer landschap bevindt zich op de overgang van de hogere Pleistocene zandgronden naar de lagergelegen komgronden en uiterwaarden met rivierklei aan de IJssel. Kijkend naar de geomorfologische kaart wordt het typische ‘wasbordpatroon’ duidelijk, wat voor heel Salland kenmerkend is. In dit oude zandlandschap liggen afwisselend in oost-west richting parallelle langgerekte dekzandruggen en dalvormige laagtes waarin de weteringen en beken stromen.
Het oude zandlandschap typeert zich door hoge droge delen zoals dekzandruggen, dekandvlakten en stuwwallen, afgewisseld met natte lage delen bestaande uit brongebieden en beekdalen met natte laagtes. Deze afwisseling tussen hoog en laag speelde een grote rol in de ontwikkeling van het buitengebied van Deventer. Vóór het graven van de weteringen functioneerden de hoger gelegen dekzandruggen als een spons. Water kon daar infiltreren, waarna het via de lagere beekdalen en weteringen langzaam afvloeide richting het westen.
Historisch gezien had het enkenlandschap een kleinschalig en divers karakter, met hoeven, erven, akkers, bossen en heidevelden op de hoge delen en moerasbossen en kleinschalige hooilanden in de natte lage delen. In het landschap bevonden zich veel houtwallen, singels, weg- en erfbeplanting, meanderende beken en poelen. Op historische kaarten is dit landgebruik goed terug te zien.
Diverse ontwikkelingen, zoals de ruilverkaveling, ontginningen, egalisering, het rechttrekken van sloten, de uitvinding van kunstmest en schaalvergroting, hebben het landschap een ander karakter gegeven, namelijk grootschaliger en open. Op dit moment kent het oude zandlandschap voornamelijk agrarische functies.
De IJssel is een lineaire structuur in noord-zuid richting die als duidelijke ruimtelijke eenheid fungeert. Het is een onderscheidend landschap met de rivier en uiterwaarden met plassen, poelen en geulen, begrensd door dijken en kades. De bodem in dit gebied bestaat voornamelijk uit rivierklei.
Van nature is het rivierenlandschap zeer dynamisch. Lang is het het domein geweest van allerlei natuurlijke processen. Waar de rivier voor het indijken vrij spel had, zijn kommen ontstaan doordat zich verder van de rivier door overstromingen fijner materiaal afzette. Hierdoor zijn daar zware kleipakketten aanwezig waar van oudsher broekgebieden voorkwamen met moerasbossen. Na het indijken vonden regelmatig overstromingen plaats met doorbraken in de dijk als gevolg. Hierdoor zijn veel karakteristieke diepe doorbraakkolken onstaan.
Door de voedselrijkdom van de riviergronden en de regelmatige overstromingen, zijn deze gronden al eeuwenlang als wei- en hooiland in gebruik. Ook wordt er in dit landschap al sinds lange tijd klei en zand gewonnen.


Langs de rivier bevinden zich oeverwallen. Dit zijn hogere gronden bestaande uit zand en lemig materiaal wat ooit door de rivier is afgezet. Het zandige materiaal van de oeverwallen verwaaide waardoor vervolgens rivierduinen ontstonden. Op zo’n hoger gelegen rivierduin is ooit de stad Deventer gesticht. Dit stadslandschap is vervolgens steeds verder richting het buitengebied uitgebreid.
Natuurlijke waterlopen zoals bijvoorbeeld de Schipbeek of Dortherbeek volgen de structuur van de landschappelijke laagtes. De Dortherbeek vormt de zuidelijke grens van de gemeente Deventer en is onderdeel van het stroomgebied van de Schipbeek. Beide zijn voormalige natuurlijke beken, die door de eeuwen heen grotendeels verlegd en rechtgetrokken zijn. Relicten van de oude loop zijn sporadisch zichtbaar in kleine groenelementen, waterpartijen en dijkjes.

In de dekzandlaagtes van het Sallandse weteringengebied zijn in de middeleeuwen weteringen gegraven om de mogelijkheden voor de landbouw te vergroten. Over het algemeen volgen deze weteringen zoveel mogelijk de natuurlijke laagtes. Doordat deze lage laagtes relatief voedselrijk zijn waren ze belangrijk voor de veehouderij en zijn veel natte gebieden ontgonnen. In de loop van de geschiedenis zijn de weteringen steeds dieper ingesneden watergangen geworden en is het karakteristieke onderscheidende reliëf minder duidelijk geworden. De sponswerking is vrijwel verdwenen, evenals de aanwezigheid van een natte lage zone rondom de weteringen in het landschap.
De bron van de huidige Zandwetering ligt in de Gooiermars, een komvormige laagte die historisch gezien door hogere gronden is ingesloten. Bij het graven van de weteringen is dit reliëf doorgesneden waardoor een verbinding tot stand kwam tussen de ingesloten laagte van de Gooiermars en de laagte van de Zandwetering.
In de 19e eeuw is dwars door het natuurlijke reliëf het Overijssels Kanaal tussen Deventer en Raalte gegraven. Dit gebeurde destijds ten behoeve van de scheepvaart en afvoer van turf, maar inmiddels is de hoofdfunctie van het kanaal het aan- en afvoeren van water in het achterland.
Voor zowel de weteringen als de beken is de oost-west orientatie kenmerkend.

Fundamenteel voor het onderliggende landschap van Deventer zijn de cultuurhistorische elementen die hierin aanwezig zijn. Erg kenmerkend zijn de vele landgoederen die rondom Deventer te vinden zijn. In deze afwisselende landschappen bevinden zich bossen, lanen, landerijen, traditionele boerderijen en natuurlijk kastelen, landhuizen en landschapsparken. Bekende landgoederen zijn Keizersrande, De Oostermaat, Frieswijk en de Bannink.
Een belangrijk kenmerk voor het Deventer landschap zijn de kilometerslange lanen langs historische wegen op de flanken van de laagtes, ook wel Sallandse lanen. Deze lopen als radialen vanuit het historische centrum van Deventer als landschappelijke dragers door het buitengebied. De Oerdijk en de Boxbergerweg zijn bijvoorbeeld zo’n Sallandse Laan.
Het historische centrum van Deventer met de singels en het monumentale Rijsterborgherpark en De Hoven en de De Worp aan de andere kant van de IJssel vormen het fundament voor de stad. Het IJsselfront is historisch en biedt al eeuwenlang een uniek panorama met zicht op de IJssel en groene uiterwaarden. Monumentale gebouwen en boerderijen in het buitengebied zijn veelal te vinden op de hogere gronden, waaromheen in de loop der tijd de verschillende dorpen van de gemeente Deventer zijn gegroeid.

IJssellandschap
Stadslandschap
Bekenlandschap
Weteringenlandschap
Landgoederen, landerijen, natuurgebieden








Van oorsprong kent de historische stad van Deventer een concentrische stadsvorm waarlangs de IJssel een groene ruggengraat vormt (1). Buiten de singel is men vanaf 1900 begonnen de vooroorlogse wijken De Hoven (2), Zandweerd en Voorstad (3) te bouwen. In die periode tekenden zich ook de eerste stadsparken af, namelijk het Rijsterborgherpark, De Worp en Het Nieuwe Plantsoen (3).
Vanuit het hart van het centrum liepen er historische wegen met lanen als lineaire structuren het buitengebied in. In het buitengebied lagen verspreid in het landschap landgoederen. De omliggende dorpen Diepenveen en Schalkhaar (4) waren nog klein en duidelijk te onderscheiden van de stad Deventer.
Op de hogere dekzandruggen waren zeker richting het oosten nog veel heidegronden en bossen te vinden afgewisseld met enken, landerijen en boerderijen. In de natte lage delen was het landschap nog kleinschalig met hooiland en een hoge dichtheid aan landschapselementen.


Na de oorlog is men de stad gaan uitbreiden door grote ringvormige structuren toe te voegen rondom het historische centrum, zoals de Ceintuurbaan (5) en de grote naoorlogse wijken Keizerslanden en Borgele (6). De stad breidde zich ook uit aan de zuidrand door de ontwikkeling van het havengebied. Aan de randen van de nieuwe stad ontstonden grotere sportparken. Historische groengebieden zoals begraafplaatsen, landgoed Brinkgreven en Park Braband (7) werden onderdeel van de stad. De dorpen Diepenveen (8), Schalkhaar en Bathmen zijn eind 20e eeuw ook gegroeid, al is het in een stuk mindere mate dan de stad Deventer.
De omgeving van de stad bestond uit landbouwgebied, een landschap dat in de jaren na de oorlog sterk is veranderd door schaalvergroting. Redelijk wat bosgebieden zijn intact gebleven, alhoewel veel heidegronden in het oosten zijn ontgonnen en verdwenen zijn. Ook zijn de kleinschalige landschapselementen en natte hooilanden in de laagtes geleidelijk aan schaars geworden.


Kijkend naar het Deventer van tegenwoordig dan valt uiteraard de grote groene zone van de IJssel met zijn uiterwaarden (9) en het aangrenzende Worpplantsoen (10) op. Dit loopt nog steeds als een hoofdader langs de stad en maakt een belangrijk deel uit van de hoofdgroenstructuur. Stadsland (11), voorheen uiterwaarde maar door dijkverlegging binnendijks komen te liggen, maakt ook onderdeel uit van deze grotere structuur.
Daarnaast valt de stedelijke uitbreiding van Colmschate en de Vijfhoek richting het oosten op (12). Door het vrijhouden van een groene ruimte tussen deze twee wijken is het Gooikerspark (13) ontwikkeld. Met dit park wordt het buitengebied met landgoed de Bannink (14) via een groene corridor verbonden vanaf Buitengoed De Kolk (15), de Rielerenk en Brinkgreven en Park Braband (16) naar het Zandweteringpark (17). Dit gebied kent een aaneenschakeling van groen- en blauwtypen, zoals stadspark, groen woonmilieu, landschap in de stad, sportpark en landgoedpark.
Door deze ontwikkelingen is de stad Deventer steeds dichter bij het dorp Schalkhaar (18) komen te liggen. Toch zorgt de aanwezigheid van deze groene corridor voor een duidelijk onderscheid tussen het dorp en de stad.
Verder zijn de oost-west georiënteerde weteringen en beken, welke onderdeel uitmaken van de blauwe hoofdstructuur, nog steeds duidelijk zichtbaar (19). Er is langs deze waterlopen echter geen eenduidige begeleidende groene structuur te onderscheiden.
In het buitengebied is een deel van de grotere bosgebieden verdwenen (20). Het groen in het buitengebied is ook meer versnipperd geraakt door het ontbreken van kleinschalige verbindende landschapselementen. Toch zijn er duidelijke robuuste groeneenheden te onderscheiden ten noorden en oosten van de stad Deventer. Dit is een samengesteld gebied van natuur, bos en landgoederen (21). Een belangrijk aandeel van deze landgoederen zijn de bijbehorende landerijen, momenteel voornamelijk in agrarisch gebruik. Deze hebben een minder eenduidige ecologische waarde en worden daarom niet zo sterk toegekend aan de Groenblauwe Hoofdstructuur als de bos- of natuurgebieden.


De Groenblauwe Hoofstructuur op wijkniveau:














/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_3e4136bebaf94d71a8d1a6d60e4d260e/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_252f23efbfc147d4a134e9ba492af7d0/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_011a296d14ae48bf89956ee8dd882f83/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_e00d5bf522ff4318b97789f38db6f353/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_cd25a04252b347d99cbdcf6a338b3ffb/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_47ff72d35c434c6598192c42385da8af/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_312f29f5b31840c9b3cfd1a3a022aa8d/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_d83a0c744bb34072859825f7d3bab9d2/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_82d043969ade4a92a251b109d4396a8d/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_9b158510cf3e44e2b6e8c3c2c6ee1b3b/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_c8fb3487a43f4a9ca2e0c704a3c063f7/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_4b86fd04a0b14faf9874900732f448d1/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_58a8a25d470149869d7cbe3a8f083edd/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_363554ba980e4b06af5054623520abd6/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_b5384d06212f4700b1fbbe86c718ee5a/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_e2ba385e202340b3bff20ed9e4bfa889/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_c3ac1b339f994588b72d5909c6aba266/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_35aef9b81c4446d6b719b07a2ad7cd26/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_a52074208d3a4e948e39137745612650/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_d5019738b7df44a0b03ed5d4cff1bd90/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_9bc8cb72601a4671b91b3e490bbc4448/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_b58f29ac1a784e8bba1dcae8c9a7dea6/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_e339c4879b004d89948e934a58c05b9f/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_144e2bcd25854e47a22ebf72274b7dcc/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_1d8fd9d8462a4376bcbec4abab42c83e/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_0506fe8c0b7a4375ae04ebbed0baeb7e/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_2fab133aaf82408d8924cd9d52c71de0/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_7b2a36414042495ab2baa6811e778a67/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_032f9bfc12264d229fe1e655f87f8507/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_6e7318cefc764e8a8c96bee0ba5d2e97/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_caf4fe8e80bc4417abc92c24356a61a9/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_9156bda13e544a678c8b88af20c2db1e/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_1d3bd859b88b412fbb3c59c6ba6dde2d/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2025/MatrixBeoordelingscriteria/nld@2026‑01‑12;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_3ece6ea7d0db4e02a08fc2908b9e0184/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_0c11d5b71a2444248c6e7772ffea8110/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_434155f7729541659a8129cba2b6181d/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_80d85bae53cb49b69ad129de24cbfe89/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_53487351b0a44d4bbd8d1d8d9b494fe0/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_1e82a2c8e540485ea20181dae2075e96/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_c77eecdd907847d3a9c14f86dd3e200b/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_402c56199fd741f39f7303792e10c62e/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_4563c789d59a4cb4ab82bdb6d69a234a/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_b5a879f05ad145259077e2c91fda6446/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_276a7bf99f9c4398aa486bf5ad582a2a/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_a12e15628c9f4242a0777cfe981e8fc0/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_4141417339214f888086703d29ecb3a9/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_184c180e56174fac9a1b6877421a9ede/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_15cd6d76bef843efa9d3a13bf77a5bae/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_9053df0a676941d5802ae35057a2b189/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_3e32f873ed9844cb8c04d61eeb65bc73/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_9457f34115ac4f1ca4873e2c235687e6/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_dc33f9ba03834c96b643f96a57cac83a/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/locatiegroep_65ad91aba70b4c17a30380c1bc45005d/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_c62a3919e6c7402b84987dfcfe9c786f/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_efe8fe34b7c347ce8ad377b49d4e2667/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_06adf716ad9640da8cae3473ca53a66f/nld@2026‑01‑09;1
/join/id/regdata/gm0150/2026/gebiedsaanwijzing_506ea6a876684fddb55512fb92c03b06/nld@2026‑01‑09;1
In het Koersdocument van de omgevingsvisie Deventer (mei 2025) geeft de gemeente het volgende aan: 'we kiezen voor het verder verkennen van de woningbouwontwikkeling op op het Stadsland in combinatie met de ontwikkeling van een bypass voor de IJssel of een landschappelijk gebied met waardevolle natuur, cultuur en landschappelijke waarden tussen de bebouwing van Twello en Deventer.' Hiervoor is de gemeente afhankelijk van het Rijk: dit is alleen mogelijk wanneer binnen het proces Ruimte voor de Rivier 2.0 nut en noodzaak van de geul voor de afvoer van het IJsselwater in beeld worden gebracht en gekeken heeft welke maatregelen daarbij horen. Het Rijk zal de waterveiligheidsopgave mogelijk verbinden aan onze ambities op het gebied van woningbouw in een deel van het stadsland en/of invulling met groenblauwe functies. In dat geval is het nodig dat het college de Groenblauwe Hoofdstructuur aanpast. Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-13006.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.