Gemeenteblad van West Maas en Waal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 130022 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 130022 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen 2026
Reserves en voorzieningen vormen een essentieel instrument voor het waarborgen van de financiële stabiliteit van de gemeente. Het is daarom noodzakelijk dat er zowel een helder inzicht bestaat in de omvang en samenstelling van deze middelen, als dat er duidelijke kaders zijn voor hun inzet. Dit inzicht wordt geboden via de Planning- en Controlcyclus (P&C-cyclus), onder andere in de begroting en de jaarrekening. De kaders worden vastgelegd door middel van spelregels.
Conform de financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) wordt aan de gemeenteraad een nota reserves en voorzieningen aangeboden. In deze nota wordt het beleidsmatige kader vastgelegd voor de vorming, aanwending en besteding van reserves en voorzieningen. Daarnaast zijn de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Dit besluit bevat de wettelijke bepalingen waaraan de gemeente op financieel terrein, en specifiek in deze nota reserves en voorzieningen, dient te voldoen.
In het kader van het financieel beleid van de gemeente zijn er diverse doelstellingen voor het vaststellen van beleidsnota’s. Dit geldt ook voor het beleid op het gebied van reserves en voorzieningen.
1. Invulling geven aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad;
2. Het stellen van heldere en transparante beleidskaders op het gebied van reserves en voorzieningen; Voor een transparante bepaling van de financiële positie en draagkracht van de gemeente is het belangrijk dat eenduidig en consistent omgegaan wordt met reserves en voorzieningen. Dit is van belang zowel voor het budgetrecht van de raad, als voor de beheersing door het college. Daar waar de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) keuzes laten, zijn op de gemeente West Maas en Waal toegesneden kaders noodzakelijk.
3. Kwaliteitsverbetering van de financiële functie door het actualiseren en vaststellen van de beleidskaders op het gebied van reserves en voorzieningen.
1.2 Visie en doelstellingen reserves en voorzieningen
Op het gebied van reserves en voorzieningen heeft de gemeente de volgende visie:
De gemeente West Maas en Waal streeft naar een verantwoord financieel beleid met een gezonde financiële positie die inzichtelijk en transparant is. Hierdoor wordt de continuïteit gewaarborgd en ontstaat er ruimte om te sparen voor bestuurlijke ambities. Daarnaast streeft de gemeente naar een evenwichtig meerjarig begrotingsbeeld, waarbij financiële fluctuaties, die de exploitatie verstoren, worden opgevangen.
Op het gebied van reserves en voorzieningen zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:
1. Het behouden van een gezonde financiële positie;
Dit wordt gerealiseerd door te zorgen voor een Algemene reserve die minimaal voldoende ruimte biedt om het risicoprofiel af te kunnen dekken.
2. Het versterken van een goede afwegingsfunctie van de inzet van de financiële middelen. Door het aantal reserves en voorzieningen te beperken wordt de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente vergroot en kan een goede integrale afweging van de inzet van de beschikbare middelen plaatsvinden.
Alle hogere wet -en regelgeving, zoals de gemeentewet (GW), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de stellige uitspraken van de commissie BBV die bindend zijn, zijn van toepassing op het beleid van de gemeente. Deze regels zijn niet allemaal aangehaald in dit document maar vormen natuurlijk wel het uitgangspunt. Bij een aantal onderdelen zijn de BBV voorschriften ter verduidelijking vermeld.
In bijlage 1 zijn de artikelen 41 tot en met 45 van het BBV opgenomen die betrekking hebben op reserves en voorzieningen.
De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn.
In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar:
De algemene reserve is in principe vrij inzetbaar. Naast het verrekenen van het jaarresultaat fungeert deze reserve als buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. Voor zover de omvang van de algemene reserve groter is dan noodzakelijk voor het opvangen van fluctuaties en risico’s, kan het meerdere worden aangewend voor incidentele investeringen of lasten. Risico’s waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen, kunnen gedekt worden door de algemene reserve. Er bestaat daarbij een directe relatie tussen de risico’s die de gemeente loopt en het minimaal noodzakelijk aan te houden buffervermogen
Vanaf 2024 kunnen gemeenten het surplus in de algemene reserve aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor de dekking van structurele lasten. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.
Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. De gemeenteraad kan de bestemming van de reserve nadien ook weer aanpassen.
De bestemmingsreserves zijn te onderscheiden in:
1 Reserves ter realisatie van bestuurlijke ambities;
Omdat de financiële positie van de gemeente niet altijd voldoende ruimte biedt voor het realiseren van de bestuurlijke ambities, is het soms noodzakelijk hiervoor te sparen. Hiervoor kunnen bestemmingsreserves worden gevormd. De noodzakelijke hoogte van deze reserves wordt bepaald door de verwachte kosten van de realisatie van de bestuurlijke ambitie.
Om grote schommelingen in de exploitatie (kosten) en in de tarieven die aan derden in rekening worden gebracht, maar die niet specifiek besteed hoeven te worden, op te vangen, kunnen bestemmingsreserves worden gevormd.
3 Reserves ter dekking van afschrijvingslasten.
Een bijzondere soort bestemmingsreserve betreft de bestemmingsreserves ter dekking van de afschrijvingslasten van geactiveerde kapitaaluitgaven. Deze bestemmingsreserves dienen in stand te worden gehouden ter dekking van de afschrijvingslasten in de exploitatie. Dit is een gevolg van een verplichte brutomethode in het kader van afschrijving van activa . Deze bestemmingsreserves vallen onder de reeds bestede reserves.
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (verplichtingen) van de gemeente. Dit betekent dat in tegenstelling tot reserves de vorming, storting en onttrekking van voorzieningen niet vrij is. Tegenover voorzieningen staan namelijk verplichtingen. In het BBV is specifiek aangegeven in welke gevallen een voorziening moet worden gevormd. De gemeenteraad heeft dan ook veel minder beleidsmatige bewegingsvrijheid bij voorzieningen dan bij reserves.
Een voorziening is een apart gezet bedrag op de balans (passiva: schuld) voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave is onvermijdelijk en zal in de toekomst plaatsvinden, maar moet wel samenhangen met de periode voorafgaand aan de balansdatum. Deze verplichtingen of risico’s moeten betrouwbaar in te schatten zijn, anders mag geen voorziening worden gevormd. Risico’s die niet (geheel) door voorzieningen worden afgedekt behoren in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing te worden opgenomen.
1 Voorzieningen worden gevormd wegens:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
2 Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
3 Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
3.3 Verschillen reserves en voorzieningen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste verschillen tussen reserves en voorzieningen weergegeven:
4. Reserves en voorzieningen in de P&C cyclus
Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting worden de reserves en voorzieningen integraal beoordeeld en worden de meerjarige uitgaven en inkomsten geactualiseerd. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de noodzaak voor het aanhouden van de reserve, de omvang en de (meerjarige) ontwikkeling van de reserves en voorzieningen. Daarnaast wordt ook beoordeeld of het noodzakelijk is om nieuwe reserves of voorzieningen in te voeren. Een meerjarig overzicht van de reserves en voorzieningen wordt in de programmabegroting op totaalniveau opgenomen in de geprognosticeerde balans, en in de bijlage ‘Overzicht reserves en voorzieningen’.
Mutaties op reserves vereisen de instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad keurt met het vaststellen van de begroting de voorgenomen onttrekkingen en stortingen in de reserves goed. De vaststelling van de begroting heeft een begrotingswijziging tot gevolg die in de financiële administratie wordt doorgevoerd.
Indien het voorstel is om een nieuwe reserve of voorziening in te voeren dan wordt bij het raadsvoorstel een afzonderlijk staatje opgenomen. Hierop staat alle benodigde informatie over de nieuwe reserve of voorziening. Via een apart beslispunt wordt de gemeenteraad gevraagd een besluit te nemen voor de instelling van de nieuwe reserve of voorziening. Ook het opheffen van een reserve of voorziening vindt plaats met een apart beslispunt in het raadsbesluit.
Tussentijdse wijzigingen op reserves en voorzieningen worden gerapporteerd in de Voorjaarsnota of Najaarsnota voor de bijstelling van de begroting. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt de begroting hierop aangepast. Wijzigingen op reserves of voorzieningen worden toegelicht bij wijzigingen van meer dan € 25.000.
In de jaarrekening wordt in de toelichting op de balans per reserve en per voorziening het verloop gedurende het jaar weergegeven.
Bij de vaststelling van de jaarrekening door de gemeenteraad vindt vaststelling plaats van de gerealiseerde onttrekkingen en stortingen in reserves en voorzieningen.
Indien voorgesteld wordt om een nieuwe reserve of voorziening in te voeren dan wordt bij het raadsvoorstel ook een afzonderlijk staatje opgenomen met een toelichting op het doel en de aard van de betreffende nieuwe reserve of voorziening. Via een apart beslispunt wordt de gemeenteraad gevraagd een besluit te nemen voor de instelling van de nieuwe reserve of voorziening. Ook het opheffen van een reserve of voorziening vindt plaats met een apart beslispunt in het raadsbesluit.
In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de in de begroting 2026 opgenomen reserves, inclusief het saldo van deze reserves.
De gemeenteraad heeft beleidsvrijheid in de omgang met reserves. Er zijn geen wettelijke restricties voor de gemeenteraad om reserves in te stellen, op te heffen of de bestemming ervan te wijzigen. De regelgeving met betrekking tot reserves in het BBV is hoofdzakelijk beperkt tot definities en de wijze van rapporteren in begroting en jaarrekening.
Het gemeentelijk uitgangspunt bij reserves is om het aantal en de omvang van (bestemmings)reserves zoveel mogelijk te beperken. Dit bevordert de inzichtelijkheid van de financiële positie van de gemeente. Beleidsdoelen worden waar mogelijk via de exploitatie gerealiseerd, omdat daar de integrale afweging van middelen plaatsvindt.
Het is belangrijk te voorkomen dat een groot aantal bestemmingsreserves het bestuurlijk afwegingsproces beperkt. Een beperkt aantal reserves draagt bij aan overzicht en helder inzicht in de financiële situatie van de gemeente
Onttrekkingen aan reserves worden beschouwd als incidentele dekkingsmiddelen. Structurele lasten worden daarom niet ten laste van reserves gebracht, omdat anders het risico ontstaat dat de begroting in de toekomst zwaarder wordt belast zodra een reserve is uitgeput, terwijl de betreffende activiteit doorloopt. In dat geval moeten de kosten alsnog binnen de reguliere begroting worden opgevangen.
Een uitzondering in het BBV op deze regel is de reserve dekking kapitaallasten. Hierbij kunnen de afschrijvingslasten structureel gedekt worden uit de reserves.
Reserves mogen niet negatief zijn;
Het kan zich voordoen dat de algemene reserve van de gemeente een negatieve stand vertoont. Dit houdt in dat de totale reservepositie ontoereikend is om een rekeningtekort te dekken. Het provinciale toezichtkader bepaalt dat de gemeente een negatieve algemene reserve binnen de termijn van de meerjarenraming dient te herstellen. Indien dit niet lukt, wordt de gemeente onder preventief toezicht geplaatst, dit is toezicht vooraf, een strenge vorm, dan repressief toezicht achteraf. Wanneer de negatieve stand het gevolg is van verliezen op de grondexploitatie, kan de toezichthouder de gemeente toestemming verlenen om het tekort over een langere periode dan vier jaar te saneren.
Reserve dekking kapitaallasten
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het niet toegestaan gemeentelijke middelen rechtstreeks in mindering te brengen op investeringen. Investeringen dienen bruto te worden geactiveerd en vervolgens te worden afgeschreven.
Indien het wenselijk is om eenmalige middelen, zoals reserves of exploitatiebudgetten, aan te wenden voor investeringen, kunnen deze worden gestort in een afzonderlijke bestemmingsreserve. Door de vorming van een bestemmingsreserve ter dekking van kapitaallasten kunnen de lasten die in de exploitatie op de betreffende taakveld drukken, worden gecompenseerd. Dit gebeurt door jaarlijks een bedrag, geheel of gedeeltelijk gelijk aan de kapitaallasten, uit de bestemmingsreserve te laten vrijvallen. Op deze wijze kan worden bereikt dat de lasten worden verlaagd of budgetneutraal blijven.
Het aanspreken van het vermogen in de bestemmingsreserve dekking kapitaallasten heeft een direct en positief effect op de exploitatie. Onttrekkingen aan een dergelijke bestemmingsreserve mogen conform de notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV als structureel worden aangemerkt
Zoals vermeld is het uitgangspunt het zoveel mogelijk beperken van bestemmingsreserves, zowel qua aantal als qua omvang. Voorkomen moet worden dat onnodig middelen worden vastgelegd c.q. geoormerkt waarvoor een andere bestemming mogelijk is.
In het verzoek aan de gemeenteraad om een reserve in te stellen moet worden aangegeven:
De gemeenteraad kan deze criteria wijzigen. Deze wijziging vindt plaats door middel van een raadsbesluit.
5.4 Vorming bestemmingsreserves
Voor het instellen van bestemmingsreserves gelden de volgende criteria:
1 Voor de vorming van bestemmingsreserves wordt een minimale omvang van € 250.000 gehanteerd;
2 Voor reserves die dienen ter dekking van kapitaallasten geldt geen minimale omvang; in dat geval is de hoogte van de reserve gelijk aan de boekwaarde van de betreffende investering.
In de begroting wordt inzicht gegeven in de stand en de ontwikkeling van de reserves. Met het vaststellen van de begroting autoriseert de gemeenteraad de voorgenomen stortingen en onttrekkingen (budgetrecht van de raad).
Tussentijdse wijzigingen in de reserves worden verwerkt via de Voorjaarsnota, de Najaarsnota of afzonderlijke raadsvoorstellen, waarbij de begroting overeenkomstig wordt aangepast. De besluitvorming door de gemeenteraad dient plaats te vinden binnen het begrotingsjaar en uiterlijk vóór 31 december.
In de jaarrekening kunnen mutaties in de reserves uitsluitend plaatsvinden tot het door de gemeenteraad goedgekeurde bedrag. Indien de realisatie lager uitvalt dan geraamd, wordt de onttrekking aangepast aan het werkelijke bedrag.
Om de inzichtelijkheid te waarborgen en de integrale afwegingsfunctie mogelijk te maken, worden reserves in principe opgeheven als:
Na realisatie van de bestuurlijke doelstellingen kan het restant vrijvallen.
2 De bestemming wordt heroverwogen;
In de tijd kan door gewijzigde prioriteitstelling het belang van de realisatie van het doel van de bestemmingsreserve wijzigen. Na heroverweging van de bestuurlijke doelstellingen kan de reserve anders ingezet worden.
Bestemmingsreserves worden gevormd om bestuurlijke ambities in een bepaalde tijd te realiseren. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, kan de reserve worden opgeheven.
4 Er geen activiteiten betreffende de reserve zijn gedurende een periode van 3 jaar; Bestemmingsreserves worden met een bepaalde doelstelling gevormd. Indien er gedurende een periode van drie jaar geen onttrekkingen of toevoegingen plaatsvinden, is de doelstelling blijkbaar niet meer actueel.
Daarnaast kan de raad bepalen dat de reserve gehandhaafd blijft, ook indien er geen activiteiten plaatsvinden.
6. Voorzieningen: beleid en beheer
In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de in de begroting 2026 opgenomen voorziening, inclusief het saldo van deze voorzieningen.
De omvang van voorzieningen dient dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Over- en onder-dekking zijn niet toegestaan.
Indien sprake is van een schatting van de onderliggende verplichting of risico, dan moet deze schatting betrouwbaar zijn. Dit hangt samen met de eisen die aan de getrouwheid van een jaarrekening worden gesteld. Het is niet toegestaan om de vorming van een voorziening voor bestaande verplichtingen achterwege te laten op grond van bijvoorbeeld beleidsmatige overwegingen.
Bij voorzieningen kan ook sprake zijn van voorzieningen voor dubieuze debiteren en verliesvoorzieningen grondexploitaties. Dit zijn voorzieningen die op basis van het BBV (presentatie technisch) verplicht in mindering moeten worden gebracht op het totale debiteurensaldo c.q. de boekwaarde van de grondexploitaties (activazijde van de balans).
Voorzieningen worden gevormd ten laste van het betreffende taakveld/product in de exploitatiebegroting. Vorming van voorzieningen telt dan ook mee in het resultaat vóór bestemming (resultaatbepaling). De aanwendingen komen verplicht rechtstreeks ten laste van de voorziening. Dit in tegenstelling tot reserves (resultaatbestemming).
De gemeenteraad besluit tot het instellen en opheffen van voorzieningen. Door het verplichtende karakter van de voorzieningen heeft de gemeenteraad hierbij echter weinig speelruimte. Dit met uitzondering van de voorzieningen om de lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelingen (onderhoudsvoorzieningen).
Formeel dient de gemeenteraad de betreffende lasten in de begroting te autoriseren. De gemeenteraad besluit tot toevoegingen aan voorzieningen via de vaststelling van de programma’s van de begroting en/of de jaarrekening. Door het verplichtende karakter van de uitgaven heeft het college de bevoegdheid uitgaven ten laste van de voorziening te doen, indien de uitgave voldoet aan het doel van de voorziening.
De gemeente is verplicht voorzieningen te vormen in het kader van:
1. Onzekere verplichtingen en verliezen;
2. Risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten;
In het kader van het weerstandsvermogen worden de risico’s in beeld gebracht. Op het moment dat de risico’s redelijkerwijs in te schatten zijn, moet er een voorziening gevormd worden.
3. Egalisatie van kosten van toekomstig groot onderhoud; Voor West Maas en Waal heeft dit betrekking op:
Hierbij wordt voorgesteld de volgende kaders te hanteren:
a. Deze voorzieningen worden gevormd op basis van een door het college vastgesteld beheerplan;
b. Dit beheerplan wordt periodiek, minimaal eens per vijf jaar, geactualiseerd;
c. Als de in het beheerplan opgenomen kosten niet of nauwelijks fluctueren is het niet wenselijk een voorziening te vormen.
4. Van derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden en waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt. Dit geldt niet voor van hogere overheden ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van de volgende begrotingsjaren. Deze worden op de balans bij de overlopende passiva of activa verantwoord.
Het instellen van voorzieningen vindt plaats op basis van de criteria zoals vastgelegd in het BBV. Dit houdt in dat voorzieningen die noodzakelijk zijn ook daadwerkelijk moeten worden gevormd, ongeacht of de gemeenteraad hierover vooraf een besluit heeft genomen.
Voorzieningen ter egalisatie van lasten voor groot onderhoud worden uitsluitend ingesteld bij raadsbesluit, omdat hieraan beleidsmatige keuzes ten grondslag liggen, bijvoorbeeld met betrekking tot het gewenste onderhouds- en kwaliteitsniveau. Deze keuzes kunnen per voorziening verschillen.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de benodigde budgetten beschikbaar om de gekozen kwaliteitsniveaus te kunnen waarborgen. De gemaakte beleidskeuzes worden zichtbaar in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.
6.4 Stortingen en onttrekkingen
Toevoegingen aan en onttrekkingen uit voorzieningen zijn gebaseerd op de noodzakelijke omvang van de betreffende voorziening. Stortingen in een voorziening vormen een last voor de exploitatie.
Onderhoudslasten dienen verplicht rechtstreeks ten laste van de voorziening te worden gebracht en mogen niet via de exploitatie worden verwerkt.
Wanneer voorzieningen zijn ingesteld om lasten gelijkmatig over meerdere begrotingsjaren te verdelen, moeten actuele beheerplannen of meerjarige berekeningen beschikbaar zijn ter onderbouwing. Indien de achterliggende verplichting, het verlies, het risico of de specifieke bestemming van een voorziening vervalt, wordt de voorziening opgeheven en vallen de middelen vrij ten gunste van het betreffende taakveld of product in de exploitatie.
6.6 Wijzigen doel of bestemming van voorzieningen
Het doel of bestemming van de voorziening kan niet wijzigen, vanwege het verplichte karakter en de strakke kaders. Indien het doel of bestemming niet meer bestaat of wijzigt dan wordt de voorziening opgeheven.
6.7 Opheffen van voorzieningen
Voorzieningen worden door het college opgeheven als de verplichting of het risico waarvoor de voorziening is gevormd niet meer actueel is.
Indien de voorziening echter is gevormd om een gelijkmatige verdeling van lasten over de begrotingsjaren te bewerkstelligen, dan moet de gemeenteraad hierover een beslissing nemen; bijvoorbeeld ingeval een actueel beheerplan ontbreekt kan gemotiveerd van de richttermijn van vijf jaar worden afgeweken, indien dit is geautoriseerd door de gemeenteraad.
Bijlage 1 Artikel 41 t/m 45 BBV
Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Voorzieningen worden gevormd wegens:
a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Bijlage 2 Overzicht reserves (begroting 2026)
|
De reserve is gevormd om de jaarlijkse erfpachtscanon voor de grond van het Kulturhus D'n Dulper, MFA de Rosmolen en MFA D'n Hoender te dekken. Deze wordt in 40 jaar betaald. |
|
|
De middelen van centrumgemeente Nijmegen voor de ambulantsering GGZ, BW en MO. |
|
|
De uitvoeringsagenda Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Samen Dichtbij. |
|
|
Stimulering en promotie van de recreatie en het toerisme in de gemeente. |
|
|
Jaarlijkse financiering projecten in kader van recreatie en toerisme. |
|
Bijlage 3 Overzicht voorzieningen (begroting 2026)
|
De voorziening is bedoeld om het tarief te egaliseren en grote schommelingen te voorkomen. |
|
|
Overschotten of tekorten binnen riolering worden verrekend met de voorziening. |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-130022.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.