Gemeenteblad van Sluis
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sluis | Gemeenteblad 2026, 12985 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sluis | Gemeenteblad 2026, 12985 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Integrale Verordening Sociaal Domein gemeente Sluis 2026
In de gemeente Sluis streven we naar een sterke samenwerking binnen het sociaal domein. Een integrale verordening, waarbij uw hulp- of ondersteuningsvraag centraal staat, maakt dit mogelijk.
In een verordening leest u wat u van de gemeente kunt verwachten, maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen:
Het is onze taak om u op al deze levensgebieden te helpen. De wetgever heeft hiervoor wetten gemaakt. Het gaat om:
Artikel 1.1 Waarom deze regels?
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het gaat om regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde onderwerpen verder uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening.
Deze verordening is gebaseerd op de wettelijke taken van de gemeente (zie hoofdstuk 1). Bij elk artikel is aangegeven op welke wet(ten) het is gebaseerd. Soms is een hele paragraaf of heel hoofdstuk gebaseerd op één of meerdere specifieke wetten. Dan is dat aangegeven aan het begin van de paragraaf of het hoofdstuk. Als er bij een artikel staat dat de Gemeentewet de grondslag is, baseren we ons op de algemene aanvullingsbevoegdheid van de gemeenteraad (artikel 121, Gemeentewet). Dit maakt het mogelijk dat de gemeente extra regels kan maken.
Bij sommige artikelen wordt de ‘Awb’ genoemd. Dat is de Algemene wet bestuursrecht. In zulke gevallen heeft de Awb extra regels die verder gaan dan de algemene regels die altijd gelden voor besluiten van deze verordening.
Artikel 1.2 Nadere regels en beleidsregels
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. Een wet die geldt in de gemeente Sluis. De gemeenteraad stelt deze verordening vast. Het college kan nadere regels stellen. Dat kan alleen als dat in deze verordening is opgenomen. Nadere regels zijn aanvullingen. Vaak zijn het details die worden uitgewerkt. Het college kan ook beleidsregels vaststellen. Een beleidsregel is geen wet maar beschrijft hoe de gemeente haar taken uitvoert. Het kunnen werkinstructies zijn. Een beleidsregel geeft inzicht hoe de gemeente omgaat met hulpvragen of aanvragen. De gemeenteraad geeft het college de bevoegdheid om nadere regels en/of beleidsregels vast te stellen op basis van deze verordening.
Als gemeente willen we dat alle inwoners actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. In het Beleidsplan Sociaal Domein staan de specifieke doelen hiervoor. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:
Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen.
Na deze inleiding leest u eerst in hoofdstuk 2 hoe en waar u hulp kunt vragen. Ook leest u hoe wij met uw hulpvraag aan de slag gaan. Daarna leggen we in de volgende hoofdstukken de belangrijkste regels van de gemeente uit. De regels gaan over:
In deze hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft.
In de volgende hoofdstukken gaan de regels over:
Elk hoofdstuk begint met een korte uitleg. Daarin staat waar het hoofdstuk over gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten in de inleiding van deze verordening. Niet elke wet geldt voor elk artikel. Per artikel staat aangegeven welke wetten van toepassing zijn. De woorden en begrippen die we in deze verordening gebruiken, leggen we uit in hoofdstuk 14.
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons hulp kunt vragen als het gaat over één of meer onderwerpen uit deze verordening. Ook staat in dit hoofdstuk hoe u uw hulpvraag kunt stellen, hoe wij uw hulpvraag behandelen en hoe wij tot een besluit komen.
Het uitgangspunt is dat u alle hulpvragen in één keer kunt stellen. Voor bepaalde hulpvragen geldt een bijzondere route. Dit staat ook vermeld in dit hoofdstuk.
Artikel 2.1 Melding bij de gemeente
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wanneer u hulp nodig heeft, kunt u uw hulpvraag stellen bij de gemeente. Dit kan schriftelijk, op het gemeentehuis, telefonisch of digitaal. De gemeente zorgt ervoor, dat u goed weet hoe u dit kunt doen. In sommige gevallen is het mogelijk dat iemand anders namens u een hulpvraag stelt. In de betreffende wet leest u wie dit kan doen. Het stellen van een hulpvraag kan ook als melding worden gezien. Als u zich meldt voor een uitkering levensonderhoud moet u zich ook inschrijven op Werk.nl.
2.1.2 Doel en procedure melding
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor het behandelen van uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. In dat geval vragen wij u om deze gegevens binnen een redelijke termijn aan ons te geven. Of wij vragen uw toestemming om gegevens op te vragen bij uw sociaal netwerk, betrokken professionals of organisaties. In de uitnodiging voor het gesprek of tijdens het gesprek vertellen wij welke gegevens we nodig hebben en binnen welke termijn u deze moet aanleveren.
2.2.1 Uitnodiging voor gesprek
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wanneer u zich heeft gemeld, krijgt u van ons een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker. Het gesprek kan telefonisch zijn als we al voldoende gegevens hebben. Of als dat voldoende is om een goed beeld te krijgen van uw situatie en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag. In andere gevallen plannen wij een persoonlijk gesprek. Dit gesprek voeren we in uw eigen omgeving of op het gemeentehuis. In het geval van de Jeugdwet vindt dit gesprek plaats na de aanvraag.
2.2.2 Doel en procedure gesprek
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wij vertellen u welke mogelijkheden wij hebben om uw situatie te verbeteren. Als dat van toepassing is, informeren wij u over een eigen bijdrage die u moet betalen. Als u een hulpvraag doet voor de Wmo 2015 of Jeugdwet informeren wij u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb).
Als u zich meldt voor een gemeentelijke bijstandsuitkering voor levensonderhoud, dan bespreken we uw arbeidsmogelijkheden en of u mogelijk recht heeft op een uitkering. Wij informeren u over uw rechten en plichten, het vervolg van de aanvraag en de instructie om (digitaal) een vragenlijst in te vullen. In het geval van een uitkering, maken we een afspraak voor een intakegesprek. Paragraaf 2.2.4. en 2.3.1 zijn in dit geval niet van toepassing.
Jeugdwet, Wmo 2015, IOAW, IOAZ, Wgs
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb
Na de melding van uw hulpvraag en het gesprek met een medewerker, kunt u een aanvraag doen. Dat gaat volgens de regels die daarvoor gelden. Het verslag van het gesprek en een eventueel plan zijn de basis voor het beoordelen van de aanvraag. U dient de vraag schriftelijk of digitaal in. Met de aanvraag bepalen wij of wij u hulp verlenen en in welke vorm. Voor sommige vormen van hulp kunnen de melding en de aanvraag tegelijk worden gedaan. Ook kunnen wij bepalen dat u de aanvraag doet met een aanvraagformulier. Voor de Wmo en de Jeugdwet kan een ondertekend verslag van het onderzoek ook gelden als aanvraagformulier.
Voordat wij een besluit nemen op uw aanvraag controleren wij of we voldoende gegevens van u hebben ontvangen om een goed besluit te nemen. Missen we iets? Dan ontvangt u van ons een brief waarin wij u vragen om de gegevens alsnog binnen 4 weken aan ons te geven. Doet u dat niet? Dan kunnen wij besluiten uw aanvraag niet te behandelen.
2.3.2 Aanvragen van een voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
De voorziening moet voldoende zijn in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken. Dit betekent bijvoorbeeld dat de voorziening niet duurder of luxer is dan nodig, en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom de goedkoopst passende voorziening, bij voorkeur met een bewezen effect.
2.3.3 Beoordelen van uw aanvraag
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb
Bij elke stap, zoals in artikel 2.3.3 wordt genoemd, zorgen wij dat de medewerker die uw melding of aanvraag behandelt de kennis en deskundigheid heeft om een afgewogen besluit te nemen. Als dit niet het geval is, dan kunnen wij een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies gebruiken wij bij de beoordeling van uw aanvraag. We laten u weten welke aanvullende kennis en deskundigheid nodig is en wanneer wij die inzetten.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb
2.3.6 Voorwaarden en weigeringsgronden
Wij verstrekken geen voorziening:
Als u de gevraagde voorziening al eerder van ons heeft gekregen en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet voorbij is. Dit geldt niet als de voorziening verloren is gegaan terwijl dit niet uw schuld is. Wij kunnen u ook de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan (gedeeltelijk) vergoeden.
2.3.7 Voorwaarden individuele voorzieningen
2.3.8 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding
2.3.9 Eigen kracht en (boven)gebruikelijke hulp
Jeugdigen of ouders krijgen pas een individuele voorziening als zij hun hulpvraag niet zelf kunnen oplossen met hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (problemen herkennen en een plan maken om die op te lossen). Dit noemen we ook wel eigen kracht. Daarmee bedoelen wij in ieder geval:
Gebruikelijke hulp is de hulp die wij normaal mogen verwachten van ouders of andere verzorgers/opvoeders. Ouders zijn verplicht hun kinderen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht te houden. Dat geldt ook als het kind een ziekte, beperking of andere problematiek heeft. Als één van de ouders de gebruikelijke hulp niet kan bieden, neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden ook rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan een duidelijk verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties:
Als ouders steun kunnen krijgen van het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige, dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering heeft/hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
Artikel 2.4 Het besluit/de beschikking
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb
Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen drie maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u hulp krijgt die nodig is, zonder dat de normale procedure wordt gevolgd. Wij bepalen wanneer een situatie als spoedeisend wordt aangemerkt. Het kan dan gaan om verschillende soorten (tijdelijke) hulp of voorzieningen.
2.5.2 Jeugdhulp via het medisch domein
2.5.3 Jeugdhulp via de gecertificeerde instelling, de strafrechter, het Openbaar Ministerie en de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht
2.5.4 Instemming van een jeugdige
Als een aanvraag wordt gedaan voor een jeugdige jonger dan twaalf jaar, of voor een jeugdige ouder dan twaalf jaar die zijn eigen belangen niet goed kan beoordelen of niet zelfstandig beslissingen kan nemen, is er geen instemming van de jeugdige nodig.
Doet een jeugdige van twaalf tot zestien jaar een aanvraag, dan is instemming nodig van zowel de jeugdige als de wettelijke vertegenwoordiger. Als de wettelijke vertegenwoordiger weigert, nemen wij de aanvraag toch in behandeling als de jeugdhulp nodig is om ernstig nadeel voor de jeugdige te voorkomen.
Doet een jeugdige van zestien jaar of ouder een aanvraag, dan is instemming van de wettelijke vertegenwoordiger alleen nodig als het gaat om verblijf.
Hoofdstuk 3 Werk, participatie en inkomen
Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en aanvullende inkomensondersteuning. De gemeente vindt het belangrijk om werkloze inwoners te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
Personen van wie is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en die nog niet in aanmerking zijn gekomen voor een beschutte werkplek, krijgen voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.
3.3.4 Werkervaringsplaats/stage
3.3.6 Maatschappelijke participatie
3.3.7 Loonkostensubsidie buiten de wettelijke doelgroep
De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde. De subsidie bedraagt ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal twaalf maanden met de mogelijkheid van verlenging tot maximaal 24 maanden. Daar komen de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.
3.3.8 Scholing, cursussen, trainingen
3.3.10 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk
Artikel 3.5 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
3.5.1 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
3.5.2 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Wij onderzoeken, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na de aanvraag uw mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Wij onderzoeken of integrale samenwerking nodig is. Zo ja, dan werken wij samen met andere partijen, zoals instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit doen we om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 PW.
3.5.3 Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
3.5.4 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk
3.5.5 Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk
Als u bent aangewezen op begeleiding bij het verrichten van werk die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kunnen wij een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van deze interne werkbegeleiding.
Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach bij ons binnenkomt, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen één jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen.
3.5.9 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
3.5.10 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
3.5.11 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap
Wij kunnen u een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
3.5.12 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
3.5.13 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen
Wij kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen, als dit noodzakelijk is om uw werk uit te voeren.
Artikel 3.8 Regelingen voor mensen met een beperkt inkomen
3.8.1 Individuele inkomenstoeslag
3.8.2 Hoogte individuele inkomenstoeslag
3.8.3 Algemene bevoegdheid minimabeleid
We vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Sluis, dus ook kinderen, zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet worden belemmerd door hun financiële situatie. De gemeenteraad geeft daarom het college de bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen over het minimabeleid.
3.8.4 Kindpakket (educatie, sport en cultuur)
Kinderen zijn een belangrijke en kwetsbare groep. In overleg met Stichting Leergeld en SportZeeland stellen we een kindpakket samen aan beleidsregels op het gebied van (maatschappelijke) participatie, educatie sport en cultuur.
3.8.5 Jeugd- en Volwassenenfonds Sport en Cultuur
In overleg met SportZeeland/het Jeugd- en Volwassenenfonds stellen we beleidsregels op voor een sport- en cultuurfonds voor kinderen, jongeren en volwassenen.
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien
Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen.
Artikel 4.3 Overgang van 18- naar 18+
Artikel 4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:
Voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht en werk en inkomen. Wij letten in de afstemming op de volgorde waarop we hulp inzetten, zodat de inzet het meest effect geeft. Soms kan de hulp gelijktijdig worden ingezet. We zetten in op passende ondersteuning die leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Soms hebt u hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in uw eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij hebben de taak om u te helpen als u niet in staat bent om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten. Bijvoorbeeld in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij moeten ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat u met een beperking zo lang mogelijk voor uzelf kan blijven zorgen (zelfredzaamheid). Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de ontwikkelingen richting de toekomst. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die wij aan u kunnen bieden.
Wij zetten ons ervoor in, dat als u een beperking en/of langdurige psychosociale problemen hebt u zo lang mogelijk zelfstandig in uw eigen leefomgeving kan wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kan uitvoeren en een eigen huishouding kan voeren. U kan ondersteuning-op-maat krijgen, als u voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. Ook moet de ondersteuning langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat u zo lang mogelijk in uw eigen leefomgeving kan blijven wonen.
Wij stellen normen vast voor het beoordelen van aanvragen voor ondersteuning-op-maat in het kader van de Wmo. Deze normen moeten gebaseerd zijn op objectief onderzoek dat door onafhankelijke deskundigen is gedaan. De normen maken duidelijk welke concrete ondersteuning er in uw situatie nodig is. Wij kunnen afwijken van deze normen als dat nodig is voor een passend en aanvaardbaar niveau van leven.
Artikel 5.2 Individuele begeleiding
U kunt in aanmerking komen voor individuele begeleiding bij het zelfstandig wonen, als u vanwege een beperking of een langdurig psychisch of psychosociaal probleem niet volledig op eigen kracht of met gebruikelijke hulp een huishouden kan voeren. De begeleiding is bijvoorbeeld gericht op:
Artikel 5.3 Zelfstandig en veilig wonen
Artikel 5.3.1 Geschikte woning
Wij zorgen voor een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten als u verhuist naar een geschikte(re) woning. Een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten geven we één keer per tien jaar. De gemiddelde verhuisbeweging in Nederland (2020) op basis van het langjarige gemiddelde is dat iemand één keer per tien jaar verhuist. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening.
Artikel 5.3.2 Een schone en leefbare woning
Het doel van hulp in de huishouding is een schoon en leefbaar huis. Een schoon en leefbaar huis houdt in dat de woning opgeruimd en functioneel is. De woning moet schoon zijn volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Hiermee willen we een algemeen aanvaardbaar basisniveau voor een schoon en leefbaar huis bereiken. Zo moet iedereen in de leefeenheid gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer, keuken, douche/toilet en gang.
Beschermd wonen biedt een beschermde woonomgeving in een woonvorm waar continu begeleiding aanwezig of nabij is. De begeleiding is erop gericht, dat u op termijn weer zelfstandig kunt (gaan) wonen. Onder een beschermde woonomgeving kan ook een woning worden verstaan waarbij begeleiding en toezicht in de directe nabijheid wordt geboden.
Artikel 5.3.4. Kortdurend verblijf (respijtzorg)
Artikel 5.4 Meedoen aan de samenleving
5.4.1 Verplaatsen in en om de woning
5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis
Hoofdstuk 6 Schuldhulp- en dienstverlening
Het is beter om financiële problemen te voorkomen, dan op te lossen. Inwoners kunnen met vragen over geld en met financiële hulpvragen terecht bij onze toegang van het sociaal domein. Wij hebben als taak om u ondersteuning te bieden als u schulden heeft. Wij kunnen u helpen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Dit kan bijvoorbeeld door advies, schuldbemiddeling, sociale lening (saneringskrediet), schuldregeling en/of budgetbeheer. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten die we toepassen als inwoners om ondersteuning vragen bij schulden.
De gemeente is verantwoordelijk voor begeleiding en ondersteuning van inwoners tijdens hun inburgering. Het doel van inburgering is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving. Daarvoor gebruiken we inburgeringsvoorzieningen waarin we taal en praktijk zoveel mogelijk combineren.
Hoofdstuk 8 De vorm van de ondersteuning
Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor. Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding of individuele begeleiding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.
Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een contract heeft met de gemeente. Je hoeft deze zorg verder niet zelf te regelen. De verstrekker regelt ook de administratie. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren.
Artikel 8.2 Persoonsgebonden budget (pgb)
Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders de taken die bij het pgb horen, uitvoeren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat u of uw budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als wij daarom vragen.
8.2.2 Professionele en niet-professionele hulp
Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van zeven jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel.
Artikel 8.3 Ondersteuning in geld
Wij betalen het geld via uw rekeningnummer. Maar het kan ook op het rekeningnummer van uw gemachtigde, bijvoorbeeld uw bewindvoerder. Als dit niet lukt dan kunnen wij het geld op een andere manier betalen. Voor uitkeringen zijn we verplicht om deze op een bankrekening over te maken, met uitzondering van incidentele betalingen in de vorm van een voorschot per kas.
Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van één van de wetten waarover deze verordening gaat.
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoner en gemeente
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop we, de gemeente en u als inwoner, met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als u als inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt u daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.
Artikel 9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb
De gemeente reageert op een professionele manier op het gedrag van de inwoner dat niet door de beugel kan. De gemeente zorgt voor het volgende:
De gemeente stuurt de inwoner een beschikking met daarin een besluit dat duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb
Artikel 9.2 Afspraken en verplichtingen
9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner
9.2.2 Afzien van verlaging: Geen schuld en verjaring
We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen, als er sprake is van een dringende reden met onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, of als uw gedrag meer dan drie jaar geleden heeft plaatsgevonden.
9.2.3 Ingangsdatum en periode van verlaging
Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken en zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.
9.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen
9.2.6 Niet nakomen arbeidsverplichtingen
9.2.7 Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering
9.2.8 Arbeidsverplichtingen die in de wet staan
9.2.9 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
De uitkering wordt verlaagd tot 100% van de uitkeringsnorm voor de duur van één maand als een belanghebbende zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Pw, IOAW of IOAZ uitvoeren tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Denk aan: fysiek geweld tegen medewerkers of spullen en/of mondelinge of schriftelijke bedreiging.
9.2.11 Niet nakomen van andere verplichtingen
Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikelen 9, 9a, 17 lid 2, 55 en 56a van de Participatiewet en artikelen 13 en 37 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende nakomt.
Het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid van de Participatiewet neerlegde ontzorgplicht. Dit is de verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering.
Het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid of artikel 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet;
9.2.12 Samenloop van gedragingen
Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, vierde lid van de Participatiewet oplevert. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.
Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. We leggen voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging op. De verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en uw omstandigheden niet verantwoord is.
Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in de artikelen 8.3.5 tot en met 8.2.9 van deze verordening. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast.
Artikel 9.4 Herzien, intrekken, beëindigen en wijzigen, terugvorderen van een voorziening
9.4.1 Herzien en intrekken voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
9.4.2 Terugvordering voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, Burgerlijk Wetboek
Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, een voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 9.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen alleen bij opzet van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u of die derde opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebben verstrekt.
Artikel 9.6 Hoe controleert de gemeente?
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
9.6.2 Schending inlichtingenplicht
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
Wij voeren een actief preventiebeleid om te voorkomen dat u niet voldoet aan de inlichtingenplicht. Wij informeren u vroegtijdig over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.
Als wij vaststellen dat er sprake is van een schending van de inlichtingenplicht en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb
Wij kunnen één of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. Wij zorgen voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.
Hoofdstuk 10 Inspraak en cliëntenparticipatie
Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk hebben we vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen.
Artikel 10.1 Hulp van de gemeente bij inspraak
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wij zorgen ervoor dat er een adviesraad is die betrokken wordt bij de uitvoering van:
De adviesraad vertegenwoordigt inwoners die door ons worden ondersteund. Het doel van de adviesraad is om ons te adviseren bij het maken van beleid voor de uitvoering van deze wetten.
De door de gemeente gecontracteerde aanbieder moet een regeling hebben voor de afhandeling van klachten van cliënten.
Hoofdstuk 11 Kritiek op de uitvoering
De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken.
Artikel 11.4 Vertrouwenspersoon
Voor de Jeugdwet geldt dat de vertrouwenspersoon u (als jeugdige, ouder of pleegouder) op verzoek kan ondersteunen bij problemen, klachten en vragen over de hulpverlening. Dit kan gaan om hulp van ons, van een jeugdhulpaanbieder, van een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming of jeugdreclassering, of van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). U kunt hiervoor terecht bij Zorgbelang of Jeugdstem.
Nadat wij uw bezwaarschrift hebben ontvangen, neemt een medewerker contact met u op om het bezwaar te bespreken. De medewerker legt ons besluit uit en vraagt naar uw argumenten, feiten en omstandigheden die belangrijk zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is bedoeld om onze besluitvorming te verbeteren.
De diensten en producten die wij leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Onze diensten moeten aansluiten bij uw behoefte. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.
Artikel 12.2 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid van maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Wij onderzoeken regelmatig, soms met een steekproef, hoe maatwerkvoorzieningen en pgb’s worden gebruikt. Dat doen wij om te beoordelen of de hulp van goede kwaliteit is en of deze rechtmatig en doelmatig wordt ingezet.
Artikel 12.3 Prijs en kwaliteit
Jeugdwet, Wmo 2015, Gemeentewet
Wij zorgen ervoor dat de tarieven hoog genoeg zijn om goede diensten in te kopen die voldoen aan de kwaliteitseisen. Daar horen ook de eisen bij die gelden voor de deskundigheid van hulpverleners. De tarieven mogen niet zo laag zijn dat de continuïteit van de hulpverlening tijdens het contract in gevaar komt.
Hoofdstuk 13 Intrekking en inwerkingtreding verordening
In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening gaat gelden. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.
Artikel 13.2 Uitvoeringsregels
Wij kunnen uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen bestaan uit beleidsregels of uit een nadere regeling. In beleidsregels leggen wij uit hoe wij met een bepaalde bevoegdheid omgaan. Met een nadere regeling werken wij onderdelen van de verordening verder uit. Wij mogen deze uitvoeringsregels alleen maken als de wet dat toestaat.
Artikel 13.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
Wij kunnen afwijken van een regel in deze verordening als toepassing daarvan tot een onredelijke uitkomst leidt voor u of iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als daardoor de doelen van de in artikel 1.1 genoemde wetten of van deze verordening juist niet worden bereikt.
Artikel 13.4 Intrekken oude verordeningen
Wij trekken de volgende verordening in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):
Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat we een nieuw besluit over die voorziening of uitkering hebben genomen waarbij het toekenningsbesluit wordt ingetrokken.
Als u een aanvraag heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover we pas later een besluit nemen, handelen we af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór de ingangsdatum geldt juist dat we deze afhandelen volgens de ingetrokken verordening.
In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft.
Artikel 1.1 Waarom deze regels?
Artikel 1.2 Nadere regels en beleidsregels
Artikel 2.1 Melding bij de gemeente
Artikel 2.4 Het besluit/de beschikking
Hoofdstuk 3 Werk, participatie en inkomen
Artikel 3.4 Specifieke bepalingen administratief proces loonkostensubsidie
Artikel 3.5 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Artikel 3.6 Beëindiging voorziening
Artikel 3.8 Regelingen voor mensen met een beperkt inkomen
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien
Artikel 4.1 Vrij toegankelijke hulp
Artikel 4.2 Individuele voorziening
Artikel 4.3 Overgang van 18- naar 18+
Artikel 4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Artikel 5.1 Dagbesteding (groepsbegeleiding)
Artikel 5.2 Individuele begeleiding
Artikel 5.3 Zelfstandig en veilig wonen
Artikel 5.4 Meedoen aan de samenleving
Hoofdstuk 6 Schuldhulp- en dienstverlening
Artikel 6.1 Samenwerking en toegang
Artikel 6.2 Schuldhulpverlening
Artikel 7.1 Inburgeringsvoorzieningen
Artikel 7.2 Periodieke voortgangsgesprekken
Hoofdstuk 8 De vorm van de ondersteuning
Artikel 8.1 Ondersteuning in natura
Artikel 8.2 Persoonsgebonden budget (pgb)
Artikel 8.3 Ondersteuning in geld
Artikel 8.4 Wat is de eigen bijdrage?
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoner en gemeente
Artikel 9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
Artikel 9.2 Afspraken en verplichtingen
Artikel 9.3 Terugvorderen uitkering en incasso
Artikel 9.4 Herzien, intrekken, beëindigen en wijzigen, terugvorderen van voorziening
Artikel 9.5 Verrekening Wet inburgering
Artikel 9.6 Hoe controleert de gemeente?
Artikel 9.7 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Hoofdstuk 10 Inspraak en cliëntenparticipatie
Artikel 10.1 Hulp van de gemeente bij inspraak
Hoofdstuk 11 Kritiek op de uitvoering
Artikel 11.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure
Artikel 11.2 Klachten over de gemeente
Artikel 11.3 Klachten over andere personen of organisaties
Artikel 11.4 Vertrouwenspersoon
Artikel 12.2 Onderzoek kwaliteit, recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieninge, pgb’s
Artikel 12.3 Prijs en kwaliteit
Hoofdstuk 13 Intrekking en inwerkingtreding verordening
Artikel 13.1 Onderzoek naar de werking van de verordening
Artikel 13.2 Uitvoeringsregels
Artikel 13.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
Artikel 13.4 Intrekken oude verordeningen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-12985.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.