Algemene regels evenementen

Op grond van artikel 1.1.11 Algemene verordening gemeente Eijsden-Margraten (hierna: Av) in combinatie met artikel 2.5.2.1 Av, kan het bevoegd gezag algemene regels stellen in plaats van of naast de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.5.2.1, eerste lid Av. Ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid en vermindering van de regeldruk maakt de burgemeester gebruik van deze mogelijkheid. Daarom besluit de burgemeester tot vaststelling van de ‘Algemene regels evenementen’ (hierna: Algemene regels).

 

Deze algemene regels doen geen afbreuk aan de verplichting van organisatoren, deelnemers en andere betrokkenen om ook te voldoen aan alle andere toepasselijke wetten en regels.

Artikel 1 Definities

Voor deze Algemene regels gelden de definities als bedoeld in bijlage 1 ‘definities als bedoeld in artikel 1.1.1 van deze Verordening’ behorend bij de Algemene verordening.

Artikel 2 Evenementverbod

  • 1.

    Het is verboden een evenement te organiseren en houden, tenzij:

    • a.

      daarvoor een rechtsgeldige evenementenvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.5.2.1 Av. Deze vergunning kan van deze Algemene regels afwijkende voorschriften bevatten, en

    • b.

      wordt voldaan aan de onderstaande voorschriften in de artikelen 5 tot en met 15.

  • 2.

    Het is verboden een klein evenement te houden, tenzij:

    • a.

      dit uiterlijk 20 werkdagen daaraan voorafgaand wordt gemeld aan de burgemeester met het daarvoor bestemde volledig en correct ingevulde formulier, en

    • b.

      wordt voldaan aan de onderstaande voorschriften in de artikelen 5 tot en met 15.

Artikel 3 Maatwerkvoorschriften

Ter voorkoming van onevenredige situaties kan de burgemeester in individuele gevallen maatwerkvoorschriften verbinden aan een dergelijke situatie, in afwijking van het gestelde in de artikelen 5 tot en met 15.

Artikel 4 Processies en carnavalsoptochten

  • 1.

    Deze Algemene regels gelden niet voor processies, met uitzondering van de meldplicht als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a van deze Algemene regels.

  • 2.

    De meldplicht voor kleine evenementen is voor processies beperkt tot het uiterlijk 10 werkdagen voor aanvang, aan de burgemeester overleggen van de te volgen route.

  • 3.

    Voor carnavalsoptochten gelden naast deze Algemene regels, nog de Algemene regels carnavalsoptochten.

Artikel 5 Algemeen

  • 1.

    Een kopie van de volledige melding of aanvraag voor het evenement moet op verzoek van een medewerker van de brandweer, politie of de gemeente, al dan niet in digitale vorm, onmiddellijk door de organisatie worden getoond.

  • 2.

    Het is verboden in strijd te handelen met de gegevens die in de melding of aanvraag zijn verstrekt.

  • 3.

    Gedurende het hele evenement dient de aangegeven contactpersoon van de organisatie direct bereikbaar te zijn voor de gemeente en hulpdiensten.

  • 4.

    De weersverwachting wordt gevolgd om zo nodig tijdig maatregelen te kunnen treffen en de aanwezigen te informeren.

  • 5.

    De verkeersveiligheid mag niet in gevaar worden gebracht.

  • 6.

    Alle in het belang van de van de openbare orde en veiligheid gegeven aanwijzingen door een medewerker van de brandweer, politie of gemeente, moeten onmiddellijk worden opgevolgd.

  • 7.

    Overtreding van één of meer voorschriften dan wel algemene regels kan leiden tot het onmiddellijk stopzetten van het evenement en het (laten) ontruimen van de evenementenlocatie(s). In dat geval bestaat geen aanspraak op schadevergoeding.

  • 8.

    De gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid voor derden, als gevolg van het evenement.

  • 9.

    Direct na afloop van het evenement dient het evenemententerrein en de openbare weg te worden gereinigd alsmede vrij van afval en in de oorspronkelijke staat onbeschadigd te worden opgeleverd.

  • 10.

    Schade als gevolg van het georganiseerde evenement, toegebracht aan gemeente-eigendommen, moet op eerste vordering van de gemeente door de organisator worden vergoed.

  • 11.

    Omwonenden en bedrijven binnen een straal van 100 meter rondom de evenementenlocatie worden tenminste vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement hiervan op de hoogte gesteld door de organisator. Onderdeel van deze informatievoorziening is in ieder geval een direct telefoonnummer van de organisatie, dat bereikbaar is voor vragen over het evenement. Indien sprake is van een evenement met een route, volstaat het informeren van de omwonenden en bedrijven die direct aan deze route zijn gelegen. Hiervoor mag ook gebruik worden gemaakt van een huis-aan-huis blad.

Artikel 6 Glaswerk

  • 1.

    Op evenementenlocaties waar, in welke vorm dan ook, dranken worden verkocht, worden deze dranken vanuit veiligheidsoverwegingen en bijbehorende advisering van hulpdiensten niet geschonken in en gedronken uit glas.

  • 2.

    Op evenementenlocaties of langs routes waar op geen enkel punt dranken worden verkocht en dranken uitsluitend om niet worden verstrekt, wordt het gebruik van glaswerk ontraden. Dit betreft geen verbod, maar een dringend advies aan de organisator om dit onder de aandacht te brengen van deelnemers en bezoekers.

  • 3.

    In reguliere horecabedrijven, zoals bedoeld in de definities van de Av, blijft het gebruik van glaswerk binnenshuis toegestaan. Glaswerk mag tijdens evenementen de binnenruimte van het horecabedrijf niet verlaten.

Artikel 7 Voorkomen van overlast

  • 1.

    De organisatie van het evenement is verantwoordelijk voor de orde en veiligheid op het evenemententerrein en zal toezichthoudend optreden tijdens het evenement.

  • 2.

    De organisatie van het evenement is verantwoordelijk voor het waarborgen van de openbare orde, veiligheid van personen en goederen op het evenemententerrein. Dit betekent ook dat nabij het evenemententerrein geen overlast mag ontstaan door luidruchtig verblijvende of vertrekkende bezoekers.

  • 3.

    Het is niet toegestaan bezoekers toe te laten die alcoholische drank bij zich hebben.

  • 4.

    Beveiliging wordt alleen ingezet door middel van een hiervoor gecertificeerd beveiligingsbedrijf dat in het bezit is van een vergunning verleend door het Ministerie van Justitie op de grond van de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus.

Artikel 8 Evenemententerrein

  • 1.

    Het terrein of de terreinen waarop activiteiten voor het evenement plaatsvinden, geldt vanaf de eerste opbouwwerkzaamheden tot en met de laatste afbouwwerkzaamheden als evenemententerrein.

  • 2.

    Ten behoeve van het evenement is het toegestaan objecten te plaatsen in overeenstemming met de situatietekening bij de melding of vergunningaanvraag.

  • 3.

    Als geen situatietekening wordt overgelegd, wordt ervan uitgegaan dat op het evenemententerrein geen objecten worden geplaatst.

Artikel 9 Tenten en overige constructies

  • 1.

    Als een bijeenkomsttent, zoals bedoeld in de BGBOP, wordt geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m2, dan handelt de organisatie van het evenement in overeenstemming met de volledig actuele richtlijn ‘Tenten kleiner dan 25 m2’ van de brandweer. De actuele voorschriften worden bijgevoegd bij de kennisneming van de melding of bij de vergunning.

  • 2.

    Als een bijeenkomsttent, zoals bedoeld in de BGBOP, wordt geplaatst met een oppervlakte groter dan 25 m2, dan handelt de organisatie van het evenement in overeenstemming met de volledig actuele richtlijn ‘Tenten groter dan 25 m2’ van de brandweer. De actuele voorschriften worden bijgevoegd bij de kennisneming van de melding of bij de vergunning.

  • 3.

    Als een bijeenkomsttent, zoals bedoeld in de BGBOP, wordt geplaatst met een oppervlakte groter dan 25 m2, dan moet voor deze tent een tentboek beschikbaar zijn. Dit is de documentatie van de tent met gedetailleerde informatie over gebruikte materialen (keuringsrapport), constructiemethode en constructieberekening, gebundeld en geleverd door de eigenaar of verhuurder van de tent. Het tentboek moet uiterlijk zes weken voor het evenement worden gedeeld met de gemeente, die toetst en vaststelt of de tent veilig kan worden geplaatst. De tent moet worden gebouwd in overeenstemming met het overgelegde tentenboek.

  • 4.

    Als andere constructies worden geplaatst, zoals een podium of tribune, dan moeten deze zijn voorzien van een bouwboek inclusief constructieberekeningen. Het bouwboek moet uiterlijk zes weken voor het evenement worden gedeeld met de gemeente, die toetst en vaststelt of de constructie veilig kan worden geplaatst. De constructie moet worden gebouwd in overeenstemming met het overgelegde bouwboek.

  • 5.

    Als meer losse constructies van kleiner dan 25 m2 aan elkaar worden gekoppeld of tegen elkaar worden geplaatst, telt het gezamenlijke oppervlak van de gekoppelde objecten.

Artikel 10 Brandveiligheid

  • 1.

    De organisatie van het evenement handelt in overeenstemming met de volledig actuele ‘Algemene brandveiligheidsvoorschriften bij evenementen’ van de brandweer. De actuele voorschriften worden bijgevoegd bij de kennisneming van de melding of bij de vergunning. Ook zijn deze te vinden op de website van de brandweer.

  • 2.

    Alle onderdelen van het evenement, voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: BGBOP).

  • 3.

    Als op basis van artikel 2.1 BGBOP een ‘Melding brandveilig gebruik’ noodzakelijk is, dan wordt deze melding uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement gedaan bij de gemeente.

  • 4.

    Om struikelen en vallen van publiek te voorkomen moeten kabels en snoeren strak over de vloer worden gelegd door middel van kabelbruggen, plakstrips of matten.

  • 5.

    Bouwwerken en objecten van het evenement worden ten minste op vijf meter afstand geplaatst van gebouwen, zodat de brandcompartimenten van gebouwen en het evenement gescheiden blijven. Indien naleving van deze afstand redelijkerwijs niet mogelijk is, is plaatsing uitsluitend toegestaan indien de eigenaar van het betreffende gebouw hiervoor voorafgaand en schriftelijk toestemming heeft verleend aan de organisator, dat de geplaatste bouwwerken of objecten deel mogen uitmaken van de brandcompartimentering van het bestaande gebouw.

Artikel 11 EHBO en gezondheid

  • 1.

    De organisatie van het evenement handelt in overeenstemming met het volledige advies met betrekking tot de inzet van de geneeskundige zorg op het evenement. Het actuele advies wordt bijgevoegd bij de kennisneming van de melding of bij de vergunning.

  • 2.

    De organisatie van het evenement handelt in overeenstemming met het volledig actuele hygiëne advies. Het actuele advies voor evenementen staat op de website van GGD Zuid-Limburg, onder het kopje ‘professionals – hygiëne en inspectie – publieksevenementen’.

  • 3.

    De organisator draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende toiletten met toiletpapier. Hierbij moet worden uitgegaan van één toiletvoorziening per 150 bezoekers, met een maximale loopafstand van 150 meter.

Artikel 12 Bereikbaarheid hulpdiensten

  • 1.

    Ten behoeve van de bereikbaarheid voor hulpdiensten moet een doorgaande route met een breedte van 4,50 meter en een hoogte van 4,20 meter worden vrijgehouden. Alle mogelijke objecten op het evenemententerrein die deze route blokkeren moeten binnen enkele seconden kunnen worden verwijderd door de organisatie.

  • 2.

    Bluswaterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden voor blusvoertuigen zodat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.

  • 3.

    Opgeroepen hulpdiensten dienen bij de ingang van het evenemententerrein, aan de openbare weg, te worden opgevangen en begeleid naar de plaats van het incident.

Artikel 13 Geluidvoorschriften

  • 1.

    In onderstaande tabel staan de geluidvoorschriften die gelden als versterkte muziek wordt gemaakt of afgespeeld:

     

    Dag

    09:00uur tot 19:00uur

    Avond

    19:00uur tot 24:00uur

    Nacht

    00:00uur tot 09:00uur

    Maximale gevelbelasting (dB(A)) evenement

    80 dB(A)

    75 dB(A)

    75 dB(A)

    Maximale gevelbelasting (dB(C)) evenement

    95 dB(C)

    90 dB(C)

    90 dB(C)

  • 2.

    Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 5.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is de in dit lid opgenomen tabel van toepassing, waarbij geldt dat:

    • a.

      de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn als de gebruiker van deze gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen;

    • b.

      de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    • c.

      de waarden binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, van toepassing zijn in geluidgevoelige ruimten en verblijfsruimten;

    • d.

      bij het bepalen van de geluidniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast;

       

      07:00 tot 19:00 uur

      19:00 tot 23:00 uur

      23:00 tot 07:00 uur

      LAr,LT op de gevelvan gevoelige gebouwen

      50 dB(A)

      45 dB(A)

      40 dB(A)

      LAr,LT binnenin- en aanpandige gevoelige gebouwen

      35 dB(A)

      30 dB(A)

      25 dB(A)

      LAmax op de gevelvan gevoelige gebouwen

      70 dB(A)

      65 dB(A)

      60 dB(A)

      LAmax binnenin- en aanpandige gevoelige gebouwen

      55 dB(A)

      50 dB(A)

      45 dB(A)

  • 3.

    Als versterkte muziek wordt gecombineerd met onversterkte muziek, wordt dit beschouwd als versterkte muziek en zijn de geluidnormen van het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing.

  • 4.

    Geluidsboxen moeten zodanig worden opgesteld dat deze niet direct op woningen of objecten met een gevoelige functie zijn gericht.

Artikel 14 Open vuur

  • 1.

    Als geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, dan is geoorloofd:

    • a.

      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    • b.

      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen worden verbrand, en

    • c.

      vuur voor koken, bakken en braden.

  • 2.

    Andere vormen van open vuur, zoals bijvoorbeeld kampvuren of vreugdevuren, zijn vergunningplichtig op basis van artikel 3.12.1, eerste lid Av.

Artikel 15 Evenementen met routes

  • 1.

    Als sprake is van een route die door deelnemers wordt gevolgd, moet de organisatie zich houden aan de bij de aanvraag of melding ingediende routebeschrijvingen.

  • 2.

    Als de deelnemers gezamenlijk een route afleggen waarbij wegen kortstondig worden afgesloten, bijvoorbeeld voor een optocht, dan wordt het verkeer direct lokaal omgeleid door aangestelde verkeersregelaars.

  • 3.

    Als de deelnemers zelfstandig een route afleggen, zoals bij een wielertoertocht, hardloopevenement, of wandeltocht, dan wijst de organisatie de deelnemers duidelijk op het recreatieve karakter van het evenement. Deelnemers moeten zich in deze situatie als normale weggebruikers gedragen en zich strikt houden aan de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en mogen geen verkeersgevaarlijke situaties veroorzaken.

  • 4.

    Voor een goed en veilig verloop van het evenement moet de organisatie voldoende aangestelde beroeps- of evenementenverkeersregelaars inzetten op kruispunten van wegen of plaatsen waar de verkeersveiligheid in gevaar kan worden gebracht.

  • 5.

    De organisator van het evenement is verplicht de inzet van evenementenverkeersregelaars tijdig, volledig en per evenement te melden via de daartoe door de overheid aangewezen digitale database, conform de ‘Regeling verkeersregelaars 2009’. De organisator dient daartoe het evenement in de digitale database aan te maken en de betrokken evenementenverkeersregelaars aan dit evenement toe te voegen dan wel uit te nodigen. Dit geschiedt via de daartoe bestemde website: www.verkeersregelaarsexamen.nl.

  • 6.

    Evenementenverkeersregelaars dienen voorafgaand aan hun werkzaamheden te zijn aangesteld. Hiertoe heeft men de wettelijk verplichte e-instructie van de politie gevolgd, zoals bedoeld in de ‘Regeling verkeersregelaars 2009’. Na het aan het evenement, kan een verkeersregelaar deze e-instructie via bovengenoemde website volgen en na het succesvol voltooien kan deze worden opgenomen in de database. De aanstellingsperiode bedraagt conform de ‘Regeling verkeersregelaars 2009’ maximaal twaalf maanden. Na afloop van deze periode moet de verkeersregelaar de digitale instructie opnieuw volgen om weer te kunnen worden aangesteld.

  • 7.

    Evenementenverkeersregelaars zijn tijdens de uitoefening van hun taak verplicht een geldig identiteitsbewijs bij zich te dragen en dit desgevraagd te tonen aan daartoe bevoegde ambtenaren. De gemeente kan aan de hand van de database verifiëren of de betreffende verkeersregelaars daadwerkelijk zijn aangesteld.

  • 3.

    Verkeersregelaars die in het kader van het beroep verkeersregelende werkzaamheden uitvoeren (beroepsverkeersregelaars), dragen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden een ‘aanstellingspas’ bij zich.

  • 8.

    Verkeersregelaars die worden ingezet moeten de juiste kleding dragen, conform artikel 14, eerste lid van de ‘Regeling verkeersregelaars 2009’.

  • 9.

    Elke verkeersregelaar beschikt tijdens zijn inzet ten minste over een inzetplan dat zijn taken beschrijft.

  • 10.

    Als bebording of pijlen worden aangebracht waarmee de route wordt aangegeven, mogen deze maximaal twee dagen rondom de begin- en eindtijden van het evenement worden opgehangen.

Artikel 16 Overige toestemmingen

Voor bepaalde activiteiten en voorzieningen tijdens het evenement zijn overige toestemmingen, zoals vergunningen vereist. De organisator is verantwoordelijkheid voor het tijdig en correct aanvragen van de vereiste toestemmingen. Zonder deze toestemmingen mogen de desbetreffende activiteiten niet plaatsvinden.

 

Voorbeelden van activiteiten waarvoor specifieke vergunningen of meldingen vereist zijn:

  • -

    verkeersmaatregelen, zoals afsluitingen van wegen of pleinen, waarvoor een verkeersbesluit dient te worden verleend. Als bij de aanvraag is aangegeven dat een verkeersmaatregel nodig is, hoeft deze niet separaat te worden aangevraagd;

  • -

    alcoholgebruik of verkoop, waarvoor een alcoholontheffing nodig is. Deze dient separaat te worden aangevraagd via het daarvoor bestemde formulier op onze website (‘Ontheffing artikel 35 Alcoholwet’);

  • -

    het opstellen van standplaatsen waarvoor een standplaatsvergunning vereist is, tenzij deze wordt verwerkt in de evenementenvergunning;

  • -

    kamerschieten, waarvoor een melding moet worden gedaan;

  • -

    het plaatsen van reclame of spandoeken op de openbare weg, waarvoor een melding moet worden gedaan;

  • -

    het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een niet afgesloten weg, zoals processiebogen, is soms melding- of vergunningplichtig, tenzij dit al in de evenementenvergunning is opgenomen. Of een object meld- of vergunningplichtig is, blijkt uit artikel 2.3.1 Av. De organisator kan daarnaast contact opnemen met de gemeente om te verifiëren of voor een object een aparte melding of aanvraag noodzakelijk is.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze algemene regels treden in werking op 5 januari 2026.

Artikel 18 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Algemene regels evenementen’.

Artikel 19 Intrekking

De Algemene regels evenementen, vastgesteld door de burgemeester van Eijsden-Margraten op 4 november 2025, worden ingetrokken en vervangen door deze Algemene regels evenementen.

Aldus besloten op 5 januari 2026 door de burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten,

Mr. A.P. Krijnen Burgemeester

Naar boven