Wijzigingsbesluit 2026 van de Beleidsregels aanpak hondenbijtincidenten gemeente Zaanstad 2024

 

De burgemeester van de gemeente Zaanstad;

 

Overwegende:

  • -

    Dat er in de gemeente meermaals bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;

  • -

    Dat het gewenst is om beleid vast te stellen over de uitleg van artikel 2:59 van de Algemene plaatselijke verordening;

  • -

    Dat de gemeente bij dit beleid waar mogelijk rekening houdt met het welzijn van de hond;

 

Gelet op:

  • -

    De Algemene wet bestuursrecht, artikelen 1:3 vierde lid, 4:81 eerste lid, 4:83 en titel 5:3 (herstelsancties);

  • -

    De Gemeentewet, artikelen 125 derde lid, en 172 derde lid;

  • -

    De Algemene plaatselijke verordening, artikelen 2:59 en 2:59a;

 

Besluit:

De beleidsregels hondenbijtincidenten Zaanstad 2024 vast te stellen.

 

 

 

 

De Beleidsregels aanpak hondenbijtincidenten gemeente Zaanstad 2024 worden als volgt gewijzigd:

A.

De tweede alinea van het voorwoord komt als volgt te luiden:

Vastgesteld beleid en een gestructureerde aanpak voor het omgaan met bijtincidenten in de gemeente en een preventieve aanpak zijn daarom van belang. Deze beleidsregels geven inzicht hoe de gemeente Zaanstad optreedt tegen de verschillende soorten bijtincidenten.

 

B.

Artikel 1 – ‘Definitie ernstig letsel’, komt als volgt te luiden:

Wanneer er bij een persoon of dier een medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Hierbij kan worden gedacht aan een diepe verwonding met spierschade, weefselverlies, schade aan bloedvaten, zenuwen en/of botten.

 

C.

Artikel 5, eerste lid, ‘In bewaringneming van de hond’ komt als volgt te luiden:

De burgemeester kan besluiten tot in bewaringneming van de hond op grond van artikel 5:21 Awb:

  • 1.

    In gevallen waarin (herhaaldelijk) een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, of

  • 2.

    bij ernstige vrees voor het ontstaan van een bijtincident.

 

D.

Artikel 5, derde lid, ‘In bewaringneming van de hond’ komt als volgt te luiden:

Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de hond niet kan worden teruggeplaatst, wordt beoordeeld of de hond elders kan worden herplaatst of dat – mede in het belang van de hond – euthanasie de meest geschikte oplossing is.

 

E.

Artikel 5, vierde lid, ‘In bewaringneming van de hond’ komt als volgt te luiden:

Alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, asiel, (medische) verzorging, risico-assessment, etc.) komen volledig voor rekening van de eigenaar van de hond en worden op hem of haar verhaald.

 

F.

Artikel 6, tweede lid, ‘Opheffen aanlijngebod en/of een aanlijn- en muilkorfgebod’ komt als volgt te luiden:

Als de burgemeester van oordeel is dat de hond niet langer als hinderlijk of gevaarlijk kan worden aangemerkt, kan hij het verzoek als bedoeld in het eerste lid inwilligen.

 

G.

Artikel 8, tweede lid, ‘Overname van gebod bij verhuizing’ komt als volgt te luiden:

De houder of eigenaar van de hond is verplicht het bestaande gebod bij verhuizing te melden bij de gemeente Zaanstad, binnen vier weken na inschrijving in de Basisregistratie personen.

 

H.

Artikel 8, derde lid, ‘Overname van gebod bij verhuizing’ komt als volgt te luiden:

De burgemeester van Zaanstad neemt de door andere gemeenten opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgeboden eveneens over, wanneer eigenaren hun honden in de gemeente Zaanstad uitlaten.

 

I.

Artikel 10, eerste lid, ‘Uitzonderingen op toepassing van deze beleidsregels’ komt als volgt te luiden:

In uitzonderlijke gevallen of bij zeer ernstige situaties kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregels. Dit wordt gedaan indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester kan dan overgaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht of op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, en het bevel geven om direct over te gaan tot in bewaringneming van de hond.

 

J.

Artikel 11 ‘Slotbepalingen’ komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Deze beleidsregels worden als volgt geciteerd: Beleidsregels aanpak hondenbijtincidenten gemeente Zaanstad 2024.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag volgend op die van de openbare bekendmaking.

 

K.

Stap 4. Handhaving. 4.1 Sancties ‘Last onder bestuursdwang’ komt als volgt te luiden:

Indien een last onder dwangsom niet leidt tot het naleven van artikel 2:59 van de APV, kan de burgemeester overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Bij het toepassen van bestuursdwang zal de hond in bewaring worden genomen, daarmee wordt de overtreding beëindigd en wordt herhaling voorkomen. In de volgende situaties kan de burgemeester overgaan tot het in bewaring nemen van hond:

  • een hond die in het verleden betrokken is geweest bij meerdere bijtincidenten, wat kan wijzen op een escalerend patroon van agressie;

  • situaties waarin de eigenaar de hond niet onder controle heeft, bijvoorbeeld door de hond zonder toezicht te laten loslopen in openbare ruimtes of door de hond aan te zetten tot agressief gedrag, door ontsnappingsgevaar of doordat de eigenaar niet bereid is maatregelen te treffen om herhaling van een bijtincident te voorkomen; en

  • een hond die duidelijke tekenen vertoont van gebrekkige training of socialisatie, waardoor het risico op onvoorspelbaar of agressief gedrag toeneemt.

De inbewaringneming mag maximaal vier weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment, waarbij ook het welzijn van de hond wordt meegewogen. Afhankelijk van de uitslag wordt de hond onder voorwaarden teruggeplaatst bij de eigenaar, herplaatst bij een andere eigenaar of wordt de hond geëuthanaseerd.

De kosten die gepaard gaan met het toepassen van bestuursdwang zijn voor rekening van de eigenaar. Hierbij kan gedacht worden aan de kosten van transport, opslag, verzorging en het uitvoeren van een risico-assessment.

 

L.

Stap 4. Handhaving. 4.1 Sancties ‘Spoedeisende bestuursdwang’ komt als volgt te luiden:

De burgemeester is op grond van artikel 5:31, tweede lid van de Awb, bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen. De burgemeester besluit tot in bewaringneming van de hond als:

  • de eigenaar/houder van een hond, die door de burgemeester als gevaarlijke hond is aangewezen, de hond in strijd met artikel 2:59 APV houdt en vervolgens;

  • de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, waarbij sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen voor mens en dier en direct optreden wordt verwacht.

 

M.

Stap 4. Handhaving. 4.2 Kostenverhaal artikel 5:25 Awb komt als volgt te luiden:

In de situatie dat de burgemeester bestuursdwang toepast, komen alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, risico-assessment, etc.) volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem of haar verhaald.

 

N.

Stap 5. Heroverweging van het gebod ‘evaluaties en besluitvorming’ komt als volgt te luiden:

Indien de burgemeester van oordeel is dat de hond niet langer als hinderlijk of gevaarlijk kan worden aangemerkt, kan hij het verzoek van de eigenaar of houder van de hond inwilligen. De eigenaar of houder ontvangt dan een schriftelijke bevestiging van het besluit van de burgemeester.

 

Aldus vastgesteld door de burgemeester van Zaanstad op 10-03-2026.

De burgemeester,

Jan Hamming

Naar boven