Gemeenteblad van Wormerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wormerland | Gemeenteblad 2026, 127691 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wormerland | Gemeenteblad 2026, 127691 | gemeenschappelijke regeling |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oostzaan en Wormerland houdende regels omtrent vorming van een openbaar lichaam genaamd OVER-gemeenten (Gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten)
De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Oostzaan en Wormerland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Gelet op de toestemming van de gemeenteraden van Wormerland en Oostzaan;
Overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken is aangepast (Stb. 2022, nr. 18) en dat deze gemeenschappelijke regeling daarmee in overeenstemming moet worden gebracht;
Vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling OVER-gemeenten.
Hoofdstuk 2: Belang, taken en bevoegdheden
Artikel 4: Taken werkorganisatie
OVER-gemeenten voert uitsluitend taken uit voor de gemeenten. Uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een besluit van het Algemeen Bestuur na voorafgaand verkregen toestemming van de raden. Deze uitvoering mag slechts incidenteel plaatsvinden en mag in ieder geval niet meer bedragen dan 20% van de totale begroting van OVER-gemeenten.
Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling
De daartoe bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten zullen in afzonderlijke delegatie- of mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden, die samenhangen met de taken bedoeld in artikel 4, overdragen of opdragen dienen te worden aan de bestuursorganen van OVER-gemeenten.
Indien desondanks sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig handelen van OVER-gemeenten ten aanzien van de Gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, melden de betreffende colleges dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade.
Hoofdstuk 3: Het Algemeen Bestuur
Artikel 9: Werkwijze Algemeen Bestuur
In afwijking van het tweede lid, is een tweederde meerderheid van de stemmen benodigd wanneer het AB een besluit neemt met een positief dan wel negatief gevolg voor de geldende begroting van OVER-gemeenten van minimaal € 800.000 structureel en/of incidenteel. Een tweederde meerderheid is ook benodigd voor financiële besluiten die op zichzelf niet € 800.000 overschrijden, maar wanneer voor hetzelfde begrotingsjaar waarop het voorliggende besluit van toepassing is al eerder financiële bijstellingen zijn vastgesteld die opgeteld met het besluit dat voorligt een bijstelling van meer dan € 800.000 euro bedragen. In alle andere gevallen geldt de verhouding als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 10: Bevoegdheden Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur besluit slechts tot oprichting van, en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Artikel 11: Informatie- en verantwoordingsplicht
Het Algemeen Bestuur geeft de raden via de reguliere planning en controle documenten en vanuit haar actieve informatieplicht alle inlichtingen, die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Daarnaast wordt geregeld een bedrijfsvoering avond georganiseerd, waar actuele ontwikkelingen worden toegelicht.
Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het College dat dit lid heeft aangewezen, alsmede aan de betreffende Raad de door een of meer leden van dat College onderscheidenlijk de Raad gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang. De verstrekking geschiedt mondeling of schriftelijk.
Hoofdstuk 4: Het Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de Voorzitter en drie door het Algemeen Bestuur uit haar midden gekozen andere leden, van iedere Deelnemer zijn er twee leden. De Voorzitter en de waarnemend Voorzitter vervullen om het kalenderjaar het voorzitterschap en wisselen dan van positie, op besluit van het AB.
De zittingstermijn van de leden van het Dagelijks Bestuur is gelijk aan die van het Algemeen Bestuur. Indien de zittingsperiode is afgelopen en er is nog niet in opvolging voorzien, blijft het Dagelijks Bestuur de functie waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen.
Artikel 13: Werkwijze Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur beslist alleen over werving, benoeming en ontslag van de Directeur als daarvoor draagvlak is in het Algemeen Bestuur. Dit draagvlak wordt getoetst door, alvorens te beslissen over werving, benoeming en ontslag van een directeur, het voorgenomen besluit aan het Algemeen Bestuur mede te delen. Nadat het Algemeen Bestuur unaniem heeft verklaard geen gegronde bezwaren te hebben tegen de werving, benoeming of ontslag neemt het Dagelijks Bestuur haar definitieve besluit. Aan het Algemeen Bestuur wordt het recht van zienswijze toegekend op de profielschets.
Hoofdstuk 7: Financiële bepalingen
Artikel 23: Financiële producten
De raden kunnen bij het Dagelijks Bestuur binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting van OVER-gemeenten naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren op de zienswijzen bij deze ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Vervolgens maken de colleges een voorstel aan hun raad om te beslissen over de zienswijzemogelijkheid.
Een voorjaarsbericht of najaarsbericht wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten om zienswijze voorgelegd indien daarin wordt beslist over beleid of budget waar de raad het primaat over heeft. Voor zover beleid of budget bij wet, bij delegatie, of bij mandaat bij het college c.q. de colleges belegd, wordt er geen zienswijzeprocedure gevoerd.
Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast, met daarbij een reactie op eventueel ingekomen zienswijzen, met inachtneming van artikel 34, derde lid van de Wet. De vaststelling van de jaarrekening strekt tot décharge van het Dagelijks Bestuur, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
Artikel 25: Reserves en voorzieningen
Het Algemeen Bestuur is gemachtigd om een weerstandsvermogen aan te houden tot maximaal 2,5% van de lasten van OVER-gemeenten en een bestemmingsreserve.
Hoofdstuk 8: Zienswijzen, participatie en evaluatie
Artikel 27: Zienswijzen op aangewezen besluiten
Over de in artikel 23 van de regeling genoemde producten, vraagt het Dagelijks bestuur om zienswijze aan de Raden voordat het Algemeen Bestuur overgaat tot het nemen van een besluit.
Daarvan zijn het voorjaarsbericht en het najaarsbericht uitgezonderd, tenzij de situatie uit artikel 23, zesde lid, van de Regeling zich voordoet.
Raad is bevoegd een zienswijze in te dienen over de reserve jaarrekening en kadernota OVER-gemeenten en belangrijke politieke gevoelige besluiten en/of meerjarige beleidsmatige keuzen, zoals de visie op OVER-gemeenten. Welke besluiten belangrijk en/ of politiek gevoelig zijn is ter beoordeling aan het AB.
Over alle andere voorgenomen besluiten vraagt het Algemeen Bestuur slechts om een zienswijze als het daartoe aanleiding ziet.
De Regeling wordt 1 maal per 4 jaar geëvalueerd en bij voorkeur voorafgaande aan de gemeentelijkeraadsverkiezingen. In deze evaluatie dient de frequentie actieve informatieplicht en zienswijze aangewezen besluiten te worden meegenomen.
Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt in beginsel geen toepassing gegeven gelet op het bedrijfsvoering karakter van de generieke producties van OVER-gemeenten. Het Algemeen Bestuur kan echter in voorkomende gevallen alsnog beslissen om een participatietraject te starten.
Artikel 30: Archief OVER-gemeenten
Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg en beheer op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van OVER-gemeenten en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling. Deze zorg- en bewaarplicht van het Dagelijks Bestuur strekt zich ook uit tot de archiefbescheiden van de Gemeenten.
Archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar worden door het Dagelijks Bestuur overgebracht naar een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats. Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats.
De geschillencommissie, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit drie leden. Elke partij, betrokken bij het geschil, wijst een onafhankelijke deskundige aan als lid van de geschillencommissie. Het derde lid wordt door beide aangewezen leden aangewezen. Het derde lid is ook Voorzitter van de geschillencommissie.
Hoofdstuk 11: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Uittreding uit de Regeling is gebaseerd op een besluit van een deelnemend bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de andere Deelnemer. Omdat dan slechts een Deelnemer overblijft, is een verzoek tot uittreding een verzoek tot opheffing als bedoeld in het zesde lid van dit artikel.
De Deelnemer die voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee volle kalenderjaren. Artikel 26 van de Wet wordt in acht genomen.
Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, met in achtneming van de uittredingsregeling, een uittredingsplan vast. In het uittredingsplan worden de specifieke condities, waaronder de financiële gevolgen van uittreding geregeld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op evenwichtige wijze worden afgewogen en waarbij de uittredingsom zo laag als redelijkerwijs mogelijk wordt gehouden.
Als de regeling uit twee Gemeenten bestaat, leidt een besluit tot uittreding van een van de Gemeenten automatisch tot opheffing van de regeling. Het Algemeen Bestuur stelt zowel een uittredingsbesluit als een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de Gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de Gemeenten te verdelen op een in dit plan te bepalen wijze. Bij het opstellen van het liquidatieplan wordt gerekend met de op dat moment geldende financiële inbrengverhouding van de Deelnemers tenzij er al dan niet eerder afgesproken bijzondere motieven zijn om daarvan af te wijken. Het plan wordt tegelijk en in samenhang met het uittredingsbesluit opgesteld en bestuurlijk behandeld.
Het Algemeen Bestuur kan een voorstel tot wijziging van de Regeling sturen naar de Gemeenten. Een voorstel tot wijziging kan ook worden ingediend bij het Algemeen Bestuur door een Gemeente. Het Algemeen Bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de overige Gemeenten.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan op 12 maart 2026,
de secretaris,
D. van Huizen
de burgemeester,
M.D. Polak
De burgemeester,
M.D. Polak
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland op 12 maart 2026,
De secretaris,
E. van der Linden
de burgemeester,
A.J. Michel-de Jong
De burgemeester,
A.J. Michel-de Jong
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-127691.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.