Verordening Auditcommissie gemeente Asten 2026

De raad van de gemeente Asten;

 

gelezen het initiatiefvoorstel van 26 januari 2026;

 

gelezen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 3 februari 2026 om geen wensen en bedenkingen in te brengen en het voorstel voor kennisgeving aan te nemen;

 

gehoord het advies van de commissie Samenleving & Bestuur van 12 februari 2026;

 

gelet op artikelen 84 en 147 van de Gemeentewet;

 

overwegende dat het wenselijk is om een auditcommissie in te stellen om de kaderstellende en controlerende functie van de gemeenteraad te versterken.

 

besluit:

 

vast te stellen de Verordening Auditcommissie gemeente Asten 2026.

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    commissie: de auditcommissie;

  • b.

    raad: de gemeenteraad;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • d.

    accountant: de accountant die door de raad op grond van de verordening bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet is aangewezen.

  • e.

    voorzitter: de voorzitter van de auditcommissie;

  • f.

    concerncontroller: de door het college aangewezen persoon / personen die is / zijn belast met de taken van concerncontroller

  • g.

    controleprotocol: het controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening.

Artikel 2 Instelling en doel

  • 1.

    De raad stelt een technische adviescommissie in op het gebied van financieel beleid en beheer, als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. De commissie draagt de naam ‘auditcommissie’.

  • 2.

    De auditcommissie wordt ingesteld met als doel de raad te assisteren in zijn kaderstellende en controlerende functie door te adviseren aan en overleg te voeren namens de gemeenteraad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid, en het kunnen vervullen van zijn toezichthoudende en controlerende bevoegdheid. De auditcommissie adviseert over:

    • a.

      De betrouwbaarheid en relevantie van de (tussentijdse) verslaggeving ten behoeve van de raad.

    • b.

      Effectiviteit van beheersing van risico’s binnen de gemeente.

    • c.

      Opdracht aan en functioneren van externe accountant.

    • d.

      Opzet, bestaan en werking ‘interne’ audit instrumentarium.

    • e.

      Controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de gemeentelijke uitgaven op basis van bevindingen vanuit:

      • 1.

        de accountantscontrole;

      • 2.

        de concerncontroller.

    • f.

      Opvolging van aanbevelingen die komen vanuit:

      • 1.

        de accountantscontrole;

      • 2.

        de concerncontroller.

    • g.

      Naleving van wet- en regelgeving en andere relevante voorschriften door de gemeente.

    • h.

      Al datgene dat de auditcommissie in de uitoefening van haar taak van belang acht.

Artikel 3 Taken van de auditcommissie

De auditcommissie heeft de volgende taken:

  • 1.

    adviseren van de raad over de eventuele aanpassing van de verordeningen bedoeld in de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet.

  • 2.

    Het voeren van overleg met het college op het gebied van planning en control en rechtmatigheids- en horizontale verantwoording.

  • 3.

    Adviseren bij de aanbesteding, verlenging, evaluatie en eventuele beëindiging van de samenwerking met de accountant.

  • 4.

    Adviseren bij de inhoud van de controle door de externe accountant (opdrachtbrief en eventueel aanvullend onderzoek).

  • 5.

    Adviseren en beoordelen van het controleprotocol en normenkader alsmede het adviseren aan de raad over onderwerpen, die naast de reguliere controle zullen worden getoetst in het kader van de accountantscontrole.

  • 6.

    Het periodiek voeren van overleg met de accountant over de uitvoering van de opdracht in algemene zin en de uitgebrachte controlerapporten (controleverklaring, management letter en het verslag van bevindingen) specifiek.

  • 7.

    Het voorbereiden van de behandeling van de jaarrekening en jaarverslag in en door de raad. De auditcommissie beoordeelt deze documenten op kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid. De auditcommissie neemt kennis van de controleverklaring en het verslag van bevindingen en betrekt de inhoud daarvan bij haar oordeel.

  • 8.

    Adviseren over alle overige financieel gerelateerde onderwerpen waarvan de auditcommissie oordeelt dat behandeling in, en indien gewenst advisering door, de auditcommissie van meerwaarde is ter versterking van de kaderstellende en controlerende taak van de raad.

Artikel 4 Samenstelling en benoeming

  • 1.

    De raad wijst de leden van de auditcommissie uit zijn midden aan. Ook kan de raad burgercommissieleden als bedoeld in het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de commissies 2023 aanwijzen tot lid van de auditcommissie. De auditcommissie bestaat evenwel minimaal voor de helft uit raadsleden.

  • 2.

    De auditcommissie bestaat uit maximaal één lid per fractie.

  • 3.

    De auditcommissie wijst uit haar midden een raadslid als voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 4.

    De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de auditcommissie, het leiden van de vergaderingen en het bewaken van het doel en de taken van de auditcommissie. De voorzitter wordt daarbij ondersteund door de griffier of zijn plaatsvervanger.

  • 5.

    De auditcommissie kan interne en externe adviseurs verzoeken de vergadering bij te wonen en advies uit te brengen aan de auditcommissie.

  • 6.

    Bij verhindering kan een lid zich door een ander lid uit zijn fractie laten vervangen, met inachtneming van lid 1.

  • 7.

    De griffier (of diens plaatsvervanger) is secretaris van de auditcommissie en coördineert haar ondersteuning.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1.

    De zittingsperiode van de leden van de auditcommissie eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Tussentijds kan het lidmaatschap van een lid van de auditcommissie eindigen door het verlies van de hoedanigheid van raadslid of burgercommissielid, door ontslagname van het lid, of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

  • 3.

    De leden van de auditcommissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in een maand na de schriftelijke mededeling of zoveel eerder als in de opvolging is voorzien.

  • 4.

    Het lidmaatschap van een burgercommissielid vervalt van rechtswege op het moment dat de fractie die hem heeft voorgedragen niet langer in de raad vertegenwoordigd is.

Artikel 6 Vergaderingen, quorum, besluitvorming

  • 1.

    De auditcommissie vergadert minimaal twee keer per jaar of zo vaak als zij nodig acht, ter uitvoering van de taken, genoemd in artikel 3.

  • 2.

    De vergaderstukken worden tijdig voor de vergadering waarop zij betrekking hebben gepubliceerd in het vergadersysteem van de raad. Indien de vergaderstukken door onvoorziene omstandigheden niet tijdig kunnen worden verstrekt wordt dit kenbaar gemaakt aan de auditcommissie en worden hierover afspraken gemaakt.

  • 3.

    De vergaderingen van de auditcommissie zijn besloten, tenzij de auditcommissie in meerderheid anders bepaalt.

  • 4.

    De auditcommissie kan slechts advies uitbrengen wanneer meer dan de helft van haar leden aanwezig is.

  • 5.

    In haar adviezen aan de raad streeft de auditcommissie naar consensus. Indien er een minderheidsstandpunt is wordt dit standpunt ook vermeld.

  • 6.

    Adviezen van de auditcommissie worden vastgesteld bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 7 Verslaglegging

  • 1.

    Van iedere vergadering wordt een conceptverslag op hoofdlijnen gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 2.

    Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld door de auditcommissie.

  • 3.

    De verslagen worden ter kennis gebracht aan de raad en adviseurs van de auditcommissie.

  • 4.

    De verslagen van de auditcommissie worden openbaar gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem, tenzij de auditcommissie anders besluit.

  • 5.

    In de laatste vergadering van de zittingsperiode wordt een overdrachtsdocument opgesteld ten behoeve van de nieuwe raad en leden van de auditcommissie. Een (zelf) evaluatie maakt onderdeel uit van het overdrachtsdocument. Hierin wordt tenminste aandacht besteed aan het niet-politieke karakter van de auditcommissie, de inhoudelijke kwaliteit van de adviezen en de kwaliteit van de samenwerking onderling én met alle samenwerkingspartners. Waar nodig worden aanbevelingen gedaan om het functioneren van de auditcommissie naar de toekomst toe te verbeteren.

Artikel 8 Informeren raad

  • 1.

    De auditcommissie informeert de raad over gemaakte afspraken met de accountant en/of andere adviseurs en beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren over bevindingen aangaande haar werkzaamheden.

  • 2.

    Op verzoek van de raad geeft de voorzitter van de auditcommissie een toelichting in een vergadering van de raad.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening auditcommissie gemeente Asten 2026”

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 3 maart 2026.

De raad voornoemd,

griffier,

mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans

voorzitter,

A.A.H.C.M van Extel-van Katwijk

Naar boven