Gemeenteblad van Bodegraven-Reeuwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2026, 126799 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2026, 126799 | beleidsregel |
Besluit van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk tot vaststelling beleidsregels voor de uitvoering van de beleidsnotitie ‘Wonen in het buitengebied (erfdelen)’
Bouwen van nieuwe woningen staan wij in het buitengebied in de meeste gevallen niet toe. De provincie Zuid -Holland hanteert al jarenlang een terughoudend beleid ten aanzien van het toevoegen van woningen in het buitengebied en ook in de ontwerpherziening van het Omgevingsbeleid van de provincie valt het buitengebied onder het beschermingscategorie 3 ‘buitengebied’. Zodoende voorkomt ook het omgevingsplan van onze gemeente dat wij het buitengebied zo volbouwen.
Dit wil echter niet zeggen dat er op de voormalige agrarische erven geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Zowel het provinciaal beleid als het gemeentelijk beleid bieden diverse mogelijkheden voor het buitengebied. In het omgevingsplan voor het buitengebied is al een regeling opgenomen voor vrijkomende agrarische bedrijven (VAB),
De mogelijkheid om de boerderij om te zetten in een woonbestemming of zorgfunctie is op grond van deze regeling al mogelijk.
In ruil voor de sloop van 1000 m² aan voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing, mag 1 woning worden teruggebouwd.
Het is mogelijk om de (boerderij)woning te splitsen in maximaal 3 wooneenheden overeenkomstig het onlangs vastgestelde splitsingsbeleid dat ook geldt voor het buitengebied en mogen zomerwoningen (naast boerderij met ensemblewaarde) worden bewoond.
Er is steeds meer behoefte aan andere woonvormen, zoals erfdelen en (tijdelijke) generatiewoningen, zoals (pré)mantelzorg en een woning voor jongeren tot 35 jaar voor generaties in de 1e of 2e graad. In deze nieuwe regeling ‘woningen in het buitengebied’ wordt meer ruimte gecreëerd voor woningen op voormalige agrarische erven. De regeling is bedoeld voor woonpercelen in het buitengebied en het sierteeltgebied, niet zijnde het sierteeltconcentratiegebied. Ook het plassengebied hoort hier expliciet niet bij. De toename van verkeer op de smalle wegen in het plassengebied en de druk op de natuur door extra woningen is ongewenst. Onder de gebruikelijke voorwaarden zijn vergunningvrije mantelzorgwoningen wel gewoon mogelijk in het plassengebied.
In deze notitie wordt onderscheid gemaakt in permanente woningen en tijdelijke woningen.
Permanente woningen op voormalig agrarische erven
Er komt steeds meer agrarische bebouwing leeg te staan en de ruimte is te groot en te kostbaar om door één huishouden te betrekken. Daarnaast heeft de monumentenvereniging Bodegraven-Reeuwijk verzocht om een regeling die lokaal erfgoed beter kan beschermen en tegelijk het woningaanbod kan vergroten. In tegenstelling tot de Ruimte voor ruimte regeling waar je bebouwing sloopt, gaat het erfdelen juist uit van behoud van karakteristieke bestaande bebouwing en in ieder geval van behoud van de karakteristiek van het agrarische erf.
Cultuurhistorisch waardevolle panden en monumenten
Voor cultuurhistorische waardevolle panden en (rijks)monumenten bestond de splitsingsmogelijkheid van de hoofdwoning al langer, naast de mogelijkheid om een ander cultuurhistorisch waardevol pand te mogen bewonen. Het pand dat extra bewoond mag worden is vaak de zomerwoning, die naast de boerderij staat, maar dit kan ook een ander gebouw zijn.
Nu willen we ook bewoning van een ander gebouw dan de hoofdwoning (boerderij) of zomerwoning toestaan. Bewoning van een ander gebouw dan de zomerwoning of boerderij staan wij uitsluitend toe als:
het gebouw is benoemd in de ‘Inventarisatie, beschrijving en waardering bouwkundige objecten en landschappelijke elementen en structuren 2016-2017’. De inventarisatie vormt de basis van het vastgestelde paraplu bestemmingsplan cultuurhistorie. De inventarisatie geeft aan of er op een perceel sprake is van ensemblewaarde als karakteristiek en onlosmakelijk onderdeel van de voormalige agrarische bebouwing van het desbetreffende perceel;
door een deskundige kan worden bestempeld dat een gebouw tot het ensemble van het voormalige boerenerf behoort. Een gebouw dat niet is benoemd maar mogelijk wel behoudenswaardig is (bijvoorbeeld een hooiberg), kan dan alsnog worden verbouwd naar woning. Hiervoor is advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vereist. Na beoordeling van een ingediend bouwhistorisch onderzoek adviseert de Commissie het college van Burgemeester en Wethouders of het desbetreffende gebouw behoudenswaardig is. Een onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek van de panden en het perceel moet door de aanvrager worden overlegd.
In deze notitie wordt formeel ingestemd met de mogelijkheid om – onder voorwaarden – karakteristieke schuren en/of hooiberg te verbouwen tot één tot vier woningen.
Vanuit behoud van ruimtelijke kwaliteit is de wens om het aantal woningen per erf beperkt te houden. Vanuit volkshuisvesting is de wens om betaalbare woning te realiseren. Dit resulteert in maximaal 4 toe te voegen kleine woningen van ieder max. 45-80m² gebruiksoppervlakte in bestaande bebouwing, en maximaal één tot drie wooneenheden in de bestaande woning. Bij erven met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is de grootte van de woning afhankelijk van de grootte van de te verbouwen schuur. Het uitgangspunt is dat de nieuwe woningen qua grootte ondergeschikt zijn aan de al bestaande woning. Woningen mogen al op grond van het splitsingsbeleid in maximaal 3 wooneenheden worden gesplitst. Dit zijn vaak dure woningen. De andere 4 woningen kunnen in een bestaand voormalig agrarisch bedrijfsgebouw worden gerealiseerd. Daarnaast wordt de mogelijkheid gecreëerd om een zomerhuis naast de boerderij te splitsen in maximaal 2 woningen.
Bij een uitzonderlijk groot voormalig agrarisch bedrijf is maatwerk mogelijk waarbij soms meer dan 9 woningen toe te staan zijn. Dit zou bijvoorbeeld kunnen bij de realisatie van bijzondere woonvormen die een maatschappelijke meerwaarde hebben, maar een kleine ontwikkeling aan de rand van de kernen van maximaal 10 woningen is ook niet uitgesloten. Deze plannen zullen afzonderlijk aan de gemeenteraad voorgelegd worden en maken geen deel uit van deze notitie.
Erfdelen is een kleinschalige, duurzame en vooral sociale woonvorm. Op een (voormalig agrarisch) erf vormen verschillende huishoudens een kleine woongemeenschap. Elk huishouden heeft een eigen kleine woning van 45-80m², in een gesplitste boerderij of in een stal of ander gebouw of - in uitzonderingsgevallen - nieuw gebouwd met in achtneming van de karakteristiek. Dankzij de huidige woningmarkt, de toenemende vergrijzing, vereenzaming en het tekort aan seniorenwoningen en woningen voor jongeren wordt er gezocht naar dergelijke alternatieve woonvormen specifiek voor die doelgroep.
We maken onderscheid in twee typen (voormalige agrarische) woonerven en panden:
Voorwaarden erfdelen (permanent) in Cultuurhistorisch waardevol pand of gemeentelijk monument
Bij verzoeken binnen het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed (De Meije, Noordzijde, Zuidzijde, Weijland, De Bree, Weijpoort, De Bree, Weiweg, Laageind, Hoogeind, Hogebrug (westzijde), Negen Viertel en de Hazekade) is vooraf toestemming van de provincie noodzakelijk. Dit wordt door de gemeente aangevraagd;
Er mogen naast de gesplitste woning/voormalige boerderij en het eventueel gesplitste zomerhuis maximaal 4 woningen worden toegevoegd. (totaal 9 per erf). Het realiseren van een woning in een bijbehorend bouwwerk is alleen mogelijk binnen de functies Wonen, Voormalige Agrarische Bedrijven (VAB) en na het beëindigen van de agrarische functie;
Zomerhuizen (kleinere woning naast de boerderij) mogen daarnaast worden gesplitst in 2 wooneenheden van minimaal 45m² aan gebruiksoppervlak uitsluitend nadat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een positief advies heeft uitgebracht over de verbouwing. In dit geval zijn er maximaal 9 woningen per erf toegestaan (3 in boerderij, 2 in zomerhuis en 4 in andere bijbehorende bouwwerken).
Overige bebouwing moet worden gesloopt, net als bij de Ruimte voor Ruimteregeling, tenzij de bebouwing cultuurhistorisch waardevol is. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zijn gebouwen die de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van het gebied reflecteren en mede de identiteit of het aanzicht bepalen. Dit zijn sowieso de gebouwen benoemd in de Inventarisatie, beschrijving en waardering bouwkundige objecten en landschappelijke elementen en structuren 2016-2017 of de redengevende omschrijving van een monument of die door een deskundige kan worden bestempeld als een gebouw dat tot het ensemble van het boerenerf behoort. Ook niet benoemde gebouwen kunnen van waarde zijn voor de karakteristiek van het erf! Dit is ter beoordeling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op basis van een onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek van de panden en het perceel. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert het college van Burgemeester en wethouders hierover. De eventuele aanwezige monumentale bomen blijven uiteraard gehandhaafd.
Het realiseren van één of twee woningen in een bijbehorend bouwwerk is alleen mogelijk als er minimaal 200 m² aan bijbehorende bouwwerken of voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op het erf aanwezig is bij 1 bestaande woning binnen 1 bouwvlak. Bij de realisatie van 4 woningen is minimaal 500m² aan legale bijbehorende bouwwerken of voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig.
Bij cultuurhistorisch waardevolle panden/gemeentelijke monumenten is de inhoud van het pand bepalend voor de inhoud van de nieuwe woning. De nieuwe woningen mogen qua grootte/inhoud niet groter worden dan de al bestaande hoofdwoning. Als het te verbouwen pand groter is, kan ook een deel van het pand als berging worden gebruikt. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan extra eisen stellen in verband met de cultuurhistorische waarden.
Bij ieder plan wordt een erf- en landschapsinrichtingsplan voorgelegd en moet goedgekeurd door de gemeente. Het erf- en landschapsinrichtingsplan wordt binnen 2 jaar na oplevering van de nieuwe woning(en) gerealiseerd en moet in stand worden gehouden. Dit leggen wij vast in de anterieure overeenkomst en te zijner tijd in het Omgevingsplan. In het erfinrichtingsplan wordt in ieder geval weergegeven waar de auto’s parkeren. Dit gebeurt bij voorkeur gezamenlijk in plaats van individueel bij elke woning. De eenheid van het totale erf moet hierbij in gedachten worden gehouden. De erven worden afgezoomd door landschappelijke inrichtingselementen als geriefbosjes, houtwallen en of sloten. Bij elk erf moet gekeken worden wat op die plek de beste passende afbakening is.
In het Omgevingsplan krijgt het perceel een aanduiding (bijvoorbeeld erfdelen). De nieuwe woningen krijgen geen extra uitbreidingsmogelijkheden. De huidige bouwmogelijkheden worden bevroren. Vergunningsvrije uitbouwen en gebouwen (bijbehorende bouwwerken) sluiten wij bij de aanduiding ‘Erfdelen’ uit. Op grond van de Omgevingswet is het mogelijk om de vergunningvrije mogelijkheden die nu in de bruidsschat zijn opgenomen niet of anders op te nemen in het Omgevingsplan.
Voorwaarden erfdelen (permanent) in niet cultuurhistorisch waardevolle aangemerkte erven of panden (inclusief gemeentelijke monumenten) maar wel karakteristiek voor het agrarische buitengebied
Bij verzoeken voor de verbouwing van schuren naar woningen binnen het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed (De Meije, Noordzijde, Zuidzijde, Weijland, De Bree, Weijpoort, De Bree, Weiweg, Laageind, Hoogeind, Hogebrug (westzijde), Negen Viertel en de Hazekade) is vooraf toestemming van de provincie noodzakelijk;
Er mogen naast de gesplitste woning/voormalige boerderij maximaal 4 woningen worden toegevoegd. (totaal 7 per erf), waarvan er maximaal 4 nieuwgebouwd mogen worden. Het realiseren van een woning in een bijbehorend bouwwerk is alleen mogelijk binnen de functies Wonen, Voormalige Agrarische Bedrijven (VAB) en na het beëindigen van de agrarische functie;
Bij nieuwbouw geldt naast het maximale gebruiksoppervlak van 45-65m² voor starters en maximaal 80m² voor senioren een maximale goothoogte van maximaal 3,50 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter of de bestaande goot- en bouwhoogte van het bestaande (te slopen) bijgebouw/voormalig bedrijfsgebouw. Een kap op de woning is verplicht. De resterende hoeveelheid aanwezige voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen moet worden gesloopt. De nieuwe woningen mogen qua grootte/inhoud niet groter worden dan de al bestaande hoofdwoning. Als het te verbouwen gebouw groter is dan de toegestane maximale m² aan gebruiksoppervlak, kan ook een deel van het pand als berging worden gebruikt.
Bij ieder plan wordt een erf- en landschapsinrichtingsplan voorgelegd en moet goedgekeurd door de gemeente. Het erf- en landschapsinrichtingsplan wordt binnen 2 jaar na oplevering van de nieuwe woning(en) gerealiseerd en wordt in stand gehouden. Dit leggen wij vast in de anterieure overeenkomst en te zijner tijd in het Omgevingsplan. In het erfinrichtingsplan wordt in ieder geval weergegeven waar de auto’s parkeren. Dit gebeurt bij voorkeur gezamenlijk in plaats van individueel bij elke woning. De eenheid van het totale erf is het uitgangspunt. De erven worden afgezoomd door landschappelijke inrichtingselementen als geriefbosjes, houtwallen en of sloten. Bij elk erf wordt gekeken wat op die plek de beste passende afbakening is.
In het Omgevingsplan krijgt het perceel een aanduiding (bijvoorbeeld erfdelen). Bij de omzetting naar het omgevingsplan zullen de vergunningvrije bouwmogelijkheden op de nieuwe erven verdwijnen.
Ook een tijdelijke generatiewoning is een mogelijkheid om op een woonperceel in het buitengebied tijdelijk een extra woning toe te staan. Hiervoor wordt het mogelijk gemaakt om voor meerdere generaties in de 1e of 2e graad samen op een erf te wonen. Hierbij moet men denken aan mantelzorg, prémantelzorg en jongeren tot 35 jaar (op de datum van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning) die moeite hebben om op de huidige woningmarkt een eigen woning te vinden. Deze mogelijkheid geldt voor alle woningen in het buitengebied. Wel zijn er voorwaarden aan verbonden.
Voorwaarden tijdelijke generatiewoning:
De generatiewoning is een ondergeschikte extra wooneenheid voor maximaal twee personen met een omvang van minimaal 45m² en maximaal 65m² in de hoofdmassa, de aanbouw, de uitbouw, een (al dan niet vrijstaand) bijbehorend bouwwerk bij een hoofdwoning of een tijdelijk verplaatsbaar bouwwerk (die rechtens mogen bestaan), zonder eigen erf of erftoegang ten behoeve van de extra wooneenheid. Tevens is de generatiewoning aangesloten op de nutsvoorzieningen van de hoofdwoning;
Na het verstrijken van de termijn die is gesteld in de omgevingsvergunning of wanneer er geen sprake meer is van een huisvestingsituatie zoals bedoeld in deze beleidsregels, moet de tijdelijke generatiewoning worden verwijderd/dan wel in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht binnen een termijn van 12 weken.
In alle gevallen mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan:
Om bovenstaande initiatieven mogelijk te maken is het noodzakelijk dat het omgevingsplan wordt gewijzigd. Wanneer de gemeenteraad echter beleid vaststelt, is het ook mogelijk om, vooruitlopend op een wijziging van een omgevingsplan met een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) een vergunning te verlenen als het ingediende plan voldoet aan de door de gemeenteraad vastgestelde voorwaarden. De vergunning kan dan na een reguliere procedure worden verleend zonder dat de gemeenteraad voor ieder initiatief een bindend advies aan het college af hoeft te geven.
De regeling zal na ca. 2 jaar worden geëvalueerd en opnieuw worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-126799.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.