Gemeenteblad van Noardeast-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 126769 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noardeast-Fryslân | Gemeenteblad 2026, 126769 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Participatieverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2025
De gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2025 (2024/195188);
- de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
- de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet;
- de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
- artikel 47 van de Participatiewet;
- artikel 11 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 en artikelen 2.1.3 en 4.1.3 van de Jeugdwet;
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Onderwerp verordening
Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijke initiatieven en beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden, inclusief het uitdaagrecht.
Deze verordening verstaat onder:
- ondergeschikte herziening: een kleine, aanvullende of ondersteunende maatregel of aanpassing binnen een bestaand beleidskader, project of voorziening, die geen wezenlijke invloed heeft op het doel, de werking of de impact ervan. Het betreft doorgaans technische, praktische of administratieve wijzigingen die geen brede participatie vereisen;
Hoofdstuk 2. Inwonersparticipatie
Het bestuursorgaan stelt bij de start van een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project vast of en op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Indien inwonersparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit:
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 8. Verzoek toepassing uitdaagrecht
Artikel 11. Participatie bij instrumenten van de gemeente in de fysieke leefomgeving
3. Het bestuursorgaan kan besluiten tot een verkorte inzagetermijn als sprake is van een participatieproces waarbij afdeling 3.4 AWB niet verplicht is en als instrument te dienen om zienswijzen te verzamelen van een grote groep inwoners die op een eerder moment nog niet betrokken zijn geweest in het participatieproces.
Artikel 16. Faciliteren doelgroepen participatiepool
2. De gemeente stelt ‘de Stem van Noardeast’ (digitale peilingsite https://stemvannoardeast.nl/ ) beschikbaar voor het gebruik door groepen uit de Participatiepool.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân in zijn openbare vergadering
d.d. .
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
mr. S.K. Dijkstra mr. J.G. Kramer
De gemeente Noardeast-Fryslân wil de kennis en ervaring van inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden inzetten bij beleid, vanaf agendavorming tot beleidsontwikkeling, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het beleid. Daarnaast stimuleert de gemeente Noardeast-Fryslân dat inwoners samen het initiatief nemen om hun straat of dorp mooier, veiliger en socialer te maken.
Deze verordening regelt het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden.
Met de voorgenomen wijziging van art 150 Gemeentewet ontstaat voor gemeenten de plicht om de inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. De Wet versterking participatie op decentraal niveau regelt dat het decentraal bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
In de verordening wordt regelmatig gesproken over ‘het bestuursorgaan’. De gemeente heeft drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Indien expliciet een van deze bestuursorganen wordt bedoeld, dan wordt dit ook als zodanig benoemd. Indien de tekst rept over ‘het bestuursorgaan’, dan is het afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling rond dit thema welk bestuursorgaan bedoeld wordt. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort: de gemeenteraad. In gelijke zin geldt dit voor het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.
Een inwonersinitiatief wordt gedefinieerd als een maatschappelijk initiatief van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden, of een combinatie daarvan. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om initiatieven van inwoners om een speeltuintje in de buurt te realiseren, of een gezamenlijke buurttuin. Dit wordt in het artikel over Overheidsparticipatie nader uitgewerkt. Niet gedoeld wordt op initiatieven van particulieren of projectontwikkelaars, die bijvoorbeeld een bepaalde bouwlocatie willen ontwikkelen. Deze initiatieven zijn vooral gericht op het privébelang van de indiener. In het hoofdstuk over de Omgevingswet staan enkele relevante bepalingen voor de laatstgenoemde groep initiatiefnemers.
Art. 3 bepaalt: Participatie vindt plaats met inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben. Deze bepaling is met name opgenomen om de scope van de participanten te beperken tot organisaties die lokaal actief zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat landelijke belangengroepen niet kunnen deelnemen aan participatieprocessen in Noardeast-Fryslân, tenzij er sprake is van een lokale afdeling. Verder is de schaal van het project bepalend voor het aantal te betrekken inwoners. Bij zaken die een straat of buurt betreffen, worden alleen die inwoners uitgenodigd, maar bij zaken die de gemeente als geheel raken is de kring van betrokkenen ook groter. Daarnaast is het van belang dat duidelijk is namens wie een groep spreekt of wat hun draagvlak en netwerk is in de lokale omgeving.
Artikel 3:6 bepaalt: Deze verordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.
Artikel 4 bevat bepalingen over de start van een participatieproces. Art 4:1 bepaalt dat het bestuursorgaan bij de start van elk participatieproces vaststelt op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast. In de praktijk zal moeten uitwijzen of daadwerkelijk bij elk proces het bevoegde bestuursorgaan het besluit moet nemen of dat het kan worden gemandateerd. Mandatering zou logisch en praktisch zijn aangezien participatieprocessen op den duur routinematig gaan worden, als onderdeel van onze samenwerking met de Mienskip.
In de startnotitie wordt een participatieparagraaf opgenomen. Het gaat hierbij om een participatieparagraaf over een concreet participatieproces. Deze bepaling dwingt het bestuursorgaan om bij de start van een participatieproces goed na te denken en de hoofdlijnen van het participatieproces in 1 of 2 A4 kort en bondig weer te geven. Uit veel evaluaties blijkt dat het vaak aan de voorkant mis kan gaan.
De beslissing of er wel of niet burgerparticipatie plaatsvindt zal bij het betrokken bestuursorgaan berusten. In de praktijk zullen ambtenaren vanuit hun expertise advies uitbrengen wanneer een participatieproces wenselijk wordt geacht.
Bij de start wordt ook het niveau van participatie bepaald vanuit de participatieladder. Bij deze verschillende niveaus kunnen vervolgens weer verschillende vormen worden toegepast. Maatwerk is daarbij nodig; soms moet het algemeen belang ook zwaarder wegen. Als hulpmiddel werken we met een toolbox waarin wordt vastgelegd hoe de gemeente omgaat met participatie.
Art. 4:1.c bepaalt: het bevoegde bestuursorgaan stelt de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor het participatieproces vast. Nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat er aanvullende kaders worden gesteld of bestaande kaders worden bijgesteld. Het tussentijds bijsturen gebeurt op beargumenteerde wijze en de deelnemers worden hierover zo snel mogelijk geïnformeerd.
Het is belangrijk dat er aan de voorkant ook helderheid is over de kosten voor het organiseren van participatie. Bij participatie over projecten zullen deze kosten onderdeel uitmaken van het projectbudget. Indien er door inwoners een aanvraag wordt gedaan waarvoor een groter budget nodig is, vergt dit afzonderlijke besluitvorming door burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad.
Artikel 7 bevat bepalingen over ‘Overheidsparticipatie’. Van overheidsparticipatie is sprake indien er een initiatief komt uit de samenleving (voor bijvoorbeeld een skatebaan of een speeltuin) en de overheid daarin participeert. Het college van burgemeester en wethouders is het bestuursorgaan dat bevoegd is om te reageren op initiatieven uit de samenleving.
Ook in de Omgevingswet wordt het belang van vroegtijdige participatie gehuldigd, dat is: voorafgaand aan de formele procedure. In de Omgevingswet wordt onder participatie het volgende verstaan: Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.
Vanuit wetten als de Participatiewet (artikel 47), de Wmo (artikel 2.1.3), de Jeugdwet en de IAOW Is de gemeente verplicht om participatie van cliënten te faciliteren.
Aanvullend op deze participatieverordening stelt de gemeente een set basisspelregels op over de samenwerking met de groepen. Deze kunnen in overleg met de groepen op maat gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan fysiek of online overleg, belastbaarheid van deelnemers, duur van de inzetbaarheid of afspraken over de communicatie. Als er aanpassing van de set van basisspelregels nodig is, pakt de kerngroep dit op.
Participatie is een gezamenlijk leerproces van de gemeente met haar inwoners. We evalueren en stellen bij op basis van deze leerervaringen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-126769.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.