Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 126757 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2026, 126757 | beleidsregel |
Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikelen 4, tweede en derde lid, 10, vierde lid van de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023, artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en artikel 6 van de Participatieverordening gemeente Amsterdam,
gezien de inspraakreacties en de nota van beantwoording hierop van 10 maart 2026 en de adviezen van de dagelijkse besturen van de stadsdelen en de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp,
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Beleidsregel bepalen locaties inzamelvoorzieningen Amsterdam
In deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definities uit de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023.
Artikel 2. Gemotiveerd afwijken van richtlijn
Gelet op de schaarse openbare ruimte en diverse stedelijke belangen in Amsterdam kan niet verwacht worden dat een locatie aan alle richtlijnen voldoet. Als niet alle richtlijnen gevolgd zijn, dan zal bij het locatiebesluit worden gemotiveerd waarom afwijking van een richtlijn in die specifieke situatie gerechtvaardigd is vanuit het algemeen belang.
Artikel 3. Algemene vereisten voor alle inzamelvoorzieningen
Artikel 4. Algemene richtlijnen voor alle inzamelvoorzieningen
Artikel 5. Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers
Artikel 6. Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen
Artikel 7. Procedure bij besluitvorming rondom het bepalen van een locatie
Voor een locatie waar nog géén inzamelvoorziening staat en waar niet eerder een participatietraject of inspraak over een inzamelvoorziening heeft plaatsgevonden, wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gevolgd.
Voor locaties waar al een inzamelvoorziening is gerealiseerd of waarvoor recent in verband met een planvorming voor de openbare ruimte een participatie- of inspraaktraject is doorlopen, wordt geen zienswijzeprocedure georganiseerd. Uiterlijk binnen twee weken na besluitvorming door het bevoegde gezag, worden omwonenden per brief geïnformeerd over het besluit voor aanpassingen rondom de inzamelvoorziening. De brief bevat het aanbod van persoonlijk contact en uitleg hoe tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris
Catrien Lenstra
De gemeente beoogt het bewoners (en ondernemers) zo gemakkelijk mogelijk te maken om afval te scheiden door een goede infrastructuur (locatienetwerk) van inzamelvoorzieningen te bieden. Ook wil de gemeente de locaties van de inzamelvoorzieningen met de juiste betrokkenheid van bewoners (en ondernemers) bepalen.
Dit document bevat de beleidsregels voor het bepalen van locaties voor inzamelvoorzieningen voor fijn- en grof (huishoudelijk) afval in de gemeente Amsterdam. In deze beleidsregel wordt eerst ingegaan op de criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de locaties. Deze locatiecriteria, criteria op grond waarvan het bestuursorgaan vooraf vastlegt en kenbaar maakt dat zij deze zal hanteren bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid, zijn beleidsregels op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdlijnen van de modernisering
Het Stedelijk kader bepalen locaties inzamelvoorzieningen is sinds 14 april 2021 ongewijzigd. Met deze modernisering zijn alle vereisten en richtlijnen opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd, waardoor deze beleidsregel beter aansluit op de dagelijkse praktijk. Ook is de vormgeving en titel van de beleidsregel gewijzigd om beter aan te sluiten bij andere gemeentelijke regelgeving. De inhoudelijke aanpassingen en toevoegingen worden hieronder uiteengezet.
Toegankelijkheid en bereikbaarheid
De criteria voor toegankelijkheid en bereikbaarheid van de inzamelvoorzieningen zijn verbeterd. Zo is een richtlijn opgenomen dat bij het bepalen van een locatie van een inzamelvoorziening het moeten oversteken van drukke doorgaande wegen, waaronder mede begrepen een druk fietspad, om een inzamelvoorziening te bereiken zoveel als mogelijk moet worden vermeden. De richtlijn voor de maximale loopafstand naar een glascontainer is gewijzigd van 150 meter naar 300 meter. Zie voor meer toelichting paragraaf advies en consultatie. Twee andere richtlijnen over de maximale loopafstand zien op de aanbiedplaatsen van grof huishoudelijk afval en rolcontainers. Voor beide is een richtlijn opgenomen met hierin de maximale loopafstand van 150 meter.
In deze beleidsregel is het vereiste opgenomen dat inzamelvoorzieningen ook zonder achteruit te hoeven rijden bereikbaar moeten zijn voor de inzameldienst. Hiermee is deze bepaling veranderd van een richtlijn naar een eis. Verder is de nieuwe richtlijn opgenomen dat de locatie van een inzamelvoorziening zo wordt bepaald dat bij het legen of vervangen van de container ervan geen veiligheidsrisico’s voor derden en eigen medewerkers ontstaan.
Voor de omgeving zijn twee nieuwe richtlijnen opgenomen. De eerste richtlijn ziet erop toe dat meer rekening gehouden moet worden met de grootte van bomen en het voorkomen van schade aan bomen door inzamelvoorzieningen. De tweede richtlijn bepaalt dat de aanbiedplaats van tuinkorven op onverhard gebied plaatsvindt.
Verhouding tot nationale en lokale regelgeving en gemeentelijk beleid
Bij het opstellen van de beleidsregel is rekening gehouden met de volgende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid op de volgende gebieden:
inzameling/verwerking van grondstoffen en afvalstoffen (Artikel 10.26 Wet milieubeheer), Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en Uitvoeringsprogramma Afval & Grondstoffen 2020-2025, 17 december 2020 (UPA 2020-2025)
openbare ruimte (zoals Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), Handboek Rood, Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Puccinimethode) (2021), Beleidskader Ruimte voor de voetganger (Verkeer & Openbare Ruimte April 2023), Geactualiseerde beleidskader Verkeersnetten (2018/2023), de Verordening werken in de openbare ruimte Amsterdam en de Bomenverordening 2014.
procedures rondom beleidsvoornemens en mandatering (Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (met name artikelen 9, tweede lid, 19, en 53 en bijlage 3 – onderdeel D.4 ), Algemene wet bestuursrecht (met name Afdeling 3.4)en Participatieverordening Gemeente Amsterdam (met name Artikel 6).
De concept beleidsregel is voorgelegd in de zienswijzeprocedure. In totaal zijn 97 zienswijzen ontvangen. Een groot deel van de zienswijzen had betrekking op loopafstanden naar een inzamelvoorziening. Met name het verruimen van de loopafstand naar een verzamelcontainer voor glas leidde tot zorgen. Deze voorgenomen wijziging is wel behouden in de beleidsregel. Er zijn namelijk meerdere redenen om de loopafstand van 150 meter naar 300 meter te verruimen. Zo is de beschikbare openbare ruimte schaarser en is het daarom steeds belangrijker om inzamelvoorzieningen op strategische wijze te plaatsen. Voor verzamelcontainers van glas betekent dit dat in de toekomst meer wordt ingezet op plaatsing nabij supermarkten en winkelcentra. Dit heeft ook als voordeel dat er op termijn minder extra geluidsoverlast in woonwijken zal ontstaan. Het uitbreiden van de maximale loopafstand leidt ook niet direct tot veel veranderingen in de stad. Pas bij nieuwe of te wijzigen bestaande locaties zal de richtlijn in acht genomen moeten worden. Hierbij zal per geval beoordeeld worden wat de meest geschikte locatie is, waarbij ook een loopafstand van minder dan 300 meter wordt overwogen. Een concrete wijziging naar aanleiding van het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel West is het wijzigen van artikel 4, derde lid, onder a. In deze bepaling is verduidelijkt dat met drukke wegen ook drukke fietspaden worden bedoeld. Voor meer informatie over de beantwoording van binnengekomen advies wordt verwezen naar de Nota van beantwoording.
In artikel 1 staat de reikwijdte van de beleidsregel. Ook is hierin opgenomen wat het verschil is tussen een vereiste en een richtlijn in de beleidsregel. Waar van een vereiste niet kan worden afgeweken, is dit bij een richtlijn onder omstandigheden wel mogelijk. In het geval van een richtlijn moet worden afgeweken, zal dit altijd goed gemotiveerd moeten worden. Verder is verduidelijkt dat deze beleidsregel aansluit bij alle begripsbepalingen in de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023. De begripsbepalingen zijn daarom niet apart toegelicht.
Artikelen 3 en 4 bepalen welke vereisten en richtlijnen gelden voor het bepalen van de locaties van alle inzamelvoorzieningen. Hierbij kan het dus gaan om de locatie van een verzamelcontainer, maar ook om de locatie van een aanbiedplaats. In de beleidsregel zijn de vereisten en richtlijnen opgedeeld in vier categorieën:
Waar in artikel 4, derde lid, wordt gesproken over drukke wegen wordt aangesloten bij het Beleidskader Verkeersnetten.
In artikelen 5 en 6 bepalen welke richtlijnen specifiek gelden voor het bepalen van de locaties van verzamelcontainers (artikel 5) en aanbiedplaatsen (artikel 6). De richtlijnen zijn opgedeeld in vier categorieën:
Artikelen 7 en 8 geven aan welke procedures worden gevolgd om een locatie voor inzamelvoorzieningen te kunnen aanwijzen, wijzigen of opheffen. Bij het opstellen van een locatiebesluit wordt de volgende procedure in grote lijnen gevolgd:
Een gemeente kan op basis van afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht bij beleidsvoornemens in zijn algemeenheid besluiten om inspraak te verlenen. Dit geldt ook voor het vaststellen van een locatie voor het aanbieden van afval. In de gevallen benoemd in artikel 7, derde lid, van de beleidsregel wordt van het organiseren van inspraak afgezien. In dergelijke gevallen wordt de locatie van een inzamelvoorziening met een aanwijzingsbesluit vastgesteld en kunnen belanghebbenden hiertegen wel bezwaar maken binnen zes weken na vaststelling van het besluit. Omwonenden worden per brief geïnformeerd over de aanpassingen in het besluit, hierbij wordt een aanbod gedaan voor persoonlijk contact en er wordt uitgelegd hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt.
Op een locatie waar al een inzamelvoorzienig staat en waar die locatie niet wezenlijk wordt gewijzigd wordt geen (nieuw) locatiebesluit genomen. Wel worden omwonenden tijdig geïnformeerd. In artikel 8, tweede lid, is het plaatsen van een glascontainer uitgezonderd. Het plaatsen van glascontainers kan leiden tot meer geluid en daarom zal in dat geval een nieuw locatiebesluit genomen worden. Ook is in artikel 8, derde lid, opgenomen dat zwaarwegende reacties er ook toe kunnen leiden dat er toch wel een locatiebesluit zal worden genomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-126757.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.