Omgevingsprogramma Groen 2024 - 2040: Groene Koers van Bunnik

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Bunnik gelezen de tekstinhoud van “Omgevingsprogramma Groen 2024 - 2040: Groene Koers van Bunnik” d.d. juli 2024,

overwegende dat de Groene Koers van Bunnik op verschillende manieren en niveaus richting geeft aan een leefbaar en aantrekkelijk Bunnik, door te werken aan de volgende vier opgaven. Het behouden en versterken van:

  • identiteit,

  • gezondheid en leefbaarheid,

  • biodiversiteit,

  • klimaatbestendigheid.

en de Groene Koers groenstructuureisen meegeeft voor het beheer, onderhoud en de vervanging van groen en bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw.

besluit;

Artikel I

Het Omgevingsprogramma Groen 2024 - 2040: Groene Koers van Bunnik vast te stellen,

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

Deze publicatie is een technische omzetting van het omgevingsprogramma en bevat geen inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde Omgevingsprogramma Groen 2024 – 2040: Groene Koers van Bunnik.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop dit bekend wordt gemaakt.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10 maart 2026 te Odijk,

Burgemeester en wethouders van Bunnik,

de secretaris, de burgemeester,

dhr. M.R. van der Jagt, dhr. R. van Bennekom

Bijlage A

Omgevingsprogramma Groen 2024 - 2040: Groene Koers van Bunnik

Hieronder volgt de inhoud van het omgevingsprogramma Groen van de gemeente Bunnik. Het document is ook in PDF beschikbaar onder Bijlage III Omgevingsprogramma Groene Koers (PDF).

Voorwoord

De gemeente Bunnik wordt gewaardeerd als groene oase vlakbij de grote stad. In Bunnik vind je nog ruimte en rust. Niet voor niets staat Bunnik bovenaan de lijst van beste gemeenten om in te wonen in de provincie Utrecht, volgens het onderzoek van Elsevier naar woonaantrekkelijkheid. Bunnik ligt middenin het prachtige Kromme Rijnlandschap en is het kruispunt van twee werelderfgoederen, de Hollandse Waterlinies en de Neder-Germaanse Limes.

Ook het groen in de dorpen en de inrichting van de openbare ruimte zorgen ervoor dat onze inwoners hier prettig kunnen wonen en werken en bezoekers graag naar Bunnik komen. Groen is belangrijk voor een gezonde en fijne leefomgeving en voor ons fysieke en mentale welzijn. Een groene omgeving maakt wonen, werken en recreëren extra prettig. Gevarieerd groen is goed voor de biodiversiteit en helpt bij het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering. Groen is nodig om een aantrekkelijke gemeente met een goed vestigingsklimaat te blijven.

We willen het groen in onze gemeente daarom goed beschermen en de kwaliteit ervan verbeteren. Ook willen we zorgen voor meer groen op plekken waar dat mogelijk is. Een groene omgeving leidt hopelijk tot nog meer groen, ook in eigen tuin.

Hoe we dit willen realiseren, staat in deze uitwerking Groene Koers die we hebben opgesteld met input van inwoners, ondernemers en natuur- en milieuorganisaties, vakspecialisten en college en raad van de gemeente Bunnik.

Ik wil graag iedereen bedanken voor het enthousiasme en positieve inbreng bij het samenstellen van deze uitwerking Groene Koers. Ik kijk met vertrouwen uit naar het samen vergroenen van onze mooie gemeente.

afbeelding binnen de regeling

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Voor u ligt de ‘uitwerking Groene Koers van Bunnik’.

Diverse vragen uit de raad over biodiversiteit, beheer, bomen en groen gaven aanleiding om een visie voor het groen in Bunnik vast te leggen. Op 27 juni 2019 heeft de raad een motie aangenomen om:

  • a.

    in de Omgevingsvisie voor de dorpskernen het groenbeleid een prominente plek te geven, zodat dit aansluit bij onze wens voor meer, divers en goed onderhouden groen in de kernen;

  • b.

    dat beleid samen met inwoners, bewonersinitiatieven en partners in onze gemeente te ontwikkelen;

  • c.

    in een planning te beschrijven wanneer het groenbeleid met de thema's Biodiversiteitsherstel en Klimaatakkoord aangevuld gaat worden.

Het huidige Groenstructuurplan dateert van 2005 en het Groenplan van 2014. Deze zijn toe aan een actualisatieslag om weer een goede basis te hebben voor de keuzes in beheer en richting te geven aan de groene kwaliteiten van ontwikkelingen in en om Bunnik.

Op 17 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Bunnik een startnotitie vastgesteld, waarin zowel het proces voor het opstellen van de Groene Koers (toen nog de groenvisie genoemd) als de (inhoudelijke) kaders werden vastgesteld.

Op 10 maart 2022 heeft de raad de hoofdlijnen van Omgevingsprogramma Groen vastgesteld, de Groene Koers van Bunnik. In dat voorstel is aangegeven een aantal nadere uitwerkingen te geven, zoals een geografische weergave (kaart) van de groenstructuur en een paragraaf met mogelijke maatregelen.

Met deze uitwerking Groene Koers is het Omgevingsprogramma Groen compleet. De vorige raad stelde de hoofdlijnen vast en gaf aan welke uitwerkingen nog zouden volgen. Deze uitwerking ligt nu voor u. De uitwerking geeft op verschillende manieren en niveaus richting aan een leefbaar en aantrekkelijk Bunnik door te werken aan de vier opgaven:

Het behouden en versterken van:

  • identiteit,

  • gezondheid en leefbaarheid,

  • biodiversiteit,

  • klimaatbestendigheid.

De toepassing zal enerzijds heel praktisch zijn, zoals hoe we willen gaan maaien om de biodiversiteit te bevorderen of wat de eisen zijn vanuit groen bij nieuwe woningbouwontwikkelingen of wijkaanpakken. Daarnaast bieden de beleidskaders en groenstructuren richting in het kader van lobby: waar en hoe willen we groen ontwikkelen en hoe combineren we dat zo goed mogelijk met andere opgaven zodat we weten wat we willen bereiken als we aan tafel zitten bij andere organisaties of overheden als Provincie of Rijk. In hoofdzaak wordt dit Omgevingsprogramma Groen op drie hoofdtaken voor het fysiek domein toegepast.

afbeelding binnen de regeling

Met de Groene Koers weten we precies waar we naartoe willen (groenstructuurkaart), wat we willen (eisen en maatregelen). De voortgang van de uitvoering is afhankelijk van de beschikbare capaciteit en budget. Met het afwegingskader kunnen we een keuze maken hoe we met de beschikbare mensen en middelen het beste uitvoering kunnen geven aan de vier groene opgaven (uitvoeringsplan).

1.2 Doel

Het Omgevingsprogramma Groen heeft als doel:

  • Groen dat bijdraagt aan een groene, gezonde, veilige en veerkrachtige leefomgeving in de dorpen en omringende landschap.

  • Een leefbare, herkenbare, gezonde gemeente te blijven met een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

Door:

  • Richting te geven aan groenbeheer en groenontwikkelingen in de gemeente Bunnik en de groene ambitie en groenopgaven te formuleren;

  • Uitwerking te geven aan de ambitie en doelen uit de omgevingsvisie voor de komende 15 jaar;

  • Partners te inspireren en te stimuleren om ook de Groene Koers te volgen.

1.3 Leeswijzer

Het totale Omgevingsprogramma Groen bestaat uit vier delen (zie figuur 1) en is logisch opgebouwd van visie en opgave naar (praktische) uitvoering. Afhankelijk van het doel en de taak zal de Groene Koers op verschillende manieren gebruikt worden.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1. Model onderdelen Groene Koers

Hoofdstuk 2 Visie en opgaven

Wil je weten welke visie en opgaven voor het groen gemeente Bunnik heeft voor een leefbare, toekomstbestendige gemeente, ga dan naar hoofdstuk 2 Visie en opgaven. Hier staat een samenvatting van de op 10 maart 2022 vastgestelde hoofdopgaven Groene Koers.

Hoofdstuk 3 Groenstructuurkaart

Wil je op de kaart zien welke groenstructuren in Bunnik aanwezig zijn en hoe ze met hun eigen specifieke kwaliteiten bijdragen aan de vier opgaven Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit en Klimaatbestendigheid, bekijk dan hoofdstuk 3 Groenstructuurkaart. Per opgave is een analysekaart gemaakt. Hierop staat welk groen aan de opgave bijdraagt, waar er ontbrekende schakels zijn en waar knelpunten zijn. De kaart geeft de typen groenstructuren weer, waarvoor eisen en randvoorwaarden zijn opgesteld. Ze worden gebruikt bij (grotere) gebiedsontwikkelingen en (externe) ruimtelijke projecten, beheer andere initiatieven in de buitenruimte.

Hoofdstuk 4 Groenstructuur-eisen

De uitwerking van de groenstructuren vind je in hoofdstuk 4 Groenstructuur-eisen. Als je in een gebied concreet aan de slag gaat, de randvoorwaarden meegeeft of een initiatief beoordeelt, gebruik je naast de kaarten uit hoofdstuk 3 Groenstructuurkaart, de groenstructuureisen in dit hoofdstuk. Bekijk in welke structuur je project of vraagstuk valt: Hier zijn de belangrijkste groenstructuren beschreven en staat per structuur wat wel en niet mag en wat we moeten doen om te beheren, in te richten en samen te werken volgens de opgaven in de Groene Koers.

Een groot deel van de Uitwerking Groene Koers bestaat uit de eisen en randvoorwaarden voor groen. De uitwerking zorgt ervoor dat (behoud en versterking van) groen een belangrijke en vanzelfsprekende plek krijgt in alle andere ontwikkelingen in de buitenruimte en in de beheerplannen, denk aan woningbouwlocaties en wijkaanpakken of de aanleg van fietspaden. Dit is heel belangrijk en gaat in de praktijk veel betekenen voor het versterken van identiteit, gezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Ook zonder budget voor uitvoering zorgt dit onderdeel voor (zichtbare) realisatie van de groene opgaven.

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsplan

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsplan geeft de strategie weer om de maatregelen voor uitvoering te selecteren. Uiteraard is het beschikbare budget bepalend voor welke maatregelen en projecten uitgevoerd kunnen worden. In drie varianten is aangegeven wat voor uitvoering mogelijk is wanneer er geen, meer of veel geld extra beschikbaar is vanuit de gemeente Bunnik of via externe (co)financiering. Naast de strategie bevat dit hoofdstuk een afwegingskader om projecten te kiezen.

Een overzicht van maatregelen is toegevoegd in bijlage 1 van Bijlage II Bijlagen Groene Koers . Je kunt hier per maatregel zien over welke groenstructuur het gaat en hoe de maatregel bijdraagt aan de opgaven Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit en Klimaatbestendigheid. Uit deze lijst zijn de uitvoeringsprojecten in de strategieën (hoofdstuk 5 Uitvoeringsplan) samengesteld. De lijst kunnen we ook gebruiken als we nieuwe projecten willen kiezen met behulp van het afwegingskader uit hoofdstuk 5 Uitvoeringsplan.

2 Visie en opgaven

Voor het opstellen van de hoofdlijnen van het Omgevingsprogramma Groen dat in maart 2022 is vastgesteld is zowel gebruik gemaakt van bestaande documenten (o.a. omgevingsvisie 2021, Integraal Ruimtelijk Perspectief van U10, Regionale Adaptatie Strategie) en is ook input gevraagd aan de samenleving.

Ten behoeve van de participatie werden interviews afgenomen met verschillende samenwerkings­partners: (Utrechts Landschap, Staatsbosbeheer, gemeente Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden enz.). Daarnaast gingen we tijdens twee klankbord­bijeenkomsten in gesprek met inwoners en 181 inwoners vulden een enquête in over hun visie op groen.

De uitkomsten van zowel bestaande en nieuwe documenten als het participatieproces zijn verwerkt in de hoofdlijnentekst. Dit geldt ook voor de input die is verkregen uit twee informele raadssessies in het jaar 2021.

afbeelding binnen de regeling

Dit hoofdstuk is een samenvatting van de hoofdopgaven van de Groene Koers die op 10 maart 2022 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. In de Groene Koers staan vier opgaven centraal: Groene identiteit, Gezond en Leefbaar, Biodiversiteit en Klimaatbestendig. Deze vier groene opgaven vormen de basis voor de uitwerking Groene Koers in de groenstructuurkaart, groenstructuureisen en het uitvoeringsprogramma die in de volgende hoofdstukken worden beschreven.

2.1 Identiteit

“We versterken de groene identiteit. Dit doen we door het behouden van het karakteristieke, afwisselende, agrarische landschap. Wij koesteren het cultuurhistorisch landschap. We verbinden het omringende landschap en de dorpskernen door een groen (water)structuur.”

afbeelding binnen de regeling

2.2 Gezond en leefbaar

“Wij beheren en richten het groen zo in dat bewoners kunnen bewegen, ontmoeten, ontspannen, recreëren en ontdekken in het groen. Het groen levert zo een positieve bijdrage aan de gezondheid van bewoners en hun gevoel van welbevinden en het woonplezier.”

afbeelding binnen de regeling

2.3 Biodivers Bunnik

“Wij streven naar gevarieerd ingericht groen, geleidelijk overgang van bos naar (oever-) vegetatie. We beheren het groen, zodat de dieren en planten hier kunnen leven, voortplanten en verplaatsen.”

afbeelding binnen de regeling

2.4 Klimaatbestendig Bunnik

“Wij beheren het groen en richten het zo in dat wij rekening houden met de klimaatverandering. We zorgen ervoor dat het groen ook in de toekomst leefbaar, veerkrachtig en productief is. We proberen de effecten van klimaatverandering te reduceren en op te vangen, zoals toename van hitte (hittestress) en wateroverlast”

afbeelding binnen de regeling

3 Groenstructuurkaart

In dit hoofdstuk is de Groene Koers met de vier opgaven Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit en Klimaatbestendigheid uitgewerkt op kaart. Op deze manier worden de huidige kwaliteiten, knelpunten en ambities uit de Groene Koers visueel zichtbaar.

afbeelding binnen de regeling

De groenstructuurkaart is de geografische weergave van de Groene Koers waarin de vier opgaven, identiteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie uitgewerkt zijn. De groenstructuur in de gemeente Bunnik is opgebouwd uit verschillende structuren die op kaart zijn uitgewerkt. De totaalkaarten zijn in dit hoofdstuk te vinden, de deelkaarten per opgave zijn als bijlage 3 van de Bijlage II Bijlagen Groene Koers toegevoegd.

afbeelding binnen de regeling

De groenstructuurkaart geeft weer:

  • a.

    welk groen en welke groenstructuren behouden moeten blijven;

  • b.

    waar groen en groenstructuren niet optimaal zijn en versterkt moeten worden en

  • c.

    waar kansen liggen voor het ontwikkelen van de groenstructuren in gemeente Bunnik.

Het groenstructuurplan van 2006 vormde de basis voor deze nieuwe groenstructuurkaart. De kaart uit 2006 gaf alleen de groenstructuren binnen de bebouwde kom weer die in eigendom zijn van gemeente Bunnik. Deze structuren zijn overgenomen en deels aangevuld. In de nieuwe kaart zijn de verschillende groentypen uitgewerkt en is er een analyse gemaakt welke structuren bijdragen aan de vastgelegde opgaven. Voor de groenstructuren buiten de bebouwde kom is gebruik gemaakt van de landschappelijke structuren die in het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied (LOP 2009) zijn vastgelegd door middel van samenwerking van de vijf Kromme Rijngemeenten. Deze structuren in de nieuwe groenstructuurkaart zijn dus onderdeel van een grotere (regionale) structuur en sluiten daarmee ook aan op de structuren in de aangrenzende gemeentes.

Deze informatie is aangevuld met verschillende informatiebronnen, zoals kwaliteitsdocumenten voor het landschap van de Hollandse Waterlinies, de klimaatstresstest kaarten. Al deze informatie is verwerkt, samen met de interne betrokkenen, gebiedspartners. Op verschillende momenten in het traject hebben inwoners, raad en andere belanghebbenden meegedacht en advies gegeven op de groenstructuurkaarten en maatregelen:

  • In verschillende sessies eind 2022 en in het eerste kwartaal van 2023 hebben interne inventarisatierondes plaatsgevonden om de bestaande en te ontwikkelen groenstructuren te bepalen voor onder andere water, erfgoed, sociaal domein, ruimtelijke ontwikkeling.

  • Met extern betrokken beherende instanties zoals gemeente Utrecht, Staatbosbeheer, HDSR, Natuur en Milieu Educatie is de groenstructuurkaart afgestemd aan de hand van hun visies en de duiding van verschillende hoofdstructuren, de identiteit bepalende plekken, waarde voor biodiversiteit, klimaatadaptatie. Zowel de bestaande kwaliteiten als ontbrekende schakels zijn samengebracht als beoogd eindbeeld.

  • 22 november 2022 zijn de groenstructuurkaarten per opgave behandeld en aangevuld in de klankbordgroep. Alle inbreng is geïnterpreteerd en samengebracht, waarmee de totaalkaart met onderbouwde deelkaarten zijn gevormd.

  • 16 februari 2023 was een raadsinformatie avond waar onder andere de groenstructuur­kaarten werden gedeeld en besproken.

Gebruik Groenstructuurkaart

De groenstructuurkaart vormt de spreekwoordelijke kapstok voor groene plannen en projecten. Het behouden, versterken of ontwikkelen van de groene structuren wordt beïnvloed door beheer(plannen), wijkaanpak, renovaties, herinrichtingen, ruimtelijke ontwikkelingen, bouwprojecten, wijzigingen in de buitenruimte. Ook kunnen diverse ruimtelijke plannen initiatieven, in combinatie met de onderbouwende groenstructuur-eisen in hoofdstuk 4 Groenstructuur-eisen, hieraan worden getoetst. Zo levert de Groenstructuurkaart bijvoorbeeld input voor bescherming, inpassing en aanleg van het groen in ruimtelijke projecten van zowel gemeente Bunnik zelf als voor plannen van andere partijen.

Tot slot geeft deze groenstructuurkaarten richting en uitgangspunten voor aanleg, beheer en onderhoud en geeft zodoende indirect houvast voor de dagelijkse uitvoering.

3.1 Legenda bij groenstructuurkaarten

Onderstaande afbeelding staat ook in Bijlage II Bijlagen Groene Koers .

afbeelding binnen de regeling

3.2 Groenstructuurkaart totaal - geheel Bunnik

Onderstaande afbeelding staat ook in Bijlage II Bijlagen Groene Koers .

afbeelding binnen de regeling

3.3 Groenstructuurkaart totaal - kern Bunnik

Onderstaande afbeelding staat ook in Bijlage II Bijlagen Groene Koers.

afbeelding binnen de regeling

3.4 Groenstructuurkaart totaal - kern Odijk

Onderstaande afbeelding staat ook in Bijlage II Bijlagen Groene Koers.

afbeelding binnen de regeling

3.5 Groenstructuurkaart totaal - kern Werkhoven

Onderstaande afbeelding staat ook in Bijlage II Bijlagen Groene Koers.

afbeelding binnen de regeling

4 Groenstructuur-eisen

In dit hoofdstuk zijn de opgaven uit de Groene Koers (Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit en Klimaatbestendigheid) en de groenstructuurkaart uitgewerkt in eisen en randvoorwaarden. Deze eisen worden gebruikt voor toetsing van initiatieven, interne of externe ruimtelijke ontwikkelingen, (her)inrichtingsvraagstukken, vragen bij participatie en voor beheer. Op deze manier worden bij elke ontwikkeling gewerkt aan het behoud en de versterking van het groen in de gemeente Bunnik.

afbeelding binnen de regeling

Allereerst worden in 4.1 Algemene eisen en randvoorwaarden beschreven die gelden voor al het groen binnen de grenzen van de gemeente Bunnik.

Daarna zijn vanaf 4.2 de specifieke eisen en randvoorwaarden beschreven voor de zes groene structuren op de groenstructuurkaart:

afbeelding binnen de regeling

De groenstructuur-eisen en uitganspunten moeten bij de start van projecten meegenomen worden. Als na integrale afweging niet aan de eisen voldaan kan worden, moet dit onderbouwd worden en een alternatief voorgesteld worden om wel aan de opgaven voor het groen in dit plan te voldoen.

Opzet Groenstructuur-eisen

De groenstructuur-eisen zijn als volgt opgezet:

  • a.

    Beschrijving element en gewenste beeld

  • b.

    Eis/Eisen

    • 1.

      Hoe gaan we groen en groenelementen behouden, kunnen we dit versterken of gaan we dit creëren?

    • 2.

      Hoe dragen we bij aan de opgaven uit de Groene Koers van Bunnik?

    • 3.

      In de kolom achter de eis staat met een ‘X’ aangegeven aan welke van de vier opgaven een bijdrage wordt geleverd.

De eisen zijn onderverdeeld in eisen voor:

  • inrichting (projecten),

  • beheer en organisatie en

  • samenwerking (met partners en bewoners)

4.1 Algemene eisen

De algemene eisen die gelden voor al het groen in de gemeente Bunnik zijn gebaseerd op landelijke normen en afspraken de gemeente Bunnik heeft onderschreven uit ‘Natuurinclusief Bouwen’ en ‘Afspraken Klimaatadaptief Bouwen provincie Utrecht’ (beide onderdeel van Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht) en het Pact Groen Groeit Mee.

Het gaat dan om de volgende normen voor groen:

  • 3/30/300 groennorm

  • 75 m2 openbaar groen per woning bij nieuwbouwprojecten (norm Groen Groeit Mee)

afbeelding binnen de regeling

De 3‑30‑300 groennorm wordt als vuistregel gebruikt om de kwantiteit van groen te bepalen en te beoordelen. De regel betekent dat:

  • vanuit elke woning drie bomen te zien zijn;

  • 30% van de wijk bedekt is met groen (inclusief omvang van boomkronen, openbaar en particulier groen)

  • er vanuit elke woning op 300 meter afstand een (verkoelende) verblijfsplek is.

Als wordt aangetoond dat deze doelstelling ter plaatse niet haalbaar is, dan geldt:

  • Realiseer groen zo dichtbij mogelijk, bijvoorbeeld park, plantsoen, bos of groenstrook om de wijk heen.

  • Betrek groen op particulier terrein bij het totale groenoppervlak en toon aan dat het particuliere groen langdurig bijdraagt aan de doelstellingen.

Daarnaast zijn voor de algemene eisen onderstaande gegevens als basis gebruikt:

  • Bij het werken in de buitenruimte (bij (her)inrichting, beheer en onderhoud) geldt de Wet Natuurbescherming (per 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet). Voor de generieke ontheffing wet Natuurbescherming bij het werken in de buitenruimte wordt gebruik gemaakt van Gedragscode Soortbescherming (Vereniging Stadswerk).

  • Gemeente Bunnik maakt gebruik van Handboek Bomen, voor randvoorwaarden voor onderzoek, beheer, groeiplaatsen en werken rondom bomen. Voor specifiekere uitwerking geldt leidraad inrichting openbare ruimte.

  • Conform Handboek Bomen wordt voorafgaand aan werkzaamheden nabij bomen een Boom Effect Analyse uitgevoerd, waarmee de gemeente Bunnik de ingreep kan toetsen.

  • Bij bomen wordt de juiste boom op de juiste plek gekozen: een boom heeft voldoende groeiruimte voor de volwassen boomkroon en ondergronds voor de wortels, de boomsoort is geschikt voor de locatie en de verwachte levensduur is hoog. Hiervoor worden de landelijke normen van Handboek Bomen gehanteerd.

  • Veiligheid van het groen en het bomenbestand is leidend, bij de afweging behoud, beheer of vervanging.

  • Speelplekken worden groener, aantrekkelijker en natuurlijk ingericht, daarbij wordt minimaal voldaan aan de norm voor voldoende schaduw.

  • Binnen en buiten projectgrenzen wordt gewerkt vanuit het uitgangspunt van groene netwerken, zodat leefgebied voor dieren meer aaneengesloten is (opgave biodiversiteit) en recreatieve netwerken beter worden (gezondheid).

  • Per plek wordt aan zo veel mogelijk van de opgaven bijgedragen.

4.1.1 Algemene eisen inrichting

Inrichting groen - algemeen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Bepaal eerst de functie of het doel van de plek, waarna keuze voor beplanting hierop afgestemd wordt in samenhang met de groenstructuur waar de locatie zich bevindt.

X

X

X

X

Werk van grof naar fijn: de groene hoofdstructuur krijgt genoeg ruimte voor identiteit, gezondheid en klimaatadaptatie en vul structuren daarbinnen vervolgens verder in.

X

X

X

X

Stem soortkeuze van bomen af op zowel bovengrondse als ondergrondse ruimte passend bij het structuurtype (conform groenstructuurkaart). De juiste boom op de juiste plek. Wanneer onvoldoende ruimte aanwezig is, pas maatwerk toe of compensatie elders.

X

 

X

X

Pas bij nieuwe aanleg soorten toe die goed te beheren zijn voor een zo lang mogelijke levensduur. Dit is ‘de juiste soort op de juiste plek’.

 
 
 

X

Gebruik alleen vormbomen als dat meerwaarde heeft voor cultuurhistorie, identiteit, biodiversiteit en bij gebrek aan bovengrondse groeiplaats. Pas anders een kleinere boomsoort toe, volgens principe van ‘de juiste boom op de juiste plek’, zodat de volgroeide boomkroon voldoende ruimte heeft, zonder de frequente ‘vormsnoei’.

X

 

X

X

Kies bij (her)inrichting van het openbaar groen voor verschillende soorten bomen en planten om biodiversiteit te vergroten, waar een divers beeld passend is (zie uitwerking in groenstructuur-eisen)

 
 

X

 

Sortiment hanteren passend bij opgaven om biodiversiteit en klimaatbestendige inrichting te bevorderen.

 
 

X

X

Voorkom bij nieuw aan te leggen groen zoveel mogelijk grote aaneengesloten bestanden van één soort beplanting of bomen.

 
 

X

 

Plant groen en bomen aan die bijdragen aan een prettiger leefklimaat en bestendig zijn tegen het veranderde klimaat.

 
 
 

X

Leg groenvakken (verlaagd) aan, zodat hemelwater kan toestromen en infiltreren. Zorg bijv voor plekken waar de opsluitbanden zijn verlaagd voor instroom. Let op instroom van strooizout van de weg en effect op beplanting.

 
 
 

X

Onderzoek bij herinrichting de mogelijkheid tot het vergroenen van wegprofielen (minder stenen, meer groen).

X

X

X

X

Pas groene elementen toe passend bij onderliggend landschapstype en/of (cultuur)historische waarde. In kleinschalige landschappen kunnen extra bomen of struiken geplant worden, waar in het open landschap terughoudendheid geboden is.

X

 
 
 

Pas bij voorkeur een natuurlijke afscheiding toe, zoals hagen (bijvoorbeeld rondom speelplekken waar afscheiding noodzakelijk is, op kavelgrenzen en erfafscheidingen.

X

 

X

 

Investeer in groeiplaats zodat (toekomst)bomen en groen tot wasdom kunnen komen. Maar daarbij bij voorkeur gebruik van organische bodemverbeteraars uit de regio.

 
 

X

X

Als uitwerking 30% schaduw (uit 3‑30‑300 norm): Pas schaduwgevend groen toe op rustpunten, op verblijfsplekken (zoals speelplekken, rond zorgcomplexen, ed.) en langs belangrijke wandel- en fietsroutes, door middel van bomen van de eerste grootte.

 

X

 
 

Nabij locaties met kwetsbare doelgroepen voor hitte, extra aandacht voor schaduw en koelte door aanplant van (grote) bomen en groen. Denk aan ouderentehuizen, zorglocaties, scholen, kinderopvanglocaties, maar ook winkelgebieden.

 

X

 

X

Maak groen waar mogelijk aantrekkelijk, toegankelijk en beleefbaar, waardoor routes en verblijfsplekken worden vergroot.

 

X

 
 

Bij soortkeuze wordt rekening gehouden met de functie van de plek, zoals bij parkeerplaatsen worden (boom)soorten gekozen die geen schade veroorzaken (vallende kastanjes, noten). Plant nabij speeltuinen geen struiken met stekels en prikkende takken.

 

X

 
 
4.1.2 Algemene eisen beheer

Beheer groen - algemeen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Vervanging van het groenareaal bij uitval of einde levensduur is nodig om een gezonde en leefbare buitenruimte in stand te houden.

X

X

X

X

Voer natuurgericht beheer passend bij de functie van de plek.

 
 

X

 

Bermen en oevers worden waar mogelijk extensief beheerd.

 
 

X

 

Zorg voor sociale veiligheid en verkeersveiligheid bij toepassing en beheer van groen, door beperkte hoogte en/of zichtlijnen. Bijvoorbeeld de eerste meter langs wegen intensief te maaien of geheel afschermend groen te vermijden op verblijfslocaties.

X

X

 
 

Maak gebruik van organische en biologische middelen, bij voorkeur uit de omgeving.

 
 

X

X

Gebruik bij beheer en onderhoud duurzame machines en materieel met zo min mogelijk CO2-uitstoot, bij voorkeur elektrisch.

 
 
 

X

Voor invasieve soorten geldt volgens de europese richtlijnen dat deze beheersbaar gehouden worden door registratie, beheersing en soms bestrijding. Pas de actuele werkkaarten toe om verspreiding en schade te voorkomen.

 
 

X

 

Stem beheer en onderhoud af op het type en de functie van het groen.

X

X

X

X

Zaai een extra strek grasmengsel in op intensief gebruikte gazons en grasvelden. Maak afspraken over herstel-vergoeding na intensief gebruik, zoals evenementen.

X

X

 
 

Zet vrijkomend groenafval waar mogelijk (en binnen beperkte kosten) circulair in. Zo kunnen boomstammen bewerkt worden voor de toepassing als speelaanleiding, draagt dood hout bij aan biodiversiteit en wordt natuurlijk afval (blad, takjes) zoveel mogelijk ter plaatse verwerkt en toegepast voor bodemverbetering van gemeentelijk groen.

 
 

X

X

Pas bij werkzaamheden rondom bestaande bomen adequate boombescherming toe binnen de ruimte van de boomkroon. Bescherm naast stam de wortelzone. Pas groeiplaatsverbetering toe. Na een herinrichting moeten de gehandhaafde bomen duurzaam behouden kunnen blijven.

 
 

X

X

Omvorming of vervanging is nodig zodra: hoge onderhoudskosten (t.o.v. regulier/nieuwe aanleg/ gemiddelde) en stagnatie in groei optreedt (signaal voor slechte groeiomstandigheden).

 
 
 

X

Voorkom maaischade aan bomen in gazons.

 
 

X

X

Voer snoei uit met duurzaam toekomstperspectief voor natuurlijke kroonontwikkeling (voorschriften Handboek Bomen).

 

X

X

X

Zorg voor schoon, heel en veilig groen gekoppeld aan beeldkwaliteit (bijvoorbeeld A-kwaliteit op belangrijke plekken als centra, dorpspleinen, begraafplaatsen en B-kwaliteit op overige plekken).

 

X

 
 

Vergroot de boomspiegel waar mogelijk, door bestrating te verwijderen en daarmee (terugkerende) wortelopdruk te voorkomen.

X

X

X

X

4.1.3 Algemene eisen organisatie en samenwerking

Organisatie- en samenwerking groen - algemeen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling of inrichting wordt een onderzoek uitgevoerd naar het effect van de ingrepen op de bomen in en om het plangebied, door een Boom Effect Analyse (BEA, conform Handboek bomen) op te stellen en met groenbeheerder en groenadviseur te bespreken.

X

X

X

X

Zorg dat beleidskaders en eisen aan de voorkant bij projecten worden meegenomen. Mocht dit (na integrale afweging) niet mogelijk zijn, dan dient dit onderbouwd te worden. Daarnaast wordt aangetoond hoe dan wel aan ambities en doelstellingen in dit plan voldaan kan worden.

X

X

X

X

Toets het ontwerp van initiatieven en projecten op beheerbaarheid van het groen en uitvoerbaarheid van taken en beschikbaarheid van benodigd beheerbudget bij oplevering (beheerparagraaf bij ontwerp).

X

 

X

X

Controleer bij aanleg of het ontwerp volgens de eisen wordt gerealiseerd, kwaliteit van aangelegde groeiplaatsen voldoet en of bestaand groen voldoende wordt beschermd.

X

X

X

X

Bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in de openbare ruimte mag het functioneren van bomen en beplantingen niet worden aangetast. Groenvakken en de groeiplaats van bomen moeten ten minste in de oude staat worden hersteld.

X

 

X

X

Maak vooraf afspraken over groenherstel en/of kostendekking wanneer bij ontwikkeling en projecten wijzigingen, schade en/of aanpassingen aan groen gedaan worden.

X

X

X

X

Werk samen met andere/private grondeigenaren om samenhangende structuren en waardevolle plekken te behouden.

X

 

X

X

4.2 Eisen voor Hoofdgroenstructuur

4.2.1 Beschrijving

De Hoofdgroenstructuur vormt het groene kader van de gemeente Bunnik. Dit zijn bovenwijkse structuren binnen de kernen, verbindingen van de kernen met het omliggende landschap en verbindingen van grote en/of belangrijke groengebieden (in kernen en buitengebied). Dit zijn de structuren die uit de analyse van het groen in de gemeente diverse waarden van algemeen belang hebben voor de opgaven identiteit, gezondheid, biodiversiteit of klimaatadaptatie (en soms voor al deze vier). Om die reden zijn dat structuren die een andere status en meer bescherming genieten dan overig groen. Ze bestaan uit robuuste groenelementen, zoals lanen, bermen, groenstroken, groengebieden, bosschages, etc.

Draagt bij aan: Hoofdgroenstructuur draagt bij aan alle opgaven, waarbij per plek/functie één of meerdere thema’s gekozen kunnen worden.

Gewenst beeld en aanpak: De robuuste structuren zijn onderdeel van een groter netwerk, waarbij continuïteit en samenhang belangrijk zijn en lijnstructuren zo min mogelijk gefragmenteerd zijn. Afhankelijk van de plek draagt de structuur bij aan een of meerdere opgaven. Denk hierbij aan biodiversiteitsstroken met veel verschillende soorten flora en fauna, klimaatlinten met ruimte voor waterberging, of een stevige, cultuurhistorische laan. Er is ruimte voor diversiteit en een hoge groenbeleving. De structuur wordt gevormd door bijvoorbeeld geschakeerde of verbonden groengebieden, lanen, bosschages, of (forse) groenstroken. Deze structuur en het groenareaal worden behouden en waar mogelijk versterkt. Bestaande (bebouwde) functies blijven bestaan, maar er wordt geen extra bebouwing toegepast. Verkoop van gemeentelijk groen is niet mogelijk en nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan doelstellingen van een of meerdere pijlers. Het is mogelijk middels grondruil dat het bestaande groenareaal vergroot wordt.

Participatie in beheer en adoptie van openbare ruimte is beperkt, omdat deze structuur bijdraagt aan hogere doelen door een grotere samenhang dan alleen deze plek.

Hoofdgroenstructuur krijgt specifieke aandacht als deze voornamelijk bestaat uit:

  • Historische structuur (opgave ‘Identiteit’): groenelementen met (cultuur)historische waarde, met een specifieke vorm, structuur, aanleg of beplanting die kenmerkend is voor een bepaalde historische periode of traditie. Voorbeelden hiervan zijn statige lanen van bomen van de eerste grootte (al dan niet van dezelfde soort), een rode beuk bij belangrijke gebouwen, leilindes in oude centra, knotwilgen langs watergangen.

  • Biodiverse structuur (opgave ‘Biodiversiteit’): groenelementen die optimaal ruimte bieden voor diverse flora en fauna, zoals diverse boomsoorten, bloemrijke beplanting, kruidenrijke grasbermen, groenstroken met veel gradiënten (gevarieerde gelaagdheid in beplanting).

4.2.2 Hoofdgroenstructuur eisen inrichting

Hoofdgroenstructuur

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Voor bomen in deze structuur geldt dat grote bomen van de eerste orde worden toegepast. Mits dit ook past binnen de eis voor voldoende boven- en ondergrondse ruimte.

X

X

 

X

Lanen die met name vanuit cultuurhistorie belangrijk zijn: samenhang in soort en grootte. Versterk historische laanstructuren met een beperkt aantal soorten of monoculturen, zodat dit de identiteit en samenhang versterkt.

X

 
 
 

Zet in op bomen die lang mee gaan (toekomstbomen, die goede groeiplaats hebben en groot zijn).

X

X

 

X

Zet beplanting in om de continuïteit van de doorgaande lijnen te benadrukken.

X

 
 
 

Pas diversiteit in lanen toe en zorg voor een samenhangende laanstructuur door te kiezen voor gelijksoortige boomhoogtes.

 
 

X

 

Zorg dat restgroen/snippergroen onderdeel wordt van de hoofdstructuur, zet dit groen in voor de leefbaarheid, zoals waterberging of biodiversiteit).

X

 

X

X

Pas waar mogelijk groenblauwe structuren toe en vergroot de beleving van water.

X

 
 

X

4.2.3 Hoofdgroenstructuur eisen beheer

Hoofdgroenstructuur

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas gevarieerd (maai-)beheer toe en stem beheer af, zodat bloei en zaadvorming van de beplanting bevorderd wordt.

 
 

X

 

Vervang bomen in lanen waar mogelijk gefaseerd, zodat de continuïteit van de structuur behouden blijft (en er ruimte blijft voor flora).

X

 

X

 

Plant bij mogelijke inboet terug op dezelfde plek, in de nabije omgeving maar in ieder geval binnen de hoofdstructuur.

X

 

X

X

Bij ernstig overlast (bijvoorbeeld door wortelopdruk) wordt eerst onderzocht op welke manier het groen / de boom kan blijven. Als dat niet mogelijk is, is herstel van de structuur door herplant nodig.

X

X

X

X

Zorg voor de samenhangende structuur, waarbij ruimte onder- en bovengronds aanwezig is voor het groen. Voor herplant moet de standplaats goed zijn, zodat de nieuwe aanplant kan ‘aanslaan’. Om die reden kan herplant soms uitgesteld worden, mits daarmee de structuur niet onderbroken wordt.

X

X

X

X

4.2.4 Hoofdgroenstructuur eisen organisatie en samenwerking

Hoofdgroenstructuur

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Verkoop van groen in hoofdstructuren is niet mogelijk. Dit is onderdeel van de vier opgaven.

X

X

X

X

Groenadoptie en participatie in beheer is niet mogelijk bij groen in hoofdstructuren. Dat gaat om een samenhang en uitstraling die groter is en van belang voor de hele gemeente om een robuuste structuur te behouden en/of ontwikkelen.

X

X

X

X

Bekijk bij initiatieven in de openbare ruimte hoe inwoners en ondernemers betrokken kunnen worden in het verbeteren van de groenstructuur, bijvoorbeeld door een keuze voor te leggen van de soorten die passend zijn voor de locatie.

X

X

X

X

Individuele en opzichzelfstaande ontwikkelingen en initiatieven, horen niet thuis in de hoofdstructuren.

X

 

X

X

4.3 Eisen voor Groene entrees en belangrijke plekken

4.3.1 Beschrijving

Groene entrees en belangrijke plekken weerspiegelen de identiteit van de Gemeente Bunnik. Dit zijn representatieve punten met hoogwaardig groen, welke een overgang vormen van gebied tot gebied of welke belangrijke verblijfsplekken zijn voor bepaalde doelgroepen. Ontmoeten en verblijven zijn belangrijk. Dit zijn plekken als dorps- en wijkentrees, historische plekken en monumenten, belangrijke kruispunten, pleinen, de brink of ontmoetingsplekken.

Draagt bij aan: Groene entrees en belangrijke plekken dragen bij aan de groene identiteit, daarnaast kan in meer of mindere mate ingezet worden op de andere thema’s zolang geen afbreuk gedaan wordt op de identiteit en beleving van deze plekken (maatwerk per plek).

Gewenst beeld en aanpak: De herkenbaarheid van de plek staat centraal. Daar hoort een hogere mate en intensiteit van inrichting en beheer bij. De plekken worden gemarkeerd door opvallende accenten in beplanting zoals kleurrijke borders of een solitaire, markante boom. Beplanting is dus passend bij het doel of de functie van de plek of een gebouw. Er wordt met name bijgedragen aan identiteit en beleving. Het Witte Kerkje en de Molen bij Werkhoven zijn hier voorbeelden van, waar een strakke haag of grote solitaire boom de identiteit van de plek benadrukken. Op sportvelden en begraafplaatsen is meer ruimte voor biodiversiteit in bijvoorbeeld zomen en borders. Groenadoptie is in beperkte mate mogelijk, zolang het bijdraagt aan de representativiteit van de plek (bijvoorbeeld op rotondes).

4.3.2 Groene entrees en belangrijke plekken eisen inrichting

Groene entrees en belangrijke plekken

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Kenmerkende beplanting, die accent geven aan de locatie. Zowel inheemse als uitheemse soorten. De nadruk ligt op de kenmerkendheid en accentuering van de plek.

X

 
 

X

Kijk per plek of er naast identiteit ook bijgedragen kan worden aan andere opgaven, waarbij geen afbreuk gedaan wordt aan het beeld van de plek.

 

X

X

X

Kies waar mogelijk voor bomen van de eerste grootte die kunnen uitgroeien tot monumentale bomen.

X

 
 

X

Pas bomen met kroonvolume toe, het liefst nabij entrees.

X

X

X

X

Pas beplanting toe met hoge sier- en bloeiwaarde.

X

 

X

X

Pas meer gecultiveerd groen toe op begraafplaatsen en andere historische plekken.

X

 
 
 
4.3.3 Groene entrees en belangrijke plekken eisen beheer

Groene entrees en belangrijke plekken

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Zorg voor een representatief en verzorgd beeld.

X

X

 
 

Pas (bloemrijk)gras en lage oeverbeplanting toe, waar openheid en zichtlijnen belangrijk zijn.

X

 

X

 

Pleeg extra beheerinspanning op intensief gebruikte locaties.

X

X

 
 

Richt beheer en onderhoud op behoud van sierwaarde en/of bloeiwaarde.

X

 
 
 

Plant bij uitval van een boom altijd een nieuwe. Geef prioriteit aan deze representatieve locaties.

X

 

X

X

4.3.4 Groene entrees en belangrijke plekken eisen organisatie en samenwerking

Groene entrees en belangrijke plekken

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Sta groenadoptie niet toe.

X

 
 
 

Participatie in beheer is alleen mogelijk als daarmee de kenmerkendheid en samenhang van deze plek in stand blijft en het bijdraagt aan de representativiteit van de plek (bijvoorbeeld op rotondes).

X

 
 
 

Betrek bij (her)inrichtingsprojecten specialistische kennisgroepen.

X

 
 
 

4.4 Eisen voor Dorpsranden

4.4.1 Beschrijving

De Dorpsranden vormen de overgang van woongebieden naar het buitengebied. Het omliggende landschap komt hier de kernen in. Er zijn verschillende landschappelijke en recreatieve verbindingen in deze randen aanwezig, welke worden versterkt door de groene beleving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een diffuse dorpsrand met groene bufferzone of meer harde grenzen richting het landschap.

Draagt bij aan: Beleving heeft een belangrijke rol in de dorpsrand, waar groen bijdraagt aan alle opgaven. Per plek kan nuance aangebracht worden.

Gewenst beeld en aanpak: De dorpsranden vormen de zone waar het landschap de kern in komt, daar waar uitgenodigd wordt om een ommetje te maken vanuit de kern. In de groene bufferzone zijn veel afwisselende landschapselementen aanwezig. De zone is daardoor kleinschalig en afwisselend. Deze rand is vaak toegankelijk, heeft een hoge recreatieve waarde met afwisselende groenmassa en ruimte en draagt daarmee bij aan alle opgaven. De meer harde dorpsranden worden gevormd door een weg of grenzen van (woon)kavels enerzijds, of een landschappelijke barrière anderzijds. Zicht en beleving van het omliggende landschap dient in alle gevallen versterkt te worden, waarbij barrières zoveel mogelijk door middel van groen verzacht dienen te worden. Belangrijke faunaverbindingen dienen hier hersteld en ontwikkeld te worden.

4.4.2 Dorpsranden eisen inrichting

Dorpsranden

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas de inrichting aan op het type dorpsrand. Een harde rand met een duidelijke grens tussen bebouwingsrand en landschap benadrukken door de inrichting met enkele zichtlijnen. Bijvoorbeeld een rand met een boomlaan zou de grens tussen kern en omgeving kunnen versterken.



X

 
 

X

Een brede dorpsrand is een groene overgangszone, met veel ruimte voor groen gebruik, in aansluiting op de bebouwing zoals de ijsbaan, begraafplaats.

X

X

X

X

Zorg voor aansluiting van bebouwing op omgeving. Pas toegankelijk groen toe om bewegen en het maken van een ommetje te stimuleren.

 

X

 
 

Pas soorten toe die een sterke relatie leggen met het omliggende landschap om beleving te versterken en plek te bieden voor verschillende flora en fauna.

X

 

X

 

Zorg voor zogenoemde stapstenen voor flora en fauna in de dorpsranden, als onderdeel van het grotere hoofdstructuurnetwerk.

 
 

X

 

Versterk de kleinschaligheid van diffuse randen door variatie aan landschapselementen en functies te stimuleren.

X

 
 
 

Randen met oevers worden natuurvriendelijk ingericht, waar mogelijk met een flauw talud.

 
 

X

X

Pas groen toe om kwaliteit van het landschap te benadrukken en barrières te verzachten, door bijvoorbeeld soortkeuze af te stemmen op omliggende landschap of met groenelementen de richting van de onderliggende (landschappelijke) structuur te benadrukken.

X

 

X

 

Zorg voor samenhangende dorpsranden, zonder dat er aanleiding is voor incidenteel uitbreiding van een prive tuin. De samenhangende randen zijn verbindingen voor flora en fauna.

X

 

X

 
4.4.3 Dorpsranden eisen beheer

Dorpsranden

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas waar mogelijk extensief beheer toe, passend bij het omliggende landschap dat hier de kern in komt.

X

 

X

 

Zorg dat vergezichten richting het landschap tijdig beheerd worden, zodat deze beleefbaar blijven.

X

 
 
 
4.4.4 Dorpsranden eisen organisatie en samenwerking

Dorpsranden

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Stimuleer agrarische (neven)functies welke zorgen voor een afwisselende beleving en verbetering van de toegankelijkheid.

X

X

 
 

Stimuleer het toepassen van groene erfafscheidingen, zeker op kavels langs zichtlocaties.

X

 

X

 

4.5 Eisen voor Wijkgroen

4.5.1 Beschrijving

De groene plekken en groenelementen op wijk- en buurtniveau vormen de directe omgeving van inwoners binnen de kernen. Voorbeelden hiervan zijn straatbomen, groenvakken, speelplekken en grasveldjes (met bereik buurtniveau). Wijkgroen ligt binnen de woonkernen en wordt veel ingesloten door de dorpsranden en hoofdgroenstructuur (zie ook bijbehorende paragrafen van dit hoofdstuk).

Draagt bij aan: Wijkgroen biedt met name ruimte voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en vitale leefomgeving.

Gewenst beeld en aanpak: Wijkgroen heeft een gevarieerd beeld en draagt in hoge mate bij aan beleving van de woonomgeving. De toegepaste groenelementen passen bij de cultuurhistorische onderlaag, waardoor er meer bijgedragen wordt aan biodiversiteit en het omliggende landschap beter beleefbaar wordt. In samenspraak met bewoners kan gekozen worden om groen op groene verblijfsplekken toe te passen dat bijdraagt aan een of meerdere pijlers. Denk hierbij aan natuurlijk spelen, eetbaar groen, etc. Het groen stimuleert om een ommetje te maken, biedt plek voor verschillende flora en fauna, die bijdragen aan diversiteit en groen en waterelementen zijn zichtbaar. Er is ruimte voor groenadoptie en samen met inwoners gezocht waar vergroend kan worden, omdat dit de betrokkenheid van bewoners vergroot, kennis wordt gedeeld en gestimuleerd wordt om meer naar buiten te gaan.

4.5.2 Wijkgroen eisen inrichting

Wijkgroen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas afwisselend groen toe en stem soortkeuze af, waarmee de kans op ziekten en plagen verkleind wordt en geen andere nadelige gevolgen hebben voor gezondheid van de mens.

 

X

X

 

Passend bij de groeiruimte zijn hier zowel kleine als grote bomen mogelijk, uitwerking gevend aan de 3‑30‑300.

X

X

X

X

Zorg voor groencompensatie op buurtniveau, wanneer bij herinrichting niet hetzelfde aantal bomen kunnen worden terug gepland.

 
 

X

X

Pas bomen en groen toe die bijdragen aan de beleving en activiteit, zoals door geur, bloei, kleur of klimbomen, fruitbomen, etc. Let op dat fruitbomen voldoende afstand tot speelplekken en parkeerplekken hebben (voorkomen overlast door vallend fruit en rotting).

 

X

X

 

Hou bij toepassing van bomen, rekening met plaatsing in de straat die zo veel mogelijk de zon op dak voor (eventuele) zonnepanelen beschikbaar houdt, mits dat past voor ondergrondse ruimte.

 

X

 

X

Stimuleer beweging door verschillende groene speel- en verblijfaanleidingen in de buitenruimte toe te passen.

 

X

 
 

Vorm waar mogelijk en passend een aantal traditioneel ingerichte speelvoorzieningen om in natuurlijk spelen, om afwisseling en aanbod te vergroten.

X

X

X

X

4.5.3 Wijkgroen eisen beheer

Wijkgroen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas aangepast (extensief) maaibeheer toe op gazons met als hoofdfunctie ‘kijkgroen’.

 
 

X

 

Vorm eentonige struikborders om naar meer diverse borders met (inheemse) planten en kruiden.

 
 

X

X

Beheer beplanting meer natuurlijk op de overgangen van woonwijken en grote groenarealen.

 
 

X

 

Pas beheeraccenten toe op overgangen van verschillende buurten of wijken of rond ontsluitingswegen.

X

 

X

 

Vergroot de beleving van groen, door het toepassen van kleur en fleur.

X

 
 
 
4.5.4 Wijkgroen eisen organisatie en samenwerking

Wijkgroen

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Biedt mogelijkheid tot groenadoptie van boomspiegels en zelfbeheer.

 

X

X

X

Stimuleer geveltuinen en andere initiatieven van bewoners tot minder stenen en meer groen. Dit kan alleen als de doorgang van de openbare ruimte voldoende is volgens richtlijnen van verkeer (inclusieve openbare ruimte).

 

X

X

X

Openbare ruimte blijft openbaar toegankelijk, ook als er een buurtinitiatief is, zoals een buurt tuin.

X

X

X

X

Initiatieven van bewoners moeten bijdragen aan vergroening. Het is niet mogelijk dat door bewonersinitiatieven openbare ruimte van groen naar verharding omvormt. Het groen staat in de open grond, conform de algemene eisen irt infiltratie hemelwater. Dus geen plantenbakken (water geven).

 

X

X

X

Stimuleer het toepassen van het vergroenen van het privéterrein (hagen als erfafscheiding, tegels eruit groen erin, aanleggen van ecologisch vriendelijke tuinen, etc.).

X

 

X

X

Zoek bij bewonersinitiatieven naar mogelijkheden om te vergroenen (op privéterrein en in openbare ruimte).

 
 

X

X

4.6 Eisen voor Kromme Rijnzone

4.6.1 Beschrijving

De Kromme Rijnzone vormt de belangrijkste drager van het landschap tussen Utrechtse Heuvelrug en het meer open oeverwallenlandschap richting Houten. De kernen van de gemeente Bunnik zijn ontstaan op de oeverwallen van deze rivier. Landschappelijke (groen)elementen dragen bij aan de groenblauwe structuur en beleving langs het water. In deze paragraaf richten we ons op de zone direct rondom de Kromme Rijn, die kenmerkend is en een grote waarde heeft in de beleving van gemeente Bunnik.

Draagt bij aan: Groen draagt in hoge mate bij aan de historische beleving en de beleving en recreatie in en rond het water. Door de afwisseling van groenelementen, al dan niet gekoppeld aan het water, is het gebied ook waardevol voor biodiversiteit.

Gewenst beeld en aanpak: Dit landschap heeft veel ecologische, cultuurhistorische en recreatieve waarde. Deze grote structuur van de rivier, geeft uitzicht op de dorpen, buitenplaatsen, agrarisch gebied met weiland en houtsingels, maar bovenal met de recreatieve kenmerken. Langs de rivier zijn nog enkele vestigingen de agrarische ontginningen vanuit het verleden te herkennen. De wandel-, fiets- en vaarroutes worden intensief gebruikt, waardoor natuurambities onder druk staan. Doordat de rivier een gemeente-overstijgend element is en er vele grondeigenaren betrokken zijn, ligt er de uitdaging voor samenwerking.

4.6.2 Kromme Rijnzone eisen inrichting

Kromme Rijnzone

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Onderzoek hoe bij ontwikkelingen de toegankelijkheid verbeterd kan worden, waardoor de recreatieve druk verspreid wordt. Belangrijke ecologische gebieden worden hierbij niet verstoord.

X

 

X

 

Onderbouw hoe bij ruimtelijke ontwikkelingen de samenhang van de rivierzone versterkt kan worden, toegankelijk en met voldoende ruimte om de waterloop.

X

X

X

X

Pas groenelementen en beplantingsoorten toe, die de waterbeleving versterken. Groen biedt hier ook ruimte voor waterberging.

X

 
 

X

Accentueer belangrijke recreatieve routes met afwisselend groen, met soorten die passen bij het rivierenlandschap.

X

 

X

X

Verbeter huidige en creëer nieuwe plekken ten behoeve van waterberging en langer vasthouden van water in en rondom groen.

X

 

X

X

Verbeter de toegankelijkheid voor waterrecreatie en benut kansen om een doorgaande waterloop te behouden en te ontwikkelen. Dit in samenhang met andere eisen voor leefbaarheid, als veiligheid, geluid, milieu.

 

X

 
 
4.6.3 Kromme Rijnzone eisen beheer

Kromme Rijnzone

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Zorg ervoor dat recreatieve paden goed toegankelijk blijven.

X

 
 
 

Bij intensief gebruik van openbaar groen, verhoog dan de beheerintensiteit aan om de hoogwaardige beleving te behouden.

X

 

X

 
4.6.4 Kromme Rijnzone eisen organisatie en samenwerking

Kromme Rijnzone

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Werk samen met kennisgroepen en andere betrokkenen om kennis te delen en ambities te koppelen.

X

 

X

X

Stimuleer bij ontwikkelingen het toepassen van groenelementen als houtsingels en het toegankelijk maken van het landschap.

X

 

X

 

Medebeheer is mogelijk en wenselijk, mits voldoende begeleiding met kennis van de locatie, het werk en het groen.

 

X

 
 

Werk samen met omliggende gemeenten, Provincie Utrecht, het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat aan gezamenlijke ambities en doelen ter versterking van de identiteit, beleving en natuurwaarden.

X

X

X

 

Kijk bij initiatieven naar koppelkansen voor water, groen, ecologie, recreatie en (cultuur)historie.

X

 

X

X

4.7 Eisen voor Buitengebied

4.7.1 Beschrijving

Voor het Buitengebied is het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Kromme Rijngebied + in 2009 vastgesteld, die in 2024 wordt geactualiseerd. De eisen voor deze groenstructuur volgen dit regionale plan.

Naast de Kromme Rijnzone (zie groenstructuur-eis) met relevant landschappelijke elementen, bestaat het buitengebied van de Gemeente Bunnik uit het meer open oeverwallenlandschap, dat zich kenmerkt door kleinschalige bosjes en de fruitboomgaarden, afgewisseld met weidegebied. Hier zijn een aantal weidevogelgebieden aanwezig. De structuur hangt samen met de iets hoger gelegen oeverwallen van zand en de iets lager gelegen komgronden, die door de vroegere meanderende ligging van de Kromme Rijn zijn ontstaan. De geschiedenis van het ontstaan van dit landschap, met in hoofdzaak agrarisch gebruik, is zichtbaar in de lange structuur van de Achterdijk, en de N229 in Odijk van waaruit bewoning en de verkaveling is ontstaan. De Achterdijk vormt de ruggengraat van het landschap en is een belangrijk structurerende lijn voor dit landschapstype.

Draagt bij aan: Het groen in het buitengebied draagt bij aan alle opgaven. Plek specifiek kan worden bepaald welke opgaven urgent of relevant zijn.

Gewenst beeld en aanpak: Het beeld wordt gekenmerkt door agrarische functies afgewisseld met natuurstructuren. Gekoppeld aan het Kromme Rijn landschap liggen de Limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Zo zijn er nog forten met schootsvelden te herkennen. De ontsluitingswegen vormen de beweegrichting van het landschap en daarmee de hoofdstructuur. Deze worden op verschillende plekken geaccentueerd met laanvormige structuren. Veelal haaks op deze wegen is erfbeplanting aanwezig, in de vorm van een (landschappelijke) haag, singel of houtwal, met vergezichten tussen de erfclusters door. De watergangen worden gemarkeerd door wat rietkragen of een aantal knotwilgen. Het grondgebruik is met name agrarisch; veeteelt en akkerbouw afgewisseld met fruitteelt. Deze fruitteelt zorgt voor een gevarieerde verdichting in het landschap, door toepassing van dichte haagstructuren rondom de percelen.

4.7.2 Buitengebied eisen inrichting

Buitengebied

Groene identiteit

Gezondheid en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Pas beplantingselementen toe, die de uitgestrekte structuur van de Achterdijk versterken en de haaks daarop liggende kavels en kavelgrenzen, erven en watergangen. Pas soorten toe die passen bij het landschapstype (denkend aan landschappelijke windsingels, hagen, knotbomen, lanen die op de komgronden danwel op de oeverwallen gedijen).

X

 

X

 

Zorg dat doorzichten vanaf de ontsluitingswegen richting het landschap beleefbaar blijven (dus pas geen hoge beplanting toe in de richting van de weg, anders dan rond erven).

X

 
 
 

Breid het natuurnetwerk uit door bestaande gebieden te versterken en/of vergroten, bestaande verbindingen te verstevigen en nieuwe verbindingen te creëren.

 

X

X

 

Pas bomen toe op plekken waar weinig schaduw aanwezig is.

 

X

 

X

Pas elementen als landschappelijke hagen en bosschages toe, met extensief beheer, die bijdragen aan het kleinschalige karakter en structuur in kavelrichting en haaks op de ontginningsas van de Achterdijk. Functies hiervan zijn o.a. landschappelijke aankleding om zicht op rand van bebouwd gebied te onderbreken en als schakels met aanwezig bos en/of clusters struweel (bijv Raaphofsebosje) om leefgebied van dieren te vergroten.

 

X

X

 

In het buitengebied van de Hollandse Waterlinie moet rekening gehouden worden met Schootsvelden, verboden kringen en kwaliteitseisen van de diverse linie-elementen. Pas beplanting toe op plekken waar massa passend is. Schootsvelden dienen conform Militair Erfgoed een open karakter te behouden.

X

X

 
 
4.7.3 Buitengebied eisen beheer

Buitengebied

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Zorg er voor dat beeldbepalende laanstructuren behouden blijven, door bijvoorbeeld bomen gefaseerd te vervangen om kaalslag te voorkomen. Hanteer daarbij normen waarbij vliegroutes en verblijfsplekken voor verschillende fauna in tact blijven.

X

 

X

 

Onderzoek bij vervanging of en hoe groeiruimte in bermen verbreed/vergroot kan worden, om de toekomstbestendigheid van bomen te vergroten.

X

 

X

X

Pas waar mogelijk bloemrijke, diverse bermen toe, maar voorkom dat belendende agrarische percelen geen last krijgen van overwaaiend onkruidzaad zoals akkerdistel en fluitenkruid.

 
 

X

 

Voer beheer uit dat aansluit bij natuurvriendelijke oevers en het behoud van een % van oeverbeplanting als schuilplek voor soorten. In de gedragscode soortenbescherming staan daarvoor specifiekere eisen. Voer dit uit in samenhang met de watereisen voor zowel ecologie als doorstroming van het waterschap.

 
 

X

X

4.7.4 Buitengebied eisen organisatie en samenwerking

Buitengebied

Groene identiteit

Gezond en leefbaar

Biodiversiteit

Klimaatbestendig

Faciliteer kennisdeling voor het toepassen van landschapselementen als knotwilgen, landschappelijke hagen, houtsingels, hoogstamboomgaarden, bosjes en poelen en informeer over mogelijkheden tot subsidies.

X

 

X

 

Medebeheer is mogelijk en wenselijk, mits voldoende begeleiding met kennis van het werk en het groen.

 

X

 
 

Werk samen met het hoogheemraadschap voor het toepassen van natuurvriendelijke oevers.

 
 

X

X

Bij initiatieven en vergunningaanvragen inbrengen hoe de kwaliteit van groen en groenelementen, en de daarbij behorende landschappelijke karakteristieken, verbeterd kunnen worden.

X

 

X

 

5 Uitvoeringsplan

Dit hoofdstuk gaat over de uitvoering van projecten om (actief) groen aan te leggen, om te vormen of te beheren volgens de opgaven uit de Groene Koers. Hier is budget voor nodig. Om te zorgen dat we aan de slag kunnen als er budget is en we de juiste keuze maken om dit budget zo effectief mogelijk in te zetten, geeft dit hoofdstuk een strategie.

Een overzicht van maatregelen biedt concrete handvatten. Het afwegingskader geeft aan op welke manier een keuze te maken. Met de uitwerking van drie budgetgestuurde varianten is aangegeven wat er mogelijk is (uitvoeringsplan) als er geen extra budget beschikbaar is of als er meer budgetruimte is.

In elk van de varianten (Basis, Accent, Optimaal) geldt dat er wordt gekozen voor maatregelen met een zo groot mogelijk effect en een bijdrage aan meerdere doelen. In alle gevallen geldt dat een maatregel of project beheerbaar moet zijn en dat daarvoor budget beschikbaar is.

afbeelding binnen de regeling

5.1 Maatregelen

Om in beeld te hebben welke acties er nodig zijn om het gewenste toekomstbeeld te bereiken en te werken volgens Groene Koers, is allereerst een overzicht van maatregelen opgesteld (zie bijlage 1 van Bijlage II Bijlagen Groene Koers). Dit zijn maatregelen die:

  • voortkomen uit de groenstructuurkaart, om aanwezige kwaliteit te behouden en ontbrekende schakels te versterken of structuren te ontwikkelen.

  • samenhangen met regionale of landelijke afspraken, zoals behoud van werelderfgoederen, afspraken uit het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied, november 2009 (LOP).

  • bij diverse vakspecialisten intern zijn opgehaald in samenhang met de opgaven.

  • samenhangen met de partijen die gebieden beheren binnen gemeente Bunnik, zoals gemeente Utrecht, Staatsbosbeheer.

  • in samenspraak met de klankbordgroep zijn opgehaald. De klankbordgroep bestaat uit betrokken inwoners.

Per maatregel is te zien welk effect deze heeft op de vier opgaven uit de Groene Koers (Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit, Klimaatrobuust) en over welke structuren in de groenstructuur-eisen ze gaan (hoofdgroenstructuur, groene entrees en belangrijke plekken, dorpsranden, wijkgroen, Kromme Rijngebied, buitengebied). Op hoe meer onderdelen de maatregel effect heeft, hoe effectiever en interessanter hij is.

De maatregelen hebben betrekking op acties voor:

  • a.

    Beheer en groot onderhoud en vervanging van gemeentelijk groen

  • b.

    Inrichting van de buitenruimte

  • c.

    Samenwerking met anderen

Beheer en onderhoud

Groen is altijd in beweging. Het leeft en het groeit. Op welke manier het groen wordt onderhouden, is allesbepalend voor hoe het eruit ziet en hoe het bijdraagt aan de vier opgaven van de Groene Koers. Door te kiezen voor een andere manier van beheren, meer of minder vaak of op een ander moment in het seizoen, zullen de resultaten anders zijn. Ter illustratie: Voor een speelveld is kort gras gewenst terwijl voor het verhogen van biodiversiteit langer gras met een specifieke richtlijn voor het maaien nodig is. Daarnaast heeft het wel of niet laten liggen van blad, maaisel of snoeiafval invloed op het groen. Achteruitgang van de kwaliteit van groen is onwenselijk. Een slechtere kwaliteit van het groen en uitval ervan leidt tot achteruitgang van onze leefomgeving.

Een deel van de maatregelen in de lijst gaat daarom over beheer. Voor sommige taken zijn de kosten van het beheer en onderhoud gelijk aan de huidige beheermaatregelen maar het kan ook zijn dat een wijziging tot meer of specialistischer werk leidt en dus tot hogere kosten. De beschikbare middelen zijn dus een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen wijzigen van beheer. Dit is meegenomen in het afwegingskader.

Inrichting van de buitenruimte

De groenstructuurkaart en de bijbehorende groenstructuur-eisen geven de gewenste toekomst weer van het groen in de gemeente Bunnik. Ze laten zien hoe we het waardevolle groen in de gemeente Bunnik behouden en de ontbrekende schakels, locaties en netwerken gaan ontwikkelen tot een stevige en herkenbare groenstructuur waarin identiteit, gezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid vanzelfsprekend zijn.

Een deel van de maatregelen gaat daarom over de aanleg van groen. Dit kan gaan over het herstellen of versterken van bestaande structuren maar ook over het groen inrichten van locaties voor bijvoorbeeld het tegengaan van hittestress.

Samenwerking

De doelen uit de Groene Koers kunnen we niet behalen zonder samenwerking met anderen. Grond en groen is niet altijd in eigendom van de gemeente Bunnik en we hebben op veel locaties te maken met eigenaars, gebruikers, andere overheden. Ook voor de uitvoering en financiering van projecten hebben we vaak hulp nodig van anderen. Het is dus van belang om energie te steken in het signaleren van kansen bij initiatieven van anderen, het informeren en stimuleren van andere partijen en in de lobby voor regionale groene ontwikkelingen en versterking van natuur- en landschapswaarden. Een deel van de maatregelen is hierop gericht.

5.2 Afwegingskader

Om de maatregelen uit te kunnen voeren, is tijd en budget nodig. Sommige maatregelen vragen veel budget, andere weinig en de effecten van de maatregelen zijn verschillend. Niet alle maatregelen kunnen we in een keer uitvoeren. Voor de keuze van maatregelen is daarom een afwegingskader nodig. Allereerst kijken we bij de selectie van maatregelen en projecten naar inzet en effect. Geordend van meeste naar minste effect bij toenemende eigen inzet:

  • Geen eigen investering groot effect (draagt bij aan meerdere doelen)

  • Kleine eigen investering, groot effect

  • Grote eigen investering, groot effect

  • Weinig of geen eigen investering, relatief weinig effect

  • Kleine investering, relatief weinig effect

  • Grote eigen investering, relatief weinig effect

Op basis van deze indeling worden maatregelen en projecten (combinatie van maatregelen) geselecteerd die binnen de beschikbare budgetten kunnen worden gerealiseerd. Projecten die het beste scoren op onderstaande punten krijgen prioriteit wanneer er onvoldoende budget is om alle projecten uit te voeren.

  • a.

    Projecten waarbij kan worden aangesloten op initiatieven van derden en/of waarbij externe financiering aan de orde is, hebben een pré;

  • b.

    Projecten die ‘eenvoudig’ zijn te realiseren, hebben een pré;

  • c.

    Projecten of maatregelen waarvan de onderhoudskosten laag zijn, hebben een pré ten opzichte van projecten met hoge onderhoudskosten.

  • d.

    Wanneer effect wordt bereikt voor 2 of 3 van de opgaven “identiteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid”, is dat een pré;

  • e.

    Wanneer verschillende gebieden worden verbonden, heeft dit een pré op solitaire projecten;

Deze afwegingsaspecten kunnen op basis van voortschrijdend inzicht worden aangevuld. Op voorwaarde dat de maatregelen en projecten uitgevoerd worden die een zo groot mogelijk effect hebben op de opgaven Identiteit, Gezondheid, Biodiversiteit en Klimaatbestendigheid.

Drie varianten

Er zijn verschillende manieren om aan de slag te gaan met de projecten en maatregelen. Projecten en maatregelen zonder eigen investering en met groot effect zijn uiteraard het meest interessant voor directe uitvoering. Maar met een beperkte eigen investering is er ineens meer mogelijk omdat de gemeente Bunnik zelf projecten kan opstarten maar ook, door zelf een deel te financiering, cofinanciering kan krijgen voor uitvoering. Een andere manier van uitvoering is het zelf opstarten en coördineren van projecten. Hierbij hoort een grote eigen investering.

Op basis van het afwegingskader stellen we daarom drie varianten voor uitvoering voor:

  • a.

    Basis: De maatregelen en projecten die effect hebben en zonder aanvullende budgetten, met beschikbare middelen uitgevoerd kunnen worden door de gemeente Bunnik. Voor ruimtelijke inrichting gaat het met name om een toetsende en regisserende rol van de gemeente.

  • b.

    Accent: Basis + de maatregelen en projecten die met weinig investering groot effect hebben.

  • c.

    Optimaal: Hier kiezen we voor eigen investering en het zelf opstarten van projecten.

5.3 Variant Basis

In scenario ‘Basis’ hebben we de volgende selectiecriteria gebruikt:

  • Er is geen aanvullend budget nodig. We werken zo veel mogelijk binnen het beschikbare budget. Voor uitvoering wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van subsidies, het stimuleren van derden en de aansluiting bij andere programma’s.

 

Project/maatregel

Trekker

Indicatie kosten incidenteel

Indicatie kosten structureel

Jaar

B1

Randvoorwaarden meegeven bij ontwikkelingen van civiele werken, wijkaanpakken, nieuwe initiatieven (+ verwerken in LIOR).

Gemeente

-

-

2025 en verder

B2

Nieuwe beheerbestekken uitwerken volgens de vier opgaven uit de Groene Koers, daar waar dit kostenneutraal kan.

Gemeente

-

-

2025 en verder

B3

Aansluiten bij maatregelen vanuit Programma Water en Riolering voor (hemel-)waterinfiltratie in het groen.

Gemeente

-

-

2025 en verder

B4

Uitvoering geven aan visie Kromme Rijn Linielandschap (KRLL), volgens collegeprogramma. Ontwikkelperspectief en uitwerking van projecten voor vergroening, natuur, water, recreatie.

Samenwerking via SOK KRLL

-

€75.000 (beschikbaar)

2024 en verder

B5

Faciliteren van initiatieven voor groen vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Gemeente/ initiatiefnemer

-

-

2025 en verder

B6

Stimuleren kleinschalige landschapselementen (subsidie van Provincie Utrecht).

Stuurgroep Kromme Rijnlandschap/ initiatiefnemer

 
 

2025 t/m einde subsidie

5.4 Variant Accent

Basis + de maatregelen die met weinig investering groot effect hebben

Met iets meer budget kunnen we uitvoering geven aan ‘icoonprojecten’: projecten die met een relatief kleine (en soms wat grotere) investering veel zichtbaar resultaat opleveren. Denk aan een locatie die centraal ligt en die door veel mensen wordt beleefd als een centrum, entree of hoofdstructuur of een ontbrekende schakel realiseren die net zorgt voor een goede route voor recreatie, mens en dier.

Variant Accent heeft als uitgangspunt dat met een klein budget veel waarde of een groot effect wordt bereikt. Dat is ook mogelijk als het budget door co-financiering vanuit andere subsidies groter wordt. Dan zijn we voor een deel afhankelijk van de planning van anderen of van het moment van verkrijgen van subsidie Met de groenstructuurkaart en deze Groene Koers is in ieder geval in beeld welke ambities er zijn: Zodra het juiste moment zich voordoet, kunnen we overgaan tot actie en uitvoering.

 

Project/maatregel

Trekker

Indicatie kosten incidenteel

Indicatie kosten structureel

Jaar

A1

Hittestress verminderen door vergroening van versteende locatie.



Hiermee wordt gestart door te onderzoeken welke locatie het meest kansen biedt: bijvoorbeeld in aansluiting op lopend project: De Meent.

Gemeente/initiatiefnemer

€40.000,-

Uitgangspunt gelijkblijvende beheerkosten

In aansluiting op project in 2025-2028

A2

Aanplanten van klimaatbosjes van een mix van struiken en kleine bomen. Van gazon naar variatie, in samenwerking met inwoners en/of bedrijven, zoal Green Business Club Bunnik.

 

€20.000

 

2025-2026

A3

Co-financiering voor Groen Groeit Mee projecten die voortkomen uit ontwikkelperspectief Kromme Rijn Linielandschap.

 

Nader te besluiten t.z.t. of aansluiting op ontwikkel­project

Check beheerkosten indien relevant

N.t.b.

A4

In samenhang tussen Omgevingsprogramma Water en Riolering en dit Omgevingsprogramma Groen een aanpak uitwerken dat bijdraagt aan zorgplicht hemelwateren grondwater en werkt gezamenlijke doelen voor klimaatadaptatie: structurele aanpak voor ontstenen en vergroenen.

 
 

Aanpak als onderbouwing voor Verordening rioolheffing, waarmee de taken worden gefinancieerd

2025-2026

 

Totaal

 

€60.000

 
 

Extra voorbeelden Accent-projecten

Hierbij voorbeelden van projecten, die ook als Accent project opgepakt kunnen worden, als daarvoor geld wordt toegekend of verkregen.

 

Project/maatregel

Trekker

Indicatie kosten incidenteel

Indicatie kosten structureel

Jaar

X1

Versterken van de hoofdgroenstructuur door laanversterking en -verjonging zoals de Stationsstraat of lanen met essen, kwetsbaar door essentaksterfte.

 

N.t.b.

-

N.t.b.

X2

Deeluitwerking in aansluiting op provinciaal beschikbaar budget voor kleinschalige landschapselementen:



- Heggenproject

- Project erfbeplanting

- Aanleg en herstel kavelgrensbeplanting



Actief inzetten, met een projectleider die specifiek de doelen aanjaagt en beschikbare co-financiering voor kleinschalige landschaps­elementen wordt benut.

 

N.t.b.

 

N.t.b.

X3

Behouden van waardvolle grote bomen zodat dit geen hittestress locatie wordt in ‘wijkgroen’ door standplaatsverbetering waar nu wortelopdruk van verharding is. Herstructurering en behoud functie en behoud bomen.

 

N.t.b.

 

N.t.b.

5.5 Variant Optimaal

In het scenario Optimaal is de gemeente Bunnik in veel gevallen zelf projecttrekker en initieert en financiert de projecten. Daarnaast stelt de gemeente subsidies beschikbaar aan derden voor uitvoering van projecten, bijvoorbeeld vanuit een op te zetten groenfonds. Uiteraard heeft de gemeente nog steeds oog voor de mogelijkheden vanuit andere programma’s, meekoppelkansen en cofinanciering.

De gemeente initieert en voert projecten uit in het kader van (landelijke en regionale) gebieds­opgaven of die volgen uit trends en (lokale) ontwikkelingen, zoals bij voorbeeld tegengaan van hittestress, behoefte aan lokale ommetjes.

Het schema hieronder is een voorbeeld van projecten is gericht op een aanpak van elke groenstructuur in scenario Optimaal. Deze opsomming is echter sterk afhankelijk van beschikbaar budget en urgentie van uitvoering op een specifiek moment. Niet alle structuren worden tegelijk opgepakt en worden keuzes gemaakt die passen bij de beschikbare capaciteit. Praktisch gezien wordt aansluiting gezocht bij andere projecten, zoals integrale wijkaanpak, aansluiting op groot onderhoud van verharding of waterbergingsvraagstukken. Ook wordt gekeken welke maatregelen aansluiten op Ruimtelijke Ontwikkelingen, regionale opgaven en subsidiekansen. Sommige maatregelen kosten meer budget dan anderen en de uiteindelijke bijdrage van de gemeente Bunnik kan jaarlijks lager uitvallen als er subsidie beschikbaar is.

 

Project/ maatregel

Trekker

Indicatie kosten incidenteel

Indicatie kosten structureel

Jaar

O1

Stimuleringsproject voor het vergroenen van particuliere terreinen (communicatieplan, stimuleringsbudget 1-malig, groenfonds, aansluiten bij regionale initiatieven, zoals Groen doet Goed).

 

€2.000 - €15.000

€10.000

 

O2

Al het maaibeheer omvormen naar ecologisch beheer en sturen op ecologische doelsoorten. Uitgezonderd waar functie en veiligheid kort gras vraagt.

Gemeente

€15.000

€50.000

2025

O3

Per jaar één hittestress locatie aanpakken, door meer schaduw, minder stenen, meer groen. Afhankelijk van omvang locatie en uitgangssituatie indicatie per locatie.

 

€60.000 - €200.000

 

N.t.b.

O4

Project aanleg ecologische verbindingszones.

 

N.t.b.

 
 

O5

Ontwikkeling Kromme Rijnzone Odijk.

 

N.t.b.

 
 

O6

Actief omvormen groen naar biodivers en natuurlijker groen (circa 200 á 300 m2 per jaar en bijbehorend onderhoud).

 
 

€15.000

 

O7

Project Groene daken, stimuleringsproject m.b.t. meer natuurinclusief bouwen.

 

€10.000

€5.000

 

O8

Ontwikkelen groene ommetjes.

 
 
 
 

O9

Aanpak hoofdgroenstructuren (jaarlijks ca 2% van de bomen aanpakken, budgetindicatie per jaar, afhankelijk type groeiplaats).

 
 

€300.000

 

O10

Herstellen/Versterken historische groene structuren en verbindingen (co-financiering).

 

€30.000 - €50.000

 
 

O11

Aanpakken en vergroenen Bunnik, Odijk en Werkhoven. Afhankelijk van omvang locatie en uitgangssituatie indicatie per project.

 

€60.000 - €200.000

 
 

O12

Versterken groene verbinding van dorp naar landschap (dorpsranden).

 
 
 
 

De projecten zullen niet allemaal tegelijk worden uitgevoerd. Daarom wordt er geen totaal van de kolommen genoteerd. Met deze budgetindicaties is wel een indicatie van het jaarlijks budget voor deze variant te geven voor het groenbeheer en uitwerking van verschillende groenstructuren. Voorstel om via variant Optimaal eerst in te zetten op aanpak hittestress locaties in samenhang met de diverse stimuleringsregelingen om daarmee onze gemeente klaar te maken voor de toekomst met voldoende koelte tijdens hitte en veerkracht bij piekbuien.

Daarnaast is aandacht nodig voor de hoofdstructuren die van belang zijn voor de hele gemeente en waar vervanging nodig is door een verminderde boomconditie door ouderdom en boomziektes, mede in samenhang met steeds grotere weersextremen. Daarnaast is het van belang deze structuren te versterken, waarmee de waarde voor alle groene opgaven wordt verhoogd.

  • Circa € 70.000 structureel budget voor stimuleringsregelingen voor inwoners en structureel ander beheer of de toename van het groenareaal met daarvoor benodigd beheerbudget.

  • Voor projecten die uitwerking geven aan het versterken en ontwikkelen van groene structuren is een schatting te geven van een bedrag van € 200.000 per jaar en afhankelijk van het type maatregel oplopend tot circa € 500.000.

5.6 Conclusie varianten

In alle gevallen geeft de Groene Koers richting en sturing aan initiatieven en ruimtelijke ontwikkelingen doordat de eisen en randvoorwaarden voorschrijven hoe de groene structuren versterkt moeten worden in projecten en gebiedsprocessen. Om daadwerkelijk zelf groen aan te leggen en groenprojecten op te starten of aan te jagen, is budget nodig. De effecten zijn dan sneller en duidelijker zichtbaar. Schematisch is dat als volgt weer te geven.

afbeelding binnen de regeling

Bij variant Basis is uitvoering door de gemeente Bunnik zelf hoofdzakelijk mogelijk via de structurele beheer- en onderhoudstaken. Deze taken worden voor een periode van enkele jaren via een beheerbestek neergelegd bij een groenaannemer. Gedurende de looptijd van een bestek zijn wijzigingen beperkt door te voeren. Bij een nieuwe aanbesteding van het werk kunnen maatregelen anders uitgevraagd worden, zolang de maatregelen kostenneutraal zijn. Verder is de uitvoering sterk afhankelijk van de mogelijkheden in projecten van andere partijen, door de groenstructuurkaart en groenstructuur-eisen voor te schrijven en te toetsen.

Op dit moment is het met de financiële onzekerheid rondom het gemeentefonds niet realistisch om in te zetten op variant Optimaal.

Nu er een plan is, maken we met variant Accent ook zichtbaar dat we aan de slag gaan met deze Koers. Bij strategie Accent wordt zowel ingezet op de maatregelen die mogelijk zijn met middelen die nu voorhanden zijn als een accent leggen op leefbaarheid, doordat aan alle opgaven wordt gewerkt. We zetten in op versterking van waarde voor heel de gemeente. Door de knelpunten aan te pakken, is het effect van een maatregel groter dan de ene plek waar het project wordt uitgevoerd. De ingrepen zorgen voor de benodigde kwaliteit voor de leefbaarheid in onze groeiende gemeente.

De projecten zorgen voor een aantrekkelijke gemeente en dragen bij aan de gezondheid. Door zelf actief in te zetten op projecten, zijn we niet alleen afhankelijk van anderen zijn, maar dragen als gemeente zelf ook actief bij. Hiermee inspireren we anderen om samen op te trekken en laten we zien aan bewoners en ondernemers dat we werken aan de leefbaarheid om daarmee ook hen te stimuleren dat voorbeeld te volgen. Laten zien dat we verbeteren, erover vertellen en subsidies (van andere partijen) ontsluiten. Op die manier brengen de accent projecten een vliegwiel effect op gang.

Zonder impuls projecten zijn de resultaten van de Groene Koers beperkt. Daarom is het advies om voorgestelde accentprojecten uit te voeren, waarmee de groenstructuur versterkt wordt met uitstraling naar heel gemeente Bunnik, door een beperkt impulsbudget toe te kennen.

5.7 Uitvoering en monitoring

In het vorige hoofdstukken zijn drie verschillende varianten beschreven om tot uitvoering van het Omgevingsprogramma Groene Koers 2040 te komen.

De uit te voeren projecten en maatregelen zijn afhankelijk van de gekozen variant, van beschikbaar budget, co-financiering en fte’s en kan daarmee per periode verschillen.

De uitvoeringsstrategie zal niet voor de gehele duur van deze Groene Koers vaststaan. De keuze kan tussentijds herzien worden. Omdat we nu niet weten hoe de wereld er over tien jaar uitziet, zal de gekozen variant (basis, accent, optimaal) de basis vormen. Op basis van de gekozen variant wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma verwerkt via de planning- en controlcyclus. De raad kan uiteraard op elk moment via een afzonderlijk raadsbesluit of de kadernota budget toekennen voor een project of voor structurele groentaken als dat wenselijk en mogelijk is.

De Groenstructuur-eisen worden opgenomen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) die periodiek wordt geëvalueerd en geactualiseerd. De LIOR geeft voor alle initiatieven en projecten in de openbare ruimte de integrale eisen weer.

De Groenstructuurkaart wordt verwerkt in het databeheersysteem en moet opgenomen worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Daarnaast is het raadzaam om een beheer- en onderhoudsplan te maken om de ambities en kwaliteiten vast te stellen voor dagelijks beheer, groot onderhoud en vervanging.

Monitoring

Om goed te kunnen monitoren wat de effecten zijn van de uitvoering van de Groene Koers maken we jaarlijks op hetzelfde moment een data-overzicht van het groenareaal dat gemeente Bunnik beheert. Op deze manier wordt inzicht verkregen in de omvang van het groenareaal en mogelijke toe- of afname.

Wanneer er budget beschikbaar is, kunnen we aanvullende monitoringsinstrumenten opstellen zoals:

  • Een plant- en boomsoortenlijst (mits budget/capaciteit voorhanden is) met daarop een classificatie van soorten die geschikt zijn voor onze gemeente en de mate waarop ze bijdragen aan de doelen, zoals biodiversiteit en klimaatbestendigheid (bestand tegen perioden van hitte, droogte, hoge waterstand, zout). Op basis van deze soortenlijst kan het areaal dat gemeente Bunnik beheert gescoord naar bijdrage van de soorten.

  • Monitoring boomkroonvolume. De effectiviteit van bomen wordt voor een groot deel bepaald door de omvang van de boomkroon. De monitoring van het boomkroonvolume vraagt om aanvullende investering.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Bijlagen_Groene_Koers

/join/id/regdata/gm0312/2026/pdf_4de9faff-7312-4d4b-8a6b-303d96c7ee94/nld@2026‑03‑17;20

Groene_Koers_Bunnik_2024-2040

/join/id/regdata/gm0312/2026/pdf_bfad4d0f-d9de-4f9b-afdc-8108f7e45137/nld@2026‑03‑17;20

buitengebied

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio3ab6b220-9bf8-4593-8b85-a62c58bc7aed/nld@2026‑03‑17;13-1

dorpsranden

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio9c5e02d9-e165-415a-841b-0b33330c71c8/nld@2026‑03‑17;3-1

groene entrees en belangrijke plekken

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio07e9cb91-48ae-42d2-a962-2382848e4cdb/nld@2026‑03‑17;5-1

hoofdgroenstructuur

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio66d83906-62ef-4091-82c3-b7bb9ceddd8f/nld@2026‑03‑17;7-1

kromme rijnzone

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio91296f8b-2bcc-49da-aa86-48872b136b66/nld@2026‑03‑17;9-1

wijkgroen

/join/id/regdata/gm0312/2026/3gio39e60079-880e-4959-9b6c-ddb8f90b2462/nld@2026‑03‑17;11-1

Bijlage II Bijlagen Groene Koers

Bijlagen_Groene_Koers.pdf

Bijlage III Omgevingsprogramma Groene Koers (PDF)

Groene_Koers_Bunnik_2024-2040.pdf

Naar boven