Gemeenteblad van Beek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 125536 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 125536 | beleidsregel |
Beleidsregels Toelating tot de Schuldhulpverlening gemeente Beek 2026
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Schulddienstverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;
Artikel 2. Doelgroep schulddienstverlening
Alle ingezetenen van de gemeente Beek met een schulden van 18 jaar of ouder kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. Hieronder worden ook ingezetenen met een eigen onderneming verstaan.
Artikel 3. Algemene verplichtingen
De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de op hem van toepassing zijnde schulddienstverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het Schulddienstverleningstraject. Cliënt heeft tevens toestemming voor in het inwinnen bij en het verstrekken van informatie aan derden voor zover relevant voor de schulddienstverlening.
De medewerking bestaat in ieder geval uit:
Artikel 10. Informatie en advies
Tot informatie en advies (waaronder begrepen doorverwijzing naar derden) kan worden besloten indien het mogelijk wordt geacht om een duurzaam financieel evenwicht te bereiken voor verzoeker zonder dat een beroep gedaan wordt op herfinanciering, schuldbemiddeling of stabilisatie. Het betreft maximaal drie gesprekken in een korte periode. Ook kan informatie en advies verstrekt worden indien geen recht op schuldhulpverlening bestaat vanwege uitsluiting of recidive. Er wordt dan informatie en advies verstrekt over eventuele andere mogelijkheden tot oplossing van de problematische schuldensituatie.
Artikel 11. Schuldhulpverlening
Tot budgetbeheer kan worden besloten indien de schuldenlast zodanig is dat er sprake is van een (problematische) schuldsituatie en hieruit blijkt dat schuldenaar niet of tijdelijk niet in staat is zelfstandig zijn financieel beheer te voeren. Daartoe wordt het volledig beheer van de inkomsten en uitgaven van de schuldenaar middels een budgetbeheerrekening door het college van burgemeester en wethouders verzorgd gedurende de periode van schulddienstverlening. Tevens wordt getracht de problematische schuldsituatie op te lossen door schuldbemiddeling of schuldsanering.
Het is aan te bevelen tussentijds, gedurende de 18 maanden, twee toetsmomenten te plannen om het tussentijdse Vtlb te berekenen. Daarbij wordt rekening gehouden met wijzigingen in de inkomens- en vermogenspositie van de schuldenaar. Er wordt gecontroleerd of de schuldenaar in de verstreken periode zijn aflossingscapaciteit volledig heeft ingebracht en of de schuldenaar voldoende inspanningen verricht heeft om zijn inkomsten te vergroten.
Binnen 6 maanden nadat het traject integrale schuldhulpverlening is beëindigd, informeert het college bij de belanghebbende of deze financieel stabiel is en biedt zo nodig extra ondersteuning aan.
Indien via schuldbemiddeling geen akkoord kan worden bereikt met alle schuldeisers of indien vanwege een andere reden het minnelijke traject niet kan starten dan wel mislukt, kan een beroep worden gedaan op de Wsnp. Op grond van artikel 285 lid 1 sub e Wsnp verklaart de gemeente daartoe met redenen omkleed dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke sanering en verklaart tevens over welke aflossingsmogelijkheden schuldenaar beschikt
Artikel 16. Beëindigingsgronden
Alvorens, ingevolge lid 1 te besluiten tot weigeren dan wel beëindigen, wordt belanghebbende een redelijke hersteltermijn op grond van de Awb geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te leveren of informatie te verstrekken en hem gewezen op de gevolgen van niet-nakoming.
Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening als er sprake is van een ontregelende belemmering van het traject:
bekend is geworden dat belanghebbende tijdens het schulddienstverleningstraject, fraude heeft gepleegd en in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd, tenzij de opgelegde bestuurlijke sanctie, naar het oordeel van het college, geen belemmering vormt voor de schulddienstverlening
Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Beek in zijn vergadering van 10 maart 2026.
Het college van burgemeester en wethouders van Beek,
Christine van Basten-Boddin,
Burgemeester
Paul de Jonge
Gemeentesecretaris/ algemeen directeur
De gemeente Beek heeft behoefte aan heldere spelregels: de burger weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen.
Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schuldhulpverleningspraktijk vanaf het moment dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking is getreden op 1 juli 2012 onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) valt. Vanaf dat moment is het dus van belang om regels m.b.t. toelating tot de schulddienstverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in een juridisch vat te hebben gegoten. Per 1 januari 2021 heeft er een wijziging plaatsgevonden in deze wet.
De gemeente Beek is lid van de NVVK. Wij volgen de gedragscode, de modules en convenanten die door het NVVK zijn vastgesteld.
Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wet Gemeentelijke Schulddienstverlening.
Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening
Conform de visie staat schuldhulpverlening in beginsel open voor alle inwoners van Beek van 18 jaar en ouder. Er wordt door de gemeente dus geen specifiek doelgroepenbeleid gevoerd.
Artikel 3. Algemene verplichtingen
Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager vooropgesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject.
Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming.
Het is van belang om de schuldhulpverlening effectief in te zetten, onder andere om recidive te voorkomen. De schuldhulpverlening is niet effectief wanneer de belanghebbende bijvoorbeeld flankerende hulpverlening weigert, terwijl dit door het college wordt gezien als een voorwaarde voor een succesvol traject. Dit moet duidelijk gemotiveerd zijn door het college. Ditzelfde geldt ook voor beschermingsbewindvoering. Wanneer het college voorziet dat belanghebbende niet in staat zal zijn om zijn financiën (op termijn) zelfstandig te kunnen beheren, kan de belanghebbende worden verwezen naar bewindvoering.
Artikel 4. Algemene voorwaarden
Het college bepaalt of de belanghebbende wordt uitgenodigd voor een intakegesprek. Wanneer de belanghebbende een hulpvraag heeft waar schuldhulpverlening van de gemeente Beek een ondersteunende rol kan hebben wordt een intake ingepland.
In de Awb is vastgelegd dat de belanghebbende het recht heeft om een aanvraag in te dienen. Ook als op voorhand duidelijk is dat de aanvraag wordt afgewezen. In zo’n geval kan de afweging worden gemaakt of een intakegesprek noodzakelijk is om verdere informatie te verkrijgen, of dat met de informatie verkregen uit het screeningsgesprek een goed gemotiveerde afwijzing gegeven kan worden.
Om een aanvraag in te dienen moet de belanghebbende een aanvraagformulier ondertekenen. Door het ondertekenen van dit formulier gaat de belanghebbende akkoord met de voorwaarden voor schuldhulpverlening en geeft hij toestemming om contact op te nemen met schuldeisers en ketenpartners.
In de regel zal een aanvraag van een bewindvoerder leiden tot een schuldbemiddeling. Het voortraject (stabiliseren) heeft de bewindvoerder gedaan. Uitzonderingen hierop gaan altijd in overleg tussen bewindvoerder en consulent.
Als de belanghebbende niet op intake komt zonder afmelding neemt de consulent contact op met belanghebbende om te vragen naar de reden. Voorwaarde voor het slagen van een traject schuldhulpverlening is immers dat de belanghebbende gemotiveerd is en medewerking verleent aan het traject.
De aanvraag wordt afgesloten met een beschikking en plan van aanpak. De belanghebbende moet akkoord geven op dit plan van aanpak om het traject in te kunnen zetten.
Wij zien de volgende situaties in principe niet als crisis: aangekondigde boedelverkoop, verkoop eigen woning, loonbeslag, bankbeslag, aanvraag faillissement. Dit is altijd maatwerk. Als de crisis is verholpen, wordt beoordeeld of de belanghebbende een traject voor de schuldhulpverlening ingaat. Dit is namelijk niet in alle gevallen wenselijk of mogelijk.
In dit artikel wordt het proces en voorwaarden voor het innemen van een aanvraag beschreven. In het proces van schuldhulpverlening wordt een onderscheidt gemaakt tussen melding en aanvraag. Het proces start als een afspraak voor screening gemaakt wordt. Dit kan door persoonlijke melding aan de balie van het gemeentehuis, telefonisch, schriftelijk of via email. De consulent bespreekt in de melding samen met de belanghebbende de hulpvraag en wat de belanghebbende vanuit eigen kracht en het eigen sociaal netwerk kan doen.
Er zijn geen voorwaarden voor een meldingsgesprek. Soms is het voldoende om informatie en advies te geven, waar de belanghebbende zelf mee verder kan. Deze melding is daarom nog geen aanvraag.
Indien er sprake is van een problematische schulden situatie wordt er een beschikking afgegeven. Indien er sprake is van een niet problematische schuld wordt er geen beschikking afgegeven.
Er is geen specifiek doelgroepenbeleid.
Het plan van aanpak wordt samen met de klant opgesteld tijdens de intake. Hierin wordt de te ingezette dienstverlening vermeld. Deze zal samen met de beschikking binnen 8 weken na het eerste gesprek afgegeven worden.
Artikel 10. Informatie en advies
Het project informatie en advies wordt ingezet ter voorkoming van een problematische schulden situatie/escalatie van schulden. Bij dit project wordt geen beschikking afgegeven.
Artikel 11. Schulddienstverlening
In lid 1 is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Anderzijds wordt middels dit lid, evenals lid 2, recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Daar waar sprake is van een schuldenpakket dat zich niet laat regelen of indien er sprake is van een onregelbare verzoeker, kan een aanvraag worden geweigerd.
Lid 2: Dit artikel toont de kern van schulddienstverlening: een gerichte en selectieve toepassing van schulddienstverlening. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In lid 2 van dit artikel worden 5 factoren genoemd die bepalen in welke mate de gemeente één of meerdere producten schuldhulpverlening aanbiedt:
Lid 3: Onder nazorg verstaan wij een extra klantcontact nadat een traject is beëindigd. Aan de hand van een (telefonisch) klantcontact beoordeelt de consulent of de situatie nog stabiel is, of er nieuwe problemen zijn ontstaan, en of de belanghebbende nog vragen heeft.
De consulent beoordeelt of het noodzakelijk is om de belanghebbende nogmaals uit te nodigen voor een baliecontact voor het geven van informatie en advies. Nazorg kan eventueel leiden tot het opstarten van een nieuw traject.
De contacten die voortkomen uit hercontroles of heronderzoeken voor budgetbeheer en tijdens het minnelijk traject zien wij niet als nazorg, aangezien dit reguliere werkzaamheden zijn die gebeuren tijdens het traject van de belanghebbende.
Wanneer het traject is beëindigd omdat de belanghebbende niet aan de verplichtingen heeft voldaan zal geen nazorg plaatsvinden.
Het college oordeelt of de belanghebbende in aanmerking komt voor budgetbeheer. Dit is altijd maatwerk. Het college bepaalt het doel dat bereikt moet worden, bijv. een bepaalde mate van duurzame financiële zelfredzaamheid, zoals omschreven in de NVVK Gedragscode..
Budgetbeheer gebeurt op vrijwillige basis. Vóór het starten van het budgetbeheer ondertekent de belanghebbende de overeenkomst voor budgetbeheer. Budget beheer kan een voorwaarde zijn om het creëren van een financiële stabiele situatie voor het starten van een schuldbemiddeling. Ondanks het vrijwillige karakter van budgetbeheer is het ter beoordeling van het college wanneer het budgetbeheer beëindigd kan worden. Als de belanghebbende het budgetbeheer weigert of beëindigt, kan het college besluiten het traject schuldhulpverlening te beëindigen.
Indien er een voorstel van 100% terugbetaling kan worden gedaan, kan van de 18 maandstermijn worden afgeweken. De duur dient wel een redelijke termijn te zijn.
Indien door omstandigheden buiten schuld van klant om, de afgesproken afloscapaciteit niet gereserveerd is, kan aan de schuldeisers voorgelegd worden om de schuldbemiddeling te verlengen. Ook hier dient een redelijke termijn aangehouden te worden.
Indien blijkt dat er geen reële kans bestaat tot toelating WSNP, is er toch de verplichting om op verzoek van klant een verklaring af te geven.
Het college zal aanwezig zijn bij de WSNP zitting.
Artikel 15. Beëindigingsgronden
Schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat de werking van de andere artikelen van de beleidsregels onaangetast. Dit artikel is geformuleerd als een zogenaamde kan-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college ruimte om van een beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Dit is altijd maatwerk. Het college moet gemotiveerd beoordelen of er in het schulddienstverleningstraject sprake is van een ontregelende belemmering. Als dat het geval is, kan een traject beëindigd worden.
Indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 3, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform artikel 15 lid 2, verzoeker éénmaal een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting.
Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid vereist het opleggen van een hersteltermijn maatwerk.
In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat in ieder geval de werking van artikel 3 onaangetast.
Van de 6 gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder d,e en f, bijzondere aandacht gelet op de visie zoals neergelegd in het beleidsplan Schulddienstverlening. Daar waar Beek wil staan voor een selectieve en gerichte toepassing van schulddienstverlening, kan dat betekenen dat schuldhulpverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zie in dat licht ook een duidelijke link met artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels.
Die persoonlijke omstandigheden variëren in aard en duur. Hier is dan ook sprake van maatwerk en dient de gemeente goed te motiveren in de beschikking.
Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere trajecten / contacten schulddienstverlening, zijn in dit artikel regels gesteld.
Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening en/of de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.
De grote beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 15 indien nodig (ingevolge artikel 17: de hardheidsclausule). Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in artikel 15.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen succesvol of niet succesvol beëindigen van een schuldbemiddeling, minnelijk of wettelijk. Aan het doorlopen van een schuldbemiddeling zijn consequenties verbonden. Wanneer een schuldbemiddeling niet succesvol is afgesloten en dit te wijten is aan de cliënt, dan zijn de consequenties ook voor de cliënt.
Er wordt wel onderscheid gemaakt naar het moment waarop de schuldbemiddeling is gestopt. Na het beëindigen van een gestarte schuldbemiddeling, kan het college een nieuwe aanvraag 2 jaar weigeren.
Artikel 17. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere en/of onvoorziene gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Deze mogelijkheid dient met de grootste terughoudendheid te worden toegepast. Precedentwerking ligt op de loer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-125536.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.