Gemeenteblad van Beek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 125356 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beek | Gemeenteblad 2026, 125356 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beek 2026
Voor de bekostiging van het Leerlingenvervoer heeft de gemeente een Verordening bekosti-ging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022 opgesteld. Ter verduidelijking van de uitvoering van deze verordening zijn deze nadere regels opgesteld door het College van Burgermees-ter en Wethouders, zoals bepaald in artikel 6.8 van de Verordening.
Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op primair onderwijs, de Wet op voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Algemene wet be-stuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022.
Artikel 2: Woning van de leerling
Indien een leerling feitelijk verblijft op meerdere adressen, is per verblijfsadres een separate aanvraag leerlingenvervoer vereist. Een verblijfsadres komt uitsluitend in aanmerking indien sprake is van een structureel verblijf van ten minste twee nachten per week.
Artikel 3: Nevenvestigingen van scholen
Het vervoer voor leerlingen die recht hebben op bekostiging leerlingenvervoer en structureel op nevenvestigingen worden geplaatst waar passend onderwijs wordt gegeven. Deze locatie wordt getoetst aan de afstandscriteria dichtstbijzijnde toegankelijke school en moet voldoen aan de andere voorwaarden in de Verordening. De nevenvestiging beschikt ook over een Brin-nummer.
Een school die vol is heeft geen zorgplicht voor de leerling. Wanneer leerlingen te maken krijgen met wachtlijsten op de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt het vervoer naar de dan dichtstbijzijnde school vergoed voor de duur van maximaal een schooljaar. Bij het nieuwe schooljaar, of indien er eerder plek is voor de leerling, zal de vergoeding echter wel worden gebaseerd op de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Hieraan wordt als voorwaarde gesteld dat de leerling op de wachtlijst blijft staan. Wanneer de ouders de leerling van de wachtlijst afhalen, vervalt het recht op een vergoeding naar de verder weg gelegen school.
Het onderwijs voor hoogbegaafden valt onder regulier basisonderwijs en valt daardoor onder de WPO. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenver-voer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voor-waarden uit de Verordening. Ouders dienen bewijzen te overleggen dat het kind is aange-wezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om ver-voer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen, door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind niet naar een school kan die dichterbij ligt.
Artikel 7: Combinatie van onderwijs met medische behandeling of zorg
Hierbij geldt dat het college leerlingenvervoer aanbiedt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids (zie Verordening artikel 1, onder “reis-tijd”). Krijgen leerlingen voor, tijdens of na schooltijd zorg of behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer.
Artikel 8: Route, berekening afstand en vergoeding reiskosten
De Reisregeling Binnenland is in 2020 vervallen. Op dit moment wordt in plaats daar-van de belastingvrije kilometervergoeding gehanteerd voor vervoer per auto. Met een kilometervergoeding van € 0,23 vier maal de enkele reis. Voor de fietsvergoeding geldt € 0,11 per gereden kilometer. Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoe-ding voor autogebruik, naar beneden afgerond. De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
Waar mogelijk worden de mogelijkheden van de leerling benut en het reizen met de fiets (al dan niet onder begeleiding) gestimuleerd. Dit houdt in dat fietsvergoedingen zullen worden verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de fiets (dan wel bromfiets). De fiets-route wordt op basis van de Google Maps routeplanner, kortste route, berekend.
Artikel 10: Combinaties van vervoersvoorzieningen
Indien uit de beoordeling blijkt dat de best passende vervoersvoorziening bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer, bepaalt het college de wijze van bekosti-ging. Uitgangspunt bij een combinatie is zelfstandigheid en goedkoopst passend.
Artikel 11: Schooltijden, wachttijden en afzetmarge
Aangepast vervoer wordt georganiseerd op standaard schooltijden per schoollocatie zoals deze genoemd zijn in de schoolgids, zo nodig uitgesplitst naar onderbouw/bovenbouw. Dit betekent, dat het aangepaste vervoer op wisselende en afwijkende schooltijden niet wordt bekostigd. Voor het vervoeren van leerlingen van dezelfde locatie of van meerdere locaties gecombineerd in één route, die afwijkende begintijden of eindtijden hebben, geldt als uit-gangspunt dat de leerlingen zoveel mogelijk op dezelfde begin- en/of eindtijden worden ver-voerd. Wachttijden tot maximaal drie lesuren voor het voortgezet onderwijs worden ook ge-accepteerd. Het kan dus voorkomen dat leerlingen drie lesuren op school moeten wachten, omdat ze gecombineerd vervoerd worden met leerlingen van dezelfde school of van een school waarmee een combinatie gemaakt wordt.
Verzoeken om leerlingen op afwijkende tijden op te halen, bijvoorbeeld voor huiswerkbege-leiding, proefwerkweken, straf of doktersbezoek, worden niet gehonoreerd. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. De schoolgids is en blijft leidend.
De afzet- en ophaaltijd aan school moet gelegen zijn binnen een tijdsmarge van maximaal vijftien (15) minuten en minimaal vijf (5) minuten voor het aanvangstijdstip respectievelijk na het eindtijdstip van de school. Het ophaaltijdstip aan het einde van de lessen is nooit eerder dan het tijdstip waarop de lessen eindigen. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen.
Artikel 12: Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling
Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is:
Er sprake is van een eenoudergezin waar nog een ander jonger kind is dat, gelet op de leeftijd van het kind in kwestie niet geacht kan worden zelfstandig naar school te gaan, en tevens vaststaat dat de ouder de begeleiding van het ene kind niet kan combineren met het vervoeren van en naar school van het andere kind. Ook zal aan-getoond moeten worden dat begeleiding door anderen niet mogelijk is;
De ouder van een eenoudergezin kan niet langer zijn/haar werk uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Het volgen van een (re-) integratietraject of voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk. In deze gevallen kan een inschrijfbewijs van de opleiding worden opgevraagd;
De leerling kan uitsluitend onder begeleiding met openbaar vervoer reizen, waarbij de reistijd voor de begeleider meer dan 6 uur per dag in beslag neemt naar het reguliere basisonderwijs en meer dan 3 uur per dag naar het S(B)O/V(S)O. De noodzaak van begeleiding moet in zulke gevallen voldoende worden aangetoond. Er wordt met de aanvrager afspraken gemaakt om de leerling zo spoedig mogelijk te helpen in het zelfstandig reizen.
Bij een tweeoudergezin en een combinatie van bovenstaande leidt tot eenzelfde ern-stige benadeling. Het enkele feit dat de ouders beiden werken is zonder bijkomende omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden geen reden om aangepast vervoer toe te kennen.
Artikel 13: Voor elkaar pas (VEP)
Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO) en het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) geldt dat het recht op bekostiging van de VEP vervalt na één jaar gebruik van de pas, tenzij door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding bij het reizen nog noodzakelijk is. De noodzaak tot begeleiding wordt onderbouwd met relevante infor-matie, zoals medische, gedragskundige of andere deskundigenverklaringen. Indien begeleiding noodzakelijk wordt geacht, blijft recht bestaan op bekostiging van deze vorm van leerlingenvervoer.
Artikel 15: Vervoer van en naar een tweede haal of breng adres
Indien reeds aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening voor het vervoer van de woning naar school en terug, kan het college op verzoek een vervoersvoorziening toekennen voor het vervoer van en naar de school vanaf, dan wel naar, een tweede adres binnen de Ge-meente Beek. Op deze toekenning zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
De Verordening geeft aan dat eigen vervoer alleen op verzoek of vraag van ouders ingezet kan worden. In de uitvoering zal aan ouders gevraagd worden of zij de leerling zelf kunnen en willen vervoeren. Dit in het kader van eigen regie, het bevorderen van het zelf oplossend vermogen en de zelfstandigheid.
Indien de leerling recht heeft op aangepast vervoer en ouders maken de keuze om zelf te rijden heeft de ouder recht op een kilometervergoeding. Indien de leerling geen recht heeft op aangepast vervoer maar wel op een OV-vergoeding en de ouders kie-zen om zelf te rijden dan bestaat er recht op een bekostiging op basis van de hoogte van de OV-vergoeding.
Vanaf 1 januari 2027 wordt wanneer er recht bestaat op een OV-vergoeding en de ouders zelf het vervoer verzorgen de hoogte van de vergoeding gebaseerd op de ta-rieven van Arriva Voordeel Jeugd Limburg (prijspeil 1-1-2027). De maximale vergoe-ding bedraagt € 0 per jaar voor kinderen jonger dan 12 jaar en maximaal € 600 per jaar voor kinderen van 12 jaar en ouder. De hoogte van de vergoeding wordt vastge-steld op basis van de prijs van het Arriva abonnement dat aansluit bij de leeftijd van het kind op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend.
Artikel 17: Gedragingen in het aangepast vervoer
Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden in-dien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wange-drag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in ge-vaar brengt.
De gemeente onderzoekt de melding en spreekt met vervoerder, chauffeur, ouders en/of school.
Bij toerekenbaar wangedrag volgt een gesprek met ouders en eventueel de leerling, een waarschuwingsbrief en een schorsing van één dag.
Indien het gedrag voortkomt uit een ernstige beperking van de leerling wordt samen met ouders, vervoerder en eventueel de school naar een passende oplossing gezocht (zoals begeleiding, OV of eigen vervoer).
Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of anderszins ernstig onveilig gedrag kan di-rect worden geschorst voor de rest van het schooljaar. De ouder ontvangt hierover een brief.
Bij tevergeefs aanbieden of ophalen van een leerling handelt de vervoerder als volgt:
Artikel 18: Vervoer naar school buitenland
Het is niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een bekostiging van het leerlingenver-voer naar scholen die gevestigd zijn in het buitenland.
Artikel 19: Meerjarenbeschikking
In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de burger is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 school-jaar de vervoersvoorziening toe te kennen. Een meerjarenbeschikking kan tussentijds gewij-zigd/ingetrokken worden indien niet voldaan wordt aan de eisen van de Verordening leerlin-genvervoer, de voorwaarden in deze nadere regels en/of als er sprake is van bijzondere omstandigheden.
In ieder geval kan aan leerlingen een meerjarenbeschikking worden afgegeven als van de leerling te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de beperking van de leer-ling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen. Als er in de situatie van de leerling echter verandering valt te verwachten, bijvoorbeeld een verbetering in de lichamelijke of geestelijke toestand, dient te worden gekozen voor een verstrekking over een termijn van maximaal één schooljaar. In de gevallen dat een meerjarenbeschikking wordt afgegeven, zal door de gemeente steekproefsgewijs controle van de afgegeven meerjarenbeschikkingen worden uitgevoerd.
De eigen bijdrage op de eerste zes kilometer naar regulier basisonderwijs en op de eerste vier kilometer naar speciaal basisonderwijs voor ouders met een inkomen meer dan € 33.750, (geldend voor schooljaar 2026-2027, het verzamelinkomen wordt jaarlijks geïn-dexeerd) is gelijk aan de kosten van een Arriva busabonnement voor de leeftijdscategorie 12 tot 18 jaar.
Artikel 22: (Intrekking en) inwerkingtreding
De Nadere regels leerlingenvervoer Gemeente Beek 2025 worden ingetrokken, met dien verstande dat deze nadere regels van toepassing blijven op aanvragen die vóór 1 maart 2026 zijn ingediend en op besluiten vervoersvoorziening leerlingenvervoer die betrekking hebben op een aanvraag die vóór 1 maart 2026 zijn genomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-125356.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.