Gemeenteblad van Deurne
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2026, 125115 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deurne | Gemeenteblad 2026, 125115 | beleidsregel |
Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Deurne 2026
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 5 – Benoemingsprocedure wethouders
In opdracht van de burgemeester wordt voor de aanvang van iedere ambtstermijn ten behoeve van de wethouder(s) een risicoanalyse integriteit uitgevoerd. De burgemeester brengt over het eindresultaat van deze risicoanalyse bij de geloofsbrieven verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet-openbaar.
Artikel 6 – Toelating raadsleden
Bij elke toelating van nieuwe leden van de raad stelt de voorzitter van de raad een commissie ‘onderzoek geloofsbrieven’ in, die onderzoek verricht naar de geloofsbrieven en daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe raadsleden en de processen-verbaal van de stembureaus als bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 6.
Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.
Artikel 8 – Ambtelijke bijstand
Ambtelijke bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand wordt verleend door de griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.
HOOFDSTUK 2. DE RAADSVERGADERING
Paragraaf 1: Tijdstip van vergaderingen; voorbereidingen
Artikel 12 – Ter inzage leggen van stukken
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13.
Paragraaf 2: Orde der Vergadering
Artikel 18 – Volgorde bij het voeren van het woord en hoofdelijke stemming
De fractie die als eerste het woord in eerste en tweede termijn zal voeren en bij welk lid van de raad een hoofdelijke stemming zal beginnen, wordt bepaald door de fractienaam die de voorzitter bij het begin van de vergadering trekt uit een bokaal met daarin per lid van de gemeenteraad een briefje met de naam van de fractie waar hij toe behoort.
Artikel 23 – Handhaving orde, interrupties en schorsing
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht om zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
Artikel 28 – Algemene bepalingen over stemming
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Artikel 30 – Stemming over personen
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Artikel 31 – Herstemming over personen
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Paragraaf 4: Verslaglegging en ingekomen stukken
De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht om een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst schriftelijk bij de griffier te worden ingediend.
De besluitenlijst bevat ten minste:
Een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, alsmede stemverklaringen;
Paragraaf 5: Rechten van raadsleden
De behandeling van de vragen verloopt volgens deze structuur: de vragen worden gesteld door de vragensteller; het college beantwoordt; de vragensteller en andere leden van de raad krijgen de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen over hetzelfde onderwerp; het college beantwoordt de aanvullende vragen. Er vindt geen verdere discussie plaats.
Paragraaf 6: Besloten raads- of raadscommissievergadering en geheimhouding
Artikel 44 – Besluitenlijst of advieslijst
De besluitenlijst of advieslijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 46 – Opheffing geheimhouding
Indien de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is om de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Paragraaf 7: Toehoorders en pers
Artikel 48 – Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van de pers aantasten.
Artikel 49a – Politieke vragen
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vraag is binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
Artikel 49b – Technische vragen
Vragen die betrekking hebben op een onderwerp dat in de eerstvolgende cyclus op de commissie- en/of raadsagenda staat, zijn verduidelijkend, ofwel technisch, van aard. Ook vragen die geen betrekking hebben op een onderwerp dat in de eerstvolgende cyclus op de commissie- en/of raadsagenda staat, maar wel puur technisch van aard zijn, zoals het opvragen van documenten, vallen onder technische vragen.
Artikel 52 – Bepalingen voor de raadscommissievergadering
De vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats op de data die staan vermeld op het vergaderschema dat jaarlijks door het presidium wordt vastgesteld. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.
De agenda wordt vastgesteld op dezelfde wijze als voor raadsvergaderingen, zoals beschreven in artikel 11 van dit Reglement. Voor ‘raad’ moet dan gelezen worden ‘raadscommissie’. In afwijking van artikel 11, vierde lid, kan de commissie alleen aan het college nadere inlichtingen of advies vragen, als het stuk onvoldoende voorbereid voor beraadslaging wordt geacht.
Onder verantwoordelijkheid van de commissiegriffier wordt een advieslijst opgesteld. Op de advieslijst is artikel 34 van toepassing, uitgezonderd artikel 34, lid 5 onder c en d., waarbij voor ‘besluitenlijst’ gelezen moet worden ‘advieslijst’. De (concept-) advieslijst wordt ook aan burgercommissieleden verstrekt.
Artikel 53 – Orde der vergadering voor raadscommissies
Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties ter vergadering vertegenwoordigd is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de fracties die afwezig zijn, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.
Artikel 54 – Beraadslagingen en behandelwijze
Gelijktijdig met het opstellen van de agenda bereidt het presidium, op voorstel van het college, de wijze van beraadslagen door de commissie voor. Hierbij wordt het onderscheid gemaakt tussen informatieve agendapunten; opiniërende agendapunten; beraadslaging ter voorbereiding van besluitvorming in de raad; of een combinatie van deze vormen.
Het presidium maakt een tijdindeling. Bij aanvang van het agendapunt geeft de voorzitter de behandelwijze en toegewezen tijd aan. De tijd wordt gerespecteerd, maar de voorzitter heeft de vrijheid om deze in te korten of te verlengen of voor te stellen het agendapunt in een volgende vergadering wederom te agenderen.
Bij aanvang van ieder onderwerp op de agenda stelt een raadscommissie op voorstel van het presidium de wijze van beraadslaging over een onderwerp of voorstel vast en besluit over de deelname van anderen aan de beraadslagingen. Op voorstel van de voorzitter of een lid kan een raadscommissie besluiten om af te wijken van de vorm van beraadslagen zoals deze door het presidium is voorgesteld.
In afwijking van het bepaalde in lid 9 vindt bij opiniërende agendapunten in de tweede termijn een vrije discussie plaats. Bij informatieve agendapunten wordt volstaan met een toelichting die door of namens het college wordt verzorgd, gevolgd door een termijn voor verhelderende vragen. Er vindt geen discussie plaats. Bij een informerend agendapunt bestaat wel de mogelijkheid om aandachtspunten aan het college mee te geven voor verdere uitwerking. Geagendeerde raadsinformatiebrieven worden ook als informatieve agendapunten behandeld.
Artikel 55 – Voorstellen van orde, handhaving en schorsing
Onverminderd hetgeen in artikel 23 is gesteld, kan de voorzitter voorstellen aan een spreker die door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming ervan verlaat de spreker de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de spreker bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 56 – Conclusie en advies
Een advies of conclusie bevat een uitspraak of het behandelde voorstel rijp is voor behandeling voor de raad; en zo ja of de commissie adviseert het voorstel inhoudelijk te behandelen of niet (zie ook artikel 57, derde lid). Bij opiniërende of informatieve agendapunten is dit niet van toepassing. De conclusie bevat dan een overzicht van inhoudelijke standpunten of een advies over de verder te volgen procedure.
Artikel 58 – Taken en bevoegdheden van het presidium
Het presidium heeft de volgende taken:
Paragraaf 3: de Werkgeverscommissie
Artikel 60 – Algemene bepalingen werkgeverscommissie
De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren. De raad delegeert aan de werkgeverscommissie de bevoegdheden die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet en de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften, met uitzondering van het vaststellen van instructies en aanwijzing, schorsing en ontslag van de griffier en griffiemedewerkers.
Paragraaf 4: de Rekeningcommissie
Artikel 65 – Taken en bevoegdheden Rekeningcommissie
De Rekeningcommissie heeft de volgende taken:
Het voeren van overleg met de door de raad aangewezen accountant ex artikel 213, lid 2 Gemeentewet, alsmede het voorbereiden van de periodieke aanbesteding van de accountantsfunctie overeenkomstig het gestelde in de ‘Verordening Controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie’.
Artikel 68 – Informatievoorziening
De commissie heeft in het kader van haar taak tot het onderzoeken van de jaarrekening en het jaarverslag de bevoegdheid tot het raadplegen van leden van het college, de accountant, gemeentelijke ambtenaren en derden wanneer zij dit wenselijk acht. Deze personen kunnen worden uitgenodigd om tijdens een vergadering inlichtingen te verstrekken. Leden van het college en ambtenaren in dienst van de gemeente zijn verplicht gevolg te geven aan genoemde uitnodiging.
Artikel 69 – Aanwezigheid college, gemeentesecretaris en derden
Bij aanvang van de vergadering beslist de rekeningcommissie of de burgemeester, één of meer wethouders, de gemeentesecretaris of derden aan de beraadslagingen mogen deelnemen. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen, voordat met de beraadslaging van het aan de orde zijnde agendapunt wordt aangevangen.
Paragraaf 5: Vertrouwenscommissie
Artikel 75 – Aanvullende bepalingen over de benoemingsprocedure
De commissie besluit over de concept-aanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Indien de stemmen staken wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden de verschillende meningen in het verslag opgenomen.
Artikel 76 – Aanvullende bepalingen over de herbenoeming
De commissie maakt vooraf aan de burgemeester, de gemeenteraad en de commissaris van de Koning kenbaar op basis van welke informatiebronnen zij zich een oordeel zal vormen over het functioneren van de burgemeester. Daarbij baseert zij zich in ieder geval op de profielschets en de wettelijke taken van de burgemeester.
De voorzitter en de andere leden van de commissie voorkomen dat op enigerlei wijze de vertrouwelijkheid en geheimhouding in gevaar komen. In de voorbereiding kunnen betrokkenen alleen gebruik maken van eigen kennis en ervaring, van openbare bronnen en van de voor dit doel vertrouwelijk verkregen informatie van informanten. Het op andere wijze inwinnen van inlichtingen of informatie of overleg met derden is niet toegestaan.
De voorzitter en de andere leden van de commissie verstrekken geen inzage in de verslagen noch informatie daarover en over het behandelde tijdens de vergaderingen aan raadsleden die geen lid zijn van de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 67, eerste lid en artikel 70, vijfde lid.
Stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding van ‘geheim’ door de voorzitter en de secretaris ondertekend en verstuurd. Stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van ‘geheim’ gezonden aan de secretaris en daar bewaard tot het moment van archivering. De secretaris ziet erop toe dat de vertrouwelijkheid in deze procesgang wordt gegarandeerd.
Alle archiefbescheiden rondom benoeming en herbenoeming worden voorzien van een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995, waarin wordt vermeld dat de beperkingen aan de openbaarheid gelden zoals bedoeld in artikel 15 eerste lid sub a van de Archiefwet 1995, totdat de archiefbescheiden 75 jaar oud zijn.
HOOFDSTUK 5. BEGROTING EN REKENING
Artikel 82 – Procedure begroting
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.
Artikel 83 – Procedure jaarrekening
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel besluit tot bekrachtiging achteraf van onbevoegd genomen besluiten, volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.
HOOFDSTUK 6. LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES
Artikel 84 – Lidmaatschap van andere organisaties
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter van de raad verwijzen naar de desbetreffende commissie.
HOOFDSTUK 7. AMBTSINSTRUCTIE GRIFFIER
Artikel 85 – Ondersteuning en informatie raad
Hij draagt er desgevraagd of uit eigen beweging zorg voor dat de leden van de raad en de raadscommissies de informatie wordt verstrekt die zij in hun respectievelijke hoedanigheid behoeven. De informatie wordt mondeling, door inzage of in de vorm van een uittreksel of kopie verstrekt, waarbij zoveel mogelijk met de wens van de leden rekening wordt gehouden.
Artikel 88 – Verantwoordelijkheid voor griffie
De griffier heeft de eindverantwoordelijkheid voor:
Artikel 89 – Budgethouderschap
De budgetten van de raad, griffie en de rekenkamer zijn een onderdeel van de programmabegroting van de gemeente en worden als zodanig door de raad vastgesteld. terzake neemt het college in de (concept)programmabegroting – en bijstellingen daarvan – de budgetten op zoals opgegeven door het presidium.
Artikel 90 – Coördinatie ambtelijke bijstand en ondersteuning
De secretaris, de griffier en de burgemeester voeren regelmatig overleg over de wijze waarop ambtelijke bijstand en ondersteuning wordt verleend aan raadsleden en raadsfracties. Daarbij kunnen zij tevens aangeven aan welke verzoeken om bijstand prioriteit wordt verleend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-125115.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.