Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 123791 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 123791 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van wethouder Onderwijs, Cultuur en Evenementen met kenmerk M2602-1543;
gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 12a, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende dat het gewenst is voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029 een meerjarige regeling vast te stellen voor het subsidiëren van cultuurplaninstellingen voor het aanstellen van combinatiefunctionarissen cultuur c.q. cultuurcoaches voor het verrichten van cultuur-educatieve activiteiten in het Rotterdamse onderwijs;
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van een jaarlijkse subsidie door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten in de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029.
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de inzet van een of meer cultuurcoaches op een of meer scholen of instellingen op het grondgebied van de gemeente Rotterdam in de schooljaren 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029. De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:
de activiteiten dragen bij aan kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs, waaronder in ieder geval wordt verstaan dat de activiteiten het cultuuronderwijs versterken op en rond de school of instelling waar de cultuurcoach werkzaam is op basis van aantoonbare lesuren en activiteiten onder leiding van de cultuurcoach;
de activiteiten vergroten de doorstroom van leerlingen of studenten naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod in Rotterdam, en dragen met het oog daarop bij aan duurzame verbindingen en samenwerking tussen de aanvrager en de school, instelling of andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties;
Artikel 8 Wijze van verdeling subsidie schooljaar 2026-2027
Indien aan twee of meer aanvragen hetzelfde puntenaantal is toegekend en het subsidieplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium kwaliteit voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, gaat de aanvraag met het hoogste puntenaantal voor het criterium doorstroom en verbinding voor. Indien de aanvragen ook hiervoor hetzelfde puntenaantal hebben behaald, wordt door middel van loting de plaats in de rangschikking bepaald.
Bij zijn aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 overlegt de aanvrager de volgende gegevens:
een ondertekende verklaring van de onderwijsinstelling waarin de samenwerking met de aanvrager en, indien van toepassing, de financiële bijdrage van de onderwijsinstelling voor de cultuurcoach of cultuurcoaches wordt bevestigd, of een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de aanvrager en de onderwijsinstelling waarin het voorgaande is vastgelegd.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend uiterlijk op 15 mei voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Het college beslist binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op de aanvraag, welke termijn met ten hoogste twaalf weken kan worden verlengd.
Artikel 15 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000
Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling bij het college in uiterlijk op 31 maart na afloop van het schooljaar waarvoor de subsidie is verleend, met behulp van een vastgesteld formulier.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 10 maart 2026.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029
De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op de school of instelling. Hierbij wordt gekeken naar:
Criterium 2 Duurzaamheid en borging
De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de duurzaamheid en borging van het cultuuronderwijs op de school of instelling. Hierbij wordt gekeken naar:
Criterium 3 Doorstroom en verbinding
De mate waarin er wordt bijgedragen aan de doorstroom van leerlingen of studenten naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod in Rotterdam en de mate waarin met het oog daarop wordt bijgedragen aan duurzame verbinding en samenwerking tussen de aanvrager en de school, instelling, of andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties. Hierbij wordt gekeken naar:
Bij de beoordeling wordt per criterium gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden als conclusie van de inhoudelijke beoordeling per criterium. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn punten gekoppeld, om de score en de rangorde van de aanvragen te bepalen. Dit gebeurt aan de hand van de criteria en daarbij toegekende waarderingen met bijbehorende punten. Elk criterium weegt even zwaar.
Toelichting op de Meerjarige brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur 2026-2029
De onderhavige regeling betreft een subsidieregeling voor het subsidiëren van cultuurplaninstellingen voor de inzet van de combinatiefunctionarissen cultuur, ook wel ‘cultuurcoaches’ genaamd. Deze regeling voorziet in de subsidiëring van deze activiteiten tijdens de periode van 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029, dat wil zeggen voor drie aaneengesloten schooljaren, tot en met het schooljaar 2028-2029. In tegenstelling tot de eerdere ‘Brede regeling combinatiefuncties Rotterdam – cultuur’, op basis waarvan de subsidiëring van cultuurcoaches plaatsvond op basis van kalenderjaren, maakt deze regeling het mogelijk om deze activiteiten vanaf het schooljaar 2026-2027 (met ingang van 1 augustus 2026) te subsidiëren op basis van schooljaren. Het subsidietijdvak loopt gelijk met het schooljaar. Deze regeling heeft betrekking op jaarlijkse subsidies voor drie opeenvolgende schooljaren aan cultuurplaninstellingen die een of meer cultuurcoaches aanstellen voor het uitvoeren van cultuur-educatieve activiteiten op een of meer Rotterdamse scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs, of een of meer instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs.
Het huidige Cultuurplan 2025-2028 omvat de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028. Dit betekent dat er sprake is van een periode waarin één of meer instellingen die op grond van deze regeling worden gesubsidieerd, mogelijk per 1 januari 2029 geen deel meer uitmaken van het nieuwe cultuurplan. Voor de uitvoering van de activiteiten op grond van deze regeling ziet het college dat niet als bezwaarlijk.
Onder ‘instellingen’ in de zin van deze regeling vallen niet de instellingen met voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, zoals omschreven in Wet educatie en beroepsonderwijs. Het gaat in deze regeling om instellingen waaraan beroepsonderwijs wordt verzorgd als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Dit artikel bevat drempelvereisten om in aanmerking te komen voor subsidie. Aanvragen die niet aan een of meer van deze eisen voldoen zullen niet inhoudelijk worden beoordeeld, en aldus worden afgewezen.
Eén van de eisen waaraan de activiteiten moeten voldoen is de vergroting van de doorstroom naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod. Dit bevordert de cultuurparticipatie in Rotterdam. Met het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod wordt gedoeld op het cultuureducatieve aanbod in de vrije tijd; hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan cursussen of workshops op het gebied van muziek, dans, theater of beeldende kunst.
De verbinding met lokale maatschappelijke of culturele organisaties houdt verband met de beoogde vergroting van de doorstroom naar het buitenschoolse cultuureducatieve aanbod; die verbinding is dus geen doel op zich. Bij andere lokale maatschappelijke of culturele organisaties kan bijvoorbeeld worden gedacht aan culturele organisaties met buitenschools cultuuraanbod in de omgeving van de school of instelling, waar leerlingen of studenten hun talenten verder kunnen ontwikkelen.
Binnen de uren van de cultuurcoach is naast de lesuren ook ruimte voor deskundigheidsbevordering en eventuele coördinerende taken.
Alleen rechtspersonen die in het kader van het cultuurplan (Cultuurplan 2025-2028) subsidie ontvangen van het college, en in dat kader cultuureducatie als taak hebben, komen in aanmerking voor subsidie. Voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 komen uitsluitend de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027 in aanmerking voor subsidie. Er is dus sprake van een gesloten kring van aanvragers.
Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie is een tegemoetkoming in de loonkosten van de cultuurcoach. Het is geen bijdrage in de structurele organisatie- of cultuureducatiekosten van de cultuurinstelling.
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
Het maximale te subsidiëren bedrag per fte is € 50.000 per schooljaar, met een maximum van 5 fte per schooljaar per aanvrager voor het schooljaar 2026-2027.
Voor de daaropvolgende schooljaren, 2027-2028 en 2028-2029, bedraagt het subsidiebedrag niet meer dan het bedrag dat is verstrekt voor het schooljaar 2026-2027, voor eenzelfde aantal fte. Voor de hoogte van het subsidiebedrag voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt dus aangesloten bij het subsidiebedrag van het eerste schooljaar, 2026-2027.
Het subsidiebedrag dient als tegemoetkoming en dekt niet alle loonkosten. Van de aanvrager wordt een eigen of externe bijdrage verwacht om de overige kosten te dekken; die bijdrage moet worden opgenomen in de begroting bij de aanvraag. Het ligt voor de hand dat de externe bijdrage wordt ingebracht door de betrokken schoolbesturen.
Het budget is opgebouwd uit de door de gemeente Rotterdam ontvangen brede specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk, aangevuld met een (eigen) gemeentelijke bijdrage.
Artikel 8 Wijze van verdeling subsidie schooljaar 2026-2027
Het college hanteert een tender om te bepalen welke aanvragen in aanmerking komen voor subsidie voor het schooljaar 2026-2027. De tijdige en volledige aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de drie criteria in de bijlage. Aan de hand van die beoordelingscriteria beoordeelt het college de kwaliteit van de aanvragen. Alleen aanvragen die voldoen aan de drempelvereisten worden inhoudelijk beoordeeld, en opgenomen in de rangschikking. Indien een aanvrager bijvoorbeeld niet het juiste aanvraagformulier gebruikt, of indien een aanvrager niet ingaat op een of meer van de criteria uit de bijlage, voldoet de aanvraag niet aan de drempelvereisten. In dat geval zal de aanvraag worden afgewezen.
Hieronder volgt een toelichting op de wijze van beoordeling.
Bij de beoordeling wordt per criterium gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden (‘zeer goed’, ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’ of ‘onvoldoende’) als conclusie van de inhoudelijke beoordeling per criterium. Alle criteria wegen even zwaar. Per criterium kan maximaal 5 punten worden behaald, en voor alle criteria bij elkaar opgeteld kan maximaal 15 punten worden behaald. De waarderingsschaal in woorden bij elk criterium is een hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de ingediende aanvragen. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn cijfers (punten) gekoppeld, om de rangorde van de aanvragen te bepalen. De beoordeling gebeurt aan de hand van de criteria en daarbij toegekende waarderingen met bijbehorende punten.
Voor elk criterium moet minimaal twee punten worden behaald. Als de aanvraag op een criterium een ‘onvoldoende’ (1 punt) scoort wordt de aanvraag niet in de rangschikking opgenomen, en wordt de aanvraag afgewezen.
Bij het toetsen aan de criteria staat de aanvraag centraal. Het college baseert zijn oordeel op de door de aanvrager in/bij zijn aanvraag ingediende gegevens en stukken.
Artikel 9 Wijze van verdeling schooljaren 2027-2028 en 2028-2029
Voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wordt uitsluitend (jaarlijks) subsidie verleend aan de subsidieontvangers van het schooljaar 2026-2027. Omwille van de continuïteit is het de bedoeling om voor een periode van drie opeenvolgende schooljaren één vaste groep cultuurplaninstellingen te subsidiëren. Het voordeel daarvan is gelegen in de zekerheid voor de cultuurplaninstellingen/subsidieontvangers als werkgevers van de cultuurcoach, en de zekerheid voor de betrokken scholen en instellingen, die zo meer zekerheid hebben over de inzet van de cultuurcoaches. Het college wenst op deze manier een duurzame samenwerking tussen de cultuurplaninstellingen en onderwijsinstellingen te borgen c.q. te bewerkstelligen.
De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het tijdig, correct en volledig indienen van zijn aanvraag. Het college gaat uit van de in/bij de aanvraag vermelde informatie. Voor de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 is van belang, dat alleen tijdige en complete aanvragen (die voldoen aan de drempelvereisten) meetellen bij de beoordeling, en worden gerangschikt.
Voor het indienen van de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 moet gebruik worden gemaakt van een voorgeschreven (standaard) aanvraagformulier. Dit bevordert de rechtszekerheid en de uniformiteit van de behandeling van de aanvragen. Het standaard aanvraagformulier stelt het college beter in staat om de aanvragen te vergelijken.
Bij de aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 moet de aanvrager onder andere een meerjarig activiteitenplan voor de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2029 (voor de drie schooljaren 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029) bijvoegen, bestaande uit maximaal 15 pagina’s op A4-formaat. Het aantal pagina’s van het in te dienen meerjarig activiteitenplan is gemaximeerd, om een eerlijke en zuivere vergelijking van de aanvragen te bevorderen.
De cultuurplaninstellingen wiens aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 is toegekend, dienen vervolgens in de aansluitende twee schooljaren 2027-2028 en 2028-2029 wederom een jaarlijkse aanvraag voor de activiteiten in. Voor de jaarlijkse aanvraag door deze subsidieontvangers voor de schooljaren 2027-2028 en 2028-2029, volstaat een activiteitenplan (jaarplan) en een begroting voor het desbetreffende schooljaar.
Aanvragers wiens aanvraag voor het schooljaar 2026-2027 zijn afgewezen, komen dus in de daaropvolgende schooljaren (2027-2028 en 2028-2029) niet in aanmerking voor een subsidie. Hetzelfde geldt voor aanvragers die geen aanvraag hebben ingediend voor het schooljaar 2026-2027.
De aanvraagtermijn geldt voor alle drie de schooljaren (2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029).
Voor het schooljaar 2026-2027 geschiedt de subsidieverstrekking op basis van een tender. Bij een tender geldt een ‘harde’ sluitingsdatum voor de indiening van de aanvragen. Uiterlijk op 15 mei 2026 moeten al deze aanvragen volledig zijn ingediend. Dat betekent dat aanvragen die zijn ingediend na de sluiting van de aanvraagtermijn zullen worden afgewezen. Het college zal geen uitstel verlenen voor het indienen van die aanvraag. Dat is immers in strijd met het gelijke speelveld dat in het tendersysteem centraal staat.
De subsidieontvanger dient onder andere bij te dragen aan de versterking van de competenties van de cultuurcoach, bijvoorbeeld door coaching of deelname aan het stedelijke cultuurcoachnetwerk.
Artikel 15 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000
Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college, uiterlijk op 31 maart na het schooljaar waarvoor de subsidie is verleend. De subsidieontvanger zal in die gevallen driemaal een aanvraag tot subsidievaststelling indienen:
Voor deze categorie subsidies vanaf € 25.000 gelden de normen uit artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-123791.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.