Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling Volwasseneneducatie Den Haag 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling volwasseneneducatie Den Haag 2025:

Artikel I  

De Subsidieregeling volwasseneneducatie Den Haag 2025 wordt gewijzigd als volgt.

  • A.

    In artikel 1.1 worden, in alfabetische volgorde, de volgende begripsomschrijvingen ingevoegd die luiden als volgt:

    • kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;

    • voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;

  • B.

    In artikel 2.1.4, vierde lid, wordt ‘€ 6.000.000,-’ vervangen door: ‘€ 6.052.657,-’.

  • C.

    In artikel 2.1.5, vierde lid, wordt ‘€ 6.000.000,-’ vervangen door: ‘€ 6.052.657,-’.

  • D.

    Na paragraaf 2.4 wordt een nieuwe paragraaf 2.5 ingevoegd, die luidt als volgt:

     

    Paragraaf 2.5 Subsidie Kind op Schoot

     

    Artikel 2.5.1 Doel van de subsidie

    Het doel van de subsidie is het terugdringen van laaggeletterdheid en analfabetisme onder volwassenen in Den Haag door middel van het bieden van trajecten Nederlandse taal aan ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar.

     

    Artikel 2.5.2 Activiteiten

    De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarbij ouders, in het bijzijn van hun kind(eren) in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar, aandacht besteden aan het verbeteren van de Nederlandse taal. Dit gaat om activiteiten die in de vorm van taallessen bijdragen aan verbeterde taalvaardigheid van de ouders en hun kinderen, door onder andere aandacht te besteden aan (voor)lezen met hun kinderen, spelletjes doen en liedjes zingen. Bij deze lessen worden ouders gestimuleerd gebruik te maken van de kinderopvang en voorschoolse educatie door voorlichting hierover en de lessen worden uitgevoerd in samenwerking met het Centrum Jeugd en Gezin.

     

    Artikel 2.5.3 Doelgroep en aanvraag

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een rechtspersoon die bij de aanvraag aantoont dat:

    • a.

      over expertise en ervaring wordt beschikt om de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.5.2, uit te voeren;

    • b.

      de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.5.2, worden uitgevoerd met de inzet van professionals of getrainde vrijwilligers;

    • c.

      training en begeleiding aan vrijwilligers wordt geboden als de activiteit uitgevoerd wordt met de inzet van vrijwilligers;

    • d.

      wordt samengewerkt met commerciële en gesubsidieerde organisaties in Den Haag vanuit de Haagse Taalketen;

    • e.

      wordt samengewerkt met andere organisaties om ouders door te verwijzen naar een vervolgtraject of -activiteit om hun taalvaardigheid te blijven verbeteren;

    • f.

      via een proces van intake, voortgangsmetingen en rapportage wordt vastgesteld met welk taalniveau ouders starten en op welk niveau zij de taallessen beëindigen;

    • g.

      aan ouders een duidelijke beschrijving wordt geboden van de aard en omvang van de activiteiten;

    • h.

      gebruik kan worden gemaakt van geschikte locaties in Den Haag en van geschikte leermiddelen en digitale leermiddelen voor het uitvoeren van de activiteiten; en

    • i.

      samen wordt gewerkt met het Centrum Jeugd en Gezin.

  • Artikel 2.5.4 Hoogte van de subsidie

    Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.5.2 bedraagt maximaal € 320.000,- per aanvrager.

     

    Artikel 2.5.5 Subsidieplafond

    • 1.

      Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.5.2 geldt een subsidieplafond van € 320.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    • 2.

      Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.5.2 geldt een subsidieplafond van € 320.000,- voor het kalenderjaar 2027.

    • 3.

      Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

  • Artikel 2.5.6 Wijze van verdeling

    • 1.

      Het college verleent de subsidie in volgorde van digitale ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

    • 2.

      Indien de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum en tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag de datum en tijdstip waarop de digitale subsidieaanvraag volledig is aangevuld.

  • Artikel 2.5.7 Aanvraagtermijn

    Een aanvraag voor een subsidie onder artikel 2.5.2 wordt ingediend in het tijdvak overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid, onder b.

Artikel II  

De bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd blijven van kracht voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

Artikel III  

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Den Haag, 10 maart 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven