1ste Wijziging Verordening Participatiewet (PW), IOAW-IOAZ, Wgs en inburgering Waalre 2024.

De raad van de gemeente Waalre;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27-01-2026, nr. 2026-06;

 

gelet op:

  • artikel 8, 8a en 8b van de Participatiewet;

  • artikel 35 van de IOAW en IOAZ;

  • artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

 

Besluit d e 1 ste wijziging van de volgende verordening vast te stellen:

Verordening Participatiewet (PW), IOAW-IOAZ, Wgs en inburgering Waalre 2024

 

Artikel 1 Wijziging Verordening Participatiewet (PW), IOAW-IOAZ, Wgs en inburgering Waalre 2024

  • 1.

    De Verordening Participatiewet (PW), IOAW-IOAZ, Wgs en inburgering Waalre 2024 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel

Was

Wordt

Toelichting

2.3.3 Beoordelen aanvraag

1.Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die van belang zijn.

2. Om te bepalen of de gemeente hulp of ondersteuning verleent, stelt de gemeente het volgende vast:

De hulpvraag van de inwoner;

welke hulp of ondersteuning nodig is en hoeveel;

wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met hulp van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen;

welke aanvullende hulp of ondersteuning nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

 

1.Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die van belang zijn.

2. Om te bepalen of de gemeente hulp of ondersteuning verleent, stelt de gemeente het volgende vast:

De hulpvraag van de inwoner;

Welke problemen, beperkingen en stoornissen er precies zijn;

welke hulp of ondersteuning nodig is en hoeveel;

wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, met hulp van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen;

welke aanvullende hulp of ondersteuning nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

 

Toevoeging op vast te stellen zaken {lid 2, sub b}

6.1.9 Proefplaatsing

1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. De proefplaatsing wordt vastgelegd in de overeenkomst.

2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk.

3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk.

4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de proefplaatsing.

5. De proefplaatsing is niet mogelijk als de inwoner eerder bij de werkgever betaald of onbetaald gewerkt heeft.

6. De gemeente bepaalt de duur en de omvang van de proefplaatsing, waarbij de proefplaatsing voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.

7. De gemeente weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als

8. Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of

9. Als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.

10. Als de werkzaamheden tijdens de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten.

11. De gemeente kan een persoon tijdens de periode van de proefplaatsing persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. De proefplaatsing wordt vastgelegd in de overeenkomst.

2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk.

3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk.

4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de proefplaatsing.

5. De proefplaatsing is niet mogelijk als de inwoner eerder bij de werkgever betaald of onbetaald gewerkt heeft.

6. De gemeente bepaalt de duur en de omvang van de proefplaatsing, waarbij de proefplaatsing voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.

7. De gemeente weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als:

redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk; of

direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.

8. Als de werkzaamheden tijdens de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het zesde lid, buiten beschouwing gelaten.

9. De gemeente kan een persoon tijdens de periode van de proefplaatsing persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

Nummering en opsomming aangepast vanaf lid 7 t/m 11.

6.1.10 Wettelijke loonkostensubsidie

 

1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het gaat dan om inwoners die in het doelgroepregister voor de banenafspraak staan omdat het UWV dat heeft bepaald of omdat de gemeente heeft vastgesteld dat ze dit minimumloon niet kunnen verdienen via de praktijkroute.

2.Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.

3.De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd. De gemeente hanteert het preferente werkproces voor het verlenen en vaststellen van de subsidie.

4.De loonkostensubsidie kan door de werknemer of werkgever worden aangevraagd.

 

1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de werknemer wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het gaat dan om inwoners die in het doelgroep register voor de banenafspraak staan omdat het UWV dat heeft bepaald. Of omdat de gemeente heeft vastgesteld dat ze dit minimumloon niet kunnen verdienen via de praktijkroute.

2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.

3. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt afgestemd op de loonwaarde. De gemeente hanteert het preferente werkproces voor het verlenen en vaststellen van de subsidie.

4. Als bij aanvang van het dienstverband de loonwaarde niet bekend is, kan een forfaitaire loonkostensubsidie afgesproken worden tussen werkgever en gemeente, voor de duur van maximaal 6 maanden.

5. Na afloop van de toegekende periode, wordt de loonkostensubsidie op basis van de werkelijke gemeten loonwaarde toegekend en vindt geen verrekening plaats over de voorgaande periode.

6. De loonkostensubsidie kan door de werknemer of werkgever worden aangevraagd.

Extra bepalingen toegevoegd (Lid 4 en 5).

6.1.11 Tijdelijke loonkostensubsidie

 

1.De gemeente kan een werkgever die niet in aanmerking komt voor de wettelijke loonkostensubsidie een tijdelijke loonkostensubsidie geven als hij een inwoner in dienst neemt, die een tijdelijke lagere productiviteit heeft en/of extra begeleiding nodig heeft bovenop de reguliere begeleiding van de werkgever.

2.De subsidie is een vergoeding voor de extra kosten voor begeleiding door de werkgever en een tegemoetkoming voor de eventuele lagere productiviteit.

3.De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal 6 maanden met een mogelijkheid voor verlenging met 6 maanden.

4.De werkgever komt in aanmerking voor loonkostensubsidie als de inwoner voor minimaal 6 maanden in dienst wordt genomen.

5.De gemeente stelt in uitvoeringsregels vast hoe de subsidie wordt verleend en vastgesteld.

6.De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk

7.De loonkostensubsidie kan door de werknemer of werkgever worden aangevraagd.

 

1. De gemeente kan een werkgever die niet in aanmerking komt voor de wettelijke loonkostensubsidie, een tijdelijke loonkostensubsidie geven als hij een inwoner in dienst neemt die tijdelijk een lagere productiviteit heeft, en/of extra begeleiding nodig heeft bovenop de reguliere begeleiding van de werkgever.

2. De subsidie is een vergoeding voor de extra kosten die de werkgever maakt voor begeleiding van de inwoner en een tegemoetkoming voor de eventuele lagere productiviteit.

3. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste 50 procent van de loonkosten gedurende maximaal 7 maanden met een mogelijkheid voor verlenging met 5 maanden. 4. De werkgever komt in aanmerking voor loonkostensubsidie als de inwoner voor minimaal 6 maanden in dienst wordt genomen.

5. De gemeente stelt in de uitvoeringsregels vast hoe de subsidie wordt verleend en vastgesteld.

6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen, in verband met de indiensttreding van de werknemer of de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.

7. De loonkostensubsidie kan door de werknemer of werkgever worden aangevraagd.

Lid 3 is aangepast. Omdat de meeste tijdelijke dienstverbanden 7 maanden bedragen is de 12 maanden loonkostensubsidie opgeknipt in 7 en 5 maanden in plaats van 6 en 6 maanden. Dit sluit beter aan bij de praktijk.

6.1.17 Intermediaire activiteit bij motorische handicap

 

 

1. De gemeente kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken of bij arbeidstoeleiding;

2. Voor de vaststelling van de omvang van de intermediaire activiteit maken we gebruik van de geldende normbedragen volgens het UWV met betrekking tot werk- en onderwijsvoorzieningen.

 

1. De gemeente kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken of bij arbeidstoeleiding;

2. Voor de vaststelling van de omvang van de intermediaire activiteit maken we gebruik van de geldende normbedragen volgens het UWV met betrekking tot werk- en onderwijsvoorzieningen.

Vanaf 1 januari 2024 kunnen mensen met een visuele beperking die onder de Participatiewet vallen bij UWV terecht voor speciale hulpmiddelen en werkvoorzieningen. Eerder was de gemeente hiervoor verantwoordelijk.

7.7.2 Ondersteuning bij schulden

 

1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner op een eenvoudige manier om ondersteuning kan vragen bij het vinden van een oplossing voor zowel grote als kleine schulden.

2. De gemeente houdt bij de ondersteuning rekening met de hoge impact van de schulden op de inwoner en de invloed van de zelfredzaamheid van de inwoner door de schulden.

3. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.

4. Ook in Waalre woonachtige ondernemers die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van een oplossing voor schuldproblemen, kunnen terecht bij de gemeente.

5. De gemeente stelt uitvoeringsregels op over de manier waarop en de voorwaarden waaronder inwoners met schulden worden ondersteund.

 

1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner op een eenvoudige manier om ondersteuning kan vragen bij het vinden van een oplossing voor zowel grote als kleine schulden.

2. De gemeente houdt bij de ondersteuning rekening met de hoge impact van de schulden op de inwoner en de invloed van de zelfredzaamheid van de inwoner door de schulden.

3. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

4. Ook in Waalre woonachtige ondernemers die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van een oplossing voor schuldproblemen, kunnen terecht bij de gemeente. De ondersteuning is bedoeld voor natuurlijke personen (mensen), het is niet bedoeld voor schulden van een VOF, CV, Maatschap, NV of BV.

5. De gemeente stelt uitvoeringsregels op over de manier waarop en de voorwaarden waaronder inwoners met schulden worden ondersteund.

 

De uitzondering in lid 3 is verduidelijkt. Daarnaast is in lid 4 toegelicht dat de ondersteuning is bedoeld voor natuurlijke personen.

 

9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging

 

1.De gemeente maakt het besluit tot verlaging per brief aan de inwoner bekend. De verlaging wordt toegepast op de eerstvolgende maand waarover nog geen uitkering is betaald.

2.De gemeente kan de verlaging over meerdere maanden spreiden als dit nodig is.

3.Een verlaging van een uitkering aan een inwoner die als zelfstandige werkt en die de uitkering in de vorm van een lening ontvangt, wordt toegepast bij de definitieve vaststelling van de uitkering.

4.Soms kan de gemeente de uitkering niet verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen 6 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

 

1. De gemeente maakt het besluit tot verlaging per brief aan de inwoner bekend. De verlaging wordt toegepast op de eerstvolgende maand waarover nog geen uitkering is betaald.

2. De gemeente kan de verlaging over meerdere maanden spreiden als dit nodig is.

3. Een verlaging van een uitkering aan een inwoner die als zelfstandige werkt en die de uitkering in de vorm van een lening ontvangt, wordt toegepast bij de definitieve vaststelling van de uitkering.

4. Soms kan de gemeente de uitkering niet verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen 6 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

5. De gemeente heroverweegt een besluit als bedoeld in lid 1 van dit artikel binnen 3 maanden.

 

Lid 5 toegevoegd. Het is goed als het college uit het oogpunt van doelmatigheid en rechtmatigheid een genomen besluit voor verlaging tijdelijk heroverweegt.

9.2.10 Het niet of onvoldoende nakomen van de overige aan de bijstand verbonden verplichtingen (art 55 PW)

 

1. De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die niet of onvoldoende de opgelegde verplichtingen op grond van artikel 55 van de wet nakomt.

2. De verlaging bedraagt 20% gedurende 1 maand als de verplichting gaat over arbeidsinschakeling

3. De verlaging bedraagt 20% gedurende 1 maand als de verplichting gaat over de aard en het doel

van een bepaalde vorm van bijstand

4. De verlaging bedraagt 20% gedurende 2 maand als de verplichting gaat over het verminderen van bijstand

 

Nieuw artikel toegevoegd. Artikel 55 van de Participatiewet beschrijft dat gemeenten zelf extra verplichtingen kunnen opleggen bovenop de door de wet gestelde verplichtingen. In dit nieuwe artikel beschrijven we hoe we als Waarle omgaan met maatregelen in het kader van deze extra verplichtingen.

14 Begripsbepalingen

Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven.

 

Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Veldhoven volgens de regels van het

Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-ondersteuning, dan

betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van

Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening,

dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven.

Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp of

ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig

verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp of ondersteuning door de gemeente.

 

 

Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre.

 

Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Waalre volgens de regels van het

Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft.

Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp of

ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig

verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp of ondersteuning door de gemeente.

 

Begripsbepalingen aangepast. Ook zijn meerdere begrippen verwijderd aangezien deze niet van toepassing zijn op deze verordening (‘afstand’, ‘basisschool’ en ‘gecertificeerde instelling’).

  • 2.

    Artikel 9.2.6 komt te luiden:

  • 1.

    De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die voorafgaand of tijdens de bijstandsperiode onverantwoord is omgegaan met zijn inkomen of vermogen, waardoor de gemeente eerder of een hoger bedrag aan bijstand heeft gegeven. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer heeft verstrekt dan dat het geval zou zijn geweest als wel verantwoord met inkomen en vermogen was omgegaan (benadelingsbedrag).

  • 2.

    De uitkering wordt verlaagd met 20% gedurende:

Benadelingsbedrag

Duur verlaging

Tot € 1.500,00

1 maand

Van € 1.500,00 tot € 5.000,00

3 maanden

Van € 5.000,00 tot € 10.000,00

6 maanden

Van € 10.000,00 tot € 20.000,00

9 maanden

Van € 20.000,00 tot € 40.000,00

12 maanden

Vanaf € 40.000,00

18 maanden

Niet vast te stellen

6 maanden

 

  • 3.

    Een inwoner gaat in ieder geval onverantwoord om met zijn inkomen of vermogen, als:

a. Hij zijn vermogen onverantwoord heeft besteed;

b. Hij in aanmerking komt voor een andere inkomstenbron, maar hier geen beroep op doet;

c. Hij ontslag neemt waardoor een beroep op bijstand noodzakelijk is.

 

Artikel 2. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze wijziging wordt aangehaald als: 1ste Wijziging Verordening Participatiewet (PW), IOAW-IOAZ, Wgs en inburgering 2024.

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Waalre in de openbare vergadering van 10 maart 2026.

De raad van de gemeente Waalre,

de griffier, de voorzitter,

W.A. Ernes M.F. Oosterveer

Naar boven