Nadere regels Bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beekdaelen 2026

Voor de bekostiging van het Leerlingenvervoer heeft de gemeente een Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beekdaelen 2022 opgesteld. Ter verduidelijking van de uitvoering van deze verordening zijn deze nadere regels opgesteld door het College van Burgermeester en Wethouders, zoals bepaald in artikel 6.8 van de Verordening.

 

Algemeen

Artikel 1: Definities

  • 1.

    Alle definities in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beekdaelen 2022 zijn van toepassing op deze nadere regels.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet op primair onderwijs, de Wet op voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beekdaelen 2022.

  • 3.

    Verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Beekdaelen 2022.

  • 4.

    Aanvrager: ouders als bedoeld in de verordening waaronder begrepen de co-ouders of degene waarbij het kind tenminste aaneengesloten drie maanden feitelijk verblijft.

  • 5.

    Eenoudergezin: een huishouden bestaande uit één volwassene met één of meer thuiswonende kinderen.

  • 6.

    Woning: de plaats waar de leerling structureel -langer dan drie maanden- feitelijk verblijft.

  • 7.

    Voor Elkaar Pas (VEP): een op naam van de leerling gestelde OV-chipkaart van Arriva die door de gemeente Beekdaelen kan worden aangeschaft ten behoeve van het leerlingenvervoer.

Artikel 2: Woning van de leerling

Indien een leerling feitelijk verblijft op meerdere adressen, is per verblijfsadres een separate aanvraag leerlingenvervoer vereist. Een verblijfsadres komt uitsluitend in aanmerkingindien sprake is van een structureel verblijf van ten minste twee nachten per week.

Artikel 3: Nevenvestigingen van scholen

Het vervoer voor leerlingen die recht hebben op bekostiging leerlingenvervoer en structureel op nevenvestigingen worden geplaatst waar passend onderwijs wordt gegeven. Deze locatie wordt getoetst aan de afstandscriteria dichtstbijzijnde toegankelijke school en moet voldoen aan de andere voorwaarden in de Verordening. De nevenvestiging beschikt ook over een Brin-nummer.

Artikel 4: Wachtlijsten

Een school die vol is heeft geen zorgplicht voor de leerling. Wanneer leerlingen te maken krijgen met wachtlijsten op de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt het vervoer naar de dan dichtstbijzijnde school vergoed voor de duur van maximaal een schooljaar. Bij het nieuwe schooljaar, of indien er eerder plek is voor de leerling, zal de vergoeding echter wel worden gebaseerd op de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Hieraan wordt als voorwaarde gesteld dat de leerling op de wachtlijst blijft staan. Wanneer de ouders de leerling van de wachtlijst afhalen, vervalt het recht op een vergoeding naar de verder weg gelegen school.

Artikel 5: Hoogbegaafdheid

Het onderwijs voor hoogbegaafden valt onder regulier basisonderwijs en valt daardoor onder de WPO. Als een kind is aangewezen op voltijds hoogbegaafdenonderwijs is leerlingenvervoer mogelijk naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen middels een verklaring van het schoolbestuur dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school handelingsonbekwaam is.

Artikel 6: Stage

  • 1.

    De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma in het VSO met een arbeidsgericht uitstroomprofiel.

  • 2.

    Conform artikel 15.4 van de Verordening verstrekt het college een vervoersvoorziening uitsluitend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke stageplek.

  • 3.

    Indien de dichtstbijzijnde toegankelijke stageplek niet ligt op een bestaande route van de vervoerder, bekostigt het college het vervoer alleen wanneer de stageplek maximaal 25 kilometer vanaf de woning van de leerling ligt.

  • 4.

    Indien de leerling afhankelijk is van aangepast vervoer wordt vervoerd van en naar het stageadres gecombineerd met andere schoolroutes.

  • 5.

    Het college zet geen individueel vervoer in als de reistijd bij aangepast vervoer naar het stageadres door de gecombineerde route meer dan 60 minuten bedraagt.

Artikel 7: Combinatie van onderwijs met medische behandeling of zorg

  • 1.

    Vervoer naar zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en andere instellingen vallen buiten de verantwoordelijkheid van het college voor de bekostiging van het leerlingenvervoer.

  • 2.

    Bij een gecombineerd traject van onderwijs en zorg, komt de leerling uitsluitend in aanmerking voor leerlingenvervoer als aan de eisen van de verordening wordt voldaan. Het college volgt hierbij de richtlijnen vervoer Jeugd Zuid-Limburg.

  • 3.

    Uit het knooppuntoverleg moet blijken dat onderwijs gedurende het gehele zorgtraject voorliggend is.

Artikel 8: Route, berekening afstand en vergoeding reiskosten

  • 1.

    Voor het bepalen van de afstand tussen de woning en het schooladres wordt gebruik gemaakt van de routeplanner van Google Maps, kortste route.

  • 2.

    Voor het bepalen van de reistijd met het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van 9292ov.nl.

  • 3.

    Er wordt alleen vervoerd naar schoollocaties met een Brin nummer.

  • 4.

    De Reisregeling Binnenland is in 2020 vervallen. Het college stelt aan het begin van ieder nieuw schooljaar de kilometervergoeding van de fiets en het eigen vervoer vast.

Artikel 9: Gebruik fiets

Waar mogelijk worden de mogelijkheden van de leerling benut en het reizen met de fiets (al dan niet onder begeleiding) gestimuleerd. Dit houdt in dat fietsvergoedingen zullen worden verstrekt op basis van een kilometervergoeding voor de fiets (dan wel bromfiets). De fietsroute wordt op basis van de Google Maps, kortste route, berekend.

Artikel 10: Combinaties van vervoersvoorzieningen

Indien uit de beoordeling blijkt dat de best passende vervoersvoorziening bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer, bepaalt het college de wijze van bekostiging. Uitgangspunt bij een combinatie is zelfstandigheid en goedkoopst passend.

Artikel 11: Schooltijden, wachttijden en afzetmarge

Aangepast vervoer wordt georganiseerd op standaard schooltijden per schoollocatie zoals deze genoemd zijn in de schoolgids, zo nodig uitgesplitst naar onderbouw/bovenbouw.

Het aangepaste vervoer wordt op wisselende en/of afwijkende schooltijden niet bekostigd.

Voor het vervoeren van leerlingen van dezelfde schoollocatie of van meerdere locaties gecombineerd in één route, die afwijkende begintijden of eindtijden hebben, geldt als uitgangspunt dat de leerlingen zoveel mogelijk op dezelfde begin- en/of eindtijden worden vervoerd.

 

Wachttijden tot maximaal drie lesuren voor het voortgezet onderwijs worden geaccepteerd. Het kan voorkomen dat leerlingen drie lesuren op school moeten wachten omdat ze gecombineerd vervoerd worden met leerlingen van dezelfde school of van een school waarmee een combinatie gemaakt wordt.

Verzoeken om leerlingen op afwijkende tijden op te halen, bijvoorbeeld voor huiswerkbegeleiding, proefwerkweken, straf of doktersbezoek, worden niet gehonoreerd. De schoolgids is en blijft leidend.

De afzet- en ophaaltijd moet gelegen zijn binnen een tijdsmarge van maximaal vijftien minuten en minimaal vijf minuten. Het ophaaltijdstip aan het einde van de lessen is nooit eerder dan het tijdstip waarop de lessen eindigen. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen.

Artikel 12: Begeleiding is onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling

  • 1.

    Van een ernstige benadeling van het gezin is naar het oordeel van het college sprake als één van de volgende situaties aanwezig is:

  • 2.

    Er is sprake van een eenoudergezin en de ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke en/of psychische handicap waardoor begeleiding niet mogelijk is. Het bestaan van deze situatie moet onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.

  • 3.

    Er is sprake van een tweeoudergezin waarbij beide ouders aangeven op medische gronden de leerling niet te kunnen begeleiden. Het bestaan van deze situatie moet voor beide ouders onderbouwd worden door een verklaring van een medisch specialist.

  • 4.

    Er sprake is van een eenoudergezin waar nog een ander jonger kind is dat, gelet op de leeftijd van het kind in kwestie niet geacht kan worden zelfstandig naar school te gaan, en tevens vaststaat dat de ouder de begeleiding van het ene kind niet kan combineren met het vervoeren van en naar school van het andere kind. Tevens moet worden aangetoond dat begeleiding door anderen niet mogelijk is;

  • 5.

    De ouder in een eenoudergezin kan door het noodzakelijk begeleiden van het kind niet langer zijn/haar werk uitoefenen. Het volgen van een (re‑)integratietraject of voltijdsopleiding wordt hierbij gelijkgesteld met werk. Een inschrijfbewijs van de opleiding kan worden opgevraagd.

  • 6.

    De leerling kan uitsluitend onder begeleiding met openbaar vervoer reizen, waarbij de reistijd voor de begeleider meer dan 6 uur per dag in beslag neemt naar het reguliere basisonderwijs en meer dan 3 uur per dag naar het S(B)O/V(S)O. De noodzaak van begeleiding moet in zulke gevallen voldoende worden aangetoond. Er wordt met de aanvrager afspraken gemaakt om de leerling zo spoedig mogelijk te helpen in het zelfstandig reizen.

  • 7.

    Bij een tweeoudergezin leidt een combinatie van omstandigheden zoals genoemd in het eerste lid eveneens tot ernstige benadeling. Het enkele feit dat beide ouders werken is, zonder bijkomende omstandigheden die begeleiding onmogelijk maken of belemmeren, geen grond voor toekenning van aangepast vervoer.

Artikel 13: Voor Elkaar Pas (VEP)

  • 1.

    De VEP wordt beschikbaar gesteld voor de leerling die in aanmerking komt voor een bekostiging van het openbaar vervoer en ook daadwerkelijk met het openbaar vervoer gaat reizen / geen gebruik maakt van eigen vervoer.

  • 2.

    De VEP is leerling gebonden en wordt ingesteld op het goedkoopste reistraject van woning naar school.

  • 3.

    De VEP is zeven dagen per week te gebruiken binnen de zone van het abonnement.

  • 4.

    Wordt de VEP verstrekt in combinatie met een andere vervoersvoorziening, dan wordt de VEP uitsluitend voor de betreffende momenten dat het nodig is ingezet.

  • 5.

    Bij de VEP kan tevens een niet op naam gestelde begeleiderspas verstrekt worden. In ieder geval tot elf jaar of indien aantoonbaar begeleiding noodzakelijk is.

  • 6.

    De VEP kan tevens tijdelijk als oefenpas worden ingezet ter bevordering van de zelfstandigheid.

  • 7.

    Bij verlies of breuk van de VEP zijn de kosten voor rekening van de ouders.

  • 8.

    Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO) en het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) geldt dat het recht op bekostiging van de VEP vervalt na één jaar gebruik van de pas, tenzij door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding bij het reizen nog noodzakelijk is. De noodzaak tot begeleiding wordt onderbouwd met relevante informatie, zoals medische, gedragskundige of andere deskundigenverklaringen. Indien begeleiding noodzakelijk wordt geacht, blijft recht bestaan op bekostiging van deze vorm van leerlingenvervoer.

Artikel 14: Eigen vervoer

  • 1.

    De Verordening geeft aan dat eigen vervoer alleen op verzoek of vraag van ouders ingezet kan worden. In de uitvoering zal aan ouders gevraagd worden of zij de leerling zelf kunnen en willen vervoeren. Dit in het kader van eigen regie, het bevorderen van het zelf oplossend vermogen en de zelfstandigheid.

  • 2.

    Er worden maximaal twee retourreizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Er wordt geen bekostiging verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd.

  • 3.

    Indien de leerling recht heeft op aangepast vervoer en ouders maken de keuze om zelf te rijden heeft de ouder recht op een KM vergoeding. Indien de leerling geen recht heeft op aangepast vervoer maar wel op een OV-vergoeding en de ouders kiezen om zelf te rijden dan is er recht op een bekostiging van de OV vergoeding.

  • 4.

    Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren met een beschikking vanuit het leerlingenvervoer bestaat alleen recht op een kilometervergoeding wanneer er voor ten minste één van de betrokken leerlingen daadwerkelijk recht bestaat op een OV-vergoeding groter dan €0. De te vergoeden afstand wordt berekend vanaf de woning van de leerling die het verst van school woont.

  • 5.

    Er wordt geen eigen bijdrage in rekening gebracht bij het eigen vervoer.

  • 6.

    Het College van Burgemeester en Wethouders heeft 10 maart besloten een overgangsregeling vast te stellen voor ouders die ervoor kiezen het vervoer zelf te verzorgen terwijl hun kind recht heeft op een VEP pas. Ouders ontvangen binnen deze regeling tot en met 31 december 2026 een vaste vergoeding van € 50 per maand, ongeacht de leeftijd van het kind.

  • 7.

    Vanaf 1 januari 2027 vervalt de overgangsregeling en wordt de vergoeding voor ouders die het vervoer zelf verzorgen gebaseerd op de tarieven van Arriva Voordeel Jeugd Limburg (prijspeil 1-1-2027). De maximale vergoeding bedraagt € 0 per jaar voor kinderen jonger dan 12 jaar en maximaal € 600 per jaar voor kinderen van 12 jaar en ouder. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de prijs van het Arriva abonnement dat aansluit bij de leeftijd van het kind op 1 januari van het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

Artikel 15: Aangepast vervoer

  • 1.

    Aangepast vervoer vindt plaats op basis van collectief busvervoer.

  • 2.

    Bij een toekenning voor aangepast vervoer is naast het woonadres tevens één extra langdurige afzetplaats op een ander adres toegestaan (bijvoorbeeld buitenschoolse opvanglocatie of grootouders). Voorwaarde is dat dit afwijkende adres binnen een straal van 500 meter van de woning of school ligt.

  • 3.

    Bij de toekenning wordt het vervoersschema vastgelegd in het besluit en uitgezet bij de vervoerder. Het is niet mogelijk om af te wijken van het vervoersschema zonder goedkeuring van het college.

  • 4.

    Het vervoersschema kan uitsluitend worden veranderd als sprake is van een structurele wijziging. Een structurele wijziging houdt in dat deze tenminste drie maanden duurt. De wijziging gaat pas in bij herplanning van de routes na een vakantieperiode, tenzij het college hier anders over beslist.

  • 5.

    Kortdurende wijzigingen die van invloed zijn op de organisatie van het aangepaste vervoer moeten tijdig door de ouders worden gemeld bij de vervoerder zonder tussenkomst van de gemeente.

  • 6.

    De ouder moet ervoor zorgen dat iemand thuis is voor de warme overdracht van de leerling na terugkeer uit school.

  • 7.

    Indien bij terugkeer niemand aanwezig is, ook niet na herhaaldelijke pogingen, kan de vervoerder noodgedwongen uitwijken naar een noodopvanglocatie. De hierdoor gemaakte kosten kunnen, indien sprake is van verwijtbaar handelen, aan de ouders in rekening worden gebracht.

  • 8.

    In gevallen van wangedrag of herhaaldelijke loosmeldingen wordt verwezen naar artikel 17 (Gedragingen in het aangepast vervoer).

Artikel 16: Gedragingen in het aangepast vervoer

  • 16.1.

    Ongewenst gedrag

    Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden indien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wangedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt.

    • 1.

      Eerste melding:

      De vervoerder probeert het probleem op te lossen en doet, indien geen verbetering optreedt, een schriftelijke melding bij de gemeente. De vervoerder vermeldt welke contactmomenten met ouders hebben plaatsgevonden.

    • 2.

      Tweede melding:

      De gemeente onderzoekt de melding en spreekt met vervoerder, chauffeur, ouders en/of school.

      Bij toerekenbaar wangedrag volgt een gesprek met ouders en eventueel de leerling, een waarschuwingsbrief en een schorsing van één dag.

      Indien het gedrag voortkomt uit een ernstige beperking van de leerling wordt samen met ouders, vervoerder en eventueel de school naar een passende oplossing gezocht (zoals begeleiding, OV of eigen vervoer).

    • 3.

      Derde melding:

      Een tweede waarschuwingsbrief volgt, inclusief waarschuwing dat uitsluiting mogelijk is.

      De leerling wordt een week geschorst. Het leerrecht wordt betrokken.

    • 4.

      Vierde melding:

      De leerling wordt uitgesloten van vervoer tot het einde van het schooljaar, met een minimumduur van drie maanden (exclusief vakanties). Het leerrecht wordt betrokken.

  • 162.

    Zeer ernstig gedrag

    Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of anderszins ernstig onveilig gedrag kan direct worden geschorst voor de rest van het schooljaar. De ouder ontvangt hierover een brief.

  • 16.3.

    Loosmeldingen

    Bij tevergeefs aanbieden of ophalen van een leerling handelt de vervoerder als volgt:

    • Op de heenrit informeert de chauffeur de centrale, die contact opneemt met ouders.

    • Op de terugrit wordt hetzelfde gedaan en rijdt de chauffeur aan het einde van de route nogmaals langs het afzetadres.

    • De leerling blijft in het voertuig totdat een ouder of netwerkpersoon aanwezig is.

    Bij herhaalde loosmeldingen:

    • informeert de vervoerder de gemeente,

    • volgt een gesprek met ouders en eventueel een waarschuwingsbrief,

    • en bij aanhoudende situaties wordt dit beschouwd als wangedrag, met mogelijke schorsing (conform artikel 17.1).

Artikel 17: Vervoer naar school buitenland

Het is niet mogelijk om in aanmerking te komen voor een bekostiging van het leerlingenvervoer naar scholen die gevestigd zijn in het buitenland.

Artikel 18: Eigen bijdrage

De eigen bijdrage voor ouders met een inkomen meer dan het voor dat jaar vastgestelde drempelbedrag is gelijk aan de kosten van een Arriva busabonnement voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar. Het college berekent alleen een eigen bijdrage bij het aangepaste vervoer (indien van toepassing). Gebruik van de fiets, OV en eigen vervoer is vrijgesteld van een eigen bijdrage.

Artikel 19: Uitbetaling bekostiging

  • 1.

    De toegekende vergoeding wordt drie keer per jaar (te weten eind december, eind maart en einde schooljaar) gedeclareerd door ouders/verzorgers.

  • 2.

    Declaraties kunnen niet voorafgaand aan een termijn worden ingediend.

  • 3.

    Declaraties die na 1 augustus van het betreffende schooljaar ingediend worden, worden niet meer in behandeling genomen.

  • 4.

    De declaratie dient te zijn voorzien van een paraaf van de school.

Artikel 20: Intrekken oude regeling

De nadere regels leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2025 worden ingetrokken.

Artikel 21: Inwerkingtreding nadere regels

Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na publicatie.

Artikel 22: Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2026

Aldus vastgesteld op 10 maart 2026 door van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beekdaelen.

Naar boven