Wijzigingsbesluit Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Eindhoven 1e halfjaar 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

mede gelet op het bepaalde in artikel 231 Gemeentewet, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet 1990

 

besluit:

Artikel I

De geldende Leidraad invordering gemeentelijke belastingen, wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

In de eerste zin vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

 

In artikel 1.1.5 vervalt de tekst vanaf de tweede zin van de vijfde alinea, beginnend met ‘Dit betekent onder meer’ en eindigend met ‘beoordeling ook zou hebben afgewezen.’.

 

B

Na artikel 1.1.5a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 1.1.5b Marginale toetsing

Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de gemeente aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

 

C

Na artikel 1.1.5b (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 1.1.5c Verzoekschriften aan andere instellingen

De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de (gemeentelijke) ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.

 

D

In artikel 1.2 vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

 

E

Artikel 25.1.15 vervalt.

 

F

Artikel 26.1.11 vervalt.

 

G

In artikel 26.2.7, tweede alinea wordt ‘de overblijvende partner/erfgenaam’ vervangen door ‘de langstlevende echtgenoot’.

 

H

In artikel 26.2.12 wordt ‘€ 77’ vervangen door ‘€ 80’ en wordt ‘€ 68’ vervangen door ‘€ 70’.

 

I

In artikel 26.2.19 wordt ‘€ 45’ vervangen door ‘€ 47’ en wordt ‘€ 101’ vervangen door ‘€ 106’.

 

J

In artikel 67 wordt na het eerste gedachtestreepje een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

 

– bekendmaking aan derden in het belang van de invordering;

 

Artikel II

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

  • 2.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: Wijzigingsbesluit leidraad invordering gemeentelijke belastingen 1e halfjaar 2026.

 

 

 

 

Eindhoven, 3 maart 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris,

TOELICHTING

 

De hieronder genoemde artikelnummers corresponderen met en zijn een toelichting op de artikelen in het Wijzigingsbesluit Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Eindhoven 1e halfjaar 2026.

 

Artikel I, onderdelen A.1 en D schrappen de verwijzing naar het Besluit Fiscaal bestuursrecht in artikel 1.1.5 respectievelijk artikel 1.2. De overweging om dit te doen is dat het besluit bepalingen bevat die of niet van toepassing zijn voor de gemeente of waarvoor de gemeente al eigen beleid(sregels) heeft.

 

Artikel I, onderdelen A.2 en B zijn wijzigingen van redactionele aard en betreffen de wijziging van artikel 1.1.5 en de invoering van een nieuw artikel, te weten artikel 1.1.5b.

De marginale toetsing van belastingaanslagen wordt uit artikel 1.1.5 gehaald en opgenomen in een apart artikel. Hierdoor wordt de marginale toetsing beter zichtbaar in de Leidraad wat de vindbaarheid ten goede komt. Er is geen beleidswijziging beoogd.

 

Artikel I, onderdelen C, E en F zijn wijzigingen van redactionele en technische aard en betreffen de invoering van een nieuw artikel, te weten artikel 1.1.5c, en de intrekking van de artikelen 25.1.15 en 26.1.11.

In de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 stond nagenoeg dezelfde tekst en de plaatsing was onlogisch. De artikelen 25 en 26 geven beleidsregels ten aanzien van – respectievelijk – uitstel van betaling en kwijtschelding. De in de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 genoemde verzoeken kunnen echter ook op andere onderwerpen betrekking hebben. Om die reden vervallen de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 en wordt de tekst opgenomen in het nieuwe artikel 1.1.5c.

 

Artikel I, onderdeel G betreft een redactionele wijziging van artikel 26.2.7. Door het gebruik van de schuine streep in het eerdere ‘de overblijvende partner/erfgenaam’ kon onduidelijkheid bestaan over wie er werd bedoeld. Door dit te vervangen door ‘de langstlevende echtgenoot’ is beoogd te verduidelijken dat het moet gaan om de erfgenaam die tevens echtgenoot was van de erflater. Gelet op de definitie van ‘echtgenoot’ in artikel 1.1.2 van de Leidraad geldt deze bepaling ook voor de erfgenaam die tevens geregistreerd partner was van de erflater. Er is geen beleidswijziging beoogd.

 

Artikel I, onderdeel H, indexeert de in artikel 26.2.12 opgenomen forfaitaire bedragen voor boeken en leermiddelen naar de per 1 januari 2026 geldende bedragen.

 

Artikel I, onderdeel I, indexeert de in artikel 26.2.19 genoemde bedragen die zien op de normpremies zorgverzekering voor een alleenstaande en alleenstaande ouder, en de normpremie ziektekostenverzekering voor echtgenoten, naar de per 1 januari 2026 geldende bedragen.

 

Artikel I, onderdeel J betreft een redactionele wijziging van artikel 67. Bij de wijziging van de Leidraad per 1 juli 2012 is overeenkomstige aanpassing van artikel 67 abusievelijk achterwege gelaten. Bij deze wordt dit alsnog gedaan.

 

Artikel II regelt de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingen. De wijzigingen treden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 in werking. Dit besluit is na de inwerkingtreding terstond uitgewerkt en bevat daarom geen vervalbepaling.

Naar boven