REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN - GEMEENTE MEIERIJSTAD

Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven en het College van de gemeente Meierijstad,

ieder voor zover voor de Metropoolregio Eindhoven en de eigen gemeente bevoegd,

 

In aanmerking nemende dat:

 

De Brainportregio Eindhoven de economische ontwikkelmotor van Nederland is, die zich steeds verder ontwikkelt en een schaalsprong doormaakt;

 

Hierdoor het Daily Urban System, bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, de woningmarkt, verzorgingsgebieden en verkeersbewegingen zich steeds meer ook buiten de regio Zuidoost Brabant uitbreidt;

 

Meierijstad onderdeel uitmaakt van het Daily Urban System van Brainport Eindhoven en direct beïnvloed wordt door de schaalsprong, maar geen onderdeel uitmaakt van de Metropoolregio Eindhoven.

 

Overwegende dat:

 

De samenwerking van de gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven gericht is op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren;

 

Het beleid van de gemeente Meierijstad eveneens erop gericht is om het vestigings- en verblijfsklimaat voor haar inwoners en bedrijven te stimuleren;

 

Voor gemeente Meierijstad de ambities uit haar ‘Toekomstvisie Meierijstad 2040’ centraal staan en Meierijstad die ambities middels deze samenwerking versneld wil realiseren;

 

Het Algemeen Bestuur van de MRE, en het college van B&W en de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad elk vanuit hun eigen bevoegdheden, de wens hebben uitgesproken om in gelijkwaardigheid gezamenlijk werk te maken van concrete opgaven en kansen die voortkomen uit de groei van de Brainportregio.

 

Besluiten:

 

De Regeling Metropoolregio Eindhoven – Gemeente Meierijstad te treffen, en deze luidt als volgt:

Artikel 1 AARD VAN DE REGELING

  • 1.

    De regeling is een gemeenschappelijke regeling op grond van Hoofdstuk IX van de Wet.

  • 2.

    Deze regeling is een regeling zonder meer. Er worden met deze regeling geen bevoegdheden overgedragen noch een entiteit opgericht.

Artikel 2 BEGRIPSBEPALINGEN

In deze gemeenschappelijke regeling bedoelen we met de volgende termen het volgende:

Wet - Wet gemeenschappelijke regelingen

Regeling - Regeling zonder meer tussen de Metropoolregio Eindhoven en de gemeente Meierijstad

Metropoolregio Eindhoven - Het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven

Dagelijks Bestuur - Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven

Algemeen Bestuur - Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven

Gemeente Meierijstad - Het college van de gemeente Meierijstad

College - Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad

Raad - De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad

Regio - De regio Zuidoost Brabant, bestaande uit de 21 gemeenten die gezamenlijk de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven hebben getroffen

Raden - De gemeenteraden van de Regio

Partijen - Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven en het College van de gemeente Meierijstad

Derden - Andere openbare lichamen en rechtspersonen

 

Artikel 3 BELANG EN DOEL

  • 1.

    Partijen treffen de Regeling in het belang van het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de Regio en de gemeente Meierijstad, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor hun bedrijven en inwoners te stimuleren.

  • 2.

    Partijen stellen samen een Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad op met zo concreet mogelijke afspraken die bijdragen aan bovengenoemd belang. De afspraken in deze Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad moeten door beide Partijen worden ervaren als een duidelijke win-win.

  • 3.

    De Regionale Agenda van de Metropoolregio Eindhoven is mede richtinggevend. Het bestuur van de Metropoolregio kan geen afspraken maken in strijd met de op dat moment geldende Regionale Agenda, of op thema’s die niet zijn opgenomen in de Regionale Agenda.

Artikel 4 SAMENWERKINGSAGENDA MRE-MEIERIJSTAD

  • 1.

    De Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad is de inhoudelijke basis voor de samenwerking. De Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad bevat de afspraken waar Partijen aan werken gedurende de looptijd van de Samenwerkingsagenda.

  • 2.

    De looptijd van de Samenwerkingsagenda bedraagt een periode van vier jaar. De looptijd van de eerste Samenwerkingsagenda start bij de inwerkingtreding van de Regeling.

  • 3.

    De Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad doet geen afbreuk aan bestaande afspraken binnen de Metropoolregio Eindhoven en bestaande afspraken met provincie Noord-Brabant en Rijk, financiële afspraken hieronder inbegrepen.

  • 4.

    De Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad doet geen afbreuk aan bestaande afspraken binnen de regio Noordoost-Brabant en bestaande afspraken met provincie Noord-Brabant en Rijk, financiële afspraken hieronder inbegrepen.

  • 5.

    Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven en het College van de gemeente Meierijstad leggen de Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad ter instemming voor aan het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven respectievelijk de Raad van de gemeente Meierijstad.

  • 6.

    Indien nodig of wenselijk voor de uitvoering en realisatie van de afspraken zoals vastgelegd in de Samenwerkingsagenda, kunnen Partijen, voor zover bevoegd, ook randvoorwaardelijke afspraken maken, inclusief financiële afspraken.

  • 7.

    Partijen maken gebruik van kennisdeling, waaronder het delen van onderzoeksresultaten, data en best practices, om afspraken te realiseren.

  • 8.

    De gemeente Meierijstad en de Metropoolregio Eindhoven spannen zich in om beleidsmatige uitgangspunten, afwegingskaders en definities op elkaar aan te laten sluiten.

Artikel 5 GOVERNANCE

  • 1.

    Partijen wijzen ieder een bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt aan, die voor de wederpartij de eerste aanspreekpunten zijn. Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden. De governance blijft verder zo licht en functioneel mogelijk.

  • 2.

    Partijen bespreken regelmatig de voortgang van de gemaakte afspraken. Hiervoor wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande gremia, overlegstructuren en samenwerkingsverbanden. Indien Partijen elkaar willen spreken over onderwerpen en randvoorwaardelijke zaken met een gezamenlijk belang die niet zijn opgenomen in de Samenwerkingsagenda wordt hier zo pragmatisch mogelijk mee omgegaan.

  • 3.

    Partijen informeren elkaar in een zo vroeg mogelijk stadium over ontwikkelingen die noemenswaardige gevolgen kunnen hebben voor de wederpartij.

  • 4.

    Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigde afstemming in de eigen organisatie en eigen bestuurlijke omgeving.

  • 5.

    Bij de totstandkoming en uitvoering van de Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad worden de bevoegdheden van Derden te allen tijde gerespecteerd. Indien de afstemming en realisatie van afspraken niet uitsluitend binnen de exclusieve bevoegdheid van de Partijen valt en daarmee raakt aan de bevoegdheden van bijvoorbeeld andere partijen en overheden, blijft de doorslaggevende afstemming en besluitvorming plaatsvinden in de daarvoor bestemde, overkoepelende gremia.

Artikel 6 RAPPORTERING EN INFORMATIEVERSTREKKING

  • 1.

    Partijen gebruiken hun reguliere rapportages voor melding van de voortgang van de samenwerking.

  • 2.

    Indien buiten de reguliere rapportages er aanleiding is voor het verstrekken van informatie of als Partijen om inlichtingen worden gevraagd, verstrekken Partijen die informatie gelijkluidend en zoveel als mogelijk gelijktijdig

Artikel 7 ARCHIEFBESCHEIDEN

Partijen zorgen in relatie tot de samenwerking, elk afzonderlijk voor naleving van hun archiefverordening.

Artikel 8 SAMENWERKING MET EN TOETREDING VAN DERDEN

Toetreding van andere gemeenten, provincies en waterschappen tot de Regeling is op grond van Hoofdstuk IX van de Wet uitgesloten.

Artikel 9 INWERKINGTREDING, LOOPTIJD, EVALUATIE, WIJZIGING EN OPHEFFING

  • 1.

    De Regeling treedt op 1 januari 2026 in werking.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven draagt zorg voor tijdige bekendmaking van de Regeling in het door dat bestuur uitgegeven blad.

  • 3.

    De Regeling is een regeling voor onbepaalde tijd.

  • 4.

    Partijen evalueren de Samenwerkingsagenda en de Regeling uiterlijk 1 jaar voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda. Partijen nemen uiterlijk 6 maanden voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda een voorlopig besluit om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda te verlengen dan wel een aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen. Artikel 4, 5e lid is van toepassing op een aangepaste Samenwerkingsagenda. Indien Partijen besluiten om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda niet te verlengen dan wel geen aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen, dan verbinden Partijen hieraan tevens een besluit om de Regeling op te heffen.

  • 5.

    Partijen stellen de Raad van de gemeente Meierijstad en de raden van de 21 gemeenten in de Regio in de gelegenheid een zienswijze bij hen in te dienen over een voorlopig besluit om de Regeling te wijzigen of op te heffen.

  • 6.

    Partijen kunnen ook eerder gezamenlijk besluiten om de Regeling te wijzigen of op te heffen. Dan is het 5e lid ook van toepassing.

  • 7.

    Partijen kunnen ook eenzijdig besluiten om voortijdig uit de Regeling te treden, hetgeen bij een deelname van twee partijen neerkomt op het opheffen van de regeling. Bij het voortijdig uittreden c.q. opheffen nemen partijen een opzegtermijn van 6 maanden in acht. Lid 5 is van overeenkomstige toepassing op de partij die wenst uit te treden.

  • 8.

    Bij uittreding c.q. opheffing van de Regeling zorgen Partijen voor borging van hetgeen is voortgekomen uit de samenwerking op grond van de Regeling.

Artikel 10 GESCHILLENBESLECHTING

  • 1.

    In geval van een geschil over de toepassing van de regeling, in de ruimste zin, streven Partijen naar een oplossing in goed overleg.

  • 2.

    Partijen informeren de Raad en het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven wanneer een oplossing niet binnen redelijke termijn mogelijk blijkt.

Artikel 11 CITEERTITEL

Deze Regeling wordt aangehaald als ‘REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN - GEMEENTE MEIERIJSTAD’.

 

TOELICHTINGEN

 

 

De Brainportregio Eindhoven is de economische ontwikkelmotor van Nederland, die zich steeds verder ontwikkelt. Verschillende gemeenten in de omgeving van de regio Zuidoost Brabant, waaronder Meierijstad, maken daardoor in toenemende mate onderdeel uit van het “daily urban system” in de regio, en worden in hun ontwikkeling en opgaven beïnvloed door de schaalsprong van de regio. Deze ontwikkeling is verder toegelicht en onderbouwd in de Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad.

 

De 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant werken samen binnen de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) om het kenmerkende economische profiel van de regio te handhaven en uit te bouwen om het vestigings- en verblijfsklimaat voor inwoners en bedrijven te stimuleren. Het beleid van de gemeente Meierijstad is eveneens erop gericht om het vestigings- en verblijfsklimaat voor haar inwoners en bedrijven te stimuleren. De gemeente Meierijstad is geen deelnemer aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven.

 

Tegen deze achtergrond hebben de besturen van de MRE en de gemeente Meierijstad de wens uitgesproken om in gelijkwaardigheid gezamenlijk werk te maken van concrete opgaven en kansen die voortkomen uit de groei van de Brainportregio Eindhoven.

 

In deze samenwerking maken we een onderscheid tussen een inhoudelijke, adaptieve samenwerkingsagenda, en een meer permanente regeling die de juridische basis vormt.

De concrete opgaven en samenwerkingsafspraken zijn opgenomen in de samenwerkingsagenda. De regeling beschrijft de “spelregels” voor de samenwerking. Omdat het een samenwerking betreft tussen openbare lichamen (MRE en de gemeente Meierijstad) én omdat de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven het bestuur van de MRE daartoe de bevoegdheid geeft, betreft de juridische basis een “regeling zonder meer” op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

 

De regeling wordt getroffen tussen het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad.

Artikel 1 AARD VAN DE REGELING

Het 1e lid geeft aan dat het een regeling is die op grond van Hoofdstuk IX van de Wgr is vastgesteld.

Op grond van dit hoofdstuk kunnen de raad en het college van burgemeester en wethouders van een gemeente (in geval van deze regeling: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad) een gemeenschappelijke regeling treffen met - indien deze daartoe overigens bevoegd zijn - de besturen van een of meer andere openbare lichamen dan gemeenten, provincies en waterschappen (in het geval deze regeling: het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven).

Het 2e lid maakt duidelijk dat het een lichte regeling is, waarin geen bevoegdheden worden overgedragen of een entiteit (zoals een centrumgemeente constructie, gemeenschappelijk orgaan, bedrijfsvoeringsorganisatie of openbaar lichaam) wordt opgericht.

Artikel 2 BEGRIPSBEPALINGEN

Met de definitie van termen in de begripsbepaling blijven de andere teksten kort.

Artikel 3 BELANG EN DOEL

Het opnemen van het belang waarvoor de regeling wordt getroffen is verplicht (artikel 10.1 Wgr).

De formulering in het 1e lid is identiek aan de formulering van het doel van de GR MRE. De MRE gaat niet “buiten haar boekje” maar neemt de gemeente Meierijstad als het ware mee in haar belang (zoals ook in de preambule tot uiting komt).

De samenwerkingsagenda is het middel waarmee de belangen worden behartigd (2e lid).

Het MRE bestuur kan geen afspraken die buiten haar bevoegdheden liggen (3e lid). Die bevoegdheden zijn inhoudelijk ingekaderd door de Regionale Agenda (de MRE samenwerkingsagenda) van dat moment. De MRE samenwerkingsagenda kan overigens ook tussendoor worden aangepast volgens de spelregels zoals opgenomen in het MRE Statuut Overlegorganen.

Artikel 4 SAMENWERKINGSAGENDA MRE-MEIERIJSTAD

Dit artikel bevat de spelregels voor de Samenwerkingsagenda MRE – Gemeente Meierijstad.

 

Zoals aangegeven in de toelichting bij de Preambule bevat de samenwerkingsagenda de concrete opgaven en samenwerkingsafspraken. (1e lid). De samenwerkingsagenda kent een looptijd van 4 jaar (2e lid).

Het 3e lid en 4e lid zijn randvoorwaarden die vanuit het Algemeen Bestuur en de Raad zijn meegegeven. Het biedt Derden comfort dat er geen afspraken worden gemaakt die afwijken van bestaande afspraken.

Het 5e lid geeft aan hoe de Samenwerkingsagenda tot stand komt. Met de instemming van het Algemeen Bestuur en de Raad zijn zij kaderstellend voor de uitvoering. Deze route geeft de raden ook comfort om toestemming te kunnen geven voor het treffen van de regeling: aan hun kaderstellende rol wordt niet getornd.

De leden van het Algemeen Bestuur MRE zijn aangewezen door de raden van de deelnemende gemeenten. De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven geeft het MRE bestuur de mogelijkheid om de raden van de regiogemeenten met een voorhangprocedure (zienswijzen) te betrekken.

Het 6e lid is bedoeld om ook financieringsafspraken te kunnen maken, voor zover Partijen daartoe bevoegd zijn.

Het 7e en 8e lid zijn bedoeld om beleidsmatige uitgangspunten, afwegingskaders en definities die aan de te maken afspraken ten grondslag liggen, zoveel mogelijk af te stemmen en over en weer gebruik te maken van kennisdeling. Deze algemene afspraken hoeven daarmee niet herhaald te worden in de samenwerkingsagenda.

Artikel 5 GOVERNANCE

Dit artikel bevat de bestuurlijke spelregels (governance) voor de samenwerking.

 

Vertrekpunt is een zo licht mogelijke governance (1e lid, 3e volzin). Daarom is gekozen voor een regeling zonder meer met bijpassende afspraken over aanspreekpunten (1e lid, 1e volzin) en gebruik van bestaande overlegstructuren (2e lid). Partijen kunnen (1e lid, 2e volzin) andere bestuurlijke, ambtelijke en andere belanghebbenden betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken. Dit kan ook van belang zijn voor een evenwichtige inbreng van belangen. Partijen informeren elkaar over ontwikkelingen die van belang zijn (3e lid) en zorgen zelf voor interne afstemming en in hun bestuurlijke omgeving (bijvoorbeeld andere gemeenten) (4e lid). Partijen respecteren de bevoegdheden en mandaten die elders liggen (5e lid).

Artikel 6 RAPPORTERING EN INFORMATIEVERSTREKKING

Voor melding van de voortgang bij de raden gebruiken partijen bestaande rapportages (1e lid). Dit past ook bij het vertrekpunt van een lichte governance.

Bij andere communicatie gebeurt dat met dezelfde inhoud en zoveel mogelijk gelijktijdig (2e lid).

Partijen handelen daarbij overeenkomstig hetgeen in wet- en regelgeving is vastgelegd, dan wel in hun eigen regelingen en verordeningen. Dat maakt het opnieuw vastleggen hiervan in deze regeling overbodig.

Artikel 7 ARCHIEFBESCHEIDEN

De Archiefwet bevat een verplichting om in gemeenschappelijke regelingen een voorziening op te nemen omtrent de zorg voor de archiefbescheiden.

Omdat zowel MRE als de Gemeente Meierijstad een verordening hiervoor hebben wordt in deze regeling hiernaar verwezen. De woorden “elk afzonderlijk” geven aan dat ze allebei de documenten die voortkomen uit de samenwerking moeten archiveren. Deze dubbele archivering voorkomt ook dat de gemeente Meierijstad voor documenten over de samenwerking een andere archiefbewaarplaats zou moeten aanwijzen.

Artikel 8 SAMENWERKING MET EN TOETREDING VAN DERDEN

Het opnemen van een bepaling over toetreding is verplicht (art 9 Wgr).

Echter een andere gemeente kan niet toetreden onder Hoofdstuk IX van de Wet. Provincies en waterschappen ook niet. Andere openbare lichamen kunnen wel toetreden maar dan dient een nieuwe regeling te worden getroffen. Afspraken in de Samenwerkingsagenda kunnen wel leiden tot samenwerking en afspraken daarover met derden.

Artikel 9 INWERKINGTREDING, LOOPTIJD, EVALUATIE, WIJZIGING EN OPHEFFING

Het opnemen van bepalingen over de inwerkingtreding is verplicht (art 26 Wgr)

Het opnemen van bepalingen over wijziging, opheffing, en uittreding is verplicht (art 9 Wgr)

Het opnemen van bepalingen over evaluatie van de regeling is verplicht (art 11a Wgr)

 

De regeling treedt in werking op de datum vermeld in het 1e lid. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt. Het dagelijks bestuur van de MRE draagt zorgt voor de bekendmaking (2e lid).

De regeling geldt voor onbepaalde tijd (3e lid). Op grond van het 4e lid evalueren partijen uiterlijk 1 jaar voor het einde van de looptijd van de samenwerkingsagenda, de samenwerkingsagenda én de regeling. Partijen kunnen dan besluiten de looptijd te verlengen (bijvoorbeeld om afspraken af te ronden) of een aangepaste (nieuwe) agenda vast te stellen.

Indien partijen besluiten de looptijd van de samenwerkingsagenda niet te verlengen of een aangepaste (nieuwe) agenda vast te stellen, dan vervalt de noodzaak om de regeling voor te zetten en verbinden partijen hieraan tevens een besluit om de Regeling op te heffen (4e lid, 3e volzin).

Het 5e lid zorgt ervoor dat de raden betrokken worden bij besluiten om de regeling te wijzigen of te beëindigen; de betrokkenheid van raden bij besluiten over de samenwerkjngsagenda is geregeld in artikel 4.

Op grond van het 6e lid kunnen partijen ook al eerder dan op het moment van evaluatie gezamenlijk besluiten de regeling te wijzigen of op te heffen en dan is het 5e lid ook van toepassing.

Het 7e lid houdt rekening met de mogelijkheid dat een van beide partijen de samenwerking wil beëindigen. De regeling betreft 2 partijen dus een uittreding staat gelijk aan opheffing.

Het 8e lid draagt partijen op te zorgen voor borging van hetgeen is voortgekomen uit de samenwerking. Er wordt geen rechtspersoon gevormd door de regeling.

Artikel 10 GESCHILLENBESLECHTING

Partijen streven bij een geschil naar een oplossing in goed overleg (1e lid). Als dat niet lukt informeren partijen de raad en het Algemeen Bestuur (2e lid). Dat past bij hun controlerende functie.

Er is geen bepaling opgenomen hoe partijen tot een oplossing dienen te komen.

Artikel 11 CITEERTITEL

De regeling wordt aangehaald als ‘REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN - GEMEENTE MEIERIJSTAD’.

Naar boven