Gemeenteblad van Tubbergen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 120004 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tubbergen | Gemeenteblad 2026, 120004 | beleidsregel |
Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie vve 2026-2029 gemeente Tubbergen
De gemeente Tubbergen vindt het belangrijk dat alle kinderen de kans krijgen om zich te ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen zoveel mogelijk met een gelijke beginsituatie starten, zet de gemeente voor- en vroegschoolse educatie (vve) in. Voor- en vroegschoolse educatie richt zich op stimulering van de brede ontwikkeling, met de focus op taalontwikkeling, voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar. De gemeente is verantwoordelijk voor vve en voert hierop de regie. Maar daar heeft zij andere partijen uit het maatschappelijk middenveld bij nodig: kinderopvang, scholen en JGZ-GGD.
Het meest recente beleidsplan vve van de gemeente Tubbergen stamt uit 2020. Diverse lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen maken het wenselijk het beleid te actualiseren, omdat deze ontwikkelingen invloed kunnen hebben op de lokale afspraken.
Het voorliggende beleidsplan is opgesteld in samenspraak met kinderdagverblijven, scholen en JGZ-GGD Twente.
Voor de ontwikkeling van een kind zijn de eerste zes jaar heel belangrijk. Het ene kind wil uitgedaagd worden door nieuwe dingen, een ander kind wil spelen. Er zijn ook kinderen die in hun ontwikkeling specifieke ondersteuning nodig hebben. Dan is het belangrijk dat een professional deze ondersteuning kan bieden, zoals met vve waarbij kinderen worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. Door vve wil de gemeente voor kinderen een zoveel mogelijk gelijke start op de basisschool creëren.
De visie van de gemeente Tubbergen luidt dan ook:
“ De gemeente Tubbergen vindt het belangrijk dat kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en zoveel mogelijk starten met een gelijke beginsituatie. Hiervoor wordt vve-beleid ingezet, waarbij we rekening houden met ieders groeimogelijkheden. Professionals, ouders en kinderen werken vanuit respect en in openheid met elkaar samen en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het opgroeien en de ontwikkeling van alle kinderen in onze gemeente. Voor de vve-kinderen en kinderen die een bijzondere onderwijs- of ontwikkelingsbehoefte hebben, wordt een warme overdracht gedaan van kinderopvang naar basisonderwijs.”
In verband met voor- en vroegschoolse educatie zijn de volgende wetten van belang:
Sinds 1 augustus 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) van toepassing. Het doel van de wet is om de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. De wet leidt tot aanpassingen aan drie wetten: de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht en de Wet op het Primair Onderwijs.
Onderdelen van de Wet OKE die van belang zijn voor vve, zijn:
De kwaliteitseisen waaraan kinderdagverblijven moeten voldoen staan opgenomen in twee wetten, te weten:
De Wet kinderopvang Wko verplicht een kinderdagverblijf of gastouderbureau te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Ook zijn kinderdagverblijven verplicht ouders te informeren over het beleid dat op de opvang wordt uitgevoerd. Via jaarlijkse inspecties (GGD) wordt het kwaliteitsniveau gecontroleerd. Kinderopvangcentra en gastouderbureaus die aan alle eisen voldoen, worden in een register bij de gemeente opgenomen. Als je kind bij een geregistreerde kinderopvangorganisatie is ondergebracht, vergoedt de rijksoverheid een deel van de kosten via de zogeheten KinderOpvangToeslag (KOT).
2. Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK)
Sinds 2018 is een aantal ingrijpende maatregelen en kwaliteitseisen ingevoerd waaraan kinderopvangorganisaties moeten voldoen. Deze eisen staan in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).
De kwaliteitseisen gelden voor alle kinderdagverblijven: zowel voor dagopvang als buitenschoolse opvang. De Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang bestaat uit vier thema’s:
Wet op het Primair Onderwijs (WPO)
In deze wet is vastgelegd dat de gemeente zorgdraagt voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding, waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie die voldoet aan in de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen. De gemeente is verplicht om hierover afspraken met aanbieders van voor- en vroegschoolse educatie te maken.
Landelijk Onderwijsachterstandenbeleid:
De landelijke overheid gebruikt sinds 2019 de volgende kenmerken in de omgeving van kinderen om te bepalen welke kinderen het meeste risico lopen op onderwijsachterstand:
Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (2022)
De houder heeft een pedagogisch beleidsplan (artikel 4a, eerste lid) met een visie op ve, de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd op de gebieden van taal/rekenen/motoriek/sociaal-emotioneel, de wijze waarop de ontwikkeling wordt gevolgd, de wijze waarop ouders worden betrokken, het inrichten van passende ruimte en materiaal voor ve, een warme overdracht richting PO en de invulling van de inzet van pedagogisch professionals. De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan jaarlijks (artikel 4a, tweede lid);
Hoofdstuk 2 Inhoudelijke keuzes vve-beleid
Volgens het Nederlands Jeugdinstituut NJi dient de gemeente beleid te ontwikkelen op de volgende onderwerpen:
Doelgroepbepaling en toegang faciliteren
Wij vinden het belangrijk dat alle peuters in onze gemeente vve aangeboden krijgen ter stimulering van de ontwikkeling op taal-, sociaal/emotioneel, lichamelijk/motorisch en cognitief gebied. Dit betekent dat ook kinderen die geen ontwikkelingsachterstand hebben van harte welkom zijn om deel te nemen aan vve. Achterliggende gedachte is hierbij dat in onze gemeente kinderen door het Twentse dialect en/of door het wonen in het buitengebied niet altijd in staat zijn om met leeftijdsgenootjes te spelen en hun Nederlandse taal optimaal te ontwikkelen.
De wetgeving schrijft voor dat de gemeente moet bepalen welke kinderen voor een vve-indicatie in aanmerking kunnen komen. Wij hanteren hiervoor de volgende uitgangspunten:
De JGZ/Consultatiebureau begeleidt vrijwel alle kinderen en hun ouders/verzorgers uit de gemeente bij de groei, gezondheid en opvoeding van hun kind. Zij bepaalt op basis van de gemeentelijke doelgroepdefinitie en geverifieerde instrumenten of een peuter een (risico op een) onderwijsachterstand heeft. Deze peuter krijgt dan een vve-indicatie. Vaak gebeurt dit tijdens de reguliere contactmomenten rond het tweede, derde en vierde levensjaar van een kind.
In een gesprek met de ouder(s) geeft het consultatiebureau informatie over het voorschools aanbod. De informatie over indicatie, de verwijzing en het wel/niet invulling geven aan de verwijzing door de ouders wordt bijgehouden in het digitaal dossier. Wanneer de JGZ een vve-indicatie afgeeft aan de ouders/verzorgers van het kind, kunnen deze ouders/verzorgers zelf een vve-aanbieder kiezen. Als ouders akkoord gaan met het uitwisselen van gegevens tussen de JGZ en de vve-aanbieder, komt de vve-indicatie automatisch in de upload van de vve-monitor tevoorschijn. De upload wordt inzichtelijk op het dashboard van de vve-aanbieder waar de ouders voor hebben gekozen. De JGZ geeft de ouderbrief en de gemeentelijke vve-folder mee aan ouders en geeft aan dat de vve-aanbieder binnen 4-6 weken contact opneemt. De JGZ blijft de kinderen volgen tijdens de contactmomenten vanuit de JGZ. Wanneer een kind met ve gestart is maakt het kinderdagverblijf een ontwikkelingsplan en volgt het kinderdagverblijf actief de ontwikkeling van het kind.
De kinderdagverblijven leveren gegevens aan voor de monitoring van vve. Binnen onze gemeente wordt gebruik gemaakt van de monitor van Dimensional Insight. Deze monitor wordt gebruikt voor het doorzetten van de vve-indicaties en geeft daarnaast inzicht in bereik en non-bereik van kinderen met een vve-indicatie.
Bij vve blijft sprake van vrijwillige deelname omdat de Leerplichtwet nog niet van toepassing is op kinderen in deze leeftijdscategorie. Als ouders van een kind met een vve-indicatie minder uren dan 16 uur gebruik willen maken van vve dan is dit toegestaan. Gestimuleerd wordt om, conform de wettelijke richtlijnen 16 uur per week gedurende 60 weken in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, gebruik te maken van vve. Zodat wordt bijgedragen aan een zo groot mogelijke kans op een goede aansluiting bij het basisonderwijs.
Als ouders minder gebruik willen maken van vve dan geïndiceerd, leggen kinderdagverblijven dit vast in het kindvolgsysteem. Ook is dan een akkoord van de gemeente Tubbergen nodig.
Alle betrokken partijen hebben een rol in de informatievoorziening over vve. Uit het “Onderzoek vroeg- en voorschoolse educatie”, waarvoor gebruik is gemaakt van landelijke gegevens, blijkt dat veel ouders onbekend zijn met vve. Om het bereik van vve te vergroten, komen gemeente, scholen, kinderdagverblijven en JGZ met een gezamenlijke aanpak op communicatie. Informatie wordt laagdrempelig en meertalig aangeboden via meerdere media, waaronder de website en de folder Uk & Puk.
Kwaliteitseisen stellen en naleven
In onze gemeente wordt binnen alle kinderdagverblijven gewerkt met de gecertificeerde vve-methode Uk en Puk. Uk en Puk kan worden aangeboden aan de grote groep, in kleine groepjes of op individueel niveau.
De methode die gebruikt wordt in de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs (vroegschool) sluit hierbij aan. Zo ontstaat een doorgaande lijn met een gezamenlijke afstemming op de vier SLO-gebieden (taal-, reken-, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling) en een afstemming op pedagogische visie en pedagogisch handelen. Ook kunnen activiteiten gezamenlijk worden opgepakt.
Voor- en vroegschoolse educatie is effectiever als ouders betrokken zijn bij de ontwikkeling van kinderen in de vve. Partnerschap tussen ouders en (voor)school blijkt een positieve invloed te hebben op de schoolresultaten van kinderen. Kinderen presteren beter op de basisschool en middelbare school, hun houding naar school is positiever, en kinderen blijven minder vaak zitten en vallen minder uit.
Ook leidt betere samenwerking tussen ouders en school of ve-locatie tot een verbetering in het gedrag van kinderen. Het verbetert bijvoorbeeld de vaardigheden voor zelfregulatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het aanpassingsvermogen. Kinderen blijken verder minder agressief gedrag te vertonen. Tot slot blijkt ook preventie van gezondheids- of gedragsproblemen effectiever wanneer professionals daarbij samenwerken met ouders.
De kinderdagverblijven maken gebruik van informatie vanuit het ouderprogramma behorende bij Uk en Puk. In dit ouderprogramma worden ouders gestimuleerd om thuis ontwikkelingsactiviteiten te ondernemen met hun kind en worden ouders betrokken bij de vve-activiteiten in het kinderdagverblijf. Ouders worden benaderd op basis van gelijkwaardigheid en er wordt een vertrouwensrelatie opgebouwd.
De kinderdagverblijven dragen samen met het basisonderwijs zorg voor een warme overdracht van het kind van het kinderdagverblijf naar het basisonderwijs. Het kinderdagverblijf draagt hierbij zorg voor de observatie van het kind op grond van het vve-programma en maakt gebruik van een overdrachtsformulier bij de warme overdracht van het kind naar het basisonderwijs. De warme overdracht vindt in de gemeente plaats bij de kinderen waar zorg om is en/of die een vve-indicatie hebben. Deze laatste groep kinderen worden tot minimaal 6 maanden voor aanvang van het basisonderwijs besproken, zodat het basisonderwijs in staat wordt gesteld om zich goed voor te bereiden op de komst van het kind.
Om signalen, na toestemming van de ouders, goed te delen is het belangrijk dat de professionals in de lokale zorgstructuur elkaar regelmatig treffen. Indien noodzakelijk worden in de kinderdagverblijven interne zorg-overleggen gehouden, waarbij naast de managers van het betreffende kinderdagverblijf onder meer betrokken kunnen worden de betrokken pedagogisch professional(s), de pedagogisch coach, de jeugdverpleegkundige van de GGD/JGZ en eventueel de jeugdconsulent van de gemeente. Op uitnodiging kunnen ook (externe) deskundigen aanschuiven. De kinderdagverblijven nemen het initiatief voor dit interne zorg-overleg.
Als een vraagstuk niet kan worden opgelost binnen de eigen zorgstructuur, draagt het kinderdagverblijf in overleg met de ouders/verzorgers en betrokken deskundigen, zorg voor opschaling naar de gemeentelijke zorgstructuur.
Verder voldoen de kinderdagverblijven aan de kwaliteitseisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, zoals leidster:kind ratio, de maximale groepsgrootte, opleidingseisen en pedagogisch beleidsplan (zie ook hoofdstuk 1).
Vijf procent van de kinderen in Tubbergen vallen binnen de doelgroep met het hoogste risico op onderwijsachterstanden. Landelijk is dit 15%.
De meeste kinderen binnen deze doelgroep wonen in de wijken Tubbergen (9%) en Albergen (5%). Hier zouden ve-locaties moeten worden aangewezen.
Gemeente Tubbergen vindt het echter belangrijk dat alle peuters in de gemeente vve aangeboden krijgen ter stimulering van de ontwikkeling op taal-, sociaal/emotioneel, lichamelijk/motorisch en cognitief gebied. Dit betekent dat ook kinderen die geen achterstand hebben van harte welkom zijn om deel te nemen aan vve.
In de gemeente Tubbergen is afgesproken dat alle kinderopvanginstellingen voorschoolse educatie aanbieden.
Alle pedagogisch professionals zijn vve-gecertificeerd, waardoor vve breed aangeboden wordt aan alle kinderen die een kinderdagverblijf bezoeken. In andere gemeenten zijn slechts de pedagogisch professionals vve-gecertificeerd, die kinderen begeleiden met een vve-indicatie. De kwaliteit van de pedagogisch professionals in de kinderdagverblijven in de gemeenten Tubbergen is daarom hoog.
Afspraken maken en voortgang bespreken
De gemeente Tubbergen is regievoerder van vve in de gemeente Tubbergen. De werkgroep breed vve is verantwoordelijk voor de coördinatie van vve op het gebied van uitvoering en van beleid. Het voorzitterschap ligt bij de beleidsmedewerker van de gemeente. Verdere leden van de werkgroep zijn de directeuren/managers van de kindercentra uit onze gemeente, iemand namens schoolbestuur TOF en de beleidsadviseur van de JGZ-GGD.
De gemeente initieert de overleggen van de werkgroep breed vve.
Kwantitatieve resultaatafspraken
Doelgroepbereik gaat over het aantal doelgroeppeuters dat daadwerkelijk deelneemt aan voorschoolse educatie. Landelijke cijfers van de Inspectie voor het Onderwijs duiden op ongeveer 80% bereik. Wij vinden dat minimaal 85% van het aantal doelgroeppeuters dat bereikt moet worden met een vve aanbod, ook daadwerkelijk terecht komt op een voorschoolse voorziening waar zij vve aangeboden krijgen. Kinderdagverblijven doen hun best om ouders te overtuigen van nut en noodzaak van vve.
Doorstroom naar vroegschools vve-aanbod:
100% Van de vve-doelgroeppeuters in de kinderdagverblijven die doorstromen naar een basisschool in de gemeente krijgen een volwaardig vroegschools educatief aanbod.
Dat betekent dat leerkrachten van groep 1 en 2 ervoor zorgen dat leerlingen die een voorschools vve-aanbod hebben gehad, een onderwijsaanbod krijgen dat past bij de specifieke ondersteuningsbehoeften van deze kinderen. De ontwikkeling in de vier basisdomeinen (cognitief, sociaal emotioneel en motoriek) wordt gestimuleerd.
Om de overdracht te vergemakkelijken, gebruiken de kinderdagverblijven een genormeerd kindvolgsysteem.
Veel van bovengenoemde resultaatafspraken over bereik, frequentie en duur zijn beschikbaar via de vve-monitor.
Kwalitatieve resultaatafspraken
Basiskwaliteit voorschoolse educatie (ve):
Alle kinderdagverblijven voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (2022), waarin is opgenomen:
Eisen pedagogische beleidsplan (een visie op voorschoolse educatie, de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd op de gebieden van cognitie/motoriek/sociaal-emotioneel, de wijze waarop de ontwikkeling wordt gevolgd, de wijze waarop ouders worden betrokken, het inrichten van passende ruimte en materiaal voor ve, een warme overdracht richting PO en de invulling van de inzet van pedagogisch professionals). De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan jaarlijks;
Van elk kinderdagverblijf wordt verwacht dat ze de brede ontwikkeling van alle kinderen systematisch volgt. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van een observatie-instrument waarin de ontwikkeling op de vier SLO-gebieden: taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt beoordeeld. Kinderdagverblijven leggen de observatie- en eventuele toetsgegevens vast in een kindvolgsysteem en geven zicht op de ontwikkeling (of de eventuele stagnatie).
De Rijksoverheid stelt geld beschikbaar aan gemeenten om het onderwijsachterstandenbeleid vorm te geven. De hoogte van de rijksbijdrage wordt bepaald aan de hand van de volgende indicatoren:
Kinderen uit een gezin met bovengenoemde indicatoren hebben een verhoogde kans op achterstanden.
3.1 Evaluatie over de afgelopen periode
Kinderdagverblijven zijn gehouden om een gescheiden boekhouding te voeren v.w.b. publieke en private middelen. De publieke gelden kunnen zo niet worden aangewend voor private activiteiten van de organisatie. Daarom geniet subsidieverstrekking de voorkeur boven facturering. Ook betekent subsidieverstrekking, voor zowel kinderdagverblijf als gemeente, administratieve lastenverlichting.
De gemeente subsidieert de volgende componenten:
Opleidingskosten van de pedagogisch professionals die op een vve-groep staan.
De gemeente Tubbergen betaalt alleen nog voor medewerkers de basisopleiding voor Uk & Puk en de jaarlijkse eerste hercertificering van die medewerker. De tegemoetkoming bedraagt dan € 350,-- per pedagogisch professional. De jaarlijkse tweede hercertificering wordt door de kinderopvang zelf betaald.
De financiering van deze componenten wordt betaald aan de kinderopvanginstelling middels een subsidie. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot betaald, waarna bij de beschikking tot subsidievaststelling verrekening plaatsvindt.
Het proces van de subsidieaanvragen blijft hetzelfde:
Naar aanleiding van de wijziging in het bekostigen van de opleidingskosten Uk & Puk en de eerste hercertificering zal in 2026 de “Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie Tubbergen 2025” moeten worden aangepast.
Bijlage 1 Taken en verantwoordelijkheden
Taken en verantwoordelijkheden gemeente
De gemeente voert de regie op de vve in de gemeente Tubbergen. De werkgroep breed vve is verantwoordelijk voor de coördinatie van vve op het gebied van uitvoering en van beleid. Het voorzitterschap van de werkgroep ligt bij de beleidsverantwoordelijke medewerker van de gemeente. Verdere leden zijn de directeuren/managers van de kindercentra uit onze gemeente, iemand namens schoolbestuur TOF en de beleidsadviseur van de JGZ-GGD;
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-120004.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.