Gemeenteblad van Houten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2026, 118798 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2026, 118798 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de vertrouwenscommissie Houten 2026
De raad van de gemeente Houten;
Gelezen het raadsvoorstel van 12 februari 2026;
Gelet op de artikelen 61, 61a, 61c, 84, 86, 147 en 149 van de Gemeentewet, de artikelen 15 en 31 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995;
Gelet op de Circulaire Benoeming, klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester van het ministerie van BZK 2017;
Gelet op de Handreiking burgemeesters: Benoeming, herbenoeming, klankbordgesprekken en afscheid van het ministerie van BZK 2020.
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de vertrouwenscommissie Houten 2026
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
De in het tweede lid van dit artikel bedoelde oproeping geschiedt ten minste 7 dagen voorafgaand aan de vergadering. Indien bijzondere omstandigheden een spoedige bijeenkomst van de commissie vergen kan van de in de eerste volzin van dit lid bedoelde termijn worden afgeweken doch geschiedt de oproeping ten minste 24 uren voorafgaand aan de vergadering.
De commissie brengt over haar werkzaamheden ter zake van de voorbereiding van de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming schriftelijk een verslag van bevindingen uit aan de gemeenteraad en aan de commissaris van de Koning. Dit verslag van bevindingen bevat in ieder geval:
Stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding van “geheim” door de voorzitter en de secretaris ondertekend en verstuurd. Stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van “geheim” gezonden aan de secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering. De secretaris ziet erop toe dat de geheimhouding in deze procesgang wordt gegarandeerd.
De secretaris van de commissie draagt er zorg voor dat in het belang van een zorgvuldige overbrenging naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats, als bedoeld in artikel 12 van de Archiefwet 1995, een verklaring van overbrenging, als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995, wordt opgesteld voorarchiefbescheiden waarvoor de wettelijke termijn verstreken is. In deze verklaring wordt met toepassing van artikel 15, eerste lid sub a, van de Archiefwet 1995 een beperking van de openbaarheid van de archiefbescheiden opgenomen van 75 jaar.
HOOFDSTUK II BEPALINGEN INZAKE DE BENOEMING
De commissie bepaalt haar standpunt over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten. De bevindingen van de vertrouwenscommissie worden beschreven in het zogenaamde 'Verslag van Bevindingen'. In dit verslag wordt ingegaan op de procedurestappen die zijn ondernomen en informatie over kandidaat 1 en 2. Dit verslag wordt in de besloten raadsvergadering mondeling toegelicht door de voorzitter van de commissie. In een ingelaste pauze kunnen de raadsleden tijdens de besloten raadsvergadering het verslag lezen.
Artikel 12 - Informatie over en gesprek met sollicitanten
De secretaris nodigt namens de voorzitter sollicitanten uit voor een gesprek met de commissie. De commissie treft daarbij de voorzieningen die nodig zijn ter bescherming van de privacy van de sollicitant. Over de kandidaten worden de door de commissie nodig geachte inlichtingen - schriftelijk, mondeling of digitaal – uitsluitend ingewonnen door tussenkomst van de commissaris van de Koning. Elk overleg met derden, in welke vorm dan ook, is uitgesloten.
Artikel 13 - Bijzondere bepalingen inzake verslaglegging
Het in artikel 7 lid 1 bedoelde verslag van bevindingen wordt in ieder geval vergezeld van de conceptaanbeveling van twee personen. Ook wordt in het verslag de volgorde van plaatsing van de kandidaten op de aanbeveling gemotiveerd. De andere sollicitanten dienen geanonimiseerd in het verslag te komen.
HOOFDSTUK III BEPALINGEN INZAKE DE HERBENOEMING
Artikel 16 - Informatie over en gesprek met de burgemeester
De commissie maakt vooraf aan de burgemeester, de raad en de commissaris van de Koning kenbaar op basis van welke informatiebronnen zij zich een oordeel zal vormen over het functioneren van de burgemeester. Daarbij baseert zij zich in ieder geval op de profielschets, de klankbordgesprekverslagen en de wettelijke taken van de burgemeester.
Artikel 18 - Ontbinding tijdens herbenoemingsprocedure
Lopende een procedure tot herbenoeming is ontbinding van de commissie uitsluitend mogelijk met ingang van de dag volgende op die waarop door de minister van BZK aan de gemeenteraad bekend is gemaakt dat de burgemeester bij Koninklijk Besluit is herbenoemd.
Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 3 maart 2026
De raad van de gemeente Houten,
de griffier a.i.,
M.A.J.R. Hermans
de voorzitter,
H.C. Heerschop
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
In dit onderdeel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van zaken die bij zowel benoeming als herbenoeming van belang zijn, evenals in het geval de klankbordgesprekken ook door de vertrouwenscommissie worden gevoerd. De volgende punten worden nader toegelicht:
De commissie bestaat uitsluitend uit leden van de raad. In deze verordening worden de fractievoorzitters van de partijen vertegenwoordigd in de raad aangewezen als lid. Verlies van het raadslidmaatschap betekent automatisch het einde van het lidmaatschap van de commissie. Tijdelijke vervanging is, vanwege het bijzondere karakter van de procedure, waarin geheimhouding centraal staat, ongewenst, en is daarom in deze bepaling niet opgenomen.
Ambtelijke ondersteuning wordt door de griffier geleverd, en eventueel door de plaatsvervangend griffier als plaatsvervangend secretaris. Betrokkenheid van de gemeentesecretaris ligt met name voor de hand indien een wethouder als adviseur aan de commissie is toegevoegd (zie artikel 10). Adviseurs en ambtelijke ondersteuners hebben geen stemrecht.
Het moment van vergaderen moet vroegtijdig bekend zijn zodat de leden van de commissie en de andere genodigden in staat zijn gehoor te geven aan de oproeping ter vergadering. Als er sprake is van een situatie die een spoedige bijeenkomst van de commissie vereist, kan een kortere termijn van oproeping worden ingesteld.
Met betrekking tot de stemming streeft de commissie naar unanimiteit. Kan een minderheid zich niet vinden in de uitkomst, dan wordt die in het verslag op passende wijze tot uitdrukking gebracht.
Het is van belang er zorg voor te dragen dat het verslag voldoende onderbouwing bevat van de visie van de commissie, nu de gemeenteraad op basis van het verslag van bevindingen besluit over de aanbeveling. Als stelregel geldt dat het hele verloop van de procedure zowel procedureel als inhoudelijk in het verslag van bevindingen zijn weerslag krijgt. De opbouw van een verslag kan er bijvoorbeeld als volgt uit zien:
Proces: In een inleiding wordt vermeld hoe de vacature is ontstaan. Er wordt informatie gegeven over de samenstelling van de vertrouwenscommissie en (belangrijke eisen uit) de profielschets en hoe die te lezen is in het licht van het in de profielschetsvergadering verhandelde. Na informatie over de openstelling van de vacature en procedurele informatie over de ontvangst van de selectie van kandidaten van de commissaris van de Koning kan het onderdeel ‘Proces’ worden afgesloten met procedurele informatie over de opzet van de selectiegesprekken en eventuele assessments. Dit hoofdstuk bevat dus uitsluitend procedurele informatie.
Bevindingen: In het verslag wordt chronologisch de inhoud en het verloop van alle beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt. De bevindingen met betrekking tot de afzonderlijke kandidaten met wie gesprekken zijn gevoerd, kunnen desgewenst geanonimiseerd worden gepresenteerd. De kandidaten worden dan bijvoorbeeld aangeduid door letters. De namen van de kandidaten die op de conceptaanbeveling staan, worden vanzelfsprekend wel genoemd. Zij worden uitgebreider besproken. Afgesloten wordt met een advies over welke twee kandidaten in welke volgorde op de aanbeveling zouden moeten staan. Deze conclusie wordt onderbouwd en aangegeven wordt of de commissie unaniem is in dit voorstel. Indien kandidaten zich gedurende de procedure terugtrekken, wordt de reden daarvan vermeld in het verslag.
Bevindingen: In het verslag wordt kort de inhoud en het verloop van alle beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt. Bevindingen met betrekking tot het functioneren van de burgemeester kunnen bijvoorbeeld worden geordend naar criteria uit de profielschets en afspraken uit klankbordgesprekken. Afgesloten wordt met een conclusie.
Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en secretaris van de commissie.
De geheimhoudingsplicht voor de vertrouwenscommissie vloeit rechtstreeks voort uit artikel 61c van de Gemeentewet. De geheimhoudingsplicht omvat alle informatie, niets uitgezonderd: hetgeen tijdens de vergadering is gewisseld, de stukken (de in artikel 7 bedoelde verslagen inbegrepen) en alle andere informatie die langs welke weg ook de commissie bereikt.
De geheimhoudingsplicht strekt zich uit tot de leden van de commissie, alsmede tot degenen die ambtelijke ondersteuning verlenen en, indien van toepassing, de adviseur. Vanwege de gevoeligheid van de informatie, alsmede vanwege de mogelijke strafrechtelijke consequenties van de schending van deze plicht, wordt aan het begin van de vergadering door voorzitter van de vergadering op de geheimhoudingsplicht gewezen.
De geheimhoudingsplicht brengt onder meer met zich dat aan raadsleden die geen zitting (meer) hebben in de commissie en aan anderen geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt.
Het verdient aanbeveling dat de secretaris van de commissie tijdig overleg pleegt met de beheerder van de archiefbewaarplaats als deskundige op dit terrein over de te volgen werkwijze.
“Overbrenging” is de uiteindelijke formele overdracht van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats in de zin van artikel 12 van de Archiefwet 1995. Met het oog op de geheimhouding onder de Gemeentewet wordt aangeraden de stukken niet vervroegd formeel over te brengen naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats, maar pas na de wettelijke termijn van 20 jaar.
Tot dat moment moeten de archiefbescheiden worden geplaatst in een archiefruimte van de gemeente. Om de geheimhouding te borgen, is het advies om een afspraak te maken met de beheerder van de archiefbewaarplaats (meestal de gemeentearchivaris) dat de archiefbescheiden al wel worden geplaatst in de (op grond van artikel 31 van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders aangewezen) gemeentelijke archiefbewaarplaats. De archiefbewaarplaats doet in deze dan dienst als archiefruimte. De secretaris van de commissie en de beheerder van de archiefbewaarplaats plegen tijdig overleg over de plaatsing en het beheer van de archiefbescheiden.
Het aanleveren van de archiefbescheiden direct na afronding van de procedure ter plaatsing in de archiefbewaarplaats van de gemeente geschiedt door de secretaris van de commissie, omdat het college van B en W in die hoedanigheid geen toegang heeft tot deze stukken. Omdat het college formeel wel de zorgdrager is voor de archiefbescheiden, is het advies de secretaris van de commissie in dit specifieke geval te mandateren.
Ten behoeve van de overbrenging van de stukken na uiterlijk 20 jaar naar de archiefbewaarplaats is het van belang de beperking vooropenbaarmaking scherp te formuleren. Dat kan dus al worden voorbereid door de secretaris van de vertrouwenscommissie op het moment dat deze de stukken in beheer geeft bij de archiefbewaarplaats. Daarmee wordt bereikt dat bij de overbrenging na uiterlijk 20 jaar niet vergeten wordt deze beperking formeel in een besluit vast te leggen. Met het oog op de persoonlijke levenssfeer van personen die in de dossiers worden genoemd wordt aangeraden de termijn te stellen op 75 jaar na het afsluiten van het dossier.
De en het maken geen onderscheid naar de vorm van archiefbescheiden en zijn dus zowel op papieren als op digitale archiefbescheiden van toepassing. Digitale archiefbescheiden worden bewaard in een zogenoemde e-depotvoorziening. Ingeval er sprake is van digitale bestanden dienen de daarvoor geldende regels te worden gevolgd en moet op overeenkomstige wijze de geheimhouding van de betrokken bescheiden worden gegarandeerd. Hiervoor zij verwezen naar de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG).
Hoofdstuk II Bepalingen inzake de benoeming
In dit onderdeel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van zaken die bij de benoeming van belang zijn. De volgende punten worden nader toegelicht:
Het is niet verplicht een of meer van de wethouders en gemeentesecretaris als adviseur aan de commissie toe te voegen, maar dit wordt wel wenselijk geacht. Een adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in, de commissie.
Ingevolge artikel 61, vierde lid, van de Gemeentewet wordt door tussenkomst van de commissaris van de Koning de door de commissie nodig geachte informatie verschaft; de commissie Gezien de belangen van alle betrokkenen is de procedure om tot een aanbeveling inzake de benoeming te komen, door de wetgever geheim verklaard. Dat betekent ook dat de commissie ervoor moet zorgen dat bij de correspondentie en gesprekken die met de sollicitanten worden gevoerd in het kader van de aanbeveling inzake de benoeming, de geheimhouding gewaarborgd is. De geheimhoudingsplicht strekt zich ook uit over de plaats en het tijdstip van de gesprekken.
Artikel 7 bevat de algemene bepalingen inzake de verslaglegging. Ten aanzien van benoeming dient bepaald te worden dat dit verslag in ieder geval wordt vergezeld van een conceptaanbeveling van twee personen. Ten overvloede: na de vaststelling van de aanbeveling door de raad, wordt slechts de naam van de als eerste aanbevolen kandidaat openbaar gemaakt.
Uit artikel 23 eerste lid volgt dat de commissie in stand blijft zolang zij niet wordt ontbonden; zo kan zij na de benoeming ook de klankbordgesprekken met de burgemeester voeren, al dan niet in gewijzigde samenstelling. Wordt ervoor gekozen de commissie te ontbinden, dan kan dit niet zolang er sprake is van een lopende procedure inzake de benoeming. Hiermee vormt dit artikel (samen met artikel 18) de enige manier waarop de vertrouwenscommissie van samenstelling kan veranderen buiten de raadsverkiezingen om. Artikel 23 tweede lid vormt de hardheidsclausule.
Hoofdstuk III Bepalingen inzake de herbenoeming
In dit onderdeel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van zaken die ten aanzien van de herbenoeming van belang zijn. De volgende punten worden nader toegelicht:
Het is niet verplicht een of meer van de wethouders en gemeentesecretaris als adviseur aan de commissie toe te voegen, maar dit wordt wel wenselijk geacht. Een adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in, de commissie.
De informatiebronnen die de vertrouwenscommissie gebruikt bij de advisering over de aanbeveling inzake de herbenoeming dienen voor zowel de burgemeester, de gemeenteraad als de commissaris van de Koning, vooraf helder te zijn. De bevindingen van de commissie worden met de burgemeester besproken. Als vertrekpunt zijn in ieder geval relevant de profielschets bij benoeming en de wettelijke taken van de burgemeester, te weten zijn voorzitterschap van raad en college en zijn taken als eenhoofdig bestuursorgaan, in het bijzonder zijn verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. En verder zijn eventuele portefeuille als lid van het college.
Artikel 7 bevat de algemene bepalingen inzake de verslaglegging. De commissie legt een concept voor de aanbeveling inzake de herbenoeming voor aan de gemeenteraad, die daarover besluit. De wet bepaalt dat het een ‘herbenoeming tenzij’ is; immers, de raad neemt een besluit over het al dan niet vaststellen van de aanbeveling en de herbenoeming op zich is een Koninklijk Besluit.
Eventuele nadere afspraken tussen commissie en burgemeester worden in het verslag opgenomen.
Uit artikel 23 eerste lid volgt dat de commissie in stand blijft zolang zij niet wordt ontbonden; zo kan zij na de herbenoeming ook de klankbordgesprekken met de burgemeester voeren, al dan niet in gewijzigde samenstelling. Wordt ervoor gekozen de commissie te ontbinden, dan kan dit niet zolang er sprake is van een lopende procedure inzake de benoeming. Hiermee vormt dit artikel (samen met artikel 14) de enige manier waarop de vertrouwenscommissie van samenstelling kan veranderen buiten de raadsverkiezingen om. Artikel 23 tweede lid vormt de hardheidsclausule.
Hoofdstuk IV Bepalingen inzake klankbordgesprekken
Met deze verordening hebben de klankbordgesprekken een formele basis gekregen.
In dit onderdeel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van zaken die ten aanzien van de klankbordgesprekken van belang zijn. De volgende punten worden nader toegelicht:
In ieder geval jaarlijks wordt het functioneren van de burgemeester besproken, als opmaat naar de herbenoeming. Het klankbordgesprek wint aan kracht, wanneer dit een gezamenlijke reflectie bevat op het functioneren van het bestuur en de rol van de burgemeester daarin. Vaak vindt na benoeming eerst een 100-dagengesprek plaats. Het verdient aanbeveling de klankbordgesprekken met de commissie in de planning af te stemmen op de gesprekken die de burgemeester met de commissaris van de Koning heeft over de ontwikkelingen in het functioneren van de burgemeester.
Een goed klankbordgesprek staat of valt met een goede voorbereiding. De commissie bepaalt daarom op welke informatie zij zich zal baseren en van wie deze informatie wordt gevraagd en deelt dit mee aan de burgemeester.
Als vertrekpunt zijn in ieder geval relevant de profielschets ten tijde van de benoeming en de wettelijke taken van de burgemeester, te weten zijn voorzitterschap van raad en college en zijn taken als eenhoofdig bestuursorgaan, in het bijzonder zijn verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Ook kan de eventuele portefeuille van de burgemeester onderwerp van gesprek zijn.
Van al deze gesprekken wordt verslag opgemaakt (artikel 7). De voorgaande verslagen vormen mede de basis voor het volgende klankbordgesprek. Door ruimte voor inbreng van de kant van de burgemeester wint het gesprek aan kracht.
Door het houden van een jaarlijks klankbordgesprek, wordt in de aanloop naar een eventuele herbenoeming vroegtijdig duidelijk voor beide partijen of er nog obstakels zijn te verwachten of te overwinnen om tot herbenoeming over te kunnen gaan. Door opbouw, goede voorbereiding en openheid beperken commissie en burgemeester het risico dat er verrassingen over en weer ontstaan.
Gedurende een ambtsperiode kan de vertrouwenscommissie van samenstelling veranderen als gevolg van de verkiezingen. Ook een nieuwe commissie moet kennis kunnen nemen van de klankbordgesprekken en de afspraken die in een vorige raadsperiode zijn gemaakt.
De volgende punten worden nader toegelicht:
Dit artikel treft een voorziening inzake de bevoegdheid van de commissie in gevallen waarover bij verordening geen regeling is getroffen en de bevoegdheidsverdeling niet uit een andere norm voortvloeit.
De commissie blijft in stand zolang zij niet wordt ontbonden. Wordt ervoor gekozen de commissie te ontbinden, dan kan dit niet zolang er sprake is van een lopende procedure inzake de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming; daar is in artikelen 14 en 18 een voorziening voor getroffen. Omdat de commissie een permanente status heeft en formeel enkel van samenstelling verandert bij het aantreden van een nieuwe gemeenteraad, blijft de raad als hoogste orgaan bevoegd desgewenst tussentijds de samenstelling te veranderen, bijvoorbeeld indien het wenselijk de klankbordgesprekken in kleinere kring te voeren of bijvoorbeeld indien er dusdanig sprake is van afsplitsingen in de gemeenteraad, dat een evenredige vertegenwoordiging in de commissie in het gedrang komt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-118798.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.