Gedragscode integriteit gemeenteraad Houten 2026

  • 1.

    De Gedragscode integriteit gemeenteraad Houten 2026 vast te stellen.

  • 2.

    De Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Houten 2012 in te trekken.

Over de gedragscode

Het gemeentebestuur van Houten zet zich in voor de inwoners van de gemeente Houten en dus voor het algemeen belang. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat raadsleden de regels naleven en hun taken naar eer en geweten vervullen. Integer handelen van politieke ambtsdragers is van essentieel belang voor het vertrouwen van de burger in het openbaar bestuur. Zonder vertrouwen verdwijnt de legitimiteit van het overheidsoptreden. Kortom: goed bestuur is integer bestuur.

 

In deze gedragscode beschrijven we wat integer handelen als raadslid inhoudt. De gedragscode bevat uitgangspunten en regels voor ons gedrag en helpt ons bij het maken van integere keuzes. De gedragscode kan ons bovendien bescherming bieden op momenten dat we geconfronteerd worden met onterechte beschuldigingen.

 

Deze gedragscode is van toepassing op zowel raadsleden als commissieleden. Waar in de gedragscode raadslid staat, wordt tevens commissielid bedoeld. In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats met de burgemeester.

 

De gedragscode is openbaar raadpleegbaar en de raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode.

 

Over integriteit

Integriteit hangt samen met ons persoonlijk handelen: we stellen onafhankelijkheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid voorop. Ook wanneer niemand meekijkt. Hierin doet niet alleen ons eigen oordeel ertoe, maar ook hoe anderen ons handelen ervaren. Daarop zijn wij aanspreekbaar. Bovendien zijn we ons ervan bewust dat we in een publiek ambt de gemeente Houten vertegenwoordigen. Ons doen en laten mag het aanzien van de gemeente niet schaden. We zijn dienstbaar aan de gemeente Houten en we beseffen dat we door ons handelen kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de gemeente.

 

Integriteit bespreekbaar maken

Deze gedragscode ondersteunt ons bij het bepalen wat integer is en wat niet. Maar de gedragscode zal niet in alle gevallen een pasklaar antwoord bieden. Sommige dilemma’s bevinden zich in het ‘grijze gebied’. Het is van belang dat we deze dilemma’s in alle openheid en eerlijkheid met elkaar kunnen bespreken. Daarnaast kunnen we een integriteitsvraagstuk altijd voorleggen aan de burgemeester of de griffier. Leden van gemeenteraad kunnen zich daarnaast ook wenden tot de door de gemeente aangestelde vertrouwenspersoon.

 

De burgemeester heeft op grond van artikel 170 Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Bij twijfels of vragen op het gebied van integriteit is de burgemeester beschikbaar om ondersteuning en advies te bieden. Datzelfde geldt voor de griffier. Zij kunnen dienen als klankbord en sparringpartner. De burgemeester kan in het kader van de verantwoordelijkheid in artikel 170 Gemeentewet altijd contact opnemen met de Commissaris van de Koning.

 

1. Omgangsvormen en professionaliteit

Artikel 1.1  

Zowel binnen de gemeenteraad als daarbuiten gedragen we ons respectvol en professioneel.

 

In de gemeenteraad gaan we op een respectvolle wijze met elkaar en met anderen om. We respecteren elkaar en elkaars grenzen, en zijn ons bewust van de voorbeeldrol die we vervullen in de interactie met elkaar en met anderen. Ons uitgangspunt is: wanneer er iets speelt, spreken we met elkaar, niet over elkaar.

 

Een respectvolle en professionele omgang houdt ook in dat we het goede voorbeeld geven richting de medewerkers van de gemeentelijke organisatie, de inwoners en eenieder met wie we te maken hebben.

 

In de raad voeren we het politieke debat met elkaar. Als raadsleden gaan we daarin gezamenlijk op zoek naar het algemeen belang. Van mening verschillen hoort erbij, maar we blijven respectvol. We voeren het debat op de inhoud en brengen elkaar niet in diskrediet. Ook wanneer we uitlatingen doen op sociale media of in de pers, doen we dat op een respectvolle en professionele wijze.

 

Wanneer het nodig is spreken we ook elkaar aan én laten we ons aanspreken. De voorzitter van de vergadering heeft een bijzondere verantwoordelijkheid in het bewaken van onze normen voor de onderlinge omgang. Zo nodig spreekt de voorzitter mensen aan op hun gedrag.

 

Wanneer er sprake is van affectieve relatie die raakt aan ons functioneren als raadslid dan maken we daarvan melding bij de burgemeester, of, wanneer de burgmeester betrokken is, bij de gemeentesecretaris. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een affectieve relatie tussen een raadslid en een ambtenaar of lid van het college. We voorkomen dat een dergelijke relatie ons functioneren als raadslid in de weg staat of ongemak geeft voor anderen.

Artikel 1.2  

We hebben respect voor ieders rol en positie binnen de gemeenten en respecteren de verhouding tussen de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie.

 

Het is belangrijk dat we als raadsleden respect hebben voor de verhouding tussen de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie. Wanneer we als raadslid kritiek hebben op beslissingen of handelingen van de gemeente, dan spreken we het college aan. We gaan nooit rechtstreeks naar medewerkers van de gemeente en kritiek op handelen van de gemeente richt zich nooit op specifieke ambtenaren.

 

Het kan voorkomen dat een raadslid bepaalde informatie wil uit de ambtelijke organisatie. Om informatie uit de ambtelijke organisatie te verkrijgen nemen we contact op met de griffier, tenzij expliciet is aangegeven dat een ambtenaar direct benaderd mag worden voor meer informatie. De informatie die via de griffier wordt opgehaald, moet vervolgens aan de gehele raad beschikbaar worden gesteld.

 

Wanneer een raadslid informatie van een wethouder wil, kan het raadslid direct contact opnemen met de wethouder.

2. Voorkomen van belangenverstrengeling

Artikel 2.1  

We oefenen ons ambt uit in het algemeen belang. We laten ons niet leiden door persoonlijke belangen. Elk raadslid ziet erop toe dat er geen belangenverstrengeling, of de schijn daarvan, ontstaat.

 

Als raadsleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor alle inwoners van gemeente Houten. In de uitoefening van ons ambt zijn we onafhankelijk. We gebruiken onze positie niet om onze eigen persoonlijke belangen of die van derden te bevorderen. Hoewel betrokkenheid bij (groepen) personen, activiteiten en organisaties in de gemeente positief kan bijdragen aan het functioneren van de gemeenteraad, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze betrokkenheid geen afbreuk doet aan onze onafhankelijke positie.

 

Bij belangenverstrengeling gaat het om een vermenging van het algemeen belang en een persoonlijk belang. De zuiverheid en objectiviteit van ons handelen is dan in gevaar. Een persoonlijk belang kan bijvoorbeeld ontstaan door een nevenfunctie of een financieel belang. Ook door een belang van vrienden, familie of organisaties waarmee we als privépersoon banden hebben, kan een persoonlijk belang ontstaan.

 

Wanneer we vragen hebben over de omgang met persoonlijke belangen door een ander raadslid, dan voeren we daar het gesprek over met het betreffende raadslid of met de griffier.

Artikel 2.2  

  • a)

    We nemen als raadsleden geen deel aan de beraadslaging en stemming over onderwerpen die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan.

  • b)

    Als we voornemens zijn om ons te onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming, dan maken we daarvan melding bij de burgemeester of de griffier.

De raad moet op een zuivere en objectieve wijze tot besluitvorming komen. Daarom moeten we ons als raadsleden onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan (artikel 28 Gemeentewet). Wanneer we ons onthouden van stemming en beraadslaging nemen we tijdens de beraadslaging en stemming over dat onderwerp plaats op de publieke tribune of verlaten de zaal.

 

Het kan soms lastig zijn om te beoordelen of er sprake is van een rechtstreekse of middellijke persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp. De volgende twee vuistregels kunnen ons hierbij helpen:

  • Is er sprake van een specifiek besluit of van een ‘bulkbesluit’? Bij besluiten die een grote groep personen, instellingen of bedrijven raken is minder snel sprake van persoonlijke betrokkenheid. Hoe specifieker en directer het belang in kwestie is, hoe lastiger het voor een raadslid wordt om zuiver en objectief te handelen.

  • Wat zou een redelijk denkende derde van de situatie vinden? Is het mogelijk om zonder veel omwegen aan een redelijk denkende derde uit te leggen dat er geen sprake is van een persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp?

Komen we tot de conclusie dat we ons afzijdig moeten houden, dan maken we daarvan tijdig een melding bij de burgemeester of de griffier.

3. Nevenfuncties en verboden handelingen

Artikel 3.1  

  • a)

    We vervullen geen nevenfuncties die wettelijk onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap.

  • b)

    We vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het raadslidmaatschap. Bij twijfel over de gepastheid van een nevenfunctie overleggen we met de burgemeester of de griffier.

De Gemeentewet somt op welke functies niet gecombineerd kunnen worden met het raadslidmaatschap (artikel 13 Gemeentewet). Een raadslid dat een onverenigbare betrekking vervult houdt op raadslid te zijn (artikel X 1 Kieswet).

 

Alle andere functies mogen in principe gecombineerd worden met het raadslidmaatschap. Het hebben van nevenfuncties kan vaak een waardevolle bijdrage leveren aan ons werk als raadslid. We moeten er echter goed op letten dat de uitoefening van nevenfuncties geen belemmering vormt voor een goede vervulling van ons raadslidmaatschap. We voorkomen daarom dat onze nevenfuncties leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling.

 

In sommige gevallen is het beter om een nevenfunctie op te zeggen of af te slaan. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan nevenfuncties die structureel tot belangenconflicten (zullen) leiden. Bij twijfel over het aanvaarden of aanhouden van een nevenfunctie overleggen we met de burgemeester of de griffier.

Artikel 3.2  

  • a)

    We maken al onze nevenfuncties openbaar.

  • b)

    Bij aanvang van het raadslidmaatschap verstrekken we aan de griffier informatie over onze nevenfuncties. Eventuele tussentijdse wijzigingen in onze nevenfuncties geven we meteen door.

  • c)

    De informatie die we over onze nevenfuncties verstrekken, betreft in ieder geval een omschrijving van de functie, de organisatie waarvoor of persoon voor wie de functie wordt verricht, het tijdsbeslag, en of de functie bezoldigd of onbezoldigd is.

Over de nevenfuncties die we vervullen zijn we transparant, zodat het voor iedereen helder is welke rollen we naast het raadslidmaatschap vervullen. Dit bevordert dat we zorgvuldig omspringen met onze nevenfuncties. Bovendien stelt dit anderen in staat om ons zo nodig te waarschuwen of ter verantwoording te roepen wanneer (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt.

 

We zorgen ervoor dat al onze nevenfuncties openbaar zijn (artikel 12 Gemeentewet). De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Nevenfuncties zijn alle betaalde en onbetaalde functies die wij als raadsleden naast ons raadslidmaatschap vervullen. Met de term ‘nevenfunctie’ wordt in algemene zin gedoeld op een samenstel van taken of werkzaamheden met een structureel karakter in het verband van een bepaalde organisatie. Lidmaatschappen van clubs of verenigingen zijn geen nevenfuncties.

 

Bij de start van onze termijn registreren we al onze nevenfuncties. Eventuele wijzigingen die tussentijds plaatsvinden geven we direct schriftelijk door aan de griffer. We zorgen ervoor dat de informatie in het register een voldoende concreet beeld geeft van de inhoud van onze nevenfuncties.

Artikel 3.3  

We geven als raadsleden geen uitvoering aan de in artikel 15 van de Gemeentewet opgesomde verboden handelingen. Wanneer we gebruik willen maken van de mogelijkheid tot ontheffing van Gedeputeerde Staten, overleggen we hierover met de burgemeester en de griffier.

 

Naast een opsomming van onverenigbare betrekkingen bevat de Gemeentewet een opsomming van verboden handelingen en overeenkomsten (artikel 15 Gemeentewet). De bedoeling daarvan is het waarborgen van de zuiverheid van de verhoudingen tussen raadsleden enerzijds en gemeente(bestuur) anderzijds. In een aantal gevallen kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen. Als we daar gebruik van willen maken, overleggen we met de burgemeester en de griffier voordat we een aanvraag tot ontheffing indienen.

4. Omgang met informatie

Artikel 4  

  • a)

    We gaan zorgvuldig, correct en functioneel om met de informatie waarover wij uit hoofde van ons ambt beschikken.

  • b)

    We houden ons aan eventuele geheimhoudingsplichten.

We ontvangen als raadsleden veel (elektronische) informatie. We gaan hier te allen tijde zorgvuldig, correct en functioneel mee om. We laten geen documenten rondslingeren, we houden in de gaten wie er mee kan lezen, en we sturen informatie die we ontvangen nooit zomaar door naar anderen, maar bedenken eerst of we hiervoor toestemming hebben van de afzender. Ook zorgen we ervoor dat we informatie die we als raadslid ontvangen veilig bewaren. Verder houdt functioneel gebruik onder meer in dat we informatie die (nog) niet voor het publiek toegankelijk of kenbaar is, niet benutten voor eigen gewin of gewin van derden.

 

Is er geheimhouding opgelegd, dan zijn we extra alert op de juiste omgang met de informatie. Het is niet toegestaan om geheime informatie openbaar te maken. Het schenden van een plicht tot geheimhouding is een ambtsmisdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Wanneer we niet zeker weten of we bepaalde informatie mogen delen, stappen we naar de burgemeester of griffier.

5. Melden van financiële belangen

Artikel 5  

  • a)

    We maken substantiële financiële belangen die (kunnen) raken aan onze ambtsuitoefening openbaar.

  • b)

    Bij aanvang van het raadslidmaatschap verstrekken we aan de griffier informatie over deze financiële belangen. Eventuele tussentijdse wijzigingen geven we meteen door.

  • c)

    De informatie die we over onze financiële belangen verstrekken, betreft in ieder geval een omschrijving van de aard en omvang van het belang.

Naast onze nevenfuncties maken we ook substantiële financiële belangen openbaar die raken aan onze ambtsuitoefening. Een financieel belang kan bijvoorbeeld voortkomen uit het eigendom van een bedrijf of het bezit van aandelen, opties of derivaten. Een belang kan raken aan onze ambtsuitoefening doordat de betreffende onderneming of instelling zaken met de gemeente doet of de gemeente daarin een belang heeft. Alle substantiële financiële belangen die (kunnen) raken aan ons raadslidmaatschap, melden we bij de griffier. Die zorgt vervolgens voor de openbaarmaking van het belang. Mocht er tussentijds een wijziging plaatsvinden in onze financiële belangen, dan geven we dat zo spoedig mogelijk door aan de griffier.

6. Uitnodigingen en geschenken

Artikel 6.1  

  • a)

    We accepteren uitnodigingen voor evenementen en excursies alleen als deze bijdragen aan de behartiging van het algemeen belang of een goede vervulling van het raadslidmaatschap, en er geen bezwaren tegen het aanvaarden van de uitnodiging zijn.

  • b)

    Wanneer we in onze hoedanigheid van raadslid deelnemen aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente, dan maken we die deelname openbaar, tenzij de hele gemeenteraad is uitgenodigd voor de excursie of het evenement. Binnen een week nadat de excursie of het evenement heeft plaatsgevonden, maken we hiervan melding bij de griffier, die zorgt voor de registratie.

  • c)

    Wanneer we twijfelen over het accepteren van een uitnodiging voor een evenement of excursie dan treden we in overleg met de griffier of de burgemeester.

Het is belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met uitnodigingen voor evenementen of excursies. We willen voorkomen dat het aanvaarden van een uitnodiging leidt tot vraagtekens over onze onafhankelijkheid als raadslid. Uitnodigingen accepteren we daarom alleen als ze bijdragen aan de behartiging van het algemeen belang of een goede vervulling van het raadslidmaatschap, en er verder geen bezwaren tegen de uitnodiging zijn. Wanneer we een uitnodiging ontvangen is het raadzaam om onszelf de volgende vragen te stellen:

  • Wat is de aard van de uitnodiging? Uitnodigingen nemen we alleen aan als de activiteit nuttig is voor de gemeente of de uitoefening van het raadslidmaatschap. Het nut kan bijvoorbeeld gelegen zijn in het opdoen van kennis of het onderhouden van contacten.

  • Wie verstrekt de uitnodiging? Gaat het bijvoorbeeld om iemand die niet duidelijk is over zijn intenties, dan is voorzichtigheid geboden.

  • Wat is het moment van de uitnodiging? We gaan na waarom we juist nu een uitnodiging krijgen, en of er een verband kan zijn met (toekomstige) beraadslaging of besluitvorming in de raad. Als dat het geval is kan onze onafhankelijkheid ter discussie komen te staan.

Artikel 6.2  

  • a)

    We nemen geen geschenken aan als dat, werkelijk of schijnbaar, afbreuk doet aan onze onafhankelijke positie. Wanneer we twijfelen over het aannemen van een geschenk dan overleggen we daarover met de burgemeester of griffier.

  • b)

    We ontvangen als raadslid geen geschenken op ons thuisadres.

  • c)

    We kunnen, tenzij het eerste of het tweede lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. We maken daar melding van bij de griffier.

  • d)

    Een geschenk dat we niet kunnen of willen aannemen, slaan we direct af of retourneren we zo snel als mogelijk aan de afzender. Is direct afslaan of retourneren om praktische redenen niet mogelijk, dan melden we het geschenk bij de griffier. Het geschenk wordt eigendom van de gemeente en opgenomen in een door de griffier aangelegd register.

Als raadsleden hebben we gezworen (of beloofd) om geen geschenken of beloften aan te nemen in ruil voor een tegenprestatie (artikel 14 Gemeentewet). Leidt het aanvaarden van een geschenk tot twijfels over onze onafhankelijkheid, dan wijzen we het geschenk af. Net als bij uitnodigingen is het raadzaam om te kijken naar de aard, de afzender en het moment van het geschenk.

 

Is onze onafhankelijkheid niet in het geding, dan is het toegestaan om geschenken met een geschatte waarde van € 50 of minder te aanvaarden. Dat betekent dat kleine, incidentele attenties (bijvoorbeeld een mok, een boek of een bos bloemen) acceptabel kunnen zijn. In elk geval accepteren we geen geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. Daarnaast aanvaarden we geen geschenken op ons privéadres.

 

Onacceptabele geschenken slaan we direct af of sturen we zo snel mogelijk terug naar de afzender. Als dat om praktische redenen niet mogelijk is, melden we het geschenk bij de griffier en wordt het geschenk eigendom van de gemeente. De griffier neemt het geschenk vervolgens op in een openbaar register. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente aan deze geschenken heeft gegeven.

7. Omgang met voorzieningen

Artikel 7  

  • a)

    We houden ons aan het beleid dat door de gemeente is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke eigendommen en voorzieningen. Ook houden we ons aan de regels omtrent vergoedingen en declaraties.

  • b)

    Privégebruik van gemeentelijke eigendommen en voorzieningen is niet toegestaan, tenzij het gaat om de bruikleen van elektronische apparaten.

Raadsleden kunnen voor hun werkzaamheden gebruikmaken van verschillende gemeentelijke eigendommen en voorzieningen. Denk aan mobiele telefoons, tablets, laptop, printers en werkruimtes. Bij het gebruik hiervan houden we ons aan het beleid dat daarvoor geldt. Ons uitgangspunt is dat we gemeentelijke voorzieningen en eigendommen niet gebruiken voor privédoeleinden. Dat betekent ook dat we de eigendommen en voorzieningen van de gemeenten niet door derden laten gebruiken, zoals het gebruik van elektronische apparaten van de gemeente door kinderen of partners.

 

Ten aanzien van het zelf gebruiken van elektronische apparaten in bruikleen geldt een uitzondering. Het zelf af en toe gebruiken van deze apparaten voor privédoeleinden is toegestaan om bijvoorbeeld te voorkomen dat extra apparaten nodig zijn voor het checken van privémail.

 

Ook houden we ons aan de voorwaarden en verplichtingen die gelden ten aanzien van vergoedingen en declaraties. In geval van twijfel over een declaratie van een raadslid, is er overleg met de burgemeester of griffier.

8 Evaluatie en verantwoordelijkheden

Artikel 8  

  • a)

    Als raad besteden we minstens eenmaal per jaar aandacht aan het onderwerp integriteit.

  • b)

    Minstens één keer per raadsperiode evalueren we deze gedragscode.

  • c).

    Het seniorenconvent besteedt op regelmatige basis aandacht aan het onderwerp integriteit

Het thema integriteit vraagt om structurele aandacht. Als collectief besteden we in ieder geval eenmaal per jaar aandacht aan het thema, bijvoorbeeld door met elkaar te oefenen met dilemma’s. Daarnaast houden we minstens één keer per raadsperiode deze gedragscode tegen het licht. Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Daarnaast is het belangrijk dat het seniorenconvent de vinger aan de pols blijft houden. Daarom wordt het onderwerp periodiek aan de orde gesteld tijdens de bijeenkomsten van het seniorenconvent.

Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 3 maart 2026.

De raad van de gemeente Houten,

de griffier a.i.,

M.A.J.R. Hermans

de voorzitter,

H.C. Heerschop

Naar boven