Gemeenteblad van Houten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2026, 118779 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2026, 118779 | beleidsregel |
Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Houten 2026
Het gemeentebestuur van Houten zet zich in voor de inwoners van de gemeente Houten en dus voor het algemeen belang. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat de burgemeester en wethouders de regels naleven en hun taken naar eer en geweten vervullen. Integer handelen van politieke ambtsdragers is van essentieel belang voor het vertrouwen van de burger in het openbaar bestuur. Zonder vertrouwen verdwijnt de legitimiteit van het overheidsoptreden. Kortom: goed bestuur is integer bestuur.
In deze gedragscode beschrijven we wat integer handelen als burgemeester of wethouders inhoudt. De gedragscode bevat uitgangspunten en regels voor ons gedrag en helpt ons bij het maken van integere keuzes. De gedragscode kan ons bovendien bescherming bieden op momenten dat we geconfronteerd worden met onterechte beschuldigingen.
Deze gedragscode is van toepassing op de burgemeester en op de wethouders van de gemeente Houten. 1 In de gedragscode wordt de term collegeleden gebruikt wanneer zowel de burgemeester als de wethouders worden bedoeld. In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats met de burgemeester.
De gedragscode is openbaar raadpleegbaar en de burgemeester en wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode.
Integriteit hangt samen met ons persoonlijk handelen: we stellen onafhankelijkheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid voorop. Ook wanneer niemand meekijkt. Hierin doet niet alleen ons eigen oordeel ertoe, maar ook hoe anderen ons handelen ervaren. Daarop zijn wij aanspreekbaar. Bovendien zijn we ons ervan bewust dat we in een publiek ambt de gemeente Houten vertegenwoordigen. Ons doen en laten mag het aanzien van de gemeente niet schaden. We zijn dienstbaar aan de gemeente Houten en we beseffen dat we door ons handelen kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de gemeente.
Integriteit bespreekbaar maken
Deze gedragscode ondersteunt ons bij het bepalen wat integer is en wat niet. Maar de gedragscode zal niet in alle gevallen een pasklaar antwoord bieden. Sommige dilemma’s bevinden zich in het ‘grijze gebied’. Het is van belang dat we deze dilemma’s in alle openheid en eerlijkheid met elkaar kunnen bespreken. Daarnaast kunnen we een integriteitsvraagstuk altijd voorleggen aan de burgemeester of de gemeentesecretaris. Leden van het college kunnen zich daarnaast ook wenden tot de door de gemeente aangestelde vertrouwenspersoon.
De burgemeester heeft op grond van artikel 170 Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Bij twijfels of vragen op het gebied van integriteit is de burgemeester beschikbaar om ondersteuning en advies te bieden. Daarnaast is het mogelijk om integriteitsvraagstukken te bespreken met de gemeentesecretaris. De burgemeester en de gemeentesecretaris kunnen dienen als klankbord en sparringpartner. De burgemeester kan in het kader van de verantwoordelijkheid in artikel 170 Gemeentewet altijd contact opnemen met de Commissaris van de Koning.
1. Omgangsvormen en professionaliteit
Zowel in het college als daarbuiten gedragen we ons respectvol en professioneel.
In het college gaan we op een respectvolle wijze met elkaar en met anderen om. We respecteren elkaar, elkaars grenzen en zijn ons bewust van de voorbeeldrol die we vervullen in de interactie met elkaar en met anderen. Ons uitgangspunt is: wanneer er iets speelt, spreken we met elkaar, niet over elkaar.
Een respectvolle en professionele omgang houdt ook in dat we het goede voorbeeld geven richting de medewerkers van de gemeentelijke organisatie, de leden van de gemeenteraad, de inwoners en eenieder met wie we te maken hebben.
De manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek en het vertrouwen in het gemeentebestuur. Een respectvolle en professionele omgang met elkaar betekent onder meer dat we de discussie in het college en het debat met de gemeenteraad voeren op de inhoud. Van mening verschillen hoort erbij, maar we blijven respectvol. We spelen niet op de persoon en brengen elkaar niet in diskrediet.
In de omgang met ambtenaren hebben we respect voor ieders positie en expertise. Wanneer we feedback geven over de manier waarop iemand zijn rol invult, doen we dat in een veilige omgeving en op een constructieve wijze.
Wanneer er sprake is van affectieve relatie die raakt aan ons functioneren als lid van het college dan maken we daarvan melding bij de burgemeester, of, wanneer de burgmeester betrokken is, bij de gemeentesecretaris. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een affectieve relatie tussen een lid van het college en een ambtenaar of raadslid. We voorkomen dat een dergelijke relatie het goede functioneren als collegelid in de weg staat of ongemak geeft voor anderen.
Het college vormt een collegiaal bestuur en spreekt met één mond.
Als college vormen we een collegiaal bestuur. Binnen het college kunnen we alles delen en kunnen we van mening en zienswijze verschillen. Wanneer we ons uitspreken buiten het college, spreken we namens het voltallige college. Als collegelid vertegenwoordig je het gehele college. Persoonlijke opvattingen, gedeeld via welk medium dan ook, hebben effect en stralen af op de rest van het college en de gemeente als geheel. We houden daar rekening mee wanneer we ons buiten het college uitspreken.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling
We oefenen ons ambt uit in het algemeen belang. We laten ons niet leiden door persoonlijke belangen. Elk collegelid ziet erop toe dat er geen belangenverstrengeling, of de schijn daarvan, ontstaat.
Als collegeleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor de inwoners van gemeente Houten. In de uitoefening van ons ambt zijn we onafhankelijk. We gebruiken onze invloed en stem niet om een persoonlijk belang veilig te stellen, noch het belang van relaties of van organisaties bij wie wij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Dit betekent dat we als collegeleden afstand bewaren tot zaken die ons persoonlijk aangaan.
Bij belangenverstrengeling gaat het om een vermenging van het algemeen belang en een persoonlijk belang. De zuiverheid en objectiviteit van ons handelen is dan in gevaar. Een persoonlijk belang kan bijvoorbeeld ontstaan door een nevenfunctie of een financieel belang. Ook door een belang van vrienden, familie of organisaties waarmee we als privépersoon banden hebben, kan een persoonlijk belang ontstaan.
We gaan als college actief en uit onszelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegen, door ons bewust te zijn van de gevolgen van ons handelen in de ogen van anderen en door transparant te zijn over wat we doen. Als we (mogelijke) belangen hebben bij een dossier, dan brengen we onze collega-collegeleden daar zo spoedig mogelijk van op de hoogte.
Wanneer we vragen hebben over de omgang met persoonlijke belangen door een van de andere collegeleden, dan spreken we elkaar hier op aan.
Het college moet op een zuivere en objectieve wijze tot besluitvorming komen. Daarom moeten we ons als collegeleden onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die ons rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan (artikel 28 jo. 58 Gemeentewet). In voorkomende gevallen kan het nodig zijn om afspraken te maken over de overdracht van een dossier of portefeuilleonderwerp aan een ander collegelid.
Het kan soms lastig zijn om te beoordelen of er sprake is van een rechtstreekse of middellijke persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp. De volgende twee vuistregels kunnen ons hierbij helpen:
Is er sprake van een specifiek besluit of van een ‘bulkbesluit’? Bij besluiten die een grote groep personen, instellingen of bedrijven raken is minder snel sprake van persoonlijke betrokkenheid. Hoe specifieker en directer het belang in kwestie is, hoe lastiger het voor een collegelid wordt om zuiver en objectief te handelen.
Komen we tot de conclusie dat we ons afzijdig moeten houden, dan maken we daarvan tijdig melding bij de burgemeester.
3. Nevenfuncties en verboden handelingen
Voornemens tot aanvaarding van een nevenfunctie melden we aan de raad. 2
De Gemeentewet bevat een opsomming van publieke betrekkingen die onverenigbaar zijn met het wethouderschap en het burgemeesterschap (artikel 36b en artikel 68 Gemeentewet). Alle andere functies zijn in principe verenigbaar met het ambt. De gedachte hierbij is dat het vervullen van nevenfuncties vanuit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt veelal positief te waarderen is.
Sommige nevenfuncties passen echter beter dan andere. De wet bepaalt daarom dat de wethouders en de burgemeester geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt (artikel 41b Gemeentewet en artikel 67 Gemeentewet). Verder zijn collegeleden wettelijk verplicht een voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie te melden aan de raad.
Voordat we een nevenfuncties aanvaarden, bespreken we de wenselijkheid ervan in het college. Als college hanteren we bij de beoordeling van nevenfuncties in elk geval de volgende uitgangspunten:
De belangen van de nevenfunctie en de organisatie waar we deze functie vervullen dienen niet dusdanig te raken aan die van de gemeente of het ambt, dat het wethouderschap of burgemeesterschap praktisch onuitvoerbaar wordt. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn als we ons zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming. Hoe groter de raakvlakken zijn tussen de gemeente en de nevenorganisatie en hoe meer we een beleidsbepalende functie vervullen bij de nevenorganisatie, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker dat kan voorkomen.
We maken onze nevenfuncties en de inkomsten daaruit openbaar.3 Dat doen we direct bij onze benoeming en daarnaast zo spoedig mogelijk na eventuele tussentijdse wijzigingen.
Over de nevenfuncties die we vervullen zijn we transparant, zodat het voor iedereen helder is welke rollen we naast ons ambt vervullen. Dit bevordert dat we zorgvuldig omspringen met onze nevenfuncties. Bovendien stelt dit anderen in staat om ons zo nodig te waarschuwen of ter verantwoording te roepen wanneer (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt.
We zorgen ervoor dat onze nevenfuncties en de inkomsten daaruit openbaar zijn (artikel 41b en artikel 67 Gemeentewet). Nevenfuncties zijn alle betaalde en onbetaalde functies die wij als collegeleden naast ons ambt vervullen. Met de term ‘nevenfunctie’ wordt in algemene zin gedoeld op een samenstel van taken of werkzaamheden met een structureel karakter in het verband van een bepaalde organisatie. Lidmaatschappen van clubs of verenigingen zijn geen nevenfuncties.
Bij de start van onze termijn registreren we al onze nevenfuncties. Eventuele wijzigingen die tussentijds plaatsvinden geven we direct door. De informatie die wij doorgeven moet een voldoende concreet beeld geven van de inhoud van een nevenfunctie.
We voorkomen dat we in de uitoefening van ons ambt zodanig handelen dat we vooruitlopen op een functie na aftreden.
Ook bij het aanvaarden van functies na het aftreden is het zaak om belangenverstrengeling te voorkomen. We mogen in de uitoefening van ons ambt niet zodanig handelen dat we potentiële volgende werkgevers een oneigenlijke voorkeursbehandeling geven of onze toekomstige vooruitzichten op een vervolgfunctie bevorderen. Wethouders die het voornemen hebben om tussentijds (alvast) een functie na aftreden te aanvaarden, bespreken dat met de burgemeester.
We geven als collegeleden geen uitvoering aan de in Gemeentewet opgesomde verboden handelingen. Wanneer we gebruik willen maken van de mogelijkheid tot ontheffing, overleggen we hierover met de burgemeester.
Naast een opsomming van onverenigbare betrekkingen bevat de Gemeentewet een opsomming van verboden handelingen en overeenkomsten (artikel 41c en artikel 69 Gemeentewet). De bedoeling daarvan is het waarborgen van de zuiverheid van de verhoudingen in de gemeente. In een aantal gevallen kunnen Gedeputeerde Staten dan wel de Commissaris van de Koning ontheffing verlenen. Als we daar gebruik van willen maken, overleggen we dit met de burgemeester.
4. Omgang met (vertrouwelijke) informatie
We ontvangen als collegeleden veel (elektronische) informatie. We gaan hier te allen tijde zorgvuldig, correct en functioneel mee om. We laten geen documenten rondslingeren, we houden in de gaten wie er mee kan lezen, en we sturen informatie die we ontvangen nooit zomaar door naar anderen, maar bedenken eerst of we hiervoor toestemming hebben van de afzender. Ook zorgen we ervoor dat we informatie die we als wethouder of burgemeester ontvangen veilig bewaren. Verder houdt functioneel gebruik onder meer in dat we informatie die (nog) niet voor het publiek toegankelijk of kenbaar is, niet benutten voor eigen gewin of gewin van derden.
Is er geheimhouding opgelegd, dan zijn we extra alert op de juiste omgang met de informatie. Het is niet toegestaan om geheime informatie openbaar te maken. Het schenden van een plicht tot geheimhouding is een ambtsmisdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Wanneer we niet zeker weten of we bepaalde informatie mogen delen, stappen we naar de burgemeester of gemeentesecretaris.
We hebben geen financiële belangen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van ons ambt.
Door het hebben van bepaalde financiële belangen kan het risico ontstaan dat het algemeen belang en persoonlijke belangen met elkaar in conflict raken. Om dit te voorkomen hebben we geen financiële belangen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het ambt. Het gaat hierbij om financiële belangen die aan een goede functievervulling als geheel in de weg kunnen staan. Niet om specifieke belangen waarvoor onthouding van beraadslaging en stemming in een specifiek geval afdoende is. Bij financiële belangen kan het bijvoorbeeld gaan om vorderingsrechten, onroerend goed (zoals bouwgrond), financiële deelnemingen in ondernemingen of onderhandse schulden. Ook het bezit van effecten en het verrichten van effectentransacties vallen onder het begrip.
Ongeacht artikel 5.1 kan het voorkomen dat we financiële belangen hebben die kunnen raken aan ons ambt. Al deze financiële belangen maken we bij aanvang van het ambt openbaar. Mocht er tussentijds een wijziging plaatsvinden in onze financiële belangen, dan geven we dat zo spoedig mogelijk door.
6. Uitnodigingen en geschenken
We accepteren uitnodigingen voor evenementen en excursies alleen als deze bijdragen aan de behartiging van het algemeen belang of een goede vervulling van ons ambt, en er geen bezwaren tegen het aanvaarden van de uitnodiging zijn.
Als leden van het college ontvangen we regelmatig uitnodigingen van inwoners, organisaties of bedrijven. Er zijn gelegenheden waar een collegelid verwacht wordt aanwezig te zijn, (mede) als gastheer of -vrouw van de gemeente Houten. Het is belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met uitnodigingen voor evenementen of excursies. We willen voorkomen dat het aanvaarden van een uitnodiging leidt tot vraagtekens over onze onafhankelijkheid als collegelid. Uitnodigingen accepteren we daarom alleen als ze bijdragen aan de behartiging van het algemeen belang of een goede vervulling van ons ambt, en er verder geen bezwaren tegen de uitnodiging zijn. Wanneer we een uitnodiging ontvangen, is het raadzaam om onszelf de volgende vragen te stellen:
Wat is het moment van de uitnodiging? We gaan na waarom we juist nu een uitnodiging krijgen, en of er een verband kan zijn met (toekomstige) beraadslaging of besluitvorming in het college. Als dat het geval is kan onze onafhankelijkheid ter discussie komen te staan. Ook als er een verband is met een lopende bezwaar- of beroepsprocedure zijn we voorzichtig met het aanvaarden van uitnodigingen.
Als wethouders en burgemeester hebben we gezworen (of beloofd) om geen geschenken of beloften aan te nemen in ruil voor een tegenprestatie (artikel 41a en artikel 65 Gemeentewet). Leidt het aanvaarden van een geschenk tot twijfels over onze onafhankelijkheid, dan wijzen we het geschenk af. Net als bij uitnodigingen is het raadzaam om te kijken naar de aard, de afzender en het moment van het geschenk. Geschenken die verband houden met toekomstige beraadslaging of besluitvorming slaan we bijvoorbeeld af. Hetzelfde geldt voor geschenken die we aangeboden krijgen in onderhandelingssituaties.
Is onze onafhankelijkheid niet in het geding, dan is het toegestaan om geschenken met een geschatte waarde van € 50 of minder te aanvaarden. Dat betekent dat kleine, incidentele attenties (bijvoorbeeld een mok, een boek of een bos bloemen) acceptabel kunnen zijn. In elk geval accepteren we geen geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. Daarnaast aanvaarden we geen geschenken op ons privéadres.
Onacceptabele geschenken slaan we direct af of sturen we zo snel mogelijk terug naar de afzender. Als dat om praktische redenen niet mogelijk is, melden we het geschenk bij de gemeentesecretaris en wordt het geschenk eigendom van de gemeente.
Als collegeleden kunnen we voor onze werkzaamheden gebruikmaken van verschillende gemeentelijke eigendommen en voorzieningen. Denk aan mobiele telefoons, tablets, laptops, printers en werkruimtes. Bij het gebruik hiervan houden we ons aan het beleid dat daarvoor geldt. Ons uitgangspunt is dat we gemeentelijke voorzieningen en eigendommen niet gebruiken voor privédoeleinden. Dat betekent ook dat we de eigendommen en voorzieningen van de gemeenten niet door derden laten gebruiken, zoals het gebruik van elektronische apparaten van de gemeente door kinderen of partners.
Ten aanzien van het zelf gebruiken van elektronische apparaten in bruikleen geldt een uitzondering. Het zelf af en toe gebruiken van deze apparaten voor privédoeleinden is toegestaan om bijvoorbeeld te voorkomen dat extra apparaten nodig zijn voor het checken van privémail.
Ook houden we ons aan de voorwaarden en verplichtingen die gelden ten aanzien van vergoedingen en declaraties. In geval van twijfel over een declaratie van een collegelid, wordt deze ter besluitvorming voorgelegd aan het college.
8 Evaluatie en verantwoordelijkheden
Om het thema integriteit levend te houden besteden we als college minimaal een keer per jaar gezamenlijk aandacht aan het onderwerp. Daarnaast houden we op initiatief van de burgemeester minstens één keer per bestuursperiode deze gedragscode tegen het licht. Zo nodig leggen we een voorstel tot aanpassing voor aan de gemeenteraad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-118779.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.