Gemeenteblad van Goes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2026, 117780 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2026, 117780 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio
De gemeenteraden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen, ieder voor zover zij voor de eigen bevoegdheid betreft;
overwegende dat het wenselijk is bindende afspraken te maken over de beleidsvoorbereiding, besluitvorming en uitvoering ten aanzien van bovengemeentelijke voorzieningen en activiteiten op het terrein van de welzijnszorg;
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, het besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten, de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;
besluiten te herzien de gemeenschappelijke regeling (laatstelijk gewijzigd 12 april 2017) genaamd:
HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen
SWVO is ingesteld om de gezamenlijke belangen van de deelnemers te behartigen op het gebied van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 6. Zij stelt zich in deze op als een dienstverlenende organisatie voor gemeenten. Zij is klantgericht en streeft naar een efficiënte en doelmatige ondersteuning van gemeenten, zodat deze hun (lokale) taken in het sociaal domein optimaal kunnen uitvoeren.
Bij de uitvoering van de kerntaken handelt het SWVO vanuit haar kernwaarden/ competenties, te weten expertise, verbinding, constante kwaliteit en resultaat.
HOOFDSTUK 2: Belang, taken en bevoegdheden
Het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio voert de in artikel 6 genoemde regelingen uit. De regeling is getroffen met het oog op de volgende belangen:
Het algemeen bestuur kan besluiten, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, dat voor één of meer gemeenten additionele voorzieningen worden getroffen en additionele activiteiten worden ontplooid. In afwijking van hetgeen bepaald in artikel 11 neemt het algemeen bestuur dit besluit bij eenparigheid van stemmen.
Het algemeen bestuur ziet er bij de uitoefening van de in het tweede lid genoemde bevoegdheid op toe dat de opbrengst van activiteiten bedoeld in het eerste lid niet meer dan een marginaal percentage van de omzet van het samenwerkingsverband bedraagt. Het algemeen bestuur stelt hieromtrent nadere regels vast.
Voor de behartiging van de in artikel 6 aan het openbaar lichaam toebedeelde taken is het algemeen bestuur bevoegd te besluiten tot het oprichten van en deelneming in vennootschappen. Dit besluit wordt niet genomen dan nadat de gemeenteraden en colleges van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Artikel 8a – Bezwaar en beroep
Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 3: Het Algemeen Bestuur
Artikel 10 - Bevoegdheden van het algemeen bestuur
Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de Hoofdstuk Va, Gemeentewet genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd. (Gemeentewet art. 19 en art. 24 Wgr).
In de vergadering van het algemeen bestuur worden alle besluiten genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen der aanwezige leden of hun plaatsvervangers.
De leden, aangewezen door de onderscheidene gemeenteraden brengen ter vergadering hun stem uit volgens de verhouding van inwonertallen, met dien verstande dat per 1000 inwoners één stem wordt toegerekend.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in art. 20 (quorum voor opening van vergadering), art. 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), art. 26 (handhaving orde vergadering), art. 28 (niet-deelname aan de stemming), art. 29 (quorum voor geldige stemming), art. 30 (tot stand komen besluit), art. 31 (geheime stembriefjes), art. 32 (overige stemmingen) en art. 33 (ambtelijke bijstand leden van het algemeen bestuur).
HOOFDSTUK 4: Het dagelijks bestuur
Artikel 14 - Einde lidmaatschap
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK 7: Inlichtingen, verantwoording en ontslag
Artikel 21 - Informatieverstrekking door individuele leden van het bestuur
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan de raad door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.
HOOFDSTUK 9: Financiele bepalingen
Artikel 25 - Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren van het SWVO aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur legt vóór 15 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast het rapport en de controleverklaring van de met de controles belaste accountant.
Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen 12 weken na ontvangst een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
HOOFDSTUK 11: Toe-/uittreding, wijziging, geschillen, opheffing, liquidatie
Artikel 30c - Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 30d, zevende lid gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 30d - Te vergoeden kosten, de uittreedsom
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door SWVO die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 30c zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 30c, achtste lid, anders is vastgelegd.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 30c vierde lid in relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 30e - Verplichtingen uittreder
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van SWVO die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Artikel 31 - Wijziging (geen betrekking op toekennen van nieuwe taken)
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
Artikel 33 - Ontbinding en liquidatie
Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het algemeen bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten. Een liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
HOOFDSTUK 12: Overige bepalingen
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.
De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Aldus voorgelegd en akkoord bevonden door burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, alsmede en definitief vastgesteld in de bestuursvergadering SWVO op 04-02-2026
Namens deze getekend door,
C.W.G.J. van Leeuwen
Voorzitter
P.C. Verburg
Directeur/secretaris
Verleende vrijstellingen in het kader van artikel 7 van de ‘Gemeenschappelijke regeling SWVO’:
De gemeente Schouwen-Duiveland neemt niet deel aan:
Algemeen Maatschappelijk Werk en Clientondersteuning Wmo als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b.
De gemeente Tholen neemt niet deel aan:
Algemeen Maatschappelijk Werk en Clientondersteuning Wmo als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b.
De gemeente Noord- Beveland neemt niet deel aan:
Bibliotheekwerk als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder f.
De WGR-commissie heeft aangegeven dat met de aanpassingen in de tekst niet beoogd is om het takenpakket en de bevoegdheden te wijzigingen, maar juist de huidige praktijk te codificeren in de tekst. De bestaande taken zijn dus niet gewijzigd. Zij geeft aan dat de genoemde beleidsvoorbereiding en beleidsvorming van de WMO (art. 6, lid 1, onder a) en de beleidsvoorbereiding en beleidsvorming van preventief gezondheidsbeleid (art. 6, lid 1, onder g) moeten worden gelezen in samenhang met artikel 5. Dus SWVO heeft tot taak het realiseren van een gezamenlijke beleidsvoorbereiding met de deelnemers en het bevorderen van onderlinge afstemming van beleid van de deelnemers.
Dit is een juiste verwoording van wat er in de praktijk plaatsvindt. Het is dus geenszins de bedoeling dat het SWVO zich bezighoudt met de beleidsvoorbereiding en beleidsvorming van de individuele gemeenten. Dit is de afgelopen 30 jaar ook niet het geval geweest. Als toevoeging en betere afbakening van de genoemde taak is nog toegevoegd dat de overgedragen taak geldt "met uitzondering van de indicatiestelling van de maatwerkvoorzieningen", omdat deze taak bij de GR-de Bevelanden en gemeenten zelf is belegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-117780.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.