Gemeenteblad van Arnhem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Arnhem | Gemeenteblad 2026, 11678 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Arnhem | Gemeenteblad 2026, 11678 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026 en de Toelichting
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;
Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;
Gezien ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 -2028’;
De gemeente een sterke culturele sector ambieert die flexibel is en zichzelf steeds ontwikkelt en vernieuwt. Herziening van de Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals eraan kan bijdragen dat daarmee de sector in staat wordt gesteld om zich te vernieuwen, terwijl de gemeente met de herziening tegelijk inspeelt op de huidige tijd door nadrukkelijk aandacht te geven aan duurzaamheid, toegankelijkheid, fair practice en inclusie.
vast te stellen: Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026 en de Toelichting
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Maker: een individu dat zijn/haar professionele beroepspraktijk heeft in Arnhem en met of zonder vooropleiding activiteiten beoefent binnen de beeldende kunst, digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), muziek, theater, mode, letteren, film, dans, design, fotografie, ontwerp, architectuur & stedenbouw, strip, AI-cultuur, the culture (voorheen urban culture), nachtcultuur, of een mix hiervan;
Duurzaamheid: het streven naar een evenwichtige ontwikkeling waarbij huidige behoeften worden vervuld zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Dit omvat het zorgvuldig en efficiënt omgaan met natuurlijke hulpbronnen, het beperken van negatieve milieueffecten, het versterken van ecologische veerkracht en het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid;
Presentatie: Activiteiten in Arnhem waarin het zichtbaar maken van cultuur of artistiek werk centraal staat, in welke vorm dan ook. Dit omvat zowel het tonen van afgeronde culturele producten (zoals festivals of een doorlopende podiumprogrammering) als het aanbieden van inkijkmomenten, try-outs, werkplaatsen of participatieve sessies waarin publiek of deelnemers kunnen meekijken of meedoen. Ook experimentele vormen van presentatie vallen hieronder, inclusief activiteiten die primair gericht zijn op onderzoek en ontwikkeling en niet noodzakelijk op het bereiken van een groot publiek;
Festival: een voor het publiek toegankelijk, veelal periodiek terugkerend evenement in Arnhem waarin een samenhangend programma van activiteiten wordt aangeboden dat gericht is op beleving, ontmoeting en deelname, waarbij geldt dat het evenement plaatsvindt binnen een afgebakende periode en locatie en thematisch georganiseerd is rond één of meerdere maatschappelijke, culturele, kunstzinnige, sportieve of andere inhoudelijke domeinen;
Publieksevenement: het geheel van activiteiten met een stedelijke uitstraling dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke, één- of meerdaagse gebeurtenis van sportieve, culturele, maatschappelijke en/of feestelijke, vermakelijke aard, met een promotioneel, wervend karakter voor de stad. Het publieksevenement vindt plaats binnen een afgebakende periode en een locatie(s) met stedelijke uitstraling en is rondom een thema georganiseerd;
Openbaar karakter: een door de instelling georganiseerde openbare, voor publiek toegankelijke activiteit waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via social media, digitale nieuwsbrieven en informatieborden, online evenementenkalenders, websites, radio en televisie, flyers, posters en programmabladen. Bedrijfsfeesten, branche-activiteiten, belangenbehartiging, congressen, beurzen en educatieve activiteiten worden niet als openbare activiteiten gezien.
Activiteiten die plaatsvinden in bijvoorbeeld zorginstellingen, verpleeghuizen of asielzoekerscentra worden als publieksevenement beschouwd wanneer zij gericht zijn op een ander publiek dat niet uitsluitend bestaat uit medewerkers van de organisatie cliënten en/of bewoners inclusief hun netwerk, en wanneer toegang in redelijkheid mogelijk is voor het beoogde publiek binnen de context van de locatie;
Collectief van makers: samenwerkingsverband van creatieve professionals werkzaam in Arnhem die gezamenlijk projecten uitvoeren, elkaar inspireren en ondersteunen. De makers werken tezamen aan gemeenschappelijke doelen, bieden elkaar inspiratie en ondersteuning, verdelen taken en combineren verschillende disciplines;
Laagdrempeligheid: De mate waarin de activiteit dusdanig is vormgegeven dat deze uitnodigend is, zo min mogelijk obstakels kent en de beleving bevordert. Het gaat hier niet zozeer om het fysieke aspect maar om het belevingsaspect en gelijkwaardige toegankelijkheid. Dit kan betrekking hebben op de inhoud van de activiteiten, de omgeving (locatie, logistiek, aankleding) van activiteiten, het betrekken of werven van publiek en de manier waarop dat gebeurt, begrijpelijke communicatie en financiële aspecten;
Meerjarenvoorziening: Onderdelen van een deelterrein van het culturele aanbod die – in aanvulling op de basisvoorzieningen – een (semi)permanente, centrale en vooral faciliterende rol vervullen binnen het betreffende deelterrein. Aan instellingen die hiertoe behoren wordt voor een middellange termijn een subsidie verleend. Zij worden met naam en maximaal subsidiebedrag voor ten hoogste vier jaar in de begroting opgenomen;
Exploitatiekosten: alle terugkerende kosten die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van de organisatie en het uitvoeren van haar reguliere activiteiten, waaronder personeelskosten, huisvestingskosten, materiele kosten, verzekeringen, administratie en overige structurele bedrijfsvoeringkosten, voor zover deze direct bijdragen aan de continuïteit van de voorziening, en voor zover deze direct verband houden met het reguliere functioneren van de organisatie en niet kunnen worden geclassificeerd als investerings- of projectkosten;
Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen in aanmerking aanvragen die een bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities zoals verwoord in het op dat moment geldende cultuurbeleid, evenementenbeleid of beleid topsportevenementen. Aanvragen moeten een actueel en gevarieerd aanbod van activiteiten in de stad bewerkstelligen dat zichtbaar en toegankelijk is voor iedereen.
De activiteiten hebben in de basis een openbaar karakter en zijn gericht op publieksbereik. Binnen deelregeling 3 is echter ook ruimte voor experimentele of ontwikkelgerichte activiteiten, waarbij het tonen, delen of beproeven van werk centraal staat en het publieksbereik minder zwaar weegt, mits het proces of (tussen)resultaat in enige vorm zichtbaar wordt gemaakt in Arnhem.
Het college stelt jaarlijks subsidieplafonds vast voor de in deze regeling opgenomen deelregelingen 1a, 1b en 2, voorafgaand aan het subsidiejaar, vast. Voor deelregeling 3 stelt het college onder begrotingsvoorbehoud het subsidieplafond voor de periode van twee jaar vast.
De subsidieaanvraag wordt ingediend volgens onderstaand schema:
Uitsluitend aanvragen die aan de indieningsvereisten van artikel 5 voldoen worden door het college in behandeling genomen. Indien een aanvraag niet aan voornoemde vereisten voldoet, dan zal aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag te completeren, met dien verstande dat daarbij niet kan worden afgeweken van de indieningstermijn zoals vermeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 2 Specifieke bepalingen
In aanvulling op hoofdstuk 1 gelden de volgende specifieke bepalingen ten behoeve van aanvragen voor subsidie op grond van de deelregelingen als bedoeld in artikel 4:
Artikel 9 Deelregeling 1 - 1a en 1b: Publieksevenementen
Een publieksevenement moet een stedelijke uitstraling hebben, openbaar toegankelijk zijn en grotendeels plaatsvinden binnen de gemeente Arnhem. Het programma en de activiteiten zijn gericht op inwoners van Arnhem. Het evenement dient toegankelijk te zijn voor iedereen met belangstelling, wat onder meer blijkt uit de keuze van locatie, het tijdstip en de wijze van promotie.
De activiteiten dienen primair publieksactiviteiten te zijn. Activiteiten die hiervan een afgeleide zijn, zoals activiteiten ten behoeve van onderzoek, professionalisering van de doelgroep, fora en platforms, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Ook bedrijfsfeesten, branche-activiteiten, educatieve activiteiten, beurzen en congressen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.
Artikel 10 Deelregeling 2: Culturele producties en presentaties en culturele festivals
Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor projecten gericht op cultuurdeelname, culturele producties en presentaties en/of culturele festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. De regeling staat zowel open voor makers met een eigen aantoonbare professionele beroepspraktijk, collectieven van makers, als voor instellingen die zich richten op de professionele kunsten. Makers en collectieven van makers dienen een bewijs van professionaliteit en een actieve beroepspraktijk mee te sturen bij een aanvraag door middel van een CV en/of portfolio.
De aanvraag wordt geweigerd indien ingediend door instellingen die een structurele- of begrotingssubsidie ontvangen en/ of vallen onder de categorieën basisvoorzieningen of meerjarenvoorzieningen, zoals omschreven in de cultuurnota Stroom. Zij kunnen geen aanspraak maken op subsidie uit deze deelregeling.
Artikel 11 Deelregeling 3: Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals
Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor artistieke producties en presentaties en artistieke festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. Subsidieverstrekking is bedoeld voor kunst & cultuur instellingen die zich richten op een artistiek hoogwaardige kwaliteit. Bij het beoordelen van artistieke kwaliteit wordt onder meer gekeken naar vakdeskundigheid, zeggingskracht en oorspronkelijkheid.
Activiteiten dienen bij te dragen aan het culturele aanbod en aan de beeldvorming van Arnhem als een artistiek hoogwaardige cultuurstad. Dit kan door publieksgerichte activiteiten waarvan ook experimentele en onderzoekgerichte elementen onderdeel kunnen uitmaken, zolang deze in hun geheel aantoonbaar bijdragen aan het versterken van het culturele klimaat in de stad.
Een subsidie vanaf € 12.500 tot maximaal €70.000 kan worden verleend voor 2 jaar of 4 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor vier jaar aanvragen. De externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend. Indien een aanvraag bij één van de landelijke overheidscultuurfondsen of door de rijksoverheid in het kader van de Basisinfrastructuur (BIS) voor 4 jaar of langer wordt gehonoreerd en tevens een positief advies heeft van de externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem, dan wordt het college geadviseerd om deze ook door de gemeente voor vier jaar of langer te besluiten tot verstrekken van subsidie.
indien ingediend door instellingen die begrotingssubsidie ontvangen en/ of vallen onder de categorieën basisvoorzieningen of meerjarenvoorzieningen, zoals omschreven in de cultuurnota Stroom.
indien ingediend door instellingen die niet primair gericht zijn op het ontwikkelen en verrichten van activiteiten op het gebied van artistieke productie of ontwikkeling, presentatie en artistieke festivals. Instellingen die primair gericht zijn op bijvoorbeeld onderwijs, welzijn of wijkzaken kunnen niet aanvragen.
De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 10 van de Asv genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:
Artikel 13 Begrotingsvoorbehoud
Subsidie wordt verleend en het subsidieplafond wordt voor elke deelregeling (1a, 1b, 2 en 3) afzonderlijk vastgesteld onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de raad van de gemeente Arnhem.
Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van 100% op de jaarlijkse subsidie worden verstrekt.
Artikel 16 Afwijkingsmogelijkheid
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 6 januari 2026
Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
De secretaris,
De burgemeester
De 'Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026', van het college van burgemeester en wethouders, treft een kader voor de volgende soorten subsidies:
De regeling: wijze van verdeling
Het college stelt subsidieplafonds vast voor de deelregelingen. Voor deelregeling 1a, 1b en 2 is dit jaarlijks; voor deelregeling 3 tweejaarlijks. Na elke periode van een half jaar wordt het subsidieplafond geactualiseerd op basis van het bedrag dat nog beschikbaar is. De deelsubsidies genoemd in hoofdstuk 2 krijgen allen hun eigen deelsubsidieplafond.
De regelingen hanteren voor de verdeling van het beschikbare budget (subsidieplafond) een zogenaamd tendersysteem. Hierbij wordt het beschikbare budget verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking. Alleen de beste aanvragen, dat wil zeggen de aanvragen die het hoogste scoren op de criteria waarop ze worden beoordeeld, komen voor subsidie in aanmerking. Het is van belang dat er van tevoren duidelijk is aan welke criteria wordt getoetst. In de regeling zijn deze criteria daarom expliciet vermeld, met de maximale puntenscore daarbij. In artikel 6 zijn de algemene criteria, voorzien van maximale puntenscore, opgenomen en in hoofdstuk 2 zijn per regeling, indien van toepassing nog aanvullende wegingscriteria, met maximale puntenscore, opgenomen.
Alle aanvragen voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling worden op basis van de volgende algemene criteria beoordeeld.
Per aanvraagronde is er bij elke deelregeling een ondergrens qua score waaraan een instelling minimaal moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie.
Bij deelregeling 2 culturele producties en presentaties en culturele festivals en deelregeling 3 artistieke producties en presentaties en artistieke festivals zijn er aanvullende criteria die aansluiten bij het cultuurbeleid. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de regeling.
Wordt de ondergrens behaald, dan is toekenning van een subsidie nog afhankelijk van de plaats op de rangorde én het beschikbare gemeentelijke subsidiebudget. Alle aanvragen die voldoende punten scoren, en dus boven de ondergrens scoren, worden in samenhang met elkaar beoordeeld. Daarbij wordt een integrale afweging gemaakt waarbij de door de adviescommissie subsidiabel bevonden aanvragen in samenhang worden bekeken. De commissie kijkt daarbij naar de bijdrage die de aanvrager levert aan het culturele ecosysteem/evenementenaanbod. Aanvragen die hoger scoren op het criterium meerwaarde voor de stad prevaleren boven aanvragen die lager scoren op dit criterium.
Subsidieaanvragen binnen deelregeling 1a, 1b, en 2 worden beoordeeld door een ambtelijke commissie. Deelregeling 3 wordt beoordeeld door de externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem.
De ambtelijke commissie voor deelregeling 1 (1a en 1b) bestaat uit bestuursadviseurs evenementen, cultuur en sport en kan aangevuld worden met een expert vanuit het werkveld.
De ambtelijke commissie voor deelregeling 2 bestaat uit bestuursadviseurs cultuur en evenementen aangevuld met een onafhankelijk en deskundig expert vanuit het culturele werkveld.
De externe adviescommissie die adviseert bij deelregeling 3 bestaat uit ten minste vijf deskundige en onafhankelijke leden. De leden hebben uiteenlopende achtergronden en deskundigheden en vertegenwoordigen tezamen de breedte van het culturele veld in Arnhem.
per aanvraag. Iedere aanvraag wordt individueel beoordeeld aan de hand van de genoemde criteria en het bijbehorende puntensysteem. De commissie kan in de beoordeling specifieke aspecten van de aanvraag meewegen, bijvoorbeeld of de aanvraag afkomstig is van een nieuwe aanvrager. De commissie kan een aanvrager uitnodigen om onduidelijkheden mondeling toe te lichten aan de commissie.
over het geheel van aanvragen. Dit is een beleidsmatig advies vanuit het totale aanbod in de subsidieperiode, waarbij specifiek aandacht is voor de variatie, pluriformiteit en spreiding van het aanbod, zowel over alle disciplines als over de wijken in de stad en de diverse doelgroepen. Doen zich nieuwe stromingen of accentverschuivingen voor, moeten andere doelgroepen worden bediend, is er extra aandacht nodig voor profilering van de stad, waar moet ruimte voor worden gemaakt?
Alle aanvragen uit deelregeling 1b en deelregeling 3 worden beoordeeld op de daarvoor geldende criteria. Hieruit ontstaat een rangorde voor deelregeling 1a en deelregeling 3.
Het advies van de commissie aan het college betreft alle onder artikel 6 en hoofdstuk 2 van de regeling genoemde criteria en is gebaseerd op een puntentelling. Het advies geeft een rangorde van de aanvragen aan. De commissies geven ook een advies inzake de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag, waarbij rekening wordt gehouden met het subsidieplafond. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in rangorde toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.
De commissies beoordelen aan de hand van de volgende algemene criteria:
Meerwaarde van de activiteiten voor de stad
De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande aanbod; zij dragen bij aan de pluriformiteit, maatschappelijke relevantie en - impact, diversiteit en actualiteit van het totale aanbod in de stad. Bij deelregeling 1a en 1b gaat het dan om het evenementenaanbod in de stad. Bij deelregeling 2 en 3 gaat het om het cultuuraanbod in de stad.
Van organisaties wordt verwacht dat zij zich met hun activiteiten blijven ontwikkelen en daarmee actueel en relevant blijven. De aanvrager dient aan te geven hoe de activiteiten zich aantoonbaar verhouden tot de lokale omgeving en het lokale aanbod.
Bij deelregeling 1a en 1b wordt ook gekeken naar een evenwichtige verdeling van publieksevenementen over de locaties in de stad en over de periodes waarin de activiteiten gehouden worden. De gemeente wil de lastendruk op sommige locaties verminderen en het publieksbereik vergroten in de periodes waarin het rustiger is. We stimuleren publieksevenementen die gebruik maken van locaties in de stad die nu nog niet vaak gebruikt worden en/of gebruik maken van locaties in Arnhem Zuid.
Daarnaast kijken we bij deelregeling 1a en 1b ook naar hoe de activiteiten bijdragen aan de kernwaarden van Arnhem: Groen, Creatief en Vrij en de citymarketingdoelen van Arnhem: Missie-doelen-Citymarketing-Arnhem-2025-2028-1.pdf
Professionaliteit van de aanvrager
Bij professionaliteit van de aanvrager gaat het om de kwaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit van professionaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit, afhankelijk van de positie die een aanvrager in het veld inneemt.
Bij alle deelregelingen is de eerlijke beloning van kunstenaars en mensen werkzaam in de culturele- en evenementensector het uitgangspunt. Dat betekent dat aanvragers zich moeten houden aan afspraken die in de sector zijn gemaakt over een eerlijk loon (door bijvoorbeeld de CAO te volgen of de honorering richtlijnen zoals het kunstenaarshonorarium toe te passen). Ook wordt er verwacht bij verenigingen en stichtingen dat er geen vermenging is tussen bestuur en (betaalde) uitvoering.
Tot slot wordt gekeken of de aanvraag consistent is in visie, doel, opzet en uitvoering en daarmee in zijn geheel voldoende overtuigt.
De subsidieaanvraag dient een breed en concreet beeld te geven van het beoogde publiek, in omvang en samenstelling, en van het huidige en het toekomstige bereik. Sluiten de activiteiten en doelstellingen aan bij het beoogde publiek? Het gaat er niet altijd om zoveel mogelijk publiek te bereiken, maar wel om passende activiteiten voor het beoogd publiek te organiseren.
Bij aanvragen in het kader van deelregelingen 1a en 1b wordt beoordeeld in hoeverre het publieksbereik inclusief is. De aanvrager dient aan te tonen welke inspanningen worden geleverd om fysieke, sociale, financiële of andere drempels weg te nemen voor deelname of beleving van het aanbod. Denk hierbij aan voorzieningen voor mensen met een beperking, verschillende taalniveaus, of aangepaste prijsmodellen.
Wat zijn de inspanningen om de publieke belangstelling te realiseren en/of te vergroten én wat is de meerjarenvisie hierop? Dit dient toegelicht te worden met concrete cijfers. Daarnaast dient de aanvrager zich aantoonbaar in te spannen om activiteiten gericht onder de aandacht van het publiek te brengen. Dit wordt beschreven in een publiciteits- en marketingplan waarvoor een bijpassend deel van het budget wordt ingezet. Voor terugkerende evenementen geldt voorts dat er in de aanvraag een korte reflectie moet zijn op de inspanningen en het publieksbereik van de vorige editie inclusief de bezoekersaantallen.
Bij ondernemerschap kijken we naar de kwaliteit en evenwichtigheid van de gehanteerde financieringsmix. Beoordeeld worden de kwaliteit van de bedrijfsvoering, de balans tussen kosten en opbrengsten, de mate waarin op aantoonbare wijze wordt gestreefd naar cofinanciering en/of aanvullende inkomsten en het (innoverend) vermogen maatschappelijk draagvlak te verwerven voor de activiteiten.
Kosten in natura mogen niet in de begroting worden opgenomen omdat het opnemen van kosten in natura kan leiden tot een vertekend beeld van de werkelijke projectkosten.
Bij aanvragen in het kader van deelregelingen 1a en 1b wordt meegewogen in hoeverre de aanvrager duurzaamheid integreert in de organisatie en uitvoering van de activiteiten. Dit kan zich uiten in duurzaam materiaalgebruik, energie- en afvalbeheer, mobiliteit, samenwerking met duurzame partners of andere milieubewuste keuzes die passen bij de aard van de activiteiten.
Hierbij gaat het om de mate waarin samenwerking wordt gezocht binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten. Samenwerking betekent dat elke partij een substantieel inhoudelijke bijdrage levert (niet alleen geld, handtekening of symbolische ondersteuning), maar ook dat taken complementair zijn; ieder doet iets wat de ander niet kan, waarbij de samenwerking niet slechts parallel werk, maar ook afstemming en interactie omvat. Partijen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het resultaat of de uitvoering.
Bij aanvragers bij deelregeling 1b en 3 wordt verwacht dat zij meer in partnerschap samenwerken, bestaande partnerschappen verder uitbouwen en samenwerken over de grenzen van de eigen organisatie en sector heen. Naast projectmatige samenwerking wordt bij hen structurele samenwerking extra gewaardeerd.
Weging van de algemene criteria
Niet alle criteria wegen even zwaar bij de beoordeling van een aanvraag. Om deze nuance aan te brengen, krijgen de criteria een wegingsfactor mee. De beoordeling bestaat ten eerste uit het toekennen van een aantal punten (steeds maximaal 10 per criterium), dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de factor die voor dat criterium staat (van 2 tot maximaal 10).
Meerwaarde voor de stad 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 5 = max. 50 punten
Professionaliteit van de aanvrager 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten
Publiek - publieksbereik 0 – 10 punt x factor 5 = max. 50 punten
Ondernemerschap 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten
Samenwerking 0 – 10 punten = max. 10 punten x factor 3 = maximaal 30 punten
MAXIMAAL 210 punten per commissielid.
Aanvullende criterium voor deelregeling 2 (zie regeling artikel 10)
Culturele producties en presentaties en culturele festivals:
Onder cultuurdeelname verstaan we het actief of passief deelnemen aan kunst- en cultuuractiviteiten. Cultuurdeelname omvat zowel het bijwonen van kunst- en cultuuruitingen (zoals voorstellingen, concerten of exposities) als het actief meedoen aan activiteiten die hieraan zijn gekoppeld, zoals workshops, nagesprekken, inleidingen of andere vormen van participatie.
Bij de beoordeling wordt gekeken in hoeverre bezoekers daadwerkelijk kunnen deelnemen, welke mate van actieve betrokkenheid wordt gestimuleerd, en of de activiteiten toegankelijk zijn voor alle Arnhemmers.
Weging van de aanvullende criteria
Cultuurdeelname 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten
MAXIMAAL 310 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 100 punten aanvullende criterium regeling 2 Culturele producties en presentaties en culturele festivals gescoord worden).
Aanvullende criteria voor deelregeling 3 (zie regeling artikel 11)
Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals:
Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit bij ‘producties’ zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij de functie ‘presentatie’ worden de kwaliteit van het programma, het programmeringsprofiel en de achterliggende artistieke visie beoordeeld. Ook hier geldt beoordeling van zowel bewezen als potentiële kwaliteit. Bij experiment en onderzoek wordt beoordeeld op de kwaliteit en noodzaak van het artistieke experiment, en of de beoogde ontwikkeling haalbaar is.
Er wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie aantoonbaar toepast.
Uit de aanvraag moet inhoudelijk en financieel duidelijk blijken op welke manier de organisatie de codes (stapsgewijs) toepast en welke concrete ambities, doelstellingen en acties zij voor zich ziet voor de komende periode. In de begroting moet inzichtelijk worden gemaakt dat een eerlijke beloning wordt toegepast. Uit de toelichting op de begroting moet blijken welke uurtarieven, dagtarieven of projecttarieven voor kunstenaars, technici, freelancers en andere betrokkenen worden gehanteerd, inclusief verwijzing naar de minimumrichtlijnen of branche-standaarden. Ook moeten honoraria en arbeidskosten duidelijk worden opgenomen op de begroting, met vermelding waarom deze tarieven fair zijn (bijvoorbeeld marktconform, CAO-conform). Ook wordt beoordeeld of de governance en besluitvorming zorgvuldig en verantwoord zijn ingericht. Daarnaast telt mee in welke mate diversiteit, inclusie en gelijke kansen zijn ingebed in de organisatie, programmering en publiekstoegang. De aanvrager dient concreet toe te lichten welke maatregelen of werkwijzen hiervoor worden ingezet. Bij dit alles wordt meegewogen in hoeverre de toepassing passend is bij de schaal van de organisatie.
Weging van de aanvullende criteria
Artistieke Kwaliteit 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten
Toepassing Culturele Codes 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 5 = maximaal 50 punten
MAXIMAAL 360 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 150 punten aanvullende criteria Artistieke Kwaliteit en Toepassing Culturele Codes).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-11678.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.