Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026 en de Toelichting

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;

 

Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;

 

Gezien ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 -2028’;

 

Overwegende dat:

  • -

    De gemeente Arnhem in ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025-2028’ heeft vastgelegd een breed, divers cultuuraanbod van hoge kwaliteit na te streven dat toegankelijk is voor iedereen.

  • -

    De gemeente een sterke culturele sector ambieert die flexibel is en zichzelf steeds ontwikkelt en vernieuwt. Herziening van de Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals eraan kan bijdragen dat daarmee de sector in staat wordt gesteld om zich te vernieuwen, terwijl de gemeente met de herziening tegelijk inspeelt op de huidige tijd door nadrukkelijk aandacht te geven aan duurzaamheid, toegankelijkheid, fair practice en inclusie.

  • -

    De gemeente ook nieuwe genres zoals nachtcultuur, the culture (voormalig urban culture) en digitale cultuur wil ondersteunen en jonge makers die actief zijn op dit vlak de mogelijkheid wil bieden activiteiten te organiseren.

  • -

    De gemeente met ingang van 2026 extra middelen beschikbaar stelt voor de stimulering van fair practice in de cultuursector en ook toe wil staan dat aanvragers van deelregeling 3 (Artistieke producties) elementen van onderzoek en experiment kunnen opnemen in hun subsidieaanvraag.

  • -

    De gemeente duurzaamheid en toegankelijkheid hoog in het vaandel heeft staan, een Duurzaamheidsladder (DLE) aanbiedt die helpt om evenementen duurzamer en toegankelijker te maken en van daaruit ook aandacht vraagt voor deze thema's aan aanvragers.

BESLUIT:

 

vast te stellen: Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026 en de Toelichting

 

Hoofdstuk 1  

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Activiteit: de gerichte activiteiten van de aanvrager;

  • b.

    Programma: een samenhangend geheel van activiteiten;

  • c.

    Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich ten doel stelt activiteiten zonder winstoogmerk te verrichten ten behoeve van de inwoners van de gemeente Arnhem;

  • d.

    Maker: een individu dat zijn/haar professionele beroepspraktijk heeft in Arnhem en met of zonder vooropleiding activiteiten beoefent binnen de beeldende kunst, digitale cultuur (waaronder games en internetkunst), muziek, theater, mode, letteren, film, dans, design, fotografie, ontwerp, architectuur & stedenbouw, strip, AI-cultuur, the culture (voorheen urban culture), nachtcultuur, of een mix hiervan;

  • e.

    Duurzaamheid: het streven naar een evenwichtige ontwikkeling waarbij huidige behoeften worden vervuld zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Dit omvat het zorgvuldig en efficiënt omgaan met natuurlijke hulpbronnen, het beperken van negatieve milieueffecten, het versterken van ecologische veerkracht en het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid;

  • f.

    Inclusie: de mate waarin makers, producenten, werkenden en publiek van alle identiteiten - zichtbaar of niet - zichzelf kunnen zijn en zich veilig, welkom en gerespecteerd voelen;

  • g.

    Productie: de activiteit waarin het kunnen werken aan en/of voortbrengen van (culturele) producten centraal staat;

  • h.

    Presentatie: Activiteiten in Arnhem waarin het zichtbaar maken van cultuur of artistiek werk centraal staat, in welke vorm dan ook. Dit omvat zowel het tonen van afgeronde culturele producten (zoals festivals of een doorlopende podiumprogrammering) als het aanbieden van inkijkmomenten, try-outs, werkplaatsen of participatieve sessies waarin publiek of deelnemers kunnen meekijken of meedoen. Ook experimentele vormen van presentatie vallen hieronder, inclusief activiteiten die primair gericht zijn op onderzoek en ontwikkeling en niet noodzakelijk op het bereiken van een groot publiek;

  • i.

    Festival: een voor het publiek toegankelijk, veelal periodiek terugkerend evenement in Arnhem waarin een samenhangend programma van activiteiten wordt aangeboden dat gericht is op beleving, ontmoeting en deelname, waarbij geldt dat het evenement plaatsvindt binnen een afgebakende periode en locatie en thematisch georganiseerd is rond één of meerdere maatschappelijke, culturele, kunstzinnige, sportieve of andere inhoudelijke domeinen;

  • j.

    Publieksevenement: het geheel van activiteiten met een stedelijke uitstraling dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke, één- of meerdaagse gebeurtenis van sportieve, culturele, maatschappelijke en/of feestelijke, vermakelijke aard, met een promotioneel, wervend karakter voor de stad. Het publieksevenement vindt plaats binnen een afgebakende periode en een locatie(s) met stedelijke uitstraling en is rondom een thema georganiseerd;

  • k.

    Openbaar karakter: een door de instelling georganiseerde openbare, voor publiek toegankelijke activiteit waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via social media, digitale nieuwsbrieven en informatieborden, online evenementenkalenders, websites, radio en televisie, flyers, posters en programmabladen. Bedrijfsfeesten, branche-activiteiten, belangenbehartiging, congressen, beurzen en educatieve activiteiten worden niet als openbare activiteiten gezien.

    Activiteiten die plaatsvinden in bijvoorbeeld zorginstellingen, verpleeghuizen of asielzoekerscentra worden als publieksevenement beschouwd wanneer zij gericht zijn op een ander publiek dat niet uitsluitend bestaat uit medewerkers van de organisatie cliënten en/of bewoners inclusief hun netwerk, en wanneer toegang in redelijkheid mogelijk is voor het beoogde publiek binnen de context van de locatie;

  • l.

    Collectief van makers: samenwerkingsverband van creatieve professionals werkzaam in Arnhem die gezamenlijk projecten uitvoeren, elkaar inspireren en ondersteunen. De makers werken tezamen aan gemeenschappelijke doelen, bieden elkaar inspiratie en ondersteuning, verdelen taken en combineren verschillende disciplines;

  • m.

    Cofinanciering: aanvullende financiering in de vorm van een andere subsidie, sponsoring, entreegeld, investering of (fonds)bijdrage, naast de gevraagde subsidie van Gemeente Arnhem;

  • n.

    Kosten in natura: In natura betekent dat er betaald wordt met producten of diensten, dus zonder de tussenkomst van geld;

  • o.

    Projectkosten: kosten die direct voortvloeien uit de activiteit of het programma waarvoor de aanvraag ingediend is. De aard van deze kosten staan daarbij in verhouding tot de totale kosten van de activiteit en/of het programma;

  • p.

    Laagdrempeligheid: De mate waarin de activiteit dusdanig is vormgegeven dat deze uitnodigend is, zo min mogelijk obstakels kent en de beleving bevordert. Het gaat hier niet zozeer om het fysieke aspect maar om het belevingsaspect en gelijkwaardige toegankelijkheid. Dit kan betrekking hebben op de inhoud van de activiteiten, de omgeving (locatie, logistiek, aankleding) van activiteiten, het betrekken of werven van publiek en de manier waarop dat gebeurt, begrijpelijke communicatie en financiële aspecten;

  • q.

    Begrotingssubsidie: een subsidie op grond van artikel 4:23 derde lid onder c Algemene wet bestuursrecht. Dat wil zeggen dat in de begroting van de gemeente staat welke organisaties een subsidie ontvangen en hoeveel ze maximaal kunnen krijgen;

  • r.

    Meerjarenvoorziening: Onderdelen van een deelterrein van het culturele aanbod die – in aanvulling op de basisvoorzieningen – een (semi)permanente, centrale en vooral faciliterende rol vervullen binnen het betreffende deelterrein. Aan instellingen die hiertoe behoren wordt voor een middellange termijn een subsidie verleend. Zij worden met naam en maximaal subsidiebedrag voor ten hoogste vier jaar in de begroting opgenomen;

  • s.

    Basisvoorzieningen: een wezenlijk en bepalend onderdeel op een deelterrein van het culturele aanbod dat als basis fungeert voor dat deelterrein. Aan deze instellingen wordt een meerjarige subsidie verstrekt. Zij worden met naam en maximaal subsidiebedrag in de begroting opgenomen;

  • t.

    Exploitatiekosten: alle terugkerende kosten die noodzakelijk zijn voor het in stand houden van de organisatie en het uitvoeren van haar reguliere activiteiten, waaronder personeelskosten, huisvestingskosten, materiele kosten, verzekeringen, administratie en overige structurele bedrijfsvoeringkosten, voor zover deze direct bijdragen aan de continuïteit van de voorziening, en voor zover deze direct verband houden met het reguliere functioneren van de organisatie en niet kunnen worden geclassificeerd als investerings- of projectkosten;

  • u.

    Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;

  • v.

    Asv: Algemene Subsidieverordening Arnhem 2016;

  • w.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    De Subsidieregeling Producties, evenementen en festivals 2026 is bedoeld voor publieksevenementen, culturele producties en presentaties en culturele festivals, en artistieke producties die bijdragen aan Arnhem als cultuur-en evenementenstad en bestaat uit 3 deelregelingen.

    • a.

      Deelregeling 1a is van toepassing op publieksevenementen waarvoor een subsidiebedrag van ten hoogste €10.000,- per kalenderjaar wordt aangevraagd.

    • b.

      Deelregeling 1b is van toepassing op publieksevenementen waarvoor minimaal €10.001,- en maximaal €60.000,- per kalenderjaar wordt aangevraagd.

    • c.

      Deelregeling 2 is van toepassing op culturele producties en presentaties en culturele festivals waarvoor een subsidiebedrag van ten hoogste €12.500,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

    • d.

      Deelregeling 3 is van toepassing op artistieke producties waarvoor een subsidiebedrag van minimaal €12.500 en maximaal €70.000,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

  • 2.

    Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen in aanmerking aanvragen die een bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities zoals verwoord in het op dat moment geldende cultuurbeleid, evenementenbeleid of beleid topsportevenementen. Aanvragen moeten een actueel en gevarieerd aanbod van activiteiten in de stad bewerkstelligen dat zichtbaar en toegankelijk is voor iedereen.

  • 3.

    De aanvraag dient primair gericht te zijn op het verrichten van activiteiten op het gebied van festivals, evenementen, producties en presentaties. Reprises zijn uitgesloten van subsidie, evenals aanvragen op het gebied van amateurkunst en erfgoed.

  • 4.

    De activiteiten hebben in de basis een openbaar karakter en zijn gericht op publieksbereik. Binnen deelregeling 3 is echter ook ruimte voor experimentele of ontwikkelgerichte activiteiten, waarbij het tonen, delen of beproeven van werk centraal staat en het publieksbereik minder zwaar weegt, mits het proces of (tussen)resultaat in enige vorm zichtbaar wordt gemaakt in Arnhem.

  • 5.

    Alleen subsidiabele kosten die in redelijkheid direct verband houden met de activiteiten waarvoor subsidie nodig is worden in aanmerking genomen. Kosten zoals inkoop horeca en kosten in natura worden niet beschouwd als subsidiabele kosten.

  • 6.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen activiteiten waarvoor reeds subsidie op basis van deze subsidieregeling is verstrekt of waarvoor reeds subsidie vanuit de evenementen- en/of cultuurbegroting van de gemeente is verstrekt.

  • 7.

    In hoofdstuk 2 zijn specifieke vereisten opgenomen die in aanvulling op dit artikel in acht moeten worden genomen.

Artikel 3 Subsidieplafond

Het college stelt jaarlijks subsidieplafonds vast voor de in deze regeling opgenomen deelregelingen 1a, 1b en 2, voorafgaand aan het subsidiejaar, vast. Voor deelregeling 3 stelt het college onder begrotingsvoorbehoud het subsidieplafond voor de periode van twee jaar vast.

Artikel 4 De aanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt ingediend volgens onderstaand schema:

    Subsidie;  

    Indieningstermijn Subsidieperiode  

    Start activiteit 

    Deelregelingen 

      

      

    1a. Publieksevenementen, producties en presentaties 

    1 maart 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan tot 31 mei van het jaar daarop. 

    tot maximaal €10.000 subsidie per kalenderjaar. 

      

      

      

    1 oktober 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. 

    1b. Publieksevenementen, producties en presentaties 

    1 maart 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. 

    vanaf €10.001 tot maximaal €60.000 subsidie per kalenderjaar. 

      

      

    2. Culturele producties en presentaties en culturele festivals. 

    1 maart 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan tot 31 mei van het jaar daarop.  

    tot maximaal €12.500 subsidie per jaar

      

      

      

    1 oktober 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan.

    3. Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals

     

    vanaf €12.500 tot maximaal €70.000 subsidie per kalenderjaar. 

    1 maart (1x in de twee jaar, in de even jaren) 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan t/m 31 december van het daaropvolgende jaar.

    en 

    voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari volgend op het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan (kalenderjaar 1) t/m 31 december van kalenderjaar 4. 

  • 2.

    Uitsluitend aanvragen die aan de indieningsvereisten van artikel 5 voldoen worden door het college in behandeling genomen. Indien een aanvraag niet aan voornoemde vereisten voldoet, dan zal aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag te completeren, met dien verstande dat daarbij niet kan worden afgeweken van de indieningstermijn zoals vermeld in het eerste lid.

  • 3.

    Wordt een aanvraag niet of niet compleet binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid ingediend, dan besluit het college deze buiten behandeling te laten.

  • 4.

    De beslissing op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 4 maanden na indieningstermijn van de subsidieronde genomen. Het college maakt deze beslissing schriftelijk bekend aan de aanvrager binnen 3 weken nadat zij is genomen.

Artikel 5 Indieningsvereisten aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend via een aanvraagbutton op de website van de gemeente Arnhem onder subsidies kunst, cultuur en evenementen.

  • 2.

    Uitsluitend aanvragen die vóór het einde van de indieningstermijn zoals bedoeld in artikel 4 compleet zijn, worden in behandeling genomen.

  • 3.

    Voor de beoordeling van de aanvraag zijn, naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb, de volgende stukken noodzakelijk:

    • a.

      een activiteitenplan volgens het standaardformat geldend voor de betreffende deelregeling, inclusief beschrijving van de activiteiten, doelstelling, planning, doelgroepen waarop wordt gefocust en een communicatieplan, waarbij de volgende vormvereisten van toepassing zijn:

      • -

        Voor deelregeling 1a en deelregeling 2; maximaal 5 pagina's tekst exclusief afbeeldingen, lettergrootte 11, regelafstand 1,5, met maximaal 2 pagina's afbeeldingen na de tekst. In totaliteit is het projectplan dus maximaal 7 pagina's groot.

      • -

        Voor deelregeling 1b: maximaal 10 pagina's tekst exclusief afbeeldingen, lettergrootte 11, regelafstand 1,5, met maximaal 5 pagina's afbeeldingen na de tekst. In totaliteit is het projectplan dus maximaal 15 pagina's groot.

      • -

        Voor deelregeling 3: maximaal 20 pagina's tekst inclusief voorblad, inhoudsopgave en achterblad, exclusief afbeeldingen, lettergrootte 11, regelafstand 1,5, met maximaal 5 pagina's afbeeldingen na de tekst. In totaliteit is het projectplan dus maximaal 25 pagina's groot.

    • b.

      een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan aansluitend op de looptijd van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, inclusief een toelichting met een toelichting op de besteding van middelen voor activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      bij aanvragen vanaf €10.000: het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het laatst beschikbare jaar (indien aanwezig);

    • d.

      als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders van gemeente Arnhem heeft aangevraagd of indien onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan als bijlage:

      • 1.

        een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

      • 2.

        de meest recente statuten;

Artikel 6 Wijze van beoordeling en verdeling

  • 1.

    De aanvraag voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling wordt op basis van de volgende algemene criteria beoordeeld binnen de betreffende deelregeling, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

    • Meerwaarde voor de stad 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • Professionaliteit van de aanvrager 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 4 = max. 40

    • Publiek en publieksbereik 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

    • Ondernemerschap 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 4 = max. 40

    • Samenwerking 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 3 = max. 30

  • 2.

    Aanvragen dienen te voldoen aan specifieke beoordelingscriteria genoemd in hoofdstuk 2.

  • 3.

    Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de in het eerste en tweede lid weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast.

  • 4.

    Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 7 Adviescommissies

  • 1.

    Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen om subsidie zijn er ambtelijke commissies (voor deelregeling 1a, 1b en 2) en de externe onafhankelijke en deskundige Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem (voor deelregeling 3).

  • 2.

    De commissies adviseren op de aanvragen omschreven in hoofdstuk 2.

  • 3.

    De commissies beoordelen de aanvragen:

    • a.

      per individuele aanvraag;

    • b.

      in samenhang met het geheel van de aanvragen (per ronde) voor dezelfde deelregeling.

Artikel 8 Hoogte van de subsidie

De aanvraag wordt toegekend tot een maximaal bedrag. Maximale bedragen voor de te onderscheiden aanvragen zijn opgenomen in hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 2 Specifieke bepalingen

In aanvulling op hoofdstuk 1 gelden de volgende specifieke bepalingen ten behoeve van aanvragen voor subsidie op grond van de deelregelingen als bedoeld in artikel 4:

Artikel 9 Deelregeling 1 - 1a en 1b: Publieksevenementen

  • 1.

    Een publieksevenement moet een stedelijke uitstraling hebben, openbaar toegankelijk zijn en grotendeels plaatsvinden binnen de gemeente Arnhem. Het programma en de activiteiten zijn gericht op inwoners van Arnhem. Het evenement dient toegankelijk te zijn voor iedereen met belangstelling, wat onder meer blijkt uit de keuze van locatie, het tijdstip en de wijze van promotie.

  • 2.

    De activiteiten dienen primair publieksactiviteiten te zijn. Activiteiten die hiervan een afgeleide zijn, zoals activiteiten ten behoeve van onderzoek, professionalisering van de doelgroep, fora en platforms, komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Ook bedrijfsfeesten, branche-activiteiten, educatieve activiteiten, beurzen en congressen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 3.

    Evenementen die primair gericht zijn op het behalen van winst komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze deelregeling is bedoeld om een deel van het tekort van niet-commerciële activiteiten te ondersteunen.

  • 4.

    Alleen subsidiabele kosten die in redelijkheid direct verband houden met de activiteiten waarvoor subsidie nodig is worden in aanmerking genomen. Kosten zoals inkoop horeca, reguliere exploitatiekosten, kosten in natura of niet-projectgebonden kosten worden niet beschouwd als subsidiabele kosten.

  • 5.

    Aanvragen voor publieksevenementen worden beoordeeld door een ambtelijke commissie. De beoordeling kan indien de commissie dit nodig acht aangevuld worden met een advies uit het werkveld evenementen van een onafhankelijk en deskundig expert.

  • 6.

    Een subsidie tot € 10.000 (deelregeling 1a) kan worden verleend voor 1 of 2 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor 2 jaar aanvragen. De commissie beoordeelt die noodzaak en adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 7.

    Een subsidie vanaf € 10.001 tot maximaal €60.000 (deelregeling 1b) kan worden verleend voor 1, 2, 3 of 4 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor meerdere jaren aanvragen. De commissie beoordeelt die noodzaak en adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 8.

    Aanvragen voor nieuwe evenementen of gedaan door nieuwe aanvragers binnen de regeling kunnen voor de eerste aanvraag geen beroep doen op een meerjarige subsidie.

  • 9.

    Bij aanvragen binnen deelregeling 1a bedraagt de hoogte van een subsidie maximaal 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000 per jaar.

  • 10.

    Bij aanvragen binnen deelregeling 1b bedraagt de hoogte van een subsidie maximaal 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 60.000 per jaar.

Artikel 10 Deelregeling 2: Culturele producties en presentaties en culturele festivals

  • 1.

    Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor projecten gericht op cultuurdeelname, culturele producties en presentaties en/of culturele festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. De regeling staat zowel open voor makers met een eigen aantoonbare professionele beroepspraktijk, collectieven van makers, als voor instellingen die zich richten op de professionele kunsten. Makers en collectieven van makers dienen een bewijs van professionaliteit en een actieve beroepspraktijk mee te sturen bij een aanvraag door middel van een CV en/of portfolio.

  • 2.

    Een subsidie tot € 12.500 kan worden verleend voor 1 of 2 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor 2 jaar aanvragen. De commissie adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 3.

    De aanvraag wordt geweigerd indien ingediend door instellingen die een structurele- of begrotingssubsidie ontvangen en/ of vallen onder de categorieën basisvoorzieningen of meerjarenvoorzieningen, zoals omschreven in de cultuurnota Stroom. Zij kunnen geen aanspraak maken op subsidie uit deze deelregeling.

  • 4.

    Culturele producties en presentaties en culturele festivals worden, in aanvulling op artikel 6, eerste lid, getoetst op onderstaande criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

    • Cultuurdeelname 0-10 punten vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

    Aanvragers moeten op dit criterium minimaal 55 punten scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

  • 5.

    Aanvragen voor culturele producties en presentaties en culturele festivals worden beoordeeld door een ambtelijke commissie aangevuld met een onafhankelijk en deskundig expert vanuit het culturele werkveld.

  • 6.

    De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €12.500 per jaar.

Artikel 11 Deelregeling 3: Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals

  • 1.

    Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor artistieke producties en presentaties en artistieke festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. Subsidieverstrekking is bedoeld voor kunst & cultuur instellingen die zich richten op een artistiek hoogwaardige kwaliteit. Bij het beoordelen van artistieke kwaliteit wordt onder meer gekeken naar vakdeskundigheid, zeggingskracht en oorspronkelijkheid.

  • 2.

    Activiteiten dienen bij te dragen aan het culturele aanbod en aan de beeldvorming van Arnhem als een artistiek hoogwaardige cultuurstad. Dit kan door publieksgerichte activiteiten waarvan ook experimentele en onderzoekgerichte elementen onderdeel kunnen uitmaken, zolang deze in hun geheel aantoonbaar bijdragen aan het versterken van het culturele klimaat in de stad.

  • 3.

    Een subsidie vanaf € 12.500 tot maximaal €70.000 kan worden verleend voor 2 jaar of 4 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor vier jaar aanvragen. De externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend. Indien een aanvraag bij één van de landelijke overheidscultuurfondsen of door de rijksoverheid in het kader van de Basisinfrastructuur (BIS) voor 4 jaar of langer wordt gehonoreerd en tevens een positief advies heeft van de externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem, dan wordt het college geadviseerd om deze ook door de gemeente voor vier jaar of langer te besluiten tot verstrekken van subsidie.

  • 4.

    De aanvraag wordt geweigerd:

    indien ingediend door instellingen die begrotingssubsidie ontvangen en/ of vallen onder de categorieën basisvoorzieningen of meerjarenvoorzieningen, zoals omschreven in de cultuurnota Stroom.

    indien ingediend door instellingen die niet primair gericht zijn op het ontwikkelen en verrichten van activiteiten op het gebied van artistieke productie of ontwikkeling, presentatie en artistieke festivals. Instellingen die primair gericht zijn op bijvoorbeeld onderwijs, welzijn of wijkzaken kunnen niet aanvragen.

  • 5.

    Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals worden, in aanvulling op artikel 6, eerste lid, getoetst op onderstaande criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

    • Artistieke kwaliteit 0-10 punten vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100 punten

    Aanvragers moeten op dit criterium minimaal 55 punten scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

    • Toepassing van de Culturele Codes 0 – 10 punten vermenigvuldigd x factor 5 = max 50 punten

  • 6.

    Aanvragen voor artistieke producties en presentaties en artistieke festivals worden door de externe, onafhankelijke en deskundige Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem beoordeeld, bestaande uit tenminste vijf leden.

  • 7.

    De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 70.000.

  • 8.

    Exploitatiekosten mogen maximaal 25% bedragen van het aangevraagde subsidiebedrag.

Hoofdstuk 3 Algemeen II

Artikel 12 Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 10 van de Asv genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a.

    er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang zijn;

  • b.

    de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, hetzij uit (horeca)inkomsten tijdens de activiteit kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • c.

    de activiteiten zoals blijkt uit de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • d.

    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • e.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • f.

    de activiteiten een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben;

  • g.

    de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording aflegt omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

  • h.

    de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Artikel 13 Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend en het subsidieplafond wordt voor elke deelregeling (1a, 1b, 2 en 3) afzonderlijk vastgesteld onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de raad van de gemeente Arnhem.

Artikel 14 Bevoorschotting

Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van 100% op de jaarlijkse subsidie worden verstrekt.

Artikel 15 Verplichtingen

  • 1.

    Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring en gebruikt daarvoor het format dat de gemeente hanteert;

    • b.

      de subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd. Wijzigingen zijn relevant wanneer ze 20% of hoger van de inhoudelijke resultaten of de besteding van de subsidie betreffen.

    • c.

      het programma van activiteiten wordt ter beschikking gesteld aan de gemeente en de commissies.

    • d.

      de subsidieontvanger meldt in persberichten, publicaties en presentatie dat activiteiten mede tot stand zijn gekomen door de gemeente Arnhem. Vermelding geschiedt o.a. door middel van opname van het beeldmerk of logo van de gemeente Arnhem.

Artikel 16 Afwijkingsmogelijkheid

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Producties, evenementen en festivals 2026".

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan, onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieregeling Producties, evenementen en festivals 2023.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 6 januari 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,

De secretaris,

De burgemeester

TOELICHTING  

Algemeen

De 'Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals 2026', van het college van burgemeester en wethouders, treft een kader voor de volgende soorten subsidies:

  • 1a.

    Publieksevenementen waarvoor een subsidiebedrag van ten hoogste €10.000,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

  • 1b.

    Publieksevenementen waarvoor minimaal €10.001,- en maximaal €60.000,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

  • 2.

    Culturele producties en presentaties en culturele festivals waarvoor een subsidiebedrag van ten hoogste €12.500,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

  • 3.

    Artistieke producties waarvoor een subsidiebedrag van minimaal €12.500 en maximaal €70.000,- per kalenderjaar kan worden aangevraagd.

De regeling: wijze van verdeling

Het college stelt subsidieplafonds vast voor de deelregelingen. Voor deelregeling 1a, 1b en 2 is dit jaarlijks; voor deelregeling 3 tweejaarlijks. Na elke periode van een half jaar wordt het subsidieplafond geactualiseerd op basis van het bedrag dat nog beschikbaar is. De deelsubsidies genoemd in hoofdstuk 2 krijgen allen hun eigen deelsubsidieplafond.

 

De regelingen hanteren voor de verdeling van het beschikbare budget (subsidieplafond) een zogenaamd tendersysteem. Hierbij wordt het beschikbare budget verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking. Alleen de beste aanvragen, dat wil zeggen de aanvragen die het hoogste scoren op de criteria waarop ze worden beoordeeld, komen voor subsidie in aanmerking. Het is van belang dat er van tevoren duidelijk is aan welke criteria wordt getoetst. In de regeling zijn deze criteria daarom expliciet vermeld, met de maximale puntenscore daarbij. In artikel 6 zijn de algemene criteria, voorzien van maximale puntenscore, opgenomen en in hoofdstuk 2 zijn per regeling, indien van toepassing nog aanvullende wegingscriteria, met maximale puntenscore, opgenomen.

 

Alle aanvragen voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling worden op basis van de volgende algemene criteria beoordeeld.

  • Meerwaarde voor de stad

  • Professionaliteit van de aanvrager

  • Publiek en Publieksbereik

  • Ondernemerschap

  • Samenwerking

Per aanvraagronde is er bij elke deelregeling een ondergrens qua score waaraan een instelling minimaal moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie.

 

Bij deelregeling 2 culturele producties en presentaties en culturele festivals en deelregeling 3 artistieke producties en presentaties en artistieke festivals zijn er aanvullende criteria die aansluiten bij het cultuurbeleid. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de regeling.

 

Wordt de ondergrens behaald, dan is toekenning van een subsidie nog afhankelijk van de plaats op de rangorde én het beschikbare gemeentelijke subsidiebudget. Alle aanvragen die voldoende punten scoren, en dus boven de ondergrens scoren, worden in samenhang met elkaar beoordeeld. Daarbij wordt een integrale afweging gemaakt waarbij de door de adviescommissie subsidiabel bevonden aanvragen in samenhang worden bekeken. De commissie kijkt daarbij naar de bijdrage die de aanvrager levert aan het culturele ecosysteem/evenementenaanbod. Aanvragen die hoger scoren op het criterium meerwaarde voor de stad prevaleren boven aanvragen die lager scoren op dit criterium.

 

Adviescommissies

Subsidieaanvragen binnen deelregeling 1a, 1b, en 2 worden beoordeeld door een ambtelijke commissie. Deelregeling 3 wordt beoordeeld door de externe Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem.

 

De ambtelijke commissie voor deelregeling 1 (1a en 1b) bestaat uit bestuursadviseurs evenementen, cultuur en sport en kan aangevuld worden met een expert vanuit het werkveld.

 

De ambtelijke commissie voor deelregeling 2 bestaat uit bestuursadviseurs cultuur en evenementen aangevuld met een onafhankelijk en deskundig expert vanuit het culturele werkveld.

 

De externe adviescommissie die adviseert bij deelregeling 3 bestaat uit ten minste vijf deskundige en onafhankelijke leden. De leden hebben uiteenlopende achtergronden en deskundigheden en vertegenwoordigen tezamen de breedte van het culturele veld in Arnhem.

 

De commissies adviseren:

  • a.

    per aanvraag. Iedere aanvraag wordt individueel beoordeeld aan de hand van de genoemde criteria en het bijbehorende puntensysteem. De commissie kan in de beoordeling specifieke aspecten van de aanvraag meewegen, bijvoorbeeld of de aanvraag afkomstig is van een nieuwe aanvrager. De commissie kan een aanvrager uitnodigen om onduidelijkheden mondeling toe te lichten aan de commissie.

  • b.

    over het geheel van aanvragen. Dit is een beleidsmatig advies vanuit het totale aanbod in de subsidieperiode, waarbij specifiek aandacht is voor de variatie, pluriformiteit en spreiding van het aanbod, zowel over alle disciplines als over de wijken in de stad en de diverse doelgroepen. Doen zich nieuwe stromingen of accentverschuivingen voor, moeten andere doelgroepen worden bediend, is er extra aandacht nodig voor profilering van de stad, waar moet ruimte voor worden gemaakt?

  • c.

    Alle aanvragen uit deelregeling 1a en deelregeling 2 worden beoordeeld op de daarvoor geldende criteria. Hieruit ontstaat een rangorde voor deelregeling 1a en deelregeling 2.

Alle aanvragen uit deelregeling 1b en deelregeling 3 worden beoordeeld op de daarvoor geldende criteria. Hieruit ontstaat een rangorde voor deelregeling 1a en deelregeling 3.

 

Het advies van de commissie aan het college betreft alle onder artikel 6 en hoofdstuk 2 van de regeling genoemde criteria en is gebaseerd op een puntentelling. Het advies geeft een rangorde van de aanvragen aan. De commissies geven ook een advies inzake de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag, waarbij rekening wordt gehouden met het subsidieplafond. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in rangorde toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

 

***

 

De commissies beoordelen aan de hand van de volgende algemene criteria:

 

Meerwaarde van de activiteiten voor de stad

De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande aanbod; zij dragen bij aan de pluriformiteit, maatschappelijke relevantie en - impact, diversiteit en actualiteit van het totale aanbod in de stad. Bij deelregeling 1a en 1b gaat het dan om het evenementenaanbod in de stad. Bij deelregeling 2 en 3 gaat het om het cultuuraanbod in de stad.

 

Van organisaties wordt verwacht dat zij zich met hun activiteiten blijven ontwikkelen en daarmee actueel en relevant blijven. De aanvrager dient aan te geven hoe de activiteiten zich aantoonbaar verhouden tot de lokale omgeving en het lokale aanbod.

 

Bij deelregeling 1a en 1b wordt ook gekeken naar een evenwichtige verdeling van publieksevenementen over de locaties in de stad en over de periodes waarin de activiteiten gehouden worden. De gemeente wil de lastendruk op sommige locaties verminderen en het publieksbereik vergroten in de periodes waarin het rustiger is. We stimuleren publieksevenementen die gebruik maken van locaties in de stad die nu nog niet vaak gebruikt worden en/of gebruik maken van locaties in Arnhem Zuid.

 

Daarnaast kijken we bij deelregeling 1a en 1b ook naar hoe de activiteiten bijdragen aan de kernwaarden van Arnhem: Groen, Creatief en Vrij en de citymarketingdoelen van Arnhem: Missie-doelen-Citymarketing-Arnhem-2025-2028-1.pdf

 

Professionaliteit van de aanvrager

Bij professionaliteit van de aanvrager gaat het om de kwaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit van professionaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit, afhankelijk van de positie die een aanvrager in het veld inneemt.

 

Bij alle deelregelingen is de eerlijke beloning van kunstenaars en mensen werkzaam in de culturele- en evenementensector het uitgangspunt. Dat betekent dat aanvragers zich moeten houden aan afspraken die in de sector zijn gemaakt over een eerlijk loon (door bijvoorbeeld de CAO te volgen of de honorering richtlijnen zoals het kunstenaarshonorarium toe te passen). Ook wordt er verwacht bij verenigingen en stichtingen dat er geen vermenging is tussen bestuur en (betaalde) uitvoering.

 

Tot slot wordt gekeken of de aanvraag consistent is in visie, doel, opzet en uitvoering en daarmee in zijn geheel voldoende overtuigt.

 

Publiek en publieksbereik

De subsidieaanvraag dient een breed en concreet beeld te geven van het beoogde publiek, in omvang en samenstelling, en van het huidige en het toekomstige bereik. Sluiten de activiteiten en doelstellingen aan bij het beoogde publiek? Het gaat er niet altijd om zoveel mogelijk publiek te bereiken, maar wel om passende activiteiten voor het beoogd publiek te organiseren.

 

Bij aanvragen in het kader van deelregelingen 1a en 1b wordt beoordeeld in hoeverre het publieksbereik inclusief is. De aanvrager dient aan te tonen welke inspanningen worden geleverd om fysieke, sociale, financiële of andere drempels weg te nemen voor deelname of beleving van het aanbod. Denk hierbij aan voorzieningen voor mensen met een beperking, verschillende taalniveaus, of aangepaste prijsmodellen.

 

Wat zijn de inspanningen om de publieke belangstelling te realiseren en/of te vergroten én wat is de meerjarenvisie hierop? Dit dient toegelicht te worden met concrete cijfers. Daarnaast dient de aanvrager zich aantoonbaar in te spannen om activiteiten gericht onder de aandacht van het publiek te brengen. Dit wordt beschreven in een publiciteits- en marketingplan waarvoor een bijpassend deel van het budget wordt ingezet. Voor terugkerende evenementen geldt voorts dat er in de aanvraag een korte reflectie moet zijn op de inspanningen en het publieksbereik van de vorige editie inclusief de bezoekersaantallen.

 

Ondernemerschap

Bij ondernemerschap kijken we naar de kwaliteit en evenwichtigheid van de gehanteerde financieringsmix. Beoordeeld worden de kwaliteit van de bedrijfsvoering, de balans tussen kosten en opbrengsten, de mate waarin op aantoonbare wijze wordt gestreefd naar cofinanciering en/of aanvullende inkomsten en het (innoverend) vermogen maatschappelijk draagvlak te verwerven voor de activiteiten.

 

Kosten in natura mogen niet in de begroting worden opgenomen omdat het opnemen van kosten in natura kan leiden tot een vertekend beeld van de werkelijke projectkosten.

 

Bij aanvragen in het kader van deelregelingen 1a en 1b wordt meegewogen in hoeverre de aanvrager duurzaamheid integreert in de organisatie en uitvoering van de activiteiten. Dit kan zich uiten in duurzaam materiaalgebruik, energie- en afvalbeheer, mobiliteit, samenwerking met duurzame partners of andere milieubewuste keuzes die passen bij de aard van de activiteiten.

 

Samenwerking

Hierbij gaat het om de mate waarin samenwerking wordt gezocht binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten. Samenwerking betekent dat elke partij een substantieel inhoudelijke bijdrage levert (niet alleen geld, handtekening of symbolische ondersteuning), maar ook dat taken complementair zijn; ieder doet iets wat de ander niet kan, waarbij de samenwerking niet slechts parallel werk, maar ook afstemming en interactie omvat. Partijen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het resultaat of de uitvoering.

 

Bij aanvragers bij deelregeling 1b en 3 wordt verwacht dat zij meer in partnerschap samenwerken, bestaande partnerschappen verder uitbouwen en samenwerken over de grenzen van de eigen organisatie en sector heen. Naast projectmatige samenwerking wordt bij hen structurele samenwerking extra gewaardeerd.

 

Weging van de algemene criteria

Niet alle criteria wegen even zwaar bij de beoordeling van een aanvraag. Om deze nuance aan te brengen, krijgen de criteria een wegingsfactor mee. De beoordeling bestaat ten eerste uit het toekennen van een aantal punten (steeds maximaal 10 per criterium), dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de factor die voor dat criterium staat (van 2 tot maximaal 10).

 

Meerwaarde voor de stad 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 5 = max. 50 punten

Professionaliteit van de aanvrager 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten

Publiek - publieksbereik 0 – 10 punt x factor 5 = max. 50 punten

Ondernemerschap 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten

Samenwerking 0 – 10 punten = max. 10 punten x factor 3 = maximaal 30 punten

MAXIMAAL 210 punten per commissielid.

 

Aanvullende criterium voor deelregeling 2 (zie regeling artikel 10)

Culturele producties en presentaties en culturele festivals:

Cultuurdeelname

Onder cultuurdeelname verstaan we het actief of passief deelnemen aan kunst- en cultuuractiviteiten. Cultuurdeelname omvat zowel het bijwonen van kunst- en cultuuruitingen (zoals voorstellingen, concerten of exposities) als het actief meedoen aan activiteiten die hieraan zijn gekoppeld, zoals workshops, nagesprekken, inleidingen of andere vormen van participatie.

 

Bij de beoordeling wordt gekeken in hoeverre bezoekers daadwerkelijk kunnen deelnemen, welke mate van actieve betrokkenheid wordt gestimuleerd, en of de activiteiten toegankelijk zijn voor alle Arnhemmers.

 

Weging van de aanvullende criteria

Cultuurdeelname 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten

 

MAXIMAAL 310 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 100 punten aanvullende criterium regeling 2 Culturele producties en presentaties en culturele festivals gescoord worden).

 

Aanvullende criteria voor deelregeling 3 (zie regeling artikel 11)

Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals:

Artistieke kwaliteit

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit bij ‘producties’ zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij de functie ‘presentatie’ worden de kwaliteit van het programma, het programmeringsprofiel en de achterliggende artistieke visie beoordeeld. Ook hier geldt beoordeling van zowel bewezen als potentiële kwaliteit. Bij experiment en onderzoek wordt beoordeeld op de kwaliteit en noodzaak van het artistieke experiment, en of de beoogde ontwikkeling haalbaar is.

 

Toepassing Culturele Codes

Er wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit & Inclusie aantoonbaar toepast.

 

Uit de aanvraag moet inhoudelijk en financieel duidelijk blijken op welke manier de organisatie de codes (stapsgewijs) toepast en welke concrete ambities, doelstellingen en acties zij voor zich ziet voor de komende periode. In de begroting moet inzichtelijk worden gemaakt dat een eerlijke beloning wordt toegepast. Uit de toelichting op de begroting moet blijken welke uurtarieven, dagtarieven of projecttarieven voor kunstenaars, technici, freelancers en andere betrokkenen worden gehanteerd, inclusief verwijzing naar de minimumrichtlijnen of branche-standaarden. Ook moeten honoraria en arbeidskosten duidelijk worden opgenomen op de begroting, met vermelding waarom deze tarieven fair zijn (bijvoorbeeld marktconform, CAO-conform). Ook wordt beoordeeld of de governance en besluitvorming zorgvuldig en verantwoord zijn ingericht. Daarnaast telt mee in welke mate diversiteit, inclusie en gelijke kansen zijn ingebed in de organisatie, programmering en publiekstoegang. De aanvrager dient concreet toe te lichten welke maatregelen of werkwijzen hiervoor worden ingezet. Bij dit alles wordt meegewogen in hoeverre de toepassing passend is bij de schaal van de organisatie.

 

Weging van de aanvullende criteria

Artistieke Kwaliteit 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten

Toepassing Culturele Codes 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 5 = maximaal 50 punten

 

MAXIMAAL 360 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 150 punten aanvullende criteria Artistieke Kwaliteit en Toepassing Culturele Codes).

Naar boven