Gemeenteblad van Waddinxveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddinxveen | Gemeenteblad 2026, 115521 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waddinxveen | Gemeenteblad 2026, 115521 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Raadsbesluit (van de elfde) wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2009
De Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2009 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1:1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:24 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:25 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
|
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Beperking nabij religieuze gebouwen
|
Artikel 2:56 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:74 (artikel I, onderdeel E van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:74a (artikel I, onderdeel F van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2:81, tiende lid (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4:10, (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4:11, (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 februari 2026
De griffier,
mr. F.W. van der Dussen
De voorzitter,
drs. E.J. Nieuwenhuis
Artikel I, onderdeel A (Wijziging artikel 1:1 Definities)
Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet, Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd.
Artikel I, onderdeel B en C (Wijziging nav motie Evenementen op zondag)
Deze artikelen beogen een nieuw evenwicht te vinden tussen het waarborgen van de zondagsrust en het bieden van ruimte voor evenementen op zondag, die bijdragen aan het maatschappelijk, cultureel of sportief klimaat van de gemeente.
De regeling vormt een lex specialis (een specifieke regeling) die prevaleert boven de algemene bevoegdheid van de burgemeester om op grond van de Zondagswet ontheffing te verlenen voor openbare vermakelijkheden.
Lid 8: Dit lid biedt duidelijkheid aan organisatoren van zaterdagsevenementen. Het staat een uitloop tot 01:00 uur op de vroege zondagochtend toe. Dit voorkomt dat een evenement dat traditioneel op zaterdagavond plaatsvindt, om 24.00 uur moet worden beëindigd.
Lid 9: Dit lid is van administratief-juridische aard. Het stelt buiten kijf dat een evenement dat op zaterdag aanvangt en doorloopt tot na middernacht, niet wordt meegeteld voor het quotum van zondagsevenementen (zoals geregeld in Artikel 2:25 lid 12 APV). Hiermee wordt voorkomen dat het beperkte quotum voor daadwerkelijke zondagmiddagevenementen wordt bezet door "uitlopers" van de zaterdag.
Lid 10: Deze bepaling stelt de ondergrens vast voor evenementen op zondag. Door een aanvangstijd van 13:00 uur te hanteren, wordt de zondagochtend gevrijwaard van evenementen. Dit respecteert de ochtendrust en biedt ruimte voor de uitoefening van godsdienst of andere activiteiten die in de ochtenduren plaatsvinden.
Lid 11: Dit lid stelt een dubbel quotum (een "plafond") in. De beperking tot maximaal achtmaal per jaar borgt dat zondagen hoofdzakelijk hun karakter van rustdag behouden. De beperking tot eenmaal per maand zorgt voor een evenwichtige spreiding van deze evenementen over het jaar en voorkomt "stapeling" in bepaalde periodes. Zodra het quotum is bereikt, is de bevoegdheid van het college om een vergunning te verlenen uitgeput en moet een volgende aanvraag worden geweigerd.
Lid 12: Dit lid vormt een verplichte weigeringsgrond. Het beleidsdoel is dat evenementen op zondag een laag risicoprofiel en een beperkte impact op de openbare orde en veiligheid hebben. Categorie B met risico aanpak en C evenementen zijn, vanwege hun aard en de benodigde inzet van hulpdiensten, onverenigbaar met het karakter van de zondag.
Lid 13: Dit lid vormt eveneens een verplichte weigeringsgrond en is de tweede pijler van het beleid. De uitzondering op de zondagsrust wordt uitsluitend gemaakt voor evenementen met een specifieke maatschappelijke meerwaarde (cultureel, muzikaal of sportief).
Beperking nabij religieuze gebouwen
Lid 15 Deze bepaling biedt specifieke bescherming aan gebouwen die in gebruik zijn voor de eredienst. De straal van 200 meter creëert een 'bufferzone' waar de zondagsrust strikter wordt gehandhaafd.
Lid 16 Dit artikel is een praktische uitwerking van de in artikel 10 beoogde ochtendrust. Het verbiedt expliciet het verrichten van afbouwwerkzaamheden (die vaak geluidsoverlast met zich meebrengen) voor 13:00 uur.
Dit geldt specifiek voor de evenementen die op zaterdag zijn begonnen en tot 01:00 uur mochten duren. Hiermee wordt een duidelijke en handhaafbare norm gesteld die de rust op zondagochtend beschermt tegen de logistieke nasleep van evenementen.
Artikel I, onderdeel D (Nieuw artikel 2:56 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats)
Op verschillende locaties binnen de gemeente, waaronder het Gouwenbos en het Weegje, worden regelmatig personen aangetroffen die in tenten of andere onderkomens overnachten. Dit gebruik van de openbare ruimte als slaapplaats is onwenselijk. Het kan leiden tot overlast voor omwonenden en ondernemers, verstoring van de openbare orde en onveilige situaties (bijvoorbeeld door het ontbreken van sanitair).
Omdat deze situatie zich niet beperkt tot één specifieke plek, maar zich op meerdere locaties binnen de gemeente voordoet, wordt het gehele grondgebied van Waddinxveen aangewezen op grond van artikel 2:56 van de APV. Dit biedt een helder kader voor optreden en voorkomt dat de problematiek zich slechts verplaatst naar andere wijken.
De gemeente richt zich bij dit verbod niet alleen op handhaving, maar vooral actief op de zorg. Bij het toezicht moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder altijd een afweging maken wat in de concrete situatie proportioneel is.
Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten slapen of de boete niet kunnen betalen. In die gevallen fungeert het verbod vooral als ‘stok achter de deur’ om mensen te begeleiden naar ondersteuning of maatschappelijke opvang, zoals het Leger des Heils. In de meeste gevallen zal daarom volstaan worden met een waarschuwing, tenzij er sprake is van herhaling (recidive).
Het derde lid van het artikel bakent het verbod af. De regels gelden niet voor situaties waarvoor al afzonderlijke voorschriften bestaan. Dit betreft:
Artikel I, onderdeel E en F (Wijziging artikelen 2:74 Drugshandel op straat en artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik)
Met ingang van 1 juli 2025 is artikel 2a (en lijst Ia) aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de APV zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de APV-artikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen.
Artikel I, onderdeel G (Wijziging artikel 2:78 Gebiedsontzegging)
De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt.
Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt.
Artikel I, onderdeel H (Wijziging artikel 2:81 lid 10 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat)
Het betreft hier geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend
Artikel I, onderdeel I en J (Wijziging artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden)
Er is in de praktijk behoefte om de categorie ‘risicoboom’ op te nemen in dit artikel. Bij een risicoboom zijn boomgebreken geconstateerd, die binnen 1 jaar een gevaar kunnen opleveren voor de directe omgeving. Voor risicobomen is een uitzondering op het verbod gemaakt. Daarnaast was bepaalde tekst in het artikel moeilijk leesbaar. Deze tekst is nu verduidelijkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-115521.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.