Raadsbesluit (van de elfde) wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2009

De raad van de gemeente Waddinxveen;

 

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026;

 

besluit:

Artikel I  

De Algemene Plaatselijke Verordening Waddinxveen 2009 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 1:1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1 Definities

 

  • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

Artikel 1:1 Definities

 

  • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet

 

Artikel 2:24 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24 Begripsbepaling

3.

  • b.

    de activiteiten plaatsvinden tussen 8 en 23 uur;

  • c.

    geen muziek meer ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00;

Artikel 2:24 Begripsbepaling

3.

  • b.

    de activiteiten plaatsvinden op:

    • maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag of zaterdag tussen 8.00 uur en 23.00 uur of op:

    • zondag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;

  • c.

    geen muziek meer ten gehore wordt gebracht voor 7.00 uur of na 23.00 uur;

4. In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    cultureel evenement: een evenement dat primair is gericht op de presentatie, beleving of beoefening van kunst, cultureel erfgoed, tradities of andere vormen van culturele expressie.

  • b.

    sportief evenement: een evenement dat primair gericht is op het beoefenen van, of het toeschouwen bij, een fysieke sport of sportieve prestatie.

  • c.

    muzikaal evenement: een evenement waarbij het ten gehore brengen van (al dan niet versterkte) muziek de hoofdactiviteit vormt.

 

Artikel 2:25 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

  • 8.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

Evenementen op zaterdag

  • 8.

    Een evenement dat op zaterdag aanvangt, mag duren tot ten hoogste 01.00 uur op de daaropvolgende zondag.

  • 9.

    Een evenement als bedoeld in het achtste lid wordt, voor de toepassing van lid 12, niet beschouwd als een evenement dat op zondag plaatsvindt en telt niet mee voor het maximaal aantal te verlenen vergunningen op zondag.

Evenementen op zondag

  • 10.

    De burgemeester kan een vergunning verlenen voor het houden van een evenement op zondag, met dien verstande dat het evenement niet eerder mag aanvangen dan om 13.00 uur.

  • 11.

    De vergunning als bedoeld in het tiende lid wordt geweigerd, indien het niet gaat om een:

    • a.

      cultureel evenement;

    • b.

      muzikaal evenement; of

    • c.

      sportief evenement.

  • 12.

    De evenementenvergunning als bedoeld in het tiende lid wordt ten hoogste eenmaal per kalendermaand en ten hoogste achtmaal per kalenderjaar verleend.

  • 13.

    De vergunning als bedoeld in het tiende lid, wordt geweigerd indien het evenement, conform het geldende evenementenplan, is ingedeeld in: categorie B met risicoaanpak en categorie C.

  • 14.

    In afwijking op het bepaalde in het dertiende lid kan een vergunning worden verleend voor een door de gemeente geïnitieerde vuurwerkshow, indien 31 december of 1 januari op een zondag valt.

Beperking nabij religieuze gebouwen

  • 15.

    Een evenement zoals bedoeld in het tiende lid, mag niet plaatsvinden binnen een afstand (straal) van 200 meter van een gebouw dat in gebruik is voor de uitoefening van de eredienst.

Af- en opbouw werkzaamheden

  • 16.

    Het is verboden op zondag na 01.00 uur en zondag voor 13.00 uur af- en opbouwwerkzaamheden te verrichten die verband houden met een evenement zoals genoemd in het achtste en het tiende lid.

  • 17.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

Artikel 2:56 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:56 Alarminstallaties (gereserveerd)

Artikel 2:56 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

  • 1.

    Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

    • tussen zonsondergang en zonsopgang in het gehele grondgebied van de gemeente.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  • 3.

    Het verbod geldt niet:

    • a.

      voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van [artikel 5:25 of het omgevingsplan] is toegestaan;

    • b.

      voor woonwagens met een woonbestemming;

    • c.

      op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

    • d.

      op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.

 

Artikel 2:74 (artikel I, onderdeel E van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

 

Artikel 2:74a (artikel I, onderdeel F van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

 

Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 4.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 3.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 4.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

  • 5.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

 

Artikel 2:81, tiende lid (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

 

  • 10.

    Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

 

  • 10.

    Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

 

Artikel 4:10, (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    • b.

      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a.

      houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

    • b.

      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    • c.

      boomveiligheidscontrole: het in het kader van de zorgplicht methodisch uitvoeren en registeren van een visuele boomcontrole, ter beoordeling van de veiligheid van bomen in relatie tot de directe omgeving, zoals beschreven in het Handboek bomen van het Norminstituut bomen;

    • d.

      risicoboom: boom waarbij binnen de visuele boomveiligheidscontrole één of meer boomveiligheidscontrole-gerelateerde boomgebreken zijn geconstateerd, die (binnen 1 jaar) een (potentieel) gevaar kunnen opleveren voor de directe omgeving.

  • 2.

    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

 

Artikel 4:11, (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld in de door het college vast te stellen lijst van bijzondere bomen (bomenlijst). Het is voorts verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan in de hoofdgroenstructuur volgens het Groenstructuurplan, voor zover deze een omtrek hebben van meer dan 1,00 meter op een hoogte van 1,30 meter boven maaiveld. Buiten de bebouwde kom geldt het verbod niet met uitzondering van houtopstanden op erven en in tuinen en houtopstanden welke een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij geen groter oppervlakte beslaan dan 10 are, en, in geval van rijbeplanting gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20.

  • 2.

    Het in lid 1 vermelde verbod geldt niet voor:

    • a.

      dode bomen;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud, of periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte bomen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 4.

    De vergunning kan worden geweigerd op grond van:

    • a.

      de natuurwaarde van de houtopstand;

    • b.

      de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    • c.

      de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    • d.

      de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    • e.

      de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    • f.

      de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  • 5.

    Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Ook kan het bevoegd gezag (deels) in plaats van de herplantplicht een andere vorm van compensatie opleggen.

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld in de door het college vast te stellen lijst van waardevolle bomen (bomenlijst).

  • 2.

    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen, voor zover deze een omtrek hebben van meer dan 1,00 meter op een hoogte van 1,30 meter boven maaiveld.

  • 3.

    Buiten de bebouwde kom geldt het verbod niet met uitzondering van:

    • a.

      houtopstanden op erven en in tuinen;

    • b.

      houtopstanden welke een zelfstandige eenheid vormen, hetzij geen groter oppervlakte beslaan dan 10 are;

    • c.

      in geval van rijbeplanting gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20.

  • 4.

    De in het eerste, tweede en derde lid vermelde verboden gelden niet voor:

    • a.

      dode bomen;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud, of periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte bomen;

    • c.

      risicobomen.

  • 5.

    Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  • 6.

    De vergunning kan worden geweigerd op grond van:

    • a.

      de natuurwaarde van de houtopstand;

    • b.

      de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    • c.

      de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    • d.

      de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    • e.

      de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    • f.

      de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  • 7.

    Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Ook kan het bevoegd gezag (deels) in plaats van de herplantplicht een andere vorm van compensatie opleggen.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 februari 2026

De griffier,

mr. F.W. van der Dussen

De voorzitter,

drs. E.J. Nieuwenhuis

TOELICHTING

Artikel I, onderdeel A (Wijziging artikel 1:1 Definities)

Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet, Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd.

 

Artikel I, onderdeel B en C (Wijziging nav motie Evenementen op zondag)

Deze artikelen beogen een nieuw evenwicht te vinden tussen het waarborgen van de zondagsrust en het bieden van ruimte voor evenementen op zondag, die bijdragen aan het maatschappelijk, cultureel of sportief klimaat van de gemeente.

 

De regeling vormt een lex specialis (een specifieke regeling) die prevaleert boven de algemene bevoegdheid van de burgemeester om op grond van de Zondagswet ontheffing te verlenen voor openbare vermakelijkheden.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Evenementen op zaterdag

Lid 8: Dit lid biedt duidelijkheid aan organisatoren van zaterdagsevenementen. Het staat een uitloop tot 01:00 uur op de vroege zondagochtend toe. Dit voorkomt dat een evenement dat traditioneel op zaterdagavond plaatsvindt, om 24.00 uur moet worden beëindigd.

 

Lid 9: Dit lid is van administratief-juridische aard. Het stelt buiten kijf dat een evenement dat op zaterdag aanvangt en doorloopt tot na middernacht, niet wordt meegeteld voor het quotum van zondagsevenementen (zoals geregeld in Artikel 2:25 lid 12 APV). Hiermee wordt voorkomen dat het beperkte quotum voor daadwerkelijke zondagmiddagevenementen wordt bezet door "uitlopers" van de zaterdag.

 

Evenementen op zondag

Lid 10: Deze bepaling stelt de ondergrens vast voor evenementen op zondag. Door een aanvangstijd van 13:00 uur te hanteren, wordt de zondagochtend gevrijwaard van evenementen. Dit respecteert de ochtendrust en biedt ruimte voor de uitoefening van godsdienst of andere activiteiten die in de ochtenduren plaatsvinden.

 

Lid 11: Dit lid stelt een dubbel quotum (een "plafond") in. De beperking tot maximaal achtmaal per jaar borgt dat zondagen hoofdzakelijk hun karakter van rustdag behouden. De beperking tot eenmaal per maand zorgt voor een evenwichtige spreiding van deze evenementen over het jaar en voorkomt "stapeling" in bepaalde periodes. Zodra het quotum is bereikt, is de bevoegdheid van het college om een vergunning te verlenen uitgeput en moet een volgende aanvraag worden geweigerd.

 

Lid 12: Dit lid vormt een verplichte weigeringsgrond. Het beleidsdoel is dat evenementen op zondag een laag risicoprofiel en een beperkte impact op de openbare orde en veiligheid hebben. Categorie B met risico aanpak en C evenementen zijn, vanwege hun aard en de benodigde inzet van hulpdiensten, onverenigbaar met het karakter van de zondag.

 

Lid 13: Dit lid vormt eveneens een verplichte weigeringsgrond en is de tweede pijler van het beleid. De uitzondering op de zondagsrust wordt uitsluitend gemaakt voor evenementen met een specifieke maatschappelijke meerwaarde (cultureel, muzikaal of sportief).

 

Beperking nabij religieuze gebouwen

Lid 15 Deze bepaling biedt specifieke bescherming aan gebouwen die in gebruik zijn voor de eredienst. De straal van 200 meter creëert een 'bufferzone' waar de zondagsrust strikter wordt gehandhaafd.

 

Afbouw werkzaamheden

Lid 16 Dit artikel is een praktische uitwerking van de in artikel 10 beoogde ochtendrust. Het verbiedt expliciet het verrichten van afbouwwerkzaamheden (die vaak geluidsoverlast met zich meebrengen) voor 13:00 uur.

 

Dit geldt specifiek voor de evenementen die op zaterdag zijn begonnen en tot 01:00 uur mochten duren. Hiermee wordt een duidelijke en handhaafbare norm gesteld die de rust op zondagochtend beschermt tegen de logistieke nasleep van evenementen.

 

Artikel I, onderdeel D (Nieuw artikel 2:56 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats)

Op verschillende locaties binnen de gemeente, waaronder het Gouwenbos en het Weegje, worden regelmatig personen aangetroffen die in tenten of andere onderkomens overnachten. Dit gebruik van de openbare ruimte als slaapplaats is onwenselijk. Het kan leiden tot overlast voor omwonenden en ondernemers, verstoring van de openbare orde en onveilige situaties (bijvoorbeeld door het ontbreken van sanitair).

 

Omdat deze situatie zich niet beperkt tot één specifieke plek, maar zich op meerdere locaties binnen de gemeente voordoet, wordt het gehele grondgebied van Waddinxveen aangewezen op grond van artikel 2:56 van de APV. Dit biedt een helder kader voor optreden en voorkomt dat de problematiek zich slechts verplaatst naar andere wijken.

 

De gemeente richt zich bij dit verbod niet alleen op handhaving, maar vooral actief op de zorg. Bij het toezicht moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder altijd een afweging maken wat in de concrete situatie proportioneel is.

 

Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten slapen of de boete niet kunnen betalen. In die gevallen fungeert het verbod vooral als ‘stok achter de deur’ om mensen te begeleiden naar ondersteuning of maatschappelijke opvang, zoals het Leger des Heils. In de meeste gevallen zal daarom volstaan worden met een waarschuwing, tenzij er sprake is van herhaling (recidive).

 

Het derde lid van het artikel bakent het verbod af. De regels gelden niet voor situaties waarvoor al afzonderlijke voorschriften bestaan. Dit betreft:

  • Het innemen van een ligplaats met een vaartuig, woonboot, woonark of woonschip.

  • Woonwagens met een woonbestemming.

  • Nachtverblijf op bestemde kampeerterreinen of door het college aangewezen kampeerplaatsen (zoals bedoeld in artikel 4:19).

Artikel I, onderdeel E en F (Wijziging artikelen 2:74 Drugshandel op straat en artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik)

Met ingang van 1 juli 2025 is artikel 2a (en lijst Ia) aan de Opiumwet toegevoegd. Daarin zijn nieuwe psychoactieve stoffen (zogenaamde designerdrugs) onder de werking van de Opiumwet gebracht. Het betreft een aantal groepen stoffen dat sterk lijkt op middelen die op lijst I van de Opiumwet zijn geplaatst. De artikelen 2:74 en 2:74a van de APV zijn erop gericht hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid door drugshandel en drugsgebruik op straat te voorkomen. Hoewel deze designerdrugs kunnen worden aangemerkt als ‘daarop gelijkende waar’ in de APV-artikelen, is het wenselijk hierin ook substanties als bedoeld in artikel 2a van de Opiumwet expliciet te noemen.

 

Artikel I, onderdeel G (Wijziging artikel 2:78 Gebiedsontzegging)

De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt.

Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt.

 

Artikel I, onderdeel H (Wijziging artikel 2:81 lid 10 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat)

Het betreft hier geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend

 

Artikel I, onderdeel I en J (Wijziging artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden)

Er is in de praktijk behoefte om de categorie ‘risicoboom’ op te nemen in dit artikel. Bij een risicoboom zijn boomgebreken geconstateerd, die binnen 1 jaar een gevaar kunnen opleveren voor de directe omgeving. Voor risicobomen is een uitzondering op het verbod gemaakt. Daarnaast was bepaalde tekst in het artikel moeilijk leesbaar. Deze tekst is nu verduidelijkt.

Naar boven