Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 115048 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2026, 115048 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regel subsidie presentatieruimte beeldende kunst en ontwerp Berlijnplein gemeente Utrecht
Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
de Sectoranalyse Musea en Beeldende Kunst in Utrecht van 20 februari 2018
de Cultuurvisie 2030 van 3 oktober 2019;
het Ontwikkelplan Berlijnplein van 20 mei 2021;
de Cultuurnota 2025-2028 van 21 september 2023;
Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie presentatieruimte beeldende kunst en ontwerp Berlijnplein gemeente Utrecht.
Deze nadere regel draagt bij aan het doel om een presentatieruimte voor beeldende kunst en ontwerp van ca 450 m2 op het Berlijnplein te realiseren waarin een programma wordt ontwikkeld:
Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:
Activiteiten die nodig zijn om te komen tot de onder onderdeel a genoemde activiteiten, waaronder inbegrepen activiteiten op het gebied van organisatieontwikkeling, administratie, kennisuitwisseling, fondsenwerving, promotie, deelname aan bijvoorbeeld netwerken, congressen, beurzen en trainingen, cultuureducatie en communityvorming.
Artikel 6 Eisen aan de aanvraag
De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via Subsidiehulp | gemeente Utrecht.
Bij de eerste fase van de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:
Bij fase 3 worden de volgende documenten aangeleverd:
Een meerjarenbeleidsplan van maximaal 25 pagina’s met daarin in elk geval:
een artistiek-inhoudelijk plan met meerjarenvisie voor de gehele subsidieperiode en doelstellingen, met aandacht voor de plaats van de organisatie binnen het Utrechtse beeldende kunst- en ontwerpveld, de in de Cultuurnota 2025-2028 omschreven pijlers en uitgangspunten en de in het Ontwikkelplan Berlijnplein en de daarbij behorende bijlagen omschreven uitgangspunten en ambities;
voor het eerste jaar van de subsidieperiode waarbinnen activiteiten plaats vinden een uitgewerkt jaarplan, waarin specifieke activiteiten en programma’s zijn uitgewerkt, met daarin ook aandacht voor welke makers- en publieksgroepen door deze programmaonderdelen worden bereikt en een toelichting op hoe deze programmaonderdelen aansluiten bij actuele ontwikkelingen, praktijken en/of vraagstukken die spelen binnen de samenleving, binnen de cultuursector en/of binnen de beeldende kunst- en ontwerpsector;
De maximale lengte van documenten die in dit artikel worden benoemd is het aantal pagina’s op A4-formaat, inclusief eventueel voorblad, inhoudsopgave en achterblad. De maximale lengte van de toelichting op de begroting bedraagt 5 pagina’s op A4-formaat. De minimale regelafstand voor alle documenten is 1,2. De minimale lettergrootte is 10 in een leesbaar lettertype. Wanneer een aangeleverd document het maximumaantal pagina’s overschrijdt, zullen de boventallige pagina’s niet aan de adviescommissie ter beschikking worden gesteld.
Gemeente Utrecht stelt tegen de zogenaamde Kostprijsdekkende huur een tijdelijke expositieruimte gelegen nabij de te ontwikkelen nieuwbouw beschikbaar voor de periode van de Aanloopperiode. Wanneer de subsidieaanvrager geen gebruik kan of wenst te maken van deze tijdelijke expositieruimte, zal de subsidie gedurende de aanloopperiode, zoals opschreven in lid 1, met 35% worden verlaagd.
Wanneer het Berlijnplein niet gebouwd wordt, dan wel de aanvang van de bouw wordt uitgesteld tot na 2032, komen de subsidies uit lid 1 en lid 2 te vervallen. In de gevallen zoals hiervoor genoemd zal de subsidie uit lid 1 worden ingetrokken en nog minstens 12 maanden worden doorbetaald om een zorgvuldige afhandeling te bewerkstelligen.
Wanneer de subsidieaanvrager stopt met de (voorbereidende) activiteiten zoals in de aanvraag omschreven, dan wel wanneer de gemeente vaststelt dat de activiteiten niet (meer) voldoende conform de ingediende aanvraag worden uitgevoerd dan wel dat de activiteiten niet of niet (langer) bijdragen aan de onder artikel 2 omschreven doelstellingen, kan Burgemeester en wethouders besluiten de subsidie voortijdig te beëindigen per 31-12-2029 of per 31-12-2031.
Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden door de adviescommissie per fase telkens opnieuw punten toegekend aan de hand van de onderstaande criteria op basis van de in de betreffende fase aangeleverde documenten. De commissie mag documenten uit de vorige fase(n) betrekken bij de beoordeling om vast te stellen of de plannen voldoende samenhangend zijn.
Artistiek-inhoudelijke kwaliteit
De adviescommissie beoordeelt in hoeverre de aanvrager een onderscheidende, samenhangende artistieke visie formuleert en de manier waarop deze visie is vertaald in de voorgenomen activiteiten en werkwijze gedurende de subsidieperiode. De commissie kijkt daarbij naar welke keuzes de aanvrager maakt en waarom, en in hoeverre deze keuzes leiden tot artistieke kwaliteit, waarbij we voor kwaliteit de definitie hanteren zoals omschreven in de Cultuurvisie 2030. In de derde fase betrekt de commissie in haar oordeel tevens de vraag in hoeverre de artistieke visie aansluit bij de pijlers omschreven in de Cultuurnota 2025-2028 en bij de ambities en uitgangspunten voor het Berlijnplein, zoals geformuleerd in het Ontwikkelplan Berlijnplein en haar bijlagen (50%).
De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de artistieke visie van de aanvrager alsmede de concrete vertaling daarvan in programma-activiteiten, aansluiten bij actuele ontwikkelingen, vraagstukken en praktijken die relevant zijn binnen de lokale en (intern)nationale beeldende kunst- en ontwerpcontext (25%).
Bereik en betekenis voor de stad:
De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de activiteiten van de aanvrager van betekenis zijn voor het (maak)klimaat binnen de beeldende kunst- en ontwerpsector in Utrecht. De aanvrager hoeft niet elke maker in Utrecht te bereiken. Belangrijker is de impact die de aanvrager maakt op de doelgroepen die de aanvrager zelf heeft gespecificeerd. Bij de beoordeling daarvan kijkt de adviescommissie naar de vraag of (de keuzes voor) deze doelgroepen helder en duidelijk zijn, en passend zijn bij de artistieke visie. Ook kijkt de commissie of de plannen ruimte bieden voor professionalisering van de maker binnen deze doelgroepen, of de plannen zich in voldoende mate richten op Utrechtse beeldende kunstenaars en ontwerpers en of de doelgroepen voldoende breed zijn, waarmee wordt bedoeld dat er binnen de plannen ruimte is voor een veelheid aan beeldende en/of ontwerpdisciplines. Tot slot kijkt de adviescommissie of en in hoeverre de plannen van de aanvrager leiden tot een programma dat een diverse en inclusieve groep makers aan zich weet te binden (50%).
De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de activiteiten van de aanvrager van betekenis zijn voor bewoners en bezoekers uit Utrecht en daarbuiten. De aanvrager hoeft niet elke mogelijke bezoeker uit de wijk, stad of daarbuiten te bereiken. Belangrijker is de impact die de aanvrager maakt op de doelgroepen die de aanvrager zelf heeft gespecificeerd. Bij de beoordeling kijkt de commissie naar de vraag of deze doelgroepen helder en logisch zijn geformuleerd, in hoeverre deze aansluiten bij de demografische kenmerken (zoals leeftijd, gender, opleidingsniveau, culturele herkomst, inkomen e.d.) van Nederland, Utrecht, en Leidsche Rijn. De commissie beoordeelt ook of de plannen van de aanvrager leiden tot een programma waarvan aangenomen kan worden dat het een divers en inclusief publiek weet te bereiken (35%).
Plaats en betekenis binnen het ecosysteem van beeldende kunst en ontwerp:
We beoordelen of de plannen van de aanvrager kwalitatief en kwantitatief aansluiten bij de ambitie om te komen tot een breed georiënteerd middenpodium voor beeldende kunst- en ontwerppresentaties in de keten tussen kunstenaarsinitiatieven en museale presentaties, waarbij ‘breed georiënteerd’ in elk geval inhoud dat er in de plannen ruimte is voor meerdere beeldende kunst- of ontwerpdisciplines en voor een diversiteit aan makers(groepen). (40%)
We beoordelen of en in hoeverre de plannen van de aanvrager zich onderscheiden van andere pleingenoten op het Berlijnplein en tevens of en in hoeverre de plannen de kansen realiseert die cultuurcluster Berlijnplein biedt om discipline- en/of domeinoverstijgende samenwerkingen en experimenten aan te gaan (20%).
In fase 2 en 3 beoordeelt de adviescommissie of de plannen van de aanvrager een realistische samenhang laten zien tussen en bedrijfsvoering en het soort en aantal activiteiten dat wordt omschreven. Daarbij kijkt de commissie niet alleen naar de omvang en het realisme van de begroting, maar ook naar, onder meer, een evenwichtige financieringsmix, de verhouding tussen activiteitenlasten en beheerlasten, eventuele investeringskosten, de voorgestelde personele inzet. In fase 3 weegt de commissie tevens de liquiditeit van de begroting mee (40%).
In fase 2 en 3 kijkt de adviescommissie naar de organisatorische en zakelijke plannen, inclusief de begroting, als samenhangend geheel in de volle breedte en beoordeelt daarbij onder meer de omgang met risico’s en onzekerheden in de bedrijfsvoering en de efficiëntie en effectiviteit van de organisatiestructuur. Hierbij wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de vraag of de begroting en de organisatorische en zakelijke plannen passend zijn bij de fase waarin de organisatie zich bevindt en of deze voldoende vertrouwen geven dat de organisatie een professionele, duurzame culturele instelling is of kan worden, passend bij de beoogde doelstelling om een middelgrote instelling op deze plek te realiseren. (35%).
In fase 2 en 3 beoordeelt de adviescommissie of de organisatorische en zakelijke plannen, inclusief de begroting, in algemene zin voldoende aansluiten bij de Code Cultural Governance, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie (wat betreft deze laatste uitsluitend op de punten partners en personeel). In fase 3 worden aanvullend de omschrijvingen beoordeeld van hoe de aanvrager uitvoering denkt te geven aan de drie codes, alsmede de informatie die de aanvrager geeft over duurzaamheidsbeleid (25%).
Op basis van de bovenstaande criteria en puntentelling adviseert de adviescommissie aan burgemeester en wethouders om maximaal 5 partijen (de partijen met de hoogste puntenscore) door te laten gaan naar de tweede fase van deze subsidieaanvraag. Deze partijen ontvangen elk voor het nader uitwerken van deze plannen een vergoeding van € 2.500.
Op basis van de bovenstaande criteria en puntentelling adviseert de adviescommissie aan burgermeester en wethouders om maximaal 3 partijen (de partijen met de hoogste puntenscore) door te laten gaan naar de derde fase van deze subsidieaanvraag. Deze partijen ontvangen elk voor het nader uitwerken van hun plannen een vergoeding van € 4.000.
In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de ASV gelden de volgende verplichtingen:
De subsidieontvanger gaat direct na oplevering van de nieuwbouw op het Berlijnplein voor eigen rekening en risico voor minimaal 65% van de oppervlakte van de presentatieruimte van ca 450 m2 een huurovereenkomst aan voor mimimaal de gehele resterende subsidieperiode. De huurprijs voor de gehele ruimte bedraagt indicatief ca. € 43.000 per jaar exclusief servicekosten en BTW (prijspeil 1-1-2027).
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 10 maart 2026.
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld met het doel een organisatie te selecteren die binnen de voor beeldende kunst en ontwerp gereserveerde presentatieruimte van ca 450 m2 binnen cultuurcluster Berlijnplein programma’s gaat maken:
waar publiek naar toe gaat voor een breed georiënteerd, actueel en vooruitstrevend aanbod op het vlak van hedendaagse beeldende kunst en design in de vorm van gedurfde tentoonstellingen en crossdisciplinaire events, en daarmee bijdraagt aan de versterking en diversiteit van het aanbod van beeldende kunst en ontwerp in Utrecht;
Daarmee geven we invulling aan de door de gemeenteraad vastgestelde ambitie om op Berlijnplein een toegankelijk maar verdiepend publieksprogramma te realiseren op het gebied van beeldende kunst en ontwerp, en tevens aan de beleidsambitie om een middelgrote presentatie-instelling te realiseren welke fungeert als een schakel tussen kunstenaarsinitiatieven en museale presentaties.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-115048.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.