Wijzigingsbesluit Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 108 Gemeentewet en artikel 160 eerste lid sub a Gemeentewet,

 

besluit:

Artikel I  

De Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Amsterdam als volgt te wijzigen:

  • a.

    In de Inhoudsopgave (geen artikelnummer) toe te voegen na “Artikel 3.6 Schadevergoeding” en vóór “Artikel 4.1. Verrekenen”: Artikel 3.7. Vrijlatingsbedrag kamerverhuur;

  • b.

    Na lid c van artikel 3.6 “Schadevergoeding” komt een witregel en wordt toegevoegd een nieuw artikel 3.7 met de volgende tekst:

    “Artikel 3.7. Vrijlatingsbedrag kamerverhuur

    • 1a.

      Wanneer een bijstandsgerechtigde één of meer kamer(s) op commerciële basis onderverhuurt, dan worden de huurinkomsten in mindering gebracht op de bijstandsuitkering van de onderverhuurder, met uitzondering van de volgende vrijlatingsbedragen:

      • a.

        € 275,- per maand voor onderverhuur zonder maaltijdverstrekking;

      • b.

        € 475,- per maand voor onderverhuur inclusief het verstrekken van (ingrediënten voor) de dagelijkse maaltijden.

    • 1b.

      Wanneer de bijstandsgerechtigde meerdere kamers onderverhuurt dan past de gemeente de vrijlating zoals genoemd in lid 1a onder a en b in totaal maximaal 2 maal toe.

    • 1c.

      Wanneer hier reden voor is, kunnen de bedragen zoals genoemd in lid 1 onder a en b door de directeur Inkomen worden aangepast.

    • 2.

      De verhuurder moet op verzoek van de gemeente kunnen aantonen dat de onderhuur, en daarmee de vrijlating zoals genoemd in lid 1 onder a en b, (nog steeds) van toepassing is.

    • 3a.

      De onderverhuurder en onderhuurder moeten in een schriftelijke huurovereenkomst in ieder geval vastleggen (1) de adresgegevens van betrokkenen; (2) wat de hoogte is van de huur; (3) de begin- en (indien van toepassing) de einddatum van de huurovereenkomst en (4) of er sprake is van onderhuur met of zonder maaltijdvoorziening.

    • 3b.

      Een huurovereenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad of tussen belanghebbenden die een gezamenlijke huishouding voeren zoals beschreven is in artikel 3 lid 4 Participatiewet geldt niet als commerciële huurovereenkomst.

    • 4.

      Wanneer een uitkeringsgerechtigde met een IOAW- of een IOAZ-uitkering één of meer kamer(s) onderverhuurt, dan worden de gehele huurinkomsten niet in mindering gebracht op de IOAW- of IOAZ-uitkering van de onderverhuurder.”;

  • c.

    In de Toelichting komt na de toelichting op lid c van Artikel 3.6 – Schadevergoeding een witregel en wordt toegevoegd de toelichting op artikel 3.7 met de volgende tekst:

    “Artikel 3.7 - Vrijlatingsbedrag kamerverhuur

    • 1:

      De gemeente Amsterdam wil het verhuren van kamers door bijstandsgerechtigden stimuleren omdat dit kan bijdragen aan een vermindering van het woningtekort.

      In principe gaat de Participatiewet er van uit dat (huur)inkomsten verrekend moeten worden met de bijstandsuitkering. Omdat onderverhuur van kamers (al of niet met maaltijdvoorziening) echter diverse kosten met zich meebrengt, vindt de gemeente het wenselijk dat de onderverhuurder met een bijstandsuitkering de bedragen zoals genoemd in lid 1 onder a en b mag houden zonder dat dit van invloed is op de hoogte van de bijstandsuitkering.

      Het gaat hierbij om onderverhuur van één of meer kamers in de woning waar de onderverhuurder zelf woont (als huurder of als eigenaar). Hierbij geldt dat de gemeente de vrijlating zoals genoemd in lid 1a onder a en b in totaal maximaal tweemaal per verhuurder toepast. Dus wanneer een bijstandsgerechtigde twee of meer (onder)huurders heeft, dan wordt tweemaal het bedrag van lid 1a onder a en/of b vrijgelaten. Overigens is het zo dat een Amsterdammer die kamers onderverhuurt aan twee of meer onderverhuurders een vergunning van de gemeente nodig heeft.

    • 2:

      Bijstandsgerechtigden hebben een inlichtingenplicht. In dat kader kan de gemeente een kopie van de huurovereenkomst opvragen.

      Meestal zal het hierbij gaan om onderverhuur voor een periode van maximaal een jaar, waarna eventueel een andere huurder de kamer kan gaan onderhuren. Wanneer er sprake is van onderverhuur voor langer dan een jaar, dan moet de onderverhuurder op verzoek van de gemeente kunnen aantonen dat de onderverhuur, en daarmee de vrijlating zoals genoemd in lid 1 onder a en b, nog steeds van toepassing is.

    • 3:

      Wanneer meerdere mensen in een woning wonen en de hoofdbewoner heeft een uitkering, dan kan de “kostendelersnorm” van toepassing zijn (zie artikel 22a Participatiewet). Toepassing van de kostendelersnorm betekent dat de bewoner met een bijstandsuitkering een lagere uitkering ontvangt. Wanneer de onderverhuurder en onderhuurder(s) echter door middel van een schriftelijke huurovereenkomst kunnen aantonen dat zij een commerciële huurprijs zijn overeengekomen, dan is de kostendelersnorm niet van toepassing. De Participatiewet beschouwt een huurovereenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad (zoals een huurcontract tussen bijvoorbeeld ouders en (stief)kinderen of tussen (half)broers en (half)zussen) niet als een commerciële huurovereenkomst (zie artikel 19a lid 1 b en c Participatiewet). In deze gevallen is deze vrijlatingsregeling voor onderhuur daarom niet van toepassing. Verder staat in artikel 3 lid 4 van de Participatiewet beschreven wanneer mensen volgens de regels van de Participatiewet een gezamenlijke huishouding voeren. Wanneer mensen een gezamenlijke huishouding voeren, kunnen zij ook geen gebruik maken van deze vrijlatingsregeling voor onderhuur.

    • 4:

      Een uitkeringsgerechtigde met een IOAW- of een IOAZ-uitkering mag de huurinkomsten volledig houden (zie artikel 8 IOAW en artikel 8 IOAZ).”.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking en met ingang van 1 november 2025.

Artikel III  

Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Amsterdam.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 september 2025.

De burgemeester

Femke Halsema

De waarnemend gemeentesecretaris

Thea de Vries

Naar boven