Gemeenteblad van Rucphen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rucphen | Gemeenteblad 2026, 114146 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rucphen | Gemeenteblad 2026, 114146 | beleidsregel |
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;
gelet op de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026;
besluit vast te stellen de volgende:
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026
De gemeente heeft vanuit de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC) de zorgplicht een vergoeding voor ‘passend vervoer’ aan te bieden.
Deze beleidsregels geven nadere invulling aan de Verordening leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026 en hebben tot doel een eenduidige, transparante en uitvoerbare toepassing van het leerlingenvervoer binnen de gemeente Rucphen te waarborgen.
Hoofdstuk 2. Beoordelingskader vervoersvoorzieningen
Bij de beoordeling van de aanvragen wordt de afstand gemeten overeenkomstig artikel 1 van de verordening voor de vaststelling van:
Voor het meten van de afstand wordt gebruikgemaakt van de ANWB-routeplanner, langs de kortste voor de leerling voldoende veilige route.
Artikel 3 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
Als de ouders of de meerderjarige leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de voorwaarden overeenkomstig met de verordening.
Indien een leerling de best passende school bezoekt op advies van het samenwerkingsverband en niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school, bestaat enkel aanspraak op een vergoeding naar de dichtstbijzijnd toegankelijke school. In overleg met het samenwerkingsverband kan worden onderzocht of er een oplossing mogelijk is zoals of het samenwerkingsverband kan bijdragen in de vervoerskosten voor deze leerling. Als dat het geval is, kan de gemeente overwegen al dan niet tijdelijk een vergoeding te verstrekken naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Met de bijdrage van het samenwerkingsverband kunnen de meerkosten betaald worden naar de best passende school.
Op grond van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020) dient de gemeente ook leerlingenvervoer te faciliteren voor leerlingen waarbij de school die bij hun religie of levensbeschouwing past, te ver weg is. Voor het vaststellen van de onderwijsrichting van een school wordt gebruikgemaakt van de registratie bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Indien een leerling een school bezoekt die verder ligt dan een toegankelijke school van dezelfde richting, bestaat geen aanspraak op vergoeding.
Artikel 4: Vaststellen van de handicap van kind
Voor het vaststellen van de situatie van de leerling en diens eventuele handicap, in relatie tot de vervoersbehoefte en de inzet van een vervoersvoorziening, wordt uitgegaan van het volgende: Voor leerlingen met een structurele lichamelijke, verstandelijke en/of psychische handicap geeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af voor het cluster 3 of 4 onderwijs. Deze vormen van speciaal onderwijs zijn voor kinderen die in de meeste gevallen aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening zoals benoemd in de wetsartikelen in de toelichting hieronder. Ouders die in aanmerking willen komen voor een vervoersvoorziening overleggen een TLV, eventueel een medische verklaring en het volledig ingevulde aanvraagformulier.
In de Wet op het Passend Onderwijs is vastgelegd, dat gemeenten bij het vaststellen van de Verordening Leerlingenvervoer rekening houden met de ‘redelijkerwijs te vergen inzet’ van ouders of verzorgers. Als de leerling niet zelfstandig kan reizen, betekent dit dat de ouders primair zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer. Dit kan ook betekenen dat zij hun kind moeten begeleiden naar school. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Die kan gevonden worden door bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of anderen in te schakelen.
Het college kan de kosten van een begeleider vergoeden. Hierbij kan het gaan om de kosten van het openbaar vervoer of om het beschikbaar stellen van een zitplaats in een taxi(busje) voor de begeleider. De ouders zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding. Wanneer zij door ziekte of anderszins tijdelijk de begeleiding niet op zich kunnen nemen, dienen zij zelf alternatieve begeleiding te organiseren. Dat geldt ook als ouders geheel of gedeeltelijk hun kind zelf naar school brengen met de auto, fiets of bromfiets.
Als door de ouders echter ten behoeve van het college wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is (artikel 19 lid 1 sub c van de verordening), kan een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt verstrekt. Het feit dat ouders beiden werken vormt op zichzelf nooit een reden is om aangepast vervoer per taxi(busje) toe te kennen.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met:
Ouders moeten aantonen welke stappen zij hebben ondernomen om zelf in de begeleiding te voorzien en waarom dit niet mogelijk is. In bijzondere situaties kan het college (tijdelijk) een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer toekennen.
Voor leerlingen tot 12 jaar is het uitgangspunt dat zij met OV en begeleiding reizen; vanaf 12 jaar reizen zij zelfstandig met OV.
Artikel 6: Stimuleren zelfstandig reizen en persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
Artikel 7: Aanvullend advies van deskundigen
Voor het vragen van advies aan andere deskundigen ter uitvoering van de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026 maakt het college gebruik van de diensten van SAP.
Hoofdstuk 3 Leidraad vergoedingsmogelijkheden
Artikel 8: Volgorde van beoordeling vervoersvormen
De vervoersvoorziening waarvoor een leerling in aanmerking komt, wordt vastgesteld op basis van de mogelijkheden van de leerling en de infrastructurele omstandigheden op het traject tussen woning en school. Deze beoordeling vindt altijd plaats op individueel niveau. Indien nodig kan bij de beoordeling een medisch advies worden betrokken.
Om de aanvraag te kunnen beoordelen, dienen ouders een volledig ingevuld aanvraagformulier, inclusief de benodigde bijlagen, bij de gemeente in te dienen.
Bij de beoordeling van een aanvraag wordt, conform artikel 8, vijfde lid, van de verordening, de volgende volgorde gehanteerd:
Van deze volgorde kan uitsluitend gemotiveerd worden afgeweken indien de individuele omstandigheden van de leerling daartoe noodzaken.
* Dit wordt gezien als een voorbereiding op het voortgezet onderwijs, waarin grotere afstanden mogelijk zijn
Voor de tarieven en de routemogelijkheden worden de goedkoopste tarieven van 9292.nl (incl. eventuele kortingen) gehanteerd. Als bekend is, dat er aanvullend openbaar vervoer is, wat niet getoond wordt op de site van www.9292.nl, maar wel op de site van de vervoerder zelf, dan wordt dit meegenomen in de berekening van de vergoeding.
Hoofdstuk 4 Eigen vervoer en aangepast vervoer
Bij het toekennen van vervoersvoorzieningen wordt voortdurend ingezet op het bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen. Hoewel er een groep leerlingen is voor wie volledig zelfstandig reizen op langere termijn niet haalbaar is, wordt hun ontwikkeling naar zelfstandigheid waar mogelijk gestimuleerd.
In lijn met deze visie wordt geen volledige vergoeding toegekend aan leerlingen die in staat zijn om zelfstandig per fiets of openbaar vervoer naar school te reizen, maar in plaats daarvan met de auto van ouders of derden worden vervoerd. Ouders ontvangen in dat geval een gedeeltelijke vergoeding, zoals weergegeven in onderstaand schema:
Ouders zijn primair zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de leerling naar school. Ouders/verzorgers komen in aanmerking voor een vergoeding van kosten van aangepast vervoer, indien;
Hoofdstuk 5 Bijzondere situaties
Artikel 13: Individueel vervoer
Individueel vervoer kan uitsluitend in zeer uitzonderlijke situaties tijdelijk worden toegekend. Dit is alleen mogelijk als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal drie maanden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt.
Artikel 14: Tweede opvangadres
Het vervoer naar een tweede opvangadres wordt beoordeeld conform artikel 17 van de verordening. Deze voorziening wordt restrictief toegepast.
Vervoer naar een stageadres wordt beoordeeld conform artikel 16 van de verordening.
Hoofdstuk 6 Bijdragen, rechtmatigheid en handhaving
De toepassing van het drempelbedrag en de draagkrachtafhankelijke bijdrage vindt plaats overeenkomstig hoofdstuk 4 van de verordening. Deze bijdragen worden niet nader beleidsmatig ingevuld.
Artikel 17: Doorgeven van wijzigingen
Het aangepaste vervoer is gebaseerd op een structureel vervoersplan. Ouders en leerlingen zijn verplicht wijzigingen onverwijld door te geven conform artikel 25 van de verordening, zowel voor aangepast vervoer als voor andere toegekende vervoersvoorzieningen.
Het doel is te waarborgen dat het vervoer veilig, efficiënt en in overeenstemming met de toegekende voorziening kan plaatsvinden.
Artikel 18: Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot het vervoer ontzeggen, indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van de inzittenden in de bus in gevaar brengt.
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels, overeenkomstig artikel 28 van de verordening.
In het leerlingenvervoer zal zich een aantal concrete gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder andere aan:
Indien het gaat om individuele aanvragen worden deze op de gebruikelijke wijze afgehandeld.
In de hardheidsclausule is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar het onderwijs ten gunste van de ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening.
1. De Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Rucphen 2023 blijft van toepassing op besluiten die op grond van deze beleidsregel zijn genomen.
2. Op aanvragen waarop ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregel nog niet is beslist, is de Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer Gemeente Rucphen 2023 van toepassing.
De Beleidsregel bekostiging leerlingevervoer Gemeente Rucphen 2023 wordt ingetrokken.
Artikel 22: Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026 en worden aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Rucphen 2026.
Besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 24 februari 2026
de secretaris, de burgemeester,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-114146.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.