Gemeenteblad van Assen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 114007 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 114007 | beleidsregel |
Beleidsregels prostitutie gemeente Assen 2026
Het college van burgemeester en wethouders is op grond van artikel 160 van de Gemeentewet belast met de uitvoering van raadsbesluiten, waaronder gemeentelijke verordeningen zoals de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De burgemeester is bevoegd voor zover het betreft de handhaving van de openbare orde en veiligheid, waaronder begrepen het toezicht op en de besluitvorming ten aanzien van voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet. In dat kader is de burgemeester het bevoegd bestuursorgaan voor het verlenen, weigeren, intrekken en wijzigen van vergunningen voor seksinrichtingen en seksbedrijven, alsmede voor het toezicht en de handhaving daarop, voor zover deze bevoegdheden zijn gericht op de bescherming van de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat. Welke bestuursorgaan in een concreet geval bevoegd is, is afhankelijk van de specifieke aard en feitelijke inrichting van de seksinrichting of het seksbedrijf en de belangen die in dat geval worden beschermd. De beleidsregels hebben naast het aspect van openbare orde, leefomgeving en veiligheid tevens een duidelijke zorg- en gezondheidscomponent. Gelet op deze samenhangende en gedeelde verantwoordelijkheden worden deze beleidsregels vastgesteld door zowel de burgemeester als het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het de uitoefening van de eigen wettelijke bevoegdheden betreft. Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de uitoefening van de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.
Prostitutie is in Nederland een legaal beroep maar wordt gereguleerd door de wet. Lokale overheden spelen een belangrijke rol in het toezicht en de handhaving van regels. De gemeente heeft als taak om een veilig en ordelijk leefklimaat te waarborgen voor zowel prostituees als de omliggende gemeenschap. Dit betekent dat de gemeente ervoor zorgt dat seksbedrijven zich houden aan de geldende regels en vergunningen en dat er geen negatieve effecten zijn op de openbare orde of veiligheid. Prostitutie is een sector die vatbaar is voor misstanden, denk hierbij aan: mensenhandel, ondermijning en andere vormen van criminaliteit.
Momenteel zijn er binnen de gemeente Assen geen legale (vergunde) seksbedrijven gevestigd. Dit wil niet zeggen dat er geen prostituees actief zijn in Assen, deze bevinden zich in de illegale sector of zijn thuiswerkers waarvoor geen vergunning vereist is.
Sinds 2011 heeft de Rijksoverheid gewerkt aan een landelijke regulering van sekswerk. De eerdere Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) werd uiteindelijk ingetrokken omdat er onvoldoende politiek draagvlak voor was. Naar aanleiding van consultaties met gemeenten, zorg- en hulpverleningsorganisaties en belangenbehartigers is het wetsvoorstel herzien en gemoderniseerd. Dit heeft geleid tot het voorstel ‘’Wet regulering sekswerk’’ (Wrs), die beter aansluit bij het perspectief van sekswerk als een regulier beroep.
De Wrs heeft als doel sekswerk veiliger en gezonder te maken en misstanden zoals uitbuiting en mensenhandel tegen te gaan. De wet introduceert een landelijk uniform vergunningstelsel voor seksbedrijven en een registratieplicht voor sekswerkers, en stelt aanvullende eisen aan exploitanten om de veiligheid en arbeidsomstandigheden te borgen. Ook versterkt de Wrs het toezicht en de samenwerking tussen overheidsinstanties. Hiermee moet illegaal en onveilig sekswerk worden teruggedrongen en de positie van sekswerkers worden verbeterd. Het is momenteel niet duidelijk wanneer de wet behandeld wordt door de tweede en eerste kamer. Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) heeft gemeente Assen geadviseerd niet te wachten op deze wetgeving in relatie tot het vaststellen van nieuwe beleidsregels.
3.3. Beleidsontwikkeling prostitutie in Assen
In november 2019 is het ‘’Prostitutiebeleid gemeente Assen’’ vastgesteld. Het belangrijkste doel hiervan was om de prostitutiesector te reguleren, meer zicht te krijgen op de branche, de omstandigheden van prostituees te verbeteren en de samenwerking met partners te versterken. Als een van de eerste gemeenten van Nederland had Assen destijds ‘’erkenningsbeleid’’ voor thuiswerkers vastgesteld.
Dit beleid is verschillende keren geëvalueerd. Voor de zomer van 2025 voor het laatst. Uit deze laatste evaluatie blijkt dat het aspect erkenning niet duidelijk is over de regels rondom thuiswerken. Sinds invoering van het beleid is er één prostituee die gebruik heeft gemaakt van het erkenningsbeleid. Jaarlijks zien we een paar prostituees of personen die informeren naar het erkenningsbeleid van de gemeente. Ondanks de goede intenties van het erkenningsbeleid, waarbij er aandacht en zorg is, lijkt de doelgroep in zekere mate ‘’beleidsresistent’’. Het verzoek aan prostituees om zich vrijwillig te laten erkennen blijkt in de praktijk niet realistisch en daarom is ‘’erkenning’’ geen geschikt middel om beter zicht op de branche te krijgen.
Met deze voorliggende beleidsregels trekken we daarom het erkenningsbeleid in en kiezen we voor ‘traditionelere’ prostitutiebeleidsregels, waarin we een balans zoeken tussen enerzijds het bieden van ondersteuning aan prostituees (indien gewenst) en anderzijds het beschermen van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Daarbij kiezen we ervoor om prostitutie vanuit de eigen woning onder voorwaarden toe te staan, mits deze niet bedrijfsmatig wordt uitgeoefend. Deze vorm van thuiswerken wordt aangemerkt als een aan-huis-gebonden beroep en dient als zodanig te voldoen aan de daarvoor geldende regels en voorwaarden. Voor een nadere toelichting op de voorwaarden rondom thuiswerken en de afbakening van het begrip bedrijfsmatigheid wordt verwezen naar hoofdstuk 8.2.
Bij de invoering van artikel 151a Gemeentewet in 2000 hebben gemeenten de bevoegdheid gekregen om nadere regelgeving op te stellen met betrekking tot bedrijfsmatige exploitatie van prostitutie. Dit heeft gemeente Assen geregeld in hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen van de APV. Op basis van onze zorgplicht voor personen en hoofdstuk 3 van de APV vinden we het belangrijk om regels vast te stellen ter bescherming van de volgende belangen:
Bovenstaande belangen zetten we om naar de volgende pijlers.
Pijler A. Zorg en ondersteuning
Deze pijler richt zich op het welzijn van prostituees en de toegankelijkheid van passende hulp en ondersteuning. Doel is dat prostituees gezond en veilig kunnen werken en, waar nodig, eenvoudig de weg vinden naar zorg- en hulpverleningsinstanties.
Pijler B. Spelregels voor de vergunde seksbranche
Deze pijler verduidelijkt en specificeert de toepassing van hoofdstuk 3 van de APV, waarin de voorwaarden voor vergunningverlening zijn opgenomen. Hiermee houdt de gemeente grip op de vergunde branche en worden barrières opgeworpen tegen malafide exploitanten. Deze pijler omvat belangen op het gebied van woon- en leefklimaat, naleving van ruimtelijke regels, de verdeelprocedure voor seksinrichtingen en het voorkomen van uitbuiting.
Pijler C. Toezicht, handhaving en aanpak van misstanden
Deze pijler beschrijft hoe toezicht en handhaving binnen zowel de legale als illegale prostitutie is georganiseerd. Daarnaast wordt hierin vastgelegd hoe het bestuur optreedt bij overtredingen en signalen van misstanden. Deze pijler omvat in zekere mate alle belangen, met uitzondering van de verdeelprocedure rondom seksinrichtingen.
Prostitutie kan fysiek en mentaal een zwaar beroep zijn. De gemeente biedt een aantal mogelijkheden aan waardoor de prostituees beter wordt beschermd tegen misstanden. Zo wordt er de mogelijkheid geboden voor medische checks bij de GGD, hulp bij eventuele psychosociale problematiek en een uitstapprogramma aangeboden. Op deze manier wordt de positie van de prostituee verbeterd. Ook tijdens of na bestuursrechtelijk toezicht en handhaving, biedt de gemeente altijd een helpende hand aan.
4.1.1. Technische hygiëne-inspecties bij seksinrichtingen GGD
GGD Drenthe voert de technische hygiëne-inspecties van seksinrichtingen uit. Er wordt gecontroleerd of de hygiëne- en gezondheidsmaatregelen worden nageleefd. Dit betreft onder meer de beschikbaarheid van sanitaire voorzieningen, en het naleven van protocollen voor een veilige en gezonde werkomgeving. Hieronder valt ook het voorkomen en beheersen van infectieziekten, bijvoorbeeld door het bevorderen van veilig vrijen, het gebruik van condooms en ander beschermingsmateriaal, en het stimuleren van regelmatige gezondheidstests voor sekswerkers De verpleegkundigen van de GGD bezoeken twee keer per jaar (of op verzoek vaker) de seksinrichtingen in Drenthe.
Twee keer per maand, in de even weken, is bij GGD Drenthe locatie Assen een anoniem, laagdrempelig inloopspreekuur voor de prostituees in Drenthe. Ook kunnen prostituees wekelijks een afspraak maken op locatie van de GGD in Assen of Emmen. Prostituees worden voorgelicht over veilig vrijen, over de risico’s van overdracht van SOA’s en er worden SOA/HIV-testen aangeboden. Prostituees kunnen zich gratis laten vaccineren tegen hepatitis B. Ook voert de GGD internetveldwerk uit. Er wordt gereageerd op advertenties om de prostituees informatie te geven op welke manier de GGD hulp kan bieden.
Prostituees kunnen laagdrempelig contact krijgen met de GGD via, mail: seksuelegezondheid@ggddrenthe.nl of telefoonnummer: (0592) 306 300.
4.2. Assen centrumgemeente uitstapprogramma’s Prostituees
Als centrumgemeente voor de Decentrale Uitkering Uitstap Programma's Prostituees (DUUP) ontvangt de gemeente Assen jaarlijks Rijksmiddelen voor het financieren van uitstapprogramma's voor prostituees in Drenthe. Deze middelen worden via een decentralisatie-uitkering toegevoegd aan het gemeentefonds van Assen. De gemeente coördineert, monitort en evalueert de uitvoering van deze programma’s om ervoor te zorgen dat prostituees in Drenthe de juiste ondersteuning en begeleiding krijgen bij hun uitstap uit de prostitutie.
4.2.1. Ondersteuning en begeleiding bij uitstappen uit de prostitutie
Uitvoering van de DUUP voor Drenthe is belegd bij het Leger des Heils (LdH) & Stichting Terwille. Deze organisaties werken (binnen Drenthe & Groningen) samen onder de noemer ‘’Time2Connect’’. Ook voor de komende jaren hebben bovengenoemde organisaties een subsidieaanvraag gedaan. Time2Connect voert o.a. outreachend werk uit. Het laagdrempelig contact leggen (en dit te onderhouden) met prostituees is een kernactiviteit van Time2Connect. Wanneer er vanuit prostituees de behoefte is om uit te stappen (of andere zorgvragen zijn), dat wil zeggen, uit de prostitutiebranche te willen, dan kunnen zij worden begeleid in dit traject. Doel is de prostitutiezorg en uitstapmogelijkheden te ontwikkelen tot een integraal en provinciaal bekend uitstapprogramma. De ondersteuning aan prostituees en de uitstapmogelijkheden zijn opgezet door een team van gespecialiseerde hulpverlening met kennis van de doelgroep. Het team biedt o.a. outreachende hulpverlening aan prostituees die vanuit clubs en vanuit huis werken.
We zien dat de werkzaamheden van Time2Connect in de afgelopen jaren zijn uitgebreid door toename van casuïstiek en complexere zorg- en veiligheidsvraagstukken.
Hulpverlening aan prostituees is maatwerk en is daardoor vaak geen lineair proces (normaliter: contactfase, oriëntatiefase, uitvoeringsfase & nazorgfase). In veelvoorkomende gevallen is er al ‘’resultaat behaald’’ door überhaupt in contact te komen met prostituees of door deze contacten in stand te houden. Ook adviseert Time2Connect in prostitutie-casuïstiek (niet zijnde uitstappers) en wordt er aan voorlichtingen gedaan (gemeenten, sociaal werkers, Oekraïne opvang, etc.).
Prostituees kunnen laagdrempelig contact krijgen met Time2Connect via, mail: info@time2connect.nl of telefoonnummer: 06-40044079.
Prostitutie en mensenhandel zijn twee verschillende verschijnselen, maar in de praktijk kunnen ze elkaar raken. Prostitutie is in Nederland legaal wanneer het vrijwillig wordt uitgeoefend door volwassenen of de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt (afhankelijk van lokale regels). Het wordt mensenhandel wanneer sprake is van dwang, misleiding, geweld, misbruik van kwetsbaarheid of wanneer iemand financieel of persoonlijk wordt uitgebuit. De grens ligt dus bij het ontbreken van vrijwilligheid en zelfstandigheid.
De aanpak van mensenhandel wordt in Drenthe regionaal opgepakt. Binnen de provincie is een ketenregisseur mensenhandel actief die de samenwerking tussen gemeenten, politie, zorginstellingen en maatschappelijke organisaties coördineert. Om deze samenwerking te versterken, is een Drents beleidskader mensenhandel ontwikkeld met een actieprogramma voor 2024–2026. De uitvoering van dit actieprogramma ligt bij de projectgroep mensenhandel Drenthe, waarin verschillende partners samenwerken aan preventie, signalering, bescherming van slachtoffers en opsporing van daders. Zo werken we gezamenlijk aan een provincie waarin geen plaats is voor uitbuiting en waar slachtoffers de juiste steun krijgen.
Gemeente Assen heeft minimaal twee aandachtfunctionarissen mensenhandel. Zodra er signalen van mensenhandel zijn wordt dit signaal gedeeld, conform de ‘’meldroute mensenhandel Drenthe’’, met de ketenregisseur-, zorg coördinatoren- mensenhandel en team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel van de politie.
Op grond van de huidige wetgeving is het juridisch niet toegestaan om een 0-beleid te voeren ten aanzien van het vestigen van seksinrichtingen en exploiteren van seksbedrijven in de gemeente Assen. Zowel het uitvoeren van prostitutie zelf als de exploitatie van een seksbedrijf zijn immers legale activiteiten en het grondwettelijke recht op vrije keuze van arbeid is van toepassing.
Het bovenstaande houdt in dat gemeente Assen een aanvraag voor het starten van een seksbedrijf en/of seksinrichting niet zonder meer mag afwijzen. De volgende voorwaarden zijn van toepassing:
6.2. Vergunningplichtige seksbedrijven
In onderstaande tabel staan de vergunning plichtige seksbedrijven. Locatie gebonden seksbedrijven hebben ook een vergunning voor een seksinrichting nodig, omdat de seksinrichting (een voor publiek toegankelijke besloten ruimte) onderdeel is van het seksbedrijf. Dit is geregeld in artikel 3:3 lid 1 en 5 van de APV.
6.5. Delen van de gemeente aanwijzen waar seksinrichtingen niet vergund worden
In het kader van een herziening van de APV kan het college de gemeenteraad voorstellen om een nieuw artikel 3:4, ‘Concentratie seksinrichtingen’, op te nemen in de APV. Artikel 3:4 van de APV stelt de gemeente Assen in staat om gebieden aan te wijzen waarbinnen het verlenen van vergunningen voor seksinrichtingen verboden is of sterk beperkt wordt. Dit artikel biedt gemeenten een instrument om de ruimtelijke ordening en het lokale woon- en leefklimaat te reguleren. Zo kan rekening worden gehouden met bepaalde voorzieningen zoals bijvoorbeeld dagopvang, scholen en zorginstellingen.
6.6. Omgevingsplan en buitenplanse afwijking
Op dit moment is het vestigen van een seksinrichting in de gemeente Assen volgens het Omgevingsplan niet toegestaan. Wie een seksinrichting wil exploiteren, moet daarom een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking (BOPA) aanvragen bij de gemeente Assen. Dit wordt ook wel een vergunning in strijd met de regels van de ruimtelijke ordening genoemd. De initiatiefnemer moet bij de aanvraag duidelijk uitleggen waarom de afwijking nodig is. De gemeente beoordeelt vervolgens of de aanvraag kan worden goedgekeurd. Binnen het plangebied Werklandschap Assen-Zuid was het vestigen van een seksinrichting eerder planologisch mogelijk en kon, voor het oostelijk deel van het bedrijventerrein Assen-Zuid, onder voorwaarden met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de geldende planregels. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een dergelijke ‘binnenplanse afwijking’ niet meer mogelijk.
6.7. Geldigheidsduur: de vergunning voor een seksbedrijf met seksinrichting wordt voor in totaal maximaal 5 jaar verleend
Op basis van artikel 3:3, zesde lid, van de APV wordt de vergunning, voor twee (2) jaar verleend. Een verlenging van deze vergunning is mogelijk op basis van artikel 3:3, zevende lid, en artikel 3:11 van de APV, maximaal een (1)keer, voor een periode van drie (3) jaar. Dit kan alleen als in de voorafgaande periode geen intrekking van de vergunning heeft plaatsgevonden op de gronden die in artikel 3:9 van de APV staan genoemd.
7. Seksinrichting valt onder een schaarse vergunning
Er is sprake van een ‘schaarse’ vergunning indien het aantal potentiële gegadigden het aantal beschikbare plaatsen overtreft. In de gemeente is beleidsmatig vastgelegd dat er niet meer dan twee vergunningen worden verleend voor seksinrichtingen. Daarmee is deze vergunning aan te merken als een ‘schaarse vergunning’. Een schaarse vergunning mag in beginsel niet voor onbepaalde tijd worden verleend en de toewijzing moet op basis van transparante en objectieve criteria plaatsvinden.
Wanneer de vergunning voor een seksinrichting onherroepelijk vervalt of wordt ingetrokken, start de selectieprocedure zoals hieronder beschreven.
Een vergunning voor de exploitatie van een seksinrichting heeft een geldigheidsduur van twee (2) jaar, waarbij een maximale verlenging van ten hoogste drie (3) jaar is. Na die maximale vijf (5) jaar moet er opnieuw een vergunningsaanvraag worden ingediend. Op basis hiervan wordt periodiek het functioneren van het seksbedrijf met een seksinrichting geëvalueerd. Wanneer een vergunning afloopt en niet meer te verlengen is, evalueren we of de maximale geldigheidsduur van vijf (5) jaar nog steeds passend is.
7.1.1. Bekendmaking beschikbare vergunning
Als de huidige vergunning voor de seksinrichting onherroepelijk vervalt of wordt ingetrokken, maakt de gemeente bekend dat iedereen een aanvraag kan indienen voor het exploiteren van een seksinrichting. De bekendmaking wordt in ieder geval gedaan via de website van de gemeente en in het huis-aan-huisblad. In de bekendmaking wordt ook de termijn vermeld waarin de aanvraag moet worden ingediend.
Na afloop van deze termijn kunnen aanvragen niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kunnen er geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. Aanvragen die te laat zijn ingediend of onvolledige aanvragen (die niet binnen de gestelde termijn zijn aangevuld) worden geweigerd.
Een initiatiefnemer die een seksbedrijf met seksinrichting wil beginnen, wordt uitgenodigd voor een intakegesprek. Tijdens dit gesprek krijgt de ondernemer informatie over de geldende regels en voorschriften met betrekking tot het seksbedrijf en de seksinrichting en de vergunningprocedure. Aan het eind van het gesprek ontvangt de initiatiefnemer de vergunningaanvraag.
De aanvraag voor een seksbedrijf met seksinrichting moet minimaal de volgende onderdelen bevatten:
Een bedrijfsplan waarin wordt beschreven welke maatregelen worden genomen op het gebied van hygiëne, gezondheidsbescherming, veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees. In het bedrijfsplan moet de exploitant duidelijk uitleggen hoe de gezondheid van klanten wordt beschermd en welke maatregelen er worden getroffen om te voorkomen dat er strafbare feiten worden gepleegd. Daarnaast moet de exploitant concreet aangeven hoe deze maatregelen worden geïmplementeerd in de dagelijkse bedrijfsvoering.
Onvolledige aanvragen die zijn ingediend worden hiervan in kennis gesteld en krijgen de gelegenheid de aanvraag binnen een gestelde termijn aan te vullen. Als de ontbrekende gegevens niet (binnen de gestelde termijn) zijn ingediend, neemt de burgemeester de aanvraag niet in behandeling.
Daarnaast geldt dat één rechtspersoon en/of natuurlijk persoon niet meer dan één aanvraag voor een vergunning voor een seksinrichting kan indienen.
7.1.4. De beoordeling van een aanvraag
Als aan de criteria voor het in behandeling nemen van een aanvraag is voldaan, wordt de aanvraag beoordeeld.
7.1.5. Verdeling op basis van de volgorde van binnenkomst
Momenteel zijn er al een geruime tijd twee vrije beschikbare vergunningen voor het exploiteren van een seksbedrijf met seksinrichting. Daarom werken we met een verdeling op basis van volgorde van binnenkomst.
Aanvragen voor een vergunning worden behandeld in de volgorde waarin deze volledig zijn ontvangen door het bevoegd gezag. Het tijdstip van ontvangst wordt vastgesteld op basis van de digitale ontvangstbevestiging van de gemeente of, bij fysieke indiening, het datum- en tijdstempel van het gemeentelijke loket. Alleen aanvragen die volledig zijn ingediend worden in behandeling genomen.
Indien een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De aanvraag wordt in dat geval niet in behandeling genomen en krijgt geen plaats in de volgorde van binnenkomst. Pas wanneer de aanvraag volledig is ingediend, wordt het tijdstip van volledige ontvangst geregistreerd. De volgorde van binnenkomst bepaalt vervolgens de volgorde waarin het bevoegd gezag aanvragen toetst en vergunningen verleent, tot het maximumaantal beschikbare vergunningen van twee (2) is bereikt.
Indien het maximumaantal beschikbare vergunningen voor een seksbedrijf met seksinrichting is bereikt, worden alle daaropvolgende aanvragen afgewezen. Aanvragers worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld, inclusief de reden van afwijzing en een verwijzing naar de mogelijkheid tot bezwaar.
Hoewel de aanvraag nu wordt afgewezen, komt deze aanvraag opnieuw in aanmerking voor een vergunning als de huidige vergunning voor een seksbedrijf met seksinrichting onherroepelijk vervalt of wordt ingetrokken. Dit betekent dat de aanvrager bij de eerstvolgende mogelijkheid van beschikbaarheid van de vergunning voorrang krijgt bij de volgorde van behandeling, mits het toetsingskader op dat moment nog van toepassing is.
De Bibob-toets (Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur) is een integriteitsonderzoek dat wordt uitgevoerd om te beoordelen of er risico is dat de aangevraagde vergunning wordt gebruikt voor criminele activiteiten. Het doel van de toets is te voorkomen dat criminele organisaties of personen zich via legale ondernemingen toegang verschaffen tot de samenleving, bijvoorbeeld door seksinrichtingen te exploiteren. Bij de toets wordt onder meer gekeken naar strafrechtelijke antecedenten van de aanvrager of betrokkenen die direct relevant zijn voor de vergunning, of ernstige tekortkomingen of risico’s in de bedrijfsvoering die erop wijzen dat de vergunning kan worden misbruikt voor maatschappelijke misstanden of criminele activiteiten. In het Bibob-beleid van de gemeente Assen is meer informatie te vinden over het proces.
Er wordt altijd een Bibob toets uitgevoerd bij aanvragen voor een vergunning van een seksbedrijf (met of zonder seksinrichting). Indien er aanleiding voor is kan er een advies gevraagd worden bij het Landelijk Bureau Bibob. Als uit onderzoek blijkt dat de (aangevraagde) vergunning mogelijk gebruikt wordt voor het ondernemen en/of het faciliteren van criminele activiteiten, kan deze geweigerd of ingetrokken worden.
8. Thuiswerkers en bedrijfsmatigheid
Prostituees lijken steeds vaker bewust voor thuiswerk te kiezen. Dit is aantrekkelijk omdat ze geen of weinig kosten hoeven te maken voor de huur van werkruimte, onafhankelijk zijn en zelf hun werkomstandigheden en tijden bepalen. Daarnaast kunnen ze in relatieve anonimiteit werkzaam zijn. Thuiswerken kan bijdragen aan zelfstandigheid, veiligheid en regie voor prostituees. Sommige gemeenten kiezen ervoor om in hun beleid ruime mogelijkheden te geven voor deze groep prostituees. Gemeente Assen vindt het echter van belang om te voorkomen dat er bedrijfsmatige prostitutie plaatsvindt vanuit woningen. Doordat deze vorm van prostitutie in de (ogenschijnlijke) privésfeer en in anonimiteit plaatsvindt is het lastig zicht te krijgen op eventuele misstanden zoals niet hygiënisch werken, onveiligheid van prostituees en klanten, beperkte toegang tot hulpverlening, mensenhandel en of uitbuiting/dwang.
Thuiswerken is onder bepaalde voorwaarden mogelijk. In dit geval wordt de prostituee beschouwd als iemand die een 'aan huis gebonden beroep' uitoefent, en niet als onderdeel van een seksbedrijf.
Omdat deze activiteiten niet vergunningsplichtig zijn en niet worden beschouwd als bedrijfsmatig, zijn ze niet illegaal. Zie paragraaf 8.2. voor de criteria die volgens gemeente Assen bedrijfsmatigheid aantonen.
Thuiswerkers kunnen omwonenden, ondernemers of passanten een onprettig en/of onveilig gevoel geven. Dit kan leiden tot overlast en aantasting van de openbare orde en veiligheid alsmede van het woon- en leefklimaat, het is ook niet is uitgesloten dat zich andere vormen van overlast of aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat voordoen. Voor handhaving is vereist dat sprake is van objectief vaststelbare overlast of concrete verstoring van de openbare orde. Juridisch gezien kan het gebruik van een woning veranderen wanneer daarin gelegenheid wordt geboden aan een bedrijfsmatig seksbedrijf, waardoor niet langer uitsluitend sprake is van gebruik voor bewoning.
8.2. Criteria voor bedrijfsmatigheid
De gemeente Assen constateert dat thuiswerken voor prostituees onder voorwaarden mogelijk, mits dit gebeurt op een manier die past binnen een woonomgeving en geen risico’s oplevert voor de openbare orde, leefbaarheid of gezondheid. Voor de gemeente Assen hebben de veiligheid en gezondheid van prostituees, evenals de bescherming van de openbare orde en de leefomgeving, de hoogste prioriteit. De gemeente wil in beginsel de thuiswerker ruimte bieden waar dat verantwoord kan.
Om de duidelijkheid te vergroten, kiest de gemeente ervoor het begrip ‘’bedrijfsmatig’’ concreter te beschrijven aan de hand van criteria. Zo wordt inzichtelijk wanneer thuiswerken kan worden aangemerkt als toegestaan aan huis gebonden werken, en wanneer sprake is van het exploiteren van een seksbedrijf, waarvoor andere regels gelden. Thuiswerken is in beginsel mogelijk wanneer de situatie niet valt onder onderstaande criteria voor bedrijfsmatigheid:
Het bepalen van bedrijfsmatigheid is maatwerk. Op basis van de geconstateerde feitelijke situatie is het de bevoegdheid van de burgemeester om hierover een beslissing te nemen. Bij de beoordeling van bedrijfsmatigheid hanteert de gemeente Assen onder andere bovenstaande criteria: het voldoen aan meerdere van deze criteria is een sterke indicatie dat er sprake is van bedrijfsmatigheid. De gemeente Assen evalueert de toepasbaarheid van deze criteria regelmatig, in ieder geval een jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregels.
8.3. Overgangstermijn voor erkende thuiswerkers
Voor personen die nog onder de oude erkenningsregels vallen, hanteren wij een maatwerkconstructie. Met deze personen wordt actief contact opgenomen. Daarbij wordt beoordeeld welke overgangsregeling passend en verantwoord is, met inachtneming van de veiligheid en gezondheid van betrokkene en de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
9. Toezicht en handhaving (illegale) prostitutie
Het toezicht en de handhaving op de vergunde en niet-vergunde prostitutie wordt uitgevoerd door de gemeente en in samenwerking met de politie. De gemeentelijke toezichthouders verrichten het bestuurlijk toezicht, waaronder de controle op naleving van de vergunningsvoorwaarden. Dat betekent dat zij werken met de regels uit de Algemene plaatselijke verordening (APV) en met de toezichtbevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente kan bestuursrechtelijk optreden conform de matrix in hoofdstuk 10. Het doel van dit bestuursrechtelijk optreden is het zo snel mogelijk beëindigen van de overlast- of misbruiksituatie en het herstel van de openbare orde en veiligheid.
De politie en het Openbaar Ministerie zijn belast met het opsporen en via het strafrecht vervolgen van prostitutie waarbij sprake is van strafbare feiten (bijvoorbeeld mensenhandel of prostitutie door minderjarigen). Dat valt onder andere onder het Wetboek van Strafvordering, dat een ander juridisch kader vormt met eigen regels en bevoegdheden. Indien er geen vermoeden bestaat van strafrechtelijke overtredingen, komt de politie in principe niet zelf in actie. De politie handelt binnen haar eigen bevoegdheden en werkt samen met de gemeente waar dat nodig is. De gemeente voert regie en houdt toezicht op basis van het bestuursrecht, terwijl de strafrechtelijke handhaving gericht is op het opsporen en vervolgen van strafbare feiten.
Waar een sterk vermoeden bestaat dat er sprake is van illegale prostitutie, bijvoorbeeld op basis van advertenties, signalen of meldingen, beoordeelt de toezichthouder, al dan niet in overleg met de politie, of controles nodig zijn. Indien dit het geval is, worden deze controles uitgevoerd en bij het constateren van overtredingen gehandhaafd. Onder een sterk vermoeden wordt verstaan een situatie waarin voldoende feitelijke aanwijzingen aanwezig zijn die redelijkerwijs wijzen op het uitvoeren van prostitutie zonder vergunning of in strijd met geldende regels, zoals (herhaalde) meldingen, verdachte patronen in advertenties of concrete observaties van overtredingen. Tijdens en na controles wordt altijd hulpverlening aangeboden aan de prostituee (zoals genoemd in hoofdstuk 4). Bij woningcontroles wordt altijd gehandeld conform de geldende wettelijke regels voor binnentreden.
In de onderstaande handhavingsmatrix is vastgelegd welke handhavingsmaatregelen gemeente Assen bij overtredingen hanteert. Er is sprake van een volgende overtreding, wanneer dezelfde norm binnen twee jaar nogmaals wordt overtreden. Indien een overtreding na de periode van twee jaar wordt aangetroffen, wordt dit beschouwd als een ‘eerste’ overtreding.
Voor de handhavingsmatrix geldt dat de gemeente Assen de toepasbaarheid en werking van deze matrix regelmatig evalueren, in ieder geval een jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregels
A. PROSTITUTIE: EXPLOITATIE ZONDER VERGUNNING
B. PROSTITUTIE: EXPLOITATIE IN STRIJD MET DE VERGUNNING
10.1. Hardheidsclausule (afwijkingsbevoegheid)
De burgemeester kan bij zijn besluitvorming over te treffen bestuurlijke maatregelen afwijken van de beleidsregels. Per geval wordt gekeken of de burgemeester hiervan gebruik maakt. De stappen in de handhavingsmatrix gelden daarbij uitsluitend als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. De burgemeester zal een afwijking van de handhavingsmatrix expliciet in zijn besluit motiveren.
Er is sprake van schijnbeheer als degene die zich voordoet als exploitant of beheerder van de seksinrichting niet de feitelijke exploitant of beheerder is. Bijvoorbeeld in het geval van de situatie waarbij een persoon niet als exploitant of beheerder op de vergunning staat vermeld, maar wel in deze functie optreedt omdat men zelf bijvoorbeeld vanwege antecedenten niet in aanmerking komt voor een exploitatievergunning.
In dit geval wordt niet voldaan aan de vergunningsvoorwaarden en/of is de exploitatievergunning ten gevolge van onjuiste gegevens verleend in welk geval de burgemeester de vergunning zal intrekken.
Het bedrijfsplan bevat het bedrijfsbeleid op de bescherming van de positie van prostituees en op de zorg voor de werkomstandigheden. In het plan staat beschreven hoe het toezicht in het prostitutiebedrijf is geregeld, de maatregelen die de exploitant en beheerder nemen om de zelfredzaamheid van de prostituees te waarborgen en welke arbeids- en verhuurvoorwaarden in een prostitutiebedrijf worden gehanteerd.
De exploitant van de seksinrichting is verplicht een actuele bedrijfsadministratie bij te houden. In deze administratie worden in ieder geval de gegevens opgenomen van de in het bedrijf werkzame prostituees en de verhuuradministratie. De bedrijfsadministratie moet van de afgelopen drie maanden in het bedrijf beschikbaar moet zijn voor toezichthouders en opsporingsambtenaren.
Volgens artikel 3:14, lid 1, onder a van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Assen is het een exploitant verboden een prostituee bij of voor zich te laten werken die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt. Deze bepaling is bedoeld om de bescherming en veiligheid van prostituees te waarborgen en om te voorkomen dat minderjarigen of jongvolwassenen, die mogelijk nog kwetsbaar zijn, in de prostitutie werkzaam zijn.
Een woning hoeft zich niet per sé in een woonhuis te bevinden. In Nederland zijn we ook bekend met andersoortige woningen (een woning, mits als zodanig in gebruik, in de zin van artikel 12 Grondwet) zoals woonboten en woonwagens. Delen van een schip kunnen zijn ingericht om te bewonen, net zoals een tent, een caravan, een keet of een barak, Ook een kamer van een kamerbewoner en onder omstandigheden een vakantiehuis en hotelkamer, kunnen worden aangemerkt als woning. Het dient dus in ieder geval te gaan om een van de buitenwereld afgesloten plaats waar het privéleven van iemand plaats vindt of placht plaats te vinden. De rechtmatigheid van het bewonen speelt daarbij geen rol. Een kraakpand kan dus onder artikel 12 Grondwet worden aan gemerkt als woning.
Onder lokaal wordt verstaan: een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorende erven zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, kantoor, magazijn, bedrijfsruimte, garagebox, opslagbox enzovoorts.
10.10. Verzwarende omstandigheden sluiting
In het geval van verzwarende omstandigheden, kan worden gekozen voor het opleggen van een zwaardere maatregel. De volgende factoren spelen daarbij een rol:
10.10.1. De mate waarin het pand betrokken is bij uitbuiting
Signalen die daarop kunnen duiden zijn de constatering van minderjarigheid van de prostituee, illegaliteit, de aard van de aangeboden dienst (alles bespreekbaar, geen voorbehoedsmiddelen, lage tarieven) of andere zaken waardoor de prostituees in een kwetsbare situatie verkeren. Regelmatig zijn tussenpersonen actief die prostituees aan een woning helpen en de telefoon van de prostituees opnemen om vervolgens de klanten naar een bepaald adres te laten komen. De enkele aanwezigheid van een tussenpersoon hoeft nog niet tot de conclusie te leiden dat er sprake is van mensenhandel, maar is wel een belangrijke aanwijzing daarvoor. (Tussen)personen die betrokken zijn bij de exploitatie van onvergunde seksinrichtingen zijn vaak ook op andere terreinen crimineel actief.
10.10.2. De mate waarin het pand betrokken is bij andere georganiseerde criminaliteit
De aanwezigheid van drugs, wapens, valse identiteitsbewijzen of grote sommen cashgeld zijn signalen die kunnen duiden op criminele activiteiten. Ook de mate van professionaliteit van de aangeboden dienst kan een signaal zijn. Om de mate van professionaliteit vast te kunnen stellen, kan gekeken worden naar de inrichting van het pand, de wijze van adverteren en de communicatie met de klanten.
10.10.3. Het woon- en leefklimaat in de omgeving
Hierbij kan gedacht worden aan de buurt waar het pand zich bevindt en de overlast die wordt ervaren door de aanwezigheid van de seksinrichting. De aanwezigheid van een seksinrichting in woonwijken geeft omwonenden een onprettig en onveilig gevoel vanwege de toeloop van klanten op het adres. Per geval wordt, in lijn met de ernst van bovengenoemde situaties, bepaald of sprake is van een dermate bijzondere situatie waarbij (onmiddellijk) optreden vereist is.
10.11. Ernstig gevaar voor verspreiding infectieziektes
De burgemeester heeft op grond van artikel 47 van de Wet op de Publieke Gezondheidszorg de bevoegdheid maatregelen nemen om het gevaar van verspreiding van infectieziekten te voorkomen. In het geval van een besmetting kan de burgemeester voorschriften van technisch-hygiënische aard geven en/of besluiten tot ontsmetting. De burgemeester kan in het geval van een besmetting waarbij ernstig gevaar dreigt voor de volksgezondheid besluiten tot sluiting van de inrichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-114007.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.