Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, houdende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk (APV) (19e wijziging)

De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20-1-2026;

 

gelet op 149 van de Gemeentewet

 

Besluit

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk (19e wijziging)

 

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk wordt gewijzigd als volgt:

 

A.

 

Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In artikel 2:28, derde lid, wordt het volgende toegevoegd:

    • c.

      de exploitant niet voldoet aan de eisen voor de zedelijkheid, zoals opgenomen in de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van het Alcoholbesluit (St. 2021, 268);

    • d.

      de exploitant niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;

    • e.

      de exploitant onder curatele of bewind is gesteld;

  • 2.

    In artikel 2:28 wordt na lid 3 lid 4 toegevoegd:

    • 4.

      Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:

      • a.

        een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

      • b.

        een zorginstelling;

      • c.

        een museum;

      • d.

        een bedrijfskantine of -restaurant;

      • e.

        een rouwcentrum, begraafplaats of crematorium.

  • 3.

    In artikel 2:28 wordt de huidige lid 4 vernummerd tot lid 5.

  • 4.

    In artikel 2:28 wordt na huidige lid 5 lid 6 toegevoegd:

    • 6.

      De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren in het geval en onder voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 5.

    In artikel 2:28 wordt de huidige lid 5 vernummerd tot lid 7.

     

 

B.

 

Artikel 2:28A vervalt.

 

 

C.

 

Na artikel 2:28A wordt artikel 2:28B ingevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:28B Intrekkingsgronden

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de verleende exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van deze verordening in, indien:

    • a.

      de exploitant of leidinggevende niet of niet meer voldoet aan de eisen voor de zedelijkheid, zoals opgenomen in de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van het Alcoholbesluit (St. 2021, 268);

    • b.

      de exploitant niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;

    • c.

      de exploitant onder curatele of bewind is gesteld;

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en het eerste lid van dit artikel kan de burgemeester de verleende exploitatievergunning intrekken, indien:

    • a.

      zich binnen de inrichting gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen;

    • b.

      wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn in de openbare inrichting, waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;

    • c.

      naar zijn of haar oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van de inrichting ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed;

    • d.

      in strijd is gehandeld met artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet of aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende betrokken is bij of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet;

    • e.

      aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die gevaar kunnen veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting dan wel als naar het oordeel van de burgemeester de wijze van bedrijfsvoering een dergelijk gevaar of bedreiging vormt;

    • f.

      de exploitant of de leidinggevende toelaat of gedoogt dat in zijn of haar openbare inrichting strafbare en/of beboetbare feiten worden gepleegd;

    • g.

      zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar kan veroorzaken voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;

    • h.

      er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

    • i.

      de vergunninghouder, exploitant of leidinggevende de bij of krachtens deze verordening gestelde regels niet nakomt;

    • j.

      de vergunninghouder, exploitant of leidinggevende de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt;

    • k

      in het geval en onder voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

 

 

D.

 

Na artikel 2:28B wordt artikel 2:28C ingevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:28C Vervallen vergunning

Een vergunning vervalt, wanneer:

  • a.

    sinds de verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; of

  • b.

    gedurende zes maanden anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  • c.

    de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

     

 

E.

 

Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd:

‘bestemmingsplan Bodegraven Centrum 2022’ vervangen door ‘bestemmingsplan Kern Bodegraven’

 

 

F.

 

Artikel 2:74 wordt als volgt gewijzigd:

‘middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet’ vervangen door ‘middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet’

 

 

G.

 

Artikel 2:74A wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    ‘middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet’ vervangen door ‘middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet’

  • 2.

    De zinssnede ‘indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken’ komt te vervallen.

     

 

H.

 

Aan artikel 6:5 wordt een tweede lid toegevoegd:

  • 2.

    Openbare inrichtingen die vallen onder de uitzonderingen, zoals opgenomen onder artikel 2:28A voordat dit artikel is vervallen, zijn niet vergunningsplichtig op grond van artikel 2:28. Deze overgangsbepaling is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 25 februari 2026.

De griffier,

drs. J.H.Rijs MMC

Naar boven